Besluit van 27 mei 2003, houdende regels inzake regionale verwijzingscommissies, een regionaal zorgbudget en praktijkscholen met declaratiebekostiging in het voortgezet onderwijs en houdende wijzigingen van besluiten in verband met onder meer de bekostiging van leerwegondersteunend en praktijkonderwijs (Besluit RVC's, regionaal zorgbudget en praktijkscholen met declaratiebekostiging)
- BWB-id
- BWBR0015137
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- Geldigheid
- 2015-02-06 t/m 2015-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0015137
- ELI
- /eli/nl/amvb/2003/besluit-rvc-s-en-regionaal-zorgbudget
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/2003/besluit-rvc-s-en-regionaal-zorgbudget/2015-02-06
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0015137&g=2015-02-06
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0015137&z=2026-06-06&g=2015-02-06
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0015137/2015-02-06
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/2003/besluit-rvc-s-en-regionaal-zorgbudget
Artikel 1 — Artikel 1 Begripsbepalingen#
Artikel 1 Begripsbepalingen In dit besluit wordt verstaan onder: bevoegd gezag: artikel 1 van de wet bevoegd gezag als bedoeld in; indicatiestelling: beoordeling of een leerling toelaatbaar is tot praktijkonderwijs of is aangewezen op leerwegondersteunend onderwijs; intelligentiequotiënt: quotiënt dat de cognitieve capaciteiten van een leerling uitdrukt, vastgesteld op basis van scores op verbaal en op niet-verbaal gebied; leerachterstand: achterstand van een leerling in de domeinen technisch lezen, spellen, begrijpend lezen en inzichtelijk rekenen, gemeten op basis van didactische leeftijdseenheden (DLE) in relatie tot de didactische leeftijd (DL) op het moment van toetsing; leerling-dossier: artikel 4, eerste lid, onderdelen a tot en met e artikel 4a, vierde lid dossier dat over een leerling de gegevens bevat, bedoeld in, of; leerwegondersteunend onderwijs: artikel 10e van de wet onderwijs als bedoeld in; m.a.v.o.: artikel 9 van de wet middelbaar algemeen voortgezet onderwijs als bedoeld in; Onze Minister: Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en, voor wat betreft het onderwijs op het gebied van landbouw, natuurlijke omgeving en voedsel, Onze Minister van Economische Zaken; ouders: ouders, voogden of verzorgers; praktijkonderwijs: artikel 10f van de wet onderwijs als bedoeld in; regionaal zorgbudget: artikel 77, vierde lid, van de wet budget als bedoeld in; regionale verwijzingscommissie: artikel 10g van de wet regionale verwijzingscommissie als bedoeld in; samenwerkingsverband: artikel 1 van de wet samenwerkingsverband als bedoeld in; school: artikel 10h van de wet school of scholengemeenschap als bedoeld in; sociaal-emotionele problematiek: problematiek als gevolg van het sociaal-emotioneel functioneren van een leerling waardoor het onderwijsleerproces substantieel wordt belemmerd; v.b.o.: artikel 10a van de wet voorbereidend beroepsonderwijs als bedoeld in; v.m.b.o.: artikel 21 van de wet voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs als bedoeld in, en wet: Wet op het voortgezet onderwijs . 2014 95 06-03-2014 12-02-2014 2014 182 30-05-2014 15-05-2014 01-08-2014
Artikel 2 — Artikel 2 Samenstelling regionale verwijzingscommissie#
Artikel 2 Samenstelling regionale verwijzingscommissie 1 Een regionale verwijzingscommissie bestaat uit een voorzitter, die tevens lid is, en ten minste twee andere leden. Tot de leden behoren in ieder geval een diagnostisch geschoold psycholoog of diagnostisch geschoold orthopedagoog en een deskundige op het terrein van v.b.o., m.a.v.o. en v.m.b.o.. 2 De leden van een regionale verwijzingscommissie behoren niet tot het bevoegd gezag van een school voor praktijkonderwijs of van een school waaraan leerwegondersteunend onderwijs wordt verzorgd waarvoor de commissie beschikkingen opstelt en zijn niet werkzaam bij of voor een dergelijke school. 3 Een regionale verwijzingscommissie wordt bijgestaan door een secretaris. 2008 298 24-07-2008 29-05-2008 2008 299 24-07-2008 11-07-2008 01-08-2008
