Besluit van 5 juli 2002, houdende uitvoering van artikel 18, eerste lid, van de Wet inzake de geldtransactiekantoren (Overdrachtsbesluit Wet inzake de geldtransactiekantoren)
- BWB-id
- BWBR0013862
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Financiën
- Geldigheid
- 2002-07-19 t/m 2012-06-30
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0013862
- ELI
- /eli/nl/amvb/2002/overdrachtsbesluit-wet-inzake-de-geldtransactiekantoren
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/2002/overdrachtsbesluit-wet-inzake-de-geldtransactiekantoren/2002-07-19
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0013862&g=2002-07-19
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0013862&z=2026-06-06&g=2002-07-19
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0013862/2002-07-19
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/2002/overdrachtsbesluit-wet-inzake-de-geldtransactiekantoren
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In dit besluit wordt verstaan onder: a. de wet: de Wet inzake de geldtransactiekantoren; b. Onze Minister: Onze Minister van Financiën; c. de Bank: De Nederlandsche Bank NV. 2002 381 18-07-2002 05-07-2002 2002 380 18-07-2002 27-06-2002 28229 19-07-2002 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet inzake de
geldtransactiekantoren in werking treedt.
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 artikel 18, eerste lid, van de wet Met inachtneming van het bepaalde inworden de taken en bevoegdheden die Onze Minister op grond van de wet heeft, overgedragen aan de Bank. 2002 381 18-07-2002 05-07-2002 2002 380 18-07-2002 27-06-2002 28229 19-07-2002 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet inzake de
geldtransactiekantoren in werking treedt.
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 artikel 2 Aan de overdracht van de taken en bevoegdheden, bedoeld in, worden de in het tweede tot en met zevende lid bedoelde beperkingen en voorschriften gesteld onderscheidenlijk verbonden. 2 artikel 9, eerste lid, van de wet Over door de Bank te stellen regels met betrekking tot de bedrijfsvoering en de administratieve organisatie van geldtransactiekantoren als bedoeld inwordt door de Bank vooraf met Onze Minister overleg gevoerd. 3 artikel 14 van de wet artikel 15, eerste lid, van de wet Schriftelijke afspraken tussen de Bank en andere toezichthoudende autoriteiten die tot uitwerking van de inbedoelde informatie-uitwisseling dienen, worden ter voorafgaande instemming aan Onze Minister voorgelegd. Onze Minister kan zijn instemming slechts onthouden, indien naar zijn oordeel de belangen die worden gediend door verdragen of bindende besluiten als bedoeld indan wel het algemeen belang zich tegen die afspraken verzetten onderscheidenlijk verzet. 4 In schriftelijke afspraken als bedoeld in het derde lid die worden gemaakt met toezichthoudende autoriteiten van een staat waarmee het Koninkrijk geen verdrag als bedoeld in dat lid heeft gesloten, wordt bepaald dat deze afspraken bij de totstandkoming nadien van een dergelijk verdrag met die staat wederom ter instemming aan Onze Minister worden voorgelegd. In dat geval toetst Onze Minister die afspraken aan het betrokken verdrag. 5 Instemming als bedoeld in het derde of vierde lid wordt geacht te zijn verleend, indien Onze Minister niet heeft beslist binnen vier weken na ontvangst van het desbetreffende voorstel of, indien hij om nadere inlichtingen heeft verzocht, binnen vier weken na de ontvangst daarvan. 6 Staatscourant Van schriftelijke afspraken als bedoeld in het derde lid waarmee Onze Minister heeft ingestemd, wordt door de Bank mededeling gedaan in de. 7 Voor zover de Bank daarover uit hoofde van de wet beschikt of kan beschikken, verstrekt zij desgevraagd aan Onze Minister alle inlichtingen die van betekenis kunnen zijn voor: a. artikel 4, eerste lid, van de wet het verlenen, wijzigen of intrekken van een vrijstelling als bedoeld in; b. artikel 7 van de wet artikel 7, vierde lid, van de wet het vaststellen van de hoogte van de ingenoemde bedragen als bedoeld in; c. artikelen 20, derde lid 21, derde lid 31, tweede lid, van de wet artikelen 20, eerste lid 21, eerste lid 31, eerste lid, van de wet het stellen van regels als bedoeld in de,en, ter zake van de uitoefening van de bevoegdheid, bedoeld in de,en. 2002 381 18-07-2002 05-07-2002 2002 380 18-07-2002 27-06-2002 28229 19-07-2002 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet inzake de
geldtransactiekantoren in werking treedt.
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 Dit besluit treedt in werking op het tijdstip waarop de wet in werking treedt. 2002 381 18-07-2002 05-07-2002 2002 380 18-07-2002 27-06-2002 28229 19-07-2002 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet inzake de
geldtransactiekantoren in werking treedt.
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 Dit besluit wordt aangehaald als: Overdrachtsbesluit Wet inzake de geldtransactiekantoren. 2002 381 18-07-2002 05-07-2002 2002 380 18-07-2002 27-06-2002 28229 19-07-2002 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet inzake de
geldtransactiekantoren in werking treedt.