Besluit van 2 februari 2001, houdende regels inzake de financiële verhouding tussen het Rijk en de provincies en het Rijk en de gemeenten (Besluit financiële verhouding 2001)
- BWB-id
- BWBR0012216
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2026-01-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0012216
- ELI
- /eli/nl/amvb/2001/besluit-financi-le-verhouding-2001
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/2001/besluit-financi-le-verhouding-2001/2026-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0012216&g=2026-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0012216&z=2026-06-06&g=2026-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0012216/2026-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/2001/besluit-financi-le-verhouding-2001
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. Financiële-verhoudingswet de wet: de; b. het CBS: het Centraal bureau voor de statistiek; c. artikel 11 van de wet de uitkeringsfactor: het quotiënt van het voor de algemene uitkeringen beschikbare bedrag en de som van de uitkeringsbases, bedoeld in; d. rastervierkanten: vierkanten van 500 bij 500 meter, zoals deze worden gebruikt in het geografisch basisregister van het CBS; e. woonkern: een verzameling rastervierkanten die ieder 25 adressen of meer omvatten, en een aaneengesloten gebied binnen een gemeente vormen. Indien de verzameling meer dan één rastervierkant bevat zijn de rastervierkanten tenminste met één zijde aan elkaar gesloten. 2025 244 22-09-2025 15-08-2025 2025 435 16-12-2025 12-12-2025 01-01-2026 01-01-2023
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 Vóór 1 juli van het jaar voorafgaand aan het uitkeringsjaar geven Onze Ministers aan gedeputeerde staten en de colleges van burgemeester en wethouders kennis van: a. de verwachte bedragen per eenheid over het uitkeringsjaar; b. de verwachte uitkeringsfactor over het uitkeringsjaar; c. de verwachte ontwikkeling van de uitkeringsfactor over de vier jaren na het uitkeringsjaar. 2005 574 22-11-2005 24-10-2005 2006 109 02-03-2006 21-02-2006 08-03-2006
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 bijlage 1 Bij de verdeling van het voor de algemene uitkeringen aan de provincies beschikbare bedrag worden de verdeelmaatstaven gehanteerd die zijn omschreven inbij dit besluit. 2 bijlage 2 Bij de verdeling van het voor de algemene uitkeringen aan de gemeenten beschikbare bedrag worden de verdeelmaatstaven gehanteerd die zijn omschreven inbij dit besluit. 3 bijlage 1 bijlage 2 Bij de vaststelling van de algemene uitkering aan een provincie of gemeente stellen Onze Ministers zo nodig het aantal eenheden per verdeelmaatstaf vast. Voor zover inenbij een verdeelmaatstaf een bron is vermeld, kunnen Onze Ministers het aantal eenheden ontlenen aan een opgave van het vermelde orgaan of de vermelde instantie. 4 bijlage 1 bijlage 2 De vaststelling van het aantal eenheden per verdeelmaatstaf voor een provincie of gemeente geschiedt naar de toestand op 1 januari van het uitkeringsjaar waarover het aantal wordt vastgesteld, tenzij inofeen peildatum of andere tijdsaanduiding bij een verdeelmaatstaf is vermeld. In dat geval geschiedt de vaststelling naar de toestand op de aangegeven datum of de gegeven tijdsaanduiding. 5 Indien op grond van het vierde lid een peildatum of tijdsaanduiding moet worden gehanteerd die ligt vóór de datum van herindeling van de provincie of gemeente, stellen Onze Ministers het aantal eenheden vast op basis van een redelijke schatting van de toestand zoals die op het aangegeven tijdstip zou zijn geweest als de herindeling op dat tijdstip reeds was ingegaan. 2001 88 22-02-2001 02-02-2001 2001 283 21-06-2001 11-06-2001 22-06-2001
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 bijlage 1 bijlage 2 paragrafen 2.2 2.3 van dit besluit Onze Ministers kunnen nadere regels stellen omtrent de uitwerking van de inenen in deengehanteerde begrippen en omtrent de telling van het aantal eenheden per verdeelmaatstaf. 2025 244 22-09-2025 15-08-2025 2025 435 16-12-2025 12-12-2025 01-01-2026 01-01-2023
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 Vervallen 2015 326 10-09-2015 21-08-2015 2015 476 11-12-2015 30-11-2015 12-12-2015 01-01-2014