Artikel 3 — Artikel 3 Werkwijze van en gegevensverstrekking aan RVC; informatie aan ouders#
Artikel 3 Werkwijze van en gegevensverstrekking aan RVC; informatie aan ouders 1 Wet op het primair onderwijs Wet op de expertisecentra Het bevoegd gezag dient de aanvraag voor indicatiestelling voor een leerling die rechtstreeks afkomstig is van een school of instelling als bedoeld in deof deof van het eerste leerjaar van een school voor voortgezet onderwijs in bij de regionale verwijzingscommissie die werkzaam is voor het samenwerkingsverband waarvan de school deel uitmaakt. 2 Het bevoegd gezag maakt bij de aanvraag gebruik van een door de regionale verwijzingscommissie ter beschikking gesteld aanmeldingsformulier en voegt bij de aanvraag een leerling-dossier. 3 Het bevoegd gezag verstrekt een afschrift van het bij de regionale verwijzingscommissie ingediende aanmeldingsformulier en een mondelinge toelichting daarop aan de ouders van de leerling. 4 artikel 4, eerste lid, onderdelen b tot en met d artikel 4, eerste lid, onderdelen c en d Bij de samenstelling van het leerling-dossier hanteert het bevoegd gezag voor de gegevens, bedoeld in, de jaarlijks voor 1 oktober bij ministeriële regeling op voorstel van de voorzitters van de regionale verwijzingscommissies vastgestelde screenings- of testinstrumenten. De testinstrumenten voor de gegevens, bedoeld in, worden toegepast onder verantwoordelijkheid van een diagnostisch geschoold psycholoog of diagnostisch geschoold orthopedagoog. 5 De regionale verwijzingscommissie deelt binnen twee weken na ontvangst van de aanvraag schriftelijk aan het bevoegd gezag mee of de aanvraag volledig is. Bij de beoordeling of de aanvraag volledig is, wordt de vraag betrokken of de school de in het vierde lid bedoelde screenings- en testinstrumenten heeft toegepast. 6 Indien het leerling-dossier niet volledig is, vermeldt de regionale verwijzingscommissie in de mededeling, bedoeld in het vijfde lid, welke gegevens ontbreken en stelt zij het bevoegd gezag eenmaal in de gelegenheid het leerling-dossier binnen een in de mededeling genoemde termijn te completeren. Voor aanvragen die betrekking hebben op leerlingen die vanuit het primair onderwijs of het speciaal of voortgezet speciaal onderwijs instromen in het eerste leerjaar van het voortgezet onderwijs en welke aanvragen zijn ontvangen in de periode vanaf 1 september tot 1 oktober, is de in de eerste volzin bedoelde termijn één week na ontvangst van de mededeling, bedoeld in het vijfde lid. 7 Indien het leerling-dossier volledig is, registreert de regionale verwijzingscommissie de voor de indicatiestelling relevante gegevens. 8 Voor het afgeven van een beschikking omtrent de indicatiestelling wordt het leerling-dossier beoordeeld door ten minste drie leden van de regionale verwijzingscommissie. 9 artikel 10e, vierde lid, eerste volzin, en vijfde lid, eerste volzin artikel 10g, tweede lid, eerste volzin, en zevende lid, tweede volzin, van de wet artikel 10e, vierde lid, derde volzin artikel 10g, zevende lid, eerste volzin, van de wet Het bevoegd gezag verstrekt onverwijld een afschrift van de beschikking, bedoeld in, enen het advies, bedoeld in, juncto, alsmede een mondelinge toelichting op de beschikking en het advies aan de ouders van de leerling. 10 De regionale verwijzingscommissie zendt nadat de beschikking op de aanvraag is gegeven en aan de informatieplicht jegens de inspectie van het onderwijs is voldaan, alle bescheiden die zij ten behoeve van de uitoefening van haar taak heeft ontvangen terug aan het desbetreffende bevoegd gezag. 2005 313 28-06-2005 23-05-2005 2005 363 21-07-2005 05-07-2005 01-08-2005
Artikel 3a — Artikel 3a Inzet regionaal zorgbudget#
Artikel 3a Inzet regionaal zorgbudget Het samenwerkingsverband verdeelt het regionaal zorgbudget over de scholen binnen het samenwerkingsverband overeenkomstig het ondersteuningsplan. 2014 95 06-03-2014 12-02-2014 2014 182 30-05-2014 15-05-2014 01-08-2014
Artikel 4 — Artikel 4 Beoordelingscriteria regionale verwijzingscommissie#
