Besluit van 23 november 2000, houdende vaststelling van de regeling inzake de bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid van rechterlijke ambtenaren (Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid van rechterlijke ambtenaren)
- BWB-id
- BWBR0011826
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Veiligheid en Justitie
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2017-01-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0011826
- ELI
- /eli/nl/amvb/2001/besluit-bovenwettelijke-uitkeringen-bij-werkloosheid-van-rec
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/2001/besluit-bovenwettelijke-uitkeringen-bij-werkloosheid-van-rec/2017-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0011826&g=2017-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0011826&z=2026-06-06&g=2017-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0011826/2017-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/2001/besluit-bovenwettelijke-uitkeringen-bij-werkloosheid-van-rec
Artikel 1 — Artikel 1 Definities#
Artikel 1 Definities 1 In dit besluit wordt verstaan onder Hoofdstuk 3 aansluitende uitkering: de aansluitende uitkering, bedoeld in; Hoofdstuk 2 aanvullende uitkering: de aanvullende uitkering, bedoeld in; artikel 7a, eerste lid, van de Algemene ouderdomswet AOW-gerechtigde leeftijd: de leeftijd, bedoeld in, waarop recht op ouderdomspensioen ontstaat; Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen arbeidsongeschiktheidsuitkering: een ingevolge deof detoegekende uitkering; betrokkene: 1°. Werkloosheidswet de niet voor het leven benoemde rechterlijk ambtenaar in vaste dienst die ten gevolge van een ontslag, niet zijnde een disciplinair strafontslag dan wel een ontslag wegens flexibel pensioen en uittreden, werkloos is geworden in de zin van de, 2°. Werkloosheidswet de niet voor het leven benoemde rechterlijk ambtenaar in vaste dienst die ten gevolge van ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte, werkloos is geworden in de zin van de; 3°. artikel 46c, tweede en derde lid artikel 46l, eerste en tweede lid artikel 46m van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren Werkloosheidswet de voor het leven benoemde rechterlijk ambtenaar die ten gevolge van een ontslag op grond van,, danwel, werkloos is geworden in de zin van de; 4°. Werkloosheidswet de voor het leven benoemde rechterlijk ambtenaar die ten gevolge van ongeschiktheid tot het verrichten van arbeid wegens ziekte, werkloos is geworden in de zin van de. bovenwettelijke uitkering: aanvullende en aansluitende uitkering; artikelen 1b 44 van de Werkloosheidswet artikel 17, eerste lid, van de Wet financiering sociale verzekeringen dagloon: het dagloon, bedoeld in deen, evenwel zonder toepassing van de maximum loongrens, bedoeld inmet betrekking tot een loontijdvak van een dag, verminderd met de tegemoetkoming van de werkgever strekkende tot betaling van de premie van een door of voor de betrokkene afgesloten particuliere ziektekostenverzekering; Wet privatisering ABP diensttijd voor zover gelegen vóór 1 januari 1996:de tijd zoals die voor betrokkene per 31 december 1995 meetelt voor de pensioenberekening, bedoeld in de Algemene Burgerlijke Pensioenwet zoals deze luidde op 31 december 1995;voor zover gelegen op of na 1 januari 1996:de tijd gedurende welke de betrokkene overheidswerknemer is in de zin van de; in beide gevallen met uitzondering van de tijd: bij de bepaling van de diensttijd wordt in voorkomend geval de diensttijd, bedoeld in artikel D1, tweede lid, van de Algemene burgerlijke pensioenwet zoals dat luidde op 31 december 1995, mede in aanmerking genomen; het verzoek, bedoeld in artikel D2 van de Algemene burgerlijke pensioenwet wordt daarbij geacht te zijn gedaan; indien en voor zover diensttijd die bij de