Besluit van 19 juni 1996, houdende vaststelling van de regeling inzake de aanvullende voorzieningen bij werkloosheid van rijksambtenaren (Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid voor de sector Rijk)
- BWB-id
- BWBR0008114
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
- Geldigheid
- 2018-11-07 t/m 2019-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0008114
- ELI
- /eli/nl/amvb/2001/besluit-bovenwettelijke-uitkeringen-bij-werkloosheid-voor-de-bwbr0008114
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/2001/besluit-bovenwettelijke-uitkeringen-bij-werkloosheid-voor-de-bwbr0008114/2018-11-07
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0008114&g=2018-11-07
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0008114&z=2026-06-06&g=2018-11-07
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0008114/2018-11-07
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/2001/besluit-bovenwettelijke-uitkeringen-bij-werkloosheid-voor-de-bwbr0008114
Artikel 1 — Artikel 1 Begripsomschrijvingen#
Artikel 1 Begripsomschrijvingen 1 In dit besluit wordt verstaan onder: a. Onze Minister: Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties; b. betrokkene: 1e. Algemeen Rijksambtenarenreglement Ambtenarenreglement Staten-Generaal Reglement Dienst Buitenlandse Zaken artikelen 49vv, zesde lid 81, eerste lid, onderdeel l 94 artikel 49tt, eerste lid 94b, tweede en vierde lid 94c, tweede lid, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement 130d, eerste lid, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement artikelen 1 2 van het Ambtenarenreglement Staten-Generaal artikel 87, eerste lid, onder l, van het Reglement Dienst Buitenlandse Zaken Werkloosheidswet de ambtenaar in vaste dienst, die op basis van het, hetof hetin burgerlijke rijksdienst werkzaam is of is geweest en die ten gevolge van een ontslag, met uitzondering van een ontslag op grond van de,,voor zover toepassing is gegeven aan,,,zoals deze luidde op 31 maart 2015, deenj° artikel 81, eerste lid, onder l, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement of, werkloos is geworden in de zin van de; 2e. Algemeen Rijksambtenarenreglement Ambtenarenreglement Staten-Generaal Reglement Dienst Buitenlandse Zaken Werkloosheidswet de ambtenaar in vaste dienst die is aangesteld op basis van het, hetof heten die tengevolge van ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte werkloos is geworden in de zin van de; c. Hoofdstuk 2 aanvullende uitkering: de aanvullende uitkering bedoeld invan dit besluit; d. Hoofdstuk 3 aansluitende uitkering: de aansluitende uitkering bedoeld invan dit besluit; e. bovenwettelijke uitkering: aanvullende en aansluitende uitkering; f. artikel 1b, eerste en zesde lid, van de Werkloosheidswet artikel 17, eerste lid, van de Wet financiering sociale verzekeringen dagloon: het dagloon in de zin van, evenwel zonder toepassing van het bedrag, bedoeld inmet betrekking tot een loontijdvak van een dag; g. artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet pensioengerechtigde leeftijd: de leeftijd, bedoeld in; h. Werkloosheidswet werkloosheidsuitkering: een uitkering in de zin van de; i. artikel 1b, tweede lid, van de Werkloosheidswet; maandloon: het maandloon, bedoeld in j. artikel 17, eerste lid, van de Wet financiering sociale verzekeringen bovenwettelijk maandloon: het maandloon, evenwel zonder toepassing van het bedrag, bedoeld in; k. artikel 1b, vierde lid, van de Werkloosheidswet inkomen in een kalendermaand: het inkomen in een kalendermaand, bedoeld in. 2 artikel 21a, vijfde lid artikel 57b, eerste lid, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement artikelen 35 38 van het Reglement Dienst Buitenlandse Zaken Indien op het salaris van de betrokkene op de dag voorafgaande aan het ontslag een inhouding werd toegepast op grond van,, dan wel deen, wordt voor het dagloon bedoeld in het eerste lid, onderdeel f, uitgegaan van het dagloon zoals dat zou zijn vastgesteld indien geen sprake was geweest van bedoelde inhouding. 2017 509 22-12-2017 13-12-2017 2017 510 22-12-2017 13-12-2017 01-01-2018 De wijziging is niet voor de tweede keer doorgevoerd. Abusievelijk is een wijzigingsopdracht geformuleerd die niet
geheel juist is.
