Besluit van 21 december 2000, houdende vaststelling van het Besluit voorkoming dubbele belasting 2001
- BWB-id
- BWBR0012095
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Financiën
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2026-01-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0012095
- ELI
- /eli/nl/amvb/2001/besluit-voorkoming-dubbele-belasting-2001
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/2001/besluit-voorkoming-dubbele-belasting-2001/2026-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0012095&g=2026-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0012095&z=2026-06-06&g=2026-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0012095/2026-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/2001/besluit-voorkoming-dubbele-belasting-2001
Artikel 1 — Artikel 1 Reikwijdte#
Artikel 1 Reikwijdte 1 Dit besluit is van toepassing voor de heffing van de navolgende belastingen: a. inkomstenbelasting; b. loonbelasting; c. vennootschapsbelasting; d. erfbelasting; e. schenkbelasting; f. kansspelbelasting; g. bankenbelasting. 2 Dit besluit vindt slechts toepassing voorzover niet op andere wijze in het voorkomen van dubbele belasting is voorzien. 2012 365 17-08-2012 11-08-2012 2012 417 21-09-2012 17-09-2012 01-10-2012
Artikel 2 — Artikel 2 Vaste inrichting#
Artikel 2 Vaste inrichting artikel 3, vierde lid, onderdeel b, en vijfde tot en met twaalfde lid, van de Wet op de vennootschapsbelasting 196 In dit besluit wordt onder vaste inrichting verstaan een vaste inrichting als bedoeld in9. 2019 516 27-12-2019 18-12-2019 2019 516 27-12-2019 18-12-2019 01-01-2020
Artikel 3 — Artikel 3 Uitbreiding begrip Mogendheid#
Artikel 3 Uitbreiding begrip Mogendheid 1 In dit besluit wordt onder Mogendheid mede verstaan: een bestuurlijke eenheid. 2 Voor de toepassing van dit besluit en de daarop berustende bepalingen worden de landen van het Koninkrijk der Nederlanden aangemerkt als afzonderlijke Mogendheden. 2010 885 30-12-2010 23-12-2010 2010 885 30-12-2010 23-12-2010 01-01-2011 01-01-2010 Vindt met betrekking tot de Wet inkomstenbelasting 2001 voor het eerst toepassing voor belastingjaren die aanvangen op of na 1 januari 2010. Vindt met betrekking tot de Successiewet 1956 voor het eerst toepassing voor belastbare feiten die zich hebben voorgedaan op of na 1 januari 2010.
Artikel 4 — Artikel 4 Gebied van een andere Mogendheid#
Artikel 4 Gebied van een andere Mogendheid In dit besluit wordt onder gebied van een andere Mogendheid verstaan: het grondgebied van die Mogendheid, daaronder begrepen het gebied buiten de territoriale zee van die Mogendheid waar deze in overeenstemming met het internationale recht soevereine rechten kan uitoefenen. 2000 642 28-12-2000 21-12-2000 2000 642 28-12-2000 21-12-2000 01-01-2001
Artikel 5 — Artikel 5 Dividenden, interest en royalty's#
Artikel 5 Dividenden, interest en royalty's In dit besluit wordt: a. onder dividenden verstaan: voordelen uit aandelen, winstbewijzen of andere rechten, met uitzondering van schuldvorderingen, die aanspraak geven op een aandeel in de winst van vennootschappen waarvan het kapitaal geheel of ten dele in aandelen is verdeeld; b. onder interest verstaan: voordelen uit overheidsleningen, obligaties of schuldbewijzen en andere schuldvorderingen van welke aard ook, al dan niet aanspraak gevende op een aandeel in de winst; c. onder royalty's verstaan: vergoedingen van welke aard ook voor: 1°. het gebruik van, of het recht op gebruik van, een auteursrecht op een werk op het gebied van de wetenschap, een octrooi, een fabrieks- of handelsmerk, een tekening of model, een plan, een geheim recept of werkwijze; 2°. het gebruik van, of het recht van gebruik van, nijverheids- en handelsuitrusting of wetenschappelijke uitrusting; 3°. inlichtingen omtrent ervaringen op het gebied van nijverheid, handel of wetenschap, of 4°. het verlenen van technische diensten in een ontwikkelingsland. 2000 642 28-12-2000 21-12-2000 2000 642 28-12-2000 21-12-2000 01-01-2001
Artikel 6 — Artikel 6 Ontwikkelingsland#
Artikel 6 Ontwikkelingsland 1 Voor de toepassing van dit besluit worden als ontwikkelingslanden aangewezen de Mogendheden die zijn opgenomen in de door het «Development Assistance Committee» van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling meest recent vastgestelde «List of Recipients of Official Development Assistance», met uitzondering van de daarin opgenomen hoge middeninkomenslanden. Deze aanwijzing is voor Mogendheden die in de loop van een kalenderjaar worden aangewezen, van kracht met ingang van het kalenderjaar volgend op het kalenderjaar van bekendmaking van genoemde lijst. 2 In afwijking van het eerste lid worden eveneens als ontwikkelingsland aangewezen de Mogendheden die: De aanwijzing is voor de toepassing van dit besluit voor Mogendheden die in de loop van een kalenderjaar gaan voldoen aan de voorwaarden, genoemd in de onderdelen a, b en c, van kracht met ingang van het kalenderjaar volgend op het kalenderjaar waarin aan de voorwaarden wordt voldaan. a. als hoge middeninkomenslanden zijn opgenomen op de lijst, bedoeld in het eerste lid; en b. als ontwikkelingsland waren aangewezen bij dit artikel zoals dat luidde op 31 december 2016; en c. artikel 3 van de Kaderwet subsidies Ministerie van Buitenlandse Zaken worden aangewezen als landen waarop een door Onze Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking krachtensgenomen besluit met het oog op het financieren van activiteiten van het midden- en kleinbedrijf dat ontwikkelingsrelevante investeringen wil doen, van toepassing is. 3 Een Mogendheid die ingevolge het eerste en tweede lid in de loop van een kalenderjaar, ten opzichte van het daaraan voorgaande kalenderjaar ingevolge het eerste of tweede lid niet meer als ontwikkelingsland is aangewezen, wordt voor de toepassing van dit besluit nog als ontwikkelingsland aangemerkt gedurende dat jaar en de daaropvolgende twee kalenderjaren. 4 Voorts worden voor de jaren 2017 en 2018 als ontwikkelingsland aangewezen: Belize, Botswana, Costa Rica, Cuba, Dominica, de Dominicaanse Republiek, Ecuador, Fiji, Grenada, Iran, Irak, Jamaica, de Malediven, de Marshall eilanden, Namibië, de Palau-eilanden, St. Vincent and the Grenadines en Tonga. 5 De termijn, bedoeld in het derde of vierde lid, kan met betrekking tot een Mogendheid bij regeling van Onze Minister van Financiën, na overleg met Onze Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, worden verlengd. 2016 549 29-12-2016 21-12-2016 2016 549 29-12-2016 21-12-2016 01-01-2017
Artikel 7 — Artikel 7 Te conserveren inkomen#
Artikel 7 Te conserveren inkomen Voor de toepassing van dit hoofdstuk blijft te conserveren inkomen en de daarover verschuldigde belasting buiten beschouwing. 2000 642 28-12-2000 21-12-2000 2000 642 28-12-2000 21-12-2000 01-01-2001
Artikel 8 — Artikel 8 Vrijstelling#
Artikel 8 Vrijstelling 1 Een binnenlandse belastingplichtige is vrijgesteld van de inkomstenbelasting die betrekking heeft op buitenlands inkomen uit werk en woning. 2 artikel 12ac, eerste lid, onderdeel b, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 De vrijstelling vindt geen toepassing voor het inkomen dat betrekking heeft op een buiten beschouwing blijvende vaste inrichting als bedoeld in. 2019 516 27-12-2019 18-12-2019 2019 516 27-12-2019 18-12-2019 01-01-2020
Artikel 9 — Artikel 9 Buitenlands inkomen uit werk en woning uit een andere Mogendheid#
Artikel 9 Buitenlands inkomen uit werk en woning uit een andere Mogendheid 1 Het buitenlandse inkomen uit werk en woning uit een andere Mogendheid bestaat uit het gezamenlijke bedrag van hetgeen de belastingplichtige als bestanddeel van het inkomen uit werk en woning uit die Mogendheid geniet als: a. belastbare winst uit buitenlandse onderneming, zijnde een onderneming die, of het gedeelte van een onderneming dat, wordt gedreven met behulp van een vaste inrichting binnen het gebied van de andere Mogendheid; b. belastbaar loon ter zake van het binnen het gebied van de andere Mogendheid in privaatrechtelijke dienstbetrekking verrichten of hebben verricht van arbeid; c. belastbaar loon ter zake van het in publiekrechtelijke dienstbetrekking tot een binnen het gebied van de andere Mogendheid gevestigde publiekrechtelijke rechtspersoon verrichten of hebben verricht van arbeid, waarbij het loon ten laste komt van die rechtspersoon of van een door zulk een rechtspersoon in het leven geroepen fonds; d. opbrengsten, verminderd met de in aftrek te brengen kosten, van onroerende zaken die binnen het gebied van de andere Mogendheid zijn gelegen of van rechten waaraan deze zijn onderworpen; e. belastbare periodieke uitkeringen en verstrekkingen op grond van een publiekrechtelijke regeling ten laste van een binnen het gebied van de andere Mogendheid gevestigde publiekrechtelijke rechtspersoon of van een door een zodanige rechtspersoon in het leven geroepen fonds, voorzover deze inkomensbestanddelen zijn onderworpen aan een belasting naar het inkomen die vanwege die andere Mogendheid wordt geheven. 2 Werkzaamheden die in het kader van een onderneming worden verricht gedurende een aaneengesloten periode van ten minste 30 dagen in, op of boven het winningsgebied van de andere Mogendheid, vormen een buitenlandse onderneming. Het winningsgebied van de andere Mogendheid bestaat uit de territoriale zee van die Mogendheid alsmede het buiten de territoriale zee gelegen deel van de zeebodem en de ondergrond daarvan, voorzover die andere Mogendheid daar op grond van het internationale recht rechten mag uitoefenen op het gebied van de exploratie en exploitatie van natuurlijke rijkdommen. 3 Bij het bepalen van de winst uit een buitenlandse onderneming worden aan die buitenlandse onderneming de voordelen toegerekend die deze geacht zou worden te behalen – in het bijzonder bij haar handelen met andere onderdelen van de onderneming –, indien zij een zelfstandige en onafhankelijke onderneming zou zijn, die dezelfde of soortgelijke werkzaamheden zou uitoefenen onder dezelfde of soortgelijke omstandigheden, hierbij in aanmerking nemende de door de belastingplichtige door middel van de buitenlandse onderneming en andere delen van de onderneming uitgeoefende functies, gebruikte activa en gelopen risico’s. 4 Het in het eerste lid, onderdeel b, bedoelde loon wordt bij arbeid die korter dan dertig dagen aaneengesloten binnen het gebied van de andere Mogendheid is verricht, alleen beschouwd te zijn onderworpen aan een belasting naar het inkomen die vanwege die Mogendheid wordt geheven indien blijkt dat ter zake hiervan aan die Mogendheid belasting is betaald. 5 In afwijking in zoverre van het eerste lid, onderdeel c, is, indien het aldaar bedoelde loon wordt genoten ter zake van het verrichten of verricht hebben van arbeid ten behoeve van een onderneming, op dit loon het bepaalde in het eerste lid, onderdeel b, van toepassing. 6 In afwijking in zoverre van het eerste lid behoren door een belastingplichtige verkregen voordelen en inkomsten uit het door de belastingplichtige of een ander als artiest of sportbeoefenaar verrichten van persoonlijke werkzaamheden binnen het gebied van de andere Mogendheid, niet tot het buitenlandse inkomen uit werk en woning uit die Mogendheid. 7 artikel 14c van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 artikel 34 Indien de belastingplichtige de onderneming van een vennootschap waarvan hij aandelen of winstbewijzen houdt, in het kader van de ontbinding van die vennootschap met toepassing van, voortzet of mede voortzet, wordt op het tijdstip van voortzetting mede als winst uit buitenlandse onderneming uit een Mogendheid aangemerkt 20/45 deel van het aan het aandeel van de belastingplichtige in de vennootschap toe te rekenen deel van het volgenszoals dat luidde op 31 december 2011, vastgestelde bedrag aan winst uit buitenlandse onderneming uit die Mogendheid van de vennootschap na toepassing van genoemd artikel 14c, tweede lid. 8 In afwijking in zoverre van het eerste lid wordt tot het buitenlandse inkomen uit werk en woning uit een andere Mogendheid niet gerekend, het door een belastingplichtige genoten belastbare loon ter zake van een dienstbetrekking uitgeoefend aan boord van een zee- of luchtvaartuig in het internationale verkeer dat wordt geëxploiteerd door een onderneming waarvan de werkelijke leiding is gevestigd in een andere Mogendheid. 2015 544 30-12-2015 23-12-2015 2015 544 30-12-2015 23-12-2015 01-01-2016
