Besluit van 7 juni 2002, houdende bepalingen met betrekking tot voorzieningen voor ministers en staatssecretarissen (Voorzieningenbesluit ministers en staatssecretarissen)
- BWB-id
- BWBR0013753
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2026-01-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0013753
- ELI
- /eli/nl/amvb/2002/voorzieningenbesluit-ministers-en-staatssecretarissen
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/2002/voorzieningenbesluit-ministers-en-staatssecretarissen/2026-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0013753&g=2026-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0013753&z=2026-06-06&g=2026-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0013753/2026-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/2002/voorzieningenbesluit-ministers-en-staatssecretarissen
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In dit besluit wordt verstaan onder: a. Onze Minister: Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties; b. artikel 1, eerste lid, van de Wet rechtspositie ministers en staatssecretarissen jaarlijkse bezoldiging: het twaalfvoud van de bezoldiging in de zin van, vermeerderd met de aanspraak op de vakantie-uitkering; c. gezinsleden: de echtgenoot, levenspartner of geregistreerde partner van een minister of staatssecretaris en de kinderen, stief- en pleegkinderen van hemzelf, zijn echtgenoot, levenspartner of geregistreerde partner, voor zover zij met hem samenwonen; d. ministerie: ministerie waar een minister of staatssecretaris werkzaam is; e. BTW: belasting over de toegevoegde waarde (omzetbelasting); f. BPM: belasting van personenauto's en motorrijwielen; g. ROB: prijs van reparatie, onderhoud en banden. 2002 369 16-07-2002 07-06-2002 2002 369 16-07-2002 07-06-2002 17-07-2002 01-01-2001 Werkt terug tot en met 1 januari 2001.
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 Ministers en staatssecretarissen die in verband met de vervulling van hun ambt zijn verhuisd, ontvangen een verhuiskostenvergoeding indien zij zich met de verhuizing binnen een afstand van 25 kilometer van het ministerie hebben gevestigd en de afstand tussen de oude woning en het ministerie ten minste 50 kilometer bedroeg; 2 De verhuiskostenvergoeding bestaat uit: a. een bedrag voor de kosten verbonden aan het vervoer van de betrokkene en zijn gezinsleden naar de nieuwe woning, welk bedrag zo nodig wordt vermeerderd met een bedrag voor reis- en verblijfkosten, welke de betrokkene en eventueel een of meer van diens gezinsleden vooraf hebben gemaakt ter bezichtiging van woonruimte; b. een bedrag voor de kosten van vervoer van de bagage en van de inboedel van de betrokkene naar de nieuwe woning, waaronder begrepen de kosten van het in- en uitpakken; c. een bedrag voor alle andere direct uit de verhuizing voortvloeiende kosten. 3 Het bedrag, bedoeld in het tweede lid, onder c, wordt vastgesteld op tien procent van de jaarlijkse bezoldiging op de dag waarop de nieuwe woning wordt betrokken. 2002 369 16-07-2002 07-06-2002 2002 369 16-07-2002 07-06-2002 17-07-2002 01-01-2001 Werkt terug tot en met 1 januari 2001.
