Besluit van 28 november 2000 houdende regels voor het bezit en vervoer van en de handel in beschermde dier- en plantensoorten (Besluit vrijstelling beschermde dier- en plantensoorten)
- BWB-id
- BWBR0011853
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Economische Zaken
- Geldigheid
- 2015-12-03 t/m 2016-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0011853
- ELI
- /eli/nl/amvb/2002/besluit-vrijstelling-beschermde-dier-en-plantensoorten
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/2002/besluit-vrijstelling-beschermde-dier-en-plantensoorten/2015-12-03
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0011853&g=2015-12-03
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0011853&z=2026-06-06&g=2015-12-03
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0011853/2015-12-03
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/2002/besluit-vrijstelling-beschermde-dier-en-plantensoorten
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. Flora- en faunawet wet:; b. gesloten pootring: individueel gemerkte, naadloze, ononderbroken ring of manchet, zonder enige naad of las, waarmee op geen enkele wijze is geknoeid en waarvan het formaat zodanig is dat hij, nadat hij in de eerste levensdagen van de vogel is aangebracht, niet kan worden verwijderd wanneer de poot van de vogel zijn definitieve omvang heeft bereikt; c. verordening (EG) nr. 338/97 basisverordening:van de Raad van de Europese Unie van 9 december 1996 inzake de bescherming van in het wild levende dier- en plantesoorten door controle op het desbetreffende handelsverkeer (PbEG 1997, L 61); d. richtlijn nr. 92/43/EEG Habitatrichtlijn:van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 21 mei 1992 inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna (PbEG 1992, L 206); e. Vogelrichtlijn: richtlijn nr. 2009/147/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 30 november 2009 inzake het behoud van de vogelstand (PbEU 2010 L 20); f. verordening (EG) nr. 1007/2009: verordening (EG) nr. 1007/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 16 september 2009 betreffende de handel in zeehondenproducten (PbEU 2009, L 286); g. verordening (EU) nr. 737/2010: verordening (EU) nr. 737/2010 van de Commissie van 10 augustus 2010 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 1007/2009 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de handel in zeehondenproducten (PbEU 2010, L 216). 2012 356 27-07-2012 04-07-2012 2012 356 27-07-2012 04-07-2012 28-07-2012
Artikel 1a — Artikel 1a#
Artikel 1a artikelen 75, eerste en vierde lid en vijfde lid, onderdelen a, b en c 76, eerste lid 77 81, eerste lid, van de Flora- en faunawet Dit besluit berust op de,,, en. 2004 501 19-10-2004 10-09-2004 2005 70 22-02-2005 08-02-2005 23-02-2005
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 artikel 75, vijfde lid, van de wet bijlage 1 Als beschermde inheemse dier- en plantensoorten als bedoeld inzijn aangewezen de dier- en plantensoorten, genoemd inbij dit besluit. 2 artikel 75, vijfde lid, onderdeel b, van de wet Anas platyrhynchos Als aantal en soort als bedoeld inzijn aangewezen 10.000 wilde eenden () per jaar. 3 artikel 75, vijfde lid, onderdeel c, van de wet Als andere belangen als bedoeld inzijn aangewezen: a. de bepalingen inzake de gemeenschappelijke markt en een vrij verkeer van goederen van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap; b. de bescherming van flora en fauna; c. de veiligheid van het luchtverkeer; d. de volksgezondheid of openbare veiligheid; e. dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en voor het milieu wezenlijk gunstige effecten; f. het voorkomen van ernstige schade aan vormen van eigendom, anders dan gewassen, vee, bossen, bedrijfsmatige visserij en wateren; g. belangrijke overlast veroorzaakt door dieren, behorende tot een beschermde inheemse diersoort; h. de uitvoering van werkzaamheden in het kader van bestendig beheer en onderhoud in de landbouw en in de bosbouw; i. bestendig gebruik; j. de uitvoering van werkzaamheden in het kader van ruimtelijke inrichting of ontwikkeling. 2004 501 19-10-2004 10-09-2004 2005 70 22-02-2005 08-02-2005 23-02-2005
