Besluit van 15 augustus 2001 tot vaststelling van enkele algemene maatregelen van bestuur in verband met de inwerkingtreding van de Wet bescherming persoonsgegevens
- BWB-id
- BWBR0012756
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Veiligheid en Justitie
- Geldigheid
- 2001-09-01 t/m 2018-05-24
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0012756
- ELI
- /eli/nl/amvb/2001/vaststellingsbesluit-enkele-algemene-maatregelen-van-bestuur
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/2001/vaststellingsbesluit-enkele-algemene-maatregelen-van-bestuur/2001-09-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0012756&g=2001-09-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0012756&z=2026-06-06&g=2001-09-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0012756/2001-09-01
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/2001/vaststellingsbesluit-enkele-algemene-maatregelen-van-bestuur
Artikel I — Artikel I#
Artikel I Het Besluit zittingsduur en vergoeding kosten leden Raad van advies komt te luiden: De leden van de Raad van advies ontvangen een vacatiegeld alsmede een vergoeding van reis- en verblijfkosten volgens de bij het Ministerie van Justitie gebruikelijke regels. De leden van de Raad van advies worden door Onze Minister benoemd voor een tijdvak van vier jaar. De leden kunnen terstond worden herbenoemd. Artikel 1. Artikel 2. 2001 382 23-08-2001 15-08-2001 2001 337 19-07-2001 05-07-2001 25892 01-09-2001
Artikel II — Artikel II#
Artikel II Het Besluit rechtspositie leden College bescherming persoonsgegevens komt te luiden: In dit besluit wordt verstaan onder: Aan de buitengewone leden wordt een vergoeding toegekend met overeenkomstige toepassing van de regels die gelden voor de rechters-plaatsvervangers. Algemeen Rijksambtenarenreglement Suppletieregeling gedeeltelijk arbeidsongeschikten sector Rijk Ten aanzien van de voorzitter en de andere leden zijn de hoofdstukken V (Vakantie en verlof) en VI (Bedrijfsgeneeskundige begeleiding en voorzieningen in verband met ziekte) van heten devan overeenkomstige toepassing. De voorzitter die wegens ziekte of om andere redenen verhinderd is zijn werkzaamheden te verrichten, geeft daarvan zo spoedig mogelijk kennis aan Onze Minister. Indien een ander lid wegens ziekte of om andere redenen verhinderd is zijn werkzaamheden te verrichten, geeft hij daarvan zo spoedig mogelijk kennis aan de voorzitter. Aan de voorzitter, een ander lid of buitengewoon lid wordt op diens aanvraag op voordracht van Onze Minister bij koninklijk besluit eervol ontslag verleend. Rijkswachtgeldbesluit 1959 De voorzitter die of een ander lid dat, zonder een mededeling als bedoeld in artikel 3, tweede lid, te hebben gedaan, niet wordt herbenoemd, heeft recht op wachtgeld overeenkomstig de bepalingen van het, behoudens wanneer hij een direct ingaand recht heeft op een pensioen of op een uitkering, bedoeld in artikel 11. Wet bescherming persoonsgegevens Degenen die tot het tijdstip waarop dein werking treedt, werkzaam waren als voorzitter of lid van de Registratiekamer, worden geacht te zijn benoemd als voorzitter onderscheidenlijk lid van het College bescherming persoonsgegevens voor de op dat tijdstip nog resterende duur van de termijn waarvoor zij waren benoemd als voorzitter onderscheidenlijk lid van de Registratiekamer. Artikel 1. Artikel 2. Artikel 3. Artikel 4. Artikel 5. Artikel 6. Artikel 7. Artikel 8. Artikel 9. Artikel 10. Artikel 11. Artikel 12. Artikel 13. Artikel 14. a. artikel 53, eerste lid, van de wet andere leden: de andere leden, bedoeld in; b. Wet bescherming persoonsgegevens wet: de. 1. Aan de voorzitter, de andere leden en de buitengewone leden wordt afschrift verstrekt van het koninklijk besluit waarbij zij tot voorzitter, lid onderscheidenlijk buitengewoon lid van het College bescherming persoonsgegevens zijn benoemd of herbenoemd. 2. artikel 21, tweede lid, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement Aan de voorzitter en de andere leden wordt bovendien schriftelijk mededeling gedaan van de standplaats, de bezoldiging, alsmede van de omvang van de werktijd uitgedrukt in uren per week, waarbij een benoeming voor de ingenoemde arbeidsduur geldt als volledige werktijd. 