Besluit van 14 oktober 2000, houdende regels omtrent de hoogte van op te leggen administratieve boeten op grond van enkele socialezekerheidswetten alsmede het tijdstip van inwerkingtreding van enkele wettelijke bepalingen (Boetebesluit socialezekerheidswetten)
- BWB-id
- BWBR0011708
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Sociale Zaken en Werkgelegenheid
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2018-11-14
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0011708
- ELI
- /eli/nl/amvb/2001/boetebesluit-socialezekerheidswetten
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/2001/boetebesluit-socialezekerheidswetten/2018-11-14
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0011708&g=2018-11-14
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0011708&z=2026-06-06&g=2018-11-14
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0011708/2018-11-14
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/2001/boetebesluit-socialezekerheidswetten
Artikel 1 — Artikel 1 Begrippen#
Artikel 1 Begrippen In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. ANW: Algemene nabestaandenwet ; b. AOW: Algemene Ouderdomswet ; c. AKW: Algemene Kinderbijslagwet ; d. IOAW: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers ; e. IOAZ: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen ; f. IOW: Wet inkomensvoorziening oudere werklozen ; g. RW: Remigratiewet ; h. TW: Toeslagenwet ; i. WAO: Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering ; j. WAZ: Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen ; k. WW: Werkloosheidswet ; l. ZW: Ziektewet ; m. Wajong: Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten ; n. Wet WIA: Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen ; o. Wet SUWI: Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen ; p. benadelingsbedrag: hetgeen hieronder wordt verstaan in de artikelen, genoemd in onderdeel q; q. bestuurlijke boete: artikelen 27a van de WW 21, van de IOW 45a van de ZW 29a van de WAO 48 van de WAZ 2:69 3:40 van de Wajong 14a van de TW 17c van de AOW 39 van de ANW 17a van de AKW 3:16 eerste lid, onderdeel o 3:27, eerste lid, onderdeel m, van de Wet arbeid en zorg 91van de Wet WIA 20a van de IOAW 20a van de IOAZ 18a 47g van de Participatiewet 6b van de RW de bestuurlijke boete, bedoeld in de,,,,,en,,,,,, en,,,, enenen; r. inlichtingenverplichting: artikelen 25 van de WW 12, eerste lid, van de IOW 31, eerste lid 49 van de ZW 80 van de WAO 70 van de WAZ 2:7, eerste en zevende lid 3:74 van de Wajong 12 van de TW 49 van de AOW 35 van de ANW 15 van de AKW 3:16, eerste lid, onderdeel g 3:27, eerste lid, onderdeel f, van de Wet arbeid en zorg 27 van de Wet WIA 13, eerste lid, van de IOAW 13, eerste lid, van de IOAZ 17, eerste lid, van de Participatiewet 5a van de RW 30c, tweede en derde lid, van de Wet SUWI de verplichting, bedoeld in de,,, en,,,, en,,,,,, en,,,,,, en; s. waarschuwing: de waarschuwing, bedoeld in de artikelen, genoemd in onderdeel q; t. werkgever: ZW de werkgever in de zin van de; u. werkgeversboete ZW/WAO: artikelen 38, derde lid 38a, achtste lid 38aa, derde lid 63c van de ZW artikel 71a, derde en vierde lid, van de WAO de bestuurlijke boete, bedoeld in de,,, enenzoals dit artikel luidde voor 1 april 2002. 2018 404 13-11-2018 18-10-2018 2018 404 13-11-2018 18-10-2018 14-11-2018 01-01-2015
Artikel 2 — Artikel 2 Berekening bestuurlijke boete#