Artikel 2a — Artikel 2a#
Artikel 2a In totaal kunnen ten hoogste 200 ontheffingen worden verleend voor het onder zich hebben van gefokte jachtvogels ten behoeve van de uitoefening van de jacht en de uitoefening van bevoegdheden toegekend in het kader van beheer en schadebestrijding. 2001 499 30-10-2001 23-10-2001 2001 656 21-12-2001 12-12-2001 01-04-2002
Artikel 2b — Artikel 2b#
Artikel 2b 1 bijlage 1 artikel 2, derde lid, onderdelen a, b, c, d, e of f artikel 8 van de wet Met betrekking tot de plantensoorten, genoemd in bijlage IV van de Habitatrichtlijn, en de plantensoorten, genoemd inbij dit besluit, kan vanslechts vrijstelling of ontheffing worden verleend ten behoeve van de belangen, genoemd in. 2 artikel 8 van de wet artikel 2, derde lid, onderdelen h, i en j In afwijking van het bepaalde in het eerste lid kan met betrekking tot de in het eerste lid bedoelde soorten tevens vrijstelling of ontheffing worden verleend vanten behoeve van de belangen, genoemd in, mits ten aanzien van de in het eerste lid bedoelde soorten: a. geen benutting of economisch gewin plaatsvindt en b. zorgvuldig wordt gehandeld, hetgeen in elk geval inhoudt dat van de werkzaamheden of het gebruik geen wezenlijke invloed uitgaat op de in het eerste lid bedoelde soorten. 3 bijlage 1 Het bepaalde in dit artikel is niet van toepassing op gekweekte planten, behorende tot een beschermde inheemse plantensoort die is vermeld in bijlage IV van de Habitatrichtlijn of inbij dit besluit. 2004 501 19-10-2004 10-09-2004 2005 70 22-02-2005 08-02-2005 23-02-2005
Artikel 2c — Artikel 2c#
Artikel 2c 1 bijlage 1 Met betrekking tot de diersoorten, genoemd in bijlage IV van de Habitatrichtlijn, en de diersoorten, genoemd inbij dit besluit, kan: a. artikelen 9 tot en met 12 van de wet artikel 2, derde lid, onderdelen a, b, c, d, e of f van deslechts vrijstelling of ontheffing worden verleend ten behoeve van de belangen, genoemd in; b. artikelen 15 50 53, eerste lid, onderdelen a en b artikel 72, vijfde lid, van de wet artikel 2, derde lid, onderdelen g, h, i en j van de,,, engeen vrijstelling of ontheffing worden verleend ten behoeve van de belangen, genoemd in. 2 artikelen 9 11 12 van de wet artikel 2, derde lid, onderdelen h, i en j In afwijking van het bepaalde in het eerste lid, onderdeel a, kan met betrekking tot de in het eerste lid bedoelde soorten tevens vrijstelling of ontheffing worden verleend van de,enten behoeve van de belangen, genoemd in, mits ten aanzien van de in het eerste lid bedoelde soorten: a. geen benutting of economisch gewin plaatsvindt en b. zorgvuldig wordt gehandeld. 3 Zorgvuldig handelen als bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, houdt in elk geval in dat: a. van de werkzaamheden of het gebruik geen wezenlijke invloed uitgaat op de in het eerste lid bedoelde soorten en b voorafgaand en tijdens de werkzaamheden of het gebruik in redelijkheid alles zal worden verricht of gelaten om te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken dat: 1°. de in het eerste lid bedoelde dieren worden gedood, verwond, gevangen, bemachtigd of met het oog daarop worden opgespoord; 2°. nesten, holen of andere voortplantings- of vaste rust- of verblijfplaatsen van de in het eerste lid bedoelde dieren worden beschadigd, vernield, uitgehaald, weggenomen of verstoord; 3°. eieren van de in het eerste lid bedoelde dieren worden beschadigd of vernield. 4 bijlage 1 Het bepaalde in dit artikel is niet van toepassing op gefokte dieren, behorende tot een beschermde inheemse diersoort die is vermeld in bijlage IV van de Habitatrichtlijn of inbij dit besluit. 2004 501 19-10-2004 10-09-2004 2005 70 22-02-2005 08-02-2005 23-02-2005
Artikel 2d — Artikel 2d#
