Besluit van 18 december 2000, houdende vaststelling van het Besluit bovenwettelijke werkloosheidsuitkering politie, alsmede houdende wijziging van onder meer het Besluit bezoldiging politie in verband met de invoering van de Ziektewet voor de sector politie (Besluit bovenwettelijke werkloosheidsuitkering politie)
- BWB-id
- BWBR0012022
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Veiligheid en Justitie
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2025-04-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0012022
- ELI
- /eli/nl/amvb/2001/besluit-bovenwettelijke-werkloosheidsuitkering-politie
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/2001/besluit-bovenwettelijke-werkloosheidsuitkering-politie/2025-04-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0012022&g=2025-04-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0012022&z=2026-06-06&g=2025-04-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0012022/2025-04-01
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/2001/besluit-bovenwettelijke-werkloosheidsuitkering-politie
Artikel 1 — Artikel 1 Begripsomschrijvingen#
Artikel 1 Begripsomschrijvingen 1 In dit besluit wordt verstaan onder: a. artikel 1, eerste lid, van het Besluit algemene rechtspositie politie bevoegd gezag: het bevoegd gezag, bedoeld in; b. artikel 1, eerste lid, onderdeel i, van het Besluit algemene rechtspositie politie artikelen 89, eerste tot en met derde lid 90, eerste, tweede en achtste lid 91, eerste lid 92 94, eerste lid, onderdelen e, f of g, van het Besluit algemene rechtspositie politie Werkloosheidswet betrokkene: de ambtenaar, bedoeld in, met uitzondering van de vrijwillige ambtenaar, die als gevolg van ontslag verleend op grond van de,,,, ofwerkloos is geworden in de zin van de; c. hoofdstuk 2 aanvullende uitkering: de aanvullende uitkering bedoeld in; d. hoofdstuk 3 aansluitende uitkering: de aansluitende uitkering bedoeld in; e. bovenwettelijke uitkering: de aanvullende en aansluitende uitkering gezamenlijk; f. artikel 1b van de Werkloosheidswet artikel 17 van de Wet financiering sociale verzekeringen artikel 13a 41 van het Besluit algemene rechtspositie politie dagloon: het dagloon als bedoeld in, voor zover het betreft het loon dat betrokkene verdiende in de betrekking bij de politie waaruit hij werkloos is geworden, met uitzondering van het bedrag, bedoeld inmet betrekking tot een loontijdvak van een dag, waarbij, in het geval sprake is van partieel uittreden of ouderschapsverlof als bedoeld inrespectievelijk, wordt uitgegaan van het feitelijke inkomen onmiddellijk voorafgaand aan het uittreden respectievelijk het verlof; g. diensttijd: voor zover gelegen voor 1 januari 1996: Algemene burgerlijke pensioenwet de tijd die voor de betrokkene per 31 december 1995 meetelt voor de pensioenberekening, bedoeld in de; Wet privatisering ABP voor zover gelegen op of na 1 januari 1996: de tijd gedurende welke de betrokkene overheidswerknemer is in de zin van de; in beide gevallen met uitzondering van de tijd: 1°. artikelen 88 88a van het Besluit algemene rechtspositie politie die voorafgaat aan een ontslag uit een betrekking, bedoeld in deen, mits op grond van dat ontslag een uitkering is toegekend; 2°. die in aanmerking is genomen bij de berekening van de duur van een wachtgeld of van een uitkering ter zake van onvrijwillige werkloosheid ten laste van de overheid; 3°. die voorafgaat aan een onderbreking in de diensttijd door ontslag van langer dan een jaar; 4°. bedoeld in artikel 5.4 van het pensioenreglement; 5°. in een aangehouden betrekking; h. Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag minimumloon: het minimumloon, bedoeld in de; i. pensioenreglement: het pensioenreglement van de Stichting Pensioenfonds ABP; j. pensioen: een pensioen in de zin van het pensioenreglement; k. privatiseringsoperatie: het uitbesteden of overdragen van werkzaamheden van de overheid aan een bestaande of voor dat doel opgerichte privaatrechtelijke organisatie; l. privaatrechtelijke organisatie: de privaatrechtelijke organisatie die de werkzaamheden uitvoert die in het kader van een privatiseringsoperatie door de overheid zijn uitbesteed of overgedragen; m. privatiseringsontslag: het ontslag uit een overheidsbetrekking in het kader van een privatiseringsoperatie; n. Werkloosheidswet WW-uitkering: een uitkering krachtens de; o. Ziektewet ZW-uitkering: een uitkering krachtens de; p. artikel 7a van de Algemene Ouderdomswet AOW-gerechtigde leeftijd: de leeftijd, bedoeld in, waarop recht op ouderdomspensioen ontstaat; q. maandloon: het dagloon, vermenigvuldigd met 21,75; r. artikel 9 van de Algemene ouderdomswet gerechtvaardigde aanspraak: het bedrag van de gecombineerde netto ouderdomspensioenen als bedoeld inen het pensioenreglement, waarop een betrokkene aanspraak zou hebben gehad, indien de AOW-gerechtigde leeftijd en de pensioenrekenleeftijd als bedoeld in bijlage 2 bij het pensioenreglement 65 jaar zouden zijn gebleven. 2 artikel D1, tweede lid, van de Algemene burgerlijke pensioenwet artikel D2 van genoemde wet Bij de bepaling van diensttijd in een aangehouden betrekking wordt in voorkomend geval de diensttijd, bedoeld inzoals dat luidde op 31 december 1995, mede in aanmerking genomen. Het verzoek, bedoeld in, wordt daarbij geacht te zijn gedaan. Indien voor diensttijd die bij de berekening van de bovenwettelijke uitkering in aanmerking is genomen recht op een overheidspensioen anders dan ten laste van de Stichting Pensioenfonds ABP bestaat, worden de duur en het bedrag van de bovenwettelijke uitkering met ingang van de dag waarop dit pensioen is ingegaan herberekend, waarbij die diensttijd buiten beschouwing wordt gelaten. 3 Werkloosheidswet In dit besluit wordt onder betrokkene mede verstaan: de directeur van de Politieacademie of zijn plaatsvervanger, die als gevolg van een ontslag wegens ongeschiktheid of onbekwaamheid voor de vervulde functie werkloos is geworden in de zin van de. 2024 328 07-11-2024 04-11-2024 2024 328 07-11-2024 04-11-2024 01-04-2025 Artikel XV van Stb. 2024/328 bevat overgangsrecht met betrekking
tot deze wijziging.
Artikel 2 — Artikel 2 Bovenwettelijke uitkering en berekeningswijze van de duur#
Artikel 2 Bovenwettelijke uitkering en berekeningswijze van de duur 1 hoofdstuk 2 hoofdstuk 3 Met ingang van de dag waarop het ontslag ingaat heeft de betrokkene recht op een bovenwettelijke uitkering, zoals neergelegd inenvan dit besluit. 2 De maximale duur van de uitkering is drie maanden, vermeerderd voor de betrokkene, die op de dag waarop het ontslag ingaat: a. de leeftijd van 21 jaar nog niet heeft bereikt: met een duur gelijk aan 18% van de diensttijd; b. 21 jaar of ouder is: met een duur van 19,5% van de diensttijd en vervolgens per leeftijdsjaar vermeerderd met 1,5%; c. 60 jaar of ouder is: met een duur gelijk aan 78% van de diensttijd. 3 Indien uitgaande van het moment van ontslag de maximale uitkeringsduur, berekend op grond van het tweede lid, langer is dan de duur van de WW-uitkering, wordt het verschil in duur tot een maximum van twee jaar in mindering gebracht op de maximale uitkeringsduur. Vervolgens wordt: Bij het berekenen van de vermindering van de maximale uitkeringsduur worden de maanden en de halve maanden bij elkaar opgeteld en wanneer die berekening niet leidt tot een aantal gehele maanden, telt een halve maand voor 15 kalenderdagen. a. voor elk jaar dat de diensttijd langer is dan tien jaar de duur verminderd met een halve maand, tot een maximum van 14 maanden, en b. voor elk jaar dat de diensttijd langer is dan achttien jaar de duur verminderd met een maand tot een maximum van 22 maanden. 4 De vermindering van de maximale duur van de uitkering, berekend op grond van het derde lid, kan er niet toe leiden dat de duur van de uitkering korter wordt dan de duur van de WW-uitkering. 5 De duur van de uitkering van de betrokkene die ten tijde van het ontslag maximaal 7,5 jaar jonger is dan de op dat moment voor betrokkene van toepassing zijnde AOW-gerechtigde leeftijd en een diensttijd, voor zover geldig voor pensioen, van ten minste tien jaar heeft volbracht, wordt na afloop van de termijn die op basis van het tweede en derde lid is toegekend, verlengd tot de eerste dag van de kalendermaand volgend op die waarin hij de AOW-gerechtigde leeftijd heeft bereikt. 2016 489 12-12-2016 02-12-2016 2016 489 12-12-2016 02-12-2016 01-01-2017
Artikel 2a — Artikel 2a#