Artikel 4 Beoordelingscriteria regionale verwijzingscommissie 1 artikel 3 Een regionale verwijzingscommissie baseert per aanvraag als bedoeld inde beschikking over de indicatiestelling uitsluitend op: a. artikel 10e, vierde lid 10g, tweede lid, van de wet de door het bevoegd gezag gegeven motivering die gebaseerd is op ervaringen met de leerling in het onderwijsleerproces, zoals die onder meer blijken uit het onderwijskundig rapport, bedoeld in, en, b. de leerachterstand van de leerling, c. het intelligentiequotiënt van de leerling, en d. indien dat noodzakelijk is voor het vormen van een oordeel, de resultaten van een of meer persoonlijkheidsonderzoeken met betrekking tot prestatiemotivatie, faalangst en emotionele instabiliteit die een beeld geven van de sociaal-emotionele problematiek van de leerling in relatie tot de leerprestaties, en e. indien het een aanvraag voor praktijkonderwijs betreft: de zienswijze van de ouders. 2 Wet op het primair onderwijs Wet op de expertisecentra De leerachterstand van de leerling is de uitkomst van 1 minus (DLE/DL), waarin DLE de afkorting is van didactische leeftijdseenheden en het aantal maanden onderwijs is dat behoort bij het niveau dat de leerling feitelijk heeft bereikt en DL de afkorting is van didactische leeftijd en het aantal maanden is dat een leerling vanaf groep 3 in de perioden van september tot en met juni was ingeschreven bij een school als bedoeld in deof de. 3 De regionale verwijzingscommissie wijst de aanvraag voor praktijkonderwijs uitsluitend toe, indien de leerling: a. een intelligentiequotiënt heeft binnen de bandbreedte van 55 tot en met 80, en b. een leerachterstand heeft op tenminste twee van de vier domeinen inzichtelijk rekenen, begrijpend lezen, technisch lezen en spellen, ten minste één van deze twee domeinen inzichtelijk rekenen of begrijpend lezen betreft en deze leerachterstand gelijk is aan of groter is dan 0,5. 4 De regionale verwijzingscommissie wijst de aanvraag voor leerwegondersteunend onderwijs uitsluitend toe, indien de leerling: a. 1°. een intelligentiequotiënt heeft binnen de bandbreedte 75 tot en met 90, en 2°. een leerachterstand heeft op tenminste twee van de vier domeinen inzichtelijk rekenen, begrijpend lezen, technisch lezen en spellen, ten minste één van deze twee domeinen inzichtelijk rekenen of begrijpend lezen betreft en deze leerachterstand is gelegen binnen de bandbreedte van 0,25 tot 0,5, of b. 1° een intelligentiequotiënt heeft binnen de bandbreedte 91 tot en met 120, en 2°. een leerachterstand heeft op tenminste twee van de vier domeinen inzichtelijk rekenen, begrijpend lezen, technisch lezen en spellen, ten minste één van deze twee domeinen inzichtelijk rekenen of begrijpend lezen betreft en deze leerachterstand is gelegen binnen de bandbreedte van 0,25 tot 0,5, en 3°. een sociaal-emotionele problematiek heeft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d. 5 Voor een leerling die wat intelligentiequotiënt of leerachterstand betreft, voldoet aan de vereisten voor indicatiestelling voor praktijkonderwijs en die wat de overige vereisten betreft voldoet aan de vereisten voor indicatiestelling voor leerwegondersteunend onderwijs, kan een beschikking omtrent indicatiestelling voor praktijkonderwijs of voor leerwegondersteunend onderwijs worden afgegeven, afhankelijk van de door het bevoegd gezag gegeven motivering, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a. 2005 313 28-06-2005 23-05-2005 2005 363 21-07-2005 05-07-2005 01-08-2005
Artikel 4a — Artikel 4a Aanvragen en beschikkingen t.b.v. bijzondere groepen van leerlingen#
