Besluit van 14 december 2000, houdende vaststelling van een algemene maatregel van bestuur ter uitvoering van de Wet personenvervoer 2000 (Besluit personenvervoer 2000)
- BWB-id
- BWBR0011982
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Infrastructuur en Milieu
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2025-07-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0011982
- ELI
- /eli/nl/amvb/2001/besluit-personenvervoer-2000
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/2001/besluit-personenvervoer-2000/2025-07-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0011982&g=2025-07-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0011982&z=2026-06-06&g=2025-07-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0011982/2025-07-01
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/2001/besluit-personenvervoer-2000
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: boordcomputerkaart: geheugenkaart met chip voor gebruik in de boordcomputer waarmee de boordcomputer de identiteit van de kaarthouder kan vaststellen; centrale database taxivervoer: technische voorziening voor het ontvangen van berichten met taxivervoergegevens; chauffeurskaart: aan een bestuurder afgegeven boordcomputerkaart waarmee de boordcomputer de identiteit van de desbetreffende bestuurder kan vaststellen en waarop gegevens kunnen worden opgeslagen; chauffeursnummer: nummer dat door Kiwa N.V. wordt uitgegeven aan een persoon die de bevoegdheid voor taxivervoer heeft ontvangen; EER: Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, keuringskaart: aan een erkende werkplaats afgegeven boordcomputerkaart die de desbetreffende werkplaats identificeert en waarmee gegevens kunnen worden overgebracht; lidstaat: lidstaat van de Europese Unie, ondernemerskaart: aan een vervoerder afgegeven boordcomputerkaart die de desbetreffende vervoerder identificeert en waarmee de voor deze in de boordcomputer opgeslagen gegevens zichtbaar kunnen worden gemaakt en overgebracht kunnen worden; artikel 1 van het Binnenvaartbesluit passagiersschip: schip als bedoeld in de inopgenomen definitie van passagiersschip, realtime: direct, onmiddellijk of zonder enige vertragingsinterval; registratiemiddel: middel dat voor een bestuurder beschikbaar is om taxivervoergegevens te registreren en versturen aan de centrale database taxivervoer; richtlijn nr. 2004/18/EG: richtlijn nr. 2004/18/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 31 maart 2004 betreffende de coördinatie van de procedures voor het plaatsen van overheidsopdrachten voor werken, leveringen en diensten (PbEU L 134), artikel 1 van het Binnenvaartbesluit veerboot: schip als bedoeld in de inopgenomen definitie van veerboot, Verordening (EG) 1370/2007: Verordening (EG) nr. 1370/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2007 betreffende het openbaar personenvervoer per spoor en over de weg en tot intrekking van Verordening (EEG) nr 1191/69 van de Raad en Verordening (EEG) nr. 1107/70 van de Raad (PbEU L 315), Wet personenvervoer 2000 wet:. 2025 161 18-06-2025 25-04-2025 2025 161 18-06-2025 25-04-2025 01-07-2025
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 wet Deen Verordening 1071/2009/EG zijn niet van toepassing op: a. militair vervoer met vervoermiddelen voorzien van een militair kenteken, op vervoer met door een militaire autoriteit gevorderde vervoermiddelen en op door een militaire autoriteit gevorderd vervoer, b. vervoer met daarvoor bestemde vervoermiddelen, van ambtenaren van politie die zijn aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, in de uitoefening van hun functie en van personen onder strafrechtelijke geleide van politie of justitie, c. vervoer met daarvoor bestemde vervoermiddelen ten behoeve van de brandweerzorg en ten behoeve van door Onze Minister aan te wijzen diensten voor de ongevallen- en rampenbestrijding, d. artikel 1 van de Ambtenarenwet overig vervoer voor de uitoefening van de openbare dienst in de zin vanmet daarvoor bestemde vervoermiddelen, e. artikel 1 van de Wet ambulancezorgvoorzieningen vervoer van zieken of slachtoffers van een ongeval en hun begeleiders met motorvoertuigen als bedoeld in, f. vervoer met auto's of bussen voor de uitvoering van trouwerijen of uitvaarten met inbegrip van het afhalen en terugbrengen van de deelnemers, g. vervoer met vervoermiddelen die in gebruik zijn als onderdeel van een historische verzameling, voor zover het niet commercieel van aard is dan wel een geringe weerslag heeft op de vervoersmarkt, h. vervoer met vervoermiddelen die deelnemen aan een optocht die in overeenstemming met een gemeentelijke verordening wordt gehouden, i. vervoer met vervoermiddelen ten tijde dat zij worden gebruikt voor het geven van onderricht en het afnemen van proeven in praktische rijvaardigheid onder toezicht, mits zich niet meer dan vijf personen in het vervoermiddel bevinden, j. vervoer binnen Nederland met takelwagens en getakelde vervoermiddelen, k. vervoer met vervoermiddelen die worden verplaatst ten behoeve van stalling, onderhoud en reparatie dan wel bij wijze van een korte proefrit, l. artikel 1.1. van de Wet kinderopvang vervoer met auto's, voor eigen rekening en risico verricht door ondernemingen ten behoeve van hun werknemers, onderwijsinstellingen ten behoeve van hun leerlingen, kindercentra ten behoeve van kinderopvang als bedoeld in, tehuizen ten behoeve van hun vaste bewoners, alsmede verpleeginrichtingen, psychiatrische instellingen, medische verzorgingstehuizen, medische dagverblijven of soortgelijke instellingen ten behoeve van hun patiënten, m. artikel 1.1 van de Regeling voertuigen artikel 1.1 van de Regeling voertuigen vervoer met een combinatie van een bedrijfsauto, landbouw- of bosbouwtrekker, motorrijtuig met beperkte snelheid of mobiele machine als bedoeld in, met een aanhangwagen als bedoeld in, n. vervoer met auto’s, voor eigen rekening en risico verricht door buitensportondernemingen die uitsluitend omzet genereren uit het organiseren van buitensportactiviteiten, mits het vervoer onlosmakelijk is verbonden aan de buitensportactiviteiten en daarvoor geen aparte betaling plaatsvindt, o. vervoer, verricht door bestuurders die chauffeursdiensten in een auto leveren aan consumenten die zelf in het bezit zijn van die auto, p. vervoer van personen met een handicap in auto’s, ten behoeve van een meerdaagse vakantiereis die aan de specifieke behoeften van deze personen is aangepast. 2020 505 11-12-2020 04-12-2020 2020 505 11-12-2020 04-12-2020 01-01-2021 2020 490 02-12-2020 20-11-2020 2020 490 02-12-2020 20-11-2020 01-01-2021
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 artikel 2, vijfde lid, van de wet Onder de kosten van de auto, bedoeld in, worden verstaan de kosten van afschrijving, verzekering, motorrijtuigenbelasting en brandstof, alsmede onderhouds- en reparatiekosten. 2 artikel 2, vijfde lid, van de wet Als bijkomende kosten als bedoeld in, worden aangemerkt onkostenvergoedingen voor vrijwilligers tot een bij ministeriële regeling vast te stellen bedrag. 2018 135 17-05-2018 26-04-2018 2018 135 17-05-2018 26-04-2018 01-07-2018
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 artikelen 7, eerste lid 12 13 14, eerste lid, van de wet artikelen 21 tot en met 30 van dit besluit De,,enen dezijn niet van toepassing op besloten busvervoer dat wordt verricht als nevenactiviteit ten behoeve van een hoofdactiviteit die niet bestaat uit het vervoer van personen dan wel dat niet commercieel van aard is, en dat een geringe weerslag heeft op de vervoersmarkt. 2013 234 28-06-2013 14-06-2013 2013 234 28-06-2013 14-06-2013 29-06-2013 Abusievelijk is een wijzigingsopdracht geformuleerd die niet geheel juist is.
Artikel 4a — Artikel 4a#
Artikel 4a Artikel 32, tweede lid, onderdelen i, j en k, van de wet is niet van toepassing op openbaar vervoer anders dan per trein. 2004 666 21-12-2004 03-12-2004 2004 740 30-12-2004 20-12-2004 01-01-2005
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 artikelen 45, eerste lid, onderdeel a 46 De, enzijn niet van toepassing op openbaar vervoer per trein. 2018 343 10-10-2018 25-09-2018 2018 343 10-10-2018 25-09-2018 01-01-2019
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 artikelen 14 70 tot en met 74 76 tot en met 79 87 88, eerste lid 89 tot en met 93 97 tot en met 99 101 103 105 106 van de wet artikelen 12 tot en met 23 26 28 tot en met 30 hoofdstuk 4 hoofdstuk 6 73 74 78 118 120 121 124 126 De,,,,,,,,,enen de,,,,, met uitzondering van de artikelen,en,,,,envan dit besluit zijn van overeenkomstige toepassing op voor een ieder openstaand personenvervoer per auto dat niet volgens een dienstregeling wordt verricht: a. artikel 20 van de wet Raamwet EEG-voorschriften aanbestedingen krachtens een door een bestuursorgaan als bedoeld in, met een vervoerder gesloten overeenkomst, welke tot stand is gekomen na een aanbestedingsprocedure krachtens devoor het plaatsen van opdrachten voor dienstverlening, b. op afroep van reizigers, voorzover dat vervoer binnen een door de vervoerder bepaalde tijd vooraf bij hem is besteld en c. in de plaats van een opgeheven of in aanvulling op een bestaande openbaar vervoervoorziening. 2 artikelen 27 28 31 32 44 van de wet artikelen 31 tot en met 34 De,,,enen devan dit besluit zijn van overeenkomstige toepassing op vervoer als bedoeld in het eerste lid, met dien verstande dat wordt gelezen voor: a. concessie: in artikel 6, eerste lid, van het besluit bedoelde overeenkomst; b. concessiehouder: vervoerder; c. aan de concessie te verbinden voorschriften: in de overeenkomst te regelen onderwerpen; d. concessiegebied: gebied waarvoor de overeenkomst is gesloten; e. dienstregeling: dienstkenmerken, zijnde het gebied waarbinnen en de tijdstippen waartussen vervoer wordt verricht, de vooraanmeldingstijd en de ophaal- of aankomstmarge. 3 hoofdstuk III, paragrafen 4a 4b, van de wet artikel 63a van de wet Verordening (EG) 1370/2007 In afwijking van het eerste lid, aanhef en onderdeel a, zijn de bij en krachtensengestelde regels van overeenkomstige toepassing op het vervoer, bedoeld in het eerste lid, voor zover dat vervoer wordt verricht in opdracht van een bestuursorgaan behorend tot een openbaar lichaam als bedoeld in. Bij ministeriële regeling kunnen in het belang van een goede uitvoering vanregels worden gesteld met betrekking tot dit artikellid. 2019 242 09-07-2019 26-06-2019 2019 296 18-09-2019 10-09-2019 01-10-2019
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 artikelen 12 13 14 70 tot en met 74 87 88, eerste lid 89 tot en met 93 97 98 101 102 105 106 van de wet artikelen 10 11 hoofdstuk 4 De,,,,,,,,,,,en, en deenenvan dit besluit zijn van overeenkomstige toepassing op voor een ieder openstaand personenvervoer volgens een dienstregeling per passagiersschip dat wordt verricht: a. artikel 20 van de wet krachtens een door een bestuursorgaan als bedoeld inmet een vervoerder gesloten overeenkomst voor ten hoogste zes jaar of voor een langere duur, voor zover Onze Minister met die duur heeft ingestemd op grond van aanzienlijke investeringen door de vervoerder in voor het te verrichten vervoer noodzakelijke materieel, en b. Aanbestedingswet 2012 waarbij de overeenkomst tot stand is gekomen na een procedure van aanbesteding voor het plaatsen van overheidsopdrachten voor dienstverlening krachtens devoor het plaatsen van opdrachten voor dienstverlening. 2 artikelen 27 28 31 32 44 van de wet artikelen 31 tot en met 34 van dit besluit De,,,enen dezijn van overeenkomstige toepassing op vervoer als bedoeld in het eerste lid, met dien verstande dat wordt gelezen voor: a. concessie: in artikel 7, eerste lid, van het besluit bedoelde overeenkomst; b. concessiehouder: vervoerder; c. aan de concessie te verbinden voorschriften: in de overeenkomst te regelen onderwerpen; d. concessiegebied: gebied waarvoor de overeenkomst is gesloten. 3 Dit artikel is niet van toepassing op vervoer dat wordt verricht met passagiersschepen: a. met een door de constructie bepaalde maximumsnelheid van minder dan 30 kilometer per uur, b. artikel 1, onderdeel ia, onderscheidenlijk onderdeel r van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 die zijn bestemd voor het vervoer van voertuigen op meer dan twee wielen, niet zijnde een brommobiel of een gehandicaptenvoertuig als bedoeld inof c. op de Waddenzee, met inbegrip van de verbindingen met de Noordzee. 4 hoofdstuk III, paragrafen 4a 4b, van de wet artikel 63a van de wet Verordening (EG) 1370/2007 In afwijking van het eerste lid, aanhef en onderdeel b, zijn de bij en krachtensengestelde regels van overeenkomstige toepassing op het vervoer, bedoeld in het eerste lid, voor zover dat vervoer wordt verricht in opdracht van een bestuursorgaan behorend tot een openbaar lichaam als bedoeld in. Bij ministeriële regeling kunnen in het belang van een goede uitvoering vanregels worden gesteld met betrekking tot dit artikellid. 2019 242 09-07-2019 26-06-2019 2019 296 18-09-2019 10-09-2019 01-10-2019
Artikel 7a — Artikel 7a#
