Besluit van 6 maart 2002, houdende vaststelling van de formulieren, bedoeld in artikel 9, tweede lid, van de Wet op de lijkbezorging betreffende het overlijden ten gevolge van een niet-natuurlijke oorzaak, niet zijnde levensbeëindiging zonder uitdrukkelijk verzoek
- BWB-id
- BWBR0013489
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Veiligheid en Justitie
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2016-07-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0013489
- ELI
- /eli/nl/amvb/2002/besluit-modellen-artikel-9-tweede-lid-wet-op-de-lijkbezorgin
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/2002/besluit-modellen-artikel-9-tweede-lid-wet-op-de-lijkbezorgin/2016-07-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0013489&g=2016-07-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0013489&z=2026-06-06&g=2016-07-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0013489/2016-07-01
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/2002/besluit-modellen-artikel-9-tweede-lid-wet-op-de-lijkbezorgin
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 artikel 7, tweede lid, van de Wet op de lijkbezorging Het model-formulier van de mededeling van de behandelende arts aan de gemeentelijk lijkschouwer betreffende het overlijden ten gevolge van levensbeëindiging op verzoek of hulp bij zelfdoding, bedoeld in, luidt als volgt: Aan de gemeentelijk lijkschouwer der gemeente ; De ondergetekende , arts te ; verklaart te zijn behandelend arts van (naam en voornamen voluit) geboren op te , gewoond hebbende te , overleden op ; verklaart geen verklaring van overlijden af te geven; verklaart dat de dood van de overledene is ingetreden ten gevolge van de toepassing van levensbeëindiging op verzoek/het verlenen van hulp bij zelfdoding*; verklaart in verband met dit overlijden wel/geen* schriftelijke wilsverklaring van de overledene te hebben ontvangen; verklaart in verband met dit overlijden wel/geen* schriftelijke verklaring van een geconsulteerde arts te hebben ontvangen; bijlage bij het Besluit modellen artikel 9, tweede lid, Wet op de lijkbezorging verklaart bij dit formulier te hebben overgelegd een beredeneerd verslag volgens het model, bedoeld bij de; verklaart, indien ontvangen, de schriftelijke wilsverklaring van de overledene en de schriftelijke verklaring van de geconsulteerde arts te hebben overgelegd; (datum) (ondertekening) artikel 6, tweede lid, van de Wet op de lijkbezorging Krachtensis het de behandelende arts niet toegestaan als lijkschouwer op te treden, indien tussen hem en de overledene bloed- of aanverwantschap tot in de derde graad of huwelijk bestond of bestaat. * doorhalen hetgeen niet van toepassing is 2009 204 14-05-2009 16-04-2009 2009 204 14-05-2009 16-04-2009 01-06-2009
Artikel 1a — Artikel 1a#
Artikel 1a artikel 2 van de Wet toetsing levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding bijlage Voor een beredeneerd verslag inzake de inachtneming van de zorgvuldigheidseisen, bedoeld in, wordt het model in debij dit besluit gevolgd. 2009 204 14-05-2009 16-04-2009 2009 204 14-05-2009 16-04-2009 01-06-2009
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 artikel 7, derde lid, van de Wet op de lijkbezorging Het model-formulier van de mededeling van de behandelende arts aan de gemeentelijke lijkschouwer betreffende het overlijden ten gevolge van een niet-natuurlijke oorzaak niet zijnde levensbeëindiging op verzoek of hulp bij zelfdoding, bedoeld in, luidt als volgt: Aan de gemeentelijke lijkschouwer der gemeente ; De ondergetekende , arts te ; verklaart te zijn behandelend arts van (naam en voornamen voluit) geboren op te , gewoond hebbende* te , overleden op ; wonende* te , uit wie op , te ; een zoon/dochter* dood is geboren; verklaart het lijk persoonlijk te hebben geschouwd; verklaart geen verklaring van overlijden af te geven; verklaart dat de reden van het niet afgeven van de verklaring van overlijden niet is gelegen in de uitvoering van levensbeëindiging op verzoek of hulp bij zelfdoding. (datum) (ondertekening) artikel 6, tweede lid, van de Wet op de lijkbezorging Krachtensis het de behandelende arts niet toegestaan als lijkschouwer op te treden, indien tussen hem en de overledene of de moeder van de doodgeborene bloed- of aanverwantschap tot in de derde graad of huwelijk bestond of bestaat. * doorhalen hetgeen niet van toepassing is 2002 140 19-03-2002 06-03-2002 2002 165 26-03-2002 15-03-2002 26691 01-04-2002 Treedt in werking als de Wet toetsing levensbeëindiging op
verzoek en hulp bij zelfdoding in werking treedt.