Artikel 9a — Artikel 9a Toedeling ondernemersaftrek#
Artikel 9a Toedeling ondernemersaftrek 1 artikel 9, eerste lid, onderdeel a artikel 3.74 van de Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 3.8 van de Wet inkomstenbelasting 2001 Bij het bepalen van de belastbare winst uit buitenlandse onderneming, bedoeld in, wordt de ondernemersaftrek, bedoeld in, in aanmerking genomen voor een bedrag dat tot de ondernemersaftrek waarop de belastingplichtige in dat jaar recht heeft, in dezelfde verhouding staat als de winst uit buitenlandse onderneming, voor aftrek van de ondernemersaftrek, staat tot de winst, bedoeld in. 2 artikel 3.8 van de Wet inkomstenbelasting 2001 Indien de winst, bedoeld in, positief is en de buitenlandse winst negatief, wordt deze laatste voor de toepassing van het eerste lid op nihil gesteld. 3 artikel 3.8 van de Wet inkomstenbelasting 2001 Indien de buitenlandse winst groter is dan de winst, bedoeld in, wordt de ondernemersaftrek bij de bepaling van de belastbare winst uit buitenlandse onderneming in zijn geheel in aanmerking genomen. 4 artikel 3.8 van de Wet inkomstenbelasting 2001 Indien de buitenlandse winst negatief is en de winst, bedoeld in, lager is dan de buitenlandse winst wordt de ondernemersaftrek bij de bepaling van de belastbare winst uit buitenlandse onderneming voor de helft in aanmerking genomen. 2011 677 30-12-2011 22-12-2011 2011 677 30-12-2011 22-12-2011 01-01-2012
Artikel 10 — Artikel 10 Vermindering belasting bij buitenlands inkomen uit werk en woning#
Artikel 10 Vermindering belasting bij buitenlands inkomen uit werk en woning 1 artikel 8 De inbedoelde vrijstelling voor buitenlands inkomen uit werk en woning wordt voor elke Mogendheid waaruit de belastingplichtige zodanig inkomen geniet afzonderlijk toegepast door een vermindering te verlenen op de verschuldigde inkomstenbelasting. 2 Wet inkomstenbelasting 2001 De in het eerste lid bedoelde vermindering is gelijk aan het bedrag dat tot de belasting die zonder de toepassing van dit besluit volgens deover het belastbare inkomen uit werk en woning verschuldigd zou zijn, in dezelfde verhouding staat als het buitenlands inkomen uit werk en woning uit een Mogendheid staat tot het noemerinkomen. 3 Wet inkomstenbelasting 2001 De vermindering, dan wel, ingeval de belastingplichtige uit meer dan een Mogendheid buitenlands inkomen uit werk en woning geniet, het gezamenlijke bedrag van de verminderingen, kan, met inachtneming van de verminderingen volgens andere regelen ter voorkoming van dubbele belasting, niet meer bedragen dan het bedrag van de belasting dat zonder de toepassing van dit besluit volgens deverschuldigd zou zijn over het belastbare inkomen uit werk en woning. 4 Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 2.7, eerste lid, aanhef en onderdeel a, van de Wet inkomstenbelasting 2001 Onder de belasting die zonder de toepassing van dit besluit volgens deverschuldigd zou zijn over het belastbare inkomen uit werk en woning wordt verstaan: de over het kalenderjaar berekende belasting op het belastbare inkomen uit werk en woning, bedoeld in. 5 afdeling 3.13, van de Wet inkomstenbelasting 2001 Onder noemerinkomen wordt verstaan: het inkomen uit werk en woning verminderd met de – met overeenkomstige toepassing van– te verrekenen negatieve bedragen aan noemerinkomen uit andere jaren. 6 In afwijking van het vijfde lid wordt het noemerinkomen per Mogendheid vermeerderd met de op het inkomen uit werk en woning in het jaar in mindering gebrachte uitgaven voor inkomensvoorzieningen en persoonsgebonden aftrek voorzover deze bij de belastingheffing in die Mogendheid in aanmerking zijn genomen. 7 In afwijking van het vijfde lid, wordt, indien het inkomen van een belastingplichtige hoofdzakelijk uit een Mogendheid afkomstig is en die Mogendheid bij de belastingheffing van het inkomen de persoonlijke- en gezinssituatie van de belastingplichtige volledig in aanmerking neemt, of op grond van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie gehouden is deze volledig in aanmerking te nemen, het noemerinkomen, ook voor de bepaling van de vermindering wegens buitenlands inkomen uit andere Mogendheden, vermeerderd met de op het inkomen uit werk en woning in het jaar in mindering gebrachte uitgaven voor inkomensvoorzieningen en persoonsgebonden aftrek. De vorige volzin is van overeenkomstige toepassing met betrekking tot een Mogendheid, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie, die als zij een zodanige lidstaat zou zijn, gehouden zou zijn om op grond van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie de persoonlijke- en gezinssituatie volledig in aanmerking te nemen. 2010 885 30-12-2010 23-12-2010 2010 885 30-12-2010 23-12-2010 01-01-2011 01-01-2010 Vindt met betrekking tot de Wet inkomstenbelasting 2001 voor het eerst toepassing voor belastingjaren die aanvangen op of na 1 januari 2010. Vindt met betrekking tot de Successiewet 1956 voor het eerst toepassing voor belastbare feiten die zich hebben voorgedaan op of na 1 januari 2010.
Artikel 11 — Artikel 11 Doorschuifregeling#
Artikel 11 Doorschuifregeling 1 artikel 12 artikel 10, derde lid Een bedrag aan in een jaar vrij te stellen buitenlands inkomen uit werk en woning – per Mogendheid berekend met inachtneming van de verrekening volgens– dat door de toepassing van, niet leidt tot een vermindering van belasting over dat jaar, wordt overgebracht naar het volgend jaar. Deze overbrenging vindt alleen plaats indien het naar het volgend jaar over te brengen buitenlands inkomen uit werk en woning door de inspecteur is vastgesteld bij voor bezwaar vatbare beschikking. 2 artikel 10 In het jaar waarnaar de overbrenging plaatsvindt, wordt voor de berekening van de vermindering vanhet buitenlands inkomen uit werk en woning verhoogd met het over te brengen bedrag aan buitenlands inkomen uit werk en woning. Het noemerinkomen wordt niet verhoogd. 3 Vervallen. 4 Indien een binnenlandse belastingplichtige beloningen geniet als bedoeld in een compensatieregeling voor grensarbeiders in een andere regeling ter voorkoming van dubbele belasting, zijn het eerste en tweede lid niet van toepassing. 5 Bij ministeriële regeling kan onder daarbij te stellen voorwaarden worden bepaald dat het vierde lid geheel of gedeeltelijk niet van toepassing is. 2011 677 30-12-2011 22-12-2011 2011 677 30-12-2011 22-12-2011 01-01-2012
Artikel 12 — Artikel 12 Inhaalregeling#
Artikel 12 Inhaalregeling artikel 11 artikel 10 Indien het buitenlands inkomen uit werk en woning uit een Mogendheid – berekend met inachtneming van de overbrenging per Mogendheid volgens– negatief is, wordt het voor de toepassing van de vermindering vanaangemerkt als negatief bestanddeel van het buitenlandse inkomen uit werk en woning van het volgend jaar uit die Mogendheid. De inspecteur stelt het naar het volgend jaar over te brengen negatieve buitenlands inkomen uit werk en woning vast bij voor bezwaar vatbare beschikking. 2000 642 28-12-2000 21-12-2000 2000 642 28-12-2000 21-12-2000 01-01-2001
Artikel 13 — Artikel 13 Verrekening buitenlandse belasting bij sporters en artiesten#
Artikel 13 Verrekening buitenlandse belasting bij sporters en artiesten 1 Aan een binnenlandse belastingplichtige wordt, ter verrekening van vanwege een andere Mogendheid geheven belasting naar het inkomen, een vermindering van inkomstenbelasting verleend voor in het inkomen uit werk en woning begrepen voordelen en inkomsten uit het door de belastingplichtige of een ander als artiest of sportbeoefenaar verrichten van persoonlijke werkzaamheden binnen het gebied van die andere Mogendheid. 2 Het bedrag van de in het eerste lid bedoelde vermindering is het laagste van de volgende bedragen: a. het bedrag van de in het desbetreffende jaar vanwege andere Mogendheden geheven belasting; b. Wet inkomstenbelasting 2001 het bedrag dat tot de belasting die in het desbetreffende jaar zonder de toepassing van dit besluit volgens deover het belastbare inkomen uit werk en woning verschuldigd zou zijn, in dezelfde verhouding staat als het bedrag van de in dat jaar volgens het eerste lid in aanmerking te nemen voordelen en inkomsten, verminderd met de daarmee verband houdende kosten, staat tot het noemerinkomen. 3 Artikel 10, vierde, vijfde en zevende lid , is van overeenkomstige toepassing. 4 artikel 10 De vermindering volgens dit artikel bedraagt, met inachtneming van de verminderingen volgens andere regelen ter voorkoming van dubbele belasting en volgens, ten hoogste het bedrag aan berekende belasting over het belastbare inkomen uit werk en woning. 2008 574 29-12-2008 18-12-2008 2008 574 29-12-2008 18-12-2008 01-01-2009
Artikel 13a — Artikel 13a Verrekening buitenlandse belasting bij bemanningsleden van zee- of luchtvaartuigen in het internationale verkeer#
Artikel 13a Verrekening buitenlandse belasting bij bemanningsleden van zee- of luchtvaartuigen in het internationale verkeer 1 Aan een binnenlandse belastingplichtige wordt, ter verrekening van vanwege een andere Mogendheid geheven belasting naar het inkomen, een vermindering van inkomstenbelasting verleend voor het in het inkomen uit werk en woning begrepen belastbare loon ter zake van een dienstbetrekking uitgeoefend aan boord van een zee- of luchtvaartuig in het internationale verkeer dat wordt geëxploiteerd door een onderneming waarvan de werkelijke leiding is gevestigd in een andere Mogendheid. 2 Het bedrag van de in het eerste lid bedoelde vermindering is het laagste van de volgende bedragen: a. het bedrag van de in het desbetreffende jaar vanwege de andere Mogendheid geheven belasting; b. Wet inkomstenbelasting 2001 het bedrag dat tot de belasting die in het desbetreffende jaar zonder de toepassing van dit besluit volgens deover het belastbare inkomen uit werk en woning verschuldigd zou zijn, in dezelfde verhouding staat als het bedrag van de in dat jaar volgens het eerste lid in aanmerking te nemen loon, staat tot het noemerinkomen. 3 Artikel 10, vierde, vijfde en zevende lid , is van overeenkomstige toepassing. 4 artikel 10 De vermindering volgens dit artikel bedraagt, met inachtneming van de verminderingen volgens andere regelen ter voorkoming van dubbele belasting en volgens, ten hoogste het bedrag aan berekende belasting over het belastbare inkomen uit werk en woning. 2008 574 29-12-2008 18-12-2008 2008 574 29-12-2008 18-12-2008 01-01-2009