Artikel 2a Vervallen 2016 489 12-12-2016 02-12-2016 2016 489 12-12-2016 02-12-2016 01-04-2019
Artikel 3 — Artikel 3 Recht op aanvullende uitkering#
Artikel 3 Recht op aanvullende uitkering 1 De betrokkene heeft gedurende de periode dat recht bestaat op een WW-uitkering, recht op een aanvullende uitkering, met dien verstande dat het recht op een aanvullende uitkering niet eerder ingaat dan de dag waarop het ontslag in werking treedt. 2 artikelen 22 tot en met 33 36 tot en met 40 47, tweede en derde lid 75 76 76a 77a 78 van de Werkloosheidswet Op de aanvullende uitkering zijn de,,,,,,envan overeenkomstige toepassing. 3 artikelen 34 35a 35aa van de Werkloosheidswet Werkloosheidswet De,enzijn slechts van overeenkomstige toepassing op de aanvullende uitkering indien de hoogte van de in mindering te brengen inkomsten de uitkering krachtens deoverstijgen. 2010 814 21-12-2010 13-12-2010 2010 814 21-12-2010 13-12-2010 01-01-2011
Artikel 4 — Artikel 4 Hoogte van de aanvullende uitkering#
Artikel 4 Hoogte van de aanvullende uitkering 1 artikel 2 42 52g van de Werkloosheidswet Indien de duur van de bovenwettelijke uitkering, berekend op basis van, ten minste gelijk is aan de duur van de WW-uitkering, berekend op basis van de artikelenof, wordt de WW-uitkering gedurende de eerste twee maanden tot 85%, gedurende de daaropvolgende tien maanden tot 80%, gedurende de daaropvolgende zes maanden tot 75% en vervolgens tot 70% van het voor de betrokkene geldende dagloon aangevuld. 2 artikel 2 42 52g van de Werkloosheidswet 42 52g van de Werkloosheidswet Indien de duur van de bovenwettelijke uitkering, berekend op basis van, korter is dan de duur van de WW-uitkering, berekend op basis van de artikelenof, wordt de uitkering, bedoeld in de artikelenof, gedurende de eerste twee maanden tot 85%, gedurende de daaropvolgende tien maanden tot 80%, gedurende de daarop volgende zes maanden tot 75% en vervolgens tot 70% aangevuld. 3 Voor de toepassing van dit artikel wordt de WW-uitkering steeds geacht door de betrokkene onverminderd te zijn genoten. 2010 814 21-12-2010 13-12-2010 2010 814 21-12-2010 13-12-2010 01-01-2011
Artikel 5 — Artikel 5 Aanvullende uitkering bij ziekte#
Artikel 5 Aanvullende uitkering bij ziekte 1 artikel 4 Indien de betrokkene gedurende de periode dat hij recht heeft op een WW-uitkering wegens ziekte verhinderd is arbeid te verrichten en deswege een ZW-uitkering geniet, wordt de ZW-uitkering aangevuld tot de percentages van het dagloon, genoemd in, met inachtneming van de daaraan voorafgaande termijn waarover de betrokkene recht op een aanvullende uitkering op grond van dit besluit heeft gehad. 2 Ziektewet Ziektewet artikel 4 Indien het recht op de WW-uitkering na afloop van de periode waarin deop de betrokkene van toepassing is geweest, herleeft, telt zowel de termijn waarover de betrokkene voorafgaand aan deze periode recht heeft gehad op een WW-uitkering als de termijn waarin deop hem van toepassing is geweest, mee voor het vaststellen van de hoogte van de aanvullende uitkering, bedoeld in. 3 Voor de toepassing van dit artikel worden de WW-uitkering en de ZW-uitkering steeds geacht onverminderd door de betrokkene te zijn genoten. 2000 609 28-12-2000 18-12-2000 1999 354 24-08-1999 17-07-1999 01-01-2001 Treedt in werking als fase 2 in werking treedt.
Artikel 6 — Artikel 6 Overlijdensuitkering#
Artikel 6 Overlijdensuitkering 1 artikel 35 36 van de Ziektewet Zo spoedig mogelijk na het overlijden van de betrokkene wordt de uitkering, bedoeld inof, aangevuld tot 100% van het voor de betrokkene geldende dagloon over drie maanden. 2 Voor de toepassing van het eerste lid wordt de betrokkene geacht steeds onverminderd ziekengeld te hebben genoten. 2010 814 21-12-2010 13-12-2010 2010 814 21-12-2010 13-12-2010 01-01-2011
Artikel 7 — Artikel 7 Verplichting of sanctie#
Artikel 7 Verplichting of sanctie Indien ten aanzien van de WW-uitkering of de ZW-uitkering een verplichting of een sanctie wordt opgelegd, wordt die verplichting eveneens opgelegd dan wel die sanctie op overeenkomstige wijze toegepast op de aanvullende uitkering. 2000 609 28-12-2000 18-12-2000 1999 354 24-08-1999 17-07-1999 01-01-2001 Treedt in werking als fase 2 in werking treedt.
