Besluit van 28 november 2000, houdende regels voor beheer en de bestrijding van schade aangericht door dieren (Besluit beheer en schadebestrijding dieren)
- BWB-id
- BWBR0011849
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Economische Zaken
- Geldigheid
- 2012-02-01 t/m 2016-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0011849
- ELI
- /eli/nl/amvb/2002/besluit-beheer-en-schadebestrijding-dieren
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/2002/besluit-beheer-en-schadebestrijding-dieren/2012-02-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0011849&g=2012-02-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0011849&z=2026-06-06&g=2012-02-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0011849/2012-02-01
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/2002/besluit-beheer-en-schadebestrijding-dieren
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In dit besluit wordt verstaan onder: a. Flora- en faunawet wet:; b. mistnetten: netten, in banen, aan het stuk of in bepaalde vorm, vervaardigd van garens van synthetische of kunstmatige vezels met een totale massa van minder dan 150 deniers (16,2 milligram per meter) en waarvan de maaswijdte gemeten over het garen, van knoop tot knoop, kleiner is dan 35 millimeter; c. richtlijn 92/43/EEG richtlijn nr. 92/43/EEG :van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 21 mei 1992 inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna (PbEG L 206). 2009 236 16-06-2009 07-04-2009 2009 398 02-10-2009 30-09-2009 05-10-2009
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 artikel 65, eerste lid, onderdeel a, van de wet bijlage 1 Als beschermde inheemse diersoorten die in het gehele land veelvuldig belangrijke schade aanrichten als bedoeld inzijn aangewezen de soorten genoemd inbij dit besluit. 2006 42 02-02-2006 26-01-2006 2006 42 02-02-2006 26-01-2006 01-04-2006
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 artikel 65, eerste lid, onderdeel b, van de wet bijlage 2 Als beschermde inheemse diersoorten die in delen van het land veelvuldig belangrijke schade aanrichten als bedoeld inzijn aangewezen de soorten genoemd inbij dit besluit. 2006 42 02-02-2006 26-01-2006 2006 42 02-02-2006 26-01-2006 01-04-2006
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 artikel 68, eerste lid, onderdeel e, van de wet Als andere belangen als bedoeld in, zijn aangewezen: a. de voorkoming en bestrijding van schade of belangrijke overlast veroorzaakt door steenmarters aan gebouwen of zich daarin of daarbij bevindende roerende zaken, en b. de voorkoming en bestrijding van schade veroorzaakt door vossen aan niet bedrijfsmatig gehouden vee; c. de voorkoming en bestrijding van onnodig lijden van zieke of gebrekkige dieren, behorende tot de diersoorten edelhert, ree, damhert of wild zwijn; d. de voorkoming en bestrijding van schade veroorzaakt door konijnen of vossen op sportvelden of industrieterreinen; e. het reguleren van de populatieomvang van dieren, behorende tot de diersoorten edelhert, ree, damhert of wild zwijn, met dien verstande dat vanwege dit belang slechts ontheffing kan worden verleend indien de aanleiding is gelegen in de schadehistorie ter plaatse en van het omringende gebied of de maximale populatieomvang in relatie tot de draagkracht van het gebied waarin de dieren zich bevinden; f. de voorkoming en bestrijding van schade veroorzaakt door dieren behorende tot een beschermde inheemse zoogdiersoort op begraafplaatsen. 2009 236 16-06-2009 07-04-2009 2009 398 02-10-2009 30-09-2009 05-10-2009
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 artikel 50 van de wet artikel 72, eerste lid, van de wet Onverminderd, zijn als middelen als bedoeld inwaarmee dieren mogen worden gevangen of gedood aangewezen: a. geweren; b. honden, niet zijnde lange honden; c. jachtvogels; d. fretten; e. kastvallen; f. vangkooien; g. klemmen, niet zijnde pootklemmen; h. buidels; i. lokvogels, mits niet blind of verminkt; j. kunstmatige lichtbronnen; k. Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden middelen die krachtens dezijn toegelaten of vrijgesteld, en l. rodenators. 2 artikel 72, tweede lid, van de wet Als middelen, bedoeld in, waarmee de zwarte rat, de bruine rat en de huismuis mogen worden bestreden, zijn aangewezen de middelen genoemd in de onderdelen a, b, e en g van het eerste lid. 3 De middelen, genoemd in het eerste lid, onderdelen e, f en j, mogen niet worden gebruikt voor het doden of vangen van: a. artikel 4, eerste lid, onderdeel b, van de wet vogels als bedoeld in, en b. dieren die behoren tot de soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, of in bijlage V, onderdeel a, bij richtlijn 92/43/EEG. 2009 236 16-06-2009 07-04-2009 2009 398 02-10-2009 30-09-2009 05-10-2009
