Besluit van 12 oktober 2001, houdende de vaststelling van regels ter bevordering van innovatieve ontwikkelingen in de stedelijke vernieuwing (Besluit bevordering innovatieve ontwikkelingen stedelijke vernieuwing)
- BWB-id
- BWBR0012890
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Infrastructuur en Milieu
- Geldigheid
- 2005-01-01 t/m 2005-03-28
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0012890
- ELI
- /eli/nl/amvb/2001/besluit-bevordering-innovatieve-ontwikkelingen-stedelijke-ve
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/2001/besluit-bevordering-innovatieve-ontwikkelingen-stedelijke-ve/2005-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0012890&g=2005-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0012890&z=2026-06-06&g=2005-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0012890/2005-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/2001/besluit-bevordering-innovatieve-ontwikkelingen-stedelijke-ve
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In dit besluit wordt verstaan onder: a. Wet stedelijke vernieuwing wet:; b. innovatief: gericht op het toepassen van nieuwe technologie, nieuwe producten, nieuwe instrumenten, nieuwe organisatievormen en -structuren, of nieuwe samenwerkingsvormen, binnen het kader van de stedelijke vernieuwing gericht op de fysieke leefomgeving; c. artikel 3 van het Besluit beleidskader stedelijke vernieuwing prestatieveld: eis of groep van eisen aan het gemeentelijk ontwikkelingsprogramma, als bedoeld in enig lid van; d. project: samenhangend stelsel van activiteiten waarvan innovatieve elementen een wezenlijk onderdeel uitmaken. 2004 436 07-09-2004 19-08-2004 2004 436 07-09-2004 19-08-2004 08-09-2004 01-01-2003
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 Onze Minister kan subsidies verlenen ter tegemoetkoming in de kosten verbonden aan een project. 2001 471 23-10-2001 12-10-2001 2001 471 23-10-2001 12-10-2001 24-10-2001 01-01-2001 Werkt terug tot en met 1 januari 2001.
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 Ingevolge dit besluit kunnen de volgende subsidies worden verleend: a. een subsidie die bijdraagt in de noodzakelijke kosten van idee- en planvorming voor een project, en b. een subsidie die bijdraagt in de noodzakelijke rechtstreeks aan de uitvoering van een project toe te rekenen kosten. 2003 257 26-06-2003 05-06-2003 2003 257 26-06-2003 05-06-2003 27-06-2003
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 artikel 3, onder a De subsidie, bedoeld in, bedraagt het bedrag van de kosten die worden veroorzaakt door de innovatieve elementen in het idee of plan voor een project tot een maximum bedrag van € 0,5 miljoen. 2 artikel 3, onder b De subsidie, bedoeld in, bedraagt 20% van de noodzakelijke rechtstreeks aan de uitvoering van een project toe te rekenen kosten tot een maximum bedrag van € 5 miljoen, en met dien verstande dat de subsidie de kosten die worden veroorzaakt door de innovatieve elementen in een project niet overschrijdt. 2003 257 26-06-2003 05-06-2003 2003 257 26-06-2003 05-06-2003 27-06-2003
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 artikel 3, onder a Het plafond voor de subsidie, bedoeld in, bedraagt voor elk van de jaren 2001 tot en met 2004 € 3,4 miljoen. 2 artikel 3, onder b Het plafond voor de subsidie, bedoeld in, bedraagt voor het jaar 2003 € 37,204 miljoen en voor het jaar 2004 € 33,309 miljoen. 2003 257 26-06-2003 05-06-2003 2003 257 26-06-2003 05-06-2003 27-06-2003
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 artikel 3, zevende tot en met twaalfde lid, van het Besluit beleidskader stedelijke vernieuwing Projecten hebben betrekking op een of meer van de prestatievelden, bedoeld in. 2001 471 23-10-2001 12-10-2001 2001 471 23-10-2001 12-10-2001 24-10-2001 01-01-2001 Werkt terug tot en met 1 januari 2001.