berekening van de bovenwettelijke uitkering in aanmerking is genomen, met een overheidspensioen, anders dan ten laste van de Stichting Pensioenfonds ABP, wordt vergolden, worden de duur en het bedrag van de bovenwettelijke uitkering met ingang van de dag waarop dit pensioen is ingegaan, herberekend, waarbij die diensttijd buiten beschouwing wordt gelaten; 1°. die in aanmerking is genomen bij de berekening van de duur van een wachtgeld of van een uitkering ter zake van onvrijwillige werkloosheid ten laste van de overheid; 2°. die voorafgaat aan een onderbreking in de diensttijd door ontslag van langer dan één jaar; 3°. bedoeld in artikel 5.4 van het pensioenreglement; Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag minimumloon: het minimumloon, bedoeld in de; Onze Minister: Onze Minister van Veiligheid en Justitie; pensioen: het pensioen in de zin van het pensioenreglement; pensioenreglement: het pensioenreglement Stichting Pensioenfonds ABP. 2 artikel 6 8d 8e van het Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren Indien op het salaris van de betrokkene op de dag voorafgaande aan het ontslag een korting wordt toegepast op grond van,of, wordt voor het dagloon, bedoeld in het eerste lid, onderdeel f, uitgegaan van het dagloon zoals dat zou zijn vastgesteld indien geen sprake was geweest van bedoelde korting. 2016 501 16-12-2016 09-12-2016 2016 503 16-12-2016 09-12-2016 01-01-2017 Artikel VI van Stb. 2016/501 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 2 — Artikel 2 Duur van de bovenwettelijke uitkering#
Artikel 2 Duur van de bovenwettelijke uitkering 1 hoofdstuk 2, paragraaf 4, van de Werkloosheidswet De uitkeringsduur van de bovenwettelijke uitkering bedraagt drie maal de uitkeringsduur zoals vastgesteld op grond van. 2 De uitkeringsduur, bedoeld in het eerste lid, wordt verlengd tot de dag waarop betrokkene de AOW-gerechtigde leeftijd bereikt, indien het moment van ontslag maximaal acht jaar ligt voor de op dat moment voor betrokkene van toepassing zijnde AOW-gerechtigde leeftijd en hij direct voorafgaand aan het ontslag een voor pensioen geldige diensttijd van ten minste tien jaar heeft volbracht. 2016 434 25-11-2016 15-11-2016 2016 434 25-11-2016 15-11-2016 31-12-2016
Artikel 3 — Artikel 3 Recht op een aanvullende uitkering#
Artikel 3 Recht op een aanvullende uitkering 1 Werkloosheidswet De betrokkene heeft gedurende de periode dat recht bestaat op een uitkering krachtens de, recht op een aanvullende uitkering, met dien verstande dat het recht op een aanvullende uitkering niet eerder ingaat dan op de dag waarop het ontslag in werking treedt. 2 hoofdstuk II, paragrafen 1 tot en met 3 artikelen 75 76 76a 77a 78 van de Werkloosheidswet Op de aanvullende uitkering, bedoeld in het eerste lid, zijn, alsmede de,,,envan overeenkomstige toepassing. 3 artikel 41 van de Werkloosheidswet artikel 47a van de Werkloosheidswet Werkloosheidswet In afwijking van het tweede lid, isniet van overeenkomstige toepassing op de aanvullende uitkering, bedoeld in het eerste lid, en isslechts van overeenkomstige toepassing op de aanvullende uitkering voor zover de hoogte van de in mindering te brengen inkomsten de uitkering krachtens deoverstijgen. 2015 242 29-06-2015 18-06-2015 2015 242 29-06-2015 18-06-2015 01-07-2015
Artikel 4 — Artikel 4 Hoogte van de aanvullende uitkering#
Artikel 4 Hoogte van de aanvullende uitkering 1 Werkloosheidswet De uitkering krachtens dewordt aangevuld tot 70% van het voor betrokkene geldende dagloon. 2 Werkloosheidswet Voor de toepassing van dit artikel wordt de uitkering krachtens desteeds geacht door betrokkene onverminderd te zijn genoten. 2014 77 20-02-2014 11-02-2014 2014 77 20-02-2014 11-02-2014 21-02-2014 Artikel IV, eerste lid, van Stb. 2014/77 bevat overgangsrecht
m.b.t. deze wijziging.