Artikel 14 — Artikel 14 Voortwenteling niet verrekende belasting artiesten en sporters#
Artikel 14 Voortwenteling niet verrekende belasting artiesten en sporters 1 artikel 13 tweede lid, onderdeel b, of het vierde lid van dat artikel Het bedrag van de in een jaar vanwege andere Mogendheden geheven belasting, bedoeld in, dat door de toepassing van het, niet leidt tot een vermindering van inkomstenbelasting over dat jaar, wordt aangemerkt als vanwege andere Mogendheden geheven belasting van het daaropvolgende jaar. Deze voortwenteling vindt alleen plaats indien het naar het volgend jaar over te brengen bedrag door de inspecteur is vastgesteld bij voor bezwaar vatbare beschikking. 2 Indien een binnenlandse belastingplichtige beloningen geniet als bedoeld in een compensatieregeling voor grensarbeiders in een andere regeling ter voorkoming van dubbele belasting, is het eerste lid niet van toepassing. 3 Bij ministeriële regeling kan onder daarbij te stellen voorwaarden worden bepaald dat het tweede lid geheel of gedeeltelijk niet van toepassing is. 2008 574 29-12-2008 18-12-2008 2008 574 29-12-2008 18-12-2008 01-01-2009
Artikel 14a — Artikel 14a Voortwenteling niet verrekende belasting bij bemanningsleden van zee- of luchtvaartuigen in het internationale verkeer#
Artikel 14a Voortwenteling niet verrekende belasting bij bemanningsleden van zee- of luchtvaartuigen in het internationale verkeer 1 artikel 13a tweede lid, onderdeel b, of het vierde lid van dat artikel Het bedrag van de in een jaar vanwege andere Mogendheden geheven belasting, bedoeld in, dat door de toepassing van het, niet leidt tot een vermindering van inkomstenbelasting over dat jaar, wordt aangemerkt als vanwege andere Mogendheden geheven belasting van het daaropvolgende jaar. Deze voortwenteling vindt alleen plaats indien het naar het volgend jaar over te brengen bedrag door de inspecteur is vastgesteld bij voor bezwaar vatbare beschikking. 2 Artikel 14, tweede en derde lid , is van overeenkomstige toepassing. 2008 574 29-12-2008 18-12-2008 2008 574 29-12-2008 18-12-2008 01-01-2009
Artikel 15 — Artikel 15 Verrekening buitenlandse belasting op dividenden, interest en royalty's#
Artikel 15 Verrekening buitenlandse belasting op dividenden, interest en royalty's 1 artikel 9 Aan een binnenlandse belastingplichtige wordt, ter verrekening van vanwege een andere Mogendheid geheven belasting, een vermindering van inkomstenbelasting verleend voor in het inkomen uit werk en woning, maar niet in enig inbedoeld buitenlands inkomen uit werk en woning, begrepen dividenden, interest en royalty's, indien: a. de vennootschap die de dividenden uitdeelt of de schuldenaar van de rente en royalty's in een ontwikkelingsland is gevestigd of woont, en b. de dividenden, interest en royalty's zijn onderworpen aan een belasting naar het inkomen die vanwege dat ontwikkelingsland, al dan niet aan de bron, wordt geheven. 2 Het bedrag van de in het eerste lid bedoelde vermindering is het laagste van de volgende bedragen: a. het bedrag van de in het desbetreffende jaar vanwege andere Mogendheden geheven belasting; b. Wet inkomstenbelasting 2001 het bedrag dat tot de belasting die in het desbetreffende jaar zonder de toepassing van dit besluit volgens deover het belastbare inkomen uit werk en woning verschuldigd zou zijn, in dezelfde verhouding staat als het bedrag van de in dat jaar volgens het eerste lid in aanmerking te nemen dividenden, interest en royalty's staat tot het noemerinkomen. 3 Voor de toepassing van het tweede lid, onderdeel a, wordt de belasting die vanwege andere Mogendheden is geheven over dividenden tot geen hoger bedrag in aanmerking genomen dan tot 15% van die dividenden. 4 Bij de toepassing van het tweede lid, onderdeel b, worden dividenden, interest en royalty’s verminderd met de daarmee verband houdende kosten. 5 Artikel 10, vierde, vijfde en zevende lid , is van overeenkomstige toepassing. 6 artikelen 10 13 13a De vermindering volgens dit artikel bedraagt, met inachtneming van de verminderingen volgens andere regelen ter voorkoming van dubbele belasting en volgens de,en, ten hoogste het bedrag aan berekende belasting over het belastbare inkomen uit werk en woning. 2015 544 30-12-2015 23-12-2015 2015 544 30-12-2015 23-12-2015 01-01-2016
Artikel 16 — Artikel 16 Uiteindelijk gerechtigde#
Artikel 16 Uiteindelijk gerechtigde 1 artikel 15 Bij de toepassing vanwordt geen vermindering verleend indien de belastingplichtige niet de uiteindelijk gerechtigde is tot de dividenden, interest of royalty's waarop door een andere Mogendheid belasting is geheven. Niet als uiteindelijk gerechtigde wordt beschouwd de belastingplichtige die in samenhang met de ontvangen opbrengst een tegenprestatie heeft verricht als onderdeel van een samenstel van transacties waarbij aannemelijk is dat: a. de opbrengst geheel of gedeeltelijk direct of indirect ten goede is gekomen aan een natuurlijk persoon die of lichaam dat in mindere mate gerechtigd is tot vermindering van Nederlandse belasting dan de belastingplichtige die de tegenprestatie heeft verricht; en b. deze natuurlijk persoon, onderscheidenlijk dit lichaam, een positie in rechten waaruit de opbrengst is genoten op directe of indirecte wijze behoudt of verkrijgt die vergelijkbaar is met zijn positie in soortgelijke rechten voorafgaand aan het moment waarop het samenstel van transacties een aanvang heeft genomen. 2 Voor de toepassing van het eerste lid: a. kan van een samenstel van transacties eveneens sprake zijn ingeval transacties zijn aangegaan op een gereglementeerde effectenbeurs of markt; b. wordt met een samenstel van transacties gelijkgesteld een transactie die betrekking heeft op de enkele verwerving van een of meer dividendbewijzen of rentetermijnen, of op de vestiging van kortlopende genotsrechten op rechten. 2022 540 27-12-2022 21-12-2022 2022 540 27-12-2022 21-12-2022 01-01-2023
Artikel 17 — Artikel 17 Voortwenteling niet verrekende belasting dividenden, interest en royalty's#
Artikel 17 Voortwenteling niet verrekende belasting dividenden, interest en royalty's artikel 15 Het bedrag van de in een jaar vanwege andere Mogendheden geheven belasting, bedoeld in, dat door de toepassing van het tweede lid, onderdeel b, of het zesde lid, van dat artikel niet leidt tot een vermindering van inkomstenbelasting over dat jaar, wordt aangemerkt als vanwege andere Mogendheden geheven belasting van het daaropvolgende jaar. Deze voortwenteling vindt alleen plaats indien het naar het volgend jaar over te brengen bedrag door de inspecteur is vastgesteld bij voor bezwaar vatbare beschikking. 2025 425 11-12-2025 04-12-2025 2025 425 11-12-2025 04-12-2025 12-12-2025 01-01-2001
Artikel 18 — Artikel 18 Kostenaftrek#
Artikel 18 Kostenaftrek artikel 15 Op schriftelijk verzoek van de belastingplichtige blijftbuiten toepassing voor de in een jaar genoten dividenden, interest en royalty's, bedoeld in dat artikel en voor de daarover vanwege ontwikkelingslanden geheven belasting. 2000 642 28-12-2000 21-12-2000 2000 642 28-12-2000 21-12-2000 01-01-2001
Artikel 19 — Artikel 19 Verrekening buitenlandse belasting op dividenden#
Artikel 19 Verrekening buitenlandse belasting op dividenden 1 Aan een binnenlandse belastingplichtige wordt, ter verrekening van vanwege een andere Mogendheid geheven belasting, een vermindering van inkomstenbelasting verleend voor in het inkomen uit aanmerkelijk belang begrepen dividenden, indien: a. de vennootschap die de dividenden uitdeelt in een ontwikkelingsland is gevestigd, en b. de dividenden zijn onderworpen aan een belasting naar het inkomen die vanwege dat ontwikkelingsland, al dan niet aan de bron, wordt geheven. 2 Het bedrag van de in het eerste lid bedoelde vermindering is het laagste van de volgende bedragen: a. het bedrag van de in het desbetreffende jaar vanwege andere Mogendheden geheven belasting; b. Wet inkomstenbelasting 2001 het bedrag dat tot de belasting die in het desbetreffende jaar zonder de toepassing van dit besluit volgens deover het belastbare inkomen uit aanmerkelijk belang verschuldigd zou zijn, in dezelfde verhouding staat als het bedrag van de in dat jaar volgens het eerste lid in aanmerking te nemen dividenden staat tot het noemerinkomen. 3 Artikel 15, derde en vierde lid artikel 16 , envinden overeenkomstige toepassing. 4 Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 2.7, eerste lid, aanhef en onderdeel b, van de Wet inkomstenbelasting 2001 Onder de belasting die zonder de toepassing van dit besluit volgens deverschuldigd zou zijn over het belastbare inkomen uit aanmerkelijk belang wordt verstaan: de over het kalenderjaar berekende belasting op het belastbare inkomen uit aanmerkelijk belang, bedoeld in. 5 Onder noemerinkomen wordt verstaan: het belastbare inkomen uit aanmerkelijk belang. 6 In afwijking van het vijfde lid, wordt, indien het inkomen van een belastingplichtige hoofdzakelijk uit een Mogendheid afkomstig is en die Mogendheid bij de belastingheffing van het inkomen de persoonlijke- en gezinssituatie van de belastingplichtige volledig in aanmerking neemt, of op grond van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie gehouden is de persoonlijke- en gezinssituatie volledig in aanmerking te nemen, het noemerinkomen vermeerderd met de op het inkomen uit aanmerkelijk belang in het jaar in mindering gebrachte persoonsgebonden aftrek. De vorige volzin is van overeenkomstige toepassing met betrekking tot een Mogendheid, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie, die als zij een zodanige lidstaat zou zijn, gehouden zou zijn om op grond van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie de persoonlijke- en gezinssituatie volledig in aanmerking te nemen. 2015 544 30-12-2015 23-12-2015 2015 544 30-12-2015 23-12-2015 01-01-2016
Artikel 20 — Artikel 20 Voortwenteling niet verrekende belasting#
Artikel 20 Voortwenteling niet verrekende belasting artikel 19 Het bedrag van de in een jaar vanwege andere Mogendheden geheven belasting, bedoeld in, dat door de toepassing van het tweede lid, onderdeel b, van dat artikel niet leidt tot een vermindering van inkomstenbelasting over dat jaar, wordt aangemerkt als vanwege andere Mogendheden geheven belasting van het daaropvolgende jaar. Deze voortwenteling vindt alleen plaats indien het naar het volgend jaar over te brengen bedrag door de inspecteur is vastgesteld bij voor bezwaar vatbare beschikking. 2010 885 30-12-2010 23-12-2010 2010 885 30-12-2010 23-12-2010 01-01-2011 01-01-2010 Vindt met betrekking tot de Wet inkomstenbelasting 2001 voor het eerst toepassing voor belastingjaren die aanvangen op of na 1 januari 2010. Vindt met betrekking tot de Successiewet 1956 voor het eerst toepassing voor belastbare feiten die zich hebben voorgedaan op of na 1 januari 2010.