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 Vervallen 2013 337 17-09-2013 30-08-2013 2013 337 17-09-2013 30-08-2013 01-12-2013 01-01-2012
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 Vervallen 2019 46 15-02-2019 22-01-2019 2019 46 15-02-2019 22-01-2019 01-07-2019
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 Vervallen 2005 436 13-09-2005 16-07-2005 2006 14 12-01-2006 19-12-2005 13-01-2006
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 Vervallen 2005 436 13-09-2005 16-07-2005 2006 14 12-01-2006 19-12-2005 13-01-2006
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 Vervallen 2005 436 13-09-2005 16-07-2005 2006 14 12-01-2006 19-12-2005 13-01-2006
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 Onder slechte grond wordt verstaan: een minimaal 5 meter dik aaneengesloten pakket holocene klei- en/of veenlagen dat zich binnen 8 meter onder het maaiveld bevindt. Binnen deze definitie worden onderscheiden: a. kleigebied: de cumulatieve veendikte bedraagt in dit gebied maximaal 50 cm; b. klei/veengebied: de cumulatieve veendikte bedraagt tussen de 50 en 400 cm; c. veengebied: de cumulatieve veendikte bedraagt minimaal 400 cm. 2 Onder goede grond wordt verstaan grond die niet aan de omschrijvingen onder a, b en c in het eerste lid van dit artikel voldoet. 2005 436 13-09-2005 16-07-2005 2006 14 12-01-2006 19-12-2005 13-01-2006
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 De bodemfactor van een gemeente of van een deelgebied binnen een gemeente is het gewogen gemiddelde aandeel van de verschillende grondsoorten in het totale oppervlak van land en binnenwater binnen de gemeente of het deelgebied. 2015 326 10-09-2015 21-08-2015 2015 476 11-12-2015 30-11-2015 12-12-2015 01-01-2015
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 Vervallen 2005 436 13-09-2005 16-07-2005 2006 14 12-01-2006 19-12-2005 13-01-2006
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 Vervallen 2005 436 13-09-2005 16-07-2005 2006 14 12-01-2006 19-12-2005 13-01-2006
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 Vervallen 2005 436 13-09-2005 16-07-2005 2006 14 12-01-2006 19-12-2005 13-01-2006
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 Vervallen 2005 436 13-09-2005 16-07-2005 2006 14 12-01-2006 19-12-2005 13-01-2006
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 Onze Ministers stellen de omvang van de maatstaven Historische kernen, Historische waterwegen, Bewoonde oorden 1930 en Woningen 1930 in historische kernen vast. 2005 436 13-09-2005 16-07-2005 2006 14 12-01-2006 19-12-2005 13-01-2006
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 Vervallen 2025 244 22-09-2025 15-08-2025 2025 435 16-12-2025 12-12-2025 01-01-2026 01-01-2023
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 1 De gemeenteraad doet een aanvraag voor een aanvullende uitkering voor 1 december van het jaar voorafgaand aan het jaar waarvoor zij wordt aangevraagd. 2 De aanvraag bevat de vastgestelde begroting voor het jaar waarvoor de aanvullende uitkering wordt aangevraagd. 3 De aanvraag wordt ingediend bij Onze Ministers en gelijktijdig in afschrift gezonden aan gedeputeerde staten. 2005 574 22-11-2005 24-10-2005 2006 109 02-03-2006 21-02-2006 08-03-2006
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 Gedeputeerde staten brengen voor 15 februari van het jaar waarvoor de aanvullende uitkering is aangevraagd dan wel verleend, aan Onze Ministers verslag uit over de financiële positie van de gemeente. 2001 88 22-02-2001 02-02-2001 2001 283 21-06-2001 11-06-2001 22-06-2001
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 artikelen 19 20 Onze Ministers kunnen bepalen dat deengeheel of gedeeltelijk buiten toepassing blijven in verband met een besluit tot vaststelling van de aanvullende uitkering voor meer dan een jaar. 2001 88 22-02-2001 02-02-2001 2001 283 21-06-2001 11-06-2001 22-06-2001
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 Onze Ministers besluiten omtrent de aanvraag vóór 1 juni van het jaar, volgend op het jaar waarvoor de aanvullende uitkering wordt aangevraagd. 2001 88 22-02-2001 02-02-2001 2001 283 21-06-2001 11-06-2001 22-06-2001