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 hoofdstuk 2, paragraaf 4, van de Werkloosheidswet De uitkeringsduur van de bovenwettelijke uitkering bedraagt drie maal de uitkeringsduur zoals vastgesteld op grond van. 2 De uitkeringsduur, bedoeld in het eerste lid, wordt verlengd tot de dag waarop betrokkene de pensioengerechtigde leeftijd bereikt, indien het moment van ontslag ten hoogste acht jaar ligt voor die leeftijd en hij direct voorafgaand aan het ontslag een diensttijd van ten minste tien jaar heeft volbracht. 2014 345 08-10-2014 11-09-2014 2014 345 08-10-2014 11-09-2014 09-10-2014
Artikel 3 — Artikel 3 Recht op aanvullende uitkering#
Artikel 3 Recht op aanvullende uitkering 1 Werkloosheidswet De betrokkene heeft gedurende de periode dat recht bestaat op een uitkering krachtens de, recht op een aanvullende uitkering, met dien verstande dat het recht op een aanvullende uitkering niet eerder ingaat dan de dag waarop het ontslag in werking treedt. 2 hoofdstuk II, paragrafen 1 tot en met 3 artikelen 75 76 76a 77a 78 van de Werkloosheidswet Op de aanvullende uitkering, bedoeld in het eerste lid, zijn, alsmede de,,,envan overeenkomstige toepassing. 3 artikel 41 van de Werkloosheidswet artikelen 47a 47b van de Werkloosheidswet Werkloosheidswet In afwijking van het tweede lid isniet van overeenkomstige toepassing op de aanvullende uitkering, bedoeld in het eerste lid en zijn deenslechts van overeenkomstige toepassing op de aanvullende uitkering indien de hoogte van de in mindering te brengen inkomsten de uitkering krachtens deoverstijgen. 2017 344 28-09-2017 13-09-2017 2017 344 28-09-2017 13-09-2017 29-09-2017 01-07-2015
Artikel 4 — Artikel 4 Hoogte van de aanvullende uitkering#
Artikel 4 Hoogte van de aanvullende uitkering 1 De aanvulling op de werkloosheidsuitkering bedraagt de uitkomst van de formule: 0,7 * (A – B) – C, in welke formule voorstelt: A: het bedrag van het bovenwettelijk maandloon; B: het bedrag van het inkomen in een kalendermaand; C: het bedrag van de werkloosheidsuitkering. 2 Werkloosheidswet Voor de toepassing van dit artikel wordt de uitkering krachtens desteeds geacht door betrokkene onverminderd te zijn genoten. 2017 344 28-09-2017 13-09-2017 2017 344 28-09-2017 13-09-2017 29-09-2017 01-07-2015
Artikel 5 — Artikel 5 Aanvullende uitkering bij ziekte#
Artikel 5 Aanvullende uitkering bij ziekte 1 Werkloosheidswet Ziektewet Ziektewet Indien de betrokkene gedurende de periode dat hij krachtens derecht heeft op een uitkering, wegens ziekte verhinderd wordt arbeid te verrichten en deswege een uitkering geniet krachtens de, wordt die uitkering krachtens deaangevuld tot 70% van het voor betrokkene geldende dagloon. 2 Ziektewet Voor de toepassing van dit artikel wordt de uitkering krachtens desteeds geacht onverminderd door betrokkene te zijn genoten. 2005 637 15-12-2005 07-12-2005 2005 637 15-12-2005 07-12-2005 01-01-2006
Artikel 5a — Artikel 5a#
Artikel 5a 1 Wet arbeid en zorg De uitkering krachtens dedie betrokkene heeft, wordt a. in verband met haar zwangerschap en bevalling gedurende ten minste 16 weken aangevuld tot 100% van het voor haar geldende dagloon, en wel voor de periode 1°. die aanvangt zes weken voor de dag na de vermoedelijke datum van bevalling, zoals aangegeven in een schriftelijke verklaring van een arts of verloskundige, tot en met de dag van de bevalling. Indien de betrokkene dat wenst, vangt het recht op uitkering in verband met zwangerschap aan op een later tijdstip, doch uiterlijk vier weken voor de dag na de vermoedelijk datum van bevalling; en 2°. Het bevallingsverlof gaat in op de dag na de bevalling en bedraagt tien aaneengesloten weken vermeerderd met het aantal dagen dat het zwangerschapsverlof tot en met de vermoedelijke datum van bevalling, dan wel, indien eerder gelegen, tot en met de werkelijke datum van bevalling, minder dan zes weken heeft bedragen; b. in verband met adoptie gedurende ten hoogste vier aaneengesloten weken vanaf twee weken vóór de eerste dag dat de feitelijke opneming ter adoptie een aanvang heeft genomen of zal nemen, aangevuld tot 100% van het voor betrokkene geldende dagloon; of c. in verband met het opnemen van een pleegkind gedurende ten hoogste vier aaneengesloten weken vanaf twee weken vóór de eerste dag dat de feitelijke opneming van het pleegkind een aanvang heeft genomen of zal nemen, aangevuld tot 100% van het voor betrokkene geldende dagloon. 