Artikel 4a Aanvragen en beschikkingen t.b.v. bijzondere groepen van leerlingen 1 artikel 10g, vijfde lid, van de wet Op grond vankan het bevoegd gezag van een school voor praktijkonderwijs een aanvraag tot indicatiestelling bij een regionale verwijzingscommissie indienen voor een leerling voor wie naar het oordeel van dat bevoegd gezag het zorg- en onderwijsaanbod van het praktijkonderwijs het beste aansluit bij de behoeften van deze leerling en die: a. het voorbereidend beroepsonderwijs of het middelbaar algemeen voortgezet onderwijs bezoekt en op leerwegondersteunend onderwijs is aangewezen, met: 1°. artikel 4 scores op de criteria, bedoeld in, in het grensvlak van het leerwegondersteunend onderwijs en praktijkonderwijs, 2°. naar het oordeel van het bevoegd gezag een toegenomen problematiek nadat de beslissing is genomen dat de leerling op leerwegondersteunend onderwijs is aangewezen, of 3°. naar het oordeel van het bevoegd gezag een stapeling van andersoortige problematiek dan wordt beoordeeld in het onderzoek of de leerling is aangewezen op leerwegondersteunend onderwijs of praktijkonderwijs, dan wel b. artikel 1 van de wet artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs beschikt over een toelaatbaarheidsverklaring voor het speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs van een samenwerkingsverband als bedoeld inofdan wel een ontwikkelingsperspectief en die: 1. artikel 4, derde lid artikel 3, vierde lid voldoet aan het intelligentiequotiëntcriterium of leerachterstandscriterium voor toelating tot het praktijkonderwijs, bedoeld in, blijkens gegevens die gebaseerd zijn op screenings- of testinstrumenten als bedoeld in, of 2. naar het oordeel van het bevoegd gezag, ongeacht een dergelijk intelligentiequotiënt of een dergelijke leerachterstand, een zodanige problematiek heeft dat toelaatbaarheid tot het praktijkonderwijs geboden is. 2 Het bevoegd gezag dient een aanvraag tot indicatiestelling voor praktijkonderwijs voor een leerling als bedoeld in het eerste lid in bij de regionale verwijzingscommissie. 3 De regionale verwijzingscommissie baseert de beschikking over de indicatiestelling uitsluitend op de volgende, bij de aanvraag gevoegde, gegevens: a. een kopie van de beslissing dat de leerling is aangewezen op leerwegondersteunend onderwijs, of een kopie van de toelaatbaarheidsverklaring voor het speciaal onderwijs of het voortgezet speciaal onderwijs dan wel het ontwikkelingsperspectief, b. de op schrift gestelde zienswijze en instemming van de ouders, c. een advies van de permanente commissie leerlingenzorg van het samenwerkingsverband waar de verwijzende school voor voorbereidend beroepsonderwijs of voor middelbaar algemeen voortgezet onderwijs aan deelneemt, of van het samenwerkingsverband van de school voor praktijkonderwijs voor leerlingen die niet afkomstig zijn van het voorbereidend beroepsonderwijs of als middelbaar algemeen voortgezet onderwijs, d. een motivering waaruit blijkt dat de leerling behoort tot een doelgroep bedoeld in het eerste lid, en e. een leerling-dossier. 4 Het leerling-dossier bevat in elk geval: 1°. het ontwikkelingsperspectief of de onderwijskundige rapportage over de leerling, 2°. een beschrijving van de activiteiten van het verwijzende bevoegd gezag in het kader van de begeleiding van de leerling, en van de resultaten van die activiteiten, 3°. een document dat aangeeft welke externe deskundigen voor advies of hulp zijn ingeschakeld bij de begeleiding van de leerling, 4°. een beschrijving van de risico’s die zich naar verwachting zullen voordoen indien de leerling voorbereidend beroepsonderwijs, middelbaar algemeen voortgezet onderwijs, speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs blijft volgen, en 5°. mogelijk relevante test- en toetsgegevens. 5 Artikel 3, derde, vijfde, zesde, zevende, negende en tiende lid , is van overeenkomstige toepassing. 2014 510 17-12-2014 02-12-2014 2015 41 05-02-2015 26-01-2015 06-02-2015 01-08-2014
Artikel 5 — Artikel 5 Subsidie regionale verwijzingscommissie#