Artikel 2 Berekening bestuurlijke boete 1 Indien als gevolg van overtreding van de inlichtingenverplichting sprake is van een benadelingsbedrag, worden bij de vaststelling van de hoogte van de bestuurlijke boete de uitgangspunten in het tweede tot en met het tiende lid in acht genomen. 2 Indien de inlichtingenverplichting opzettelijk is overtreden, wordt de bestuurlijke boete vastgesteld op 100 procent van het benadelingsbedrag. 3 Indien sprake is van grove schuld ten aanzien van de overtreding van de inlichtingenverplichting, wordt de bestuurlijke boete vastgesteld op 75 procent van het benadelingsbedrag. 4 Indien geen sprake is van opzet of grove schuld ten aanzien van de overtreding van de inlichtingenverplichting, wordt de bestuurlijke boete vastgesteld op 50 procent van het benadelingsbedrag. 5 Indien sprake is van verminderde verwijtbaarheid ten aanzien van de overtreding van de inlichtingenverplichting, wordt de bestuurlijke boete vastgesteld op 25 procent van het benadelingsbedrag. 6 Bij recidive worden de percentages, genoemd in het tweede tot en met het vijfde lid, toegepast op het benadelingsbedrag vermenigvuldigd met 150 procent van dit bedrag. 7 artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht Indien het benadelingsbedrag, of het benadelingsbedrag bij toepassing van het zesde lid, hoger is dan 100/75 vermenigvuldigd met het bedrag van de derde categorie, bedoeld in, wordt in afwijking van het vierde en vijfde lid, de bestuurlijke boete: a. indien geen sprake is van opzet of grove schuld ten aanzien van de overtreding van de inlichtingenverplichting, vastgesteld op 50/75 vermenigvuldigd met het bedrag van de derde categorie; b. indien sprake is van verminderde verwijtbaarheid ten aanzien van de overtreding van de inlichtingenverplichting, vastgesteld op 25/75 vermenigvuldigd met het bedrag van de derde categorie. 8 De percentages, genoemd in het tweede tot en met zesde lid, en de factoren, genoemd in het zevende lid, onderdelen a en b, worden zo nodig verlaagd voor de vaststelling van een evenredige bestuurlijke boete. 9 Het bestuursorgaan dient de aanwezigheid van opzet of grove schuld te stellen en te bewijzen. Het bestuursorgaan kan zich voor het bewijs baseren op door hem gestelde, en door betrokkene niet of niet voldoende weerlegde vermoedens die gebaseerd zijn op feiten. 10 De stelplicht en bewijslast van feiten en omstandigheden die aanleiding kunnen geven voor verlaging van de bestuurlijke boete rust op betrokkene. Indien het bestuursorgaan op de hoogte is van bijzondere omstandigheden, wordt bij het opleggen van de bestuurlijke boete daarmee rekening gehouden. 11 Indien een overtreding van de inlichtingenverplichting niet heeft geleid tot een benadelingsbedrag, en niet volstaan wordt met het geven van een schriftelijke waarschuwing, wordt als uitgangspunt een bestuurlijke boete van € 150 vastgesteld, tenzij een afwijkend bedrag noodzakelijk is voor de vaststelling van een evenredige boete. 2016 342 29-09-2016 19-09-2016 2016 421 08-11-2016 27-10-2016 01-01-2017
Artikel 2a — Artikel 2a Criteria verwijtbaarheid#
Artikel 2a Criteria verwijtbaarheid 1 Bij de bepaling van de hoogte van de bestuurlijke boete wordt de mate waarin de gedraging aan de betrokkene kan worden verweten beoordeeld naar de omstandigheden waarin betrokkene verkeerde op het moment dat hij de inlichtingenverplichting had moeten nakomen. 2 Bij de beoordeling van de mate waarin de gedraging aan de betrokkene kan worden verweten, leiden in ieder geval de volgende criteria tot verminderde verwijtbaarheid: a. de betrokkene verkeerde in onvoorziene en ongewenste omstandigheden, die niet tot het normale levenspatroon behoren en die hem weliswaar niet in de feitelijke onmogelijkheid brachten om aan de inlichtingenverplichting te voldoen, maar die emotioneel zo ontwrichtend waren dat hem niet volledig valt toe te rekenen dat de inlichtingen niet tijdig of volledig zijn verstrekt; b. de betrokkene verkeerde in een zodanige geestelijke toestand dat hem de overtreding niet volledig valt aan te rekenen; c. de betrokkene heeft wel inlichtingen verstrekt, die echter onjuist of onvolledig waren, of heeft anderszins een