2 Wet arbeid en zorg Voor de toepassing van dit artikel wordt de uitkering krachtens desteeds geacht onverminderd door betrokkene te zijn genoten. 2011 525 15-11-2011 27-10-2011 2011 525 15-11-2011 27-10-2011 01-01-2012
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 artikel 35 36 van de Ziektewet Zo spoedig mogelijk na het overlijden van betrokkene wordt de uitkering bedoeld inofaangevuld tot 100% van het voor betrokkene geldende dagloon over een tijdvak van 3 maanden. 2 Voor de toepassing van het eerste lid wordt de betrokkene geacht steeds onverminderd ziekengeld te hebben genoten. 2010 815 21-12-2010 13-12-2010 2010 815 21-12-2010 13-12-2010 22-12-2010 01-05-2007
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 Werkloosheidswet Ziektewet Indien ten aanzien van de uitkering die betrokkene krachtens deof krachtens degeniet een verplichting of een sanctie wordt opgelegd, wordt die verplichting eveneens opgelegd dan wel die sanctie op overeenkomstige wijze toegepast op de aanvullende uitkering. 2010 815 21-12-2010 13-12-2010 2010 815 21-12-2010 13-12-2010 22-12-2010
Artikel 8 — Artikel 8 Recht op aansluitende uitkering#
Artikel 8 Recht op aansluitende uitkering 1 artikel 2 Werkloosheidswet Werkloosheidswet Indien op het moment van ontslag de duur van de uitkering berekend op basis vanvan dit besluit langer is dan de duur van de uitkering berekend op basis van de, heeft betrokkene, die het einde van de uitkeringsduur krachtens deheeft bereikt, met ingang van dat moment recht op een aansluitende uitkering, met dien verstande dat de verloren arbeidsuren waarvoor hij geen betrokkene is geen aanspraak geven op een uitkering krachtens dit besluit. 2 hoofdstuk II, paragrafen 1 tot en met 3 artikelen 47a 47b 75 76 76a 77a 78 van de Werkloosheidswet Op de aansluitende uitkering zijn, en de,,,,,envan overeenkomstige toepassing. 3 artikelen 19, eerste lid, onderdelen a, b, c en h 20, eerste lid, onderdeel b, van de Werkloosheidswet In afwijking van het tweede lid zijn de, en, niet van overeenkomstige toepassing op de aansluitende uitkering, bedoeld in het eerste en tweede lid. 4 Het recht op aansluitende uitkering eindigt na ommekomst van de duur van de aansluitende uitkering, maar uiterlijk op de dag waarop betrokkene de pensioengerechtigde leeftijd bereikt. 5 Ziektewet In het geval van samenloop van een uitkering krachtens deen een aansluitende uitkering wordt de uitkering krachtens de Ziektewet geheel in mindering gebracht op de aansluitende uitkering. 2018 384 06-11-2018 18-10-2018 2018 384 06-11-2018 18-10-2018 07-11-2018 01-03-2012
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 artikel 2 Werkloosheidswet De duur van de aansluitende uitkering is de op het moment van ontslag berekende uitkeringsduur op basis vanverminderd met de terzake van dat ontslag berekende uitkeringsduur krachtens de. 2010 815 21-12-2010 13-12-2010 2010 815 21-12-2010 13-12-2010 22-12-2010 11-08-2003
Artikel 10 — Artikel 10 Hoogte van de aansluitende uitkering#
Artikel 10 Hoogte van de aansluitende uitkering De aansluitende uitkering bedraagt de uitkomst van de formule 0,7 * (A – B). in welke formule voorstelt: A: het bedrag van het bovenwettelijk maandloon; B: het bedrag van het inkomen in een kalendermaand. 2017 344 28-09-2017 13-09-2017 2017 344 28-09-2017 13-09-2017 29-09-2017 01-07-2015
Artikel 11 — Artikel 11 Overlijdensuitkering#