Artikel 21 — Artikel 21 Kostenaftrek#
Artikel 21 Kostenaftrek artikel 19 Op schriftelijk verzoek van de belastingplichtige blijftbuiten toepassing voor de in een jaar genoten dividenden als bedoeld in dat artikel en voor de daarover vanwege ontwikkelingslanden geheven belasting. 2000 642 28-12-2000 21-12-2000 2000 642 28-12-2000 21-12-2000 01-01-2001
Artikel 21a — Artikel 21a Verrekening buitenlandse belasting op dividenden in geval van afgezonderd particulier vermogen#
Artikel 21a Verrekening buitenlandse belasting op dividenden in geval van afgezonderd particulier vermogen Vervallen 2016 549 29-12-2016 21-12-2016 2016 549 29-12-2016 21-12-2016 01-01-2017 20-09-2016
Artikel 22 — Artikel 22 Vrijstelling#
Artikel 22 Vrijstelling Een binnenlandse belastingplichtige is vrijgesteld van de inkomstenbelasting die betrekking heeft op buitenlands voordeel uit sparen en beleggen. 2000 642 28-12-2000 21-12-2000 2000 642 28-12-2000 21-12-2000 01-01-2001
Artikel 23 — Artikel 23 Buitenlands voordeel uit sparen en beleggen#
Artikel 23 Buitenlands voordeel uit sparen en beleggen 1 Het buitenlandse voordeel uit sparen en beleggen bestaat uit het gezamenlijke bedrag van hetgeen de belastingplichtige als bestanddeel van het voordeel uit sparen en beleggen geniet als voordeel uit de rendementsgrondslag in het buitenland. 2 De rendementsgrondslag in het buitenland bestaat enerzijds uit de waarde aan het begin van het kalenderjaar (peildatum) van de bezittingen in het buitenland en anderzijds uit de waarde op de peildatum van de met die bezittingen verband houdende schulden. Bezittingen in het buitenland zijn: a. binnen het gebied van een andere Mogendheid gelegen onroerende zaken; b. rechten die direct of indirect betrekking hebben op binnen het gebied van een andere Mogendheid gelegen onroerende zaken, en c. rechten op aandelen in de winst van een onderneming waarvan de leiding binnen het gebied van een andere Mogendheid is gelegen, voorzover zij niet voortkomen uit effectenbezit of dienstbetrekking. 3 Bezittingen als bedoeld in het tweede lid behoren alleen tot de rendementsgrondslag in het buitenland voorzover de daaruit genoten opbrengsten zijn onderworpen aan een belasting naar het inkomen die vanwege de andere Mogendheid waarin de bezittingen zijn gelegen, wordt geheven. 4 Indien de in het tweede lid genoemde bezittingen en schulden niet het gehele jaar tot de rendementsgrondslag van de belastingplichtige behoren, wordt de naar tijdsgelang herleide waarde op de peildatum hiervan voor de vaststelling van de rendementsgrondslag in het buitenland in aanmerking genomen, waarbij gedeelten van kalendermaanden als volle maand worden beschouwd. Behoort de bezitting of de schuld op de peildatum niet tot de rendementsgrondslag, dan wordt voor de toepassing van de eerste volzin uitgegaan van de waarde op het tijdstip waarop de bezitting of de schuld tot de rendementsgrondslag gaat behoren. 2022 540 27-12-2022 21-12-2022 2022 540 27-12-2022 21-12-2022 01-01-2023
Artikel 24 — Artikel 24 Vermindering belasting bij buitenlands voordeel uit sparen en beleggen#
Artikel 24 Vermindering belasting bij buitenlands voordeel uit sparen en beleggen 1 artikel 22 De inbedoelde vrijstelling voor buitenlands voordeel uit sparen en beleggen wordt toegepast door een vermindering te verlenen op de verschuldigde inkomstenbelasting. 2 Wet inkomstenbelasting 2001 De in het eerste lid bedoelde vermindering is gelijk aan het bedrag dat tot de belasting die zonder de toepassing van dit besluit volgens deover het belastbare inkomen uit sparen en beleggen verschuldigd zou zijn, in dezelfde verhouding staat als het rendement van de rendementsgrondslag in het buitenland staat tot het noemerinkomen. De vermindering kan, met inachtneming van de verminderingen volgens andere regelen ter voorkoming van dubbele belasting, niet meer bedragen dan de belasting die zonder de toepassing van dit besluit volgens de Wet inkomstenbelasting 2001 over het belastbare inkomen uit sparen en beleggen verschuldigd zou zijn. 3 artikel 5.2, tweede lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001 Indien de belastingplichtige niet het gehele jaar binnenlands belastingplichtige is, wordt voor de in het tweede lid bedoelde vermindering het naar tijdsgelang herleide rendement, bedoeld in, van de rendementsgrondslag in het buitenland over de periode dat hij in Nederland woonde in aanmerking genomen. Gedeelten van kalendermaanden worden hierbij verwaarloosd. Als noemerinkomen geldt de som van het naar tijdsgelang herleide noemerinkomen over de periode dat de belastingplichtige in Nederland woonde en het naar tijdsgelang herleide belastbare inkomen uit sparen en beleggen in Nederland over de periode dat hij niet in Nederland woonde. 4 Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 2.7, eerste lid, aanhef en onderdeel c, van de Wet inkomstenbelasting 2001 Onder de belasting die zonder de toepassing van dit besluit volgens deverschuldigd zou zijn over het belastbare inkomen uit sparen en beleggen wordt verstaan: de over het kalenderjaar berekende belasting op het belastbare inkomen uit sparen en beleggen, bedoeld in. 5 Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder: a. artikel 5.2, eerste lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 5.3, eerste lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001 het rendement van de rendementsgrondslag in het buitenland: het bedrag dat tot het voordeel uit sparen en beleggen, bedoeld in, in dezelfde verhouding staat als het op de voet van artikel 5.2, tweede lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001 bepaalde rendement van de bezittingen in het buitenland na vermindering met het op de voet van dat lid bepaalde rendement van de schulden in verband met die bezittingen staat tot het op de voet van artikel 5.2, tweede lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001 bepaalde rendement berekend over de rendementsgrondslag, bedoeld in; b. het noemerinkomen: het belastbare inkomen uit sparen en beleggen. 6 In afwijking van het vijfde lid, wordt, indien het inkomen van een belastingplichtige hoofdzakelijk uit een Mogendheid afkomstig is en die Mogendheid bij de belastingheffing van het inkomen de persoonlijke- en gezinssituatie van de belastingplichtige volledig in aanmerking neemt, of op grond van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie gehouden is de persoonlijke- en gezinssituatie volledig in aanmerking te nemen, het noemerinkomen vermeerderd met de op het belastbaar inkomen uit sparen en beleggen in het jaar in mindering gebrachte persoonsgebonden aftrek. De vorige volzin is van overeenkomstige toepassing met betrekking tot een Mogendheid, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie, die als zij een zodanige lidstaat zou zijn, gehouden zou zijn om op grond van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie de persoonlijke- en gezinssituatie volledig in aanmerking te nemen. 2022 540 27-12-2022 21-12-2022 2022 540 27-12-2022 21-12-2022 01-01-2023
Artikel 24a — Artikel 24a Doorschuifregeling#
Artikel 24a Doorschuifregeling 1 artikel 24, tweede lid, tweede volzin Een bedrag aan in een jaar vrij te stellen buitenlands voordeel uit sparen en beleggen dat als gevolg van het in aanmerking nemen van de persoonsgebonden aftrek en de toepassing van, niet leidt tot een vermindering van belasting over dat jaar, wordt overgebracht naar het volgend jaar. Deze overbrenging bedraagt niet meer dan het bedrag van de persoonsgebonden aftrek waarmee het voordeel uit sparen en beleggen is verminderd. De overbrenging vindt alleen plaats indien het naar het volgend jaar over te brengen buitenlands voordeel uit sparen en beleggen door de inspecteur is vastgesteld bij voor bezwaar vatbare beschikking. 2 artikel 24 In het jaar waarnaar de overbrenging plaatsvindt, wordt voor de berekening van de vermindering vanhet buitenlands voordeel uit sparen en beleggen verhoogd met het over te brengen bedrag aan buitenlands voordeel uit sparen en beleggen. Het noemerinkomen wordt niet verhoogd. 2008 574 29-12-2008 18-12-2008 2008 574 29-12-2008 18-12-2008 01-01-2009
Artikel 24b — Artikel 24b Vermindering belasting bij buitenlands voordeel uit sparen en beleggen in geval van afgezonderd particulier vermogen#
Artikel 24b Vermindering belasting bij buitenlands voordeel uit sparen en beleggen in geval van afgezonderd particulier vermogen Vervallen 2016 549 29-12-2016 21-12-2016 2016 549 29-12-2016 21-12-2016 01-01-2017 20-09-2016
Artikel 25 — Artikel 25 Verrekening buitenlandse belasting op dividenden, interest en royalty's#
Artikel 25 Verrekening buitenlandse belasting op dividenden, interest en royalty's 1 Aan een binnenlandse belastingplichtige wordt, ter verrekening van vanwege een andere Mogendheid geheven belasting, een vermindering van inkomstenbelasting verleend in verband met ontvangen dividenden, interest en royalty's indien: a. artikel 5.3 van de Wet inkomstenbelasting 2001 de rechten waaruit de opbrengst is genoten behoren tot de bezittingen als bedoeld in; b. de vennootschap die de dividenden uitdeelt of de schuldenaar van de rente en royalty's in een ontwikkelingsland is gevestigd of woont, en c. de dividenden, interest en royalty's zijn onderworpen aan een belasting naar het inkomen die vanwege dat ontwikkelingsland, al dan niet aan de bron, wordt geheven. 2 Het bedrag van de in het eerste lid bedoelde vermindering is gelijk aan het bedrag van de in het desbetreffende jaar vanwege andere Mogendheden geheven belasting. De belasting die vanwege andere Mogendheden is geheven over dividenden, interest en royalty's wordt tot geen hoger bedrag in aanmerking genomen dan tot 15% van de desbetreffende dividenden, interest en royalty's. 3 Artikel 16 is van overeenkomstige toepassing. 4 artikelen 24 25ad De vermindering volgens dit artikel bedraagt, met inachtneming van de verminderingen volgens andere regelen ter voorkoming van dubbele belasting en volgens deof, ten hoogste het bedrag aan berekende belasting op het belastbaar inkomen uit sparen en beleggen. 2025 425 11-12-2025 04-12-2025 2025 425 11-12-2025 04-12-2025 12-12-2025 01-01-2023
Artikel 25a — Artikel 25a Voortwenteling niet verrekende belasting#
Artikel 25a Voortwenteling niet verrekende belasting artikel 25 Het bedrag van de in een jaar vanwege andere Mogendheden geheven belasting, bedoeld in, dat door de toepassing van het vierde lid van dat artikel niet leidt tot een vermindering van inkomstenbelasting over dat jaar, wordt aangemerkt als vanwege andere Mogendheden geheven belasting van het daaropvolgende jaar. Deze voortwenteling vindt alleen plaats indien het naar het volgend jaar over te brengen bedrag door de inspecteur is vastgesteld bij voor bezwaar vatbare beschikking. 2001 700 28-12-2001 17-12-2001 2001 700 28-12-2001 17-12-2001 01-01-2002
Artikel 25aa — Artikel 25aa Voorkoming van dubbele belasting bij toepassing tegenbewijsregeling#
Artikel 25aa Voorkoming van dubbele belasting bij toepassing tegenbewijsregeling afdeling 5.6 van de Wet inkomstenbelasting 2001 hoofdstuk 2, afdeling 4, paragraaf 1 Indien in een jaar het belastbare inkomen uit sparen en beleggen wordt bepaald met inachtneming van, vindt, in dat jaar geen toepassing en wordt de vermindering van belasting bij buitenlands voordeel uit sparen en beleggen vastgesteld met inachtneming van deze paragraaf. 2025 425 11-12-2025 04-12-2025 2025 425 11-12-2025 04-12-2025 12-12-2025 01-01-2023
Artikel 25ab — Artikel 25ab Vrijstelling bij toepassing tegenbewijsregeling#
Artikel 25ab Vrijstelling bij toepassing tegenbewijsregeling Een binnenlandse belastingplichtige is vrijgesteld van de inkomstenbelasting die betrekking heeft op buitenlands voordeel uit sparen en beleggen. 2025 425 11-12-2025 04-12-2025 2025 425 11-12-2025 04-12-2025 12-12-2025 01-01-2023
Artikel 25ac — Artikel 25ac Buitenlands voordeel uit sparen en beleggen bij toepassing tegenbewijsregeling#
Artikel 25ac Buitenlands voordeel uit sparen en beleggen bij toepassing tegenbewijsregeling 1 Het buitenlandse voordeel uit sparen en beleggen bestaat uit het gezamenlijke bedrag van het werkelijke rendement van de bezittingen in het buitenland en van de schulden in verband met die bezittingen. 2 afdeling 5.6 van de Wet inkomstenbelasting 2001 Het werkelijke rendement van de bezittingen in het buitenland en de schulden in verband met die bezittingen wordt bepaald met toepassing van. 3 Bezittingen in het buitenland zijn: voor zover de daaruit genoten opbrengsten zijn onderworpen aan een belasting naar het inkomen die vanwege de andere Mogendheid waarin de bezittingen zijn gelegen, wordt geheven. a. binnen het gebied van een andere Mogendheid gelegen onroerende zaken; b. rechten die direct of indirect betrekking hebben op binnen het gebied van een andere Mogendheid gelegen onroerende zaken; en c. rechten op aandelen in de winst van een onderneming waarvan de leiding binnen het gebied van een andere Mogendheid is gelegen, voor zover zij niet voortkomen uit effectenbezit of dienstbetrekking; 2025 425 11-12-2025 04-12-2025 2025 425 11-12-2025 04-12-2025 12-12-2025 01-01-2023
Artikel 25ad — Artikel 25ad Vermindering belasting bij buitenlands voordeel uit sparen en beleggen bij toepassing tegenbewijsregeling#
Artikel 25ad Vermindering belasting bij buitenlands voordeel uit sparen en beleggen bij toepassing tegenbewijsregeling 1 artikel 25ab De vrijstelling voor buitenlands voordeel uit sparen en beleggen, bedoeld in, wordt toegepast door een vermindering te verlenen op de verschuldigde inkomstenbelasting. 2 Wet inkomstenbelasting 2001 De vermindering, bedoeld in het eerste lid, is gelijk aan het bedrag dat tot de belasting die zonder de toepassing van dit besluit volgens deover het belastbare inkomen uit sparen en beleggen verschuldigd zou zijn, in dezelfde verhouding staat als het werkelijke rendement van de bezittingen in het buitenland en de schulden in verband met die bezittingen staat tot het belastbare inkomen uit sparen en beleggen. De vermindering kan, met inachtneming van de verminderingen volgens andere regelingen ter voorkoming van dubbele belasting, niet meer bedragen dan de belasting die zonder de toepassing van dit besluit volgens de Wet inkomstenbelasting 2001 over het belastbare inkomen uit sparen en beleggen verschuldigd zou zijn. 3 Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 2.7, eerste lid, aanhef en onderdeel c, van de Wet inkomstenbelasting 2001 Onder de belasting die zonder de toepassing van dit besluit volgens deverschuldigd zou zijn over het belastbare inkomen uit sparen en beleggen wordt verstaan: de over het kalenderjaar berekende belasting op het belastbare inkomen uit sparen en beleggen, bedoeld in. 4 In afwijking van het tweede lid wordt, indien het inkomen van een belastingplichtige hoofdzakelijk uit een Mogendheid afkomstig is en die Mogendheid bij de belastingheffing van het inkomen de persoonlijke- en gezinssituatie van de belastingplichtige volledig in aanmerking neemt, of op grond van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie gehouden is de persoonlijke- en gezinssituatie volledig in aanmerking te nemen, het belastbare inkomen uit sparen en beleggen vermeerderd met de in het jaar in mindering gebrachte persoonsgebonden aftrek. De vorige zin is van overeenkomstige toepassing met betrekking tot een Mogendheid, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie, die als zij een zodanige lidstaat zou zijn, gehouden zou zijn om op grond van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie de persoonlijke- en gezinssituatie volledig in aanmerking te nemen. 2025 425 11-12-2025 04-12-2025 2025 425 11-12-2025 04-12-2025 12-12-2025 01-01-2023