Artikel 8 — Artikel 8 Het recht op aansluitende uitkering#
Artikel 8 Het recht op aansluitende uitkering 1 artikel 2 Werkloosheidswet Werkloosheidswet Indien op het moment van ontslag de duur van de uitkering berekend op basis van, langer is dan de duur van de uitkering berekend op basis van de, heeft de betrokkene die het einde van de uitkeringsduur krachtens deheeft bereikt, met ingang van dat moment recht op een aansluitende uitkering. 2 artikel 5 Het eerste lid vindt uitzondering, indien de betrokkene gedurende de periode van werkloosheid recht heeft gehad op een aanvullende uitkering bij ziekte op grond van. 3 artikelen 19 tot en met 40 47, tweede en derde lid 75 76 76a 77a 78 van de Werkloosheidswet Op de aansluitende uitkering zijn de,,,,,envan overeenkomstige toepassing. 4 Het recht op aansluitende uitkering eindigt na ommekomst van de duur van de aansluitende uitkering, maar uiterlijk op de eerste dag van de kalendermaand volgend op die waarin de betrokkene de AOW-gerechtigde leeftijd heeft bereikt. 5 artikel 2 verminderd met de terzake van dat ontslag berekende uitkeringsduur krachtens de Werkloosheidswet De duur van de aansluitende uitkering is de op het moment van ontslag berekende uitkeringsduur op basis van. 2016 239 30-06-2016 21-06-2016 2016 239 30-06-2016 21-06-2016 01-07-2016 Artikel V van Stb. 2016/239 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 9 — Artikel 9 Hoogte van de aansluitende uitkering#
Artikel 9 Hoogte van de aansluitende uitkering 1 De aansluitende uitkering bedraagt tot uiterlijk twee maanden na de dag waarop het ontslag ingaat 85%, gedurende de daaropvolgende tien maanden 80%, gedurende de daaropvolgende zes maanden 75% en vervolgens 70% van het voor betrokkene geldende dagloon. 2 artikel 2, vijfde lid Gedurende de verlenging, bedoeld in, is de uitkering gelijk aan 70% van het voor betrokkene geldende dagloon. 3 artikel 2, vijfde lid In afwijking van het tweede lid is de uitkering van de betrokkene, bedoeld in, gelijk aan 50% van het voor betrokkene geldende dagloon vanaf het moment dat hij de leeftijd van 63 jaar en twee maanden heeft bereikt. De uitkering is in ieder geval gelijk aan het minimumloon in evenredigheid met de betrekkingsomvang van betrokkene op het moment van het ontslag. 4 Bij de toepassing van het eerste lid wordt rekening gehouden met de termijn waarin de betrokkene reeds recht heeft gehad op aanvullende uitkering. 5 artikel 47, tweede en derde lid, van de Werkloosheidswet Ten aanzien van de hoogte van de aansluitende uitkering isvan overeenkomstige toepassing. 2016 489 12-12-2016 02-12-2016 2016 489 12-12-2016 02-12-2016 01-01-2017
Artikel 9a — Artikel 9a#
Artikel 9a 1 artikel 8, derde lid artikel 9, derde lid artikelen 20, eerste lid, onder b 35a 35aa van de Werkloosheidswet In afwijking van, zijn de,enniet van overeenkomstige toepassing op de betrokkene, op wievan toepassing is. 2 artikel 9, derde lid De inkomsten die de betrokkene, op wie, van toepassing is, geniet of gaat genieten uit of in verband met arbeid of bedrijf, worden in mindering gebracht op de uitkering. 3 De in het tweede lid bedoelde vermindering is gelijk aan het bedrag waarmee de onverminderde uitkering van 50% van het voor hem geldende dagloon, vermeerderd met het totaalbedrag van de inkomsten, het voor hem geldende dagloon te boven gaat. 4 Inkomsten als bedoeld in het tweede lid, die geacht worden op één maand betrekking te hebben of geacht kunnen worden te hebben, worden in mindering gebracht op de uitkering over die maand. 2010 814 21-12-2010 13-12-2010 2010 814 21-12-2010 13-12-2010 01-01-2011
Artikel 10 — Artikel 10 Overlijdensuitkering#
Artikel 10 Overlijdensuitkering 1 artikel 35 van de Ziektewet Zo spoedig mogelijk na het overlijden van de betrokkene wordt onder overeenkomstige toepassing vaneen overlijdensuitkering toegekend met een hoogte van 100% van het voor de betrokkene geldende dagloon over drie maanden. 2 Ziektewet Op het uit te keren bedrag, bedoeld in het eerste lid, wordt in mindering gebracht het bedrag van de uitkering waarop de nabestaanden van de betrokkene ter zake van zijn overlijden aanspraak kunnen maken op grond van een of meer werkloosheidsuitkeringen, arbeidsongeschiktheidsuitkeringen, uitkeringen op grond van dedan wel uitkeringen die naar aard en strekking overeenkomen met laatstgenoemde uitkeringen, waarop de betrokkene recht had. 2000 609 28-12-2000 18-12-2000 1999 354 24-08-1999 17-07-1999 01-01-2001 Treedt in werking als fase 2 in werking treedt.