Artikel 11 Overlijdensuitkering 1 artikel 35 van de Ziektewet Zo spoedig mogelijk na het overlijden van betrokkene wordt onder overeenkomstige toepassing vaneen overlijdensuitkering toegekend ten bedrage van 100% van het voor betrokkene geldende dagloon over een tijdvak van 3 maanden. 2 Ziektewet Op het uit te keren bedrag, bedoeld in het eerste lid, wordt in mindering gebracht het bedrag van de uitkering waarop de nagelaten betrekkingen van betrokkene ter zake van diens overlijden aanspraak kunnen maken uit hoofde van een of meer werkloosheidsuitkeringen, arbeidsongeschiktheidsuitkeringen, uitkeringen op grond van dedanwel uitkeringen die naar aard en strekking overeenkomen met laatstgenoemde uitkeringen, waarop betrokkene recht had. Alleen uitkeringen die voortvloeien uit de dienstbetrekking op grond waarvan de uitkering bedoeld in het eerste lid wordt toegekend worden in mindering gebracht. 1996 352 04-07-1996 19-06-1996 1996 352 04-07-1996 19-06-1996 01-01-2001 1997 655 18-12-1997 04-12-1997 2000 573 21-12-2000 08-12-2000 2000 573 21-12-2000 08-12-2000 1999 354 24-08-1999 17-07-1999 01-01-2001
Artikel 11b — Artikel 11b#
Artikel 11b 1 De betrokkene die uitsluitend op grond van artikel 65 van de Verordening (EG) nr. 883/2004 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 29 april 2004 betreffende de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels (PbEU L 200) of op grond van artikel 71, eerste lid, onderdeel a ii en b ii van de Verordening (EEG) nr. 1408/71 van de Raad van de Europese Unie van 14 juni 1971 betreffende de toepassing van de sociale zekerheidsregelingen op werknemers en zelfstandigen, alsmede hun gezinsleden, die zich binnen de Gemeenschap verplaatsen (PbEU L28), geen recht op een werkloosheidsuitkering heeft, heeft recht op een bovenwettelijke werkloosheidsuitkering op grond van dit artikel, wanneer hij in zijn woonland recht heeft op een wettelijke werkloosheidsuitkering als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder h, respectievelijk artikel 4, eerste lid, onder g, van de verordening. 2 De bovenwettelijke werkloosheidsuitkering waarop de betrokkene op grond van het eerste lid recht heeft, is in hoogte en duur gelijk aan de werkloosheidsuitkering en de bovenwettelijke uitkering waarop de betrokkene recht zou hebben gehad indien hij in Nederland zou hebben gewoond. 3 De uitkering wegens werkloosheid, die de betrokkene ontvangt naar het recht van zijn woonland, wordt geheel in mindering gebracht op de uitkering op grond van dit artikel over dezelfde periode. 4 Ziektewet Indien de betrokkene gedurende de periode dat hij krachtens werkloosheidswetgeving recht heeft op een werkloosheidsuitkering, (tijdelijk) wegens ziekte verhinderd is om arbeid te kunnen verrichten, waarbij in het woonland de werkloosheidsuitkering hierdoor niet tot uitbetaling kan komen omdat voor de werkloosheidsuitkering (tijdelijk) een uitkering wegens ziekte, zwangerschapsverlof of bevallingsverlof, naar het recht van zijn woonland in de plaats komt, wordt die uitkering voor de toepassing van het tweede lid gelijkgesteld met de overeenkomstige uitkering op grond van de. Deze gelijkstelling vindt plaats met een maximale duur van de overeenkomstige uitkering op grond van de Ziektewet. Zolang deze gelijkstelling duurt, is de uitkering op grond van dit artikel gelijk aan de uitkering op grond van de Ziektewet en de bovenwettelijke uitkering waarop de betrokkene recht zou hebben gehad indien hij in Nederland had gewoond. 5 artikel 3:10 van de Wet arbeid en zorg Ziektewet Voor de toepassing van het vierde lid wordt een uitkering op grond vangelijkgesteld met een uitkering op grond van de. 6 De uitkering wegens ziekte, zwangerschap, bevalling, arbeidsongeschiktheid of adoptie en pleegzorg die de betrokkene ontvangt naar het recht van zijn woonland, wordt geheel in mindering gebracht op de uitkering op grond van dit artikel over dezelfde periode. 7 Sancties die zijn opgelegd krachtens de werkloosheidswetgeving, dan wel ziektewetgeving of arbeidsongeschiktheidswetgeving van de andere lidstaat, werken op gelijke wijze door in de hoogte van de uitkering op grond van dit besluit. 8 Betrokkene is te allen tijde verplicht alle informatie die betrekking heeft, of kan hebben, op de hoogte van of het recht op de uitkering op grond van dit besluit, door te geven aan Onze Minister. 2010 815 21-12-2010 13-12-2010 2010 815 21-12-2010 13-12-2010 22-12-2010
