Besluit van 19 januari 2001, houdende vaststelling van het Warenwetbesluit Kruidenpreparaten
- BWB-id
- BWBR0012174
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Volksgezondheid, Welzijn en Sport
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2022-07-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0012174
- ELI
- /eli/nl/amvb/2001/warenwetbesluit-kruidenpreparaten
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/2001/warenwetbesluit-kruidenpreparaten/2022-07-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0012174&g=2022-07-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0012174&z=2026-06-06&g=2022-07-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0012174/2022-07-01
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/2001/warenwetbesluit-kruidenpreparaten
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 1 In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. kruidensubstantie: substantie bestaande uit plantenmateriaal; b. kruidenpreparaat: een kruidensubstantie, al dan niet bewerkt, die bestemd is te worden gebruikt door de mens, daaronder begrepen kruidenextracten; c. toxische pyrrolizidine-alkaloïden: esteralkaloïden die zijn afgeleid van necinediol (7-hydroxy-1-hydroxy-methylpyrrolizidine) met een 1,2-onverzadigde binding, inclusief de onderscheiden N-oxides; d. verordening (EG) 1334/2008: verordening (EG) nr. 1334/2008 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 16 december 2008 (PbEU L 354) inzake aroma’s en bepaalde voedselingrediënten met aromatiserende eigenschappen voor gebruik in levensmiddelen en tot wijziging van verordening (EG) nr. 1601/91 van de Raad, verordening nr. (EG)2232/96, verordening (EG) nr. 110/2008 en richtlijn 2000/13/EG. 2 Dit besluit is niet van toepassing op: a. artikel 1, eerste lid, onder b, van de Geneesmiddelenwet kruidensubstanties of kruidenpreparaten waarvan aannemelijk gemaakt kan worden dat ze bestemd zijn om te worden bewerkt, onderscheidenlijk verder bewerkt tot geneesmiddelen als bedoeld in; b. geneesmiddelen als bedoeld onder a; c. Warenwetbesluit cosmetische producten 2011 cosmetische producten als bedoeld in het; d. Warenwetbesluit Specerijen en kruiden specerijen en kruiden als genoemd in het; e. aroma's als bedoeld in verordening (EG) 1334/2008. 2011 137 22-03-2011 07-03-2011 2011 137 22-03-2011 07-03-2011 11-07-2013
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 Het is verboden kruidenpreparaten of waren die kruidenpreparaten bevatten, te bereiden, te vervaardigen of te verhandelen, indien deze niet voldoen aan de bij of krachtens dit besluit gestelde eisen. 2001 56 31-01-2001 19-01-2001 2001 56 31-01-2001 19-01-2001 01-02-2001 Artikel 4, eerste en derde lid, treedt in werking op 1 augustus
2001 voor die kruidenpreparaten, niet zijnde eet- of drinkwaren,
die uitsluitend bestemd zijn om in aanraking te worden gebracht
met de verschillende delen van het menselijk lichaamsoppervlak,
en waarin geen andere planten aanwezig zijn dan die welke met
cijfer 1 in de laatste kolom van de in dit besluit toegevoegde
bijlage zijn aangegeven
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 Kruidenpreparaten bevatten slechts kruidensubstanties in hoeveelheden die niet schadelijk zijn voor de volksgezondheid. 2001 56 31-01-2001 19-01-2001 2001 56 31-01-2001 19-01-2001 01-02-2001 Artikel 4, eerste en derde lid, treedt in werking op 1 augustus
2001 voor die kruidenpreparaten, niet zijnde eet- of drinkwaren,
die uitsluitend bestemd zijn om in aanraking te worden gebracht
met de verschillende delen van het menselijk lichaamsoppervlak,
en waarin geen andere planten aanwezig zijn dan die welke met
cijfer 1 in de laatste kolom van de in dit besluit toegevoegde
bijlage zijn aangegeven