Artikel 25ae — Artikel 25ae Doorschuifregeling bij toepassing tegenbewijsregeling#
Artikel 25ae Doorschuifregeling bij toepassing tegenbewijsregeling 1 artikel 25ad, tweede lid, tweede zin Een bedrag aan in een jaar vrij te stellen buitenlands voordeel uit sparen en beleggen dat als gevolg van het in aanmerking nemen van de persoonsgebonden aftrek en de toepassing van, niet leidt tot een vermindering van belasting over dat jaar, wordt overgebracht naar het volgende jaar. Deze overbrenging bedraagt niet meer dan het bedrag van de persoonsgebonden aftrek waarmee het voordeel uit sparen en beleggen is verminderd. De overbrenging vindt alleen plaats indien het naar het volgende jaar over te brengen buitenlands voordeel uit sparen en beleggen door de inspecteur is vastgesteld bij voor bezwaar vatbare beschikking. 2 artikel 25ad In het jaar waarnaar de overbrenging plaatsvindt, wordt voor de berekening van de vermindering vanhet buitenlands voordeel uit sparen en beleggen verhoogd met het over te brengen bedrag aan buitenlands voordeel uit sparen en beleggen. 2025 425 11-12-2025 04-12-2025 2025 425 11-12-2025 04-12-2025 12-12-2025 01-01-2023
Artikel 25b — Artikel 25b Verrekening buitenlandse belasting in geval van afgezonderd particulier vermogen#
Artikel 25b Verrekening buitenlandse belasting in geval van afgezonderd particulier vermogen 1 artikel 2.14a van de Wet inkomstenbelasting 2001 Aan een binnenlandse belastingplichtige wordt, ter verrekening van vanwege een andere Mogendheid geheven belasting, een vermindering van inkomstenbelasting verleend voor in het inkomen uit werk en woning, het inkomen uit aanmerkelijk belang of het voordeel uit sparen en beleggen begrepen inkomsten die bij deze belastingplichtige opkomen als gevolg van de toerekening op grond vanvan de bezittingen en schulden alsmede opbrengsten en uitgaven van een afgezonderd particulier vermogen, voor zover deze bezittingen en schulden alsmede opbrengsten en uitgaven zijn onderworpen aan een belasting naar het inkomen of de winst die vanwege de Mogendheid waarin het afgezonderd particulier vermogen is gevestigd wordt geheven. 2 Het bedrag van de in het eerste lid bedoelde vermindering is het laagste van de volgende bedragen: a. het bedrag van de in het desbetreffende jaar vanwege andere Mogendheden geheven belasting als bedoeld in het eerste lid over de aan de belastingplichtige toegerekende bezittingen en schulden alsmede opbrengsten en uitgaven; en b. Wet inkomstenbelasting 2001 het bedrag van de in het desbetreffende jaar, zonder de toepassing van dit besluit, volgens deverschuldigde inkomstenbelasting dat betrekking heeft op de inkomsten, bedoeld in het eerste lid, die bij de belastingplichtige opkomen, waarbij dit bedrag wordt verminderd met de verminderingen van de verschuldigde inkomstenbelasting die voor die inkomsten worden verleend op grond van de aan dit artikel voorafgaande artikelen of andere regelingen ter voorkoming van dubbele belasting. 3 Wet inkomstenbelasting 2001 Het bedrag van de in het desbetreffende jaar volgens deverschuldigde inkomstenbelasting dat betrekking heeft op de inkomsten, bedoeld in het eerste lid, die bij de belastingplichtige opkomen, wordt voor de toepassing van het tweede lid, onderdeel b, gesteld op de som van de volgende bedragen: a. artikel 2.14a van de Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 10, vijfde en zevende lid het bedrag dat tot de belasting die in het desbetreffende jaar over het belastbare inkomen uit werk en woning verschuldigd is, in dezelfde verhouding staat als het in het inkomen uit werk en woning begrepen inkomen dat in dat jaar bij de belastingplichtige opkomt op grond vanstaat tot het noemerinkomen, bedoeld in; b. artikel 2.14a van de Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 19, vijfde en zesde lid het bedrag dat tot de belasting die in het desbetreffende jaar over het belastbare inkomen uit aanmerkelijk belang verschuldigd is, in dezelfde verhouding staat als het in het inkomen uit aanmerkelijk belang begrepen inkomen dat in dat jaar bij de belastingplichtige opkomt op grond vanstaat tot het noemerinkomen, bedoeld in; c. artikel 2.14a van de Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 24, vijfde en zesde lid artikel 25ad, tweede en vierde lid het bedrag dat tot de belasting die in het desbetreffende jaar over het belastbare inkomen uit sparen en beleggen verschuldigd is, in dezelfde verhouding staat als het in het voordeel uit sparen en beleggen begrepen inkomen dat in dat jaar bij de belastingplichtige opkomt op grond vanstaat tot het noemerinkomen, bedoeld in, onderscheidenlijk het belastbare inkomen uit sparen en beleggen, bedoeld in. 4 De vermindering volgens dit artikel bedraagt, met inachtneming van de verminderingen volgens de aan dit artikel voorafgaande artikelen en volgens andere regelingen ter voorkoming van dubbele belasting, ten hoogste het bedrag aan verschuldigde inkomstenbelasting over het belastbare inkomen uit werk en woning, het belastbare inkomen uit aanmerkelijk belang en het belastbare inkomen uit sparen en beleggen. 2025 425 11-12-2025 04-12-2025 2025 425 11-12-2025 04-12-2025 12-12-2025 01-01-2023
Artikel 25ba — Artikel 25ba Voortwenteling niet verrekende belasting in geval van afgezonderd particulier vermogen#
Artikel 25ba Voortwenteling niet verrekende belasting in geval van afgezonderd particulier vermogen artikel 25b Het bedrag van de in een jaar vanwege een andere Mogendheid geheven belasting, bedoeld in, dat door toepassing van het tweede lid, onderdeel b, of het vierde lid van dat artikel niet leidt tot een vermindering van inkomstenbelasting over dat jaar, wordt aangemerkt als vanwege die andere Mogendheid geheven belasting van het daaropvolgende jaar. Deze voortwenteling vindt alleen plaats indien het naar het volgend jaar over te brengen bedrag door de inspecteur is vastgesteld bij voor bezwaar vatbare beschikking. 2016 549 29-12-2016 21-12-2016 2016 549 29-12-2016 21-12-2016 01-01-2017 20-09-2016
Artikel 26 — Artikel 26 Beschikkingen doorschuifregeling#
Artikel 26 Beschikkingen doorschuifregeling 1 artikel 11 artikelen 24a 25ae De inspecteur stelt het bedrag van het volgensnaar een volgend jaar over te brengen buitenlands inkomen uit werk en woning per Mogendheid en het bedrag van het volgens deofnaar een volgend jaar over te brengen buitenlands voordeel uit sparen en beleggen vast bij voor bezwaar vatbare beschikking. Deze vaststelling gebeurt gelijktijdig met het vaststellen van de aanslag over dat jaar. Het bedrag van het naar het volgend jaar over te brengen buitenlands inkomen uit werk en woning en het bedrag van het naar het volgend jaar over te brengen buitenlands voordeel uit sparen en beleggen worden op het aanslagbiljet afzonderlijk vermeld. 2 Rechtsmiddelen tegen een beschikking als bedoeld in het eerste lid kunnen uitsluitend betrekking hebben op: a. de grootte van het over te brengen bedrag aan buitenlands inkomen uit werk en woning en van het over te brengen bedrag aan buitenlands voordeel uit sparen en beleggen, voorzover niet eerder vastgesteld, en b. artikel 28a de toepassing van. 3 artikel 11, eerste lid artikelen 24a, eerste lid 25ae, eerste lid Het bedrag aan buitenlands inkomen uit werk en woning dat volgens, naar het volgend jaar wordt overgebracht en het bedrag aan buitenlands voordeel uit sparen en beleggen dat volgens de, of, naar het volgend jaar wordt overgebracht, kunnen worden herzien of alsnog worden vastgesteld, indien: a. een aanslag wordt verminderd wegens de verrekening van verliezen uit andere jaren; b. de inspecteur een navorderingsaanslag vaststelt; c. de inspecteur een beschikking herziet waarin het bedrag van een verlies wordt vastgesteld; d. enig feit grond oplevert voor het vermoeden dat het bedrag van het over te brengen buitenlands inkomen uit werk en woning te hoog is vastgesteld, waarbij de herziening alleen kan plaatsvinden voor in de beschikking opgenomen buitenlands inkomen uit werk en woning dat is genoten in een van de twaalf voorafgaande jaren; e. enig feit grond oplevert voor het vermoeden dat het bedrag van het over te brengen buitenlands voordeel uit sparen en beleggen te hoog is vastgesteld, waarbij de herziening alleen kan plaatsvinden voor in de beschikking opgenomen buitenlands voordeel uit sparen en beleggen dat is genoten in een van de twaalf voorafgaande jaren. 4 artikel 11, eerste lid, tweede volzin artikelen 24a, eerste lid, derde zin 25ae, eerste lid, derde zin In afwijking in zoverre van, onderscheidenlijk de, of, wordt, indien het derde lid toepassing vindt, het herziene of het alsnog vastgestelde bedrag aan buitenlands inkomen uit werk en woning, onderscheidenlijk het herziene of het alsnog vastgestelde bedrag aan buitenlands voordeel uit sparen en beleggen dat naar het volgend jaar wordt overgebracht, in het volgend jaar in aanmerking genomen zonder dat dit bedrag vooraf door de inspecteur bij voor bezwaar vatbare beschikking is vastgesteld. De vorige volzin vindt overeenkomstige toepassing voorzover de herziening gevolgen heeft voor bedragen die worden overgebracht naar jaren waarvoor al een aanslag is vastgesteld. 2025 425 11-12-2025 04-12-2025 2025 425 11-12-2025 04-12-2025 12-12-2025 01-01-2023
Artikel 27 — Artikel 27 Beschikkingen inhaalregeling#
Artikel 27 Beschikkingen inhaalregeling 1 artikel 12 De inspecteur stelt het bedrag van het volgensnaar een volgend jaar over te brengen negatieve buitenlands inkomen uit werk en woning per Mogendheid vast bij voor bezwaar vatbare beschikking. 2 Artikel 26, eerste lid, tweede en derde volzin, tweede lid, derde lid en vierde lid is van overeenkomstige toepassing. 3 Indien het negatieve buitenlands inkomen uit werk en woning niet bij voor bezwaar vatbare beschikking is vastgesteld, wordt het bedrag in het volgende jaar toch in aanmerking genomen als negatief bestanddeel van het buitenlands inkomen uit werk en woning. Het bedrag wordt niet meer in aanmerking genomen indien de termijn waarbinnen de inspecteur bevoegd is om een aanslag vast te stellen over het eerste jaar waarin een lager naar het volgend jaar over te brengen bedrag aan negatief buitenlands inkomen uit werk en woning bij voor bezwaar vatbare beschikking had moeten worden vastgesteld, met meer dan twee jaar is overschreden. 2000 642 28-12-2000 21-12-2000 2000 642 28-12-2000 21-12-2000 01-01-2001
Artikel 28 — Artikel 28 Beschikkingen verrekening#
Artikel 28 Beschikkingen verrekening 1 artikelen 14 14a 17 20 25a De inspecteur stelt de volgens de,,,enover te brengen bedragen aan vanwege andere Mogendheden geheven belasting per artikel vast bij voor bezwaar vatbare beschikking. 2 Artikel 26, eerste lid, tweede en derde volzin, tweede lid, derde lid en vierde lid , is van overeenkomstige toepassing. 2016 549 29-12-2016 21-12-2016 2016 549 29-12-2016 21-12-2016 01-01-2017 20-09-2016
Artikel 28a — Artikel 28a Volgorde van in aanmerking nemen verminderingen#
Artikel 28a Volgorde van in aanmerking nemen verminderingen Indien een belastingplichtige op grond van enige bepaling in dit besluit in aanmerking komt voor een vermindering in verband met uit meer dan een Mogendheid genoten buitenlands inkomen of vanwege meer dan een Mogendheid geheven belasting en het gezamenlijke bedrag van de verminderingen ingevolge enig artikel in dit besluit is beperkt tot het bedrag van de inkomstenbelasting dat zonder toepassing van dit besluit verschuldigd zou zijn, worden deze verminderingen in aanmerking genomen met inachtneming van het volgende. Verminderingen die voortvloeien uit een andere regeling ter voorkoming van dubbele belasting gaan voor op de verminderingen die uitsluitend voortvloeien uit dit besluit. Vervolgens worden de verminderingen in aanmerking genomen in de volgorde die blijkt uit de overige bepalingen van dit besluit. Ten slotte worden de verminderingen in aanmerking genomen in volgorde van toenemende grootte. Ingeval de verminderingen even groot zijn, wordt van elk een evenredig gedeelte in aanmerking genomen. 2011 677 30-12-2011 22-12-2011 2011 677 30-12-2011 22-12-2011 01-01-2012
Artikel 29 — Artikel 29 Emigratie en terugkeer#
Artikel 29 Emigratie en terugkeer artikelen 26 27 28 Ingeval de belastingplichtige in een jaar anders dan door overlijden ophoudt binnenlands belastingplichtige te zijn, en binnen een termijn van acht jaren na afloop van dit jaar wederom binnenlands belastingplichtige wordt, worden de over het jaar voorafgaande aan het jaar waarin de binnenlandse belastingplicht is geëindigd volgens de,envastgestelde bedragen aan over te brengen buitenlands inkomen uit werk en woning, negatief buitenlands inkomen uit werk en woning en vanwege andere Mogendheden geheven belasting, aangemerkt als bedragen die in het jaar voorafgaande aan het opnieuw binnenlands belastingplichtig worden, zijn vastgesteld. 2000 642 28-12-2000 21-12-2000 2000 642 28-12-2000 21-12-2000 01-01-2001
Artikel 30 — Artikel 30 Vrijstelling van loonbelasting#
Artikel 30 Vrijstelling van loonbelasting artikel 9, eerste lid, onderdeel b Een in Nederland wonende werknemer is vrijgesteld van de loonbelasting die betrekking heeft op door hem genoten loon waarop, van toepassing is, en dat is onderworpen aan een belasting naar het inkomen die vanwege de andere Mogendheid als in dat artikel bedoeld wordt geheven. 2000 642 28-12-2000 21-12-2000 2000 642 28-12-2000 21-12-2000 01-01-2001
Artikel 31 — Artikel 31 Vrijstelling#
Artikel 31 Vrijstelling Vervallen 2011 677 30-12-2011 22-12-2011 2011 677 30-12-2011 22-12-2011 01-01-2012 Vindt voor het eerst
toepassing met betrekking tot boekjaren die aanvangen op of na 1
januari 2012.