Artikel 2d 1 artikel 4, eerste lid, onderdeel b, van de wet Met betrekking tot de vogelsoorten, bedoeld in, kan: a. artikelen 9 tot en met 12 van de wet artikel 2, derde lid, onderdelen a, b, c, of d van deslechts vrijstelling of ontheffing worden verleend ten behoeve van de belangen, genoemd in; b. artikelen 15 50 53, eerste lid, onderdelen a en b artikel 72, vijfde lid, van de wet artikel 2, derde lid, onderdelen e, f, g, h, i en j van de,,, engeen vrijstelling of ontheffing worden verleend ten behoeve van de belangen, genoemd in. 2 artikel 10 van de wet artikel 10 van de wet artikel 2, derde lid, onderdelen e, f, g, h, i en j In afwijking van het bepaalde in het eerste lid, onderdeel a, kan met betrekking tot de in het eerste lid bedoelde soorten tevens vrijstelling of ontheffing worden verleend vanten behoeve van de belangen, genoemd in, voorzover de handeling, genoemd in, geen wezenlijke invloed heeft. 3 artikel 9 van de wet artikel 2, derde lid, onderdeel g In afwijking van het bepaalde in het eerste lid, onderdeel a, kan tevens vrijstelling of ontheffing worden verleend vanten behoeve van het belang, genoemd in, met betrekking tot de vogelsoorten, genoemd in bijlage II van de Vogelrichtlijn, met dien verstande dat geen vrijstelling of ontheffing kan worden verleend voor de periode van 15 maart tot 15 juli. 4 artikelen 9 11 12 van de wet artikel 2, derde lid, onderdelen h, i en j In afwijking van het bepaalde in het eerste lid, onderdeel a, kan met betrekking tot de in het eerste lid bedoelde soorten tevens vrijstelling of ontheffing worden verleend van de,enten behoeve van de belangen, genoemd in, mits ten aanzien van de in het eerste lid bedoelde soorten: a. geen benutting of economisch gewin plaatsvindt en b. zorgvuldig wordt gehandeld. 5 Zorgvuldig handelen als bedoeld in het vierde lid, onderdeel b, houdt in elk geval in dat: a. van de werkzaamheden of het gebruik geen wezenlijke invloed uitgaat op de in het eerste lid bedoelde soorten en b. voorafgaand en tijdens de werkzaamheden of het gebruik in redelijkheid alles is of zal worden verricht of gelaten om te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken dat: 1°. de in het eerste lid bedoelde dieren worden gedood, verwond, gevangen, bemachtigd of met het oog daarop worden opgespoord; 2°. nesten, holen of andere voortplantings- of vaste rust- of verblijfplaatsen van de in het eerste lid bedoelde dieren worden beschadigd, vernield, uitgehaald, weggenomen of verstoord; 3°. eieren van de in het eerste lid bedoelde dieren worden beschadigd of vernield. 6 artikel 4, eerste lid, onderdeel b, van de wet Het bepaalde in dit artikel is niet van toepassing op gefokte vogels, behorende tot een soort als bedoeld in. 2004 501 19-10-2004 10-09-2004 2005 70 22-02-2005 08-02-2005 23-02-2005
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 artikelen 11 14 14a hoofdstukken 3 tot en met 5 Met uitzondering van de,enen deis dit besluit niet van toepassing op planten of producten van planten, noch op dieren of eieren, nesten of producten van dieren, behorende tot soorten genoemd in de bijlagen van de basisverordening. 2004 501 19-10-2004 10-09-2004 2005 70 22-02-2005 08-02-2005 23-02-2005
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 artikelen 9 tot en met 11 13, eerste lid, van de wet De verboden, bedoeld in deen, gelden niet ten aanzien van gefokte dieren behorende tot een bij ministeriële regeling aangewezen beschermde inheemse diersoort, alsmede voor producten van die dieren, voorzover de houder kan aantonen dat de dieren zijn gefokt, of, indien het producten betreft, dat de betrokken producten van gefokte dieren afkomstig zijn. 2 artikelen 9 tot en met 11 13, eerste lid, van de wet De verboden, bedoeld in deen, gelden niet ten aanzien van edelherten, damherten en wilde zwijnen die met het oog op de productie van van die dieren afkomstige producten worden gehouden op terreinen kleiner dan 40 hectare, alsmede voor producten van die dieren, voorzover de houder kan aantonen dat de betrokken producten van die dieren afkomstig zijn. 2004 501 19-10-2004 10-09-2004 2005 70 22-02-2005 08-02-2005 23-02-2005
