Besluit van 9 december 2002, houdende voorschriften voor uitvoering van de controle van personen, bagage en vracht door beveiligingspersoneel en luchtvaartmaatschappijen op luchtvaartterreinen (Besluit beveiliging burgerluchtvaart)
- BWB-id
- BWBR0014397
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Veiligheid en Justitie
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2022-01-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0014397
- ELI
- /eli/nl/amvb/2003/besluit-beveiliging-burgerluchtvaart
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/2003/besluit-beveiliging-burgerluchtvaart/2022-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0014397&g=2022-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0014397&z=2026-06-06&g=2022-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0014397/2022-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/2003/besluit-beveiliging-burgerluchtvaart
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: – achtergrondcontrole: artikel 37rf van de wet de controle, bedoeld in; – air marshals: artikel 4, eerste lid, onder c, van de Politiewet 2012 ambtenaren van de Koninklijke marechaussee die in het kader van de uitoefening van de taak ten behoeve van de beveiliging van de burgerluchtvaart, bedoeld in, aan boord van een luchtvaartuig worden ingezet; – beveiligingsmedewerker: artikel 37a, tweede lid, onderdeel h, onder 1° van de wet een lid van het beveiligingspersoneel als bedoeld in; – beveiligingsopleiding: verordening 300/2008 de opleiding, bedoeld in punt 11.1 en 11.2 van bijlage I bij EG-; – certificerings- of goedkeuringsdossier: verordening 2015/1998 het dossier, bedoeld in punt 11.3.5 van de bijlage bij EU-; – eindtermen: verordening 300/2008 de vaardigheden en bekwaamheden waarin een beveiligingsopleiding op grond van EG-dient te resulteren; – fouillering: artikel 37b, vijfde lid artikel 37h van de wet onderzoek aan kleding als bedoeld in, en; – indienstnamegegevens: verordening 2015/1998 de gegevens, bedoeld in punt 11.1.8 van de bijlage bij EU-;Onze Minister: Onze Minister van Justitie en Veiligheid; – opleidingsinstelling: artikel 37a, tweede lid, onderdeel r, van de wet een opleidingsinstelling als bedoeld in, die in Nederland is gevestigd of in Nederland beveiligingsopleidingen aanbiedt; – opleidingsprogramma: artikel 37rc van de wet het opleidingsprogramma, bedoeld in; – röntgen- en EDS-apparatuur: verordening 2015/1998 de apparatuur, bedoeld in punt 12.3 en 12.4 van de bijlage bij EU-; – wet: Luchtvaartwet de. 2020 514 14-12-2020 01-12-2020 2021 370 22-07-2021 12-07-2021 01-01-2022
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 paragrafen 2 tot en met 4 van dit besluit De exploitant van een luchtvaartterrein zorgt dat de beveiligingsmedewerker zijn taak uitvoert met inachtneming van de. 2003 1 09-01-2003 09-12-2002 2003 1 09-01-2003 09-12-2002 01-04-2003
Artikel 2a — Artikel 2a#
Artikel 2a artikel 37acb, eerste lid, van de wet De instemming, bedoeld in, geldt voor een periode van twaalf maanden, gerekend vanaf de dag volgend op de dag waarop de instemming is verleend. 2020 514 14-12-2020 01-12-2020 2021 370 22-07-2021 12-07-2021 01-01-2022
Artikel 2b — Artikel 2b#
Artikel 2b artikel 37rf, eerste lid, van de wet De verklaring, bedoeld ingeldt voor een periode van drie jaar, gerekend vanaf de dag volgend op de dag waarop de verklaring is afgegeven. 2020 514 14-12-2020 01-12-2020 2021 370 22-07-2021 12-07-2021 01-01-2022 De wijziging is in werking getreden op 31 december 2021 (Stb. 2020/514). 2020 514 14-12-2020 01-12-2020 2021 370 22-07-2021 12-07-2021 01-01-2022