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 Aan ministers en staatssecretarissen die niet zijn verhuisd en van wie de woning zich op een afstand van ten minste 50 kilometer van het ministerie bevindt, wordt op hun verzoek voor de duur van de vervulling van hun ambt een gemeubileerde verblijfsvoorziening binnen een afstand van 25 kilometer van het ministerie ter beschikking gesteld. 2 Aan ministers en staatssecretarissen die een gemeubileerde verblijfsvoorziening als bedoeld in het eerste lid ter beschikking is gesteld, worden in verband met de verblijfsvoorziening verstrekt dan wel de kosten vergoed van: a. huur van een parkeerplaats, voor zover deze onderdeel uitmaakt van de ter beschikking gestelde verblijfsvoorziening; b. artikel 4, eerste lid beveiliging als bedoeld in; c. artikel 5 informatie- en communicatievoorzieningen als bedoeld in; d. hoofdstuk XV van de Gemeentewet artikel 123, eerste lid, onderdeel a, van de Waterschapswet gemeentelijke belastingen als bedoeld inen waterschapsbelastingen als bedoeld in; e. abonnement voor ontvangst van radio en televisie; f. abonnement voor een krant; g. gas, licht, water; h. wassen en strijken; i. schoonmaak. 3 In plaats van de in het eerste en tweede lid bedoelde voorziening kunnen bewindslieden die niet zijn verhuisd en van wie de woning zich op een afstand van ten minste 50 kilometer van het ministerie bevindt en die op het tijdstip van benoeming reeds een gemeubileerde verblijfsvoorziening binnen een afstand van 25 kilometer van het ministerie in eigendom hebben, aanspraak maken op een bedrag ter vergoeding voor verblijfkosten waarvan de hoogte afhankelijk is van de afstand van de woonplaats of deel van de woonplaats van de betrokkene tot het gebouw van het betreffende ministerie. 4 De hoogte van het in het derde lid bedoelde bedrag wordt als volgt berekend: 50 kilometer: 40 * X 75 kilometer: 85 * X 150 kilometer en meer: 140 * X waarbij X gelijk is aan het voor dienstreizen van ambtenaren, die krachtens een arbeidsovereenkomst met de Staat werkzaam zijn bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, geldende bedrag voor vergoeding wegens verblijfskosten in verband met logies, zoals overeengekomen in de voor die ambtenaren laatstelijk afgesloten collectieve arbeidsovereenkomst voor vergoeding wegens verblijfskosten in verband met logies. De vergoeding, behorend bij afstanden, afgerond op hele kilometers, tussen de in bovenstaand schema genoemde afstanden, wordt berekend naar evenredigheid met het verschil tussen de in het schema aangegeven vergoedingen bij de naast hogere en naast lagere afstand. Het bedrag van de vergoeding wordt afgerond op hele euro’s. 5 artikel 31, eerste lid, onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 Een verstrekking als bedoeld in het eerste of tweede lid of een vergoeding als bedoeld in het tweede of derde lid wordt in aanmerking genomen als eindheffingsbestanddeel als bedoeld in. 2019 313 10-10-2019 30-09-2019 2019 385 06-11-2019 24-10-2019 01-01-2020
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 Ten behoeve van ministers en staatssecretarissen en hun gezinsleden worden passende beveiligingsmaatregelen getroffen. 2 Indien dit om veiligheidsredenen noodzakelijk wordt geoordeeld, wordt aan ministers en staatssecretarissen een gemeubileerde verblijfsvoorziening ter beschikking gesteld. 3 Artikel 3, tweede en vijfde lid , is van overeenkomstige toepassing. 2011 397 02-09-2011 22-08-2011 2011 397 02-09-2011 22-08-2011 03-09-2011 14-10-2010
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 Aan ministers en staatssecretarissen worden informatie- en communicatievoorzieningen en lectuur, daarbij inbegrepen de hiervoor benodigde aansluitingen en abonnementen, ter beschikking gesteld voor de duur van de vervulling van hun ambt. 2002 369 16-07-2002 07-06-2002 2002 369 16-07-2002 07-06-2002 17-07-2002 01-01-2001 Werkt terug tot en met 1 januari 2001.
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 In het geval van binnenlandse en buitenlandse dienstreizen worden de noodzakelijke faciliteiten ter beschikking gesteld ten behoeve van vervoer en verblijf voor ministers en staatssecretarissen en voor degenen die hen vergezellen. 2002 369 16-07-2002 07-06-2002 2002 369 16-07-2002 07-06-2002 17-07-2002 01-01-2001 Werkt terug tot en met 1 januari 2001.