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 artikelen 9 tot en met 12 13, eerste lid, van de wet De verboden, bedoeld in deen, gelden niet ten aanzien van gefokte vogels behorende tot een beschermde inheemse diersoort, alsmede voor eieren, nesten of producten van die vogels, indien de houder kan aantonen dat de vogels zijn gefokt, of, indien het eieren, nesten of producten van die vogels betreft, dat de betrokken producten van gefokte vogels afkomstig zijn en voorzover: a. artikel 6 deze vogels zijn voorzien van een pootring als bedoeld in; b. artikel 8 registratie heeft plaatsgevonden in de administratie bedoeld inen c. artikel 18 voldaan is aan de krachtensgestelde regels. 2 Onze Minister kan ontheffing verlenen van de verplichting dat gefokte vogels voorzien dienen te zijn van een pootring voor bedrijfsmatig, met het oog op de productie, gefokte vogels. 2004 501 19-10-2004 10-09-2004 2005 70 22-02-2005 08-02-2005 23-02-2005
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 Gefokte vogels behorende tot een beschermde inheemse diersoort zijn voorzien van een door Onze Minister op aanvraag afgegeven gesloten pootring, dan wel van een gesloten pootring die door een overheidsorgaan van een andere staat dan Nederland, of een door een overheidsorgaan van een andere staat dan Nederland erkende organisatie, is afgegeven. 2 Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld betreffende de afgifte en kenmerken van gesloten pootringen. 2000 525 07-12-2000 28-11-2000 2001 656 21-12-2001 12-12-2001 01-04-2002
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 artikel 5, eerste lid artikel 6, eerste lid De vrijstelling, bedoeld in, geldt eveneens voor gefokte vogels die voorzien zijn van een ander merkteken dan bedoeld in, dat door een overheidsorgaan van een andere staat dan Nederland, of een door een overheidsorgaan van een andere staat dan Nederland erkende organisatie is afgegeven, en voldoet aan de eisen die bij ministeriële regeling gesteld zijn. 2000 525 07-12-2000 28-11-2000 2001 656 21-12-2001 12-12-2001 01-04-2002
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 artikel 6 Door Onze Minister wordt een administratie bijgehouden waaruit blijkt aan wie, wanneer en met welke maten en registratienummers gesloten pootringen als bedoeld inzijn verstrekt. 2000 525 07-12-2000 28-11-2000 2001 656 21-12-2001 12-12-2001 01-04-2002
Artikel 8a — Artikel 8a#
Artikel 8a 1 artikel 14, derde lid, van de wet Het verbod, bedoeld ingeldt niet ten aanzien van het houden van dieren van de soorten: a. Amerikaanse voseekhoorn Scriurus niger; b. grijze eekhoorn Sciurus carolinensis; c. Pallas’ eekhoorn Callosciurus erythraeus. 2 De vrijstelling, bedoeld in het eerste lid, geldt alleen, indien de houder kan aantonen dat: a. de door hem gehouden eekhoorns van de soorten, genoemd in het eerste lid, niet worden gehouden voor commerciële doeleinden; b. de door hem gehouden eekhoorns van de soorten, genoemd in het eerste lid, zijn te identificeren door middel van een subcutaan aangebrachte microchiptransponder met een uniek nummer; c. de door hem gehouden eekhoorns van de soorten, genoemd in het eerste lid, zijn gesteriliseerd of gecastreerd, en d. de houder zijn naam, adres en woonplaats, burgerservicenummer en het unieke nummer, bedoeld onder onderdeel b, voor de inwerkingtreding van deze bepaling heeft geregistreerd bij de Dienst Regelingen van het Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie. 3 De voorwaarde, gesteld in het tweede lid, onderdeel d, geldt niet ten aanzien van degene die eekhoorns heeft verkregen onder algemene titel van een houder die aan de in dat onderdeel geregelde registratieplicht heeft voldaan. 4 De houder geeft wijzigingen in de gegevens, bedoeld in het tweede lid, onder d, onverwijld door aan de Dienst Regelingen van het Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie. 2011 410 14-09-2011 02-09-2011 2011 629 21-12-2011 12-12-2011 01-07-2012
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 artikelen 8 13, eerste lid, van de wet De verboden, bedoeld in deen, gelden niet ten aanzien van planten of producten van planten, behorende tot een beschermde inheemse of uitheemse plantensoort, voorzover de houder kan aantonen dat de planten zijn gekweekt of, indien het producten betreft, dat de betrokken producten van gekweekte planten afkomstig zijn. 2 artikel 13, eerste lid, van de wet De verboden, bedoeld in, gelden niet ten aanzien van planten behorende tot de soort maretak (Viscum album), de soort wilde kievitsbloem (Fritillaria meleagris) of de soort zomerklokje (Leucojum aestivum), voorzover de houder kan aantonen dat de betrokken planten of producten op geoorloofde wijze elders dan in Nederland zijn verkregen. 3 artikel 13, eerste lid, van de wet De verboden, bedoeld in, gelden niet ten aanzien van producten van planten, behorende tot een beschermde inheemse plantensoort, voorzover de houder kan aantonen dat de betrokken producten van planten op geoorloofde wijze elders dan in Nederland zijn verkregen. 2004 501 19-10-2004 10-09-2004 2005 70 22-02-2005 08-02-2005 23-02-2005