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 Vervallen 2020 514 14-12-2020 01-12-2020 2021 370 22-07-2021 12-07-2021 01-01-2022
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 Vervallen 2020 514 14-12-2020 01-12-2020 2021 370 22-07-2021 12-07-2021 01-01-2022
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 De beveiligingsmedewerker controleert de passagiers met inachtneming van de in het maatschappelijk verkeer algemeen aanvaarde omgangsvormen. 2 De beveiligingsmedewerker controleert de handbagage zo voorzichtig en zorgvuldig als mogelijk is met het oog op doeltreffende controle. 3 De beveiligingsmedewerker voert ter uitvoering van het beveiligingsonderzoek uitsluitend handelingen uit die voor doeltreffende controle redelijkerwijs noodzakelijk zijn. 4 De beveiligingsmedewerker voert het beveiligingsonderzoek zodanig uit dat passagiers niet meer worden belast dan voor doeltreffende controle noodzakelijk is. 2020 514 14-12-2020 01-12-2020 2021 370 22-07-2021 12-07-2021 01-01-2022
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 Fouillering geschiedt door het aftasten van de kleding of het onderzoeken van afzonderlijke kledingstukken voor zover dat noodzakelijk is voor doeltreffende controle. 2 Fouillering wordt uitgevoerd door één of meer beveiligingsmedewerkers van hetzelfde geslacht als de passagier, tenzij de passagier uitdrukkelijk heeft ingestemd met fouillering door een beveiligingsmedewerker van het andere geslacht. 3 Fouillering vindt plaats in een afgezonderde ruimte indien de passagier of de betrokken beveiligingsmedewerker de voorkeur daarvoor kenbaar heeft gemaakt. 4 Fouillering vindt plaats in het bijzijn van een tweede beveiligingsmedewerker indien de passagier of de betrokken beveiligingsmedewerker de voorkeur daarvoor kenbaar heeft gemaakt. 5 Indien fouillering niet goed mogelijk blijkt of onvoldoende is om de aanwezigheid van verboden voorwerpen vast te stellen, wordt daarvan onverwijld mededeling gedaan aan de Koninklijke marechaussee. 2020 514 14-12-2020 01-12-2020 2021 370 22-07-2021 12-07-2021 01-01-2022
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 Nader onderzoek van handbagage geschiedt door handmatig onderzoek en zintuiglijke waarneming. 2 De beveiligingsmedewerker voert het nader onderzoek van de handbagage uit in aanwezigheid van de betrokken passagier. 3 De beveiligingsmedewerker opent bagage, pakt bagage uit en haalt of laat zaken uit de verpakking voor zover dit noodzakelijk is voor doeltreffende controle. 4 De beveiligingsmedewerker beproeft of de werkelijke functie van de bagage of van zaken daaruit overeenkomt met de functie die de uiterlijke verschijningsvorm doet vermoeden voor zover dit noodzakelijk is voor doeltreffende controle. 5 Het nader onderzoek vindt plaats in een afgezonderde ruimte indien de passagier of de betrokken beveiligingsmedewerker de voorkeur daarvoor kenbaar heeft gemaakt. 2003 1 09-01-2003 09-12-2002 2003 1 09-01-2003 09-12-2002 01-04-2003
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 De beveiligingsmedewerker verschaft een passagier op diens verzoek informatie met betrekking tot het beveiligingsonderzoek, tenzij het belang van doeltreffende controle zich daartegen verzet. 2020 514 14-12-2020 01-12-2020 2021 370 22-07-2021 12-07-2021 01-01-2022
