Besluit van 6 oktober 2000, houdende tijdelijke regels voor specifieke uitkeringen aan provincies en regionale openbare lichamen in verband met vervoermanagement (Tijdelijk besluit specifieke uitkering vervoermanagement)
- BWB-id
- BWBR0011688
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Infrastructuur en Milieu
- Geldigheid
- 2005-03-16 t/m 2005-04-05
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0011688
- ELI
- /eli/nl/amvb/2001/tijdelijk-besluit-specifieke-uitkering-vervoermanagement
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/2001/tijdelijk-besluit-specifieke-uitkering-vervoermanagement/2005-03-16
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0011688&g=2005-03-16
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0011688&z=2026-06-06&g=2005-03-16
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0011688/2005-03-16
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/2001/tijdelijk-besluit-specifieke-uitkering-vervoermanagement
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In dit besluit wordt verstaan onder: a. Onze Minister: Onze Minister van Verkeer en Waterstaat; b. uitkeringsjaar: het jaar waarin de uitkering wordt verstrekt; c. vervoermanagement: de zorg van binnen de provincie of het regionaal openbaar lichaam gevestigde bedrijven en instellingen voor personenvervoer voor het zo beperkt mogelijk houden van het autogebruik; d. uitkeringsontvanger: de provincie die of het regionaal openbaar lichaam dat een uitkering ontvangt op basis van dit besluit. 2000 435 24-10-2000 06-10-2000 2000 435 24-10-2000 06-10-2000 01-01-2001
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 Op basis van dit besluit wordt een specifieke uitkering verstrekt aan de provincies en de regionale openbare lichamen, met als doel: a. de integratie van vervoermanagement in het beleid van de provincies en de regionale openbare lichamen; b. het ten behoeve van vervoermanagement bieden van een adequaat voorzieningenniveau aan binnen de provincies of regionale openbare lichamen gevestigde bedrijven. 2000 435 24-10-2000 06-10-2000 2000 435 24-10-2000 06-10-2000 01-01-2001
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 Het uitkeringsbedrag dat wordt verleend in de jaren 2001 tot en met 2004 bedraagt in euro’s per provincie per jaar: Groningen 34 033,52 Friesland 34 033,52 Drenthe 34 033,52 Overijssel 54 453,63 Flevoland 52 184,72 Gelderland 260 923,62 Utrecht 226 890,11 Noord-Holland 376 637,58 Zuid-Holland 553 611,86 Zeeland 34 033,52 Noord-Brabant 328 990,66 Limburg 52 184,72 2001 415 04-10-2001 14-09-2001 2001 415 04-10-2001 14-09-2001 01-01-2002
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 Het uitkeringsbedrag dat wordt verleend in de jaren 2001 en 2002 bedraagt in euro’s per regionaal openbaar lichaam per jaar: voor het samenwerkingsgebied waarin de gemeenten Enschede en Hengelo zijn gelegen 68 067, 03 voor het samenwerkingsgebied waarin de gemeenten Arnhem en Nijmegen zijn gelegen 142 940,77 voor het samenwerkingsgebied waarin de gemeente Utrecht is gelegen 583 107,58 voor het samenwerkingsgebied waarin de gemeente Amsterdam is gelegen 671 594,72 voor het samenwerkingsgebied waarin de gemeente 's-Gravenhage is gelegen 376 637,58 voor het samenwerkingsgebied waarin de gemeente Rotterdam is gelegen 512 771,64 voor het samenwerkingsgebied waarin de gemeenten Eindhoven en Helmond zijn gelegen 140 671,87 2001 415 04-10-2001 14-09-2001 2001 415 04-10-2001 14-09-2001 01-01-2002
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 De uitkeringsontvanger besteedt de verstrekte uitkering aan activiteiten ten behoeve van het doel van de uitkering. 2 De uitkeringsontvanger overlegt: a. voor 1 maart van het uitkeringsjaar een door hem opgestelde verklaring inhoudende dat de verstrekte uitkering volgens de begroting wordt bestemd voor activiteiten als bedoeld in het eerste lid; b. artikel 201, tweede lid, van de Provinciewet artikel 197, tweede lid van de Gemeentewet voor 1 juni van het jaar volgend op het uitkeringsjaar: in geval van een provincie het verslag bedoeld inen in geval van een regionaal openbaar lichaam het verslag als bedoeld in; c. voor 1 juni van het jaar volgend op het uitkeringsjaar een inhoudelijk verslag omtrent de uitvoering van activiteiten, bedoeld in het eerste lid, tijdens het uitkeringsjaar. 2000 435 24-10-2000 06-10-2000 2000 435 24-10-2000 06-10-2000 01-01-2001
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 De uitkering wordt door Onze Minister voor 15 februari van het uitkeringsjaar verleend onder voorwaarde dat voldoende gelden beschikbaar zijn gesteld. Het voorschot voor de uitkering wordt eveneens verleend voor het in de eerste volzin genoemde tijdstip. 2 Artikel 4:48 van de Algemene wet bestuursrecht is van overeenkomstige toepassing. 2000 435 24-10-2000 06-10-2000 2000 435 24-10-2000 06-10-2000 01-01-2001
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 Voor zover na 31 december van het uitkeringsjaar de verleende uitkering niet is besteed ten behoeve van het doel van de uitkering, kan deze worden gereserveerd. 2 Niet meer dan 40% van de verleende uitkering wordt gereserveerd. 3 De gereserveerde bedragen worden het jaar volgend op het uitkeringsjaar ten behoeve van het doel van de uitkering besteed. 2000 435 24-10-2000 06-10-2000 2000 435 24-10-2000 06-10-2000 01-01-2001
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 artikel 5, tweede lid, onderdeel b Onze Minister stelt de uitkering vast binnen zestien weken na ontvangst van de verantwoording. Indien niet wordt voldaan aan, stelt Onze Minister de uitkering voor 1 september van het jaar volgend op het uitkeringsjaar vast. 2 artikelen 4:46 4:49 van de Algemene wet bestuursrecht Deenzijn van overeenkomstige toepassing. 2000 435 24-10-2000 06-10-2000 2000 435 24-10-2000 06-10-2000 01-01-2001
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 Het uitkeringsbedrag wordt overeenkomstig de vaststelling betaald, onder verrekening van de betaalde voorschotten. 2 Het uitkeringsbedrag wordt binnen vier weken na de vaststelling betaald. 2000 435 24-10-2000 06-10-2000 2000 435 24-10-2000 06-10-2000 01-01-2001
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 Onverschuldigd betaalde uitkeringsbedragen en voorschotten kunnen binnen acht weken na de vaststelling van de uitkering, wijziging of intrekking daarvan worden teruggevorderd. 2000 435 24-10-2000 06-10-2000 2000 435 24-10-2000 06-10-2000 01-01-2001
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2001. 2000 435 24-10-2000 06-10-2000 2000 435 24-10-2000 06-10-2000 01-01-2001
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 Dit besluit wordt aangehaald als: Tijdelijk besluit specifieke uitkering vervoermanagement. 2000 435 24-10-2000 06-10-2000 2000 435 24-10-2000 06-10-2000 01-01-2001