Artikel 7a 1 artikelen 1 12 tot en met 14 19, eerste en tweede lid 23, eerste en tweede lid 25 eerste, tweede en derde lid 26, eerste lid met uitzondering van de zinsnede «bedoeld in artikel 20, tweede en derde lid» 27 28 tot en met 29a 31 tot en met 32a 33 tot en met 37 38 met uitzondering van het tweede en derde lid 39 40 41 43 43a, tweede tot en met zevende lid 43b 43c 44 45 46 49 70 71 72 73 74 87 met uitzondering van het vierde lid 88, eerste lid 89 90 tot en met 93 97 98 100 101 102 105 106 van de wet artikelen 1 2 10, eerste lid, onderdelen a tot en met e en onderdeel g 11 31 33 34 39 44 tot en met 46 48 49 51 52 53 De,,,,,,,,,,,,,,,,en,,,,,,,,,,,,,,,,,,,enen de,,,,,,,,,,,,envan dit besluit zijn van overeenkomstige toepassing op voor een ieder openstaand personenvervoer met of zonder een dienstregeling per veerboot of passagiersschip dat wordt verricht tussen twee of meer aanlegplaatsen gelegen aan de Waddenzee, met inbegrip van de verbindingen met de Noordzee en met havens die in open verbinding staan met de Waddenzee, waarbij Vlieland, Terschelling, Ameland of Schiermonnikoog met het vasteland wordt verbonden. 2 artikel 1, eerste lid, onderdeel c, van de Wegenverkeerswet 1994 artikel 1.1 van de Wet wegvervoer goederen Met het in het eerste lid genoemde personenvervoer wordt tevens bedoeld vervoer van personen die zich verplaatsen per motorrijtuig, bedoeld in, met uitzondering van vrachtauto’s als bedoeld in. De bedoelde motorrijtuigen kunnen voorzien zijn van een aanhangwagen. 3 Onze Minister verleent concessies voor het personenvervoer, bedoeld in het eerste lid, voor de duur van ten hoogste 15 jaar nadat daartoe een aanbesteding is gehouden. Artikel 5, derde lid, van Verordening (EG) 1370/2007 is daarbij van toepassing. 4 Onze Minister kan in afwijking van het derde lid, de in dat lid genoemde concessie voor de eerste maal verlenen zonder dat daartoe een aanbesteding is gehouden, indien die concessie voldoet aan een van de kenmerken betreffende personenvervoer, anders dan per spoor, als bedoeld in artikel 5, vierde lid, van Verordening (EG) 1370/2007. artikel 44 van de wet Indien Onze Minister een concessie als bedoeld in de eerste volzin verleent, wordt het programma van eisen, bedoeld in, voorafgaand aan de concessieverlening gepubliceerd. 5 Voor de toepassing van de artikelen van de wet en het besluit op het vervoer, bedoeld in het eerste lid, wordt gelezen voor: a. trein: het in het eerste lid bedoelde vervoer; b. station, stations, halteplaats of perron: de in het eerste lid bedoelde aanlegplaatsen; c. aanbesteding van een concessie of concessies: verlening van een concessie of concessies; d. aanbestedingsreglement: reglement; e. auto, bus, trein, metro, tram of via geleidesysteem voortbewogen voertuig: het in het eerste lid bedoelde vervoer; f. openbaar vervoer: het in het eerste lid bedoelde vervoer. 6 artikel 35 van de wet De plicht te gedogen, bedoeld in, geldt voor het in het eerste lid bedoelde vervoer ten aanzien van het gebruik door de concessiehouder van de haveninfrastructuur waaronder wordt verstaan: a. haventerreinen; b. aanleginrichtingen. 2019 202 11-06-2019 27-05-2019 2019 202 11-06-2019 27-05-2019 16-06-2019
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 artikel 2, aanhef en onderdeel l artikelen 52 53 artikelen 73 74 87 88, eerste lid 89 tot en met 91 93 97 98 105 106 van de wet In afwijking van, zijn de,,,,,,,,enen de,, van dit besluit van overeenkomstige toepassing op door of vanwege de werkgever verzorgd vervoer van werknemers: a. naar en van de werkplek, voorafgaand aan onderscheidenlijk na afloop van de werkzaamheden, b. dat wordt verricht met bussen dan wel met auto's ingericht voor vervoer van meer dan zeven personen, de bestuurder daaronder niet begrepen en c. artikel 20 van de wet waarvoor subsidie wordt verleend door een bestuursorgaan als bedoeld in. 2 artikel 69, eerste lid, van de wet Het vervoer, bedoeld in het eerste lid, is vervoer als bedoeld indat door een gemeentelijk vervoerbedrijf mag worden verricht. 2019 242 09-07-2019 26-06-2019 2019 296 18-09-2019 10-09-2019 01-10-2019
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
Artikel 9a — Artikel 9a#
Artikel 9a 1 artikel 7, eerste lid, van de wet artikel 76, eerste lid, van de wet Het verbod openbaar vervoer anders dan per trein te verrichten zonder geldige communautaire vergunning, bedoeld in, is niet van toepassing op een vervoerder die openbaar vervoer per auto verricht en beschikt over een vergunning voor het verrichten van taxivervoer als bedoeld in. 2 artikel 7, tweede lid, van de wet Het verbod openbaar vervoer anders dan per trein te verrichten zonder de aanwezigheid in het voertuig van een eensluidend gewaarmerkt afschrift van de communautaire vergunning, bedoeld in, is niet van toepassing op een vervoerder als bedoeld in het eerste lid. 2019 242 09-07-2019 26-06-2019 2019 296 18-09-2019 10-09-2019 01-10-2019
Artikel 9b — Artikel 9b#
Artikel 9b 1 artikelen 2, vijfde lid 76c 79 104 van de wet Bij ministeriële regeling kan, in voorkomend geval met inachtneming van bindende EU-rechtshandelingen en voor zover de belangen van reizigers zich daar niet tegen verzetten, vrijstelling worden verleend van één of meer regels van dit besluit die krachtens de,,enzijn vastgesteld. 2 Een vrijstelling kan worden verleend met het oog op: a. het stimuleren van ontwikkelingen in het personenvervoer; b. het voorkomen van onnodige regeldruk bij marktdeelnemers in het personenvervoer. 3 Bij een vrijstelling worden regels gesteld, die onder meer betrekking kunnen hebben op: a. de maximale duur van de vrijstelling; b. de afbakening van de doelgroep; c. overige noodzakelijk geachte voorwaarden en beperkingen in het belang van veilig personenvervoer. 4 Een vrijstelling kan tevens worden verleend in het kader van een experiment. 5 Bij een zodanig experiment worden in ieder geval regels gesteld over: a. de inkadering van het doel van het experiment; b. de maximale duur van het experiment; c. de afbakening van de doelgroep; d. de monitoring en evaluatie van het experiment, onder meer in verband met mogelijke aanpassing van relevante regelgeving na afloop van het experiment. 2019 242 09-07-2019 26-06-2019 2019 296 18-09-2019 10-09-2019 01-10-2019
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 1 Een vervoerder die openbaar vervoer verricht, verstrekt aan degene, die daarom verzoekt ten behoeve van het voeden en actualiseren van een reisinformatiesysteem ten minste gegevens inzake: a. de door de vervoerder gehanteerde dienstregeling met de geldigheidsduur daarvan, b. de door de vervoerder gegarandeerde overstapmogelijkheden binnen de dienstregeling, c. de wijzigingen van de dienstregeling als gevolg van geplande werkzaamheden ten behoeve van aanleg van en onderhoud aan de door de vervoerder benodigde infrastructuur, d. de wijzigingen van de dienstregeling die ten minste 24 uur van tevoren bekend zijn, gerekend vanaf de eerste dienst die op een dag wordt verzorgd, e. de door de vervoerder gehanteerde tarieven of de informatie die nodig is om de prijs per reis met een of meer openbaar vervoersmodaliteiten te berekenen, f. de actuele informatie met betrekking tot de dienstuitvoering ten opzichte van de door hem gehanteerde dienstregeling en g. de mate van toegankelijkheid voor reizigers met een handicap van haltes, stations en voertuigen die door de desbetreffende vervoerder worden gebruikt voor het verrichten van openbaar vervoer. 2 artikel 6, eerste lid Een vervoerder die vervoer verricht als bedoeld in, verstrekt aan de exploitant van een reisinformatiesysteem op diens verzoek ten minste gegevens inzake: a. het gebied waarbinnen en de tijdstippen waartussen vervoer wordt verricht; b. het telefoonnummer voor het bestellen van de ritten; c. de vooraanmeldingstijd; d. de ophaal- of aankomstmarge; e. de door de vervoerder gehanteerde tarieven en de daarbij behorende zone-indeling; f. de mate van toegankelijkheid van het vervoer voor reizigers met een handicap. 3 Bij ministeriële regeling kan: a. nadere invulling worden gegeven aan de aard van de gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdelen e, f en g, b. worden bepaald dat andere gegevens dan de gegevens, bedoeld in het eerste lid, worden verstrekt ten behoeve van het voeden en actualiseren van een reisinformatiesysteem. 2010 695 27-09-2010 09-09-2010 2010 864 29-12-2010 07-12-2010 01-01-2011
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 artikel 14 van de wet Onze Minister kan ambtshalve of op aanvraag een exploitant van een reisinformatiesysteem met een landelijk bereik aanwijzen als bedoeld in, indien niet meer voorzien kan worden in ten minste één doelmatig en voor de reiziger toegankelijk reisinformatiesysteem met een landelijk bereik. 2 Voordat Onze Minister een exploitant aanwijst, maakt hij in de Staatscourant zijn voornemen daartoe bekend. 3 Bij de bekendmaking, bedoeld in het tweede lid, wordt de termijn aangegeven waarbinnen bij Onze Minister een aanvraag kan worden ingediend tot aanwijzing als exploitant van een reisinformatiesysteem. 4 De aanvraag, bedoeld in het derde lid, bevat ten minste een voorstel tot exploitatie van een doelmatig en voor de reiziger toegankelijk reisinformatiesysteem met een landelijk bereik en de daarbij gedurende een bepaalde periode behorende jaarlijkse financiële bijdrage van de vervoerders die openbaar vervoer verrichten waardoor de instandhouding van het desbetreffende reisinformatiesysteem is gewaarborgd. 5 Indien de aanvraag naar het oordeel van Onze Minister aan redelijke eisen van doelmatigheid en toegankelijkheid voor de reiziger kan voldoen, legt hij deze voor advies voor aan de vervoerders die openbaar vervoer verrichten. 6 De vervoerders, bedoeld in het vijfde lid, leggen Onze Minister binnen een door hem bepaalde termijn een met redenen omkleed advies voor over het voorstel, bedoeld in het derde lid. 7 De vervoerders stellen de aanvrager in de gelegenheid met hen overleg te voeren voordat advies wordt uitgebracht. 8 Onze Minister wijst na afloop van de termijn, genoemd in het zesde lid, een exploitant aan van een reisinformatiesysteem dat het meest doelmatig is en waarvan de toegankelijkheid voor de reiziger en het landelijk bereik optimaal is gewaarborgd en stelt de daarbij behorende jaarlijkse financiële bijdrage vast die een vervoerder die openbaar vervoer verricht aan de aangewezen exploitant van het reisinformatiesysteem verleent. 9 Onze Minister geeft een aanwijzing voor bepaalde tijd. 2000 563 28-12-2000 14-12-2000 2000 564 28-12-2000 14-12-2000 01-01-2001
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 1 Onze Minister besluit binnen twaalf weken op een aanvraag om verlening, wijziging of intrekking van een vergunning. 2 Onze Minister neemt een aanvraag om verlening of wijziging van een vergunning in behandeling nadat de bij ministeriële regeling vastgestelde vergoeding voor de kosten van deze behandeling is ontvangen. 2004 666 21-12-2004 03-12-2004 2004 740 30-12-2004 20-12-2004 01-01-2005
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 1 Van het voornemen tot ambtshalve wijziging, schorsing of intrekking van een vergunning doet Onze Minister mededeling aan de houder van de vergunning, waarna de houder van de vergunning ten minste vier weken in de gelegenheid wordt gesteld zijn zienswijze naar voren te brengen. 2 Onze Minister neemt een besluit over de voorgenomen wijziging, schorsing of intrekking van de vergunning binnen acht weken na afloop van de termijn, bedoeld in het eerste lid. 3 Indien een besluit als bedoeld in het tweede lid wordt genomen ten aanzien van een communautaire vergunning en de houder van de vergunning ten tijde van het voornemen, bedoeld in het eerste lid, openbaar vervoer verricht, wordt de concessieverlener tevens ten minste vier weken in de gelegenheid gesteld zijn zienswijze naar voren te brengen. 4 Indien Onze Minister besluit tot wijziging of intrekking van een vergunning, vermeldt hij in de beschikking de datum van ingang van de wijziging of de intrekking, die niet eerder mag liggen dan twaalf weken na verzending van de beschikking of zoveel later als de redelijke belangen van de vergunninghouder en van anderen die door wijziging of intrekking van de vergunning in hun belangen kunnen worden getroffen, vereisen. 5 Het vierde lid is van overeenkomstige toepassing op een besluit tot schorsing van de vergunning, met dien verstande dat een termijn geldt van ten minste zes weken. 2009 472 20-11-2009 16-10-2009 2009 506 08-12-2009 23-11-2009 01-01-2010
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 1 Vergunningen worden op naam van de vervoerder gesteld. 2 Indien natuurlijke personen of rechtspersonen gezamenlijk als vervoerder optreden, worden de vergunningen op hun namen tezamen gesteld, met, in voorkomend geval, toevoeging van de naam waaronder zij gezamenlijk als vervoerder optreden. 3 De vervoerder doet een aanvraag tot wijziging van de vergunning bij wijziging van de naam van de vervoerder, van een van de namen van de natuurlijke personen of rechtspersonen die gezamenlijk als vervoerder optreden of van de naam waaronder natuurlijke personen of rechtspersonen gezamenlijk als vervoerder optreden. 2000 563 28-12-2000 14-12-2000 2000 564 28-12-2000 14-12-2000 01-01-2001
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 1 artikel 14 Onverminderdworden in de vergunning vermeld: a. het vervoer waarvoor de vergunning is verleend en b. artikel 14, tweede lid het adres van de vervoerder aan wie de vergunning is verleend of, indien, toepassing heeft gevonden, de adressen van de natuurlijke personen, bedoeld in dat artikel, dan wel het gezamenlijk adres van deze personen. 2 In de vergunning worden, voor zover van toepassing, de voorschriften vermeld die aan de vergunning zijn verbonden en de beperkingen waaronder de vergunning is verleend. 2000 563 28-12-2000 14-12-2000 2000 564 28-12-2000 14-12-2000 01-01-2001
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 Vervallen 2009 472 20-11-2009 16-10-2009 2009 506 08-12-2009 23-11-2009 01-01-2010
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 1 Vergunningbewijzen worden op aanvraag door Onze Minister verleend aan de vergunninghouder. 2 Onze Minister neemt een aanvraag om verlening van een vergunningbewijs in behandeling nadat de bij ministeriële regeling vastgestelde vergoeding voor de kosten van deze behandeling is ontvangen. 3 Vergunningbewijzen zijn geldig voor een periode van ten hoogste vijf jaar, gerekend vanaf het moment van verlening van de vergunning. 4 Onze Minister kan de verlening van het aantal vergunningbewijzen beperken tot het aantal bussen of auto's waarvan de vergunninghouder aantoont dat hij daarover duurzaam de beschikking heeft. 2000 563 28-12-2000 14-12-2000 2000 564 28-12-2000 14-12-2000 01-01-2001
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 1 Op het vergunningbewijs worden vermeld: a. de naam en het adres van de vervoerder aan wie de vergunning is verleend, b. het vervoer waarvoor de vergunning is verleend, c. de beschikking waarbij de vergunning is verleend of laatstelijk is gewijzigd. 2 Op het vergunningbewijs worden voorts voor zover van toepassing vermeld: a. artikel 14, tweede lid de naam van de personen, bedoeld in, dan wel de naam waaronder zij gezamenlijk als vervoerder optreden, b. artikel 14, tweede lid de adressen van de personen, bedoeld in, dan wel het gezamenlijk adres van deze personen, c. de voorschriften die aan de vergunning zijn verbonden en de beperkingen waaronder de vergunning is verleend voorzover van belang voor het toezicht op de rechtmatigheid van het verrichte vervoer, en d. de geldigheidstermijn van het vergunningbewijs. 2013 234 28-06-2013 14-06-2013 2013 234 28-06-2013 14-06-2013 29-06-2013
