Besluit van 11 december 2000, houdende beperking van de eisen van handelskennis en vakbekwaamheid, bedoeld in de Vestigingswet Bedrijven 1954, tot die eisen die strikt noodzakelijk zijn vanwege hun beschermend effect op de veiligheid, de gezondheid of het milieu (Vestigingsbesluit bedrijven)
- BWB-id
- BWBR0011920
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Economische Zaken
- Geldigheid
- 2001-01-01 t/m 2007-07-17
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0011920
- ELI
- /eli/nl/amvb/2001/vestigingsbesluit-bedrijven
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/2001/vestigingsbesluit-bedrijven/2001-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0011920&g=2001-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0011920&z=2026-06-06&g=2001-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0011920/2001-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/2001/vestigingsbesluit-bedrijven
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In dit besluit wordt verstaan onder: a. Vestigingswet Bedrijven 1954 wet:; b. Onze Minister: Onze Minister van Economische Zaken. 2000 590 27-12-2000 11-12-2000 2000 590 27-12-2000 11-12-2000 01-01-2001
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 In dit besluit wordt verstaan onder: a. banket: gebak, bij de vervaardiging waarvan slagroom, banketbakkersroom of een dergelijke grondstof, dan wel amandelspijs, banketspijs, vruchtengelei, vers fruit of verduurzaamd fruit is gebezigd; b. installaties voor centrale verwarming: installaties, dienende voor het verwarmen van ruimten, waarbij de warmte, welke in tot de installatie behorende toestellen wordt opgewekt of daarnaar wordt toegevoerd, geheel of voor een overwegend deel door buizen of kanalen naar elders wordt gevoerd, voor zover deze installaties geen onderdeel vormen van installaties voor luchtbehandeling; c. installaties voor luchtbehandeling: installaties, dienende voor het verwarmen, koelen, drogen, bevochtigen en reinigen van mechanisch in beweging gebrachte lucht; d. koelinstallatie: een samenstel van toestellen en leidingen, gevuld met een koelmedium voor het koelen tot een lagere temperatuur dan die van het koelwater of van de voor de condensator gebruikte koellucht; e. motorvoertuigen: alle gelede en ongelede voertuigen, bestemd om anders dan langs spoorstaven te worden voortbewogen uitsluitend of mede door een mechanische kracht op of aan het voertuig zelf aanwezig, met uitzondering van rijdende kranen, vorkheftrucks, bulldozers, skelters en met skelters gelijk te stellen voertuigen; f. 3 motorfietsen: motorvoertuigen op twee of drie wielen, uitgerust met een verbrandingsmotor met een cylinderinhoud van meer dan 50 cm; g. pluimvee: kippen, kalkoenen, eenden, ganzen en duiven, voorzover zij niet als wild zijn aan te merken; h. sterkstroominstallaties: elektrotechnische installaties met een spanning van ten minste 24 volt tussen twee polen of fasen of tussen een pool en een fase en aarde, of waarin een vermogen van ten minste 1000 watt in werking kan treden, alsmede elektrotechnische installaties met een lagere spanning of kleiner vermogen, voor zover deze zich bevinden in ruimten met verhoogd brandgevaar, met gasontploffingsgevaar of met stofontploffingsgevaar; i. timmerwerk: het op de bouwplaats timmeren en stellen van betonbekistingen, het stellen van profielen of deur- en raamkozijnen, of het vervaardigen van vloeren of kappen, een en ander voor zover het houtwerk betreft; j. vlees: delen van gedode paardachtigen, runderen, schapen, geiten en varkens; k. wild: dieren die in de voor hun aard natuurlijke vrijheid leven en tot menselijk voedsel kunnen dienen. 2000 590 27-12-2000 11-12-2000 2000 590 27-12-2000 11-12-2000 01-01-2001