wijziging van omstandigheden niet onverwijld gemeld, maar uit eigen beweging alsnog de juiste inlichtingen verstrekt voordat de overtreding is geconstateerd, tenzij de betrokkene deze inlichtingen heeft verstrekt in het kader van toezicht op de naleving van een inlichtingenverplichting; d. de overtreding van de inlichtingenverplichting of de hoogte van het benadelingsbedrag is mede te wijten aan het bestuursorgaan dat bevoegd is de bestuurlijke boete op te leggen, of e. er is sprake van een samenloop van omstandigheden die elk op zich niet, maar in hun onderlinge samenhang beschouwd wel leiden tot verminderde verwijtbaarheid. 3 Bij de beoordeling van de mate waarin de gedraging aan de betrokkene kan worden verweten, kunnen de volgende criteria leiden tot grove schuld: a. de betrokkene heeft bij herhaling geen of onjuiste informatie verstrekt, terwijl ten aanzien van deze overtredingen ten minste sprake is geweest van een normale verwijtbaarheid, of b. er is sprake van een samenloop van omstandigheden die elk op zich normale verwijtbaarheid opleveren, maar in hun onderlinge samenhang beschouwd wel leiden tot grove schuld. 4 Bij de beoordeling van de mate waarin de gedraging aan de betrokkene kan worden verweten, kunnen de volgende criteria leiden tot opzet: a. betrokkene heeft al dan niet in het kader van een handhavingsonderzoek, zelf aangegeven en toegegeven dat hij de inlichtingenverplichting niet is nagekomen om te voorkomen dat hij een lagere uitkering zou ontvangen of de uitkering zou verliezen; b. het verzwijgen van werkzaamheden of uitbreiding van de werkzaamheden en daarmee gemoeide inkomsten, of c. het verzwijgen van de gezinssamenstelling, de inkomsten van de gezinsleden of het bezit van vermogen of goederen van waarde. 2016 342 29-09-2016 19-09-2016 2016 421 08-11-2016 27-10-2016 01-01-2017
Artikel 2aa — Artikel 2aa Waarschuwing#
Artikel 2aa Waarschuwing 1 Het bestuursorgaan kan afzien van een bestuurlijk boete en volstaan met het geven van een schriftelijke waarschuwing indien: a. de overtreding van de inlichtingenverplichting niet heeft geleid tot een benadelingsbedrag of het benadelingsbedrag niet hoger is dan € 150,–, of b. de betrokkene wel inlichtingen heeft verstrekt, die echter onjuist of onvolledig waren, of heeft anderszins een wijziging van omstandigheden niet onverwijld gemeld, maar uit eigen beweging alsnog binnen een redelijke termijn de juiste inlichtingen verstrekt voordat de overtreding is geconstateerd, tenzij de betrokkene deze inlichtingen heeft verstrekt in het kader van toezicht op de naleving van een inlichtingenverplichting. 2 Een redelijke termijn als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, is niet langer dan 60 dagen nadat de inlichtingen hadden behoren te worden verstrekt. 2016 342 29-09-2016 19-09-2016 2016 421 08-11-2016 27-10-2016 01-01-2017
Artikel 2b — Artikel 2b Niet of niet behoorlijke melding door werkgever#
Artikel 2b Niet of niet behoorlijke melding door werkgever 1 artikelen 38, eerste lid en tweede lid, eerste zin 38a, tweede, derde, vijfde en zesde lid 38aa, eerste en tweede lid 38b, tweede en derde lid, van de ZW De verplichtingen, bedoeld in de,,, enzijn niet behoorlijk nagekomen indien: a. de aangifte van de ongeschiktheid tot werken of de hersteldmelding niet tijdig is gedaan, of b. de datum van de eerste dag van ongeschiktheid tot werken, van de laatste dag van de dienstbetrekking of herstel onjuist is opgegeven. 2 artikel 63c, van de ZW De verplichting, bedoeld in, is niet nagekomen indien de werkgever de melding dat hij zich met betrekking tot de begeleiding van zijn zieke werknemers niet meer laat bijstaan door een persoon als bedoeld in dat artikel, niet binnen 7 kalenderdagen heeft gedaan. 3 artikel 38a, zevende lid, van de ZW De verplichting, bedoeld inis niet behoorlijk nagekomen indien de werkgever de melding niet binnen 7 kalenderdagen heeft gedaan. 2017 486 15-12-2017 07-12-2017 2017 486 15-12-2017 07-12-2017 01-07-2018