Artikel 6a — Artikel 6a#
Artikel 6a Ministers en staatssecretarissen hebben recht op de vergoeding van gemaakte kosten voor verlies, diefstal of beschadiging van voor de dienstreis meegenomen noodzakelijke bagage tot ten hoogste het bedrag zoals overeengekomen in de laatstelijk afgesloten collectieve arbeidsovereenkomst voor de ambtenaren die krachtens een arbeidsovereenkomst met de Staat werkzaam zijn bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. 2019 313 10-10-2019 30-09-2019 2019 385 06-11-2019 24-10-2019 01-01-2020
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 Ministers en staatssecretarissen hebben voor de duur van de vervulling van hun ambt een dienstauto met chauffeur ter beschikking. 2 De prijs per kilometer van de dienstauto bedraagt niet meer dan € 0,82 exclusief BTW, berekend op de grondslag van een gebruiksduur van twee jaar en 60.000 gereden kilometers per jaar. 3 Het bedrag, genoemd in het tweede lid, wordt per 1 januari van elk jaar bij ministeriële regeling gewijzigd overeenkomstig de procentuele wijziging van het prijsindexcijfer jaargemiddelde operationele autolease inclusief brandstof, zoals door het Centraal Bureau voor de Statistiek gepubliceerd, over het tweede kalenderjaar voorafgaand aan genoemde datum ten opzichte van hetzelfde indexcijfer over het jaar daaraan voorafgaand. 4 De prijs per kilometer wordt berekend aan de hand van de formule (((n / (l/12)) + o + f + g + h + p) / m) + i waarin: n = (((a-c)/1,19) + (b/1,19) + c) – (d/1,19) afschrijving over looptijd (inclusief BPM en exclusief BTW); o = ((d/1,19) x e) + ((n/2) x e) rente per jaar; p = ((k/1,19) x (m/100) x j) brandstofkosten per jaar; en: a = consumentenprijs inclusief accessoires af fabriek (inclusief BPM en BTW); b = consumentenprijs van accessoires achteraf en/of door derden (inclusief BTW); c = totale BPM; d = totale marktconforme restwaarde inclusief BTW en BPM; e = rentetarief in procenten; f = administratiekosten inclusief management fee per jaar doch exclusief BTW (of interne kosten ingeval niet wordt uitbesteed); g = houderschapsbelasting per jaar; h = het in het kader van het omslagstelsel door het Bureau Schade Afwikkeling vastgestelde bedrag; i = ROB exclusief BTW; j = brandstofverbruik in liters per 100 kilometer; k = tarief bij brandstofsoort inclusief BTW; l = looptijd in maanden; m = jaarkilometrage. 5 artikel 14, eerste lid, van de Arbeidsomstandighedenwet Artikel 14, tweede lid, onderdelen b en c, van de Arbeidsomstandighedenwet De dienstauto wordt slechts in gebruik genomen nadat is vastgesteld dat aan de voorschriften van het tweede tot en met vierde lid is voldaan, tenzij afwijking van deze voorschriften noodzakelijk is om redenen van veiligheid of wegens een individuele werkplekanalyse, verricht of getoetst door een deskundige persoon als bedoeld in.is in het tweede geval van overeenkomstige toepassing. 2025 40678 17-12-2025 12-12-2025 2025-0000660061 2025 40678 17-12-2025 12-12-2025 2025-0000660061 01-01-2026
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 Ministers en staatssecretarissen ontvangen een maandelijkse vergoeding voor de door hen verschuldigde loonbelasting over het gebruik van de dienstauto. De vergoeding wordt berekend aan de hand van de formule CAT x P/100 x T/100 M = ---------------------------------- 12 waarin: M = het bedrag van de vergoeding; CAT = de catalogusprijs van de dienstauto, met inbegrip van BTW en BPM, verminderd met het deel van de catalogusprijs, met inbegrip van BTW en BPM, dat toerekenbaar is aan buitengewone beveiligingsmaatregelen; artikel 13bis, eerste lid, van de Wet op de loonbelasting 1964 P = het toepasselijke percentage, genoemd in. artikel 20a, eerste lid, van de Wet op de loonbelasting 1964 T = het hoogste van de in de tarieftabel vanopgenomen percentages. 2 artikel 31, eerste lid, onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 Aangewezen als een eindheffingsbestanddeel als bedoeld inwordt: a. de maandelijkse vergoeding, bedoeld in het eerste lid; b. Wet op de loonbelasting 1964 het tot het belastbare loon in de zin van devan de minister of staatssecretaris behorend voordeel ter zake van de dienstauto toerekenbaar aan buitengewone beveiligingsmaatregelen. 2010 795 03-12-2010 22-11-2010 2010 795 03-12-2010 22-11-2010 01-01-2011
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 Aan ministers en staatssecretarissen worden de overige voorzieningen ter beschikking gesteld die noodzakelijk zijn voor het vervullen van hun ambt. 2002 369 16-07-2002 07-06-2002 2002 369 16-07-2002 07-06-2002 17-07-2002 01-01-2001 Werkt terug tot en met 1 januari 2001.