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 1 Een vergunningbewijs is niet geldig vanaf het tijdstip waarop de vergunning is ingetrokken, gedurende de periode waarin de op het vergunningbewijs vermelde gegevens niet overeenstemmen met de feitelijke situatie en gedurende de periode waarin een vergunning is geschorst. 2 artikel 18, tweede lid, onderdeel d Met uitzondering van de periode waarin een vergunning is geschorst en met uitzondering van het geval dat de geldigheidstermijn, bedoeld in, is verlopen, levert de vervoerder binnen vier weken na het tijdstip, bedoeld in het eerste lid, het vergunningbewijs in bij Onze Minister. 2000 563 28-12-2000 14-12-2000 2000 564 28-12-2000 14-12-2000 01-01-2001
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 Het is verboden een bewerkt vergunningbewijs te gebruiken. 2000 563 28-12-2000 14-12-2000 2000 564 28-12-2000 14-12-2000 01-01-2001
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 1 De vervoerder die openbaar vervoer, besloten busvervoer of taxivervoer verricht, voldoet aan de eis van betrouwbaarheid. 2 Indien meer natuurlijke personen of rechtspersonen gezamenlijk als vervoerder optreden, voldoet een ieder van de natuurlijke personen en een ieder van de bestuurders van de rechtspersonen aan de eis, bedoeld in het eerste lid. 3 Indien de vervoerder een rechtspersoon is, voldoet een ieder van de bestuurders van deze rechtspersoon aan de eis, bedoeld in het eerste lid. 4 Indien de vervoerder een dienst of bedrijf van een gemeente is, voldoet het hoofd van de dienst of het bedrijf aan de eis, bedoeld in het eerste lid, en indien er meer hoofden zijn aangewezen, ieder van hen. 5 Indien de natuurlijke personen of rechtspersonen, bedoeld in het eerste tot en met het vierde lid, niet of slechts gedeeltelijk zijn betrokken bij de permanente en daadwerkelijke leiding van de onderneming, de dienst of het bedrijf, voldoet degene die is belast met de permanente of daadwerkelijke leiding, mede aan de eis, bedoeld in het eerste lid. 2000 563 28-12-2000 14-12-2000 2000 564 28-12-2000 14-12-2000 01-01-2001
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 1 Wet justitiële gegevens De vervoerder voldoet aan de eis van betrouwbaarheid, indien hij een met het oog op een communautaire vergunning of taxivervoer verleende verklaring omtrent het gedrag overeenkomstig de bepalingen van deheeft overgelegd die niet ouder is dan twee maanden. 2 De vervoerder wiens land van vestiging een andere lidstaat is dan Nederland, dan wel een andere staat die partij is bij de EER, voldoet aan de eis van betrouwbaarheid indien hij een niet ouder dan twee maanden zijnde, in die staat daartoe afgegeven verklaring heeft overgelegd. 2013 234 28-06-2013 14-06-2013 2013 234 28-06-2013 14-06-2013 29-06-2013
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 1 Het verlies van de betrouwbaarheid van een vervoerder is een onevenredig strenge sanctie indien naar het oordeel van Onze Minister een door hem vast te stellen minimumaantal veroordelingen en sancties jegens een vervoerder niet is overschreden. Bij het bepalen van dit aantal houdt Onze Minister rekening met de aard van de overtreding die ten grondslag ligt aan een veroordeling of sanctie en het aantal gewaarmerkte afschriften van de vergunning van de vervoerder. 2 Indien het in het eerste lid bedoelde aantal is overschreden, kan Onze Minister het verlies van de betrouwbaarheid van een vervoerder als een onevenredig strenge sanctie aanmerken indien: a. de totstandkoming van een aan een veroordeling of sanctie ten grondslag liggende overtreding de vervoerder of de voor hem werkzame personen niet of slechts ten dele kan worden verweten; b. de wijze waarop de vervoerder de bedrijfsvoering van de vervoeronderneming heeft ingericht dan wel de handelwijze van een of meer leidinggevenden in die onderneming, het begaan van de aan een veroordeling of sanctie ten grondslag liggende overtreding heeft beperkt; of c. het aantal aan een veroordeling of sanctie ten grondslag liggende overtredingen naar het oordeel van Onze Minister niet in redelijke verhouding staat tot de omvang van de vervoeronderneming, gemeten naar het aantal gewaarmerkte afschriften van de vergunning van die onderneming. 2013 234 28-06-2013 14-06-2013 2013 234 28-06-2013 14-06-2013 29-06-2013
Artikel 23a — Artikel 23a#
Artikel 23a 1 Het verlies van de betrouwbaarheid van een vervoersmanager is een onevenredig strenge sanctie indien naar het oordeel van Onze Minister een door hem vast te stellen minimumaantal veroordelingen en sancties jegens een vervoersmanager niet is overschreden. Bij het bepalen van dit aantal houdt Onze Minister rekening met de aard van de overtreding die ten grondslag ligt aan een veroordeling of sanctie en het aantal gewaarmerkte afschriften van de vergunning van de vervoerder of vervoerders waarvoor de vervoersmanager werkzaam is. 2 Indien het in het eerste lid bedoelde aantal is overschreden, kan Onze Minister het verlies van de betrouwbaarheid van een vervoersmanager als een onevenredig strenge sanctie aanmerken indien: a. de totstandkoming van een aan een veroordeling of sanctie ten grondslag liggende overtreding de vervoersmanager niet of slechts ten dele kan worden verweten; b. de mate waarin de wijze waarop de vervoersmanager de bedrijfsvoering van een of meer vervoerondernemingen onder zijn verantwoordelijkheid heeft ingericht dan wel zijn handelwijze in die ondernemingen, het begaan van de aan een veroordeling of sanctie ten grondslag liggende overtreding heeft beperkt; of c. het aantal aan een veroordeling of sanctie ten grondslag liggende overtredingen naar het oordeel van Onze Minister niet in redelijke verhouding staat tot de omvang van de vervoeronderneming of vervoerondernemingen waarvoor hij als zodanig werkzaam is, gemeten naar het aantal gewaarmerkte afschriften van de vergunning van die onderneming of ondernemingen. 3 artikel 23 Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing indien het gaat om de inbedoelde veroordelingen en sancties jegens de vervoerder waarvoor de vervoersmanager werkzaam is. 2013 234 28-06-2013 14-06-2013 2013 234 28-06-2013 14-06-2013 29-06-2013
Artikel 23b — Artikel 23b#
Artikel 23b artikelen 23 23a Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over de toepassing van deen. 2013 234 28-06-2013 14-06-2013 2013 234 28-06-2013 14-06-2013 29-06-2013
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 Vervallen 2013 234 28-06-2013 14-06-2013 2013 234 28-06-2013 14-06-2013 29-06-2013
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 Vervallen 2013 234 28-06-2013 14-06-2013 2013 234 28-06-2013 14-06-2013 29-06-2013
Artikel 26 — Artikel 26#
Artikel 26 1 De vervoerder die taxivervoer verricht, moet aan de eis van vakbekwaamheid voldoen. 2 Degene die permanent en daadwerkelijk leiding geeft aan het vervoer, bedoeld in het eerste lid, voldoet aan de eis, bedoeld in het eerste lid, of, indien deze leiding bij meer personen berust, tenminste een van hen. 3 De vervoerder meldt Onze Minister de vervanging van een persoon als bedoeld in het tweede lid. 2013 234 28-06-2013 14-06-2013 2013 234 28-06-2013 14-06-2013 29-06-2013
Artikel 27 — Artikel 27#
Artikel 27 De vervoerder die openbaar vervoer of besloten busvervoer verricht, voldoet aan de eis van vakbekwaamheid door overlegging van een getuigschrift, dat is afgegeven door een door Onze Minister erkend exameninstituut, waarbij ten minste de kennis is vastgesteld van de onderwerpen en het opleidingsniveau van bijlage I, deel I, van verordening 1071/2009/EG en die overeenkomstig die bijlage zijn georganiseerd. 2013 234 28-06-2013 14-06-2013 2013 234 28-06-2013 14-06-2013 29-06-2013
Artikel 28 — Artikel 28#
Artikel 28 1 De vervoerder die taxivervoer verricht voldoet aan de eis van vakbekwaamheid indien wordt overgelegd: a. een door Onze Minister erkend getuigschrift van met goed gevolg afgelegde examens waarbij ten minste de kennis is vastgesteld van de door Onze Minister vastgestelde onderwerpen, of b. artikel 6 van de Algemene wet erkenning EU-beroepskwalificaties een voor het beroep van vervoerder die taxivervoer verricht afgegeven erkenning van EU-beroepskwalificaties als bedoeld in. 2 artikel 6 van de Algemene wet erkenning EU-beroepskwalificaties Een getuigschrift als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, geldt als een erkenning van EG-beroepskwalificaties als bedoeld in. 3 Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over de gevallen waarin en de wijze waarop een erkenning van EU-beroepskwalificaties als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, wordt verstrekt. 4 Onze Minister neemt een aanvraag om verlening van een erkenning van EU-beroepskwalificaties voor taxivervoer in behandeling nadat de door Onze Minister vastgestelde vergoeding voor de kosten van deze behandeling is ontvangen. 5 Bij ministeriële regeling kan worden bepaald van welke onderwerpen, bedoeld in het eerste lid, onder a, vrijstelling kan worden verleend aan houders van in die regeling genoemde diploma's. 2016 44 01-02-2016 22-01-2016 2016 44 01-02-2016 22-01-2016 02-02-2016 18-01-2016
Artikel 29 — Artikel 29#
Artikel 29 1 artikel 26 Indien de vervoerder door overlijden, wettelijke of lichamelijke onbekwaamheid van degene die op grond vanvoldeed aan de eis van vakbekwaamheid in een onderneming, dienst of bedrijf van een gemeente, niet langer aan deze eis voldoet, kan Onze Minister, te rekenen vanaf dit moment, de belanghebbende die het vervoer wenst voort te zetten, onverminderd het vereiste van een vergunning, op verzoek voor ten hoogste een jaar ontheffing verlenen van deze eis in die onderneming of die dienst of dat bedrijf van een gemeente. 2 Onze Minister neemt een aanvraag om verlening van een ontheffing in behandeling nadat de bij ministeriële regeling vastgestelde vergoeding voor de kosten van deze behandeling is ontvangen. 3 De periode, bedoeld in het eerste lid, kan in bijzondere gevallen met maximaal zes maanden worden verlengd. 4 artikel 27 Indien de vervoerder door overlijden, wettelijke of lichamelijke onbekwaamheid van degene die op grond vanvoldeed aan de eis van vakbekwaamheid in een onderneming, dienst of bedrijf van een gemeente, niet langer aan deze eis voldoet, kan Onze Minister, te rekenen vanaf dit moment, degene die beschikt over een praktische ervaring van ten minste drie jaar in de dagelijkse leiding van die onderneming, die dienst of dat bedrijf, in bijzondere gevallen op verzoek voor bepaalde tijd ontheffing verlenen van deze eis in die onderneming, die dienst of dat bedrijf. 5 Aan de ontheffing, bedoeld in het eerste lid, kan het voorschrift worden verbonden dat de belanghebbende binnen de periode waarvoor een ontheffing geldt, alsnog zal voldoen aan de eis van vakbekwaamheid. 2000 563 28-12-2000 14-12-2000 2000 564 28-12-2000 14-12-2000 01-01-2001
Artikel 30 — Artikel 30#
Artikel 30 1 artikel 22, eerste lid artikel 28, eerste lid De vervoerder die taxivervoer verricht overlegt elke vijf jaar, gerekend vanaf de dag waarop de vergunning is verleend, aan Onze Minister een verklaring omtrent het gedrag als bedoeld in, en toont aan dat hij voldoet aan de eis van vakbekwaamheid, bedoeld in. 2 artikel 21 Indien Onze Minister vermoedt dat een persoon als bedoeld inniet langer voldoet aan de eisen voor het afgeven van een verklaring omtrent het gedrag, kan Onze Minister verlangen dat, in afwijking van het eerste lid, die persoon binnen een door Onze Minister vast te stellen termijn opnieuw een verklaring omtrent het gedrag overlegt. 2015 229 19-06-2015 09-06-2015 2015 229 19-06-2015 09-06-2015 20-06-2015
Artikel 30a — Artikel 30a#
Artikel 30a verordening 1071/2009/EG De vervoerder die openbaar vervoer of besloten busvervoer verricht, voldoet aan de voorwaarden inzake de vestigingseis, bedoeld in artikel 5, eerste en tweede lid, van. 2023 497 27-12-2023 20-12-2023 2023 486 22-12-2023 05-12-2023 01-01-2024 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet van 7 december
2022 tot wijziging van de Wet wegvervoer goederen, de Wet
personenvervoer 2000 en de Wet op de economische delicten in werking treedt.
Artikel 31 — Artikel 31#
Artikel 31 artikelen 27, eerste lid 31, eerste lid 44, derde lid, van de wet Consumentenorganisaties die ingevolge de,, enom advies worden gevraagd: a. bezitten rechtspersoonlijkheid, b. behartigen krachtens hun statutaire doelstellingen of hun feitelijke werkzaamheden de belangen van de reizigers in het openbaar vervoer en c. zijn werkzaam op nationale of regionale schaal. 2000 563 28-12-2000 14-12-2000 2000 564 28-12-2000 14-12-2000 01-01-2001
Artikel 32 — Artikel 32#
Artikel 32 Vervallen 2004 666 21-12-2004 03-12-2004 2004 740 30-12-2004 20-12-2004 01-01-2005
Artikel 33 — Artikel 33#
Artikel 33 1 artikel 31, derde lid, van de wet artikel 31 van dit besluit De onderwerpen, bedoeld inwaarover de concessiehouder krachtens de concessie ten minste eenmaal per jaar advies vraagt aan consumentenorganisaties als bedoeld inbetreffen, voor zover de concessiehouder ten aanzien van die onderwerpen maatregelen heeft getroffen: a. de uitvoering van de dienstregeling, b. de wijze waarop de concessiehouder de reiziger informeert over de dienstregeling en de tarieven, c. de vervoervoorwaarden waartegen openbaar vervoer wordt verricht, d. de modellen van vervoerbewijzen die de concessiehouder uitgeeft, e. de wijze waarop en de mate waarin vervoerbewijzen verkrijgbaar zijn gesteld, f. de wijze waarop reizigers de prijs van het vervoerbewijs kunnen voldoen, g. de voorzieningen die de concessiehouder treft ten aanzien van de toegankelijkheid van het openbaar vervoer voor reizigers met een handicap en h. de voorzieningen die de concessiehouder treft ten behoeve van het waarborgen van een verantwoorde mate van veiligheid van reizigers en van het voor hem werkzame personeel. 2 artikel 31, zevende lid, van de wet Het eerste lid is van toepassing op de concessieverlener indien hij op grond van, een wijziging initieert van een onderwerp als bedoeld in het eerste lid. 3 Voor zover de concessieverlener ten aanzien van die onderwerpen voorschriften aan de concessie heeft verbonden en voor zover de concessiehouder ten aanzien van die onderwerpen maatregelen heeft getroffen, is de aanhef van het eerste lid, mede van toepassing op: a. de procedure voor de behandeling van klachten van de reiziger en de wijze waarop de concessiehouder de reiziger hierover informeert, b. een regeling over een vergoeding aan de reiziger in geval van vertraging in de uitvoering van de dienstregeling en c. aan het publiek kenbaar gemaakte doelstellingen van de concessiehouder over de kwaliteit van het door hem te verrichten openbaar vervoer. 2011 565 02-12-2011 18-11-2011 2012 231 05-06-2012 21-05-2012 32403 06-06-2012 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Verzamelwet Verkeer en Waterstaat 2010 in werking treedt.