Artikel 9a — Artikel 9a#
Artikel 9a artikel 14, derde lid, van de wet De verboden op het onder zich hebben en vervoeren, bedoeld in, van in dat artikel bedoelde planten of dieren gelden niet ten aanzien van de grote waternavel (Hydrocotyle ranunculoides) voorzover die handelingen ten doel hebben planten behorende tot die soort te verdelgen. 2004 501 19-10-2004 10-09-2004 2005 70 22-02-2005 08-02-2005 23-02-2005
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 artikel 13, eerste lid, van de wet De verboden, bedoeld in, gelden niet ten aanzien van producten van wild: hoofdstuk V, titel II, van de wet indien de houder van de betrokken producten kan aantonen dat deze zijn verworven overeenkomstig het bepaalde bij of krachtens, dan wel op geoorloofde wijze elders dan in Nederland zijn verkregen. a. gedurende het tijdvak van de opening tot en met de tiende dag na de sluiting van de jacht op dat wild, dan wel; b. gedurende het tijdvak vanaf de elfde dag na de sluiting tot de opening van de jacht op dat wild, 2004 501 19-10-2004 10-09-2004 2005 70 22-02-2005 08-02-2005 23-02-2005
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 artikel 13, eerste lid, van de wet hoofdstuk V, titel III, afdeling 1, paragraaf 3, van de wet De verboden op het onder zich hebben en vervoeren van producten van dieren, bedoeld in, gelden niet ten aanzien van producten van dieren, behorende tot een beschermde inheemse diersoort, voorzover deze producten afkomstig zijn van bij ministeriële regeling aanwezen dieren, indien de houder van de betrokken producten kan aantonen dat deze zijn verworven overeenkomstig het bepaalde bij of krachtens. 2 artikel 13, eerste lid, van de wet hoofdstuk V, titel III, afdeling 1, paragraaf 3, van de wet De verboden, bedoeld in, gelden niet ten aanzien van producten van dieren, behorende tot een beschermde inheemse diersoort, voorzover deze producten afkomstig zijn van bij ministeriële regeling aangewezen dieren, indien de houder van de betrokken producten kan aantonen dat deze zijn verworven overeenkomstig het bepaalde bij of krachtens, dan wel op geoorloofde wijze elders dan in Nederland zijn verkregen. 2004 501 19-10-2004 10-09-2004 2005 70 22-02-2005 08-02-2005 23-02-2005
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 Vervallen 2011 155 01-04-2011 15-03-2011 2011 261 30-05-2011 20-05-2011 30-05-2011
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 1 artikel 9 van de wet artikel 13, eerste lid, van de wet De verboden op het vangen en bemachtigen van dieren behorende tot een beschermde inheemse diersoort, bedoeld in, en van de verboden op het vervoeren en onder zich hebben van dieren, behorende tot een beschermde inheemse diersoort, bedoeld in, gelden niet ten aanzien van beschermde inheemse kikkers, padden en salamanders indien de betrokken handelingen plaatsvinden ter veiligstelling van deze dieren tegen het verkeer. 2 De in het eerste lid genoemde vrijstelling geldt slechts voor het vervoer van de dieren over een afstand van ten hoogste 50 meter vanaf de vangplaats en voorzover de dieren na het vervoeren onmiddellijk weer in vrijheid worden gesteld. 2004 501 19-10-2004 10-09-2004 2005 70 22-02-2005 08-02-2005 23-02-2005
