Besluit van 5 februari 2002 tot vaststelling van een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in de artikelen 2b, vijfde lid, 2c, tweede lid, en 32, negende lid, van de Pensioen- en spaarfondsenwet en artikel 12c, vijfde lid, van de Wet gelijke behandeling van mannen en vrouwen (Besluit gelijke behandeling bij pensioenen)
- BWB-id
- BWBR0013405
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Sociale Zaken en Werkgelegenheid
- Geldigheid
- 2005-01-01 t/m 2006-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0013405
- ELI
- /eli/nl/amvb/2002/besluit-gelijke-behandeling-bij-pensioenen
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/2002/besluit-gelijke-behandeling-bij-pensioenen/2005-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0013405&g=2005-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0013405&z=2026-06-06&g=2005-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0013405/2005-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/2002/besluit-gelijke-behandeling-bij-pensioenen
Artikel 1 — Artikel 1 Definities#
Artikel 1 Definities In dit besluit wordt verstaan onder: a. Pensioen- en spaarfondsenwet de wet: de; b. de ruilvoet: de verhouding tussen het in te ruilen pensioen en het daarvoor in te kopen pensioen; c. de opbouwkeuzevoet: de verhouding tussen het pensioen waarvan kan worden afgezien en het pensioen dat daarvoor in de plaats kan worden opgebouwd; d. de afkoopvoet: de verhouding tussen het af te kopen pensioen en de daarvoor in de plaats uit te keren afkoopsom; e. artikel 8, eerste lid, van de wet de gewezen deelnemer: de persoon die heeft deelgenomen aan de pensioenregeling, voorzover hij na beëindiging van de deelneming anders dan door overlijden of het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd een premievrije aanspraak op pensioen op grond vanheeft verkregen en behouden jegens het uitvoeringsorgaan. 2002 101 26-02-2002 05-02-2002 2002 101 26-02-2002 05-02-2002 27-02-2002
Artikel 2 — Artikel 2 Ruilvoet en opbouwkeuzevoet#
Artikel 2 Ruilvoet en opbouwkeuzevoet 1 artikel 2b artikel 2c van de wet Per geboden keuzemogelijkheid als bedoeld inof, wordt voor een bepaalde periode voor alle deelnemers en gewezen deelnemers dezelfde ruilvoet of opbouwkeuzevoet vastgesteld. 2 artikelen 2b, derde lid 2c, eerste lid, van de wet De ruilvoet en opbouwkeuzevoet worden zodanig vastgesteld dat sprake is van collectieve actuariële gelijkwaardigheid als bedoeld in de, en. 3 In afwijking van het eerste lid kan aan een gewezen deelnemer de ruilvoet worden toegekend, die geldt op de dag van beëindiging van de deelneming. 2002 101 26-02-2002 05-02-2002 2002 101 26-02-2002 05-02-2002 01-01-2005
Artikel 3 — Artikel 3 Afkoop kleine pensioenen#
Artikel 3 Afkoop kleine pensioenen 1 artikel 32, zevende lid, van de wet De afkoopsom, bedoeld inwordt vastgesteld door middel van een afkoopvoet. 2 Er wordt voor een bepaalde periode voor alle deelnemers en gewezen deelnemers dezelfde afkoopvoet vastgesteld. 3 De afkoopvoet wordt zodanig vastgesteld dat er sprake is van collectieve actuariële gelijkwaardigheid. 2002 101 26-02-2002 05-02-2002 2002 101 26-02-2002 05-02-2002 01-01-2005
Artikel 4 — Artikel 4 Berekening werkgeversbijdrage bij beschikbare premieregelingen#
Artikel 4 Berekening werkgeversbijdrage bij beschikbare premieregelingen artikel 12c, tweede lid, van de Wet gelijke behandeling van mannen en vrouwen Indien door de werkgever niet uitdrukkelijk een bepaald soort pensioen is toegezegd wordt de geldelijke bijdrage, bedoeld inzodanig vastgesteld dat, ervan uitgaande dat slechts ouderdomspensioen is toegezegd, het in te kopen pensioen naar het inzicht op het tijdstip van vaststelling van die bijdrage voor mannen en vrouwen gelijk is. 2002 101 26-02-2002 05-02-2002 2002 101 26-02-2002 05-02-2002 01-01-2005
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 artikel 23c, vijfde lid, eerste volzin, van de Pensioen- en spaarfondsenwet bijlage 1 Het bedrag van de boete bedoeld in, wordt bepaald op de wijze voorzien inbij dit besluit. 2 bijlage 1 De Pensioen- & Verzekeringskamer kan het bedrag van de boete lager stellen dan inis bepaald, indien het bedrag van de boete in een bepaald geval op grond van bijzondere omstandigheden onevenredig hoog is. 2004 179 04-05-2004 24-03-2004 2004 179 04-05-2004 24-03-2004 05-05-2004
Artikel 6 — Artikel 6 Overgangsrecht#
Artikel 6 Overgangsrecht De artikelen van dit besluit zijn uitsluitend van toepassing op aanspraken op pensioen die vanaf de datum van inwerkingtreding van het betreffende artikel worden opgebouwd. 2004 179 04-05-2004 24-03-2004 2004 179 04-05-2004 24-03-2004 05-05-2004 Voorheen art. 5.