Artikel 34 — Artikel 34#
Artikel 34 artikel 31 De concessieverlener informeert consumentenorganisaties als bedoeld inten minste over resultaten van maatregelen ten aanzien van: a. de mate van bereikbaarheid van het concessiegebied en b. de aanleg en onderhoud van infrastructuur ten behoeve van het openbaar vervoer. 2000 563 28-12-2000 14-12-2000 2000 564 28-12-2000 14-12-2000 01-01-2001
Artikel 35 — Artikel 35#
Artikel 35 artikel 35 van de wet bijlage I De plicht te gedogen, bedoeld in, geldt ten aanzien van het gebruik door de concessiehouder van inopgenomen categorieën of onderdelen van infrastructuur. 2014 559 24-12-2014 17-12-2014 2014 558 24-12-2014 17-12-2014 01-01-2015 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet
afschaffing plusregio's in werking treedt.
Artikel 35a — Artikel 35a#
Artikel 35a 1 artikel 19 van de wet Aan een concessie als bedoeld indie wordt verleend of gewijzigd wordt het voorschrift verbonden dat de concessiehouder verplicht om reizigers in staat te stellen een OV-chipkaart die voldoet aan bij ministeriële regeling gestelde regels als elektronisch vervoerbewijs te gebruiken op het openbaar vervoer dat de concessiehouder aanbiedt. 2 Het voorschrift, bedoeld in het eerste lid, geldt niet ten aanzien van door de concessiehouder aangeboden openbaar vervoer per auto, internationale passagiersvervoersdiensten en bij ministeriële regeling aangewezen soorten openbaar vervoer die daarmee gelijkenis vertonen, tenzij de desbetreffende concessieverlener anders voorschrijft. 2018 343 10-10-2018 25-09-2018 2018 343 10-10-2018 25-09-2018 01-01-2019
Artikel 36 — Artikel 36#
Artikel 36 1 De duur van een concessie voor openbaar vervoer per trein bedraagt ten hoogste vijf jaar. Indien de concessie tevens wordt verleend voor het verrichten van openbaar vervoer anders dan per trein, bedraagt de duur van de concessie ten hoogste acht jaar. 2 In afwijking van het eerste lid kan de duur van een concessie voor openbaar vervoer per trein op ten hoogste tien jaar worden vastgesteld, indien dit naar het oordeel van de concessieverlener wordt gerechtvaardigd door het bestaan van commerciële overeenkomsten, specifieke investeringen of bijzondere risico’s. 3 In afwijking van het eerste lid kan de duur van een concessie voor openbaar vervoer per trein op ten hoogste vijftien jaar worden vastgesteld, indien dit naar het oordeel van de concessieverlener wordt gerechtvaardigd door het bestaan van omvangrijke investeringen voor lange termijn. 2006 691 20-12-2006 14-12-2006 2006 691 20-12-2006 14-12-2006 21-12-2006
Artikel 36a — Artikel 36a#
Artikel 36a 1 verordening (EG) nr. 1370/2007 artikel 20, vierde lid, van de wet Onverminderd in de situaties, bedoeld in artikel 5, lid 3bis, van de, kan bij wijze van tijdelijke maatregel een concessie voor openbaar vervoer per trein als bedoeld in, worden verleend zonder dat een aanbesteding wordt gehouden: a. in afwachting van tot stand te brengen infrastructuur; b. in afwachting van de vorming van nieuwe concessiegebieden, of c. gedurende een periode waarin aanbesteding wordt voorbereid. 2 Van een concessieverlening, bedoeld in het eerste lid, wordt melding gedaan bij Onze Minister. 2019 202 11-06-2019 27-05-2019 2019 202 11-06-2019 27-05-2019 16-06-2019
Artikel 36b — Artikel 36b#
Artikel 36b artikel 20, tweede lid, van de wet Bevoegd tot het verlenen, wijzigen, of intrekken van concessies als bedoeld in, is: a. bijlage II in het inweergegeven gebied het dagelijks bestuur van het openbaar lichaam Vervoerregio Amsterdam; b. bijlage III in het inweergegeven gebied het dagelijks bestuur van het openbaar lichaam Metropoolregio Rotterdam Den Haag. 2019 242 09-07-2019 26-06-2019 2019 296 18-09-2019 10-09-2019 01-10-2019
Artikel 37 — Artikel 37#
Artikel 37 1 Verordening (EG) 1370/2007 Bij ministeriële regeling kunnen in het belang van een goede uitvoering vannadere regels worden gesteld ten aanzien van de wijze waarop aanbesteding van concessies voor openbaar vervoer plaatsvindt. 2 wet Voor zover deniet anders bepaalt, wendt een concessieverlener zich zonder discriminatie en onder dezelfde voorwaarden als die welke hij voor gegadigden of inschrijvers in Nederland stelt, tot ondernemers in andere lidstaten en in overige staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, die voldoen aan de vereisten gesteld krachtens richtlijn nr. 2004/18/EG, en handelt hierbij transparant. 2019 242 09-07-2019 26-06-2019 2019 296 18-09-2019 10-09-2019 01-10-2019
Artikel 38 — Artikel 38#
Artikel 38 artikel 37 Het besluit tot concessieverlening geschiedt op grond van gunningscriteria nadat de geschiktheid van de vervoerders die niet uit hoofde van de wet,of andere door de concessieverlener bij de aanbesteding gestelde voorwaarden zijn uitgesloten, door de concessieverlener is vastgesteld. 2000 563 28-12-2000 14-12-2000 2000 564 28-12-2000 14-12-2000 01-01-2001
Artikel 39 — Artikel 39#
Artikel 39 1 Onverminderd hetgeen bij de concessieverlening is bepaald, verstrekt een concessiehouder van een concessie die is verleend vóór de inwerkingtreding van artikel III, onderdeel K, van de Wet van 30 januari 2019 (Stb. 61) met het oog op de voorbereiding van aanbesteding van een concessie desgevraagd aan een concessieverlener: a. gegevens over de vervoeromvang per lijn of traject in absolute reizigersaantallen of in reizigerskilometers, b. gegevens over de gerealiseerde kosten van de uitvoering van de concessie, c. gegevens over de tijdens de concessieperiode door de concessiehouder verkochte vervoerbewijzen op jaarbasis met de bijbehorende opbrengsten per kaartsoort en per tarief en d. overige gegevens die naar het oordeel van de concessieverlener noodzakelijk zijn voor de voorbereiding van aanbesteding van een concessie. 2 De in het eerste lid, onderdeel b, bedoelde kosten worden ingedeeld naar de kostensoorten personeel en materieel en zodanig gespecificeerd en toegelicht dat een overzichtelijk beeld ontstaat van de samenstelling ervan, van de samenhang tussen kostensoorten en van de relatie met het niveau van de dienstverlening. 3 artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek De concessiehouder verstrekt de gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdelen b en c, desgevraagd vergezeld van een toelichting en een verklaring van een accountant als bedoeld in. 4 Het eerste, tweede en derde lid zijn van overeenkomstige toepassing op een vervoerder die openbaar vervoer verricht zonder een daartoe verleende concessie, indien de gegevens noodzakelijk zijn voor de voorbereiding van aanbesteding van een concessie voor dat openbaar vervoer. 2019 202 11-06-2019 27-05-2019 2019 202 11-06-2019 27-05-2019 16-06-2019
Artikel 40 — Artikel 40#
Artikel 40 1 De concessieverleners die een concessie hebben verleend, zenden een kennisgeving betreffende het verloop en de uitslag van de aanbestedingsprocedure aan Onze Minister. 2 Bij ministeriële regeling worden regels vastgesteld over de gegevens die de kennisgeving tenminste moet bevatten. 2000 563 28-12-2000 14-12-2000 2000 564 28-12-2000 14-12-2000 01-01-2001
Artikel 41 — Artikel 41#
Artikel 41 Vervallen 2018 343 10-10-2018 25-09-2018 2018 343 10-10-2018 25-09-2018 01-01-2019
Artikel 42 — Artikel 42#
Artikel 42 Vervallen 2018 343 10-10-2018 25-09-2018 2018 343 10-10-2018 25-09-2018 01-01-2019
Artikel 43 — Artikel 43#
Artikel 43 Vervallen 2018 343 10-10-2018 25-09-2018 2018 343 10-10-2018 25-09-2018 01-01-2019
Artikel 44 — Artikel 44#
Artikel 44 Een reiziger is voor het vervoer een vervoerprijs verschuldigd overeenkomstig het daarvoor geldende tarief. 2006 612 07-12-2006 31-10-2006 2006 612 07-12-2006 31-10-2006 08-12-2006 Artikel II, eerste lid van Stb. 2006/612 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 45 — Artikel 45#
Artikel 45 1 artikel 70, eerste lid, van de wet Het verbod, bedoeld inis niet van toepassing op: a. kinderen onder geleide die de leeftijd van vier jaar nog niet hebben bereikt en voor wie geen eigen zitplaats wordt verlangd, b. één persoon van ten minste twaalf jaar oud die een persoon begeleidt die is voorzien van een legitimatiebewijs voor gehandicapten, c. artikelen 87 89 van de wet ambtenaren en personen als bedoeld in deen, belast met toezicht en opsporing, bij de uitoefening van de hun in die artikelen opgedragen taak. 2 Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over een legitimatiebewijs als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, alsmede over de afgifte ervan. 2004 173 29-04-2004 22-03-2004 2004 305 06-07-2004 15-06-2004 07-07-2004
Artikel 46 — Artikel 46#
Artikel 46 1 Geen vervoerprijs is verschuldigd voor het vervoer van handbagage en een hond die een persoon begeleidt die is voorzien van een legitimatiebewijs voor gehandicapten. 2 Onder handbagage wordt verstaan zaken die een reiziger als gemakkelijk mee te voeren, draagbaar, dan wel met de hand verrijdbaar bij zich heeft en geen zitplaats in het vervoermiddel innemen, waaronder een vouwfiets, levende dieren die gemakkelijk zijn mee te voeren en die geen zitplaats innemen, alsmede zaken die door de vervoerder als handbagage zijn toegelaten. 3 Tenzij de concessieverlener en concessiehouder anders regelen, is geen vervoerprijs verschuldigd voor het vervoer van: a. een fiets, niet zijnde een zaak als bedoeld in het tweede lid, b. levende dieren die niet als handbagage kunnen worden meegenomen. 4 Het derde lid is niet van toepassing op openbaar vervoer per trein waarvoor door Onze Minister een concessie is verleend. 2006 612 07-12-2006 31-10-2006 2006 612 07-12-2006 31-10-2006 01-04-2007
Artikel 47 — Artikel 47#
Artikel 47 1 artikel 45 De reiziger is met uitzondering van de gevallen, bedoeld in, en met uitzondering van de door de vervoerder bepaalde gevallen, verplicht zich van een geldig elektronisch vervoerbewijs te voorzien: a. voordat hij, hetzij het vervoermiddel betreedt, hetzij een gedeelte van een station of halte betreedt waar hij blijkens duidelijke aanwijzingen van de vervoerder in het bezit moet zijn van een geldig elektronisch vervoerbewijs of b. zo spoedig mogelijk nadat hij het vervoermiddel of het gedeelte van het station of de halte heeft betreden, voor zover daar een met afgifte of ontwaarding belaste functionaris of een voor afgifte of ontwaarding bestemd apparaat aanwezig is. 2 Een elektronisch vervoerbewijs is geldig indien: a. het een op grond van de concessie door of namens de concessiehouder afgegeven elektronisch vervoerbewijs betreft, b. de reismogelijkheden van het elektronisch vervoerbewijs toereikend zijn voor de te maken reis en het vertrekpunt elektronisch is geregistreerd, c. het elektronisch vervoerbewijs, voor zover het op naam is gesteld, overeenstemt met de identiteit van de houder daarvan en d. de te betalen vervoerprijs voor de reis ten minste gelijk is aan het tarief dat de gebruiker van het elektronisch vervoerbewijs daarvoor verschuldigd is. 3 Een elektronisch vervoerbewijs is niet geldig indien het gewijzigd of anderszins bewerkt is. 2018 343 10-10-2018 25-09-2018 2018 343 10-10-2018 25-09-2018 01-01-2019
Artikel 48 — Artikel 48#