1. artikel 53, derde lid, van de wet Indien Onze Minister voornemens is de voorzitter, een ander lid of een buitengewoon lid na het verstrijken van diens benoemingstermijn, bedoeld in, niet voor herbenoeming voor te dragen, doet Onze Minister daarvan aan betrokkene uiterlijk zes maanden voor het verstrijken van die termijn schriftelijk mededeling. 2. Indien de voorzitter, een ander lid of een buitengewoon lid na het verstrijken van zijn benoemingstermijn niet voor herbenoeming in aanmerking wenst te komen, geeft hij hiervan uiterlijk zes maanden voor het verstrijken van zijn benoemingstermijn kennis aan Onze Minister. 3. Aan de voorzitter, een ander lid of een buitengewoon lid wordt, behoudens in geval van herbenoeming, geacht eervol ontslag te zijn verleend zodra zijn benoemingstermijn is verstreken. 1. bijlage B van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 Het salaris van de voorzitter wordt, bij benoeming voor de volledige werktijd, vastgesteld op het maximum van salarisschaal 18 van. 2. bijlage B van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 Het salaris van de andere leden wordt, bij benoeming voor de volledige werktijd, vastgesteld op het maximum van salarisschaal 17 van. 3. Bij benoeming voor een gedeeltelijke werktijd wordt het salaris, bedoeld in het eerste en tweede lid, naar evenredigheid vastgesteld. 1. Boven en behalve het salaris, bedoeld in artikel 4, genieten de voorzitter en de andere leden een vakantie-uitkering, een eindejaarsuitkering, een ziektekostenvergoeding en een vergoeding van verplaatsingskosten met overeenkomstige toepassing van de regels die gelden voor de ambtenaren in de sector Rijk. 2. Indien aan de ambtenaren in de sector Rijk een eenmalige uitkering wordt toegekend, ontvangen de voorzitter en de andere leden deze op gelijke voet. 3. Voorts genieten de voorzitter en de andere leden een gratificatie bij ambtsjubileum op de tijdstippen en tot de bedragen als voor de ambtenaren in de sector Rijk gelden. Bij de bepaling van de diensttijd wordt rekening gehouden met de tijd in overheidsdienst doorgebracht, zulks met overeenkomstige toepassing van de regels die gelden voor de ambtenaren in de sector Rijk. 1. De voorzitter of een ander lid kan worden verplicht te gaan wonen of te blijven wonen in of nabij de gemeente waarin het College bescherming persoonsgegevens is gevestigd, indien dit naar het oordeel van Onze Minister noodzakelijk is in verband met de goede vervulling van zijn functie. 2. Aan deze verplichting moet worden voldaan binnen twee jaar nadat zij is opgelegd. 1. Aan de voorzitter die of een ander lid dat ontslag vraagt met het oog op een uitkering op grond van de Regeling flexibel pensioen en uittreden, bedoeld in artikel 3 van de Centrale vut-overeenkomst overheids- en onderwijspersoneel en artikel 1.5 van het Pensioenreglement van de Stichting pensioenfonds Abp wordt ontslag verleend, indien het bestuur van de Stichting fonds vrijwillig vervroegd uittreden overheidspersoneel alsmede het bestuur van de Stichting pensioenfonds Abp op grond van een desbetreffende aanvraag hebben vastgesteld dat na dat te verlenen ontslag recht bestaat op een uitkering op grond van die regeling. 2. Het ontslag gaat niet eerder in dan met ingang van de dag waarop het recht op de in het eerste lid genoemde uitkering bestaat. 1. De bezoldiging van de voorzitter of een ander lid wordt niet langer uitbetaald dan tot en met de dag van zijn overlijden. 2. Zo spoedig mogelijk na het overlijden van de voorzitter of een ander lid wordt een overlijdensuitkering uitbetaald met overeenkomstige toepassing van de regels die gelden voor de ambtenaren in de sector Rijk in vaste dienst. 2001 382 23-08-2001 15-08-2001 2001 337 19-07-2001 05-07-2001 25892 01-09-2001
Artikel III — Artikel III#
Artikel III Wet bescherming persoonsgegevens Dit besluit treedt in werking op het tijdstip waarop dein werking treedt. 2001 382 23-08-2001 15-08-2001 2001 337 19-07-2001 05-07-2001 25892 01-09-2001