Besluit van 18 december 2001, houdende regels voor de vergaring van nummergegevens door middel van afwijkend frequentiegebruik en bestandsanalyse met het oog op het onderzoek van telecommunicatie (Besluit bijzondere vergaring nummergegevens telecommunicatie)
- BWB-id
- BWBR0013213
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Economische Zaken
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2017-07-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0013213
- ELI
- /eli/nl/amvb/2002/besluit-bijzondere-vergaring-nummergegevens-telecommunicatie
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/2002/besluit-bijzondere-vergaring-nummergegevens-telecommunicatie/2017-07-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0013213&g=2017-07-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0013213&z=2026-06-06&g=2017-07-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0013213/2017-07-01
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/2002/besluit-bijzondere-vergaring-nummergegevens-telecommunicatie
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In dit besluit wordt verstaan onder: a. Telecommunicatiewet; wet: b. aanbieder: de aanbieder van een openbaar telecommunicatienetwerk of een openbare telecommunicatiedienst; c. bevoegde autoriteit: 1°. de officier van justitie, dan wel de door hem in een bepaald geval schriftelijk aangewezen opsporingsambtenaar, 2°. het hoofd van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst, dan wel door hem schriftelijk aangewezen functionarissen optredend in het kader van de uitvoering van hun taak, 3°. het hoofd van de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst, dan wel door hem schriftelijk aangewezen functionarissen optredend in het kader van de uitvoering van hun taak. d. gebruiker: de natuurlijke of rechtspersoon die met de aanbieder een overeenkomst is aangegaan met betrekking tot het gebruik van een openbaar telecommunicatienetwerk of de levering van een openbare telecommunicatiedienst, alsmede de natuurlijke of rechtspersoon die daadwerkelijk gebruik maakt van een openbaar telecommunicatienetwerk of een openbare telecommunicatiedienst. 2003 22 23-01-2003 16-12-2002 2003 22 23-01-2003 16-12-2002 24-01-2003
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 artikel 3.22, eerste lid, van de wet hoofdstuk 3 van de wet De apparatuur waarmee op grond vaneen gebruik van frequentieruimte is toegestaan dat afwijkt van het bepaalde bij of krachtensvoldoet aan de volgende eisen: a. artikel 13.4, eerste lid, van de wet de apparatuur is voorzien van een inrichting die de nummergegevens, bedoeld inzodanig selecteert dat het selectieproces niet meer dan een plaatselijke, zeer geringe verandering van de functionaliteiten van het desbetreffende netwerk veroorzaakt; b. de apparatuur is voorzien van een inrichting waarmee het uitgezonden vermogen kan worden geregeld; c. indien de apparatuur is voorzien van een inrichting die het, al dan niet in combinatie met het selectieproces, bedoeld onder a, mogelijk maakt om telecommunicatie af te luisteren of op te nemen, dient deze inrichting uitgeschakeld en vergrendeld te zijn; d. de apparatuur is geregistreerd bij Onze Minister. 2 Door of namens de korpschef, Onze Minister van Defensie of Onze Minister van Financiën wordt een plaats aangewezen voor de opslag van de apparatuur, bedoeld in het eerste lid, en wordt ervoor zorg gedragen dat deze plaats beveiligd is en uitsluitend toegankelijk is voor of onder begeleiding van daartoe geautoriseerd personeel. 2017 265 21-06-2017 19-05-2017 2017 265 21-06-2017 19-05-2017 01-07-2017
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 artikel 2 Met de inbedoelde apparatuur wordt gelijkgesteld apparatuur die rechtmatig is vervaardigd of in de handel is gebracht in een andere lidstaat van de Europese Unie dan wel rechtmatig is vervaardigd in een staat die partij is bij de overeenkomst inzake de Europese Economische Ruimte, en die aan tenminste gelijkwaardige technische eisen voldoet. 2002 31 29-01-2002 18-12-2001 2002 106 26-02-2002 19-02-2002 01-03-2002