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 artikel 67, vierde lid, van de wet artikel 5 Onverminderd, worden de inaangewezen middelen slechts gebruikt op gronden of in of aan opstallen, voorzover de grondgebruiker voor het betreden van de betrokken door hem gebruikte gronden of opstallen schriftelijk toestemming heeft verleend. 2 Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de gebruiker van opstallen, niet zijnde grondgebruiker, in of aan de door hem gebruikte opstallen of op de daarbij behorende erven. 2000 521 07-12-2000 28-11-2000 2001 656 21-12-2001 12-12-2001 01-04-2002
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 Geweren voor het doden van dieren en munitie voor deze geweren voldoen aan het tweede tot en met twaalfde lid. 2 Een geweer wordt slechts gebruikt door personen die in bezit zijn van een geldige jachtakte. 3 Een geweer heeft een gladde loop met een kaliber van ten minste 24 en ten hoogste 12 of een getrokken loop met een nominaal kaliber van ten minste .22 inch of 5,58 millimeter. 4 Een enkelloops hagelgeweer heeft een magazijn dat ten hoogste twee patronen kan bevatten. 5 Een kogelgeweer heeft een magazijn dat ten hoogste twee patronen kan bevatten, tenzij het is voorzien van een grendelinrichting waarmee het wapen handmatig schot voor schot wordt geladen. 6 Een geweer is niet voorzien van een geluiddemper, een kunstmatige lichtbron, een voorziening om de prooi te verlichten, een vizier met beeldomzetter, een elektronische beeldversterker of enig ander instrument om 's-nachts te schieten. 7 Er wordt bij het doden van dieren met geweren geen gebruik gemaakt van hagel: a. waarvan de korrelgrootte een doorsnede van 3,5 millimeter overschrijdt, of b. die metallisch lood bevat. 8 Er wordt bij het doden van dieren met geweren geen gebruik gemaakt van militaire kogelpatronen, met inbegrip van fosfor- of lichtspoorpatronen, noch van kogelpatronen met volmantel of kogels die niet vervormen bij het treffen. 9 Geweren worden niet gebruikt: a. voor zonsopgang en na zonsondergang, met dien verstande dat wilde eenden waarop de jacht is geopend ook mogen worden gedood gedurende een half uur voor zonsopgang en een half uur na zonsondergang; b. in de bebouwde kommen der gemeenten en in de onmiddellijk aan die kommen grenzende terreinen; c. binnen de afpalingskring van een geregistreerde eendenkooi, en d. vanuit vliegtuigen of rijdende motorvoertuigen; e. artikel 4, eerste lid, onderdeel b, van de wet vanuit vaartuigen die varen met een snelheid van meer dan 5 kilometer per uur indien de geweren worden gebruikt voor het doden van vogels, behorende tot de soorten bedoeld in. 10 Edelherten, damherten, en wilde zwijnen worden slechts gedood: a. op gronden waarvoor een faunabeheerplan geldt voor ten minste 5 000 hectare; b. met geweren met ten minste één getrokken loop, en c. met kogelpatronen van een kaliber van ten minste 6,5 millimeter voor getrokken loop waarvan de (tref)energie ten minste 2200 Joule op 100 meter afstand van de loopmond bedraagt. 11 Reeën worden slechts gedood: a. op gronden waarvoor een faunabeheerplan geldt voor ten minste 5 000 hectare; b. met geweren met ten minste één getrokken loop, en c. met kogelpatronen voor getrokken loop waarvan de (tref)energie ten minste 980 Joule op 100 meter afstand van de loopmond bedraagt. 12 Het tweede tot en met zesde lid en negende lid, onderdelen a en b, gelden niet voor het doden van huismussen en verwilderde rotsduiven met luchtdrukgeweren in gebouwen. 2004 501 19-10-2004 10-09-2004 2005 70 22-02-2005 08-02-2005 23-02-2005
Artikel 7a — Artikel 7a#
Artikel 7a 1 artikel 74, tweede lid, van de wet Het doden van wilde zwijnen door middel van de methode, bedoeld in, is toegestaan, indien: a. Onze Minister heeft bepaald dat in enig jaar het leggen van lokvoer niet voldoende effectief is om het benodigde afschot anderszins te realiseren en b. artikel 67, eerste lid artikel 68, eerste lid, van de wet de methode is toegestaan in een besluit op grond van, of. 2 artikel 67, eerste lid, van de wet artikel 68, eerste lid, van de wet Uiterlijk op 1 april van enig jaar wordt van de inzet van de methode en het resultaat daarvan telkenmale door de houder van de vergunning, bedoeld in, of van de ontheffing bedoeld inschriftelijke melding gemaakt bij het bestuursorgaan dat het besluit, bedoeld in onderdeel b, heeft genomen. 3 Een besluit als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, wordt door Onze Minister bekend gemaakt in de Staatscourant. 2003 297 17-07-2003 18-06-2003 2003 435 06-11-2003 11-10-2003 07-11-2003