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 Ingediende aanvragen voor een subsidie worden beoordeeld aan de hand van de volgende criteria: a. de mate waarin een project een innovatieve waarde heeft; b. de mate waarin een project mogelijkheden biedt voor ruime toepassing en navolging van de resultaten; c. de mate waarin sprake is van aantoonbare zeggenschap van de burger bij de ontwikkeling en uitvoering van een project, en d. de mate waarin een project aanwezige potenties benut en de problematiek van de buurt, wijk of stad op een samenhangende wijze benadert. 2001 471 23-10-2001 12-10-2001 2001 471 23-10-2001 12-10-2001 01-01-2002
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 Vervallen 2001 471 23-10-2001 12-10-2001 2001 471 23-10-2001 12-10-2001 01-01-2002
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 artikel 3 Een subsidie als bedoeld inkan door Onze Minister worden geweigerd indien: a. artikel 6 een project geen betrekking heeft op een van de inbedoelde prestatievelden; b. artikel 7, onder a, b, c, d en e een project in geen enkele mate voldoet aan een of meer van de in, genoemde criteria; c. met de uitvoering van een project is begonnen voordat Onze Minister de subsidie verleent; d. naar het oordeel van Onze Minister: 1°. een project strijdig is met het rijksbeleid; 2°. artikel 3, onder b een project waarvoor een aanvraag om een subsidie als bedoeld in, is ingediend, strijdig is met het provinciaal beleid of 3°. artikel 3, onder b artikel 7, eerste lid, van de wet een project waarvoor een aanvraag om een subsidie als bedoeld in, is ingediend, strijdig is met het gemeentelijk ontwikkelingsprogramma, bedoeld in; e. een zodanige subsidie naar het oordeel van Onze Minister niet doeltreffend of doelmatig is, of f. aan de idee- en planvorming voor een project, wordt deelgenomen door één of meer winstbeogende partijen. 2003 257 26-06-2003 05-06-2003 2003 257 26-06-2003 05-06-2003 27-06-2003
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 Vervallen 2003 257 26-06-2003 05-06-2003 2003 257 26-06-2003 05-06-2003 27-06-2003
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 Vervallen 2003 257 26-06-2003 05-06-2003 2003 257 26-06-2003 05-06-2003 27-06-2003
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 Vervallen 2003 257 26-06-2003 05-06-2003 2003 257 26-06-2003 05-06-2003 27-06-2003
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 Vervallen 2003 257 26-06-2003 05-06-2003 2003 257 26-06-2003 05-06-2003 27-06-2003
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 Vervallen 2003 257 26-06-2003 05-06-2003 2003 257 26-06-2003 05-06-2003 27-06-2003
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 Vervallen 2003 257 26-06-2003 05-06-2003 2003 257 26-06-2003 05-06-2003 27-06-2003
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 Vervallen 2003 257 26-06-2003 05-06-2003 2003 257 26-06-2003 05-06-2003 27-06-2003
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 Vervallen 2003 257 26-06-2003 05-06-2003 2003 257 26-06-2003 05-06-2003 27-06-2003
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 Vervallen 2003 257 26-06-2003 05-06-2003 2003 257 26-06-2003 05-06-2003 27-06-2003
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 Vervallen 2003 257 26-06-2003 05-06-2003 2003 257 26-06-2003 05-06-2003 27-06-2003
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 artikel 3, onder a De subsidie, bedoeld in, wordt, voorzover van toepassing namens de partijen die samenwerken aan de idee- en planvorming voor een project, aangevraagd door een rechtspersoon zonder winstoogmerk. 2003 257 26-06-2003 05-06-2003 2003 257 26-06-2003 05-06-2003 27-06-2003
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 artikel 20 bijlage I Een aanvraag als bedoeld inwordt ingericht overeenkomstig de bij dit besluit behorende. 2001 471 23-10-2001 12-10-2001 2001 471 23-10-2001 12-10-2001 24-10-2001 01-01-2001 Werkt terug tot en met 1 januari 2001.