Artikel 11 — Artikel 11 Samenloop met suppletie#
Artikel 11 Samenloop met suppletie Vervallen 2015 318 26-08-2015 14-08-2015 2015 318 26-08-2015 14-08-2015 27-08-2015
Artikel 12 — Artikel 12 Afschatting bij arbeidsongeschiktheid#
Artikel 12 Afschatting bij arbeidsongeschiktheid 1 Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen De betrokkene die ter zake van ontslag wegens ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte recht heeft op een uitkering krachtens de, berekend naar een arbeidsongeschiktheid van 80% of meer, heeft recht op een bovenwettelijke uitkering krachtens dit besluit op het moment dat de mate van arbeidsongeschiktheid op een lager percentage wordt vastgesteld dan 80% en hij daardoor recht heeft op een WW-uitkering. Indien de uitkering krachtens de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, bedoeld in de eerste volzin, is ontstaan uit twee of meer dienstbetrekkingen wordt het recht op bovenwettelijke uitkering krachtens dit besluit toegerekend aan de dienstbetrekking ter zake waarvan hij betrokkene is in de zin van dit besluit, naar rato van de feitelijk genoten inkomsten op grond van de desbetreffende dienstbetrekkingen. 2 Ter bepaling van de hoogte en de duur van de bovenwettelijke uitkering, wordt uitgegaan van de datum van het ontslag, bedoeld in het eerste lid. 2015 318 26-08-2015 14-08-2015 2015 318 26-08-2015 14-08-2015 27-08-2015 29-12-2005
Artikel 13 — Artikel 13 Herleving#
Artikel 13 Herleving 1 Werkloosheidswet Indien het recht op een bovenwettelijke uitkering geheel is geëindigd wegens het aanvaarden van een nieuwe dienstbetrekking en de betrokkene wederom werkloos is geworden in de zin van de, herleeft op zijn aanvraag het recht op een bovenwettelijke uitkering voor zover een nieuw recht op een WW-uitkering is ontstaan. 2 Werkloosheidswet De betrokkene die onmiddellijk aansluitend aan zijn ontslag een nieuwe dienstbetrekking heeft aanvaard en die werkloos is geworden in de zin van de, heeft op zijn aanvraag recht op een bovenwettelijke uitkering krachtens dit besluit voor zover een recht op een WW-uitkering zou zijn ontstaan op het moment van ontslagverlening en voor zover een recht op WW-uitkering bestaat op het moment van werkloos worden, met ingang van de eerste dag waarop recht op WW-uitkering is ontstaan. 3 artikel 2, eerste en tweede lid De betrokkene die binnen twee jaar nadat hem wegens privatisering van zijn dienstonderdeel ontslag uit de politiedienst is verleend, wordt ontslagen als gevolg van de opheffing van zijn betrekking bij de privaatrechtelijke organisatie of als gevolg van overtolligheid van personeel door verandering of inkrimping van die organisatie, en op die grond recht heeft op een WW-uitkering, heeft op zijn aanvraag recht op een bovenwettelijke uitkering. De duur en de hoogte van de bovenwettelijke uitkering zijn gelijk aan de duur en de hoogte van de bovenwettelijke uitkering waarop de betrokkene op de ingangsdatum van zijn privatiseringsontslag recht zou hebben gehad, met dien verstande dat in afwijking van, het recht op de bovenwettelijke uitkering ingaat op het moment van het ontslag bij de privaatrechtelijke organisatie. 4 De duur en hoogte van de bovenwettelijke uitkering als bedoeld in het eerste en tweede lid zijn gelijk aan de resterende duur en de daarbij behorende hoogte van de uitkering waarop de betrokkene op grond van dit besluit recht zou hebben gehad, indien hij voor het ontslag als betrokkene onafgebroken werkloos zou zijn geweest. 5 Een recht op bovenwettelijke uitkering, als bedoeld in het eerste en tweede lid, kan slechts ontstaan gedurende de termijn welke betrokkene in het geval dat hij onafgebroken werkloos zou zijn geweest, een bovenwettelijke uitkering terzake van dat ontslag zou hebben genoten. 2016 489 12-12-2016 02-12-2016 2016 489 12-12-2016 02-12-2016 01-01-2017
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 1 artikel 2 De betrokkene die een nieuwe dienstbetrekking aanvaardt, kan op zijn aanvraag gedurende de op basis vanvoor hem vastgestelde uitkeringsduur een loonaanvulling krijgen, indien de door hem ontvangen WW-uitkering, bovenwettelijke uitkering en het inkomen uit de nieuwe dienstbetrekking per maand tezamen minder bedragen dan het maandloon. 