Artikel 5 — Artikel 5 Aanvullende uitkering bij ziekte#
Artikel 5 Aanvullende uitkering bij ziekte 1 Werkloosheidswet Ziektewet artikel 4 Indien de betrokkene gedurende de periode dat hij recht heeft op een uitkering krachtens de, wegens ziekte verhinderd wordt arbeid te verrichten en deswege een uitkering geniet krachtens dewordt de uitkering krachtens de Ziektewet zolang een uitkering krachtens de Ziektewet wordt genoten, aangevuld tot de percentages van het dagloon bedoeld in, met inachtneming van de daaraan voorafgaande termijn waarover betrokkene recht op een aanvullende uitkering heeft gehad. 2 Werkloosheidswet Ziektewet artikel 43, tweede en derde lid, van de Werkloosheidswet artikel 4 Indien het recht op uitkering krachtens dena afloop van de periode, waarin deop betrokkene van toepassing is geweest, herleeft, tellen zowel de termijn waarover betrokkene voorafgaand aan deze periode recht heeft gehad op een uitkering krachtens de Werkloosheidswet als de termijn waarin de Ziektewet op hem van toepassing is geweest met inachtneming van hetgeen hieromtrent inis bepaald, mee voor het vaststellen van de hoogte van de aanvullende uitkering, bedoeld in. 3 Ziektewet Voor de toepassing van dit artikel wordt de uitkering krachtens desteeds geacht onverminderd door de betrokkene te zijn genoten. 2005 5 11-01-2005 21-12-2004 2005 5 11-01-2005 21-12-2004 12-01-2005 01-12-2001
Artikel 5a — Artikel 5a#
Artikel 5a 1 Werkloosheidswet Wet arbeid en zorg Indien de betrokkene gedurende de periode dat zij recht heeft op een uitkering krachtens de, in verband met zwangerschap en bevalling, adoptie onderscheidenlijk het opnemen van een pleegkind in het genot komt van een uitkering krachtens de, wordt de uitkering krachtens de Wet arbeid en zorg gedurende de periode waarin de betrokkene in het genot hiervan is, aangevuld tot 100% van het voor de betrokkene geldende dagloon. 2 Werkloosheidswet Wet arbeid en zorg artikel 4 Indien het recht op uitkering krachtens dena afloop van de periode waarin de betrokkene in het genot van een uitkering krachtens deis geweest, herleeft, tellen zowel de termijn waarover betrokkene voorafgaand aan die periode recht heeft gehad op een uitkering krachtens de Werkloosheidswet als de termijn gedurende welke krachtens de Wet arbeid en zorg een uitkering is genoten, mee voor het vaststellen van de hoogte van de aanvullende uitkering, bedoeld in. 3 Wet arbeid en zorg Voor de toepassing van dit artikel wordt de uitkering krachtens desteeds geacht onverminderd door de betrokkene te zijn genoten. 2005 5 11-01-2005 21-12-2004 2005 5 11-01-2005 21-12-2004 12-01-2005 01-12-2001
Artikel 6 — Artikel 6 Overlijdensuitkering#
Artikel 6 Overlijdensuitkering 1 artikel 35 36 van de Ziektewet Zo spoedig mogelijk na het overlijden van betrokkene wordt de uitkering, bedoeld inofaangevuld tot 100% van het voor betrokkene geldende dagloon. 2 Ziektewet Voor de toepassing van het eerste lid wordt de uitkering krachtens desteeds geacht onverminderd door de betrokkene te zijn genoten. 2011 25 10-02-2011 31-01-2011 2011 25 10-02-2011 31-01-2011 11-02-2011 01-05-2007
Artikel 7 — Artikel 7 Verplichtingen en sancties#
Artikel 7 Verplichtingen en sancties Werkloosheidswet Ziektewet Indien ten aanzien van de uitkering die betrokkene krachtens deof krachtens degeniet een verplichting of een sanctie wordt opgelegd, wordt die verplichting eveneens opgelegd dan wel die sanctie op overeenkomstige wijze toegepast op de aanvullende uitkering. 2000 512 07-12-2000 23-11-2000 2000 512 07-12-2000 23-11-2000 01-01-2001