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 artikelen 4 tot en met 7 Het is verboden zonder vergunning de in deaangewezen bedrijven uit te oefenen. 2 artikelen 4 tot en met 7 Als uitoefening van een aangewezen bedrijf wordt aangemerkt het bedrijfsmatig verrichten van een of meer van de in deachter het betrokken bedrijf genoemde handelingen, of het openlijk aanduiden of doen aanduiden van de bereidheid tot het verrichten van die handelingen. 3 artikelen 10 tot en met 16 De Kamer van Koophandel en Fabrieken verleent een vergunning tot uitoefening van een aangewezen bedrijf uitsluitend indien wordt voldaan aan de voor dat bedrijf toepasselijke eisen, bedoeld in de. 2000 590 27-12-2000 11-12-2000 2000 590 27-12-2000 11-12-2000 01-01-2001
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 Als bouwbedrijf wordt aangewezen: a. artikel 5, onderdeel a het uitvoeren of doen uitvoeren van bouwwerken of verbouwingswerkzaamheden dan wel van herstellings- of onderhoudswerkzaamheden van bouwkundige aard, een en ander op het gebied van de burgerlijke en utiliteitsbouw, en het in samenhang daarmee verrichten van handelingen als bedoeld in; b. het slopen van constructies van bouwkundige aard op het gebied van de burgerlijke en utiliteitsbouw of op het gebied van de grond-, water- en wegenbouw, alsmede het slopen van met een gebouw of terrein vast verbonden installaties of machines, een en ander zonder behulp van springstoffen en met uitzondering van het demonteren van dergelijke installaties of machines; c. het uitvoeren of doen uitvoeren van grond-, water- of wegenbouwkundige werken of verbouwingswerkzaamheden, dan wel van herstellings- of onderhoudswerken van bouwkundige aard, een en ander op het gebied van de grond-, water- en wegenbouw, met uitzondering van het uitvoeren van bagger-, zuig- en perswerken, en behoudens voor zover een en ander geschiedt in rechtstreeks verband met het bedrijfsmatig leggen van een wegdek of een gedeelte van een wegdek van klinkers, keien of tegels, en in het geheel van de te leveren prestatie van bijkomende betekenis is; d. het uitvoeren van metselwerk, voorzover dit de elementaire delen van een bouwwerk op het gebied van de burgerlijke en utiliteitsbouw betreft; e. het uitvoeren van timmerwerk. 2000 590 27-12-2000 11-12-2000 2000 590 27-12-2000 11-12-2000 01-01-2001
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 Als installatiebedrijf wordt aangewezen: a. het aanleggen, herstellen of onderhouden van rioleringen in gebouwen, alsmede het aanleggen, veranderen, herstellen of onderhouden van installaties voor watervoorziening, afvoerleidingen van sanitaire toestellen en afvoerleidingen voor regenwater, wat betreft laatstgenoemde afvoerleidingen behoudens voor zover zij worden aangelegd, veranderd, hersteld of onderhouden in rechtstreeks verband met werkzaamheden aan dakbedekkingen en dit in het geheel van de te leveren prestatie van bijkomende betekenis is; b. het aanleggen, veranderen, herstellen of onderhouden van installaties voor gasvoorziening of gedeelten daarvan, een en ander voor zover het betreft de gastoevoer, met uitzondering van installaties voor gasvoorziening door middel van vloeibaar gemaakt petroleumgas; c. het aanleggen, veranderen, herstellen of onderhouden van koelinstallaties, met uitzondering van die welke deel uitmaken van huishoudkoelkasten; d. het aanleggen, veranderen, herstellen of onderhouden van installaties voor centrale verwarming of van installaties voor warm water met indirecte verwarming; e. het aanleggen, veranderen, herstellen of onderhouden van installaties voor luchtbehandeling; f. het aanleggen, veranderen, herstellen of onderhouden van sterkstroominstallaties of het vast daarop aansluiten van elektrotechnische gebruiks- of verbruikstoestellen, met uitzondering van het op een bestaande eindgroep aansluiten van die toestellen in de uitoefening van een van de bedrijven, genoemd in de onderdelen a tot en met e, of het op een bestaande eindgroep aansluiten van zonweringen, markiezen of als zonwering dienende rolluiken, indien bij een en ander geen wijzigingen in de bestaande elektrotechnische installatie worden aangebracht. 2000 590 27-12-2000 11-12-2000 2000 590 27-12-2000 11-12-2000 01-01-2001