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 1 artikel 20 Een aanvraag als bedoeld invoor het jaar 2001 wordt vóór 1 juni van dat jaar ingediend bij Onze Minister. 2 artikel 20 Een aanvraag als bedoeld invoor de jaren 2002 tot en met 2004 wordt vóór 1 mei van elk van die jaren ingediend bij Onze Minister. 2003 257 26-06-2003 05-06-2003 2003 257 26-06-2003 05-06-2003 27-06-2003
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 Vervallen 2003 257 26-06-2003 05-06-2003 2003 257 26-06-2003 05-06-2003 27-06-2003
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 Vervallen 2003 257 26-06-2003 05-06-2003 2003 257 26-06-2003 05-06-2003 27-06-2003
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 Vervallen 2003 257 26-06-2003 05-06-2003 2003 257 26-06-2003 05-06-2003 27-06-2003
Artikel 26 — Artikel 26#
Artikel 26 Vervallen 2003 257 26-06-2003 05-06-2003 2003 257 26-06-2003 05-06-2003 27-06-2003
Artikel 27 — Artikel 27#
Artikel 27 artikel 7 artikel 20 artikel 3, onder a Onze Minister verleent, met inachtneming van de criteria, genoemd in, vóór 1 december van het jaar waarin de aanvraag, bedoeld in, is ingediend, de subsidie, bedoeld in, voorzover de beschikbare middelen dit toelaten. De beschikking tot verlening van de subsidie vermeldt het bedrag van de subsidie dan wel de wijze waarop het bedrag wordt bepaald. 2003 257 26-06-2003 05-06-2003 2003 257 26-06-2003 05-06-2003 27-06-2003
Artikel 28 — Artikel 28#
Artikel 28 1 artikel 3, onder a artikel 27 artikel 27 Indien een ontvanger van een subsidie als bedoeld in, de idee- en planvorming voor een project, niet meer wenst uit te voeren, of anderszins niet meer in aanmerking kan komen voor een zodanige subsidie, kan Onze Minister de inbedoelde beschikking intrekken. Onze Minister kan vervolgens, de beschikbare middelen in aanmerking genomen, een subsidie verlenen aan een van de andere indieners van een aanvraag. Onze Minister kan daarbij afwijken van de termijn, genoemd in. 2 artikel 27 artikel 20 Aanvragen die niet ingevolgeof ingevolge het eerste lid zijn gehonoreerd met een verlening van een subsidie, worden afgewezen vóór 1 februari van het jaar volgend op het jaar waarin de aanvraag, bedoeld in, is ingediend. 2003 257 26-06-2003 05-06-2003 2003 257 26-06-2003 05-06-2003 27-06-2003
Artikel 29 — Artikel 29#
Artikel 29 artikel 3, onder b artikel 2 van het Besluit aanwijzing rechtstreekse gemeenten en verdeelsleutel stedelijke vernieuwing De subsidie, bedoeld in, kan slechts worden aangevraagd door een gemeente, genoemd in. 2003 257 26-06-2003 05-06-2003 2003 257 26-06-2003 05-06-2003 27-06-2003
Artikel 30 — Artikel 30#
Artikel 30 artikel 29 bijlage I Een aanvraag als bedoeld inwordt ingericht overeenkomstig de bij dit besluit behorende. 2001 471 23-10-2001 12-10-2001 2001 471 23-10-2001 12-10-2001 24-10-2001 01-01-2001 Werkt terug tot en met 1 januari 2001.