Artikel 48 1 De reiziger die het vervoerbewijs waarvan hij moet zijn voorzien desgevraagd ter controle niet toont of overhandigt, is op vordering van de vervoerder de vervoerprijs verschuldigd die geldt voor het traject tussen vertrekpunt en plaats van bestemming van de reiziger. 2 Onverminderd het eerste lid, is de reiziger op vordering van de vervoerder een bij ministeriële regeling vast te stellen bedrag verschuldigd indien hij: a. artikel 47, eerste lid niet voldoet aan de in, bedoelde verplichting, b. het vervoerbewijs waarvan hij moet zijn voorzien desgevraagd niet toont of overhandigt, c. een onbevoegd gewijzigd of anderszins bewerkt vervoerbewijs gebruikt, d. een vervoerbewijs misbruikt of e. de controle van vervoerbewijzen belemmert of verhindert. 3 Indien de vervoerder die gelegenheid biedt, betaalt de reiziger het bedrag, bedoeld in het tweede lid, terstond tezamen met de krachtens het eerste lid verschuldigde vervoerprijs. 4 Indien de reiziger de in het tweede en derde lid bedoelde bedragen terstond betaalt, is de vervoerder verplicht een betalingsbewijs af te geven, dat voor zover nodig tevens geldt als vervoerbewijs. 5 Indien de reiziger de in het tweede en derde lid bedoelde bedragen niet terstond betaalt, stelt de vervoerder hem in de gelegenheid deze bedragen alsnog te betalen binnen veertien dagen nadat het feit is geconstateerd. De vervoerder kan aan de reiziger een bewijs verstrekken op grond waarvan deze zijn reis kan aanvangen of voortzetten. 6 Indien de reiziger de in het tweede en derde lid bedoelde bedragen niet binnen de termijn, bedoeld in het vijfde lid, heeft betaald, stelt de vervoerder hem nogmaals in de gelegenheid deze bedragen, verhoogd met een bij ministeriële regeling vast te stellen bedrag aan administratiekosten, te betalen binnen veertien dagen na afloop van de termijn, bedoeld in het vijfde lid. 7 artikel 70, eerste lid, van de wet Zodra de reiziger voldoet aan het in het tweede, derde, vijfde of zesde lid bepaalde, vervalt het recht van strafvervolging ter zake van overtreding van. 2012 653 20-12-2012 11-12-2012 2012 654 20-12-2012 11-12-2012 01-01-2013
Artikel 49 — Artikel 49#
Artikel 49 Zolang een opeisbare schuld ter zake van vervoerbewijzen niet is voldaan, heeft de betrokkene geen recht op afgifte van een op naam gesteld vervoerbewijs. 2000 563 28-12-2000 14-12-2000 2000 564 28-12-2000 14-12-2000 01-01-2001
Artikel 50 — Artikel 50#
Artikel 50 Vervallen 2018 343 10-10-2018 25-09-2018 2018 343 10-10-2018 25-09-2018 01-01-2019
Artikel 51 — Artikel 51#
Artikel 51 artikelen 87 89 van de wet Bij intrekking van een vervoerbewijs of gedeelte van een vervoerbewijs geven de in deenbedoelde ambtenaren en personen daarvan een bewijs af aan de reiziger. 2004 173 29-04-2004 22-03-2004 2004 305 06-07-2004 15-06-2004 07-07-2004
Artikel 52 — Artikel 52#
Artikel 52 1 artikel 72 van de wet Onder verstoring van orde, rust, veiligheid of een goede bedrijfsgang als bedoeld inworden verstaan: a. gedragingen waardoor de bediening en het gebruik van voorzieningen of van een vervoermiddel dan wel de taakuitoefening van het personeel van de vervoerder worden verhinderd of belemmerd, b. misbruik maken van voorzieningen dan wel gebruik maken van voorzieningen of van een vervoermiddel op een tijdstip waarop deze niet voor gebruik beschikbaar zijn dan wel op een andere wijze dan waarvoor deze bestemd zijn, c. uit een vervoermiddel werpen van stoffen of van voorwerpen, d. zich in kennelijke staat van dronkenschap of onder kennelijke invloed van verdovende middelen bevinden, e. afsteken van vuurwerk, of op zodanige wijze geluid voortbrengen dat anderen daarvan hinder ondervinden, f. uitoefenen van beroep of bedrijf of het aanbieden van diensten, g. tentoonstellen van voorwerpen, maken van reclame of propaganda, verspreiden van drukwerken, bedelen of houden van inzamelingen, h. meenemen in een vervoermiddel van dieren, stoffen of voorwerpen, die hinder, gevaar, verontreiniging of beschadiging veroorzaken of kunnen veroorzaken, i. roken in een vervoermiddel, station of halte, of gedeelten daarvan, ten aanzien waarvan de vervoerder heeft aangegeven dat roken niet is toegestaan, j. zich bevinden op een station of halte op een tijdstip dat deze kenbaar gesloten is of op een gedeelte van een station of halte dat kenbaar daartoe niet toegankelijk is, k. zich op een station of halte begeven langs een andere dan de daarvoor bestemde weg, l. op een andere wijze hinder, gevaar, verontreiniging of beschadiging veroorzaken of kunnen veroorzaken. 2 Het eerste lid is niet van toepassing voor zover de vervoerder daarvoor, met inachtneming van de belangen van de reizigers, toestemming heeft gegeven. 2000 563 28-12-2000 14-12-2000 2000 564 28-12-2000 14-12-2000 01-01-2001
Artikel 53 — Artikel 53#
Artikel 53 Onder aanwijzingen betreffende orde, rust, veiligheid of een goede bedrijfsgang wordt mede verstaan de door of vanwege de vervoerder kenbaar gemaakte aanduidingen in beeld of geschrift. 2000 563 28-12-2000 14-12-2000 2000 564 28-12-2000 14-12-2000 01-01-2001
Artikel 54 — Artikel 54#
Artikel 54 Vervallen 2005 173 05-04-2005 16-03-2005 2005 173 05-04-2005 16-03-2005 06-04-2005 16-03-2005
Artikel 55 — Artikel 55#
Artikel 55 Vervallen 2005 173 05-04-2005 16-03-2005 2005 173 05-04-2005 16-03-2005 06-04-2005 16-03-2005
Artikel 56 — Artikel 56#
Artikel 56 Vervallen 2005 173 05-04-2005 16-03-2005 2005 173 05-04-2005 16-03-2005 06-04-2005 16-03-2005
Artikel 57 — Artikel 57#
Artikel 57 Vervallen 2005 173 05-04-2005 16-03-2005 2005 173 05-04-2005 16-03-2005 06-04-2005 16-03-2005
Artikel 58 — Artikel 58#
Artikel 58 Vervallen 2005 173 05-04-2005 16-03-2005 2005 173 05-04-2005 16-03-2005 06-04-2005 16-03-2005
Artikel 59 — Artikel 59#
Artikel 59 Vervallen 2005 173 05-04-2005 16-03-2005 2005 173 05-04-2005 16-03-2005 06-04-2005 16-03-2005
Artikel 60 — Artikel 60#
Artikel 60 Vervallen 2005 173 05-04-2005 16-03-2005 2005 173 05-04-2005 16-03-2005 06-04-2005 16-03-2005
Artikel 61 — Artikel 61#
Artikel 61 Vervallen 2005 173 05-04-2005 16-03-2005 2005 173 05-04-2005 16-03-2005 06-04-2005 16-03-2005
Artikel 62 — Artikel 62#
Artikel 62 Vervallen 2005 173 05-04-2005 16-03-2005 2005 173 05-04-2005 16-03-2005 06-04-2005 16-03-2005
Artikel 63 — Artikel 63#
Artikel 63 Vervallen 2005 173 05-04-2005 16-03-2005 2005 173 05-04-2005 16-03-2005 06-04-2005 16-03-2005
Artikel 64 — Artikel 64#
Artikel 64 Vervallen 2005 173 05-04-2005 16-03-2005 2005 173 05-04-2005 16-03-2005 06-04-2005 16-03-2005
Artikel 65 — Artikel 65#
Artikel 65 Vervallen 2005 173 05-04-2005 16-03-2005 2005 173 05-04-2005 16-03-2005 06-04-2005 16-03-2005
Artikel 66 — Artikel 66#
Artikel 66 Vervallen 2005 173 05-04-2005 16-03-2005 2005 173 05-04-2005 16-03-2005 06-04-2005 16-03-2005
Artikel 67 — Artikel 67#
Artikel 67 Vervallen 2005 173 05-04-2005 16-03-2005 2005 173 05-04-2005 16-03-2005 06-04-2005 16-03-2005
Artikel 68 — Artikel 68#
Artikel 68 Vervallen 2005 173 05-04-2005 16-03-2005 2005 173 05-04-2005 16-03-2005 06-04-2005 16-03-2005
Artikel 69 — Artikel 69#
Artikel 69 Vervallen 2005 173 05-04-2005 16-03-2005 2005 173 05-04-2005 16-03-2005 06-04-2005 16-03-2005
Artikel 70 — Artikel 70#
Artikel 70 Vervallen 2005 173 05-04-2005 16-03-2005 2005 173 05-04-2005 16-03-2005 06-04-2005 16-03-2005
Artikel 71 — Artikel 71#
Artikel 71 Vervallen 2005 173 05-04-2005 16-03-2005 2005 173 05-04-2005 16-03-2005 06-04-2005 16-03-2005
Artikel 72 — Artikel 72#
Artikel 72 Vervallen 2005 173 05-04-2005 16-03-2005 2005 173 05-04-2005 16-03-2005 06-04-2005 16-03-2005
Artikel 72a — Artikel 72a#
Artikel 72a artikel 78, eerste lid, van de wet Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over de verplichting voor de vervoerder die taxivervoer verricht om in of op de auto waarmee taxivervoer wordt verricht dan wel anderszins duidelijk kenbaar te maken op welke wijze een klacht als bedoeld inkan worden ingediend en op welke wijze deze wordt behandeld. 2011 565 02-12-2011 18-11-2011 2011 565 02-12-2011 18-11-2011 03-12-2011
Artikel 73 — Artikel 73#
Artikel 73 1 Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over de verplichting voor de vervoerder om het ten tijde van het aanbieden van het taxivervoer te hanteren tarief duidelijk leesbaar te tonen zowel aan de buitenzijde van als binnen in de auto waarmee dat vervoer wordt verricht of dit tarief op een andere wijze kenbaar te maken. 2 Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over de verplichting voor de vervoerder om de reiziger na afloop van het verrichtte taxivervoer een automatisch gegenereerd ritbewijs te verstrekken en over de verplicht op het ritbewijs te vermelden gegevens. 3 De regels, bedoeld in het tweede lid, kunnen voor bij ministeriële regeling aan te wijzen soorten taxidiensten verschillend luiden. 4 In de regels, bedoeld in het tweede lid, kan een uitzondering worden opgenomen voor taxivervoer dat wordt verricht ter uitvoering van een schriftelijke overeenkomst waarbij gedurende in een bij die overeenkomst vastgestelde periode meermalen taxivervoer wordt verricht tegen een in die overeenkomst vastgelegd tarief. 2009 472 20-11-2009 16-10-2009 2011 284 17-06-2011 30-05-2011 18-06-2011
Artikel 74 — Artikel 74#
Artikel 74 1 artikel 14, eerste lid, van de Arbeidsomstandighedenwet die wet Met het besturen van een bus wordt slechts diegene belast, die in het bezit is van een niet ouder dan vijf jaar zijnde geneeskundige verklaring waaruit blijkt dat hij geen lichamelijke of geestelijke afwijkingen heeft welke hem zouden kunnen beletten een bus naar behoren te besturen en dat hij beschikt over voldoende gehoor- en gezichtsvermogen. De geneeskundige verklaring wordt afgegeven door een deskundige persoon als bedoeld indie belast is met de taken, bedoeld in de onderdelen b of c, van dat lid, of een arts die deel uitmaakt van een arbodienst als bedoeld in. 2 Indien Onze Minister vermoedt dat de bestuurder van een bus, werkzaam in het openbaar vervoer of besloten busvervoer, niet meer voldoet aan de eisen, bedoeld in het eerste lid, kan Onze Minister verlangen dat die bestuurder zich binnen een door Onze Minister vast te stellen termijn aan een nieuw geneeskundig onderzoek onderwerpt. Indien dit onderzoek daartoe aanleiding geeft, kan de geneeskundige verklaring worden ingetrokken. 3 De bestuurder van een bus is verplicht de geneeskundige verklaring bij zich te hebben. 4 Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over de afgifte van een geneeskundige verklaring en een geneeskundig onderzoek. 2006 674 21-12-2006 05-12-2006 2006 675 21-12-2006 11-12-2006 01-01-2007
Artikel 75 — Artikel 75#
Artikel 75 Met het oog op de herkenbaarheid en toegankelijkheid van het vervoer van personen kunnen bij ministeriële regeling regels worden gesteld inzake de inrichting en uitrusting van trein, metro, tram, bus en auto. 2009 472 20-11-2009 16-10-2009 2011 422 30-09-2011 12-09-2011 01-10-2011 Artikel IV van Stb. 2009/472 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging. 2009 472 20-11-2009 16-10-2009 2011 422 30-09-2011 12-09-2011 01-10-2011 Voorheen art. 79. Artikel IV van Stb. 2009/472 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 76 — Artikel 76#
Artikel 76 1 Het is verboden openbaar vervoer met een bus of besloten busvervoer te verrichten indien in het kentekenregister de vermelding ontbreekt dat het voertuig is goedgekeurd als bus. Het is verboden taxivervoer of openbaar vervoer met een auto te verrichten indien in het kentekenregister de vermelding ontbreekt dat het voertuig is goedgekeurd als taxi. 2 artikel 72 van de Wegenverkeerswet 1994 Een keuringsbewijs als bedoeld in, dat is afgegeven voor het verrichten van openbaar vervoer, besloten busvervoer of taxivervoer met een bus of auto, verliest zijn geldigheid indien hieruit niet blijkt dat is voldaan aan de eisen, bedoeld in het derde lid, onderdeel b. 3 Wegenverkeerswet 1994 Bij ministeriële regeling kunnen, onverminderd het bepaalde bij of krachtens de, regels worden gesteld inzake de inrichting, uitrusting en keuring van bussen en auto's, alsmede de voor de keuring verschuldigde vergoedingen, ten behoeve van de afgifte van: a. de aanduiding in het kentekenregister, bedoeld in het eerste lid, b. artikel 72 van de Wegenverkeerswet 1994 het keuringsbewijs, bedoeld in. 2013 523 12-12-2013 26-11-2013 2013 523 12-12-2013 26-11-2013 01-01-2014 Abusievelijk geeft het Staatsblad een wijzigingsopdracht voor het
tweede lid in plaats van het derde lid.