Artikel 8 — Artikel 8 Recht op aansluitende uitkering#
Artikel 8 Recht op aansluitende uitkering 1 artikel 2 Werkloosheidswet Indien op het moment van ontslag de duur van de uitkering berekend op basis van, langer is dan de duur van de uitkering berekend op basis van de, heeft de betrokkene, die het einde van de uitkeringsduur krachtens de Werkloosheidswet heeft bereikt, met ingang van dat moment recht op een aansluitende uitkering, met dien verstande dat de verloren arbeidsuren waarvoor hij geen betrokkene is, geen aanspraak geven op een uitkering krachtens dit besluit. 2 hoofdstuk II, paragrafen 1 tot en met 3 artikelen 75 76 76a 77a 78 van de Werkloosheidswet Op de aansluitende uitkering zijnen de,,,envan overeenkomstige toepassing. 3 In afwijking van het tweede lid eindigt het recht op een aansluitende uitkering niet voor zover de betrokkene: a. artikel 19, eerste lid, onderdelen a, b en c, van de Werkloosheidswet recht heeft op een uitkering als bedoeld in; of b. artikel 19, eerste lid, onderdeel a of b van de Werkloosheidswet geen recht heeft op een uitkering als bedoeld invanwege het enkele feit dat zijn verzekering op grond van de in artikel 19 van de Werkloosheidswet genoemde wetten is geëindigd; of c. niet beschikbaar is om arbeid te aanvaarden in verband met een situatie als bedoeld in onderdeel a of b. 4 artikelen 19, eerste lid, onderdeel h 20, eerste lid, onderdeel b, van de Werkloosheidswet In afwijking van het tweede lid zijn de, enniet van overeenkomstige toepassing op de aansluitende uitkering, bedoeld in het eerste lid. 5 Het recht op een aansluitende uitkering eindigt na ommekomst van de duur van de aansluitende uitkering, doch uiterlijk op de dag waarop betrokkene de AOW-gerechtigde leeftijd bereikt. 2016 434 25-11-2016 15-11-2016 2016 434 25-11-2016 15-11-2016 31-12-2016 01-01-2015
Artikel 9 — Artikel 9 Duur van de aansluitende uitkering#
Artikel 9 Duur van de aansluitende uitkering artikel 2 Werkloosheidswet De duur van de aansluitende uitkering is de op het moment van ontslag berekende uitkeringsduur op basis van, verminderd met de ter zake van dat ontslag berekende uitkeringsduur krachtens de. 2005 427 31-08-2005 22-08-2005 2005 427 31-08-2005 22-08-2005 01-01-2006 Artikel II van Stb. 2005/427 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 10 — Artikel 10 Hoogte van de aansluitende uitkering#
Artikel 10 Hoogte van de aansluitende uitkering 1 De aansluitende uitkering bedraagt 70% van het voor betrokkene geldende dagloon. 2 artikel 1b, van de Werkloosheidswet Ten aanzien van de hoogte van de aansluitende uitkering isvan toepassing. 2015 242 29-06-2015 18-06-2015 2015 242 29-06-2015 18-06-2015 01-07-2015
Artikel 11 — Artikel 11 Overlijdensuitkering#
Artikel 11 Overlijdensuitkering 1 artikel 35 artikel 36 van de Ziektewet Zo spoedig mogelijk na het overlijden van de betrokkene wordt onder overeenkomstige toepassing vandan weleen overlijdensuitkering toegekend, met dien verstande dat de uitkering 100% van het dagloon bedraagt. 2 Ziektewet Op het uit te keren bedrag, bedoeld in het eerste lid, wordt in mindering gebracht het bedrag van de uitkering waarop de nagelaten betrekkingen van betrokkene ter zake van diens overlijden aanspraak kunnen maken uit hoofde van een of meer werkloosheidsuitkeringen, arbeidsongeschiktheidsuitkeringen, uitkeringen op grond van dedan wel uitkeringen die naar aard en strekking overeenkomen met laatstgenoemde uitkeringen, waarop betrokkene recht had. 2000 512 07-12-2000 23-11-2000 2000 512 07-12-2000 23-11-2000 01-01-2001