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 Een beveiligingsmedewerker doet onverwijld mededeling aan de Koninklijke marechaussee van een onregelmatigheid bij de uitvoering van het beveiligingsonderzoek. 2 Van een onregelmatigheid is in ieder geval sprake indien: a. een passagier weigert zichzelf of zijn bagage aan controle te onderwerpen, b. de veiligheid van personen of goederen wordt bedreigd, c. verstoring van de openbare orde dreigt, d. artikel 2 3 van de Opiumwet middelen als bedoeld inofworden aangetroffen of e. er aanwijzingen zijn dat door een te controleren of gecontroleerde passagier een strafbaar feit is, wordt of zal worden gepleegd. 2020 514 14-12-2020 01-12-2020 2021 370 22-07-2021 12-07-2021 01-01-2022
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 1 artikel 37h, eerste lid, onder d Indien het beveiligingsonderzoek een bevraging als bedoeld inomvat, bevraagt de beveiligingsmedewerker passagiers met inachtneming van de in het maatschappelijk verkeer algemeen aanvaarde omgangsvormen. 2 De beveiligingsmedewerker beperkt de bevraging tot onderwerpen die kunnen dienen tot het opleveren van aanwijzingen met betrekking tot de betrouwbaarheid van de passagier. 2020 514 14-12-2020 01-12-2020 2021 370 22-07-2021 12-07-2021 01-01-2022
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 Paragraaf 2 is van overeenkomstige toepassing op: a. artikel 37b, vijfde lid, van de wet controle van personen en voorwerpen als bedoeld in; b. artikel 37hd van de wet verdergaande controle als bedoeld in; c. artikel 37f, tweede lid 37h, derde lid, van de wet controle van de identiteit van personen en de rechtmatigheid van hun aanwezigheid op het luchtvaartterrein als bedoeld in, en. 2020 514 14-12-2020 01-12-2020 2021 370 22-07-2021 12-07-2021 01-01-2022
Artikel 11a — Artikel 11a#
Artikel 11a Vervallen 2020 514 14-12-2020 01-12-2020 2021 370 22-07-2021 12-07-2021 01-01-2022
Artikel 11b — Artikel 11b#
Artikel 11b 1 artikel 37o, eerste lid, onderdeel c, van de wet De erkenning als erkend leverancier van vluchtbenodigdheden, genoemd in, geldt voor een periode van vijf jaar, gerekend vanaf de dag volgend op de dag waarop de erkenning is verleend. 2 De erkenning kan onder voorwaarden of beperkingen worden verleend. 2020 514 14-12-2020 01-12-2020 2021 370 22-07-2021 12-07-2021 01-01-2022
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 1 Artikel 5, tweede en derde lid artikelen 7 tot en met 9 en dezijn van overeenkomstige toepassing op het beveiligingsonderzoek van ruimbagage. 2 artikel 7, tweede lid In afwijking van het eerste lid is, niet van toepassing indien de passagier zich voor zover redelijkerwijs valt na te gaan kennelijk niet op het luchtvaartterrein bevindt. 2020 514 14-12-2020 01-12-2020 2021 370 22-07-2021 12-07-2021 01-01-2022
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 1 artikel 37h, tweede lid, onder b, van de wet Voorafgaand aan het nader onderzoek naar de inhoud van ruimbagage, bedoeld invraagt de beveiligingsmedewerker de passagier te bevestigen dat de desbetreffende ruimbagage hem toebehoort en verzoekt hem deze zelf te openen. 2 Het eerste lid is niet van toepassing indien de passagier zich voor zover redelijkerwijs valt na te gaan kennelijk niet op het luchtvaartterrein bevindt. 2020 514 14-12-2020 01-12-2020 2021 370 22-07-2021 12-07-2021 01-01-2022
Artikel 13a — Artikel 13a#