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 artikel 10 van de Wet op de lijkbezorging Het model-formulier van het verslag van de gemeentelijke lijkschouwer aan de officier van justitie, bedoeld in, betreffende het overlijden ten gevolge van een niet-natuurlijke oorzaak, niet zijnde levensbeëindiging zonder uitdrukkelijk verzoek, luidt als volgt: Aan de officier van justitie in het arrondissement De ondergetekende , lijkschouwer der gemeente ; verklaart gedurende de laatste twee jaar geen handelingen op het gebied van de geneeskunst te hebben verricht ten aanzien van: naam voornamen (voluit) geboren op te , gewoond hebbende* te , overleden op ; wonende* te , uit wie op , te een zoon/dochter* dood is geboren; verklaart het lijk persoonlijk te hebben geschouwd; artikel 14 van de Wet op de lijkbezorging verklaart er niet van overtuigd te zijn, dat de dood ten gevolge van een natuurlijke oorzaak is ingetreden; in verband waarmee hij de inbedoelde ambtenaar van de burgerlijke stand heeft gewaarschuwd; Bijzonderheden: (Datum) (Ondertekening) artikel 6, eerste lid, van de Wet op de lijkbezorging Krachtensis het de gemeentelijke lijkschouwer niet toegestaan als zodanig op te treden, indien hij gedurende de laatste twee jaar ten aanzien van de overledene of de moeder van de doodgeborene handelingen op het gebied van de geneeskunst heeft verricht en indien tussen deze en hem bloed- of aanverwantschap tot in de derde graad of huwelijk bestond of bestaat. * Doorhalen hetgeen niet van toepassing is 2002 140 19-03-2002 06-03-2002 2002 165 26-03-2002 15-03-2002 26691 01-04-2002 Treedt in werking als de Wet toetsing levensbeëindiging op
verzoek en hulp bij zelfdoding in werking treedt.
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 artikel 10, tweede lid, van de Wet op de lijkbezorging Het model-formulier van het verslag van de gemeentelijke lijkschouwer aan de regionale toetsingscommissie, bedoeld in, betreffende het overlijden ten gevolge van de toepassing door een arts van levensbeëindiging op verzoek of het verlenen van hulp bij zelfdoding, luidt als volgt: Aan de toetsingscommissie in de regio De ondergetekende , lijkschouwer der gemeente ; verklaart gedurende de laatste twee jaar geen handelingen op het gebied van de geneeskunst te hebben verricht ten aanzien van: naam voornamen (voluit) geboren op te , gewoond hebbende te , overleden op ; verklaart het lijk persoonlijk te hebben geschouwd; verklaart dat de behandelend arts van de overledene hem heeft medegedeeld dat de dood is ingetreden ten gevolge van de toepassing van levensbeëindiging op verzoek/ het verlenen van hulp bij zelfdoding*: verklaart te hebben geverifieerd hoe en met welke middelen het leven is beëindigd; bijlage bij het Besluit modellen artikel 9, tweede lid, Wet op de lijkbezorging verklaart van de behandelend arts te hebben ontvangen een beredeneerd verslag volgens het model, bedoeld in de; verklaart in dit verband van de behandelend arts met dit overlijden wel/geen* schriftelijke wilsverklaring van de overledene te hebben ontvangen; verklaart in dit verband van de behandelend arts met dit overlijden wel/geen* schriftelijke verklaring van een geconsulteerde arts te hebben ontvangen; artikel 2 van de Wet toetsing levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding verklaart bij dit formulier te hebben overgelegd een verslag inzake de inachtneming van de zorgvuldigheidseisen, bedoeld in, en, indien ontvangen, de schriftelijke wilsverklaring van de overledene, en de schriftelijke verklaring van de geconsulteerde arts; artikel 14 van de Wet op de lijkbezorging verklaart er niet van overtuigd te zijn, dat de dood ten gevolge van een natuurlijke oorzaak is ingetreden; in verband waarmee hij de inbedoelde ambtenaar van de burgerlijke stand heeft gewaarschuwd; Bijzonderheden: (Datum) (Ondertekening) artikel 6, eerste lid, van de Wet op de lijkbezorging Krachtensis het de gemeentelijke lijkschouwer niet toegestaan als zodanig op te treden, indien hij gedurende de laatste twee jaar ten aanzien van de overledene handelingen op het gebied van de geneeskunst heeft verricht en indien tussen deze en hem bloed- of aanverwantschap tot in de derde graad of huwelijk bestond of bestaat. * Doorhalen hetgeen niet van toepassing is 2009 204 14-05-2009 16-04-2009 2009 204 14-05-2009 16-04-2009 01-06-2009
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 Wijzigt het Besluit op de lijkbezorging. 2002 140 19-03-2002 06-03-2002 2002 165 26-03-2002 15-03-2002 26691 01-04-2002 Treedt in werking als de Wet toetsing levensbeëindiging op
verzoek en hulp bij zelfdoding in werking treedt.
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 Het besluit van 19 november 1997, Stb. 550, houdende vaststelling van de formulieren als bedoeld in artikel 10 van de Wet op de lijkbezorging betreffende het overlijden ten gevolge van een niet-natuurlijke oorzaak, niet zijnde levensbeëindiging zonder uitdrukkelijk verzoek, wordt ingetrokken. 2002 140 19-03-2002 06-03-2002 2002 165 26-03-2002 15-03-2002 26691 01-04-2002 Treedt in werking als de Wet toetsing levensbeëindiging op
verzoek en hulp bij zelfdoding in werking treedt.
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 Wet levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding “Wet levensbeëindiging” moet zijn “Wet toetsing levensbeëindiging” Dit besluit treedt in werking op het tijdstip waarop dein werking treedt. 2002 140 19-03-2002 06-03-2002 2002 165 26-03-2002 15-03-2002 26691 01-04-2002 Treedt in werking als de Wet toetsing levensbeëindiging op
verzoek en hulp bij zelfdoding in werking treedt.
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit modellen artikel 9, tweede lid, Wet op de lijkbezorging. 2009 204 14-05-2009 16-04-2009 2009 204 14-05-2009 16-04-2009 01-06-2009