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 1 artikel 13, eerste lid, van de wet De verboden op het vervoeren en onder zich hebben, bedoeld in, gelden niet ten aanzien van zieke of gewonde dieren behorende tot een beschermde inheemse diersoort ten behoeve van opvang en verzorging. 2 De in het eerste lid genoemde vrijstelling geldt slechts voorzover de dieren binnen twaalf uur worden overgedragen aan personen of instanties die gerechtigd zijn de dieren onder zich te hebben. 3 Met betrekking tot reeën, edelherten, damherten en wilde zwijnen geldt de vrijstelling, bedoeld in het eerste lid, uitsluitend indien vóór het vervoer melding is gemaakt bij de meldkamer van de politie van het aantal, de vindplaats en de soort zieke of gewonde dieren en voorzover dat vervoer geschiedt door een door de politie aangewezen vervoerder. 2012 615 07-12-2012 30-11-2012 2012 615 07-12-2012 30-11-2012 01-01-2013
Artikel 14a — Artikel 14a#
Artikel 14a 1 artikel 13, eerste lid, van de wet De verboden op het vervoeren en onder zich hebben, bedoeld in, gelden niet ten aanzien van keutels, braakballen, losse veren, haarballen, sterrenschot en afgeworpen geweien afkomstig van dieren, behorende tot een beschermde inheemse diersoort. 2 artikel 4, eerste lid, van de wet bijlage 1 Voorzover de in het eerste lid bedoelde producten van dieren afkomstig zijn van of producten bevatten van vogelsoorten als bedoeld inof van diersoorten, genoemd in bijlage IV van de Habitatrichtlijn of inbij dit besluit, geldt de vrijstelling, bedoeld in het eerste lid, slechts als het vervoer of het onder zich hebben geschiedt met het oog op gebruik van deze producten bij onderzoek en onderwijs. 2004 501 19-10-2004 10-09-2004 2005 70 22-02-2005 08-02-2005 23-02-2005
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 Vervallen 2004 501 19-10-2004 10-09-2004 2005 70 22-02-2005 08-02-2005 23-02-2005
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 1 artikel 13, eerste lid, van de wet Rana esculenta Rana temporaria Bufo bufo De verboden op het onder zich hebben en vervoeren, bedoeld in, gelden niet ten aanzien van de groene kikker (), de bruine kikker () en de gewone pad (), alsmede ten aanzien van eieren van deze soorten, voorzover het vervoer of het onder zich hebben geschiedt met het oog op gebruik van deze dieren of eieren van deze dieren bij onderzoek en onderwijs. 2 De vrijstelling in het eerste lid geldt niet ten aanzien van groene kikkers, bruine kikkers en gewone padden waarvan de metamorfose is voltooid. 2004 501 19-10-2004 10-09-2004 2005 70 22-02-2005 08-02-2005 23-02-2005
Artikel 16a — Artikel 16a#
Artikel 16a artikelen 10 tot en met 12 van de wet artikel 4, eerste lid, onderdeel b, van de wet De verboden, bedoeld in de, gelden niet ten aanzien van weidevogels, behorende tot vogels als bedoeld in, ten behoeve van activiteiten bestemd en geschikt voor de bescherming van weidevogels, hun eieren en hun niet-vliegvlugge jongen tegen landbouwwerkzaamheden en vee. 2004 501 19-10-2004 10-09-2004 2005 70 22-02-2005 08-02-2005 23-02-2005
Artikel 16b — Artikel 16b#
Artikel 16b 1 artikelen 8 tot en met 12 van de wet De verboden, bedoeld in de, gelden niet bij: a. de uitvoering van werkzaamheden in het kader van bestendig beheer of onderhoud van vaarwegen, watergangen, waterkeringen, oevers, vliegvelden, wegen, spoorwegen en bermen en in het kader van natuurbeheer; b. de uitvoering van werkzaamheden in het kader van bestendig beheer of onderhoud in de landbouw en de bosbouw; c. bestendig gebruik; d. de uitvoering van werkzaamheden in het kader van ruimtelijke ontwikkeling en inrichting. 2 De vrijstellingen, bedoeld in het eerste lid, gelden ten aanzien van in het wild levende dieren en planten behorende tot: a. bij ministeriële regeling aangewezen beschermde inheemse dier- en plantensoorten; b. overige beschermde inheemse dier- en plantensoorten, mits de werkzaamheden en het gebruik aantoonbaar plaatsvinden overeenkomstig een door Onze Minister goedgekeurde gedragscode. 3 artikel 10 van de wet bijlage 1 In afwijking van het tweede lid, onderdeel b, gelden de vrijstellingen, bedoeld in het eerste lid, onderdelen b en c, voor wat betreftniet ten aanzien van de soorten, genoemd in bijlage IV van de Habitatrichtlijn en inbij dit besluit. 4 bijlage 1 In afwijking van het tweede lid, onderdeel b, geldt de vrijstelling, bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, niet ten aanzien van de soorten, genoemd in bijlage IV van de Habitatrichtlijn en inbij dit besluit. 5 artikel 4, eerste lid, onderdeel b, van de wet bijlage 1 Bij de in het tweede lid bedoelde ministeriële regeling worden niet aangewezen vogelsoorten als bedoeld inen soorten, die genoemd worden in bijlage IV van de Habitatrichtlijn en inbij dit besluit. 2004 501 19-10-2004 10-09-2004 2005 70 22-02-2005 08-02-2005 23-02-2005