Artikel 12 — Artikel 12 Verrekening suppletie#
Artikel 12 Verrekening suppletie Vervallen 2011 25 10-02-2011 31-01-2011 2011 25 10-02-2011 31-01-2011 11-02-2011 01-01-2007 Artikel XII van Stb. 2011/25 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 13 — Artikel 13 Uitkering na afschatting#
Artikel 13 Uitkering na afschatting 1 Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering hoofdstuk 6 7 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen Werkloosheidswet De betrokkene, die recht heeft op een uitkering krachtens de, berekend naar een arbeidsongeschiktheid van 80% of meer dan wel een uitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80% of meer, of ingevolgeof, heeft recht op een bovenwettelijke uitkering krachtens dit besluit op het moment dat de mate van arbeidsongeschiktheid op een lager percentage wordt vastgesteld dan 80% waardoor recht ontstaat op een uitkering krachtens de. Indien de in de eerste volzin bedoelde arbeidsongeschiktheidsuitkering is ontstaan uit twee of meer dienstbetrekkingen wordt het recht op een bovenwettelijke uitkering krachtens dit besluit toegerekend aan de dienstbetrekking ter zake waarvan hij betrokkene is in de zin van dit besluit, naar rato van de feitelijk genoten inkomsten uit hoofde van de desbetreffende dienstbetrekkingen. 2 artikel 2 Ter bepaling van de duur van de bovenwettelijke uitkering krachtenswordt uitgegaan van de datum van het ontslag, bedoeld in het eerste lid. 3 De hoogte van de bovenwettelijke uitkering wordt vastgesteld te rekenen vanaf de datum van het ontslag, bedoeld in het eerste lid. 2011 25 10-02-2011 31-01-2011 2011 25 10-02-2011 31-01-2011 11-02-2011 29-12-2005 Abusievelijk is voor het eerste lid, eerste volzin, en voor het eerste lid, tweede volzin, een wijzigingsopdracht geformuleerd die niet geheel juist is.
Artikel 14 — Artikel 14 Herleving van het recht op een bovenwettelijke uitkering#
Artikel 14 Herleving van het recht op een bovenwettelijke uitkering 1 Werkloosheidswet Werkloosheidswet Indien het recht op een bovenwettelijke uitkering geheel of gedeeltelijk is geëindigd en betrokkene is, na het gaan verrichten van arbeid als werknemer, wederom werkloos is geworden in de zin van de, herleeft op zijn aanvraag het recht op een bovenwettelijke uitkering voor zover er een nieuw recht op een uitkering krachtens deis ontstaan of het oude recht is herleefd. De duur en de hoogte van de bovenwettelijke uitkering zijn gelijk aan de duur en de hoogte van de uitkering waarop betrokkene op grond van dit besluit nog recht zou hebben gehad indien hij onafgebroken werkloos zou zijn geweest. 2 Werkloosheidswet Werkloosheidswet Werkloosheidswet De betrokkene aan wie een ontslag is verleend en die onmiddellijk aansluitend aan dat ontslag arbeid als werknemer gaat verrichten en die werkloos wordt in de zin van de, heeft op zijn aanvraag recht op een bovenwettelijke uitkering krachtens dit besluit voor zover er een recht op een uitkering krachtens debestaat op het moment van werkloos worden, met ingang van de eerste dag waarop recht op een uitkering krachtens deis ontstaan. De duur en hoogte van de bovenwettelijke uitkering zijn gelijk aan de duur en hoogte van de bovenwettelijke uitkering, waarop betrokkene op het moment van ontslag recht zou hebben gehad, met dien verstande dat het recht op bovenwettelijke uitkering ingaat met ingang van de dag waarop het ontslag is verleend. 3 Een recht op een bovenwettelijke uitkering als bedoeld in het eerste en tweede lid, kan slechts ontstaan gedurende de termijn welke betrokkene in het geval dat hij onafgebroken werkloos zou zijn geweest, een bovenwettelijke uitkering ter zake van dat ontslag zou hebben genoten. 2000 512 07-12-2000 23-11-2000 2000 512 07-12-2000 23-11-2000 01-01-2001