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 Vervallen 2017 344 28-09-2017 13-09-2017 2017 344 28-09-2017 13-09-2017 29-09-2017 01-07-2015
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 1 Werkloosheidswet Betrokkene, die terzake van een ontslag wegens ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte recht heeft op een WAO-uitkering, berekend naar een arbeidsongeschiktheid van 80% of meer, heeft recht op een bovenwettelijke uitkering krachtens dit besluit op het moment dat de mate van arbeidsongeschiktheid op een lager percentage wordt vastgesteld dan 80% en daardoor recht heeft op een uitkering krachtens de. Indien de WAO-uitkering, als bedoeld in de eerste volzin, is ontstaan uit twee of meer dienstbetrekkingen wordt het recht op bovenwettelijke uitkering krachtens dit besluit toegerekend aan de dienstbetrekking ter zake waarvan hij betrokkene is in de zin van dit besluit, naar rato van de feitelijk genoten inkomsten uit hoofde van de desbetreffende dienstbetrekkingen. 2 artikel 2 Ter bepaling van de duur van de bovenwettelijke uitkering krachtensvan dit besluit wordt uitgegaan van de datum van het ontslag, als bedoeld in het eerste lid. 2005 637 15-12-2005 07-12-2005 2005 637 15-12-2005 07-12-2005 01-01-2006
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 1 Werkloosheidswet Werkloosheidswet Werkloosheidswet Indien het recht op een bovenwettelijke uitkering geheel is geëindigd wegens het gaan verrichten van arbeid als werknemer en betrokkene vervolgens wederom werkloos is geworden in de zin van de, herleeft op zijn verzoek het recht op een bovenwettelijke uitkering voor zover er een nieuw recht op een uitkering krachtens debestaat, met ingang van de eerste dag waarop het nieuwe recht op uitkering krachtens deis ontstaan. De duur en de hoogte van de bovenwettelijke uitkering zijn gelijk aan de duur en hoogte van de uitkering waarop betrokkene op grond van dit besluit nog recht zou hebben gehad indien hij onafgebroken werkloos zou zijn geweest. 2 Werkloosheidswet Werkloosheidswet Werkloosheidswet Werkloosheidswet Betrokkene aan wie een ontslag is verleend en die onmiddellijk aansluitend aan dat ontslag arbeid als werknemer gaat verrichten en die werkloos wordt in de zin van de, heeft op zijn verzoek recht op een bovenwettelijke uitkering krachtens dit besluit voor zover er een recht op een uitkering krachtens dezou bestaan op het moment van ontslagverlening en voor zover er een recht op uitkering krachtens debestaat op het moment van werkloos worden, met ingang van de eerste dag waarop recht op uitkering krachtens deis ontstaan. De duur en hoogte van de bovenwettelijke uitkering zijn gelijk aan de duur en hoogte van de bovenwettelijke uitkering, waarop betrokkene op het moment van ontslag recht zou hebben gehad, met dien verstande dat het recht op bovenwettelijke uitkering ingaat met ingang van de dag waarop het ontslag is verleend. 3 Werkloosheidswet Werkloosheidswet De betrokkene die binnen twee jaar na het privatiseringsontslag als werknemer is ontslagen ten gevolge van opheffing van zijn betrekking bij de privaatrechtelijke organisatie of overtolligheid van personeel door verandering of inkrimping van die organisatie, die daardoor werkloos wordt in de zin van deen ten aanzien van wie een recht op uitkering krachtens debestaat, heeft op zijn verzoek recht op een bovenwettelijke uitkering krachtens dit besluit. De duur en hoogte van de bovenwettelijke uitkering zijn gelijk aan de duur en hoogte van de bovenwettelijke uitkering, waarop betrokkene op het moment van privatiseringsontslag recht zou hebben gehad, met dien verstande dat het recht op bovenwettelijke uitkering ingaat met ingang van de dag van het ontslag als werknemer. 