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 1 artikel 12, tweede lid, van de wet Een gemeente heeft een aanmerkelijk en structureel tekort als bedoeld in, indien: a. het tekort van de gemeente groter of gelijk is aan 2% van de som van: 1°. de belastingcapaciteit van de gemeente met betrekking tot de onroerendezaakbelastingen; 2°. de algemene uitkering aan de gemeente; 3°. de decentralisatie-uitkeringen aan de gemeente; 4°. de integratie-uitkeringen aan de gemeente, en b. de gemeente in het eerste jaar van aanvraag aannemelijk kan maken dat het tekort zich over het begrotingsjaar en de drie daarop volgende jaren uitstrekt. 2 bijlage 2 De belastingcapaciteit wordt bepaald op grond van maatstaf 1, 2 en 3 vanbij dit besluit en de daarbij behorende bedragen per eenheid. 3 Bij de bepaling van de in het tweede lid bedoelde waarden wordt niet meegerekend de waarde van onroerende zaken of delen van onroerende zaken waarover het de gemeente verboden is, bij of krachtens wettelijk voorschrift, onroerende-zaakbelasting te heffen. 2025 244 22-09-2025 15-08-2025 2025 435 16-12-2025 12-12-2025 01-01-2026 01-01-2023
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 1 artikel 12, tweede lid, van de wet Van een redelijk peil van eigen inkomsten van een gemeente, als bedoeld inis sprake indien: a. een door Onze Ministers bij ministeriële regeling vast te stellen percentage van de heffingsmaatstaf wordt geheven; b. de door de gemeente gemaakte lasten inzake huisvuil en bedrijfsvuil volledig worden doorberekend in de reinigingsheffingen; c. de door de gemeente gemaakte lasten inzake de riolering volledig worden doorberekend in de rioolheffingen. 2 Een tekort op de in het eerste lid, onder b en c, bedoelde onderdelen kan worden gecompenseerd door het tarief van de onroerendezaakbelastingen, bedoeld in het eerste lid, onder a, met een met het tekort overeenkomend bedrag te verhogen. 2013 337 17-09-2013 30-08-2013 2013 337 17-09-2013 30-08-2013 01-12-2013 01-01-2008
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 Onze Ministers kunnen nadere regels stellen omtrent: a. artikel 20 het verslag van gedeputeerde staten, bedoeld in; b. de procedure in verband met de voorbereiding van het besluit omtrent het verlenen van de aanvullende uitkering; c. paragraaf 2.4 de uitwerking van de in. van dit besluit gehanteerde begrippen. 2001 88 22-02-2001 02-02-2001 2001 283 21-06-2001 11-06-2001 22-06-2001
Artikel 26 — Artikel 26#
Artikel 26 1 artikel 5, eerste en tweede lid, van de wet Onze Ministers doen de betalingen in verband met de uitkeringen, bedoeld in, over het lopende uitkeringsjaar, zoveel mogelijk in gelijke wekelijkse delen gedurende de eerste vijftig volle weken van het jaar. 2 artikel 5, derde lid, van de wet Onze Ministers stellen voor ieder uitkeringsjaar een betalingsschema vast ten behoeve van de uitbetaling, bedoeld in. 2001 88 22-02-2001 02-02-2001 2001 283 21-06-2001 11-06-2001 22-06-2001
Artikel 27 — Artikel 27#
Artikel 27 Artikel 17a van de Financiële-verhoudingswet is van toepassing op de verantwoordingsinformatie van gedeputeerde staten en het college van burgemeester en wethouders. 2009 215 26-05-2009 16-04-2009 2009 215 26-05-2009 16-04-2009 21-07-2009
Artikel 28 — Artikel 28#
Artikel 28 Vóór 1 oktober van het jaar voorafgaand aan het uitkeringsjaar geven Onze Ministers wie het aangaat aan gedeputeerde staten en de colleges van burgemeester en wethouders kennis van: a. de verwachte specifieke uitkeringen voor het uitkeringsjaar; b. de verwachte wijzigingen in de specifieke uitkeringen voor de vier jaren na het uitkeringsjaar. 2005 574 22-11-2005 24-10-2005 2006 109 02-03-2006 21-02-2006 08-03-2006
Artikel 28a — Artikel 28a#
Artikel 28a 1 artikel 15a, derde lid, van de wet Het grensbedrag voor de verzameluitkering, bedoeld in, wordt vastgesteld op € 1 miljoen inclusief BTW voor de totale omvang van de beschikbare bijdrage. 2 Indien de totale omvang van de beschikbare bijdrage lager is dan € 1 miljoen inclusief BTW, is het grensbedrag voor de verzameluitkering € 50.000,- inclusief BTW per ontvanger. 2025 99 16-04-2025 21-03-2025 2025 99 16-04-2025 21-03-2025 17-04-2025 01-01-2024
Artikel 29 — Artikel 29#