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 Als vervoermiddelenbedrijf wordt aangewezen: a. het onderhouden, monteren, herstellen of veranderen van motorvoertuigen of motorfietsen of het monteren of vervangen van onderdelen daarvan; b. 3 het onderhouden, monteren, herstellen of veranderen van landbouwvoertuigen, -werktuigen, -motoren en -machines uitgerust met een motor met een cylinderinhoud van meer dan 500 cmof het monteren of vervangen van onderdelen daarvan; c. het vervaardigen, veranderen of herstellen van carrosserieën van motorvoertuigen of van onderdelen daarvan, met uitzondering van carrosseriebekleding. 2 Het eerste lid, onderdelen a en b, is niet van toepassing op: a. het met betrekking tot motorvoertuigen, motorfietsen en landbouwvoertuigen en -werktuigen herstellen, veranderen, onderhouden, monteren of vervangen van wielen, banden, schokdempers, uitlaten en onderdelen van het remsysteem die buiten het hydraulische systeem vallen; b. het verversen van olie, het herstellen of vervangen van accu's en autoruiten en het van een roestwerende laag voorzien van motorvoertuigen. 2000 590 27-12-2000 11-12-2000 2000 590 27-12-2000 11-12-2000 01-01-2001
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 Als levensmiddelenbedrijf wordt aangewezen: a. het voor menselijke consumptie bewerken van vlees tot waren, niet zijnde gerede eetwaar, en het verkopen daarvan aan particulieren, met uitzondering van eenvoudige bewerkingshandelingen die rechtstreeks onderdeel uitmaken van verkoophandelingen; b. het vervaardigen van brood of banket, en het verkopen daarvan aan particulieren, met uitzondering van handelingen die slechts bestaan uit het afbakken van brood of het opmaken van banket; c. het voor menselijke consumptie bewerken van vis, schaaldieren of schelpdieren tot waren, niet zijnde gerede eetwaar, en het verkopen daarvan aan particulieren; d. het voor menselijke consumptie bewerken van wild of pluimvee tot waren, niet zijnde gerede eetwaar, en het verkopen daarvan aan particulieren. 2000 590 27-12-2000 11-12-2000 2000 590 27-12-2000 11-12-2000 01-01-2001
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 artikel 5, onderdeel f artikel 7, onderdelen a en b artikel 5 7 Een vergunning tot uitoefening van een van de bedrijven, bedoeld in, en, houdt tevens de bevoegdheid in tot uitoefening van de overigens inonderscheidenlijkaangewezen bedrijven waarvoor overeenkomstige eisen gelden. 2000 590 27-12-2000 11-12-2000 2000 590 27-12-2000 11-12-2000 01-01-2001
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 Artikel 3, eerste lid , is niet van toepassing op: a. het verrichten van handelingen ter uitvoering van de taak van een publiekrechtelijk lichaam ingevolge enig wettelijk voorschrift; b. artikel 5, onderdeel a, b of f het verrichten van handelingen als bedoeld in, door een onderneming die water, gas of elektriciteit transporteert of levert aan verbruikers. 2000 590 27-12-2000 11-12-2000 2000 590 27-12-2000 11-12-2000 01-01-2001
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 artikel 4 artikel 6 van de wet Een vergunning tot uitoefening van het bouwbedrijf, bedoeld in, wordt verleend indien door de bedrijfsleider wordt voldaan aan de volgende inbedoelde eis: kennis van wettelijke voorschriften inzake veiligheids-, gezondheids- en milieubescherming, die van belang zijn voor een onderneming in het bouwbedrijf. 2000 590 27-12-2000 11-12-2000 2000 590 27-12-2000 11-12-2000 01-01-2001