Artikel 31 — Artikel 31#
Artikel 31 1 artikel 29 Een aanvraag als bedoeld invoor het jaar 2001 wordt vóór 1 juni van dat jaar ingediend bij Onze Minister. 2 artikel 29 Een aanvraag als bedoeld invoor de jaren 2002 tot en met 2004 wordt vóór 1 mei van elk van die jaren ingediend bij Onze Minister. 3 artikel 29 Burgemeester en wethouders van de aanvragende gemeente zenden een aanvraag als bedoeld in, met inachtneming van de in het eerste, onderscheidenlijk het tweede lid, genoemde indieningstermijnen, in afschrift aan de provincie waarbinnen die gemeente is gelegen. 4 artikel 9, onder d artikel 9, onder d Gedeputeerde staten van de provincie, bedoeld in het derde lid, kunnen, voor de aanvang van de maand volgende op de maand, genoemd in het eerste, onderscheidenlijk het tweede lid, Onze Minister berichten omtrent de in, ten tweede, bedoelde strijdigheid met het provinciaal beleid, de meerwaarde van de ingediende voorstellen in regionaal verband, de eventuele samenhang tussen verschillende ingediende projecten binnen die provincie en, voorzover van toepassing, de in, ten derde, bedoelde strijdigheid met het gemeentelijk ontwikkelingsprogramma. 5 Indien geen bericht als bedoeld in het vierde lid is uitgebracht, vormt Onze Minister zich op basis van de hem beschikbare informatie een oordeel over de aanvraag in relatie tot de in het vierde lid genoemde onderwerpen. 2003 257 26-06-2003 05-06-2003 2003 257 26-06-2003 05-06-2003 27-06-2003
Artikel 32 — Artikel 32#
Artikel 32 1 artikel 29 artikel 9 Onze Minister kan de inbedoelde aanvragende gemeente, waarvan de aanvraag niet op grond vanwordt afgewezen, om nadere informatie verzoeken omtrent de in de aanvraag opgenomen gegevens. 2 artikel 7 Onze Minister beslist, gelet op, over een voorlopige rangorde ten aanzien van de ingediende aanvragen. 3 Onze Minister bepaalt, de rangorde, bedoeld in het tweede lid, in aanmerking genomen, welke aanvragende gemeenten door hem zullen worden verzocht het overeenkomstig de aanvraag ingediende project nader uit te werken. 4 Onze Minister laat een verzoek als bedoeld in het derde lid vergezeld gaan van voorstellen met betrekking tot: a. aanpassing van de in de aanvraag opgenomen gegevens of van het project waarop de aanvraag betrekking heeft, en b. de wijze waarop het project nader kan worden uitgewerkt. 5 Een verzoek als bedoeld in het derde lid wordt niet gedaan dan nadat de aanvragende gemeente in de gelegenheid is gesteld haar project toe te lichten. 2001 471 23-10-2001 12-10-2001 2001 471 23-10-2001 12-10-2001 24-10-2001 01-01-2001 Werkt terug tot en met 1 januari 2001.
Artikel 33 — Artikel 33#
Artikel 33 1 artikel 32, derde lid artikel 31, eerste lid De ingevolge, nader uitgewerkte projecten worden, waar het aanvragen betreft als bedoeld in, vóór 15 september 2001 ingediend bij Onze Minister. 2 artikel 32, derde lid artikel 31, tweede lid De ingevolge, nader uitgewerkte projecten worden, waar het aanvragen betreft als bedoeld in, voor de jaren 2003 en 2004 vóór 1 september van elk van die jaren ingediend bij Onze Minister. 2003 257 26-06-2003 05-06-2003 2003 257 26-06-2003 05-06-2003 27-06-2003
Artikel 34 — Artikel 34#
Artikel 34 artikel 7 artikel 32, vierde lid artikel 33 Onze Minister beslist, gelet op, alsmede gelet op de resultaten van zijn bemoeienissen ingevolge, over een definitieve rangorde ten aanzien van de ingevolgeingediende projecten. 2001 471 23-10-2001 12-10-2001 2001 471 23-10-2001 12-10-2001 24-10-2001 01-01-2001 Werkt terug tot en met 1 januari 2001.