Artikel 13a 1 De erkend agent, bekende afzender en vaste afzender doen onverwijld mededeling aan de commandant van de Koninklijke marechaussee van een onregelmatigheid bij de uitvoering van de beveiligingscontrole of het beveiligingsonderzoek van vracht of post. 2 Indien de vracht of post zich bij de beveiligingscontrole of het beveiligingsonderzoek niet bevindt op een terrein waar de Koninklijke marechaussee is belast met de uitvoering van de politietaak, wordt in afwijking van het eerste lid van een onregelmatigheid onverwijld mededeling gedaan aan de politie. 3 Van een onregelmatigheid is slechts sprake indien: a. verboden voorwerpen in of bij de vracht of post worden aangetroffen die niet overeenkomstig door Onze Minister vast te stellen regels of te geven aanwijzingen zijn verpakt, of b. blijkt dat de vracht of post de veiligheid van de burgerluchtvaart kan bedreigen als deze wordt vervoerd zoals kennelijk wordt beoogd. 2020 514 14-12-2020 01-12-2020 2021 370 22-07-2021 12-07-2021 01-01-2022
Artikel 13b — Artikel 13b#
Artikel 13b 1 artikel 37o, eerste lid, onderdeel a, van de wet De erkenning als erkend agent, genoemd in, geldt voor een periode van vijf jaar, gerekend vanaf de dag volgend op de dag waarop de erkenning is verleend. 2 artikel 37o, eerste lid, onderdeel b, van de wet De erkenning als bekende afzender, genoemd in, geldt voor een periode van vijf jaar, gerekend vanaf de dag volgend op de dag waarop de erkenning is verleend. 2020 514 14-12-2020 01-12-2020 2021 370 22-07-2021 12-07-2021 01-01-2022
Artikel 13c — Artikel 13c#
Artikel 13c artikel 37o, tweede lid, van de wet De erkenning als ACC3-luchtvaartmaatschappij, genoemd in, geldt voor een periode van vijf jaar, gerekend vanaf de dag volgend op de dag waarop de erkenning is verleend. 2020 514 14-12-2020 01-12-2020 2021 370 22-07-2021 12-07-2021 01-01-2022
Artikel 13d — Artikel 13d#
Artikel 13d 1 artikel 37o, eerste lid, onderdeel e, van de wet De erkenning als erkend agent derde land (RA3), als bedoeld in, geldt voor een periode van drie jaar, gerekend vanaf de dag volgend op de dag waarop de erkenning is verleend. 2 artikel 37o, eerste lid, onderdeel e, van de wet De erkenning als bekende afzender derde land (KC3), als bedoeld in, geldt voor een periode van drie jaar, gerekend vanaf de dag volgend op de dag waarop de erkenning is verleend. 2020 514 14-12-2020 01-12-2020 2021 370 22-07-2021 12-07-2021 01-01-2022
Artikel 13e — Artikel 13e#
Artikel 13e artikel 37o, eerste lid, onderdeel d, van de wet De erkenning als EU-luchtvaartbeveiligingsvalidateur, genoemd in, geldt voor een periode van vijf jaar, gerekend vanaf de dag volgend op de dag waarop de erkenning is verleend. 2020 514 14-12-2020 01-12-2020 2021 370 22-07-2021 12-07-2021 01-01-2022
Artikel 13f — Artikel 13f#
Artikel 13f artikelen 13b tot en met 13e De erkenningen, genoemd in de, kunnen onder voorwaarden of beperkingen worden verleend. 2020 514 14-12-2020 01-12-2020 2021 370 22-07-2021 12-07-2021 01-01-2022
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 Vervallen 2020 514 14-12-2020 01-12-2020 2021 370 22-07-2021 12-07-2021 01-01-2022
Artikel 14a — Artikel 14a#
Artikel 14a 1 artikel 37ada, eerste lid, van de wet De aanwijzing, bedoeld inomvat het vluchtnummer, de bestemming en het tijdstip van vertrek. 2 Naast de gegevens, bedoeld in het eerste lid, kan de aanwijzing een aanduiding omvatten van de stoelen in het luchtvaartuig die bestemd zijn voor de air marshals. 3 De luchtvaartmaatschappij wordt binnen een redelijke termijn schriftelijk in kennis gesteld van de aanwijzing. 4 Onze Minister kan de aanwijzing te allen tijde intrekken. 2020 514 14-12-2020 01-12-2020 2021 370 22-07-2021 12-07-2021 01-01-2022
Artikel 14b — Artikel 14b#
Artikel 14b 1 artikel 37ada van de wet De luchtvaartmaatschappij die in het kader van de toepassing vande beschikking krijgt over gegevens of inlichtingen waarvan zij het vertrouwelijke karakter kent of redelijkerwijs moet vermoeden, draagt ervoor zorg dat die gegevens en inlichtingen zijn beveiligd tegen kennisneming door onbevoegden. 2 Onze Minister kan nadere regels stellen ten aanzien van het eerste lid. 2020 514 14-12-2020 01-12-2020 2021 370 22-07-2021 12-07-2021 01-01-2022