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 artikel 5 artikel 14 artikel 6 van de wet Een vergunning tot uitoefening van het installatiebedrijf, bedoeld in, wordt verleend indien, onverminderd, door de bedrijfsleider wordt voldaan aan de volgende inbedoelde eis: kennis van wettelijke voorschriften inzake veiligheids-, gezondheids- en milieubescherming, die van belang zijn voor een onderneming in het installatiebedrijf. 2000 590 27-12-2000 11-12-2000 2000 590 27-12-2000 11-12-2000 01-01-2001
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 artikel 6 artikel 6 van de wet Een vergunning tot uitoefening van het vervoermiddelenbedrijf, bedoeld in, wordt verleend indien door de bedrijfsleider wordt voldaan aan de volgende inbedoelde eisen: a. kennis van wettelijke voorschriften inzake veiligheids-, gezondheids- en milieubescherming; b. artikel 6 kennis van overeenkomsten die binnen het vervoerbedrijf gebruikelijk zijn en betrekking hebben op veiligheidsaspecten van de vervoermiddelen, bedoeld in. 2000 590 27-12-2000 11-12-2000 2000 590 27-12-2000 11-12-2000 01-01-2001
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 artikel 7 artikelen 15 16 artikel 6 van de wet Een vergunning tot uitoefening van het levensmiddelenbedrijf, bedoeld in, wordt verleend indien, onverminderd deen, door de bedrijfsleider wordt voldaan aan de volgende inbedoelde eis: kennis van wettelijke voorschriften inzake veiligheids-, gezondheids- en milieubescherming, die van belang zijn voor een onderneming in het levensmiddelenbedrijf. 2000 590 27-12-2000 11-12-2000 2000 590 27-12-2000 11-12-2000 01-01-2001
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 artikel 5, onderdeel f artikel 11 artikel 6 van de wet Een vergunning tot uitoefening van het elektrotechnisch installatiebedrijf, bedoeld in, wordt slechts verleend indien, in aanvulling op het bepaalde in, tevens door de beheerder wordt voldaan aan de volgende inbedoelde eisen: a. kennis en vaardigheid met betrekking tot het specificeren en aanleggen van eenvoudige licht-, kracht- en communicatie-installaties en het opsporen en herstellen van gebreken in die installaties, alsmede van risico's bij de uitvoering van desbetreffende werkzaamheden; b. kennis van natuurkundige wetten en de toepassing daarvan met betrekking tot elektriciteit, verlichting en communicatie; c. kennis van technische voorschriften ten aanzien van de onder a en b genoemde eisen; d. gebruik kunnen maken van documentatie en kunnen lezen van bestekken in verband met de onder a en b genoemde eisen. 2000 590 27-12-2000 11-12-2000 2000 590 27-12-2000 11-12-2000 01-01-2001
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 artikel 7, onderdeel a artikel 13 artikel 6 van de wet Een vergunning tot uitoefening van het slagersbedrijf, bedoeld in, wordt slechts verleend indien, in aanvulling op het bepaalde in, tevens door de beheerder wordt voldaan aan de volgende inbedoelde eisen: a. inzicht in de criteria voor het beoordelen van de kwaliteit van vlees; b. kennis met betrekking tot de beginselen en methoden voor het voor verkoop aan particulieren geschikt maken, bewaren, verpakken, koelen, vriezen en vacumeren van vlees, vleeswaren en vleesproducten met behulp van de daartoe benodigde apparatuur; c. inzicht in de in het slagersbedrijf vereiste hygiëne. 2000 590 27-12-2000 11-12-2000 2000 590 27-12-2000 11-12-2000 01-01-2001