2 Het maximum bedrag tot waaraan loonaanvulling plaatsvindt, wordt als volgt berekend: a. (B/C) x (D x E) = F b. (G/C) x E – H = I c. F + H + I = J Hierbij staat voor: B het aantal uren werkloosheid dat zou resteren, indien het recht zou zijn beëindigd op basis van het aantal uren van de nieuwe dienstbetrekking; C het aantal arbeidsuren dat betrokkene gemiddeld per week in de politiedienstbetrekking werkzaam was in de 26 weken onmiddellijk voorafgaand aan de kalenderweek waarin de eerste werkloosheidsdag is gelegen; D het voor betrokkene geldende uitkeringspercentage van de bovenwettelijke uitkering; E het maandloon; F het bedrag van de uitkering waarop bij urenverrekening aanspraak had bestaan; G het aantal uren van de nieuwe dienstbetrekking, waarbij geldt dat indien G groter is dan C, G wordt gemaximeerd op C; H het inkomen per maand uit de nieuwe dienstbetrekking; I de loonsuppletie waarop bij urenverrekening aanspraak had bestaan; J het maximum bedrag tot waaraan per maand loonaanvulling plaatsvindt. 3 De loonaanvulling eindigt: a. zodra de nieuwe dienstbetrekking eindigt; b. zodra het totaal aan WW-uitkering, bovenwettelijke uitkering en inkomen uit de nieuwe dienstbetrekking per maand gelijk aan of hoger is dan het maandloon; of c. artikel 2 zodra de voor betrokkene op basis vanvastgestelde uitkeringsduur is verstreken. 4 Betrokkene dient een aanvraag om loonaanvulling in binnen drie maanden na het aanvaarden van de nieuwe dienstbetrekking door middel van een daarvoor bestemd formulier. Bij overschrijding van deze termijn wordt de loonaanvulling toegekend vanaf het moment dat de aanvraag is ingediend. 5 De loonaanvulling telt niet mee voor de berekening van het pensioen. 2016 489 12-12-2016 02-12-2016 2016 489 12-12-2016 02-12-2016 01-01-2017
Artikel 15 — Artikel 15 Tegemoetkoming verhuiskosten#
Artikel 15 Tegemoetkoming verhuiskosten hoofdstuk IV van het Besluit reis-, verblijf-, en verhuiskosten politie Aan de betrokkene die buiten de sector politie arbeid gaat verrichten, kan inzake de kosten die voor hem aan een daartoe noodzakelijke verhuizing zijn verbonden, op zijn aanvraag een tegemoetkoming worden toegekend tot ten hoogste het bedrag van een vergoeding volgens de normen vanonder verrekening van een tegemoetkoming in verhuiskosten door derden. 2008 234 27-06-2008 24-06-2008 2008 234 27-06-2008 24-06-2008 01-07-2008
Artikel 16 — Artikel 16 Afkoop#
Artikel 16 Afkoop Het recht op de bovenwettelijke uitkering kan op aanvraag van de betrokkene worden afgekocht tegen 30% van de nominale waarde. 2000 609 28-12-2000 18-12-2000 1999 354 24-08-1999 17-07-1999 01-01-2001 Treedt in werking als fase 2 in werking treedt.
Artikel 17 — Artikel 17 Extra pensioenopbouw#
Artikel 17 Extra pensioenopbouw Het bevoegd gezag kan de betrokkene op zijn aanvraag tegemoetkomen in de pensioenopbouw tijdens de duur van de werkloosheid, bedoeld in artikel 5.4 van het pensioenreglement, zodanig dat de duur van de werkloosheid niet voor de helft maar voor driekwart zal meetellen. In dat geval dient de betrokkene met het Pensioenfonds een aanvullende individuele regeling overeen te komen krachtens artikel 16.2 van het pensioenreglement en is de in het pensioenreglement vastgestelde premieverdeling tussen het bevoegd gezag en de betrokkene van toepassing. 2000 609 28-12-2000 18-12-2000 1999 354 24-08-1999 17-07-1999 01-01-2001 Treedt in werking als fase 2 in werking treedt.
Artikel 18 — Artikel 18 Doorwerking wettelijke mutaties#
Artikel 18 Doorwerking wettelijke mutaties artikel 2 van het Besluit overleg en medezeggenschap politie 1994 Indien het niveau van de WW-uitkering een algemene verlaging ondergaat, wordt deze verlaging, behoudens indien Onze Minister van Veiligheid en Justitie met de Commissie voor georganiseerd overleg in politie-ambtenarenzaken, bedoeld in, overeenstemming bereikt binnen de looptijd van het vigerende arbeidsvoorwaardenakkoord, op overeenkomstige wijze doorgevoerd ten aanzien van het totaal aan wettelijke en bovenwettelijke aanspraken van de betrokkene, vanaf de in het Staatsblad vermelde datum van inwerkingtreding van bedoelde verlaging, doch niet eerder dan de eerste dag na de einddatum van het vigerende arbeidsvoorwaardenakkoord. 2012 510 26-10-2012 13-10-2012 2012 510 26-10-2012 13-10-2012 01-01-2013
Artikel 19 — Artikel 19 Indexering#
Artikel 19 Indexering Het dagloon wordt aangepast overeenkomstig een algemene salarismaatregel in de sector Politie. 2001 334 17-07-2001 02-07-2001 2001 334 17-07-2001 02-07-2001 18-07-2001
Artikel 20 — Artikel 20 Uitvoering#
Artikel 20 Uitvoering 1 Het bevoegd gezag is belast met de uitvoering van dit besluit. 2 Het bevoegd gezag kan ter uitvoering van dit besluit nadere voorschriften van administratieve aard stellen. 2000 609 28-12-2000 18-12-2000 1999 354 24-08-1999 17-07-1999 01-01-2001 Treedt in werking als fase 2 in werking treedt.