Artikel 32 — Artikel 32 Buitenlandse winst uit een andere Mogendheid#
Artikel 32 Buitenlandse winst uit een andere Mogendheid Vervallen 2011 677 30-12-2011 22-12-2011 2011 677 30-12-2011 22-12-2011 01-01-2012 Vindt voor het eerst
toepassing met betrekking tot boekjaren die aanvangen op of na 1
januari 2012.
Artikel 33 — Artikel 33 Vermindering belasting bij buitenlandse winst#
Artikel 33 Vermindering belasting bij buitenlandse winst Vervallen 2011 677 30-12-2011 22-12-2011 2011 677 30-12-2011 22-12-2011 01-01-2012 Vindt voor het eerst
toepassing met betrekking tot boekjaren die aanvangen op of na 1
januari 2012.
Artikel 34 — Artikel 34 Overgangsregeling nog vrij te stellen buitenlandse winsten#
Artikel 34 Overgangsregeling nog vrij te stellen buitenlandse winsten artikel 34 Op een volgens, zoals dat luidde op 31 december 2011, naar een jaar dat aanvangt op of na 1 januari 2012 over te brengen bedrag aan vrij te stellen buitenlandse winst uit een Mogendheid, blijven de regels van dit besluit, zoals die luidden op 31 december 2011, van toepassing. Het naar een later jaar over te brengen bedrag aan buitenlandse winst wordt hierbij, in afwijking van artikel 34, eerste lid, zoals dat luidde op 31 december 2011, niet verminderd met negatieve buitenlandse winst uit die Mogendheid over een boekjaar dat aanvangt op of na 1 januari 2012. 2015 544 30-12-2015 23-12-2015 2015 544 30-12-2015 23-12-2015 01-01-2016
Artikel 35 — Artikel 35 Inhaalregeling#
Artikel 35 Inhaalregeling Vervallen 2011 677 30-12-2011 22-12-2011 2011 677 30-12-2011 22-12-2011 01-01-2012 Vindt voor het eerst
toepassing met betrekking tot boekjaren die aanvangen op of na 1
januari 2012.
Artikel 36 — Artikel 36 Verrekening buitenlandse belasting op dividenden, interest en royalty's#
Artikel 36 Verrekening buitenlandse belasting op dividenden, interest en royalty's 1 artikel 15e, tweede lid, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 Aan een binnenlandse belastingplichtige wordt, ter verrekening van vanwege een andere Mogendheid geheven belasting, een vermindering van vennootschapsbelasting verleend voor in de winst, maar niet in de winst uit een andere staat, bedoeld in, begrepen dividenden, interest en royalty's, indien: a. de vennootschap die de dividenden uitdeelt of de schuldenaar van de rente en royalty's in een ontwikkelingsland woont of gevestigd is, en b. de dividenden, interest en royalty's zijn onderworpen aan een belasting naar de winst die vanwege dat ontwikkelingsland, al dan niet aan de bron, wordt geheven. 2 Het bedrag van de in het eerste lid bedoelde vermindering is het laagste van de volgende bedragen: a. het bedrag van de in het desbetreffende jaar vanwege andere Mogendheden geheven belasting; b. artikel 22 van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 Het bedrag van de in dat jaar volgens het eerste lid in aanmerking te nemen dividenden, interest en royalty’s, vermenigvuldigd met het percentage van het hoogste tarief, bedoeld in; 3 Voor de toepassing van het tweede lid, onderdeel a, wordt de belasting die vanwege andere Mogendheden is geheven over dividenden tot geen hoger bedrag in aanmerking genomen dan tot 15% van die dividenden. 4 artikel 10a, vierde lid, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 Bij de toepassing van het tweede lid, onderdeel b, worden dividenden, royalty’s en interest verminderd met de daarmee verband houdende kosten. Tot de kosten, bedoeld in de eerste volzin, behoren ook de kosten die een met de belastingplichtige verbonden lichaam als bedoeld inof een met de belastingplichtige verbonden natuurlijk persoon als bedoeld in artikel 10a, vijfde lid, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969, heeft gemaakt en die bij het bepalen van de in Nederland belastbare winst of het in Nederland belastbare inkomen van dat verbonden lichaam, onderscheidenlijk die natuurlijk persoon, in aftrek zijn gekomen. 5 Artikel 16 is van overeenkomstige toepassing. 6 Wet op de vennootschapsbelasting 1969 De vermindering volgens dit artikel bedraagt, met inachtneming van de verminderingen volgens andere regelen ter voorkoming van dubbele belasting, ten hoogste het bedrag aan belasting dat volgens deverschuldigd is. 2022 540 27-12-2022 21-12-2022 2022 540 27-12-2022 21-12-2022 01-01-2023
Artikel 36a — Artikel 36a Verrekening buitenlandse belasting op royalty’s. Innovatiebox.#
Artikel 36a Verrekening buitenlandse belasting op royalty’s. Innovatiebox. 1 artikel 36, eerste lid artikel 12b van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 In afwijking in zoverre van, wordt aan een binnenlandse belastingplichtige, ter verrekening van vanwege een andere Mogendheid geheven belasting, een vermindering van vennootschapsbelasting verleend voor royalty’s waaropvan toepassing is, indien: a. de schuldenaar van de royalty’s in een ontwikkelingsland woont of gevestigd is, en b. de royalty’s zijn onderworpen aan een belasting naar de winst die vanwege dat ontwikkelingsland, al dan niet aan de bron, wordt geheven. 2 Het bedrag van de in het eerste lid bedoelde vermindering is het laagste van de volgende bedragen: a. het bedrag van de in het desbetreffende jaar vanwege andere Mogendheden geheven belasting; b. het bedrag van de in dat jaar volgens het eerste lid in aanmerking te nemen royalty’s, vermenigvuldigd met 9/100. 3 Bij de toepassing van het tweede lid, onderdeel b, worden royalty’s verminderd met de daarmee verband houdende kosten. 4 Artikel 16 is van overeenkomstige toepassing. 5 artikelen 36 36c De vermindering volgens dit artikel bedraagt, met inachtneming van de vermindering volgens andere regelen ter voorkoming van dubbele belasting en volgens deen, ten hoogste het bedrag aan verschuldigde vennootschapsbelasting. 2024 441 23-12-2024 18-12-2024 2024 441 23-12-2024 18-12-2024 01-01-2025
Artikel 36b — Artikel 36b Verrekening buitenlandse belasting op royalty’s. Overgangsrecht innovatiebox#
Artikel 36b Verrekening buitenlandse belasting op royalty’s. Overgangsrecht innovatiebox Artikel 36a artikel 12b van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 is van overeenkomstige toepassing op royalty’s waarop, zoals dat luidde op 31 december 2016, toepassing vindt. 2016 549 29-12-2016 21-12-2016 2016 549 29-12-2016 21-12-2016 01-01-2017
Artikel 36c — Artikel 36c Verrekening buitenlandse belasting op artiesten- en sportersinkomsten in de vennootschapsbelasting#
Artikel 36c Verrekening buitenlandse belasting op artiesten- en sportersinkomsten in de vennootschapsbelasting 1 artikel 15e, tweede lid, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 Aan een binnenlandse belastingplichtige wordt, ter verrekening van vanwege een andere Mogendheid geheven belasting, een vermindering van vennootschapsbelasting verleend voor in de winst, maar niet in de winst uit een andere staat, bedoeld in, begrepen voordelen en inkomsten uit persoonlijke werkzaamheden verricht door een artiest of sportbeoefenaar binnen het gebied van de andere Mogendheid, mits die voordelen en inkomsten zijn onderworpen aan een belasting naar de winst die vanwege de andere Mogendheid, al dan niet aan de bron, wordt geheven. 2 Het bedrag van de vermindering, bedoeld in het eerste lid, is het laagste van de volgende bedragen: a. het bedrag van de in het desbetreffende jaar vanwege andere Mogendheden geheven belasting; b. artikel 22 van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 het bedrag van de in dat jaar volgens het eerste lid in aanmerking te nemen voordelen en inkomsten, vermenigvuldigd met het percentage van het hoogste tarief, bedoeld in. 3 artikel 10a, vierde lid, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 Bij de toepassing van het tweede lid, onderdeel b, worden de voordelen en inkomsten verminderd met de daarmee verband houdende kosten. Tot de kosten, bedoeld in de eerste zin, behoren ook de kosten die een met de belastingplichtige verbonden lichaam als bedoeld inof een met de belastingplichtige verbonden natuurlijk persoon als bedoeld in artikel 10a, vijfde lid, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 heeft gemaakt en die bij het bepalen van de in Nederland belastbare winst of het in Nederland belastbare inkomen van dat verbonden lichaam, onderscheidenlijk die natuurlijk persoon, in aftrek zijn gekomen. 4 Artikel 16 is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat daarbij voor dividenden, interest of royalty’s wordt gelezen: voordelen en inkomsten uit persoonlijke werkzaamheden verricht door een artiest of sportbeoefenaar. 5 Wet op de vennootschapsbelasting 1969 De vermindering volgens dit artikel bedraagt, met inachtneming van de verminderingen volgens andere regelen ter voorkoming van dubbele belasting, ten hoogste het bedrag aan belasting dat volgens deverschuldigd is. 2024 441 23-12-2024 18-12-2024 2024 441 23-12-2024 18-12-2024 01-01-2025
Artikel 37 — Artikel 37 Voortwenteling niet verrekende belasting#
Artikel 37 Voortwenteling niet verrekende belasting artikelen 36 36a 36c artikel 36, tweede lid, onderdeel b, of zesde lid Het bedrag van de in een jaar vanwege andere Mogendheden geheven belasting als bedoeld in de,endat door de toepassing van, artikel 36a, tweede lid, onderdeel b, of vijfde lid, onderscheidenlijk door de toepassing van artikel 36c, tweede lid, onderdeel b, of vijfde lid, niet leidt tot een vermindering van vennootschapsbelasting over dat jaar, wordt aangemerkt als vanwege andere Mogendheden geheven belasting van het daaropvolgende jaar. Deze voortwenteling vindt alleen plaats indien het naar het volgende jaar over te brengen bedrag door de inspecteur is vastgesteld bij voor bezwaar vatbare beschikking. 2024 441 23-12-2024 18-12-2024 2024 441 23-12-2024 18-12-2024 01-01-2025
Artikel 38 — Artikel 38 Kostenaftrek#
Artikel 38 Kostenaftrek artikel 36 artikel 36c Op schriftelijk verzoek van de belastingplichtige blijftofbuiten toepassing voor de in een jaar genoten dividenden, interest en royalty's als bedoeld in artikel 36 en voor de daarover vanwege ontwikkelingslanden geheven belasting, onderscheidenlijk de in een jaar genoten voordelen en inkomsten uit persoonlijke werkzaamheden verricht door een artiest of sportbeoefenaar als bedoeld in artikel 36c en voor de daarover vanwege andere Mogendheden geheven belasting. 2024 441 23-12-2024 18-12-2024 2024 441 23-12-2024 18-12-2024 01-01-2025
Artikel 39 — Artikel 39 Verrekening buitenlandse belasting bij passieve winst uit buitenlandse onderneming#
Artikel 39 Verrekening buitenlandse belasting bij passieve winst uit buitenlandse onderneming Vervallen 2011 677 30-12-2011 22-12-2011 2011 677 30-12-2011 22-12-2011 01-01-2012 Vindt voor het eerst
toepassing met betrekking tot boekjaren die aanvangen op of na 1
januari 2012.