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 artikel 7, onderdeel b artikel 13 artikel 6 van de wet Een vergunning tot uitoefening van het bakkersbedrijf, bedoeld in, wordt slechts verleend indien, in aanvulling op het bepaalde in, tevens door de beheerder wordt voldaan aan de volgende inbedoelde eisen: a. kennis en vaardigheid met betrekking tot een veilige en hygiënische omgang met machines, gereedschappen en apparatuur die gebruikt worden in het bakkersbedrijf; b. kennis met betrekking tot een veilige en hygiënische omgang met grondstoffen en verpakkingsmaterialen die gebruikt worden in het bakkersbedrijf, alsmede met de daar geproduceerde gerede producten. 2000 590 27-12-2000 11-12-2000 2000 590 27-12-2000 11-12-2000 01-01-2001
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 Onze Minister wijst bewijsstukken aan, waaruit het voldoen aan de in dit besluit gestelde eisen moet blijken. Daarbij kan bepaald worden dat de aanwijzing slechts geldt, indien het bewijsstuk is mede ondertekend door een gecommitteerde van Onze Minister. 2000 590 27-12-2000 11-12-2000 2000 590 27-12-2000 11-12-2000 01-01-2001
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 artikelen 10 tot en met 13 14 tot en met 16 Als bewijsstukken, waaruit het voldoen aan de eisen, gesteld in de, onderscheidenlijk, moet blijken, wordt aangewezen een verklaring voor de bedrijfsleider, onderscheidenlijk de beheerder, voor het betrokken bedrijf, die wordt afgegeven door de Sociaal-Economische Raad. 2000 590 27-12-2000 11-12-2000 2000 590 27-12-2000 11-12-2000 01-01-2001
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 artikelen 11, eerste lid, onderdeel b 27, vierde lid, van de wet De termijnen, bedoeld in de, en, worden voor de toepassing op de bij dit besluit aangewezen bedrijven gesteld op een jaar. 2000 590 27-12-2000 11-12-2000 2000 590 27-12-2000 11-12-2000 01-01-2001
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 de artikelen 4 7 artikel 3, derde lid Een vergunning die op het tijdstip waarop dit besluit in werking treedt, is verleend op grond van het Vestigingsbesluit bedrijven (Stb. 1995, 609) of op grond van artikel 23 van dat besluit met een dergelijke vergunning was gelijkgesteld, en betrekking heeft op overeenkomstige handelingen als genoemd intot en met, wordt geacht te zijn verleend op grond van. 2000 590 27-12-2000 11-12-2000 2000 590 27-12-2000 11-12-2000 01-01-2001
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 artikelen 4 tot en met 7 artikel 3, eerste lid Een ontheffing die op het tijdstip waarop dit besluit in werking treedt, is verleend van het verbod, gegeven bij artikel 3, eerste lid, van het Vestigingsbesluit bedrijven (Stb. 1995, 609), of op grond van artikel 24 van dat besluit is gelijkgesteld met een ontheffing van het verbod, bedoeld in artikel 3, eerste lid, van dat besluit, en betrekking heeft op overeenkomstige handelingen als genoemd in de, wordt, voorzover deze ontheffing strekt, beschouwd als een ontheffing van het verbod van. 2000 590 27-12-2000 11-12-2000 2000 590 27-12-2000 11-12-2000 01-01-2001
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 Wijzigt het Algemeen uitvoeringsbesluit Vestigingswet Bedrijven 1954. 2000 590 27-12-2000 11-12-2000 2000 590 27-12-2000 11-12-2000 01-01-2001
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 1 Het Vestigingsbesluit bedrijven (Stb. 1995, 609) wordt ingetrokken. 2 artikel 17 Na de inwerkingtreding van dit besluit berusten de Regeling aanwijzing van bewijsstukken van bedrijfstechniek Vestigingsbesluit bedrijven en de Regeling aanwijzing bewijsstukken van vaktechniek Vestigingsbesluit bedrijven opvan dit besluit. 2000 590 27-12-2000 11-12-2000 2000 590 27-12-2000 11-12-2000 01-01-2001
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2001. 2000 590 27-12-2000 11-12-2000 2000 590 27-12-2000 11-12-2000 01-01-2001
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 Dit besluit wordt aangehaald als: Vestigingsbesluit bedrijven. 2000 590 27-12-2000 11-12-2000 2000 590 27-12-2000 11-12-2000 01-01-2001