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 Wijzigt het Besluit algemene rechtspositie politie. 2000 609 28-12-2000 18-12-2000 1999 354 24-08-1999 17-07-1999 01-01-2001 Treedt in werking als fase 2 in werking treedt.
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 Wijzigt het Besluit bezoldiging politie. 2000 609 28-12-2000 18-12-2000 1999 354 24-08-1999 17-07-1999 01-01-2001 Treedt in werking als fase 2 in werking treedt.
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 Wijzigt het Besluit geneeskundige verzorging politie 1994. 2000 609 28-12-2000 18-12-2000 1999 354 24-08-1999 17-07-1999 01-01-2001 Treedt in werking als fase 2 in werking treedt.
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 Wijzigt het Besluit suppletieregeling gedeeltelijk arbeidsongeschikten sector Politie. 2000 609 28-12-2000 18-12-2000 1999 354 24-08-1999 17-07-1999 01-01-2001 Treedt in werking als fase 2 in werking treedt.
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 Wijzigt het Besluit vergoeding verplaatsingskosten politie. 2000 609 28-12-2000 18-12-2000 1999 354 24-08-1999 17-07-1999 01-01-2001 Treedt in werking als fase 2 in werking treedt.
Artikel 26 — Artikel 26#
Artikel 26 Rijkswachtgeldbesluit 1959 Uitkeringsregeling 1966 Ontslaguitkeringen die zijn toegekend op de voet van de bepalingen van heten de, zoals die luidden op 1 januari 1998, blijven uitsluitend voor wat betreft hoogte, duur en voor wat betreft de anticumulatie, indien de betrokkene in de zes maanden voorafgaand aan 1 januari 2001 gedurende ten minste drie maanden neveninkomsten uit arbeid of bedrijf heeft genoten, gedurende tien jaren dan wel, indien betrokkene op 31 december 2000 50 jaar of ouder is, gedurende maximaal 15 jaar, behouden gedurende de duur van de uitkering. 2000 609 28-12-2000 18-12-2000 1999 354 24-08-1999 17-07-1999 01-01-2001 Treedt in werking als fase 2 in werking treedt.
Artikel 26a — Artikel 26a#
Artikel 26a Werkloosheidswet Werkloosheidwet artikel 8, vijfde lid artikel 8, vijfde lid Indien de betrokkene van wie de eerste werkloosheidsdag is gelegen voor 1 januari 2005 uitsluitend als gevolg van de Wet van 19 december 2003 tot wijziging van de Werkloosheidswet in verband met afschaffing van de vervolguitkering (Stb. 546) geen aanspraak meer heeft op een vervolguitkering ingevolge de, en de voor hem met toepassing van, vastgestelde duur van de aansluitende uitkering korter is dan de duur van de afgeschafte vervolguitkering krachtens de, wordt in afwijking van, de duur van de aansluitende uitkering gesteld op de duur van die afgeschafte vervolguitkering. 2004 587 23-11-2004 09-11-2004 2004 587 23-11-2004 09-11-2004 01-01-2005 01-01-2004
Artikel 26b — Artikel 26b#
Artikel 26b artikelen 2 8 Deenvan dit besluit zoals deze luidden op 31 december 2004 blijven van toepassing op de betrokkene van wie de eerste werkloosheidsdag is gelegen voor 1 januari 2005. 2004 587 23-11-2004 09-11-2004 2004 587 23-11-2004 09-11-2004 01-01-2005
Artikel 26c — Artikel 26c#
Artikel 26c artikelen 2 4 9 De,envan dit besluit zoals deze luidden op 31 december 2010, blijven van toepassing op de betrokkene van wie de eerste werkloosheidsdag is gelegen voor 1 januari 2011. 2010 814 21-12-2010 13-12-2010 2010 814 21-12-2010 13-12-2010 01-01-2011
Artikel 26ca — Artikel 26ca#
Artikel 26ca artikel 2 artikel 2a Hetvan dit besluit, zoals dat luidde op de dag direct voorafgaande aan de datum van inwerkingtreding van onderhavig artikel, blijft van toepassing op de betrokkene van wie de eerste werkloosheidsdag is gelegen voor die datum. In dat geval isniet op betrokkene van toepassing. 2016 489 12-12-2016 02-12-2016 2016 489 12-12-2016 02-12-2016 01-01-2017
Artikel 26cb — Artikel 26cb#
Artikel 26cb artikelen 2, vierde lid 8, vierde lid De, en, zoals die luidden op 30 juni 2016, blijven van toepassing ingeval de betrokkene: a. op 1 juli 2016 gebruik maakt van de regelingen vervat in die artikelonderdelen, of b. in de periode op of na 1 januari 2013 tot uiterlijk 1 juli 2016 gebruik heeft gemaakt van die regelingen. 2019 495 20-12-2019 13-12-2019 2019 495 20-12-2019 13-12-2019 01-01-2020 01-07-2016
Artikel 26cc — Artikel 26cc#