Artikel 15 — Artikel 15 Loonaanvulling#
Artikel 15 Loonaanvulling 1 De betrokkene, wiens recht op uitkering geheel of gedeeltelijk is beëindigd wegens het gaan verrichten van arbeid als werknemer, ontvangt op zijn aanvraag, gedurende de voor hem op de datum van ontslag vastgestelde uitkeringsduur, voor zover deze nog niet is verstreken, een loonaanvulling, indien het dagloon in de nieuwe betrekking minder bedraagt dan het dagloon uit de betrekking waaruit hij werkloos werd. 2 De loonaanvulling vervalt met ingang van de dag, waarop de betrokkene opnieuw volledig werkloos wordt of niet meer voldoet aan de voorwaarde, bedoeld in het eerste lid, of de duur van de uitkering is verstreken. 3 De hoogte van de loonaanvulling is gelijk aan het verschil tussen het dagloon in zijn nieuwe betrekking en het dagloon van de betrekking waaruit betrokkene werkloos is geworden. 4 De loonaanvulling wordt proportioneel toegekend, indien de omvang van de nieuwe betrekking minder bedraagt dan de betrekking waaruit de betrokkene is ontslagen. Indien de omvang van de nieuwe betrekking groter is dan de omvang van de betrekking waaruit de betrokkene is ontslagen, bedraagt de hoogte van de loonaanvulling het feitelijke verschil in dagloon tussen de oude en de nieuwe betrekking. 5 De aanvraag om loonaanvulling wordt binnen drie maanden na het aanvaarden van de nieuwe betrekking ingediend. De loonaanvulling wordt door middel van een beschikbaar gesteld formulier aangevraagd. Bij overschrijding van deze termijn wordt de loonaanvulling toegekend vanaf het moment dat de aanvraag werd ingediend. 2014 77 20-02-2014 11-02-2014 2014 77 20-02-2014 11-02-2014 21-02-2014 Artikel IV, eerste lid, van Stb. 2014/77 bevat overgangsrecht
m.b.t. deze wijziging.
Artikel 16 — Artikel 16 Tegemoetkoming verhuiskosten#
Artikel 16 Tegemoetkoming verhuiskosten Aan de betrokkene, die buiten de rijksdienst arbeid of bedrijf ter hand gaat nemen, kan op zijn aanvraag ter zake van de kosten, die voor hem aan een daartoe nodige verhuizing zijn verbonden, een eenmalige tegemoetkoming worden toegekend van € 1 361 onder verrekening van een tegemoetkoming in verhuiskosten uit anderen hoofde. 2001 415 04-10-2001 14-09-2001 2001 415 04-10-2001 14-09-2001 01-01-2002
Artikel 17 — Artikel 17 Afkoop recht op aanvullende en aansluitende uitkering#
Artikel 17 Afkoop recht op aanvullende en aansluitende uitkering Op aanvraag van de betrokkene kan het recht op de bovenwettelijke uitkering voor 30% van de nominale waarde daarvan worden afgekocht indien de bestemming van het afkoopbedrag kansen biedt op een blijvende opheffing van de bestaande werkloosheid. 2000 512 07-12-2000 23-11-2000 2000 512 07-12-2000 23-11-2000 01-01-2001
Artikel 18 — Artikel 18 Afwijkende percentages#
Artikel 18 Afwijkende percentages artikelen 4 10 Wet van 20 december 1984, houdende aanpassing van uitkeringspercentages van ontslaguitkerings- en arbeidsongeschiktheidsregelingen voor overheidspersoneel, onderwijspersoneel en daarmee gelijk te stellen personeel In afwijking van deenbedraagt het percentage 67% in plaats van 70% van het dagloon, zolang de(Stb. 657) op de betrokkene van toepassing is. 2014 77 20-02-2014 11-02-2014 2014 77 20-02-2014 11-02-2014 21-02-2014 Artikel IV, eerste lid, van Stb. 2014/77 bevat overgangsrecht
m.b.t. deze wijziging.