Artikel 35 — Artikel 35#
Artikel 35 artikel 31, tweede lid artikel 34 artikel 33 artikel 3, onder b Onze Minister verleent, waar het aanvragen betreft als bedoeld in, vóór 1 december van elk van de jaren, genoemd in dat lid, gelet op de rangorde, bedoeld in, en voorzover de beschikbare middelen een verlening van een subsidie voor de ingevolgeingediende projecten toelaten, de subsidie, bedoeld in. 2004 436 07-09-2004 19-08-2004 2004 436 07-09-2004 19-08-2004 08-09-2004 01-01-2003
Artikel 36 — Artikel 36#
Artikel 36 artikel 35 38, tweede volzin artikel 3, onder b De beschikking ingevolge, of, vermeldt in ieder geval de verplichtingen die aan de verlening van een subsidie als bedoeld in, zijn verbonden. 2004 436 07-09-2004 19-08-2004 2004 436 07-09-2004 19-08-2004 08-09-2004 01-01-2003
Artikel 37 — Artikel 37#
Artikel 37 Vervallen 2004 436 07-09-2004 19-08-2004 2004 436 07-09-2004 19-08-2004 08-09-2004 01-01-2003
Artikel 38 — Artikel 38#
Artikel 38 artikel 3, onder b artikel 36 artikel 34 artikel 35 Indien een ontvanger van een subsidie als bedoeld in, het project niet meer wenst uit te voeren, of anderszins niet meer in aanmerking kan komen voor een zodanige subsidie, kan Onze Minister de inbedoelde beschikking intrekken. Onze Minister kan vervolgens, gelet op de ingevolgevastgestelde rangorde en de beschikbare middelen in aanmerking genomen, een subsidie verlenen aan een van de andere indieners van een aanvraag. Onze Minister kan daarbij afwijken van de termijnen, genoemd in. 2004 436 07-09-2004 19-08-2004 2004 436 07-09-2004 19-08-2004 08-09-2004 01-01-2003
Artikel 39 — Artikel 39#
Artikel 39 artikel 29 Aanvragen als bedoeld in, die niet zijn gehonoreerd met de verlening van een subsidie, worden afgewezen vóór 1 februari van het jaar volgend op het jaar waarin die aanvraag is ingediend. 2004 436 07-09-2004 19-08-2004 2004 436 07-09-2004 19-08-2004 08-09-2004 01-01-2003
Artikel 40 — Artikel 40#
Artikel 40 1 artikel 3 Aan de verlening van de subsidies, bedoeld in, kunnen verplichtingen worden verbonden. 2 artikel 3 Aan de verlening van de subsidies, bedoeld in, is in elk geval de verplichting verbonden dat: a. de rechtspersoon aan wie de subsidie is verleend, gegevens over de voortgang van de idee- en planvorming voor een project dan wel gegevens over de voortgang van het project, aan Onze Minister zendt, zo vaak als Onze Minister dit verzoekt, en b. de rechtspersoon aan wie de subsidie is verleend, zo spoedig mogelijk mededeling aan Onze Minister doet van nieuwe omstandigheden die van invloed kunnen zijn op de realisatie van de idee- en planvorming voor een project dan wel de realisatie van het project, en op de vaststelling van de subsidie, onder overlegging van de relevante stukken. 3 artikel 42 Onverminderdkan Onze Minister, zolang de subsidie niet is vastgesteld, de verplichtingen, bedoeld in het eerste lid, wijzigen of aanvullen, indien uit gegevens over de voortgang of uit zich na de verlening van de subsidie voordoende omstandigheden blijkt dat de idee- en planvorming voor een project, dan wel een project, niet overeenkomstig de ten tijde van de verlening van de subsidie vigerende gegevens zal worden gerealiseerd. 2001 471 23-10-2001 12-10-2001 2001 471 23-10-2001 12-10-2001 24-10-2001 01-01-2001 Werkt terug tot en met 1 januari 2001.