Artikel 40 — Artikel 40 Voortwenteling niet verrekende belasting bij passieve winst uit buitenlandse onderneming#
Artikel 40 Voortwenteling niet verrekende belasting bij passieve winst uit buitenlandse onderneming Vervallen 2011 677 30-12-2011 22-12-2011 2011 677 30-12-2011 22-12-2011 01-01-2012 Vindt voor het eerst
toepassing met betrekking tot boekjaren die aanvangen op of na 1
januari 2012.
Artikel 41 — Artikel 41 Inhaal negatieve bedragen#
Artikel 41 Inhaal negatieve bedragen Vervallen 2011 677 30-12-2011 22-12-2011 2011 677 30-12-2011 22-12-2011 01-01-2012 Vindt voor het eerst
toepassing met betrekking tot boekjaren die aanvangen op of na 1
januari 2012.
Artikel 42 — Artikel 42 Beschikkingen doorschuifregeling#
Artikel 42 Beschikkingen doorschuifregeling Vervallen 2011 677 30-12-2011 22-12-2011 2011 677 30-12-2011 22-12-2011 01-01-2012 Vindt voor het eerst
toepassing met betrekking tot boekjaren die aanvangen op of na 1
januari 2012.
Artikel 43 — Artikel 43 Beschikkingen inhaalregeling en inhaal negatieve bedragen#
Artikel 43 Beschikkingen inhaalregeling en inhaal negatieve bedragen Vervallen 2011 677 30-12-2011 22-12-2011 2011 677 30-12-2011 22-12-2011 01-01-2012 Vindt voor het eerst
toepassing met betrekking tot boekjaren die aanvangen op of na 1
januari 2012.
Artikel 44 — Artikel 44 Beschikkingen verrekening#
Artikel 44 Beschikkingen verrekening 1 artikel 37 De inspecteur stelt het volgensover te brengen bedrag aan vanwege andere Mogendheden geheven belasting vast bij voor bezwaar vatbare beschikking. 2 De in het eerste lid bedoelde vaststelling gebeurt gelijktijdig met het vaststellen van de aanslag over dat jaar. Het bedrag van de naar het volgende jaar over te brengen belasting wordt op het aanslagbiljet afzonderlijk vermeld. 3 Rechtsmiddelen tegen een beschikking als bedoeld in het eerste lid kunnen uitsluitend betrekking hebben op: a. de grootte van het over te brengen bedrag aan belasting voor zover dat niet eerder is vastgesteld, en b. artikel 44a de toepassing van. 4 Het bedrag aan over te brengen belasting kan worden herzien of alsnog worden vastgesteld, indien: a. een aanslag wordt verminderd wegens de verrekening van verliezen uit andere jaren; b. de inspecteur een navorderingsaanslag vaststelt; c. de inspecteur een beschikking herziet waarin het bedrag van een verlies wordt vastgesteld; d. enig feit grond oplevert voor het vermoeden dat het bedrag van de over te brengen belasting te hoog is vastgesteld, waarbij de herziening alleen kan plaatsvinden voor in de beschikking opgenomen vanwege een buitenlandse Mogendheid geheven belasting in een van de twaalf voorafgaande jaren. 5 artikel 37, eerste lid, tweede volzin In afwijking in zoverre van, wordt, indien het vierde lid toepassing vindt, het herziene of het alsnog vastgestelde bedrag aan belasting dat naar het volgende jaar wordt overgebracht, in het volgend jaar in aanmerking genomen zonder dat dit bedrag vooraf door de inspecteur bij voor bezwaar vatbare beschikking is vastgesteld. De vorige volzin vindt overeenkomstige toepassing voor zover de herziening gevolgen heeft voor bedragen die worden overgebracht naar jaren waarvoor al een aanslag is vastgesteld. 2016 549 29-12-2016 21-12-2016 2016 549 29-12-2016 21-12-2016 01-01-2017
Artikel 44a — Artikel 44a Volgorde van in aanmerking nemen verminderingen#
Artikel 44a Volgorde van in aanmerking nemen verminderingen Indien een belastingplichtige op grond van enige bepaling in dit besluit in aanmerking komt voor een vermindering in verband met vanwege meer dan een Mogendheid geheven belasting en het gezamenlijke bedrag van de verminderingen ingevolge enig artikel in dit besluit is beperkt tot het bedrag van de vennootschapsbelasting dat zonder toepassing van dit besluit verschuldigd zou zijn, worden deze verminderingen in aanmerking genomen met inachtneming van het volgende. Verminderingen die voortvloeien uit een andere regeling ter voorkoming van dubbele belasting gaan voor op de verminderingen die uitsluitend voortvloeien uit dit besluit. Vervolgens worden de verminderingen in aanmerking genomen in de volgorde die blijkt uit de overige bepalingen van dit besluit. Ten slotte worden de verminderingen in aanmerking genomen in volgorde van toenemende grootte. Ingeval de verminderingen even groot zijn, wordt van elk een evenredig gedeelte in aanmerking genomen. 2011 677 30-12-2011 22-12-2011 2011 677 30-12-2011 22-12-2011 01-01-2012 Vindt voor het eerst
toepassing met betrekking tot boekjaren die aanvangen op of na 1
januari 2012.
Artikel 45 — Artikel 45 Emigratie en terugkeer#
Artikel 45 Emigratie en terugkeer artikel 44 Ingeval de belastingplichtige in een jaar anders dan door liquidatie ophoudt binnenlands belastingplichtige te zijn, en binnen een termijn van acht jaren na afloop van dit jaar wederom binnenlands belastingplichtige wordt, worden de over het jaar voorafgaande aan het jaar waarin de binnenlandse belastingplicht is geëindigd volgensvastgestelde bedrag aan over te brengen vanwege andere Mogendheden geheven belasting, aangemerkt als bedragen die in het jaar voorafgaande aan het opnieuw binnenlands belastingplichtig worden, zijn vastgesteld. 2011 677 30-12-2011 22-12-2011 2011 677 30-12-2011 22-12-2011 01-01-2012 Vindt voor het eerst
toepassing met betrekking tot boekjaren die aanvangen op of na 1
januari 2012.
Artikel 46 — Artikel 46 Wijziging gerechtigdheid tot lichaam#
Artikel 46 Wijziging gerechtigdheid tot lichaam 1 artikel 37 artikel 36 artikel 36a artikel 36c Indien aannemelijk is dat in vergelijking met het begin van het oudste jaar waarvan een naar het volgende jaar voort te wentelen bedrag aan niet verrekende vanwege andere Mogendheden geheven belasting bedoeld inin een later jaar nog niet volledig tot een vermindering heeft geleid, het uiteindelijke belang in de belastingplichtige in belangrijke mate is gewijzigd, wordt met ingang van het jaar waarin de wijziging heeft plaatsgevonden, het voort te wentelen bedrag aan niet verrekende vanwege andere Mogendheden geheven belasting van het daaraan voorafgaande jaar niet meer bij de berekening van de vermindering, bedoeld in,, onderscheidenlijk, in aanmerking genomen. 2 Artikel 20a, tweede, derde, vierde, vijfde, zesde, zevende, achtste, tiende, elfde en twaalfde lid, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 is van overeenkomstige toepassing. 3 Artikel 15ae van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 is van overeenkomstige toepassing. 2024 441 23-12-2024 18-12-2024 2024 441 23-12-2024 18-12-2024 01-01-2025
Artikel 47 — Artikel 47 Vermindering erfbelasting bij in Nederland wonende erflater#
Artikel 47 Vermindering erfbelasting bij in Nederland wonende erflater 1 artikel 9, eerste lid, onderdeel a artikel 3, eerste lid, van de Successiewet 1956 Bij een verkrijging krachtens erfrecht door het overlijden van iemand die ten tijde van dat overlijden in Nederland woonde, wordt ter verrekening van vanwege een andere Mogendheid geheven belasting een vermindering verleend van de erfbelasting voor de in de verkrijging begrepen bezittingen behorende tot een door hem gedreven buitenlandse onderneming als bedoeld in, en voor de in de verkrijging begrepen onroerende zaken die binnen het gebied van een andere Mogendheid zijn gelegen en rechten waaraan deze zijn onderworpen, voorzover de verkrijging van vorenbedoelde bezittingen aan een gelijksoortige belasting is onderworpen die vanwege een andere Mogendheid als daar bedoeld wordt geheven. Deze bepaling geldt niet bij een verkrijging krachtens erfrecht door het overlijden van iemand die op grond vangeacht wordt ten tijde van het overlijden in Nederland te hebben gewoond. 2 Het bedrag van de in het eerste lid bedoelde vermindering is het laagste van de volgende bedragen: a. het bedrag van de vanwege de andere Mogendheid geheven belasting; b. Successiewet 1956 het bedrag dat tot de erfbelasting die volgens deverschuldigd zou zijn zonder toepassing van dit besluit, in dezelfde verhouding staat als de gezamenlijke waarde van de in de verkrijging begrepen, in het eerste lid bedoelde, bezittingen in de andere Mogendheid staat tot de waarde van alle verkregen bezittingen. 3 Voor de toepassing van het tweede lid wordt: a. de waarde van de in het eerste lid bedoelde bezittingen verminderd met de waarde van de schulden in verband met die bezittingen; b. Successiewet 1956 artikel 32 van de Successiewet 1956 de waarde van alle verkregen bezittingen verminderd met de waarde van alle schulden die op grond van dein aftrek komen en verminderd met de vrijstellingen, bedoeld in, voorzover belastingplichtige daarvoor in aanmerking komt. 4 Successiewet 1956 De vermindering volgens dit artikel bedraagt ten hoogste het bedrag aan erfbelasting dat volgens deverschuldigd zou zijn zonder de toepassing van dit besluit. 5 Met onroerende zaken als bedoeld in het eerste lid worden gelijkgesteld: a. artikel 2, tweede lid, van de Wet op belastingen van rechtsverkeer de – niet tot een buitenlandse onderneming, als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel a, behorende – economische eigendom, bedoeld in, van de binnen het gebied van een andere Mogendheid gelegen onroerende zaken of rechten waaraan deze zijn onderworpen; b. artikel 4 van de Wet op belastingen van rechtsverkeer aandelen in lichamen en lidmaatschapsrechten als bedoeld in, welke onroerende zaken en in dit artikel daarmee gelijkgestelde goederen binnen het gebied van een andere Mogendheid vertegenwoordigen. De waarde van de aandelen en lidmaatschapsrechten is gelijk aan de waarde van de onroerende zaken en daarmee gelijkgestelde goederen die door de aandelen en lidmaatschapsrechten middellijk of onmiddellijk worden vertegenwoordigd, verminderd met de waarde van de schulden in verband met die zaken en goederen. 6 artikel 12, eerste lid, tweede volzin, van de Successiewet 1956 Indienvan toepassing is op een schenking en deze toepassing tot dubbele belasting leidt, wordt voor de toepassing van dit artikel de vanwege een andere Mogendheid geheven belasting ter zake van die schenking geacht gelijksoortig te zijn aan de erfbelasting. 7 artikel 16 van de Successiewet 1956 Indienvan toepassing is op de aldaar bedoelde bezittingen en schulden en deze toepassing tot dubbele belasting leidt met betrekking tot die bezittingen en schulden, wordt voor de toepassing van dit artikel de vanwege een andere Mogendheid geheven, vervangende erfbelasting ter zake van die bezittingen en schulden toegerekend aan de erfgenamen van de erflater op basis van dezelfde verdeling als die in artikel 16 van de Successiewet 1956 en geacht gelijksoortig te zijn aan de erfbelasting. 2010 885 30-12-2010 23-12-2010 2010 885 30-12-2010 23-12-2010 01-01-2011 01-01-2010 Vindt met betrekking tot de Wet inkomstenbelasting 2001 voor het eerst toepassing voor belastingjaren die aanvangen op of na 1 januari 2010. Vindt met betrekking tot de Successiewet 1956 voor het eerst toepassing voor belastbare feiten die zich hebben voorgedaan op of na 1 januari 2010.