4 Een recht op een bovenwettelijke uitkering, als bedoeld in het eerste en tweede lid, kan slechts ontstaan gedurende de termijn welke betrokkene in het geval dat hij onafgebroken werkloos zou zijn geweest, een bovenwettelijke uitkering terzake van dat ontslag zou hebben genoten. 2017 344 28-09-2017 13-09-2017 2017 344 28-09-2017 13-09-2017 29-09-2017 01-07-2015
Artikel 15 — Artikel 15 Loonaanvulling#
Artikel 15 Loonaanvulling 1 artikel 2 De betrokkene die een nieuwe dienstbetrekking aanvaardt, kan op zijn aanvraag gedurende de op basis vanvoor hem vastgestelde uitkeringsduur een loonaanvulling krijgen, indien het dagloon in de nieuwe dienstbetrekking minder bedraagt dan het dagloon uit de betrekking waaruit hij werkloos werd. 2 Het bedrag van de loonaanvulling bedraagt de uitkomst van de formule (C – 1) * (B – (D/E)*A) in welke formule voorstelt: A: het bedrag van het bovenwettelijk maandloon; B: het bedrag van inkomen in een kalendermaand; C: het voor betrokkene geldende uitkeringspercentage van de bovenwettelijke uitkering; D: het aantal uren van de nieuwe dienstbetrekking, waarbij geldt dat indien D groter is dan E, D wordt gemaximeerd op E; E: het aantal arbeidsuren dat betrokkene gemiddeld per week in de dienstbetrekking waaruit hij werkloos werd werkzaam was in de 26 weken voorafgaand aan de kalenderweek waarin de eerste werkloosheidsdag is gelegen. Bij een uitkomst kleiner dan nul is de loonaanvulling nihil. 3 De loonaanvulling eindigt: a. zodra de nieuwe dienstbetrekking eindigt; b. zodra het totaal aan werkloosheidsuitkering, aanvullende of aansluitende uitkering en inkomen uit de nieuwe dienstbetrekking per maand gelijk is aan of hoger is dan het maandloon, of c. artikel 2 zodra de voor betrokkene op basis vanvastgestelde uitkeringsduur is verstreken. 4 De aanvraag om loonaanvulling wordt binnen drie maanden na het aanvaarden van de nieuwe betrekking ingediend. De loonaanvulling wordt door middel van een beschikbaar gesteld formulier aangevraagd. Bij overschrijding van deze termijn wordt de loonaanvulling toegekend vanaf het moment dat de aanvraag werd ingediend. 2017 344 28-09-2017 13-09-2017 2017 344 28-09-2017 13-09-2017 29-09-2017 01-07-2015
Artikel 16 — Artikel 16 Tegemoetkoming verhuiskosten#
Artikel 16 Tegemoetkoming verhuiskosten Aan de betrokkene, die buiten de rijksdienst arbeid of bedrijf ter hand gaat nemen, kan op zijn verzoek ter zake van de kosten, die voor hem aan een daartoe nodige verhuizing zijn verbonden, een eenmalige tegemoetkoming worden toegekend van € 1 361,34 onder verrekening van een tegemoetkoming in verhuiskosten uit anderen hoofde. 2001 415 04-10-2001 14-09-2001 2001 415 04-10-2001 14-09-2001 01-01-2002
Artikel 17 — Artikel 17 Afkoop recht op aanvullende en aansluitende uitkering#
Artikel 17 Afkoop recht op aanvullende en aansluitende uitkering Op aanvraag van betrokkene kan het recht op bovenwettelijke uitkering op grond van dit besluit voor 30% van de nominale waarde worden afgekocht. 1996 352 04-07-1996 19-06-1996 1996 352 04-07-1996 19-06-1996 01-01-2001 1997 655 18-12-1997 04-12-1997 2000 573 21-12-2000 08-12-2000
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 artikelen 4 10 Wet van 20 december 1984 houdende aanpassing van uitkeringspercentages van ontslaguitkerings- en arbeidsongeschiktheidsregelingen voor overheidspersoneel, onderwijspersoneel en daarmee gelijk te stellen personeel Stb In afwijking van deenvan dit besluit bedraagt het percentage 67% in plaats van 70% van het dagloon, zolang de(. 657) op betrokkene van toepassing is. 2005 637 15-12-2005 07-12-2005 2005 637 15-12-2005 07-12-2005 01-01-2006
