Besluit van 10 december 2001, houdende nadere regels met betrekking tot de uitoefening van rechtspositionele bevoegdheden ten aanzien van gerechtsambtenaren en ambtenaren van het bureau van de Raad voor de rechtspraak door het gerechtsbestuur en de Raad voor de rechtspraak (Besluit uitoefening rechtspositionele bevoegdheden gerechtsambtenaren en ambtenaren bureau Raad voor de rechtspraak)
- BWB-id
- BWBR0013130
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Veiligheid en Justitie
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2020-01-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0013130
- ELI
- /eli/nl/amvb/2002/besluit-uitoefening-rechtspositionele-bevoegdheden-gerechtsa
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/2002/besluit-uitoefening-rechtspositionele-bevoegdheden-gerechtsa/2020-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0013130&g=2020-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0013130&z=2026-06-06&g=2020-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0013130/2020-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/2002/besluit-uitoefening-rechtspositionele-bevoegdheden-gerechtsa
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 1 Het bestuur van een gerecht stelt de Raad voor de rechtspraak in de gelegenheid om advies uit te brengen inzake een ten aanzien van een gerechtsambtenaar, niet zijnde het niet-rechterlijk lid van een gerechtsbestuur, voorgenomen toekenning van een schadeloosstelling, kostenvergoeding of verlening van een geldelijke tegemoetkoming, in het geval de schadeloosstelling, kostenvergoeding of geldelijke tegemoetkoming op jaarbasis meer dan € 5.000 bedraagt. Indien de Raad voor de rechtspraak advies heeft uitgebracht, zendt het bestuur van het gerecht een afschrift van de vervolgens gedane toekenning aan de Raad voor de rechtspraak. 2 artikel 670b, eerste lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek Het bestuur van een gerecht dat voornemens is in het kader van de beëindiging van een arbeidsovereenkomst met een gerechtsambtenaar, niet zijnde het niet-rechterlijk lid van een gerechtsbestuur, een overeenkomst te sluiten als bedoeld inmet die gerechtsambtenaar, stelt de Raad voor de rechtspraak in de gelegenheid daarover advies uit te brengen. Indien de Raad voor de rechtspraak advies heeft uitgebracht, zendt het bestuur van een gerecht een afschrift van de overeenkomst aan de Raad voor de rechtspraak. 2019 313 10-10-2019 30-09-2019 2019 385 06-11-2019 24-10-2019 01-01-2020
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 Vervallen 2019 313 10-10-2019 30-09-2019 2019 385 06-11-2019 24-10-2019 01-01-2020
Artikel 2a — Artikel 2a#
Artikel 2a Vervallen 2014 438 21-11-2014 13-11-2014 2014 438 21-11-2014 13-11-2014 13-01-2015
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. 2001 617 20-12-2001 10-12-2001 2001 621 20-12-2001 10-12-2001 01-01-2002
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit uitoefening rechtspositionele bevoegdheden gerechtsambtenaren en ambtenaren bureau Raad voor de rechtspraak. 2001 617 20-12-2001 10-12-2001 2001 621 20-12-2001 10-12-2001 01-01-2002