Artikel 14c — Artikel 14c#
Artikel 14c Voor aanvang van de vlucht informeert de Koninklijke marechaussee de luchtvaartmaatschappij nader over de inzet van air marshals. 2007 319 13-09-2007 04-09-2007 2007 319 13-09-2007 04-09-2007 14-09-2007
Artikel 14d — Artikel 14d#
Artikel 14d 1 artikel 37ada van de wet Ten aanzien van het vervoer van air marshals ingevolgegelden tussen Onze Minister en de luchtvaartmaatschappij de voor het vervoer rechtens geldende dan wel gebruikelijke tarieven en voorwaarden. Bij gebreke van zowel rechtens geldende als gebruikelijke tarieven en voorwaarden, gelden de door Onze Minister vastgestelde tarieven en voorwaarden. 2 Onze Minister kan regels stellen ter aanvulling van de rechtens geldende of gebruikelijke tarieven en voorwaarden. 2020 514 14-12-2020 01-12-2020 2021 370 22-07-2021 12-07-2021 01-01-2022
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 1 Het opleidingsprogramma van een opleidingsinstelling is zodanig opgesteld dat op redelijke gronden mag worden verwacht dat een cursist na het met goed gevolg doorlopen van dit programma aan de eindtermen van de beveiligingsopleiding voldoet. 2 Het opleidingsprogramma bevat in ieder geval: a. de naam van de beveiligingsopleiding; b. de eindtermen van de beveiligingsopleiding; c. een inhoudelijke uitwerking van de eindtermen van de beveiligingsopleiding per lesonderdeel; d. de geschatte tijdsduur van de beveiligingsopleiding; e. een examenreglement met een beschrijving van de voorgestelde toetsing en examinering van selectie, kennis en vaardigheden, alsmede eventuele schriftelijke toetsen en antwoorden; f. de gehanteerde didactische methoden of opleidingsvormen; g. een beschrijving van de beoogde doelgroepen voor de beveiligingsopleiding; h. een voorbeeld van het certificaat of diploma dat de cursist bij het met goed gevolg afronden van de beveiligingsopleiding zal worden verstrekt. 3 verordening 300/2008 Bij regeling van Onze Minister kunnen, met het oog op de goede uitvoering van EG-, nadere regels worden gesteld omtrent de inhoud van het opleidingsprogramma. 2020 514 14-12-2020 01-12-2020 2021 370 22-07-2021 12-07-2021 01-01-2022
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 1 artikel 37rc van de wet De opleidingsinstelling biedt, al dan niet in samenwerking met een andere opleidingsinstelling die beschikt over een door Onze Minister overeenkomstiggoedgekeurd opleidingsprogramma, ten minste eens in het halfjaar een beveiligingsopleiding aan. 2 De opleidingsinstelling voert tenminste eens in de vijf jaar een evaluatie uit van de door haar gegeven beveiligingsopleidingen en doet de commandant van de Koninklijke marechaussee een schriftelijk verslag van deze evaluatie toekomen. 2020 514 14-12-2020 01-12-2020 2021 370 22-07-2021 12-07-2021 01-01-2022
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 1 De opleidingsinstelling houdt een uitgebreid programma ten aanzien van de interne kwaliteitscontrole van de opleidingsinstelling en haar instructeurs in stand. 2 artikel 22 De opleidingsinstelling beschikt over een actuele lijst van overeenkomstigerkende instructeurs die in dienst van of in opdracht van de opleidingsinstelling beveiligingsopleidingen verzorgen. 3 Bij regeling van Onze Minister kunnen eisen worden gesteld aan de interne kwaliteitscontrole van de opleidingsinstelling en haar instructeurs. 2020 514 14-12-2020 01-12-2020 2021 370 22-07-2021 12-07-2021 01-01-2022