Artikel 41 — Artikel 41#
Artikel 41 Onze Minister kan voorschotten verlenen op de verleende subsidies. 2004 436 07-09-2004 19-08-2004 2004 436 07-09-2004 19-08-2004 08-09-2004 01-01-2003
Artikel 42 — Artikel 42#
Artikel 42 Zolang de subsidie niet is vastgesteld, kan Onze Minister de verlening van de subsidie intrekken indien: a. artikel 9, onder a, b, d, e of f uit zich na de verlening van de subsidie voordoende omstandigheden blijkt dat een van de gronden, genoemd in, van toepassing is, of b. artikel 45, vijfde lid geen medewerking wordt verleend aan de controle, bedoeld in. 2001 471 23-10-2001 12-10-2001 2001 471 23-10-2001 12-10-2001 24-10-2001 01-01-2001 Werkt terug tot en met 1 januari 2001.
Artikel 43 — Artikel 43#
Artikel 43 artikel 42 Onverminderdkan Onze Minister, zolang de subsidie niet is vastgesteld, de verlening van de subsidie ten nadele van de rechtspersoon aan welke de subsidie is verleend wijzigen, indien uit gegevens over de voortgang of uit nieuwe omstandigheden blijkt, dat de idee- en planvorming voor een project dan wel een project, niet overeenkomstig de ten tijde van de verlening van de subsidie vigerende gegevens zal worden gerealiseerd. 2001 471 23-10-2001 12-10-2001 2001 471 23-10-2001 12-10-2001 24-10-2001 01-01-2001 Werkt terug tot en met 1 januari 2001.
Artikel 44 — Artikel 44#
Artikel 44 artikel 4:57 van de Algemene wet bestuursrecht artikel 120 van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek Bij een terugvordering als bedoeld inkan worden bepaald dat over de onverschuldigd betaalde bedragen de wettelijke rente, bedoeld in, verschuldigd is. 2001 471 23-10-2001 12-10-2001 2001 471 23-10-2001 12-10-2001 24-10-2001 01-01-2001 Werkt terug tot en met 1 januari 2001.
Artikel 45 — Artikel 45#
Artikel 45 1 Binnen zes maanden nadat de idee- en planvorming voor een project dan wel een project is voltooid, dient de rechtspersoon aan welke een subsidie is verleend bij Onze Minister een aanvraag in tot vaststelling van de verleende subsidie. 2 De aanvraag tot vaststelling van de verleende subsidie gaat vergezeld van een verantwoordingsverslag. 3 artikel 3, onder b De aanvraag tot vaststelling van een op basis van, verleende subsidie gaat, behoudens het in het tweede lid bedoelde verantwoordingsverslag, tevens vergezeld van een bestedingsverklaring. 4 artikel 3, onder a De aanvraag tot vaststelling van een op basis van, verleende subsidie gaat, behoudens het in het tweede lid bedoelde verantwoordingsverslag, tevens vergezeld van: a. een verslag over de besteding van de verleende voorschotten en b. artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek een verklaring van een accountant als bedoeld in, indien de verleende subsidie een bedrag van € 50 000,– te boven gaat. 5 Onze Minister kan een controle doen instellen op de ingevolge dit artikel verstrekte gegevens. 2003 257 26-06-2003 05-06-2003 2003 257 26-06-2003 05-06-2003 27-06-2003
Artikel 46 — Artikel 46#
Artikel 46 1 bijlage II De aanvraag tot vaststelling van de verleende subsidie wordt ingericht overeenkomstig de bij dit besluit behorende. 2 artikel 45, tweede lid bijlage III Het verantwoordingsverslag, bedoeld in, wordt ingericht overeenkomstig de bij dit besluit behorende. 3 artikel 45, derde lid bijlage IV De bestedingsverklaring, bedoeld in, wordt ingericht overeenkomstig de bij dit besluit behorende. 4 artikel 45, vierde lid, onder a bijlage V Het verslag over de besteding van de verleende voorschotten, bedoeld in, wordt ingericht overeenkomstig de bij dit besluit behorende. 5 artikel 45, vierde lid, onder b bijlage VI De accountantsverklaring, bedoeld in, heeft betrekking op de juistheid van het verslag over de besteding van de verleende voorschotten en wordt opgesteld met inachtneming van de bij dit besluit behorende. 2001 471 23-10-2001 12-10-2001 2001 471 23-10-2001 12-10-2001 24-10-2001 01-01-2001 Werkt terug tot en met 1 januari 2001.