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 1 Werkloosheidswet Staatsblad Staatsblad Staatsblad Indien het niveau van de uitkering krachtens deeen algemeen neerwaartse wijziging ondergaat, wordt deze neerwaartse wijziging, behoudens indien in het Sectoroverleg Rijkspersoneel overeenstemming wordt bereikt, binnen zes maanden na de datum van hetwaarin de maatregel is gepubliceerd, op overeenkomstige wijze doorgevoerd ten aanzien van het totaal aan wettelijke en bovenwettelijke aanspraken van betrokkene, vanaf de in hetvermelde datum van inwerkingtreding van bedoelde maatregel, doch niet eerder dan zes maanden na de datum van het. 2 artikel 110g van het Algemeen Rijksambtenarenreglement Indien in het overleg als bedoeld in het eerste lid, een geschil ontstaat, wordt de doorvoering van de neerwaartse wijziging in afwijking van het eerste lid, opgeschort met ingang van de dag waarop het geschil voor advies dan wel arbitrale uitspraak is voorgelegd aan de Advies- en Arbitragecommissie, genoemd in. 1996 352 04-07-1996 19-06-1996 1996 352 04-07-1996 19-06-1996 01-01-2001 1997 655 18-12-1997 04-12-1997 2000 573 21-12-2000 08-12-2000 2000 573 21-12-2000 08-12-2000 1999 354 24-08-1999 17-07-1999 01-01-2001
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 Het dagloon wordt steeds aangepast overeenkomstig een algemene wijziging van het salaris, van de vakantie-uitkering en van de eindejaarsuitkering van het burgerlijk rijkspersoneel, met ingang van de dag waarop die wijziging van het salaris, de vakantie-uitkering respectievelijk de eindejaarsuitkering van kracht wordt. 2007 351 09-10-2007 11-09-2007 2007 351 09-10-2007 11-09-2007 10-10-2007 01-12-2006
Artikel 20a — Artikel 20a#
Artikel 20a Vervallen 2014 345 08-10-2014 11-09-2014 2014 345 08-10-2014 11-09-2014 09-10-2014
Artikel 20b — Artikel 20b#
Artikel 20b Vervallen 2017 344 28-09-2017 13-09-2017 2017 344 28-09-2017 13-09-2017 29-09-2017 01-07-2015
Artikel 20c — Artikel 20c#
Artikel 20c Vervallen 2017 344 28-09-2017 13-09-2017 2017 344 28-09-2017 13-09-2017 29-09-2017 01-07-2015
Artikel 20d — Artikel 20d#
Artikel 20d Vervallen 2017 344 28-09-2017 13-09-2017 2017 344 28-09-2017 13-09-2017 29-09-2017 01-07-2015
Artikel 20e — Artikel 20e#
Artikel 20e 1 Ten aanzien van de betrokkene die op 31 december 2011 recht had op een bovenwettelijke uitkering op basis van dit besluit, blijft dit besluit van toepassing zoals het op die dag luidde, met dien verstande dat: a. artikel 2, derde lid voor de ambtenaar bedoeld in, van het besluit zoals dit gold op 31 december 2011, de uitkeringsduur wordt verlengd tot de dag waarop betrokkene de pensioengerechtigde leeftijd bereikt; b. artikel 8, vierde lid voor de ambtenaar bedoeld in, van het besluit zoals dit gold op 31 december 2011, het recht op aansluitende uitkering eindigt na ommekomst van de duur van de aansluitende uitkering, dan wel op de dag waarop betrokkene de pensioengerechtigde leeftijd bereikt indien dat eerder is. 2 artikel 49d artikel 49e, tweede lid, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement artikel 84d artikel 84e, tweede lid, van Ambtenarenreglement Staten-Generaal artikel 58c artikel 58d, tweede lid, van het Reglement Dienst Buitenlandse Zaken artikel 96 van het Algemeen Rijksambtenarenreglemen artikel 126 van het Ambtenarenreglement Staten-Generaal artikel 99 van het Reglement Dienst Buitenlandse Zaken artikel 2 Ten aanzien van de ambtenaar die voor 1 januari 2012 is aangewezen als herplaatsingskandidaat als bedoeld inof,ofenofen waarvan het ontslag, bedoeld int respectievelijk inof in, ingaat op of na 1 januari 2012, blijftvan dit besluit van toepassing zoals het op 31 december 2011 luidde, met dien verstande dat de uitkeringsduur wordt verlengd tot de dag waarop betrokkene de pensioengerechtigde leeftijd bereikt. 2017 344 28-09-2017 13-09-2017 2017 344 28-09-2017 13-09-2017 29-09-2017 01-07-2013
Artikel 20f — Artikel 20f#