Artikel 77 — Artikel 77#
Artikel 77 1 In het kentekenregister wordt het hoogste aantal personen, buiten de bestuurder, dat met een bus of auto mag worden vervoerd, vermeld, waarbij rekening kan worden gehouden met het soort vervoer dat wordt verricht en met de wijze waarop wordt plaats genomen in de bus of auto. 2 Het is verboden met een bus of auto meer personen te vervoeren, dan wel deze voor ander vervoer te gebruiken dan blijkens het kentekenregister is toegestaan. 3 Bij ministeriële regeling kunnen regels worden vastgesteld omtrent de wijze waarop het aantal personen, bedoeld in het eerste lid, wordt bepaald. 2013 523 12-12-2013 26-11-2013 2013 523 12-12-2013 26-11-2013 01-01-2014
Artikel 78 — Artikel 78#
Artikel 78 1 De vervoerder die taxivervoer verricht draagt er zorg voor dat in een auto waarmee taxivervoer wordt verricht, een taxameter aanwezig is die zichtbaar voor de reiziger de vervoerprijs overeenkomstig de kenbaar gemaakte tarieven aangeeft. 2 Metrologiewet De taxameter voldoet aan de regels die bij of krachtens dezijn gesteld. 3 Behoudens in geval schriftelijk in een overeenkomst tarieven zijn vastgelegd voor gedurende een bepaalde periode meermalen te verrichten taxivervoer, wordt taxivervoer slechts verricht indien de in de auto aanwezige taxameter wordt gebruikt. 4 artikelen 14, tweede lid artikel 22 van het Besluit meetinstrumenten en marktdeelnemers Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld over de instelling van de taxameter en de tijdvakken waarop een controle van de taxameter moet plaatsvinden tegen de in het tweede lid bedoelde eisen voor een in gebruik genomen taxameter. De, enzijn daarbij van overeenkomstige toepassing. 5 Dit lid is nog niet in werking getreden. 6 Het eerste lid is niet van toepassing indien de auto uitsluitend wordt gebruikt voor taxivervoer dat wordt verricht ter uitvoering van een schriftelijke overeenkomst waarbij gedurende in een bij die overeenkomst vastgestelde periode meermalen taxivervoer wordt verricht tegen een in die overeenkomst vastgelegd tarief en in door Onze Minister te bepalen gevallen waarbij de auto uitsluitend wordt gebruikt voor vervoer tegen eenheidsprijzen. 2016 140 19-04-2016 14-04-2016 2016 140 19-04-2016 14-04-2016 20-04-2016
Artikel 78a — Artikel 78a#
Artikel 78a artikelen 79 tot en met 83 paragraaf 4 artikel 81, derde lid De vervoerder en de bestuurder die taxivervoer verrichten maken tijdens het verrichten van taxivervoer gebruik van een boordcomputer overeenkomstig de, dan wel van de centrale database taxivervoer overeenkomstigvan dit hoofdstuk. Indien gebruik wordt gemaakt van de centrale database taxivervoer overeenkomstig paragraaf 4 van dit hoofdstuk, geldt, onverkort. 2025 161 18-06-2025 25-04-2025 2025 161 18-06-2025 25-04-2025 01-07-2025
Artikel 79 — Artikel 79#
Artikel 79 1 artikel 22, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994 De vervoerder die taxivervoer verricht, draagt er zorg voor dat in een auto waarmee taxivervoer wordt verricht een op correcte wijze functionerende boordcomputer aanwezig is waarvoor een typegoedkeuring is verleend, als bedoeld in. 2 artikel 9:1, eerste lid, van de Arbeidstijdenwet De boordcomputer, bedoeld in het eerste lid, heeft een activeringskeuring en, voor zover bepaald bij ministeriële regeling, een periodiek onderzoek ondergaan, die zijn uitgevoerd door erkende natuurlijke of rechtspersonen, als bedoeld in. 3 De vervoerder die taxivervoer verricht draagt er zorg voor dat de boordcomputer te allen tijde de volgende gegevens registreert: a. de kilometerstand van de auto; b. het kenteken van de auto; c. de datum en de tijd; d. de door de auto afgelegde route; e. informatie over de werking van de boordcomputer. 4 De vervoerder die taxivervoer verricht draagt er tevens zorg voor dat de boordcomputer de arbeids- en rusttijden van de bestuurder registreert. 5 Indien de bestuurder taxivervoer verricht, draagt de vervoerder er, onverminderd het derde en vierde lid, zorg voor dat de boordcomputer de volgende gegevens registreert: a. artikel 4, eerste lid, van de wet het personenvervoernummer dat staat aangegeven op de vergunning, bedoeld in; b. artikel 9, onderdeel a, van de Handelsregisterwet 2007 het aan de vervoerder toegekende unieke nummer, als bedoeld in; c. het nummer van de chauffeurskaart van de bestuurder; d. de datum en het tijdstip van aankomst en vertrek per rit; e. de locatie van vertrek en aankomst per rit; f. de afstand, de prijs van het vervoer per rit in beladen en onbeladen staat en eventueel in rekening gebrachte toeslagen. 6 artikel 80, vijfde lid Indien de boordcomputer buiten toedoen van de bestuurder en de vervoerder buiten gebruik is, geldt in plaats van de verplichting, bedoeld in het derde tot en met het vijfde lid, het bepaalde krachtens. 7 Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over de keuring ter activering van de boordcomputer, het periodiek onderzoek en de tijdvakken waarop een onderzoek van de boordcomputer plaatsvindt. 8 Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over het erkennen van natuurlijke of rechtspersonen die een boordcomputer activeren, herstellen en periodiek onderzoeken, de aanvraag van de erkenning, de voor de erkenning gestelde eisen, de aan de erkenning te verbinden voorschriften en de intrekking of schorsing van een erkenning. 2025 161 18-06-2025 25-04-2025 2025 161 18-06-2025 25-04-2025 01-07-2025
Artikel 80 — Artikel 80#
Artikel 80 1 De bestuurder en de vervoerder die taxivervoer verrichten, gebruiken de boordcomputer overeenkomstig het bij ministeriële regeling bepaalde, tenzij de boordcomputer buiten toedoen van de bestuurder en de vervoerder buiten gebruik is. 2 artikel 79, derde en vijfde lid De vervoerder die taxivervoer verricht bewaart de door de boordcomputer geregistreerde gegevens, bedoeld in, en de gegevens, bedoeld in het vijfde lid, ten minste 104 weken, gerekend vanaf de datum waarop de gegevens betrekking hebben. 3 artikel 79, derde en vijfde lid Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over de wijze van bewaren van de gegevens, bedoeld in, en het overbrengen van de in de boordcomputer en de op de chauffeurskaart geregistreerde gegevens naar de vestiging van de vervoerder die taxivervoer verricht. 4 artikel 79, vierde lid Het derde lid is van overeenkomstige toepassing op de gegevens bedoeld in. 5 Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld over de registratieverplichtingen die op de vervoerder en de bestuurder rusten indien de boordcomputer buiten gebruik is en de gegevens die in dat geval aanwezig zijn in de auto waarmee taxivervoer wordt verricht. 6 artikel 9:1, eerste lid, van de Arbeidstijdenwet Indien de boordcomputer niet op correcte wijze functioneert of buiten gebruik is, draagt de vervoerder er zorg voor dat de boordcomputer, binnen een bij ministeriële regeling te bepalen termijn, hersteld wordt door erkende natuurlijke of rechtspersonen, als bedoeld in. 7 De vervoerder verstrekt de bestuurder op diens verzoek een kopie van de gegevens die ingevolge het derde lid van de chauffeurskaart zijn overgebracht naar de vestiging van de vervoerder. 8 Het is de vervoerder die taxivervoer verricht verboden: a. om de boordcomputer ondeugdelijk te maken, of te doen maken, te vernietigen of te doen vernietigen, dan wel toe te laten dat de boordcomputer ondeugdelijk gemaakt, of vernietigd wordt; b. om in de auto waarmee taxivervoer wordt verricht een voorziening aanwezig te hebben die kennelijk bedoeld is om voor misbruik, als bedoeld in onderdeel a, aan te wenden. 9 Het achtste lid is van overeenkomstige toepassing op de bestuurder van een auto waarmee taxivervoer wordt verricht. 2009 472 20-11-2009 16-10-2009 2011 422 30-09-2011 12-09-2011 01-10-2011 Artikel IV van Stb. 2009/472 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 81 — Artikel 81#
Artikel 81 1 artikel 79, derde tot en met vijfde lid De vervoerder die taxivervoer verricht, gebruikt ten behoeve van een deugdelijke registratie van de gegevens, bedoeld in, een door Onze Minister verstrekte ondernemerskaart. 2 artikel 9:1, eerste lid, van de Arbeidstijdenwet De erkende natuurlijke persoon of rechtspersoon, als bedoeld ingebruikt ten behoeve van het installeren, onderzoeken of herstellen van de boordcomputer een door Onze Minister verstrekte keuringskaart. 3 Met het besturen van een auto waarmee taxivervoer wordt verricht, wordt slechts diegene belast, die in het bezit is van een geldige, behoorlijk leesbare, door Onze Minister verstrekte chauffeurskaart. 4 Voor bij ministeriële regeling aan te wijzen soorten taxidiensten waarbij gedurende een bepaalde periode meermalen taxivervoer wordt verricht volgens een schriftelijke overeenkomst waarin tarieven zijn vastgelegd, kan in de plaats van de in het derde lid bedoelde chauffeurskaart volstaan worden met een chauffeurskaart onder beperkingen. 5 artikel 79, derde tot en met vijfde lid De bestuurder van een auto waarmee taxivervoer wordt verricht, is in het bezit van een door Onze Minister verstrekte chauffeurskaart of chauffeurskaart onder beperkingen en gebruikt deze kaart ten behoeve van een deugdelijke registratie van de gegevens, bedoeld in. 6 Ten behoeve van het toezicht op de naleving van het bepaalde krachtens het vierde lid, is in een auto waarmee een in het vierde lid bedoelde taxidienst wordt verricht het deel van de administratie aanwezig waarmee kan worden aangetoond dat daadwerkelijk de in het vierde lid bedoelde soort taxidienst wordt verricht. 7 Bij ministeriële regeling kunnen eisen gesteld worden aan het deel van de administratie, bedoeld in het zesde lid. 8 Ingeval van verlies, diefstal, beschadiging of een defect van de ondernemerskaart respectievelijk de chauffeurskaart geldt in plaats van de verplichtingen, bedoeld in het eerste en vijfde lid, het bij ministeriële regeling bepaalde. 2009 472 20-11-2009 16-10-2009 2011 422 30-09-2011 12-09-2011 01-10-2011 Artikel IV van Stb. 2009/472 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 82 — Artikel 82#
Artikel 82 1 Bij de aanvraag voor de chauffeurskaart worden de volgende documenten overgelegd: a. Wegenverkeerswet 1994 een rijbewijs als bedoeld in dedan wel een door het bevoegde gezag buiten Nederland afgegeven rijbewijs, dat geldig is voor het besturen van het motorrijtuig waarmee wordt gereden; b. artikel 74, eerste lid een geneeskundige verklaring die niet ouder is dan vier maanden, die voldoet aan de eisen, bedoeld in; c. Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens een met het oog op het uitoefenen van het beroep van taxichauffeur verleende verklaring omtrent het gedrag overeenkomstig de bepalingen van de, die niet ouder is dan vier maanden; d. een door Onze Minister erkend getuigschrift van met goed gevolg afgelegde examens waarbij ten minste de kennis is vastgesteld van de door Onze Minister vastgestelde onderwerpen, waarbij onderscheid gemaakt kan worden tussen verschillende soorten taxidiensten; e. Paspoortuitvoeringsregeling Nederland 2001 een niet beschadigde, recente, goed gelijkende pasfoto van de aanvrager, die voldoet aan alle acceptatiecriteria zoals die zijn opgenomen in de bij debehorende fotomatrix. 2 artikel 22, tweede lid Op de aanvrager die woonachtig is in een andere lidstaat dan Nederland, dan wel een andere staat die partij is bij de EER, is voor wat betreft de verklaring omtrent het gedrag,, van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat het document of de verklaring niet ouder is dan vier maanden. 3 Bij ministeriële regeling kan worden bepaald van welke onderwerpen, bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, vrijstelling kan worden verleend. 4 Onze Minister kan onder voorwaarden en beperkingen vrijstelling verlenen van de verplichting om het getuigschrift, bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, over te leggen. 5 Indien naar het oordeel van Onze Minister niet of niet langer wordt voldaan aan de voorwaarden en beperkingen, bedoeld in het vierde lid, kan de vrijstelling worden ingetrokken. 6 Indien Onze Minister vermoedt dat de bestuurder van een auto waarmee taxivervoer wordt verricht, niet meer voldoet aan de eisen voor het afgeven van een geneeskundige verklaring of een verklaring omtrent het gedrag, als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, respectievelijk c, kan Onze Minister verlangen dat die bestuurder zich binnen een door hem vast te stellen termijn aan een nieuw geneeskundig onderzoek onderwerpt, respectievelijk opnieuw verzoekt om afgifte van een verklaring omtrent het gedrag. De bestuurder overlegt binnen een door Onze Minister vast te stellen termijn de nieuwe geneeskundige verklaring of de nieuwe verklaring omtrent het gedrag. 7 Een aanvrager van een chauffeurskaart die voorafgaand aan de verlening van die chauffeurskaart in het bezit is van een geldige chauffeurskaart, hoeft bij zijn aanvraag geen verklaring omtrent het gedrag als bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, te overleggen, onverminderd de bevoegdheid om opnieuw afgifte van een verklaring omtrent het gedrag te verlangen, bedoeld in het zesde lid. 2019 242 09-07-2019 26-06-2019 2019 296 18-09-2019 10-09-2019 01-10-2019 Door Stb. 2025/161 vernummerd tot art. 83d.
Artikel 83 — Artikel 83#
Artikel 83 1 Onze Minister neemt een aanvraag om verlening van een boordcomputerkaart in behandeling nadat de bij ministeriële regeling vastgestelde vergoeding voor de kosten van deze behandeling is ontvangen. 2 De boordcomputerkaarten hebben een geldigheidsduur van vijf jaar. 3 Een boordcomputerkaart verliest zijn geldigheid door intrekking of schorsing en door het verstrijken van de geldigheidsduur. 4 Een binnen de geldigheidsduur verloren, gestolen, defect geraakt, of beschadigde boordcomputerkaart, wordt vervangen door een vervangende kaart voor de resterende termijn van geldigheid. 5 De houder van een chauffeurskaart of ondernemerskaart meldt verlies of diefstal van zijn boordcomputerkaart aan Onze Minister. 6 De houder van een chauffeurskaart of ondernemerskaart levert een defecte, beschadigde of ingetrokken boordcomputerkaart in bij Onze Minister binnen een bij ministeriële regeling te bepalen termijn. 7 Het vijfde en zesde lid zijn van overeenkomstige toepassing op de houder van een keuringskaart. 8 Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over: a. de wijze waarop de bestuurder en de vervoerder de chauffeurskaart, respectievelijk de ondernemerskaart gebruiken; b. artikel 9:1, eerste lid, van de Arbeidstijdenwet de wijze waarop erkende natuurlijke of rechtspersonen, als bedoeld in, de keuringskaart gebruiken; c. de aanvraag van de boordcomputerkaarten en van vervangende boordcomputerkaarten; d. de verlening, afgifte, weigering, schorsing, intrekking en inname van de boordcomputerkaarten en de gronden daarvoor; e. de wijze van melden in geval van verloren, gestolen, defecte of beschadigde boordcomputerkaarten; f. de wijze van inleveren van de boordcomputerkaarten. 9 artikel 21 van de Algemene wet erkenning EU-beroepskwalificaties artikel 81, vijfde lid In het kader van leer-werktrajecten en in het kader van tijdelijke en incidentele dienstverrichting als bedoeld in, kan door Onze Minister een chauffeurskaart worden verstrekt met een kortere geldigheidsduur dan de in het tweede lid bedoelde geldigheidsduur, dan wel ontheffing worden verleend van de in, bedoelde eis. 2016 44 01-02-2016 22-01-2016 2016 44 01-02-2016 22-01-2016 02-02-2016 18-01-2016