Artikel 19 — Artikel 19 Neerwaartse wijzigingen#
Artikel 19 Neerwaartse wijzigingen 1 Werkloosheidswet artikel 50, tweede lid, van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren Indien het niveau van de uitkering krachtens deeen algemeen neerwaartse wijziging ondergaat, wordt deze neerwaartse wijziging, behoudens indien na overleg met de Sectorcommissie rechterlijke macht, genoemd inanders wordt overeengekomen, binnen zes maanden na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin de maatregel is geplaatst, op overeenkomstige wijze doorgevoerd ten aanzien van het totaal aan wettelijke en bovenwettelijke aanspraken van betrokkene, vanaf de datum van inwerkingtreding van bedoelde maatregel, doch niet eerder dan zes maanden na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin de maatregel is geplaatst. 2 artikel 51, derde lid, van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren Indien in het overleg, bedoeld in het eerste lid, een geschil ontstaat, wordt de doorvoering van de neerwaartse wijziging, in afwijking van het eerste lid, opgeschort met ingang van de dag waarop het geschil voor advies dan wel arbitrale uitspraak is voorgelegd aan de commissie, bedoeld in. 3 Indien de in het tweede lid bedoelde commissie blijkens zijn advies of arbitrale uitspraak geen bedenkingen heeft tegen doorvoering van de neerwaartse wijziging, wordt de maatregel op overeenkomstige wijze doorgevoerd ten aanzien van het totaal aan wettelijke en bovenwettelijke aanspraken van betrokkene vanaf de datum van inwerkingtreding daarvan, doch niet eerder dan zes maanden na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin de maatregel is geplaatst. Indien de datum van inwerkingtreding van de bedoelde maatregel is gelegen op een tijdstip vóór het uitbrengen van het advies dan wel vóór de arbitrale uitspraak, vindt de doorvoering plaats vanaf de eerste dag na de maand waarin het advies is uitgebracht dan wel de arbitrale uitspraak is gedaan, doch niet eerder dan zes maanden na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin de maatregel is geplaatst. 2010 210 15-06-2010 01-06-2010 2010 225 22-06-2010 14-06-2010 01-07-2010
Artikel 20 — Artikel 20 Indexering#
Artikel 20 Indexering Het dagloon wordt steeds aangepast overeenkomstig een algemene wijziging van het salaris, van de vakantieuitkering en van de eindejaarsuitkering van rechterlijke ambtenaren, met ingang van de dag waarop die wijziging van het salaris, de vakantieuitkering respectievelijk de eindejaarsuitkering van kracht wordt. 2011 25 10-02-2011 31-01-2011 2011 25 10-02-2011 31-01-2011 11-02-2011 01-01-2005
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 Wijzigt het Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren. 2000 512 07-12-2000 23-11-2000 2000 512 07-12-2000 23-11-2000 01-01-2001
Artikel 22 — Artikel 22 Overgangsrecht#
Artikel 22 Overgangsrecht 1 artikel 39, tweede lid, van het Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren artikel 53 van de Wet overheidspersoneel onder de werknemersverzekeringen Ontslaguitkeringen die aan de betrokkene zijn toegekend krachtenszoals dat luidde vóór het tijdstip van aanvang van fase 2, bedoeld in, blijven gehandhaafd voor de duur van de uitkering. 2 hoofdstuk 2 De rechterlijk ambtenaar die voor of op 31 december 1999 in tijdelijke dienst is aangesteld en die tot de datum van ontslag, die ligt op of na 1 januari 2001, onafgebroken in tijdelijke dienst is geweest, heeft recht op een aanvullende uitkering overeenkomstig de bepalingen van. 2003 348 04-09-2003 26-08-2003 2003 348 04-09-2003 26-08-2003 01-10-2003 01-01-2001
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2001. 2000 512 07-12-2000 23-11-2000 2000 512 07-12-2000 23-11-2000 01-01-2001
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid van rechterlijke ambtenaren. 2000 512 07-12-2000 23-11-2000 2000 512 07-12-2000 23-11-2000 01-01-2001