Artikel 47 — Artikel 47#
Artikel 47 1 artikel 4:48, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht artikel 42 artikel 45 Onze Minister stelt de subsidie vast binnen twaalf weken nadat de aanvraag tot vaststelling door hem is ontvangen. De subsidie wordt vastgesteld op het bedrag van de verleende subsidie, indien geen van de in, of, bedoelde omstandigheden zich voordoet en de ingevolgeaan Onze Minister verstrekte gegevens daaraan niet in de weg staan. 2 De vaststelling geeft aanspraak op betaling van het vastgestelde bedrag. 3 De subsidie wordt overeenkomstig de vaststelling ervan betaald onder verrekening van de betaalde voorschotten. 2004 436 07-09-2004 19-08-2004 2004 436 07-09-2004 19-08-2004 08-09-2004
Artikel 48 — Artikel 48#
Artikel 48 1 artikel 45, eerste lid Indien de in, bedoelde termijn is verstreken zonder dat een aanvraag tot vaststelling van de subsidie is ingediend, kan de subsidie ambtshalve worden vastgesteld. 2 artikel 45, eerste lid Onze Minister gaat niet over tot ambtshalve vaststelling dan nadat de rechtspersoon, die de in, bedoelde termijn heeft overschreden, in de gelegenheid is gesteld alsnog een aanvraag tot vaststelling van de subsidie in te dienen binnen een door Onze Minister te bepalen termijn. 2001 471 23-10-2001 12-10-2001 2001 471 23-10-2001 12-10-2001 24-10-2001 01-01-2001 Werkt terug tot en met 1 januari 2001.
Artikel 49 — Artikel 49#
Artikel 49 De bij dit besluit behorende bijlagen kunnen bij ministeriële regeling worden gewijzigd. 2001 471 23-10-2001 12-10-2001 2001 471 23-10-2001 12-10-2001 24-10-2001 01-01-2001 Werkt terug tot en met 1 januari 2001.
Artikel 50 — Artikel 50#
Artikel 50 Vervallen 2002 305 25-06-2002 05-06-2002 2002 305 25-06-2002 05-06-2002 01-01-2003
Artikel 51 — Artikel 51#
Artikel 51 Vervallen 2002 305 25-06-2002 05-06-2002 2002 305 25-06-2002 05-06-2002 01-01-2003
Artikel 52 — Artikel 52#
Artikel 52 Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2001. 2001 471 23-10-2001 12-10-2001 2001 471 23-10-2001 12-10-2001 24-10-2001 01-01-2001 Werkt terug tot en met 1 januari 2001.
Artikel 53 — Artikel 53#
Artikel 53 Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit bevordering innovatieve ontwikkelingen stedelijke vernieuwing. 2001 471 23-10-2001 12-10-2001 2001 471 23-10-2001 12-10-2001 24-10-2001 01-01-2001 Werkt terug tot en met 1 januari 2001.
Artikel 46#
artikel 46, eerste lid
Artikel 45#
artikel 45, eerste lid
Artikel 3#
ARTIKEL 3, ONDER A, B EN C
Artikel 46#
artikel 46, tweede lid
Artikel 45#
artikel 45, tweede lid
Artikel 3#
ARTIKEL 3, ONDER A, B OF C
Artikel 46#
artikel 46, derde lid
Artikel 45#
artikel 45, derde lid
Artikel 3#
ARTIKEL 3, ONDER B OF C
Artikel 46#
artikel 46, vierde lid
Artikel 45#
artikel 45, vierde lid, onder a
Artikel 3#
ARTIKEL 3, ONDER A
Artikel 3#
ARTIKEL 3, ONDER A
Artikel 3#
artikel 3, onder a
Artikel 3#
ARTIKEL 3, ONDER A
Artikel 45#
artikel 45, vierde lid
Artikel 3#
artikel 3, onder a