Artikel 83a — Artikel 83a (centrale database taxivervoer)#
Artikel 83a (centrale database taxivervoer) 1 Er is een centrale database taxivervoer. Onze Minister is beheerder van en verwerkingsverantwoordelijke voor deze database. 2 artikel 83b, tweede lid wet Arbeidstijdenwet De gegevens, waaronder mede begrepen persoonsgegevens als genoemd in, worden in de centrale database taxivervoer verzameld en verwerkt met als doel toezicht op de naleving en handhaving van het bepaalde bij of krachtens deen devoor zover dat ziet op taxivervoer en op arbeids- en rusttijden. 3 De gegevens in de centrale database taxivervoer worden gedurende twee jaar in die database bewaard, waarna ze worden vernietigd. 2025 161 18-06-2025 25-04-2025 2025 161 18-06-2025 25-04-2025 01-07-2025
Artikel 83b — Artikel 83b (registratieplicht taxivervoergegevens)#
Artikel 83b (registratieplicht taxivervoergegevens) 1 Er is een deugdelijk registratiemiddel. De vervoerder die taxivervoer verricht is verwerkingsverantwoordelijke voor een registratiemiddel. 2 De vervoerder en de bestuurder die taxivervoer verrichten dragen er zorg voor dat in een auto waarmee taxivervoer wordt verricht met gebruikmaking van een deugdelijk registratiemiddel de volgende gegevens op correcte wijze worden geregistreerd: a. het kenteken van de auto; b. de datum en de tijd van de aanvang en de beëindiging van de werkzaamheden aan boord van de auto; c. de arbeids- en rusttijden van de bestuurder; d. artikel 4, eerste lid, van de wet het personenvervoernummer dat staat aangegeven op de vergunning, bedoeld in; e. artikel 9, onderdeel a, van de Handelsregisterwet 2007 het aan de vervoerder toegekende unieke nummer, als bedoeld in; f. het nummer van het rijbewijs van de bestuurder; g. het chauffeursnummer; h. de datum en het tijdstip van aankomst en vertrek per rit; i. de locatie van vertrek per rit; j. de afstand per rit; k. de prijs van het vervoer per rit in beladen staat en de eventueel in rekening gebrachte toeslagen; l. andere werkzaamheden. 3 Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over de wijze waarop de gegevens, bedoeld in het tweede lid, worden geregistreerd en worden aangeleverd in de centrale database taxivervoer. Deze regels hebben betrekking op de authenticiteit, de kwaliteit, de wijze waarop en de voorwaarden waaronder wordt geregistreerd en aangeleverd. 4 De vervoerder die taxivervoer verricht, levert de gegevens, bedoeld in het tweede lid, in de centrale database taxivervoer, realtime aan volgens de regels als bedoeld in het derde lid. 2025 161 18-06-2025 25-04-2025 2025 161 18-06-2025 25-04-2025 01-07-2025
Artikel 83c — Artikel 83c (evaluatiebepaling)#
Artikel 83c (evaluatiebepaling) 1 Onze Minister zendt in overeenstemming met Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid binnen 3 jaar na de inwerkingtreding van de regels omtrent de centrale database taxivervoer aan de Staten Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze regelgeving in de praktijk. 2 In deze evaluatie wordt in ieder geval aandacht besteed aan de wijze waarop in de praktijk uitvoering wordt gegeven aan de voorschriften die zien op de registratie en aanleververplichting van de taxivervoergegevens in de centrale database taxivervoer. 2025 161 18-06-2025 25-04-2025 2025 161 18-06-2025 25-04-2025 01-07-2025
Artikel 84 — Artikel 84#
Artikel 84 Vervallen 2013 234 28-06-2013 14-06-2013 2013 234 28-06-2013 14-06-2013 29-06-2013
Artikel 85 — Artikel 85#
Artikel 85 Vervallen 2013 234 28-06-2013 14-06-2013 2013 234 28-06-2013 14-06-2013 29-06-2013
Artikel 86 — Artikel 86#
Artikel 86 Vervallen 2013 234 28-06-2013 14-06-2013 2013 234 28-06-2013 14-06-2013 29-06-2013
Artikel 87 — Artikel 87#
Artikel 87 Vervallen 2013 234 28-06-2013 14-06-2013 2013 234 28-06-2013 14-06-2013 29-06-2013
Artikel 88 — Artikel 88#
Artikel 88 Vervallen 2013 234 28-06-2013 14-06-2013 2013 234 28-06-2013 14-06-2013 29-06-2013
Artikel 89 — Artikel 89#
Artikel 89 Voor de toepassing van dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. ASOR : Overeenkomst betreffende internationaal ongeregeld personenvervoer over de weg met autobussen als bedoeld in Besluit 82/505/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen houdende afsluiting van deze overeenkomst (PbEG L 230), b. Interbus-overeenkomst : Overeenkomst betreffende het ongeregeld internationaal vervoer van personen met touringcars en met autobussen als bedoeld in Besluit 2002/917/EG van de Raad van de Europese Unie van 3 oktober 2002 houdende goedkeuring van deze overeenkomst (PbEG L 321), c. Beneluxbeschikking : Beschikking van het Comité van Ministers van 20 december 1994 M(94)7, houdende de vaststelling van additionele bepalingen inzake het reizigersvervoer met touringcars en met autobussen op het grondgebied van een Beneluxstaat, d. derde land : overeenkomstsluitende partij bij de ASOR, niet zijnde de Europese Gemeenschappen, een lidstaat dan wel een staat die partij is bij de EER of bij de Interbus-overeenkomst, e. ander land : land, niet zijnde een lidstaat, land dat partij is bij de Interbus-overeenkomst of een derde land, f. geregeld vervoer : 1°. in de relatie met derde landen: geregeld vervoer als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de ASOR, 2°. in de relatie met andere landen: geregeld vervoer als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de ASOR, tenzij anders bepaald in de met deze landen gesloten overeenkomsten, 3°. in de relatie met landen die partij zijn bij de Interbus-overeenkomst: geregeld vervoer als bedoeld in artikel 3, derde lid, van de Interbus-overeenkomst, g. een bijzondere vorm van geregeld vervoer : 1°. in de relatie met derde landen: een bijzondere vorm van geregeld vervoer in de zin van artikel 3, tweede lid, van de ASOR, 2°. in de relatie met andere landen: een bijzondere vorm van geregeld vervoer als bedoeld in artikel 3, tweede lid, van de ASOR, tenzij anders bepaald in de met deze landen gesloten overeenkomsten, 3°. in de relatie met landen die partij zijn bij de Interbus-overeenkomst: een bijzondere vorm van geregeld vervoer als bedoeld in artikel 3, vierde lid, van de Interbus-overeenkomst, h. pendelvervoer : 1°. in de relatie met derde landen: pendelvervoer als bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de ASOR, 2°. in de relatie met andere landen: pendelvervoer als bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de ASOR, tenzij anders bepaald in de met deze landen gesloten overeenkomsten, 3°. in de relatie met landen die partij zijn bij de Interbus-overeenkomst: pendelvervoer als bedoeld in artikel 3, vijfde lid, van de Interbus-overeenkomst, i. ongeregeld vervoer : 1°. in de relatie met andere Beneluxlanden: ongeregeld vervoer in de zin van artikel 4 van de Beneluxbeschikking, 2°. in de relatie met derde landen: ongeregeld vervoer in de zin van artikel 2, eerste lid, van de ASOR voor zover dat vervoer beantwoordt aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 1 van deze overeenkomst, 3°. in de relatie met andere landen: het grensoverschrijdend vervoer van personen met autobussen dat noch aan de definitie van geregeld vervoer in de onderdeel i, noch aan de definitie van pendelvervoer in onderdeel i voldoet, omvattende: – het vervoer in gesloten rondritten, daaronder begrepen vervoer met hetzelfde voertuig dat dezelfde groep reizigers over het gehele traject vervoert en naar de plaats van vertrek terugbrengt, – het vervoer waarbij de heenreis met en de terugreis zonder reizigers plaatsvindt, – alle andere vormen van vervoer. 4°. in relatie met landen die partij zijn bij de Interbus-overeenkomst: ongeregeld internationaal vervoer als bedoeld in artikel 3, tweede lid, van de Interbusovereenkomst, 2013 234 28-06-2013 14-06-2013 2013 234 28-06-2013 14-06-2013 29-06-2013
Artikel 90 — Artikel 90#
Artikel 90 Vervallen 2013 234 28-06-2013 14-06-2013 2013 234 28-06-2013 14-06-2013 29-06-2013
Artikel 91 — Artikel 91#
Artikel 91 1 Onze Minister beslist op een aanvraag om een vergunning, een attest of een bewijs van toelating voor internationaal vervoer als bedoeld in dit hoofdstuk. Hij kan ambtshalve of op verzoek de vergunning, het attest of het bewijs van toelating vernieuwen, wijzigen of intrekken. De vergunning kan tevens ambtshalve worden geschorst. 2 Reisbladenboekjes als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de ASOR, alsmede in artikel 11 van de Interbus-overeenkomst worden voor Nederland afgegeven door Onze Minister. 3 Een kopie van het reisblad als bedoeld in artikel 13 van de ASOR, alsmede in artikel 13 van de Interbus-overeenkomst wordt op het hoofdkantoor van de desbetreffende vervoerder tenminste twee jaar bewaard. 2013 234 28-06-2013 14-06-2013 2013 234 28-06-2013 14-06-2013 29-06-2013
Artikel 92 — Artikel 92#
Artikel 92 Vervallen 2009 472 20-11-2009 16-10-2009 2009 506 08-12-2009 23-11-2009 01-01-2010
Artikel 93 — Artikel 93#
Artikel 93 Vervallen 2013 234 28-06-2013 14-06-2013 2013 234 28-06-2013 14-06-2013 29-06-2013
Artikel 94 — Artikel 94#
Artikel 94 Hoofdstuk 2, paragrafen 1 2 3 ,en, zijn van overeenkomstige toepassing op de verlening, wijziging of intrekking van vergunningen en documenten als bedoeld in dit hoofdstuk. 2000 563 28-12-2000 14-12-2000 2000 564 28-12-2000 14-12-2000 01-01-2001
Artikel 95 — Artikel 95#
Artikel 95 Vervallen 2013 234 28-06-2013 14-06-2013 2013 234 28-06-2013 14-06-2013 29-06-2013
Artikel 96 — Artikel 96#
Artikel 96 Vervallen 2013 234 28-06-2013 14-06-2013 2013 234 28-06-2013 14-06-2013 29-06-2013
Artikel 97 — Artikel 97#
Artikel 97 Vervallen 2013 234 28-06-2013 14-06-2013 2013 234 28-06-2013 14-06-2013 29-06-2013
Artikel 98 — Artikel 98#
Artikel 98 1 Het is verboden geregeld vervoer of een bijzondere vorm van geregeld vervoer van en naar derde landen, landen die partij zijn bij de Interbus-overeenkomst of andere landen te verrichten zonder een daartoe strekkende vergunning. 2 Een vergunning als bedoeld in het eerste lid wordt aan de in Nederland gevestigde vervoerder slechts verleend indien hem een communautaire vergunning is verleend. 3 Tenzij met een land is overeengekomen dat geen vergunning is vereist, is het eerste lid eveneens van toepassing op vervoer dat voor niet-lucratieve en niet-commerciële doeleinden door een natuurlijke of rechtspersoon wordt verricht, en dat slechts een bijkomstige activiteit vormt. 2013 234 28-06-2013 14-06-2013 2013 234 28-06-2013 14-06-2013 29-06-2013
Artikel 99 — Artikel 99#
Artikel 99 1 Indien de vervoerder, aan wie een vergunning is verleend voor het verrichten van geregeld vervoer, het voornemen heeft de exploitatie te beëindigen voordat de vergunning haar geldigheid heeft verloren, stelt hij uiterlijk drie maanden vóór het tijdstip waarop hij zich voorstelt de exploitatie te beëindigen, Onze Minister schriftelijk in kennis van dit voornemen onder opgave van de redenen. 2 De vervoerder maakt zijn voornemen op zodanige wijze kenbaar, dat de betrokken reizigers en overige belanghebbenden ervan kunnen kennis nemen. 2000 563 28-12-2000 14-12-2000 2000 564 28-12-2000 14-12-2000 01-01-2001
Artikel 100 — Artikel 100#
Artikel 100 De vervoerder die geregeld vervoer of een bijzondere vorm van geregeld vervoer van en naar derde landen, landen die partij zijn bij de Interbus-overeenkomst of andere landen verricht, draagt er zorg voor dat in de bus waarmee dat vervoer wordt verricht de vergunning krachtens welke het vervoer wordt verricht of het door Onze Minister gewaarmerkt afschrift daarvan aanwezig is. 2009 472 20-11-2009 16-10-2009 2009 506 08-12-2009 23-11-2009 01-01-2010
Artikel 101 — Artikel 101#
Artikel 101 1 De in Nederland gevestigde vervoerder die geregeld vervoer of een bijzondere vorm van geregeld vervoer van en naar derde landen, landen die partij zijn bij de Interbus-overeenkomst of andere landen verricht, verstrekt aan Onze Minister binnen twee maanden na afloop van ieder kalenderjaar van elk in dat jaar per kwartaal verricht vervoer de gegevens in een vervoerverslag. 2 Onze Minister stelt het model vast voor het vervoerverslag. 2004 173 29-04-2004 22-03-2004 2004 305 06-07-2004 15-06-2004 07-07-2004
Artikel 102 — Artikel 102#
Artikel 102 1 Het is verboden pendelvervoer van en naar derde landen, landen die partij zijn bij de Interbus-overeenkomst en andere landen te verrichten zonder een daartoe strekkende vergunning, tenzij met een land is overeengekomen dat geen vergunning is vereist. 2 Een vergunning als bedoeld in het eerste lid wordt aan de in Nederland gevestigde vervoerder slechts verleend indien hem een communautaire vergunning is verleend. 2009 472 20-11-2009 16-10-2009 2009 506 08-12-2009 23-11-2009 01-01-2010
Artikel 103 — Artikel 103#
Artikel 103 De vervoerder die pendelvervoer van en naar derde landen, landen die partij zijn bij de Interbus-overeenkomst of andere landen verricht, draagt er zorg voor dat in de bus waarmee dat vervoer wordt verricht de vergunning krachtens welke het vervoer wordt verricht of het door Onze Minister gewaarmerkt afschrift daarvan aanwezig is. 2009 472 20-11-2009 16-10-2009 2009 506 08-12-2009 23-11-2009 01-01-2010
Artikel 104 — Artikel 104#
Artikel 104 1 Het is vervoerders die in Nederland, België of Luxemburg zijn gevestigd, verboden ongeregeld vervoer te verrichten in strijd met de Beneluxbeschikking. 2 Het is verboden met bussen die blijkens het kenteken zijn ingeschreven in derde landen, ongeregeld vervoer te verrichten in strijd met de ASOR. 3 Het is verboden met bussen die blijkens het kenteken zijn ingeschreven in landen die partij zijn bij de Interbus-overeenkomst ongeregeld vervoer te verrichten in strijd met de Interbus-overeenkomst. 2013 234 28-06-2013 14-06-2013 2013 234 28-06-2013 14-06-2013 29-06-2013
Artikel 105 — Artikel 105#
Artikel 105 1 Het is verboden ongeregeld vervoer als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel c, van de ASOR, van en naar derde landen te verrichten zonder een daartoe strekkende vergunning, met uitzondering van het vervoer, bedoeld in artikel 5, tweede lid, van die overeenkomst. 2 Het is verboden ongeregeld vervoer als bedoeld in artikel 3, tweede lid, van de Interbus-overeenkomst te verrichten zonder een daartoe strekkende vergunning als bedoeld in artikel 15 van de Interbus-overeenkomst, met uitzondering van het vervoer bedoeld in artikel 6 van die overeenkomst. 2004 173 29-04-2004 22-03-2004 2004 305 06-07-2004 15-06-2004 07-07-2004
Artikel 106 — Artikel 106#