Artikel 29 1 Indien de effecten van een nieuwe verdeelmethodiek ertoe leiden dat de uitkering per inwoner van een gemeente aanmerkelijk hoger of lager is, kan de algemene uitkering aan de desbetreffende gemeente worden verlaagd of verhoogd ten laste van het gemeentefonds. De uitkeringsfactor is op deze bedragen niet van toepassing. 2 Onze Ministers stellen bij ministeriële regeling vast wat de maximale verlaging per inwoner van de gemeente van de algemene uitkering voor de gemeenten mag bedragen. 3 Onze Ministers maken vóór 1 juli van het jaar voorafgaande aan een uitkeringsjaar bekend op welke bedragen de gemeenten voorlopig kunnen rekenen. 4 Bij beschikking wordt het definitieve bedrag van de verhoging of verlaging van de algemene uitkering vastgesteld. 2009 215 26-05-2009 16-04-2009 2009 215 26-05-2009 16-04-2009 21-07-2009
Artikel 30 — Artikel 30#
Artikel 30 Wijzigt het Besluit integratie-uitkering WUW-middelen Gemeentefonds. 2001 88 22-02-2001 02-02-2001 2001 283 21-06-2001 11-06-2001 22-06-2001
Artikel 31 — Artikel 31#
Artikel 31 1 artikel 22 van de wet artikel 4 Na de inwerkingtreding van dit besluit berust de Regeling meet- en rekenregels verdeelmaatstaven en vaststelling kilometers gewogen weglengte provinciefonds openvan dit besluit. 2 artikel 22 van de wet artikel 4 Na de inwerkingtreding van dit besluit berust de Regeling meet- en rekenregels verdeelmaatstaven gemeentefonds openvan dit besluit. 3 artikelen 4 7 Na de inwerkingtreding van dit besluit berust de Regeling belastingcapaciteit op deenvan dit besluit. 4 artikel 12 van de wet artikel 25 Na de inwerkingtreding van dit besluit berust de Regeling aanvullende uitkering gemeentefonds openvan dit besluit. 2001 88 22-02-2001 02-02-2001 2001 283 21-06-2001 11-06-2001 22-06-2001
Artikel 32 — Artikel 32#
Artikel 32 Wijzigt het Bekostigingsbesluit cultuuruitingen. 2001 88 22-02-2001 02-02-2001 2001 283 21-06-2001 11-06-2001 22-06-2001
Artikel 33 — Artikel 33#
Artikel 33 Wijzigt het Besluit zonering buitenlandse luchtvaartterreinen Noord- en Midden-Limburg. 2001 88 22-02-2001 02-02-2001 2001 283 21-06-2001 11-06-2001 22-06-2001
Artikel 34 — Artikel 34#
Artikel 34 Wijzigt het Faciliteitenbesluit opvangcentra. 2001 88 22-02-2001 02-02-2001 2001 283 21-06-2001 11-06-2001 22-06-2001
Artikel 35 — Artikel 35#
Artikel 35 Wijzigt het Subsidiebesluit openbare lichamen milieubeheer. 2001 88 22-02-2001 02-02-2001 2001 283 21-06-2001 11-06-2001 22-06-2001
Artikel 36 — Artikel 36#
Artikel 36 Wijzigt dit besluit. 2001 88 22-02-2001 02-02-2001 2001 283 21-06-2001 11-06-2001 22-06-2001
Artikel 37 — Artikel 37#
Artikel 37 Het Besluit financiële verhouding wordt ingetrokken. 2001 88 22-02-2001 02-02-2001 2001 283 21-06-2001 11-06-2001 22-06-2001
Artikel 38 — Artikel 38#
Artikel 38 1 Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. 2 bijlage 1 van de Wet van 6 november 1997 tot wijziging van de Financiële-verhoudingswet en enkele andere wetten en regels inzake de invoering van deze wijziging in verband met een herziening van het verdeelstelsel voor het Provinciefonds bijlage 1 De verdeelmaatstaven die zijn vermeld in, worden met ingang van de uitkering uit het provinciefonds voor het jaar 2001 vervangen door de verdeelmaatstaven die zijn opgenomen inbij dit besluit. 3 bijlage 2 van de Invoeringswet Financiële-verhoudingswet bijlagen bij het Besluit van 14 mei 1998 houdende toevoeging van de categorie vluchtelingen aan de verdeelmaatstaf minderheden en enkele andere aanpassingen van de verdeelmaatstaven van het gemeentefonds Wijzigingsbesluit verdeelmaatstaven gemeentefonds 2000 bijlage 2 De verdeelmaatstaven die zijn vermeld in, en in de, het Wijzigingsbesluit verdeelmaatstaven gemeentefonds 1999 en het, worden met ingang van de uitkering uit het gemeentefonds voor het jaar 2001 vervangen door de verdeelmaatstaven die zijn opgenomen inbij dit besluit. 2001 88 22-02-2001 02-02-2001 2001 283 21-06-2001 11-06-2001 22-06-2001
Artikel 39 — Artikel 39#
Artikel 39 Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit financiële verhouding 2001. 2001 88 22-02-2001 02-02-2001 2001 283 21-06-2001 11-06-2001 22-06-2001
Artikel 3#
artikel 3, eerste lid
Artikel 3#
artikel 3, tweede lid
Artikel 12#
artikel 12
Artikel 1#
artikel 1, onderdeel d