Artikel 26cc 1 artikel 26cb De betrokkene, bedoeld in, heeft bij het bereiken van de leeftijd van 65 jaar: a. vóór 1 april 2017, recht op de financiële compensatie als bedoeld in het tweede lid; b. op of na 1 april 2017, recht op de tegemoetkoming als bedoeld in het derde lid. 2 artikel 8, eerste lid, onderdeel b, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag De financiële compensatie wordt berekend door het aantal maanden dat de AOW-gerechtigde leeftijd van de betrokkene later ligt dan de datum waarop deze de leeftijd van 65 jaar heeft bereikt te vermenigvuldigen met 70% van het bedrag van het minimumloon, bedoeld in. 3 De tegemoetkoming bestaat uit: a. een uitkering die netto een bedrag oplevert dat gelijk is aan het ouderdomspensioen, verhoogd met de vakantiebijslag, dat de betrokkene op grond van de Algemene ouderdomswet had ontvangen, indien die wet al op hem van toepassing was geweest; b. een financiële compensatie voor de verlaging van het ouderdomspensioen, als bedoeld in hoofdstuk 5 van het pensioenreglement, wegens het eerder ingaan van dit pensioen dan de op dat moment geldende pensioenrekenleeftijd, als bedoeld in de bijlage 2 bij het pensioenreglement, waarbij voor de vaststelling van de omvang van de verlaging wordt uitgegaan van een ingang van het ouderdomspensioen bij het bereiken van de leeftijd van 65 jaar door de betrokkene; c. een aanvullend bedrag voor zover de op grond van de onderdelen a en b vastgestelde aanspraken tezamen minder bedragen dan 90 procent van de gerechtvaardigde aanspraak. 4 De tegemoetkoming wordt met ingang van het bereiken van de leeftijd van 65 jaar maandelijks uitgekeerd en eindigt met ingang van de dag waarop de betrokkene de AOW-gerechtigde leeftijd heeft bereikt, waarbij geldt dat het op grond van het derde lid, onderdeel b, berekende totaal in die periode wordt uitgekeerd. Indien de betrokkene overlijdt voordat hij de AOW-gerechtigde leeftijd bereikt, eindigt de tegemoetkoming met ingang van de dag volgend op de dag van overlijden. 5 artikel V, van het Besluit van 21 juni 2016 tot wijziging van het Besluit algemene rechtspositie politie en enkele andere rechtspositionele regelingen ter formalisering van de Uitvoeringsafspraak sector Politie De aan de in het eerste lid, onderdeel a, bedoelde betrokkene op grond vanvan 5 juni 2015 eerder uitbetaalde financiële compensatie, wordt geacht op grond van het tweede lid te zijn toegekend. 6 artikel V, van het Besluit van 21 juni 2016 tot wijziging van het Besluit algemene rechtspositie politie en enkele andere rechtspositionele regelingen ter formalisering van de Uitvoeringsafspraak sector Politie De in het derde lid bedoelde tegemoetkoming wordt verminderd met de financiële compensatie die de betrokkene, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, heeft ontvangen op grond vanvan 5 juni 2015. 2023 240 30-06-2023 27-06-2023 2023 247 07-07-2023 27-06-2023 01-01-2024 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet invoering
minimumuurloon in werking treedt.
Artikel 26d — Artikel 26d#
Artikel 26d artikelen 47, eerste lid 81, eerste lid, van de Politiewet 2012 Dit besluit berust op de de, en. 2017 269 22-06-2017 15-06-2017 2017 269 22-06-2017 15-06-2017 23-06-2017 01-01-2017
Artikel 26da — Artikel 26da#
Artikel 26da Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering Voor de ambtenaar die voor 1 januari 2006 recht had op een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de, blijft het Besluit bovenwettelijke werkloosheidsuitkering politie gelden, zoals dat luidde op 28 december 2005. 2016 489 12-12-2016 02-12-2016 2016 489 12-12-2016 02-12-2016 01-01-2017 Voorheen art. 26ca.
Artikel 27 — Artikel 27#
Artikel 27 Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit bovenwettelijke werkloosheidsuitkering politie. 2000 609 28-12-2000 18-12-2000 1999 354 24-08-1999 17-07-1999 01-01-2001 Treedt in werking als fase 2 in werking treedt.
Artikel 28 — Artikel 28#
Artikel 28 artikel 94 van de Wet overheidspersoneel onder de werknemersverzekeringen Dit besluit treedt in werking met ingang van de inwerkingtreding van fase 2, bedoeld in. 2000 609 28-12-2000 18-12-2000 1999 354 24-08-1999 17-07-1999 01-01-2001 Treedt in werking als fase 2 in werking treedt.