Artikel 106 Het is verboden met bussen die blijkens het kenteken zijn ingeschreven in een andere staat, ongeregeld vervoer te verrichten zonder een daartoe strekkende vergunning, tenzij met een staat is overeengekomen dat geen vergunning is vereist. 2000 563 28-12-2000 14-12-2000 2000 564 28-12-2000 14-12-2000 01-01-2001
Artikel 107 — Artikel 107#
Artikel 107 De in Nederland gevestigde vervoerder die ongeregeld vervoer als bedoeld in deze paragraaf verricht, is houder van een communautaire vergunning. 2009 472 20-11-2009 16-10-2009 2009 506 08-12-2009 23-11-2009 01-01-2010
Artikel 108 — Artikel 108#
Artikel 108 De vervoerder die ongeregeld vervoer verricht met bussen van en naar staten die partij zijn bij de Interbus-overeenkomst dan wel derde landen, draagt zorg dat in de bus waarmee het vervoer wordt verricht aanwezig is: a. indien het betreft vervoer als bedoeld in artikel 5, eerste en tweede lid, van de ASOR van en naar derde landen en het wordt verricht door een in Nederland gevestigde vervoerder: het reisblad en het gewaarmerkt afschrift van de communautaire vergunning, b. indien het betreft vervoer als bedoeld in artikel 5, derde lid, van de ASOR van en naar derde landen en het wordt verricht door een in Nederland gevestigde vervoerder: een gewaarmerkt afschrift van de vergunning en het gewaarmerkt afschrift van de communautaire vergunning, c. indien het betreft vervoer als bedoeld in artikel 6 van de Interbus-overeenkomst van en naar landen die partij zijn bij die overeenkomst en het vervoer wordt verricht door een in Nederland gevestigde vervoerder: het reisblad en het gewaarmerkt afschrift van de communautaire vergunning, d. indien het betreft vervoer als bedoeld in artikel 7 van de Interbus-overeenkomst van en naar landen die partij zijn bij die overeenkomst en het vervoer wordt verricht door een in Nederland gevestigde vervoerder: een gewaarmerkt afschrift van de vergunning en het gewaarmerkt afschrift van de communautaire vergunning. 2013 234 28-06-2013 14-06-2013 2013 234 28-06-2013 14-06-2013 29-06-2013
Artikel 109 — Artikel 109#
Artikel 109 artikel 105 De vervoerder die ongeregeld vervoer van en naar derde landen verricht, draagt er zorg voor dat in de bus waarmee dat vervoer wordt verricht, indien het vervoer betreft waarvoor op grond vaneen vergunning is vereist, de vergunning krachtens welke het vervoer wordt verricht of het door Onze Minister gewaarmerkt afschrift daarvan aanwezig is. 2009 472 20-11-2009 16-10-2009 2009 506 08-12-2009 23-11-2009 01-01-2010
Artikel 110 — Artikel 110#
Artikel 110 Vervallen 2013 234 28-06-2013 14-06-2013 2013 234 28-06-2013 14-06-2013 29-06-2013
Artikel 111 — Artikel 111#
Artikel 111 Vervallen 2009 472 20-11-2009 16-10-2009 2009 506 08-12-2009 23-11-2009 01-01-2010
Artikel 112 — Artikel 112#
Artikel 112 Vervallen 2013 234 28-06-2013 14-06-2013 2013 234 28-06-2013 14-06-2013 29-06-2013
Artikel 113 — Artikel 113#
Artikel 113 Vervallen 2013 234 28-06-2013 14-06-2013 2013 234 28-06-2013 14-06-2013 29-06-2013
Artikel 114 — Artikel 114#
Artikel 114 De vervoerder die vervoer voor eigen rekening van en naar derde landen, landen die partij zijn bij de Interbus-overeenkomst of andere landen verricht, draagt er zorg voor dat in de bus waarmee vervoer wordt verricht, de vergunning krachtens welke het vervoer wordt verricht of een door Onze Minister gewaarmerkt afschrift daarvan aanwezig is. 2009 472 20-11-2009 16-10-2009 2009 506 08-12-2009 23-11-2009 01-01-2010
Artikel 115 — Artikel 115#
Artikel 115 1 Artikel 76 van de wet is niet van toepassing op taxivervoer met een auto die blijkens het kenteken buiten Nederland is geregistreerd, mits het betreft: a. vervoer in gesloten rondritten, dat wil zeggen vervoer dat begint en eindigt in het land waar de auto is ingeschreven en dat wordt uitgevoerd met dezelfde auto waarbij over het gehele traject dezelfde reizigers worden vervoerd, b. vervoer waarbij de heenreis met reizigers en de terugreis naar het land waar de auto is ingeschreven, zonder reizigers geschiedt, c. vervoer waarbij de heenreis zonder reizigers geschiedt teneinde reizigers op te halen die worden vervoerd naar een bestemming buiten Nederland, d. vervoer waarbij de heenreis met reizigers geschiedt en waarbij de terugreis met andere reizigers geschiedt en de bestemming buiten Nederland ligt. 2 Artikel 76 van de wet is evenmin van toepassing op taxivervoer met een auto die blijkens het kenteken is geregistreerd in België of Luxemburg, waarbij de heenreis zonder reizigers geschiedt teneinde reizigers op te nemen die de auto hadden besteld voordat de auto Nederland was binnengekomen. 3 De vervoerder, bedoeld in het eerste en tweede lid, beschikt over een vergunning voor het verrichten van taxivervoer van het land waar de auto is geregistreerd. 2011 565 02-12-2011 18-11-2011 2011 565 02-12-2011 18-11-2011 03-12-2011
Artikel 116 — Artikel 116#
Artikel 116 Vervallen 2010 193 28-05-2010 04-05-2010 2010 241 29-06-2010 15-06-2010 01-07-2010
Artikel 117 — Artikel 117#
Artikel 117 artikel 115 De vervoerder, bedoeld in, draagt er zorg voor dat in de auto aanwezig is: a. artikel 115 een vergunning als bedoeld inof een gewaarmerkt afschrift hiervan, b. een volledig en naar waarheid voor de aanvang van de rit ingevuld, bij ministeriële regeling vastgesteld controledocument waarop tenminste is aangeven naam en adres van de vervoerder, naam van de bestuurder, datum, kenteken en zo nodig plaatsnummer van de auto, plaats en tijdstip van vertrek van de rit en plaats en tijdstip van instappen en uitstappen van reizigers. 2010 193 28-05-2010 04-05-2010 2010 241 29-06-2010 15-06-2010 01-07-2010
Artikel 118 — Artikel 118#
Artikel 118 artikelen 76, derde lid 77, eerste en tweede lid 78, eerste lid 80 van de wet artikel 1, onder 4°, van de Wet op de economische delicten artikelen 14 19 20 26 72a tot en met 83 83a 83b 91 98 tot en met 109 114 tot en met 117 Overtreding van elk van de voorschriften gesteld bij de,,en, en van de voorschriften gesteld bij of krachtens de,,,,,en,,envan het besluit, vormt een strafbaar feit als bedoeld in. 2025 161 18-06-2025 25-04-2025 2025 161 18-06-2025 25-04-2025 01-07-2025
Artikel 119 — Artikel 119#
Artikel 119 1 Artikel 6 is van toepassing op vervoer als bedoeld in artikel 5b van het Besluit personenvervoer, waarvan de overeenkomst op het moment van inwerkingtreding van dit besluit nog niet was beëindigd. 2 Artikel 7 is van toepassing op vervoer als bedoeld in artikel 5c van het Besluit personenvervoer, waarvan de overeenkomst op het moment van inwerkingtreding van dit besluit nog niet was beëindigd 2000 563 28-12-2000 14-12-2000 2000 564 28-12-2000 14-12-2000 01-01-2001
Artikel 120 — Artikel 120#
Artikel 120 artikel 12 In afwijking vangeldt voor een beslissing op een aanvraag om verlening van een vergunning voor het verrichten van taxivervoer een termijn van zes maanden, voorzover deze aanvraag is gedaan voor 1 januari 2001. 2000 563 28-12-2000 14-12-2000 2000 564 28-12-2000 14-12-2000 01-01-2001
Artikel 121 — Artikel 121#
Artikel 121 1 artikel 112 113 van de Wet personenvervoer 2000 artikel 14 Gedurende de periode dat vergunningen die krachtens de Wet personenvervoer zijn verleend, overeenkomstigofgeldig blijven, behouden ook de op deze vergunningen verstrekte vergunningbewijzen hun geldigheid, behoudens het bepaalde in. 2 Artikel 16 is niet van toepassing op vergunningen als bedoeld in het eerste lid, die zijn verleend voor het verrichten van openbaar vervoer. 2000 563 28-12-2000 14-12-2000 2000 564 28-12-2000 14-12-2000 01-01-2001
Artikel 122 — Artikel 122#
Artikel 122 Wijzigt dit besluit. . 2000 563 28-12-2000 14-12-2000 2000 564 28-12-2000 14-12-2000 01-01-2001
Artikel 123 — Artikel 123#
Artikel 123 Wijzigt dit besluit. 2000 563 28-12-2000 14-12-2000 2000 564 28-12-2000 14-12-2000 01-01-2001
Artikel 124 — Artikel 124#
Artikel 124 richtlijn nr. 96/26/EG Degene die in het bezit is van een verklaring die voor 1 oktober 1999 overeenkomstig artikel 10 vanis afgegeven door Onze Minister of door een andere lidstaat dan Nederland, dan wel door een andere staat die partij is bij de EER, voldoet aan de eis van vakbekwaamheid. 2000 563 28-12-2000 14-12-2000 2000 564 28-12-2000 14-12-2000 01-01-2001
Artikel 125 — Artikel 125#
Artikel 125 artikel 28 Tot 1 juli 2001, wordt, in afwijking van, aan de eis van vakbekwaamheid voor het verrichten van taxivervoer voldaan indien: a. een vervoerder die taxivervoer verricht bij de aanvraag van een vergunning voor het verrichten van taxivervoer ten genoegen van Onze Minister aantoont in de periode van 1 juli 1999 tot 1 december 1999 gemiddeld minimaal 30 uur per week per auto taxivervoer te hebben verricht, waarbij is voldaan aan de eisen, gesteld bij of krachtens de artikelen 62 en 63 van de Wet personenvervoer en artikel 159 van het Besluit personenvervoer, zoals deze golden tot 1 januari 2000 en b. artikel 28, eerste lid artikel 26 voor 1 juli 2001 aan, wordt voldaan, dan wel voor die datum, blijkens een door Onze Minister afgegeven verklaring wordt aangetoond dat een persoon als bedoeld in, de laatste 5 jaar belast is geweest met het dagelijks beheer van een onderneming met als hoofdactiviteit taxivervoer krachtens een geldige vergunning. 2000 563 28-12-2000 14-12-2000 2000 564 28-12-2000 14-12-2000 01-01-2001
Artikel 126 — Artikel 126#
Artikel 126 artikel 29 Degene aan wie op grond van artikel 29 van het Besluit personenvervoer, zoals dat luidde voor de inwerkingtreding van, een ontheffing is verleend van de eis van vakbekwaamheid, blijft vanaf de inwerkingtreding van dit besluit ontheven van de eis van vakbekwaamheid onder de voorwaarden waaronder en gedurende de periode waarvoor die ontheffing is verleend. 2000 563 28-12-2000 14-12-2000 2000 564 28-12-2000 14-12-2000 01-01-2001
Artikel 127 — Artikel 127#
Artikel 127 Vervallen 2009 472 20-11-2009 16-10-2009 2011 422 30-09-2011 12-09-2011 01-10-2011 Artikel IV van Stb. 2009/472 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 128 — Artikel 128#
Artikel 128 artikel 74 Een geneeskundige verklaring die voor de inwerkingtreding van dit besluit op grond van artikel 157 van het Besluit personenvervoer is afgegeven en zijn geldigheid niet heeft verloren, wordt vanaf de inwerkingtreding van dit besluit gelijkgesteld met de verklaring, bedoeld in. 2000 563 28-12-2000 14-12-2000 2000 564 28-12-2000 14-12-2000 01-01-2001
Artikel 129 — Artikel 129#
Artikel 129 richtlijn nr. 96/26/EG richtlijn nr. 92/50/EEG Een wijziging vanengaat voor de toepassing van dit besluit gelden met ingang van de dag waarop aan de betrokken wijzigingsrichtlijn uitvoering moet zijn gegeven, tenzij bij ministerieel besluit, dat in de Staatscourant wordt bekendgemaakt, een ander tijdstip wordt vastgesteld. 2000 563 28-12-2000 14-12-2000 2000 564 28-12-2000 14-12-2000 01-01-2001
Artikel 130 — Artikel 130#
Artikel 130 Wijzigt het Arbeidstijdenbesluit vervoer. 2000 563 28-12-2000 14-12-2000 2000 564 28-12-2000 14-12-2000 01-01-2001
Artikel 131 — Artikel 131#
Artikel 131 Wijzigt het Besluit bedragen aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen. 2000 563 28-12-2000 14-12-2000 2000 564 28-12-2000 14-12-2000 01-01-2001
Artikel 132 — Artikel 132#
Artikel 132 Wijzigt het Wijzigingsbesluit Wet op de rechterlijke organisatie en andere wetten in verband met de opheffing van de functie van verkeersschout (Stb. 155), en aanpassing van lagere regelgeving aan die wet. 2000 563 28-12-2000 14-12-2000 2000 564 28-12-2000 14-12-2000 01-01-2001
Artikel 133 — Artikel 133#
Artikel 133 Wijzigt het Besluit gevonden voorwerpen. 2000 563 28-12-2000 14-12-2000 2000 564 28-12-2000 14-12-2000 01-01-2001
Artikel 134 — Artikel 134#
Artikel 134 Wijzigt het Besluit goederenvervoer over de weg. 2000 563 28-12-2000 14-12-2000 2000 564 28-12-2000 14-12-2000 01-01-2001
Artikel 135 — Artikel 135#
Artikel 135 Wijzigt het Besluit infrastructuurfonds. 2000 563 28-12-2000 14-12-2000 2000 564 28-12-2000 14-12-2000 01-01-2001
Artikel 136 — Artikel 136#
Artikel 136 Wijzigt het Interimbesluit capaciteitstoewijzing spoorwegen. 2000 563 28-12-2000 14-12-2000 2000 564 28-12-2000 14-12-2000 01-01-2001
Artikel 137 — Artikel 137#
Artikel 137 Wijzigt het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990). 2000 563 28-12-2000 14-12-2000 2000 564 28-12-2000 14-12-2000 01-01-2001
Artikel 138 — Artikel 138#
Artikel 138 Wijzigt het Transactiebesluit 1994. 2000 563 28-12-2000 14-12-2000 2000 564 28-12-2000 14-12-2000 01-01-2001
Artikel 139 — Artikel 139#
Artikel 139 Wijzigt het Uitvoeringsbesluit belasting van personenauto's en motorrijwielen 1992. 2000 563 28-12-2000 14-12-2000 2000 564 28-12-2000 14-12-2000 01-01-2001
Artikel 140 — Artikel 140#
Artikel 140 Wijzigt het Uitvoeringsbesluit motorrijtuigenbelasting 1994. 2000 563 28-12-2000 14-12-2000 2000 564 28-12-2000 14-12-2000 01-01-2001
Artikel 141 — Artikel 141#
Artikel 141 Wijzigt het Voertuigreglement. 2000 563 28-12-2000 14-12-2000 2000 564 28-12-2000 14-12-2000 01-01-2001
Artikel 142 — Artikel 142#
Artikel 142 Wijzigt het Vreemdelingenbesluit. 2000 563 28-12-2000 14-12-2000 2000 564 28-12-2000 14-12-2000 01-01-2001
Artikel 143 — Artikel 143#
Artikel 143 Na de inwerkingtreding van dit besluit berusten de hierna genoemde ministeriële regelingen op de daarbij vermelde artikelen van dit besluit: a. artikel 45, eerste lid, onderdeel b de Regeling aanwijzing instanties afgifte legitimatiebewijs voor gehandicapten berust op, b. artikelen 54 tot en met 59 de Regeling rijksbijdrage openbaar vervoer berust op de, c. artikel 71 het besluit van de Minister van Verkeer en Waterstaat van 27 maart 2000, nr. CDJZ/WVW/2000-343 (Stcrt. 77) berust op, d. artikel 72 de Regeling experiment meerjarenafspraken openbaar vervoer 2000 berust op. e. artikel 73 de Regeling maximumtarief en bekendmaking tarieven taxivervoer berust mede op, f. artikelen 75 76 78 de Regeling chauffeurspas taxivervoer berust op de,en, g. artikel 80, derde lid, onder b de Regeling permanente eisen bussen berust op, h. artikel 80, derde lid, onder b de Regeling permanente eisen taxi's berust op, i. artikel 80, derde lid, onder a de Regeling vaststelling regels voor de keuring van auto's berust op, j. artikel 80, derde lid, onder a de Regeling vaststelling regels voor de keuring van bussen berust op, k. artikel 117, onderdeel b de Regeling vaststelling controledocument internationaal taxivervoer berust op. 2000 563 28-12-2000 14-12-2000 2000 564 28-12-2000 14-12-2000 01-01-2001
Artikel 144 — Artikel 144#
Artikel 144 Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld. 2004 173 29-04-2004 22-03-2004 2004 173 29-04-2004 22-03-2004 30-04-2004 01-01-2004
Artikel 145 — Artikel 145#
Artikel 145 Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit personenvervoer 2000. 2000 563 28-12-2000 14-12-2000 2000 564 28-12-2000 14-12-2000 01-01-2001
Artikel 35#
artikel 35
Artikel 36b#
artikel 36b, onderdeel a
Artikel 36b#
artikel 36b, onderdeel b