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 De opleidingsinstelling maakt gebruik van een opleidingslocatie en overige onderwijsfaciliteiten die: a. passend zijn met het oog op de desbetreffende beveiligingsopleiding, en b. de kennisoverdracht op generlei wijze belemmeren, bemoeilijken of anderszins verstoren. 2020 514 14-12-2020 01-12-2020 2021 370 22-07-2021 12-07-2021 01-01-2022
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 1 Indien een beveiligingsopleiding informatie verschaft die met het oog op de beveiliging van de burgerluchtvaart niet publiek toegankelijk is, laat de opleidingsinstelling slechts personen tot deze beveiligingsopleiding toe die gerechtigd zijn om van deze informatie kennis te nemen. 2 Gerechtigd om kennis te nemen van informatie, als bedoeld in het eerste lid, is degene die: a. met goed gevolg een achtergrondcontrole heeft ondergaan, en b. de betreffende beveiligingsopleiding nodig heeft met het oog op het kunnen of kunnen blijven uitvoeren van een functie in de beveiliging van de burgerluchtvaart, of een ander legitiem belang heeft bij het volgen van de opleiding. 3 De opleidingsinstelling neemt passende maatregelen om te voorkomen dat personen die niet daartoe gerechtigd zijn, kennis kunnen nemen van de informatie, bedoeld in het eerste lid. 2020 514 14-12-2020 01-12-2020 2021 370 22-07-2021 12-07-2021 01-01-2022
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 1 De opleidingsinstelling doet onverwijld mededeling aan de commandant van de Koninklijke marechaussee van onregelmatigheden bij het uitvoeren van het opleidingsprogramma van een beveiligingsopleiding. 2 Van een onregelmatigheid is slechts sprake indien bij de uitvoering van het opleidingsprogramma van een beveiligingsopleiding zich een uitzonderlijke situatie voordoet of heeft voorgedaan, die een potentieel of actueel risico voor de beveiliging van de burgerluchtvaart vormt of heeft gevormd, of op het bestaan van een zodanig risico duidt. 3 Van een onregelmatigheid is in ieder geval sprake, indien: a. informatie die met het oog op de beveiliging van de burgerluchtvaart niet publiek toegankelijk is, bekend is gemaakt aan of toegankelijk geworden is voor personen die niet gerechtigd zijn van deze informatie kennis te nemen; b. valselijk opgemaakte of vervalste certificaten of diploma’s zijn vervaardigd; c. een cursist, gelet op diens gedragingen of uitingen tijdens de beveiligingsopleiding, mentaal of fysiek kennelijk niet in staat kan worden geacht een functie in de beveiliging van de burgerluchtvaart te kunnen vervullen. 2020 514 14-12-2020 01-12-2020 2021 370 22-07-2021 12-07-2021 01-01-2022
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 1 verordening 300/2008 Een beveiligingsopleiding die op grond van EG-slechts mag worden verzorgd door een gecertificeerde instructeur, wordt gegeven door een persoon die beschikt over een door Onze Minister verleende erkenning. 2 verordening 2015/1998 Op aanvraag van de betrokkene of van de organisatie waarvoor deze de beveiligingsopleiding zal verzorgen verleent Onze Minister de erkenning, indien hij ten aanzien van de betrokkene heeft vastgesteld dat deze overeenkomstig punt 11.5.1 van de bijlage bij EU-minstens: a. met goed gevolg een achtergrondcontrole heeft doorstaan; b. over vaardigheden op het gebied van instructietechnieken beschikt; c. vertrouwd is met de werkomgeving op het relevante terrein van luchtvaartbeveiliging; d. over vaardigheden beschikt op het gebied van de te onderwijzen beveiligingselementen. 3 De erkenning geldt voor een periode van vijf jaar, gerekend vanaf de dag volgend op de dag waarop de erkenning is verleend. 4 verordening 300/2008 Bij regeling van Onze Minister kunnen, met het oog op de goede uitvoering van EG-, nadere regels worden gesteld over de bekwaamheid en betrouwbaarheid die noodzakelijk is voor het geven van beveiligingsopleidingen en de wijze waarop deze bekwaamheid en betrouwbaarheid wordt vastgesteld. 2020 514 14-12-2020 01-12-2020 2021 370 22-07-2021 12-07-2021 01-01-2022