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 Kruidenpreparaten bevatten geen: a. aconitine of derivaten hiervan; b. aristolochiazuren of derivaten hiervan; c. atropine of derivaten hiervan; d. colchicine of derivaten hiervan; e. hyoscyamine of derivaten hiervan; f. m- en o-synefrine of derivaten hiervan; g. artikel 6, tweede lid verordening (EG) 1334/2008 olie uit Artemisia absinthium (absintalsem), onverminderd de bij, en bijlage III, deel B, vangestelde voorschriften inzake de toegelaten aanwezigheid van thujon in bepaalde samengestelde levensmiddelen; h. pilocarpine of derivaten hiervan; i. scopolamine of derivaten hiervan; j. strychnine of derivaten hiervan; en k. yohimbe-alkaloïden of derivaten hiervan. 2 bijlage Kruidenpreparaten bevatten geen materiaal dat geheel of ten dele afkomstig is van planten en schimmels bedoeld in de. 3 Kruidenpreparaten bevatten per dagelijks volgens de gebruiksaanwijzing te nuttigen hoeveelheid ten hoogste 27 mg p-synefrine. 4 artikel 6, eerste lid In afwijking van het derde lid mogen kruidenpreparaten olie bevatten die gewonnen is uit de zaden van Ricinus communis, voor zover het voorgeschreven gebruiks- en doseringsadvies, bedoeld in, niet leidt tot een hogere inname van deze olie dan 0,4 g per dag. 2020 100 23-03-2020 06-03-2020 2022 263 28-06-2022 23-06-2022 01-07-2022
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 De verhandelaar die een kruidenpreparaat met een bewering over de werking of eigenschappen daarvan voor de eerste keer in de handel brengt, beschikt over objectieve gegevens waaruit die werking of eigenschappen blijken. 2 De verhandelaar die een kruidenpreparaat met een bewering over de werking of eigenschappen daarvan op de datum van inwerkingtreding van dit besluit in de handel heeft, beschikt over objectieve gegevens waaruit die werking of eigenschappen blijken. 3 De in het eerste en tweede lid bedoelde gegevens worden desgevraagd door de daar bedoelde verhandelaar ter beschikking gesteld van de ambtenaar die belast is met het toezicht op de naleving van dit besluit. 2001 56 31-01-2001 19-01-2001 2001 56 31-01-2001 19-01-2001 01-01-2003
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 Onverminderd Verordening (EU) nr. 1169/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2011 betreffende de verstrekking van voedselinformatie aan consumenten (PbEU 2011, L 304) wordt bij kruidenpreparaten, zijnde eet- of drinkwaren, een vermelding gebezigd inzake een gebruiks- en doseringsadvies. 2 Bij kruidenpreparaten, niet zijnde eet- of drinkwaren, wordt een vermelding gebezigd inzake een lijst van ingrediënten, een gebruiks- en doseringsadvies en een vermelding van de naam of de handelsnaam en het adres of de vestigingsplaats van de fabrikant of persoon die verantwoordelijk is voor het in de handel brengen van de waar. 3 Bij regeling van Onze Minister kunnen nadere regels worden gesteld over het in het eerste en tweede lid bedoelde gebruiks- en doseringsadvies. 2020 100 23-03-2020 06-03-2020 2020 100 23-03-2020 06-03-2020 01-07-2020
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 Vervallen 2020 100 23-03-2020 06-03-2020 2020 100 23-03-2020 06-03-2020 01-07-2020
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 Dit besluit wordt aangehaald als: Warenwetbesluit Kruidenpreparaten. 2001 56 31-01-2001 19-01-2001 2001 56 31-01-2001 19-01-2001 01-02-2001 Artikel 4, eerste en derde lid, treedt in werking op 1 augustus
2001 voor die kruidenpreparaten, niet zijnde eet- of drinkwaren,
die uitsluitend bestemd zijn om in aanraking te worden gebracht
met de verschillende delen van het menselijk lichaamsoppervlak,
en waarin geen andere planten aanwezig zijn dan die welke met
cijfer 1 in de laatste kolom van de in dit besluit toegevoegde
bijlage zijn aangegeven
Artikel 4#
artikel 4
Artikel 4#
artikel 4