Artikel 16c — Artikel 16c#
Artikel 16c 1 artikel 16b, tweede lid, onderdeel b artikel 16b, tweede lid, onderdeel b Een gedragscode, als bedoeld in, wordt slechts goedgekeurd, indien hierin een wijze van uitvoering van werkzaamheden of gebruik is beschreven waarmee naar het oordeel van Onze Minister afdoende gewaarborgd is dat ten aanzien van de in, bedoelde soorten: a. geen benutting of economisch gewin plaatsvindt; b. zorgvuldig wordt gehandeld, hetgeen inhoudt dat: 1°. artikel 16b, tweede lid, onderdeel b slechts werkzaamheden verricht worden of gebruik plaatsvindt waarvan geen wezenlijke invloed uitgaat op de in, bedoelde soorten; 2°. voor wat betreft dieren voorafgaand en tijdens de werkzaamheden of het gebruik in redelijkheid alles wordt verricht of gelaten om te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken dat: i. artikel 16b, tweede lid, onderdeel b de in, bedoelde dieren worden gedood, verwond, gevangen, bemachtigd of met het oog daarop worden opgespoord; ii. artikel 16b, tweede lid, onderdeel b nesten, holen of andere voortplantings- of vaste rust- of verblijfplaatsen van de in, bedoelde dieren worden beschadigd, vernield, uitgehaald, weggenomen of verstoord; iii. artikel 16b, tweede lid, onderdeel b eieren van de in, bedoelde dieren worden beschadigd of vernield. 2 artikel 16b, tweede lid, onderdeel b Onze Minister kan het goedkeuringsbesluit intrekken, indien naar zijn oordeel de staat van instandhouding van de soorten, bedoeld in, of de trend in de staat van instandhouding van deze soorten daartoe noodzaakt. 2004 501 19-10-2004 10-09-2004 2005 70 22-02-2005 08-02-2005 23-02-2005
Artikel 16d — Artikel 16d#
Artikel 16d artikel 16b, eerste lid artikel 16c Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld ten aanzien van de vrijstellingen, bedoeld in, en ten aanzien van de goedkeuring van gedragscodes als bedoeld inwaarbij onder andere onderscheid kan worden gemaakt tussen beschermde inheemse soorten. 2004 501 19-10-2004 10-09-2004 2005 70 22-02-2005 08-02-2005 23-02-2005
Artikel 16e — Artikel 16e#
Artikel 16e 1 artikelen 9 tot en met 11 van de wet De verboden, bedoeld in de, gelden niet ten aanzien van de huisspitsmuis (Crocidura russula) voorzover dit dier zich in of op gebouwen of daarbij behorende erven of roerende zaken bevindt. 2 artikel 9 tot en met 11 van de wet De verboden, bedoeld in, gelden niet ten aanzien van de mol (Talpa europea) de bosmuis (Apodemus sylvaticus) en de veldmuis (Microtus arvalis). 2006 42 02-02-2006 26-01-2006 2006 42 02-02-2006 26-01-2006 01-04-2006
Artikel 16f — Artikel 16f#
Artikel 16f artikel 15, tweede lid, van de wet Felis catus Columba livia domestica Het verbod, bedoeld in, geldt niet ten aanzien van het binnen de bebouwde kom vangen van verwilderde katten () en verwilderde duiven (forma) met vangkooien. 2004 501 19-10-2004 10-09-2004 2005 70 22-02-2005 08-02-2005 23-02-2005
Artikel 16g — Artikel 16g#
Artikel 16g artikel 13, eerste lid, van de wet artikel 16b, eerste lid artikel 16b artikel 16d De verboden op het onder zich hebben en vervoeren, bedoeld in, gelden niet ten aanzien van de afvoer van planten en producten van planten, behorende tot een beschermde inheemse plantensoort, in verband met werkzaamheden als bedoeld in, die verricht worden in overeenstemming meten de nadere regels die op grond vanzijn gesteld. 2004 501 19-10-2004 10-09-2004 2005 70 22-02-2005 08-02-2005 23-02-2005
Artikel 16ga — Artikel 16ga#
Artikel 16ga artikel 9 van de wet artikel 4 van de wet Het verbod, bedoeld in, geldt niet ten aanzien van het niet-opzettelijk doden, verwonden, vangen of bemachtigen van dieren, behorende tot beschermde inheemse diersoorten als bedoeld in, indien die handelingen verband houden met de aanleg of exploitatie van: a. voorzieningen waarmee elektriciteit met behulp van wind wordt geproduceerd of b. hoogspanningsverbindingen. 2015 324 08-09-2015 24-08-2015 2015 457 02-12-2015 12-11-2015 03-12-2015