Artikel 7 — Artikel 7 Inwerkingtreding#
Artikel 7 Inwerkingtreding 1 Artikel 2 artikel 3 artikel 1 artikel 5 envoor zover het niet betreft pensioen dat wordt berekend of mede wordt berekend op grond van een geldelijke bijdrage of voor zover het niet betreft voorzieningen als bedoeld in het derde lid,entreden in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst. 2 Artikel 2 artikel 3 artikel 4 envoor zover het betreft pensioen dat wordt berekend of mede wordt berekend op grond van een geldelijke bijdrage, entreden in werking met ingang van 1 januari 2005. 3 Artikel 2 artikel 3 artikel 2, vierde lid, van de Pensioen- en spaarfondsenwet envoor zover het betreft voorzieningen als bedoeld inwaarbij een zodanig pensioen is toegezegd dat op individueel niveau wordt gestreefd naar een pensioen dat wordt bepaald op basis van het salaris en de diensttijd van de betrokkene en ter dekking waarvan een of meer kapitaalverzekeringen met pensioenclausule worden gesloten met dien verstande dat bij die voorziening zodanige voorbehouden gelden dat de betrokkene slechts aanspraak kan maken op het pensioen dat aan de hand van de op de uitkeringsdatum geldende tarieven aangekocht kan worden met het alsdan opgebouwde kapitaal, treden in werking met ingang van 1 januari 2005. 2004 179 04-05-2004 24-03-2004 2004 179 04-05-2004 24-03-2004 05-05-2004 Voorheen art. 6.
Artikel 8 — Artikel 8 Citeertitel#
Artikel 8 Citeertitel Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit gelijke behandeling bij pensioenen. 2004 179 04-05-2004 24-03-2004 2004 397 19-08-2004 22-07-2004 2004 179 04-05-2004 24-03-2004 05-05-2004 Voorheen art. 7.
Artikel 5#
artikel 5, eerste lid
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 1 artikelen 2, eerste en tweede lid 3, tweede en derde lid Het bedrag van de boete voor de overtreding van de voorschriften, begaan na het tijdstip van inwerkingtreding van het besluit waarbij deze bijlage is vastgesteld, gesteld bij de, en, van dit besluit bedraagt € 21 781, vermenigvuldigd met de factor behorende bij de hierna genoemde categorie-indeling naar balanstotaal: artikel 2, vierde lid, van deze wet Categorie I: pensioenfondsen en verzekeraars als bedoeld in, met een balanstotaal minder dan € 9 075 604: factor 1; artikel 2, vierde lid, van deze wet Categorie II: pensioenfondsen en verzekeraars als bedoeld in, met een balanstotaal van ten minste € 9 075 604 maar minder dan € 45 378 022: factor 2; artikel 2, vierde lid, van deze wet Categorie III: pensioenfondsen en verzekeraars als bedoeld in, met een balanstotaal van ten minste € 45 378 022 maar minder dan € 226 890 108: factor 3; artikel 2, vierde lid, van deze wet Categorie IV: pensioenfondsen en verzekeraars als bedoeld in, met een balanstotaal van ten minste € 226 890 108 maar minder dan € 453 780 216: factor 4; artikel 2, vierde lid, van deze wet Categorie V: pensioenfondsen en verzekeraars als bedoeld in, met een balanstotaal van € 453 780 216 of meer: factor 5. 2 Indien de gegevens omtrent het balanstotaal niet aan de Pensioen- & Verzekeringskamer beschikbaar zijn gesteld, kan de Pensioen- & Verzekeringskamer aan degene aan wie de boete wordt opgelegd, verzoeken deze gegevens binnen een door haar te stellen termijn te verstrekken. Indien de betrokkene niet binnen de gestelde termijn voldoet aan dit verzoek, is bij de vaststelling van de hoogte van de boete categorie V van toepassing.
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 artikel 4 Het bedrag van de boete voor de overtreding van de voorschriften, begaan na het tijdstip van inwerkingtreding van het besluit waarbij deze bijlage is vastgesteld, gesteld bijvan dit besluit bedraagt € 21 781.