Artikel 48 — Artikel 48 Vermindering erfbelasting bij fictief in Nederland wonende erflater#
Artikel 48 Vermindering erfbelasting bij fictief in Nederland wonende erflater 1 artikel 3, eerste lid, van de Successiewet 1956 artikel 9, eerste lid, onderdeel a artikel 47 Bij een verkrijging krachtens erfrecht door het overlijden van iemand die op grond vangeacht wordt ten tijde van het overlijden in Nederland te hebben gewoond, wordt ter verrekening van vanwege een andere Mogendheid geheven belasting, een vermindering van de erfbelasting verleend voor in die verkrijging begrepen bezittingen, voorzover ter zake van de verkrijging van die bezittingen vanwege een andere Mogendheid, waarin de erflater ten tijde van het overlijden zijn daadwerkelijke woonplaats had, een gelijksoortige belasting is geheven. Voorts wordt een vermindering van de erfbelasting verleend voor in die verkrijging begrepen bezittingen, behorende tot een door hem gedreven buitenlandse onderneming als bedoeld in, en voor in de verkrijging begrepen onroerende zaken als bedoeld indie binnen het gebied van een andere Mogendheid zijn gelegen en rechten waaraan deze zijn onderworpen, voorzover de verkrijging van vorenbedoelde bezittingen aan een gelijksoortige belasting is onderworpen die vanwege een andere Mogendheid als daar bedoeld wordt geheven. 2 Het bedrag van de in het eerste lid bedoelde vermindering is het laagste van de volgende bedragen: a. het bedrag van de vanwege de andere Mogendheid geheven belasting; b. Successiewet 1956 het bedrag dat tot de erfbelasting die volgens deverschuldigd zou zijn zonder toepassing van dit besluit, in dezelfde verhouding staat als de gezamenlijke waarde van de in de verkrijging begrepen, in het eerste lid van dit artikel bedoelde, bezittingen staat tot de waarde van alle verkregen bezittingen. 3 Voor de toepassing van het tweede lid wordt: a. de waarde van de in het eerste lid bedoelde bezittingen verminderd met de waarde van alle schulden; b. artikel 32 van de Successiewet 1956 de waarde van alle verkregen bezittingen verminderd met de waarde van alle verkregen schulden en verminderd met de vrijstellingen, bedoeld in, voorzover belastingplichtige daarvoor in aanmerking komt. 4 Successiewet 1956 De vermindering volgens dit artikel bedraagt ten hoogste het bedrag aan erfbelasting dat volgens deverschuldigd zou zijn zonder de toepassing van dit besluit. 5 artikel 12, eerste lid, tweede volzin, van de Successiewet 1956 Indienvan toepassing is op een schenking en deze toepassing tot dubbele belasting leidt, wordt voor de toepassing van dit artikel de vanwege een andere Mogendheid geheven belasting ter zake van die schenking geacht gelijksoortig te zijn aan de erfbelasting. 6 artikel 16 van de Successiewet 1956 Indienvan toepassing is op de aldaar bedoelde bezittingen en schulden en deze toepassing tot dubbele belasting leidt met betrekking tot die bezittingen en schulden, wordt voor de toepassing van dit artikel de vanwege een andere Mogendheid geheven, vervangende erfbelasting ter zake van die bezittingen en schulden toegerekend aan de erfgenamen van de erflater op basis van dezelfde verdeling als die in artikel 16 van de Successiewet 1956 en geacht gelijksoortig te zijn aan de erfbelasting. 2010 885 30-12-2010 23-12-2010 2010 885 30-12-2010 23-12-2010 01-01-2011 01-01-2010 Vindt met betrekking tot de Wet inkomstenbelasting 2001 voor het eerst toepassing voor belastingjaren die aanvangen op of na 1 januari 2010. Vindt met betrekking tot de Successiewet 1956 voor het eerst toepassing voor belastbare feiten die zich hebben voorgedaan op of na 1 januari 2010.
Artikel 49 — Artikel 49 Buitenlandse gelijksoortige belasting als boedelschuld#
Artikel 49 Buitenlandse gelijksoortige belasting als boedelschuld artikelen 47 48 Indien een verkrijging van een erflater die ten tijde van het overlijden in Nederland woonde, bezittingen omvat welke zich binnen het gebied van een andere Mogendheid bevinden en niet op grond van deenaanspraak bestaat op een vermindering ter voorkoming van dubbele belasting, wordt bij het bepalen van de waarde van die verkrijging een vanwege die andere Mogendheid over deze bezittingen geheven gelijksoortige belasting in mindering gebracht op die verkrijging. 2000 642 28-12-2000 21-12-2000 2000 642 28-12-2000 21-12-2000 01-01-2001
Artikel 50 — Artikel 50 Vermindering per verkrijger#
Artikel 50 Vermindering per verkrijger artikelen 47 tot en met 49 De verminderingen bedoeld in deworden per verkrijger berekend. 2000 642 28-12-2000 21-12-2000 2000 642 28-12-2000 21-12-2000 01-01-2001
Artikel 51 — Artikel 51 Schenkbelasting#
Artikel 51 Schenkbelasting 1 artikelen 47 tot en met 50 Devinden overeenkomstige toepassing met betrekking tot de schenkbelasting, met dien verstande dat: a. artikel 47, tweede lid, onderdeel b artikel 48, tweede lid, onderdeel b artikel 33 van de Successiewet 1956 voor de overeenkomstige toepassing van, en, de waarde van alle verkregen bezittingen tevens wordt verminderd met de vrijstellingen, bedoeld in; b. artikel 47, zevende lid artikel 48, zesde lid artikel 17 van de Successiewet 1956 , en, van overeenkomstige toepassing zijn, indienvan toepassing is. 2 Artikel 48 artikel 3, tweede lid, van de Successiewet 1956 is van overeenkomstige toepassing op schenkingen door een schenker die op grond vangeacht wordt ten tijde van de schenking in Nederland te hebben gewoond. 2010 885 30-12-2010 23-12-2010 2010 885 30-12-2010 23-12-2010 01-01-2011 01-01-2010 Vindt met betrekking tot de Wet inkomstenbelasting 2001 voor het eerst toepassing voor belastingjaren die aanvangen op of na 1 januari 2010. Vindt met betrekking tot de Successiewet 1956 voor het eerst toepassing voor belastbare feiten die zich hebben voorgedaan op of na 1 januari 2010.
Artikel 52 — Artikel 52 Vrijstelling kansspelbelasting#
Artikel 52 Vrijstelling kansspelbelasting 1 Een in Nederland wonende of gevestigde gerechtigde tot een prijs van een buitenlands kansspel is vrijgesteld van de daarop betrekking hebbende kansspelbelasting, indien die prijs is onderworpen aan een gelijksoortige belasting, die vanwege een andere Mogendheid wordt geheven. 2 Het eerste lid vindt geen toepassing, indien de prijs als winst uit onderneming moet worden aangemerkt. 2015 544 30-12-2015 23-12-2015 2015 544 30-12-2015 23-12-2015 01-01-2016
Artikel 53 — Artikel 53 Verrekening bankenbelasting bij dochtermaatschappijen#
Artikel 53 Verrekening bankenbelasting bij dochtermaatschappijen 1 Aan een belastingplichtige waarvan de financiële gegevens zijn opgenomen in een geconsolideerde jaarrekening die is opgesteld door een in een andere Mogendheid gevestigd lichaam wordt, ter verrekening van vanwege die andere Mogendheid geheven belasting, een vermindering van bankenbelasting verleend indien de activa of passiva van de belastingplichtige in aanmerking zijn genomen bij de vanwege die andere Mogendheid geheven, aan de bankenbelasting soortgelijke, belasting. 2 Wet bankenbelasting Het bedrag van de in het eerste lid bedoelde vermindering is gelijk aan het bedrag van de in het kalenderjaar vanwege die andere Mogendheid geheven, aan de bankenbelasting soortgelijke, belasting dat toerekenbaar is aan de bij die heffing in aanmerking genomen activa of passiva van de belastingplichtige. De vermindering volgens dit artikel bedraagt ten hoogste het bedrag aan belasting dat volgens deverschuldigd is. 3 Het eerste lid vindt alleen toepassing indien de aldaar bedoelde andere Mogendheid een overeenkomstige verrekening van Nederlandse bankenbelasting geeft aan een in die Mogendheid gevestigd lichaam dat aldaar is onderworpen aan een soortgelijke belasting en waarvan de financiële gegevens zijn opgenomen in een geconsolideerde jaarrekening die is opgesteld door een in Nederland gevestigd lichaam dat belastingplichtig is voor de bankenbelasting. 4 Bij ministeriële regeling worden regels gesteld voor de bepaling van het gedeelte van de door een andere Mogendheid geheven soortgelijke belasting dat toerekenbaar is aan de bij die heffing in aanmerking genomen activa of passiva van de belastingplichtige. 2012 365 17-08-2012 11-08-2012 2012 417 21-09-2012 17-09-2012 01-10-2012
Artikel 54 — Artikel 54 Verrekening bankenbelasting bij bijkantoren#
Artikel 54 Verrekening bankenbelasting bij bijkantoren 1 Aan een belastingplichtige met zetel in een andere Mogendheid en met een bijkantoor in Nederland wordt, ter verrekening van vanwege die andere Mogendheid geheven belasting, een vermindering van bankenbelasting verleend indien de aan het bijkantoor toe te rekenen activa of passiva van de belastingplichtige in aanmerking zijn genomen bij de vanwege die andere Mogendheid geheven, aan de bankenbelasting soortgelijke, belasting. 2 Wet bankenbelasting Het bedrag van de in het eerste lid bedoelde vermindering is gelijk aan het bedrag van de in het kalenderjaar vanwege die andere Mogendheid geheven, aan de bankenbelasting soortgelijke, belasting dat toerekenbaar is aan de bij die heffing in aanmerking genomen aan het bijkantoor in Nederland toe te rekenen activa of passiva van de belastingplichtige. De vermindering volgens dit artikel bedraagt ten hoogste het bedrag aan belasting dat volgens deverschuldigd is. 3 Het eerste lid vindt alleen toepassing indien de aldaar bedoelde andere Mogendheid een overeenkomstige verrekening van Nederlandse bankenbelasting geeft aan een in Nederland gevestigde belastingplichtige met een bijkantoor in die Mogendheid die aldaar is onderworpen aan een soortgelijke belasting. 4 Bij ministeriële regeling worden regels gesteld voor de bepaling van het gedeelte van de door een andere Mogendheid geheven soortgelijke belasting dat toerekenbaar is aan de bij die heffing in aanmerking genomen aan het bijkantoor in Nederland toe te rekenen activa of passiva van de belastingplichtige. 2012 365 17-08-2012 11-08-2012 2012 417 21-09-2012 17-09-2012 01-10-2012
Artikel 55 — Artikel 55 Overeenkomstige verrekening van Nederlandse bankenbelasting#
Artikel 55 Overeenkomstige verrekening van Nederlandse bankenbelasting artikel 53, derde lid artikel 54, derde lid Bij ministeriële regeling kan worden bepaald in welke gevallen aan de in, onderscheidenlijk, gestelde voorwaarden in ieder geval wordt voldaan. 2012 694 28-12-2012 20-12-2012 2012 694 28-12-2012 20-12-2012 01-01-2013
Artikel 56 — Artikel 56 Overgangsregeling bijzonder tarief#
Artikel 56 Overgangsregeling bijzonder tarief Vervallen 2011 677 30-12-2011 22-12-2011 2011 677 30-12-2011 22-12-2011 01-01-2012
Artikel 57 — Artikel 57 Overgangsregeling vennootschapsbelasting; wijziging gerechtigdheid tot lichaam#
Artikel 57 Overgangsregeling vennootschapsbelasting; wijziging gerechtigdheid tot lichaam Vervallen 2011 677 30-12-2011 22-12-2011 2011 677 30-12-2011 22-12-2011 01-01-2012
Artikel 58 — Artikel 58 Overgangsregeling, delegatiebepaling over te brengen bedragen#
Artikel 58 Overgangsregeling, delegatiebepaling over te brengen bedragen Vervallen 2011 677 30-12-2011 22-12-2011 2011 677 30-12-2011 22-12-2011 01-01-2012
Artikel 59 — Artikel 59 Intrekking Besluit voorkoming dubbele belasting 1989#
Artikel 59 Intrekking Besluit voorkoming dubbele belasting 1989 1 Het Besluit voorkoming dubbele belasting 1989 wordt ingetrokken. 2 Het in het eerste lid genoemde besluit vindt voor de toepassing van de vennootschapsbelasting nog toepassing op het jaar dat is aangevangen voor 1 januari 2001 en dat na die datum eindigt. 2000 642 28-12-2000 21-12-2000 2000 642 28-12-2000 21-12-2000 01-01-2001
Artikel 60 — Artikel 60 Inwerkingtreding#
Artikel 60 Inwerkingtreding 1 Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2001. 2 Voor de heffing van de vennootschapsbelasting vindt dit besluit voor het eerst toepassing met ingang van het jaar dat met of in 2001 aanvangt. 3 artikel 45, tweede lid, tweede zin, of de in artikel 53, eerste lid, van de Successiewet 1956 Voor de heffing van de schenk- en erfbelasting vindt dit besluit toepassing, indien het overlijden, de schenking of de inbedoelde gebeurtenis plaatsvindt op of na het tijdstip van de inwerkingtreding van dit besluit, zomede indien op of na dat tijdstip krachtens schenking wordt verkregen ten gevolge van de vervulling van een voorwaarde. 2025 451 23-12-2025 19-12-2025 2025 451 23-12-2025 19-12-2025 01-01-2026
Artikel 61 — Artikel 61 Citeertitel#
Artikel 61 Citeertitel Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit voorkoming dubbele belasting 2001. 2000 642 28-12-2000 21-12-2000 2000 642 28-12-2000 21-12-2000 01-01-2001