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 1 verordening 300/2008 Beveiligingstaken die op grond van EG-slechts mogen worden uitgevoerd door gecertificeerd personeel, worden uitgevoerd door personen die beschikken over een door Onze Minister verleende erkenning. 2 Op aanvraag van de betrokkene of van de organisatie waarvoor deze beveiligingstaken zal verrichten verleent Onze Minister de erkenning, indien hij heeft vastgesteld dat: a. de betrokkene met succes de relevante opleiding heeft gevolgd, en b. ook uit de over hem beschikbare en relevante indienstnamegegevens en andere gegevens blijkt dat de betrokkene mentaal en fysiek geschikt is voor zijn functie en over de nodige vaardigheden beschikt om de hem toegewezen taken op een aanvaardbaar niveau uit te voeren. 3 De erkenning geldt voor de volgende termijn, gerekend vanaf de dag volgend op de dag waarop de erkenning is verleend: a. drie jaar, voor personeel dat röntgen- of EDS-apparatuur bedient; b. vijf jaar, voor het overige personeel. 4 Op aanvraag van de betrokkene of van de organisatie, bedoeld in het tweede lid, verlengt Onze Minister de erkenning, indien hij heeft vastgesteld dat: a. de betrokkene met goed gevolg het examen heeft afgelegd van de voor de uitoefening van de hem toegewezen taken relevante opleiding, en b. ook uit het over hem aangelegde certificerings- of goedkeuringsdossier blijkt dat de betrokkene mentaal en fysiek geschikt is voor zijn functie en over de nodige vaardigheden beschikt om de hem toegewezen taken op een aanvaardbaar niveau uit te voeren. 5 artikel 37rf, eerste of derde lid, van de wet Onze Minister weigert de erkenning te verlenen of verlengen, indien ten aanzien van de betrokkene geen geldige verklaring als bedoeld inkan worden overgelegd. 6 verordening 300/2008 Bij regeling van Onze Minister kunnen, met het oog op de goede uitvoering van EG-, nadere regels worden gesteld omtrent de bekwaamheid die noodzakelijk is voor de uitoefening van de in het eerste lid bedoelde beveiligingstaken en de wijze waarop deze bekwaamheid wordt vastgesteld. 2020 514 14-12-2020 01-12-2020 2021 370 22-07-2021 12-07-2021 01-01-2022
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 artikelen 21, eerste lid 22, eerste lid artikel 5 van de Algemene wet erkenning EU-beroepskwalificaties Met de erkenning, genoemd in de, en, wordt gelijkgesteld een afgegeven erkenning als bedoeld in. 2020 514 14-12-2020 01-12-2020 2021 370 22-07-2021 12-07-2021 01-01-2022
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 artikelen 37acb, derde lid 37o, derde lid 37rb 37rc, eerste lid 37rd, tweede en vierde lid 37re, derde lid 76, eerste lid, onderdeel a, van de wet Dit besluit berust mede op de,,,,,en. 2020 514 14-12-2020 01-12-2020 2021 370 22-07-2021 12-07-2021 01-01-2022
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 Dit besluit treedt in werking op 1 april 2003. 2020 514 14-12-2020 01-12-2020 2021 370 22-07-2021 12-07-2021 01-01-2022 Voorheen art. 15.
Artikel 26 — Artikel 26#
Artikel 26 Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit beveiliging burgerluchtvaart. 2020 514 14-12-2020 01-12-2020 2021 370 22-07-2021 12-07-2021 01-01-2022 Voorheen art. 16.