Artikel 16h — Artikel 16h#
Artikel 16h 1 artikel 14, eerste lid van de wet Het verbod, bedoeld in, geldt niet ten aanzien van dieren of eieren van dieren, behorende tot bij ministeriële regeling aangewezen diersoorten, ten behoeve van de bestrijding van ziekten, plagen of onkruiden. 2 De vrijstelling als bedoeld in het eerste lid kan bij ministeriële regeling naar gelang een soort of groep van soorten worden beperkt tot delen van Nederland of tot bepaalde categorieën gebieden. 2004 501 19-10-2004 10-09-2004 2005 70 22-02-2005 08-02-2005 23-02-2005
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 Ter uitvoering van artikel 12 van de basisverordening worden bij ministeriële regeling plaatsen aangewezen waar planten behorende tot beschermde inheemse of uitheemse plantensoorten of dieren behorende tot beschermde inheemse of uitheemse diersoorten, alsmede producten van die planten of producten of eieren van die dieren, vanuit derde landen het grondgebied van Nederland dienen te worden binnengebracht en vanuit Nederland naar derde landen worden uitgevoerd. 2000 525 07-12-2000 28-11-2000 2001 656 21-12-2001 12-12-2001 01-04-2002 2001 499 30-10-2001 23-10-2001 2001 656 21-12-2001 12-12-2001 01-04-2002
Artikel 17a — Artikel 17a#
Artikel 17a 1 Ter uitvoering van artikel 13, eerste lid, onderdeel a, van de basisverordening is Onze Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie belast met de uitvoering van de basisverordening en de contacten met de Commissie. 2 Onze Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie kan nadere regels stellen voor een goede uitvoering van de basisverordening en de daarop gebaseerde uitvoeringsverordening. 3 Onze Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie is belast met de uitvoering van verordening (EG) nr. 1007/2009 en verordening (EU) nr. 737/2010. 2012 356 27-07-2012 04-07-2012 2012 356 27-07-2012 04-07-2012 28-07-2012
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over het voeren van een administratie en verstrekken van gegevens met betrekking tot het onder zich hebben, ontvangen, verkopen, ten verkoop voorradig of voorhanden hebben en afleveren van dieren of planten, dan wel producten van die planten of producten of eieren van die dieren. 2000 525 07-12-2000 28-11-2000 2001 656 21-12-2001 12-12-2001 01-04-2002
Artikel 18a — Artikel 18a#
Artikel 18a artikel 75, derde lid, van de wet Onze Minister besluit binnen een termijn van zestien weken na ontvangst van een verzoek om ontheffing, bedoeld in. 2009 626 29-12-2009 23-12-2009 2009 542 21-12-2009 03-12-2009 31844 22-12-2009 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet Algemene wet bestuursrecht, enz. (Wet dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen) in werking treedt.
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 1 Artikel 6, eerste lid artikel 2 van de Jachtwet , geldt niet voor het onder zich hebben van gefokte vogels behorende tot soorten genoemd in, voorzover deze op het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit werden gehouden. 2 Artikel 6, eerste lid , geldt niet voor het onder zich hebben van gefokte vogels behorende tot de soorten bedoeld in artikel 1, onder 2, van de Vogelwet 1936, voorzover deze op het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit werden gehouden overeenkomstig artikel 35 van de Vogelwet 1936 of de artikelen 6, eerste lid, onderdeel b, 7, eerste lid, onderdeel a, 23 of 25 van het Vogelbesluit 1994. 2000 525 07-12-2000 28-11-2000 2001 656 21-12-2001 12-12-2001 01-04-2002
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 Een wijziging van de in dit besluit genoemde verordening geldt voor de toepassing van dit besluit met ingang van de dag waarop de betrokken wijzigingsverordening in werking treedt. 2000 525 07-12-2000 28-11-2000 2001 656 21-12-2001 12-12-2001 01-04-2002
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. 2000 525 07-12-2000 28-11-2000 2001 656 21-12-2001 12-12-2001 01-04-2002
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit vrijstelling beschermde dier- en plantensoorten. 2000 525 07-12-2000 28-11-2000 2001 656 21-12-2001 12-12-2001 01-04-2002