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 artikel 9 van de wet artikel 68, eerste lid, onderdeel c en d, van de wet Geen ontheffing wordt verleend van het verbod vanop grond van de belangen als bedoeld invoor edelherten, damherten, reeën en wilde zwijnen die leven op ingerasterde terreinen met een oppervlakte kleiner dan 5000 hectare. 2000 521 07-12-2000 28-11-2000 2001 656 21-12-2001 12-12-2001 01-04-2002
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 Jachtvogels worden voor het vangen of doden van dieren slechts gebruikt door personen die in het bezit zijn van een geldige valkeniersakte. 2 Kastvallen worden niet gebruikt voor het vangen van: a. artikel 4, eerste lid, onderdeel b, van de wet vogels als bedoeld in, of b. richtlijn 92/43/EEG zoogdieren behorende tot soorten genoemd in bijlage IV en V, onderdeel a, van. 3 Klemmen worden slechts gebruikt voor het vangen of doden van mollen, veldmuizen, bosmuizen, huismuizen, woelratten, bruine ratten, zwarte ratten, muskusratten en beverratten. 4 Buidels worden slechts gebruikt voor het vangen en doden van konijnen. 5 Levende lokvogels worden slechts gebruikt voorzover: a. het gefokte eksters, gefokte zwarte kraaien of gefokte kauwen betreft, als hulpmiddel voor het vangen van eksters, zwarte kraaien onderscheidenlijk kauwen, met vangkooien of met kastvallen die zodanig zijn vervaardigd dat in de kastval geen lichamelijk contact mogelijk is tussen de lokvogel en de te vangen vogel, en b. de lokvogels zijn voorzien van voldoende voedsel en water. 6 Kunstmatige lichtbronnen worden uitsluitend gebruikt indien is voldaan aan elk van de volgende voorwaarden: a. het middel wordt gebruikt voor het vangen of doden van vossen; b. voor het gebruik is toestemming verleend door gedeputeerde staten. 7 Aardhonden worden ten behoeve van het vangen en doden van vossen niet gebruikt in holen in de periode van 1 maart tot 1 september. 8 Rodenators worden slechts gebruikt voor het vangen en doden van woelratten. 2011 220 19-05-2011 27-04-2011 2012 20 27-01-2012 20-01-2012 01-02-2012
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 1 artikel 5 artikel 67, eerste lid 68, eerste lid, van de wet De ingenoemde middelen worden, voorzover zij strekken tot het vangen en doden van dieren op grond van een besluit als bedoeld in, of, slechts gebruikt indien daartoe door gedeputeerde staten schriftelijk toestemming is verleend. 2 artikel 67, eerste lid artikel 68, eerste lid, van de wet artikel 70 van de wet Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing indien een besluit als bedoeld in, ofkrachtenswordt genomen door Onze Minister. 2001 499 30-10-2001 23-10-2001 2002 300 20-06-2002 28-05-2002 28020 01-07-2002 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, onderdeel E
van Stb. 2002/236 iwtr.
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 artikel 15, eerste lid, van de wet Als middelen als bedoeld in, zijn mistnetten aangewezen. 2 artikel 15, tweede lid, van de wet Als middelen als bedoeld in, zijn aangewezen: a. hagelpatronen die metallisch lood bevatten; b. klemmen, met uitzondering van klemmen uitsluitend geschikt en bestemd voor het vangen en doden van mollen, zwarte ratten, bruine ratten of huismuizen; c. vallen, met uitzondering van kastvallen; d. strikken; e. vangkooien; f. lijm en g. netten geschikt en bestemd om te worden gebruikt voor het vangen van vogels. 3 artikel 15, tweede lid, van de wet artikelen 65 tot en met 70 van de wet De aanwijzingen, bedoeld inzijn niet van toepassing voor klemmen en vangkooien voorzover de houder daarvan kan aantonen dat deze middelen strekken tot geoorloofd gebruik voor het vangen of doden van dieren bij of krachtens de. 2000 521 07-12-2000 28-11-2000 2001 656 21-12-2001 12-12-2001 01-04-2002
Artikel 11a — Artikel 11a#
Artikel 11a Vervallen 2009 236 16-06-2009 07-04-2009 2009 398 02-10-2009 30-09-2009 05-10-2009
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 richtlijn 92/43/EEG Een wijziging vangaat voor de toepassing van de artikelen van dit besluit gelden met ingang van de dag waarop aan de betrokken wijzigingsrichtlijn uitvoering moet zijn gegeven. 2000 521 07-12-2000 28-11-2000 2001 656 21-12-2001 12-12-2001 01-04-2002
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. 2006 42 02-02-2006 26-01-2006 2006 236 11-05-2006 07-04-2006 29448 12-05-2006 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet Flora- en Faunawet (verruiming mogelijkheden tot beheer en schadebestrijding beschermde inheemse diersoorten) (Stb. 2006/236) in werking treedt.
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit beheer en schadebestrijding dieren. 2000 521 07-12-2000 28-11-2000 2001 656 21-12-2001 12-12-2001 01-04-2002
Artikel 2#
artikel 2
Artikel 3#
artikel 3 van het Besluit beheer en schadebestrijding dieren