Artikel 2c — Artikel 2c Hoogte van de werkgeversboete bij niet of niet behoorlijke melding#
Artikel 2c Hoogte van de werkgeversboete bij niet of niet behoorlijke melding 1 artikelen 38, derde lid 38a, achtste lid 63c van de ZW De hoogte van de bestuurlijke boete, bedoeld in de,, 38aa, derde lid, enbedraagt: a. artikel 63c van de ZW artikel 38a, zevende lid, van de ZW € 70, indien de aangifte van de ongeschiktheid tot werken, de aangifte van de laatste dag van de dienstbetrekking, de hersteldmelding respectievelijk de melding zich niet meer te laten bijstaan door een persoon als bedoeld in, of de melding, bedoeld in, minder dan 7 kalenderdagen te laat is gedaan; b. artikel 63c van de ZW artikel 38a, zevende lid, van de ZW € 230, indien de aangifte van de ongeschiktheid tot werken, de aangifte van de laatste dag van de dienstbetrekking, de hersteldmelding respectievelijk de melding zich niet meer te laten bijstaan door een persoon als bedoeld in, of de melding, bedoeld in, 7 kalenderdagen of meer doch minder dan 28 kalenderdagen te laat is gedaan; c. artikel 63c van de ZW artikel 38a, zevende lid, van de ZW € 455, indien de aangifte van de ongeschiktheid tot werken, de aangifte van de laatste dag van de dienstbetrekking, de hersteldmelding respectievelijk de melding zich niet meer te laten bijstaan door een persoon als bedoeld in, of de melding, bedoeld in, 28 kalenderdagen of meer te laat is gedaan; d. artikel 63c van de ZW artikel 38a, zevende lid, van de ZW € 455, indien de aangifte van de ongeschiktheid tot werken, de datum van de laatste dag van de dienstbetrekking, de datum van herstel respectievelijk de datum sedert wanneer de werkgever zich niet meer laat bijstaan door een persoon als bedoeld in, of de melding, bedoeld in, onjuist is opgegeven. 2 artikelen 38, eerste lid en tweede lid, eerste zin 38a, vijfde en zesde lid 63c van de ZW De bestuurlijke boete wegens het niet nakomen van de verplichtingen, bedoeld in de,, 38aa, eerste en tweede lid, enbedraagt € 455. 2017 486 15-12-2017 07-12-2017 2017 486 15-12-2017 07-12-2017 01-07-2018
Artikel 2d — Artikel 2d Werkgeversboete bij het niet indienen van en het niet meewerken aan het opstellen of uitvoeren van het reïntegratieplan#
Artikel 2d Werkgeversboete bij het niet indienen van en het niet meewerken aan het opstellen of uitvoeren van het reïntegratieplan 1 artikel 71a, eerste, tweede of derde lid, van de WAO Indien de werkgever de verplichtingen, bedoeld in, zoals dat artikel luidde voor 1 april 2002, niet of niet behoorlijk nakomt ten aanzien van de werknemer of de in dat artikel bedoelde verzekerde wiens eerste dag van ongeschiktheid tot het verrichten van arbeid is gelegen voor die datum, is artikel 4 van het Besluit boete ZW/WAO werkgevers 2002, zoals dat luidde voor inwerkingtreding van dit besluit, van toepassing. 2 artikel 71a, vierde lid, van de WAO Indien de werkgever de verplichting, bedoeld in, zoals dat artikel luidde voor 1 april 2002, niet nakomt ten aanzien van de werknemer of de in dat artikel bedoelde verzekerde wiens eerste dag van ongeschiktheid tot het verrichten van arbeid is gelegen voor die datum, is artikel 5 van het Besluit boete ZW/WAO werkgevers 2002, zoals dat luidde voor inwerkingtreding van dit besluit, van toepassing. 2012 484 19-10-2012 13-10-2012 2012 531 01-11-2012 24-10-2012 01-01-2013 Voorheen art. 2c.
Artikel 3 — Artikel 3 Afstemming#
Artikel 3 Afstemming Vervallen 2009 267 30-06-2009 25-06-2009 2009 266 30-06-2009 25-06-2009 01-07-2009 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Vierde tranche Algemene wet bestuursrecht
in werking treedt.