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 1 Ministers en staatssecretarissen ontvangen een maandelijkse vergoeding voor de kosten van voorzieningen die voor hun eigen rekening komen en door hen mede worden aangewend ten behoeve van de vervulling van hun ambt. 2 De maandelijkse vergoeding, bedoeld in het eerste lid, bedraagt a. voor Onze Minister-President, Minister van Algemene Zaken € 940,00; b. voor Onze Minister van Buitenlandse Zaken € 940,00; c. voor een andere Minister € 470,01; d. voor een Staatssecretaris € 391,14. 3 artikel 31, eerste lid, onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 De maandelijkse vergoeding, bedoeld in het eerste lid, wordt aangewezen als een eindheffingsbestanddeel als bedoeld in. 4 De in het tweede lid genoemde bedragen worden per 1 januari van elk jaar bij ministeriële regeling gewijzigd overeenkomstig de procentuele wijziging van de door het Centraal Bureau voor de Statistiek vastgestelde consumentenprijsindex, geldend voor de maand september van het tweede kalenderjaar voorafgaand aan die datum ten opzichte van hetzelfde indexcijfer geldend voor de maand september van het daaraan voorafgaande kalenderjaar. 2025 40678 17-12-2025 12-12-2025 2025-0000660061 2025 40678 17-12-2025 12-12-2025 2025-0000660061 01-01-2026
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 Ministers en staatssecretarissen ontvangen een vergoeding voor de door hen gemaakte kosten van voorzieningen die niet voor hun eigen rekening komen en die aantoonbaar door hen zijn aangewend voor de vervulling van hun ambt. 2002 369 16-07-2002 07-06-2002 2002 369 16-07-2002 07-06-2002 17-07-2002 01-01-2001 Werkt terug tot en met 1 januari 2001.
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties treft voor de ministers en staatssecretarissen een voorziening voor bedrijfsgeneeskundige zorg. 2022 178 13-05-2022 26-04-2022 2022 178 13-05-2022 26-04-2022 14-05-2022 10-07-2021
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 Wijzigt het Reisbesluit binnenland. 2002 369 16-07-2002 07-06-2002 2002 369 16-07-2002 07-06-2002 17-07-2002 01-01-2001 Werkt terug tot en met 1 januari 2001.
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 Wijzigt het Reisbesluit buitenland. 2002 369 16-07-2002 07-06-2002 2002 369 16-07-2002 07-06-2002 17-07-2002 01-01-2001 Werkt terug tot en met 1 januari 2001.
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 Het Verhuis- en verblijfkostenbesluit Ministers en Staatssecretarissen besluit van 15 mei 1992, houdende vergoeding voor ministers en staatssecretarissen voor de kosten die aan de vervulling van het ambt zijn verbonden en het(Stb. 255) worden ingetrokken. 2002 369 16-07-2002 07-06-2002 2002 369 16-07-2002 07-06-2002 17-07-2002 01-01-2001 Werkt terug tot en met 1 januari 2001.
Artikel 15a — Artikel 15a#
Artikel 15a Vervallen 2010 795 03-12-2010 22-11-2010 2009 611 29-12-2009 23-12-2009 32130 01-01-2015 2013 566 23-12-2013 18-12-2013 33753 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel 39c van de Wet op
de loonbelasting 1964 vervalt. Inwerkingtreding voorheen door Stb. 2009/611 gesteld op 1 januari 2014.
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2001. 2002 369 16-07-2002 07-06-2002 2002 369 16-07-2002 07-06-2002 17-07-2002 01-01-2001 Werkt terug tot en met 1 januari 2001.
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 Dit besluit wordt aangehaald als: Voorzieningenbesluit ministers en staatssecretarissen. 2002 369 16-07-2002 07-06-2002 2002 369 16-07-2002 07-06-2002 17-07-2002 01-01-2001 Werkt terug tot en met 1 januari 2001.