Besluit van 4 mei 2001, houdende regels inzake de verstrekking van subsidies in het kader van niet-fysieke stadseconomie in grote steden (Besluit subsidies niet-fysieke stadseconomie grote steden)
- BWB-id
- BWBR0012459
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Economische Zaken
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2003-07-16
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0012459
- ELI
- /eli/nl/amvb/2001/besluit-subsidies-niet-fysieke-stadseconomie-grote-steden
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/2001/besluit-subsidies-niet-fysieke-stadseconomie-grote-steden/2003-07-16
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0012459&g=2003-07-16
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0012459&z=2026-06-06&g=2003-07-16
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0012459/2003-07-16
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/2001/besluit-subsidies-niet-fysieke-stadseconomie-grote-steden
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In dit besluit wordt verstaan onder: a. niet-fysieke stadseconomie: hetgeen daaronder wordt verstaan in het doorstartconvenant grotestedenbeleid, dat als bijlage is gevoegd bij de brief van 4 december 1998 van de Minister voor Grote Steden- en Integratiebeleid aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal (Kamerstukken II 1998/99, 21 062, nr. 77); b. ontwikkelingsprogramma: door een gemeente vastgesteld strategisch overzicht van investeringen en maatregelen voor de komende vijf jaren, met een vooruitblik op de vijf daarop volgende jaren, dat gericht is op de beleidsdoelen economie en werkgelegenheid, fysieke ontwikkeling en sociale infrastructuur en dat meetbare doestellingen en prestaties bevat; c. benchmark lokaal ondernemersklimaat: referentiekader voor de toetsing van de economische concurrentiepositie van de stad. 2001 282 21-06-2001 04-05-2001 2001 282 21-06-2001 04-05-2001 22-06-2001
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 bijlage 1 bijlage 1 Onze Minister verstrekt in 2001 een subsidie ten behoeve van niet-fysieke stadseconomie aan een invan dit besluit vermelde gemeente die een ontwikkelingsprogramma uitvoert dat alsis gehecht aan het tussen die gemeente en het Rijk op 20 december 1999 in het kader van het grotestedenbeleid gesloten convenant. 2 bijlage 2 bijlage 1 Onze Minister verstrekt in 2001 een subsidie ten behoeve van niet-fysieke stadseconomie aan een invan dit besluit vermelde gemeente die een ontwikkelingsprogramma uitvoert dat alsis gehecht aan het tussen die gemeente en het Rijk op 21 december 1999 in het kader van het Investeringsbudget stedelijke vernieuwing gesloten convenant. 2001 282 21-06-2001 04-05-2001 2001 282 21-06-2001 04-05-2001 22-06-2001
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 artikel 2, eerste lid bijlage 1 De subsidie bedraagt in het in, bedoelde geval het invan dit besluit genoemde bedrag. 2 artikel 2, tweede lid bijlage 2 De subsidie bedraagt in het in, bedoeld geval het invan dit besluit genoemde bedrag. 2001 282 21-06-2001 04-05-2001 2001 282 21-06-2001 04-05-2001 22-06-2001
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 De beschikking tot subsidieverlening vermeldt het tijdstip en de wijze waarop de aanvraag om subsidievaststelling moet worden ingediend. 2001 282 21-06-2001 04-05-2001 2001 282 21-06-2001 04-05-2001 22-06-2001
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 Aan de subsidieverlening zijn de in het tweede tot en met zevende lid opgenomen verplichtingen verbonden. 2 De subsidie-ontvanger gebruikt de subsidie voor de uitvoering van die onderdelen van het ontwikkelingsprogramma, die vallen binnen de reikwijdte van het Beleidskader stadseconomie (Kamerstukken 1998/99, 21 062, nr. 77), onderdeel niet-fysieke economie. 3 De subsidie-ontvanger komt de voor hem uit het convenant met betrekking tot de subsidie voortvloeiende verplichtingen na. 4 De subsidie-ontvanger neemt deel aan de tweejaarlijkse herhalingsmeting van de benchmark lokaal ondernemers klimaat. 5 Verdrag betreffende de Europese Unie De subsidie-ontvanger neemt bij het gebruik van de subsidie de ingevolge hetvoor de Staat geldende verplichtingen in acht. 6 De subsidie-ontvanger dient bij Onze Minister een aanvraag om subsidievaststelling in overeenkomstig hetgeen daaromtrent in de beschikking tot subsidieverlening is vermeld. 7 De subsidie-ontvanger voert een administratie die zodanig is ingericht, dat daaruit te allen tijde op eenvoudige en duidelijke wijze alle door hem aangegane verplichtingen en verrichte betalingen kunnen worden afgelezen. 2001 282 21-06-2001 04-05-2001 2001 282 21-06-2001 04-05-2001 22-06-2001
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 Op een subsidie ter zake waarvan een beschikking tot subsidieverlening geldt wordt door Onze Minister ten hoogste eenmaal per kalenderjaar een voorschot verstrekt. 2 bijlage 1 bijlage 2 Het voorschot is het bedrag dat inofvan dit besluit als voorschot is vermeld. 2001 282 21-06-2001 04-05-2001 2001 282 21-06-2001 04-05-2001 22-06-2001
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 Onze Minister geeft de beschikking tot subsidievaststelling binnen dertien weken na ontvangst van de aanvraag daartoe dan wel nadat de voor het indienen ervan geldende termijn is verstreken. 2003 291 15-07-2003 01-07-2003 2003 291 15-07-2003 01-07-2003 16-07-2003
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 artikelen 3 6 bijlagen 1a 2a Tot 1 januari 2002 gelden voor de toepassing van deende bedragen genoemd in deenvan dit besluit. 2001 282 21-06-2001 04-05-2001 2001 282 21-06-2001 04-05-2001 22-06-2001
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst. 2001 282 21-06-2001 04-05-2001 2001 282 21-06-2001 04-05-2001 22-06-2001
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit subsidies niet-fysieke stadseconomie grote steden. 2001 282 21-06-2001 04-05-2001 2001 282 21-06-2001 04-05-2001 22-06-2001