Besluit van 6 maart 2002, houdende vaststelling van regels met betrekking tot de commissies, bedoeld in artikel 19 van de Wet toetsing levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding
- BWB-id
- BWBR0013490
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Veiligheid en Justitie
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2013-01-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0013490
- ELI
- /eli/nl/amvb/2002/vaststellingsbesluit-regels-met-betrekking-tot-commissies-be
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/2002/vaststellingsbesluit-regels-met-betrekking-tot-commissies-be/2013-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0013490&g=2013-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0013490&z=2026-06-06&g=2013-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0013490/2013-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/2002/vaststellingsbesluit-regels-met-betrekking-tot-commissies-be
Artikel I — Artikel I#
Artikel I 2002 141 19-03-2002 06-03-2002 2002 165 26-03-2002 15-03-2002 26691 01-04-2002
Artikel II — Artikel II#
Artikel II De Regeling regionale toetsingscommissies euthanasie wordt ingetrokken. 2002 141 19-03-2002 06-03-2002 2002 165 26-03-2002 15-03-2002 26691 01-04-2002 Treedt in werking op het tijdstip dat de Wet toetsing
levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding in werking treedt.
Artikel III — Artikel III#
Artikel III Wet toetsing levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding Dit besluit treedt in werking op het tijdstip waarop dein werking treedt. 2002 141 19-03-2002 06-03-2002 2002 165 26-03-2002 15-03-2002 26691 01-04-2002 Treedt in werking op het tijdstip dat de Wet toetsing
levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding in werking treedt.
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In dit besluit wordt verstaan onder: a. Wet toetsing levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding de wet: de; b. Wet op de rechterlijke indeling arrondissementen: de arrondissementen, bedoeld in de; c. artikel 2 van de wet de zorgvuldigheidseisen: de zorgvuldigheidseisen, omschreven in. 2002 141 19-03-2002 06-03-2002 2002 165 26-03-2002 15-03-2002 26691 01-04-2002 Treedt in werking op het tijdstip dat de Wet toetsing
levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding in werking treedt.
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 artikel 3 van de wet Er zijn vijf regionale commissies voor de toetsing van meldingen van gevallen van levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding als bedoeld in. 2 De commissies zijn gevestigd te Groningen, Arnhem, Haarlem, Rijswijk en 's-Hertogenbosch. 2002 141 19-03-2002 06-03-2002 2002 165 26-03-2002 15-03-2002 26691 01-04-2002 Treedt in werking op het tijdstip dat de Wet toetsing
levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding in werking treedt.
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 Tot toetsing van meldingen van gevallen van levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding is bevoegd: a. de commissie te Groningen indien het overlijden heeft plaatsgevonden in de provincies Groningen, Friesland of Drenthe; b. de commissie te Arnhem indien het overlijden heeft plaatsgevonden in de provincies Overijssel, Gelderland, Flevoland of Utrecht; c. de commissie te Haarlem indien het overlijden heeft plaatsgevonden in de provincie Noord-Holland; d. de commissie te Rijswijk indien het overlijden heeft plaatsgevonden in de provincies Zuid-Holland of Zeeland; e. de commissie te 's-Hertogenbosch indien het overlijden heeft plaatsgevonden in de provincies Noord-Brabant of Limburg. 2012 650 20-12-2012 13-12-2012 2012 650 20-12-2012 13-12-2012 01-01-2013
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 Op de voordracht van de voorzitters wijzen Onze Ministers een coördinerend voorzitter en een plaatsvervangend coördinerend voorzitter aan. 2 De coördinerend voorzitter of bij diens afwezigheid de plaatsvervangend coördinerend voorzitter heeft in ieder geval tot taak: a. het initiëren en voorzitten van overleg tussen de voorzitters; b. het zorgdragen, na overleg met de voorzitters, voor het opstellen van richtlijnen met betrekking tot de voorlichtingsactiviteiten; c. het vertegenwoordigen van de voorzitters; d. artikel 6, eerste lid het geven van aanwijzingen aan de algemeen secretaris, bedoeld in. 2012 193 08-05-2012 17-04-2012 2012 193 08-05-2012 17-04-2012 09-05-2012
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 De voorzitters stellen richtlijnen vast voor de toetsing aan de zorgvuldigheidseisen en de daarbij te volgen procedure. 2 Deze richtlijnen bevatten in ieder geval regels omtrent: a. de wijze waarop de gemelde gevallen aan de zorgvuldigheidseisen worden getoetst; b. de gevallen waarin de behandelende arts in ieder geval wordt gehoord; c. artikel 8, tweede en derde lid, van de wet de wijze waarop de inlichtingen, bedoeld inworden vastgelegd. 2002 141 19-03-2002 06-03-2002 2002 165 26-03-2002 15-03-2002 26691 01-04-2002 Treedt in werking op het tijdstip dat de Wet toetsing
levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding in werking treedt.
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 Onze Ministers wijzen een algemeen secretaris aan. 2 De algemeen secretaris heeft in ieder geval tot taak: a. het coördineren van de functionele en beheersmatige werkzaamheden van de secretarissen; b. het coördineren van het opstellen van het jaarverslag; c. het initiëren van overleg tussen de secretarissen; d. het verstrekken van alle gevraagde inlichtingen aan Onze Ministers; e. het vertegenwoordigen van de secretarissen. 3 De voorzitters, plaatsvervangend voorzitters en de secretarissen van de commissies geven met het oog op de taken, bedoeld in het tweede lid, aan de algemeen secretaris alle gevraagde inlichtingen. 2002 141 19-03-2002 06-03-2002 2002 165 26-03-2002 15-03-2002 26691 01-04-2002 Treedt in werking op het tijdstip dat de Wet toetsing
levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding in werking treedt.
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 artikel 4, eerste lid, van de Wet Onze Ministers winnen het gevoelen van de desbetreffende commissie in met betrekking tot een overeenkomstig, naar verwachting te benoemen voorzitter, lid of plaatsvervangend lid. 2 Indien de benoeming een arts betreft wordt tevens het gevoelen van de Koninklijke Nederlandsche Maatschappij tot bevordering der Geneeskunst ingewonnen. 2002 141 19-03-2002 06-03-2002 2002 165 26-03-2002 15-03-2002 26691 01-04-2002 Treedt in werking op het tijdstip dat de Wet toetsing
levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding in werking treedt.