Artikel 4 — Artikel 4 Intrekking van een besluit en vervallen van artikelen#
Artikel 4 Intrekking van een besluit en vervallen van artikelen 1 Het Besluit tarieven administratieve boeten Abw, Ioaw en Ioaz wordt ingetrokken. 2 Wijzigt het Uitvoeringsbesluit WIK. 2000 462 31-10-2000 14-10-2000 2000 462 31-10-2000 14-10-2000 01-02-2001
Artikel 5 — Artikel 5 Overgangsrecht#
Artikel 5 Overgangsrecht 1 Het Besluit tarieven administratieve boeten Abw, Ioaw en Ioaz, het Boetebesluit Tica, het Boetebesluit AOW, het Boetebesluit Anw en het Boetebesluit AKW, zoals die luidden op de dag voorafgaande aan de dag van inwerkingtreding van dit besluit, blijven van toepassing op de niet of niet behoorlijke nakoming van de inlichtingenverplichting die voorafgaat aan de dag van inwerkingtreding van dit besluit. 2 artikelen 7 tot en met 10 van het Uitvoeringsbesluit WIK Indien voor de niet of niet behoorlijke nakoming van de inlichtingenverplichting die vooraf gaat aan de dag van inwerkingtreding van dit besluit, op grond van dit besluit een lagere bestuurlijke boete zou moeten worden opgelegd dan op grond van het Besluit tarieven administratieve boeten Abw, Ioaw en Ioaz, de, het Boetebesluit Tica, het Boetebesluit AOW, het Boetebesluit Anw of het Boetebesluit AKW, wordt, in afwijking van het eerste lid, dit besluit toegepast. 3 Het Boetebesluit socialezekerheidswetten, zoals dat luidde voor 1 juli 2007, blijft van toepassing op de niet of niet behoorlijke nakoming van de inlichtingenverplichting die voorafgaat aan die datum, tenzij de beschikking waarbij de boete wordt opgelegd wordt genomen op of na die datum en sindsdien een gunstiger boete geldt. 2009 267 30-06-2009 25-06-2009 2009 266 30-06-2009 25-06-2009 01-07-2009 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Vierde tranche Algemene wet bestuursrecht
in werking treedt.
Artikel 6 — Artikel 6 Wet REA Overgangsbepaling in verband met het intrekken van de#
Artikel 6 Wet REA Overgangsbepaling in verband met het intrekken van de Artikel 1 artikel 2.10 van de Wet Invoering en financiering Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen Wet REA Wet REA , zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan de dag waarop op grond vandewerd ingetrokken, blijft van toepassing op bestuurlijke boeten, verplichtingen, subsidies en voorzieningen die tot de dag dat dewerd ingetrokken, onderscheidenlijk zijn opgelegd, golden of zijn toegekend. 2009 267 30-06-2009 25-06-2009 2009 266 30-06-2009 25-06-2009 01-07-2009 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Vierde tranche Algemene wet bestuursrecht
in werking treedt.
Artikel 6a — Artikel 6a Overgangsbepaling met betrekking tot wijziging van de Ziektewet#
Artikel 6a Overgangsbepaling met betrekking tot wijziging van de Ziektewet artikelen 2a 2b artikel VIII, onderdelen L en M, van de Wet harmonisatie en vereenvoudiging sociale zekerheidswetgeving artikel 86d van de ZW Deen, zoals die luidden op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van, blijven van toepassing indienvan toepassing is. 2012 484 19-10-2012 13-10-2012 2012 484 19-10-2012 13-10-2012 20-10-2012 01-01-2011
Artikel 6b — Artikel 6b Grondslag#
Artikel 6b Grondslag artikelen 20a, negende lid, van de IOAW 20a, negende lid, van de IOAZ 18a, negende lid 47g, negende lid, van de Participatiewet 6b, zevende lid, van de RW Dit besluit is mede gebaseerd op de,,, enen. 2014 348 14-10-2014 06-10-2014 2014 348 14-10-2014 06-10-2014 01-01-2015
Artikel 7 — Artikel 7 Inwerkingtreding van dit besluit.#
Artikel 7 Inwerkingtreding van dit besluit. Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 februari 2001. 2000 462 31-10-2000 14-10-2000 2000 462 31-10-2000 14-10-2000 01-02-2001
Artikel 8 — Artikel 8 Citeertitel#
Artikel 8 Citeertitel Dit besluit wordt aangehaald als: Boetebesluit socialezekerheidswetten. 2000 462 31-10-2000 14-10-2000 2000 462 31-10-2000 14-10-2000 01-02-2001