Artikel 20f Ten aanzien van de ambtenaar: artikel 2, tweede lid blijft, van dit besluit van toepassing zoals dat luidde voor dat tijdstip, met dien verstande dat de uitkeringsduur wordt verlengd tot de dag waarop hij de pensioengerechtigde leeftijd bereikt. a. artikel 49d artikel 49e, tweede lid, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement artikel 84d artikel 84e, tweede lid, van Ambtenarenreglement Staten-Generaal artikel 58c artikel 58d, tweede lid, van het Reglement Dienst Buitenlandse Zaken artikel 96 van het Algemeen Rijksambtenarenreglement artikel 126 van het Ambtenarenreglement Staten-Generaal artikel 99 van het Reglement Dienst Buitenlandse Zaken die in de periode van 1 januari 2012 tot en met 14 april 2013 is aangewezen als herplaatsingskandidaat als bedoeld inof,ofofof, en van wie het ontslag, bedoeld in,of, ingaat op of na het tijdstip van inwerkingtreding van het Besluit van 11 september 2014 houdende wijziging van het Algemeen Rijksambtenarenreglement, het Ambtenarenreglement Staten-Generaal, het Reglement Dienst Buitenlandse Zaken, het Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid voor de sector Rijk en het Rijkswachtgeldbesluit 1959 in verband met de verhoging van de pensioengerechtigde leeftijd (Stb. 2014, nr 345), of b. van wie het moment van ontslag ligt in de periode vanaf 1 juli 2013 tot en met de dag voor het tijdstip van inwerkingtreding van het Besluit van 11 september 2014 houdende wijziging van het Algemeen Rijksambtenarenreglement, het Ambtenarenreglement Staten-Generaal, het Reglement Dienst Buitenlandse Zaken, het Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid voor de sector Rijk en het Rijkswachtgeldbesluit 1959 in verband met de verhoging van de pensioengerechtigde leeftijd (Stb. 2014, nr 345), 2017 344 28-09-2017 13-09-2017 2017 344 28-09-2017 13-09-2017 29-09-2017 01-07-2015
Artikel 20g — Artikel 20g#
Artikel 20g de artikelen 20e 20f Onverminderd het bepaalde inenvan dit besluit, blijft op uitkeringen op grond van dit besluit, ingegaan vóór 1 juli 2015, dit besluit van toepassing, zoals dat luidde op 30 juni 2015. 2017 344 28-09-2017 13-09-2017 2017 344 28-09-2017 13-09-2017 29-09-2017 01-07-2015
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 Onze Minister is belast met de uitvoering van dit besluit. 1996 352 04-07-1996 19-06-1996 1996 352 04-07-1996 19-06-1996 01-01-2001 1997 655 18-12-1997 04-12-1997 2000 573 21-12-2000 08-12-2000
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 artikel I van de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren Dit besluit zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan de dag waaropin werking treedt blijft van toepassing ten aanzien van ambtenaren die: a. artikel 49r, onderdeel e op 31 december 2017 verplichte VWNW-kandidaat, als bedoeld in, zijn; b. uiterlijk op de dag voorafgaand aan de dag waarop dat artikel in werking treedt verplichte VWNW-kandidaat worden, of c. ambtenaren die op of na de dag voorafgaand aan de dag waarop dat artikel in werking treedt verplichte VWNW-kandidaat worden vanwege een reorganisatiebesluit dat voor die datum is genomen. 2017 509 22-12-2017 13-12-2017 2017 510 22-12-2017 13-12-2017 01-01-2018
Artikel 22a — Artikel 22a#
Artikel 22a Vervallen 2005 637 15-12-2005 07-12-2005 2005 637 15-12-2005 07-12-2005 01-01-2006
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 Vervallen 2002 653 30-12-2002 17-12-2002 2002 653 30-12-2002 17-12-2002 31-12-2002
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2001. 2002 653 30-12-2002 17-12-2002 2002 653 30-12-2002 17-12-2002 31-12-2002
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 Dit besluit kan worden aangehaald als: Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid voor de sector Rijk. 1996 352 04-07-1996 19-06-1996 1996 352 04-07-1996 19-06-1996 01-01-2001 1997 655 18-12-1997 04-12-1997 2000 573 21-12-2000 08-12-2000