Artikel 5 Subsidie regionale verwijzingscommissie 1 Voor de werkzaamheden van een regionale verwijzingscommissie verstrekt Onze Minister een subsidie bestaande uit een vast bedrag per regionale verwijzingscommissie en een bedrag dat wordt berekend aan de hand van het aantal leerlingen. Het vaste bedrag en het bedrag per leerling worden jaarlijks bij ministeriële regeling vastgesteld. 2 artikel 7 van het Bekostigingsbesluit WVO Het in het eerste lid bedoelde aantal leerlingen is het aantal leerlingen, bedoeld in, die op 1 oktober voorafgaand aan het kalenderjaar waarvoor de subsidie wordt verstrekt, staan ingeschreven voor het derde en vierde leerjaar v.b.o., m.a.v.o. of v.m.b.o. van de scholen behorend tot de samenwerkingsverbanden waarvoor de regionale verwijzingscommissie werkzaam is. Een leerling telt slechts eenmaal mee bij de berekening van de subsidie. 3 De op grond van het eerste en tweede lid berekende subsidie wordt in april van het desbetreffende kalenderjaar, via de rekening van de schoolbegeleidingsdienst waaraan de regionale verwijzingscommissie is gekoppeld, betaalbaar gesteld. Onze Minister verstrekt een voorschot op de subsidie ter grootte van het op grond van het eerste en tweede lid berekende bedrag in april van het kalenderjaar waarop de subsidie betrekking heeft. 4 artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek De regionale verwijzingscommissie zendt Onze Minister voor 1 juli volgend op het kalenderjaar waarvoor de subsidie wordt verstrekt een financieel verslag waarin de werkelijke uitgaven worden verantwoord. Het financieel verslag gaat vergezeld van een verklaring van een accountant als bedoeld in, waaruit de rechtmatigheid van de bestedingen blijkt. 5 Na de vaststelling van de subsidie worden niet rechtmatig bestede gelden teruggevorderd. 6 Verrekening van niet bestede gelden en overschotten vindt niet plaats gedurende de doorlopende periode waarin Onze Minister een subsidie ten behoeve van de regionale verwijzingscommissie verstrekt. Na afloop van deze periode worden niet bestede gelden of overschotten opgenomen in de eindafrekening als schuld aan Onze Minister. 2013 338 17-09-2013 30-08-2013 2013 452 14-11-2013 04-11-2013 01-01-2014
Artikel 6 — Artikel 6 Berekening van het regionaal zorgbudget#
Artikel 6 Berekening van het regionaal zorgbudget artikel 7 van het Bekostigingsbesluit WVO Het regionaal zorgbudget wordt berekend door een jaarlijks bij ministeriële regeling te bepalen bedrag te vermenigvuldigen met het aantal leerlingen, bedoeld in, dat staat ingeschreven op de scholen binnen het samenwerkingsverband. Bij ministeriële regeling kunnen tot 1 januari 2017 regels worden gesteld voor de berekening van het regionaal zorgbudget, welke regels kunnen afwijken van het bepaalde in de eerste volzin. Een leerling telt slechts eenmaal mee voor de berekening van de bekostiging. 2014 95 06-03-2014 12-02-2014 2014 182 30-05-2014 15-05-2014 01-08-2014
Artikel 7 — Artikel 7 Betaling regionaal zorgbudget#
Artikel 7 Betaling regionaal zorgbudget Onze Minister betaalt het regionaal zorgbudget aan het samenwerkingsverband. 2014 95 06-03-2014 12-02-2014 2014 182 30-05-2014 15-05-2014 01-08-2014
Artikel 8 — Artikel 8 Aanvraag van het regionaal zorgbudget#
Artikel 8 Aanvraag van het regionaal zorgbudget Vervallen 2014 95 06-03-2014 12-02-2014 2014 182 30-05-2014 15-05-2014 01-08-2014
Artikel 9 — Artikel 9 Inwerkingtreding#
Artikel 9 Inwerkingtreding Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen en onderdelen van artikelen verschillend kan worden vastgesteld. Indien het koninklijk besluit dat de inwerkingtreding van dit besluit bevat, wordt uitgegeven na 31 juli 2003, kan dat koninklijk besluit bepalen dat dit besluit of de verschillende artikelen en onderdelen van artikelen daarvan, in werking treedt met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het koninklijk besluit wordt geplaatst, en terugwerkt tot en met 1 augustus 2003. 2006 49 07-02-2006 19-01-2006 2006 49 07-02-2006 19-01-2006 01-08-2006 Voorheen artikel 83. 2006 49 07-02-2006 19-01-2006 2006 49 07-02-2006 19-01-2006 01-08-2006 Artikel V van Stb. 2006/49 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 10 — Artikel 10 Citeertitel#
Artikel 10 Citeertitel Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit RVC's en regionaal zorgbudget. 2006 49 07-02-2006 19-01-2006 2006 49 07-02-2006 19-01-2006 01-08-2006 Voorheen artikel 84. 2006 49 07-02-2006 19-01-2006 2006 49 07-02-2006 19-01-2006 01-08-2006 Artikel V van Stb. 2006/49 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.