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 artikel 2 Bevoegd tot het gebruik van de apparatuur, bedoeld in, is de door de korpschef, Onze Minister van Defensie of Onze Minister van Financiën aangewezen opsporingsambtenaar die voldoet aan de door Onze Minister van Veiligheid en Justitie vastgestelde eisen betreffende kennis van de juridische, operationele en technische aspecten van het gebruik van de apparatuur. 2 De opsporingsambtenaar maakt van het gebruik van de apparatuur proces-verbaal op. Het proces-verbaal vermeldt: a. artikel 2, eerste lid, onder c of gebruik is gemaakt van apparatuur als bedoeld in, en of de inrichting die het mogelijk maakt om telecommunicatie af te luisteren of op te nemen is uitgeschakeld en vergrendeld, b. de data en de tijdstippen waarop en de plaatsen waar de apparatuur is gebruikt, en c. de gegevens die door het gebruik van de apparatuur zijn verkregen. 3 De opsporingsambtenaar vermeldt de gegevens, bedoeld in het tweede lid, onder b, alsmede de tijdens het gebruik van de apparatuur gehanteerde instellingen en vermogens van de apparatuur in een daartoe aan te leggen registratie en doet mededeling van deze gegevens aan Onze Minister. 2017 265 21-06-2017 19-05-2017 2017 265 21-06-2017 19-05-2017 01-07-2017
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 artikel 13.4, tweede lid, jo artikel 13.4, eerste lid, van de wet Op het verzoek van de bevoegde autoriteit in een geval als bedoeld in, achterhaalt en verstrekt de aanbieder het aan de gebruiker verleende nummer. 2 Het verzoek is schriftelijk en vermeldt gegevens betreffende twee tijdstippen waarop en locaties waar de gebruiker kennelijk gebruik heeft gemaakt van telecommunicatie. Indien de bevoegde autoriteit, gelet op de feiten of omstandigheden meent dat volstaan kan worden met de vermelding van één tijdstip en één locatie, vermeldt het verzoek, onder aanduiding van de feiten of omstandigheden, de gegevens betreffende één tijdstip en één locatie. Deze gegevens omvatten: a. het tijdstip: het jaar, de maand, de dag, het uur en een zo nauwkeurig mogelijke aanduiding van de minuut; b. de locatie: de gemeente, postcode, straat en het huisnummer, dan wel de coördinaten van de Nederlandse Topografische Dienst met twee maal zes cijfers. 3 De feiten of omstandigheden, bedoeld in het tweede lid, betreffen: a. de locatie, wanneer het een locatie betreft waar weinig telecommunicatieverkeer plaatsvindt, b. het tijdstip, wanneer het een tijdstip betreft waarop weinig telecommunicatieverkeer plaatsvindt, c. een geval waarin het nummer waarmee de gebruiker van telecommunicatie contact zoekt, bekend is. 2002 31 29-01-2002 18-12-2001 2002 106 26-02-2002 19-02-2002 01-03-2002
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 artikel 5, eerste lid De aanbieder achterhaalt het nummer, bedoeld in, door een bewerking toe te passen op de gegevens betreffende het gebruik van het door hem aangeboden openbare telecommunicatienetwerk of de door hem aangeboden openbare telecommunicatiedienst. 2 artikel 5, eerste lid Nadat de aanbieder het verzoek als bedoeld in, heeft ontvangen, verstrekt hij het nummer onverwijld aan de bevoegde autoriteit. De verstrekking is schriftelijk en vermeldt het nummer, dan wel indien de bewerking meer dan één nummer heeft opgeleverd, de nummers. In geval van spoed vindt de verstrekking mondeling plaats, waarna deze schriftelijk wordt bevestigd. 3 artikel 5, tweede lid De aanbieder verstrekt, in afwijking van het tweede lid, het nummer zo spoedig mogelijk indien het verzoek niet ten minste de gegevens bevat, genoemd in. 2002 31 29-01-2002 18-12-2001 2002 106 26-02-2002 19-02-2002 01-03-2002
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 artikel 13.4, tweede lid, tweede volzin, van de wet Als gegevens, bedoeld in, worden aangewezen: a. de tijdstippen waarop telecommunicatie heeft plaatsgevonden, b. de met die tijdstippen en de desbetreffende telecommunicatie corresponderende nummers, c. bij welk basisstation elk van de gegevens onder a en b zijn binnengekomen. 2002 31 29-01-2002 18-12-2001 2002 106 26-02-2002 19-02-2002 01-03-2002
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit bijzondere vergaring nummergegevens telecommunicatie. 2002 31 29-01-2002 18-12-2001 2002 106 26-02-2002 19-02-2002 01-03-2002
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld. 2002 31 29-01-2002 18-12-2001 2002 106 26-02-2002 19-02-2002 01-03-2002