Besluit van 4 april 2003, houdende de vaststelling van de vergoedingen van de leden van de Raad voor strafrechtstoepassing en jeugdbescherming (Tijdelijk besluit vergoedingen Raad voor strafrechtstoepassing en jeugdbescherming)
- BWB-id
- BWBR0014919
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Veiligheid en Justitie
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2021-01-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0014919
- ELI
- /eli/nl/amvb/2003/besluit-vergoedingen-raad-voor-strafrechtstoepassing-en-jeug
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/2003/besluit-vergoedingen-raad-voor-strafrechtstoepassing-en-jeug/2021-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0014919&g=2021-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0014919&z=2026-06-06&g=2021-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0014919/2021-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/2003/besluit-vergoedingen-raad-voor-strafrechtstoepassing-en-jeug
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 1 In dit besluit wordt verstaan onder: a. Raad: de Raad voor strafrechtstoepassing en jeugdbescherming; b. wet: Instellingswet Raad voor strafrechtstoepassing en jeugdbescherming 2015 de; c. ondervoorzitter: artikel 4, eerste lid, van de wet de ondervoorzitter, bedoeld in; d. leden: artikel 4, eerste lid, van de wet de leden,bedoeld in; e. buitengewone leden: artikel 4, tweede lid, van de wet de buitengewone leden, bedoeld in; f. voorzitter van de Raad: artikel 4, eerste lid, van de wet de voorzitter van de Raad, bedoeld in; g. voorzitter van de Afdeling rechtspraak: artikel 27, eerste lid, van de wet de voorzitter van de Afdeling rechtspraak, bedoeld in; h. beroepscommissie: commissie aan wie de rechtsprekende taak van de Raad is opgedragen; i. vergadering: een bijeenkomst van leden of buitengewone leden van de Afdeling rechtspraak ten behoeve van werkzaamheden in het kader van de taakuitoefening door de Raad, op uitnodiging van of namens de voorzitter van de Afdeling rechtspraak; j. arbeidsduur: een arbeidsduur welke gemiddeld zesendertig werkuren per week omvat; k. arbeidsduurfactor: de breuk, waarvan de teller bestaat uit de voor het lid vastgestelde arbeidsduur en de noemer bestaat uit het getal 36. 2 artikel 8 van de Instellingswet Raad voor strafrechtstoepassing en jeugdbescherming 2015 Dit besluit berust op. 2020 457 18-11-2020 30-10-2020 2020 458 18-11-2020 30-10-2020 01-01-2021 Abusievelijk is een wijziging geformuleerd die niet kan worden doorgevoerd.
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 artikel 7, tweede lid, van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren De vergoeding per maand aan de voorzitter van de Raad is gelijk aan het salaris behorende bij de ambten die inin categorie 4 zijn ingedeeld. Indien de voorzitter is aangesteld voor een minder dan volledige arbeidsduur, ontvangt hij een vergoeding overeenkomstig de eerste volzin, vermenigvuldigd met de voor hem geldende arbeidsduurfactor. 2 artikel 7, tweede lid, van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren De vergoeding per maand aan de voorzitter van de Afdeling rechtspraak is gelijk aan het salaris behorende bij de ambten die inin categorie 4 zijn ingedeeld. Indien de voorzitter van de Afdeling rechtspraak is aangesteld voor een minder dan volledige arbeidsduur, ontvangt hij een vergoeding overeenkomstig de eerste volzin, vermenigvuldigd met de voor hem geldende arbeidsduurfactor. 3 artikel 7, tweede lid, van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren De vergoeding per maand aan de ondervoorzitter is gelijk aan het salaris behorende bij de ambten die inin categorie 4 is ingedeeld. Indien de ondervoorzitter is aangesteld voor een minder dan volledige arbeidsduur, ontvangt hij een vergoeding overeenkomstig de eerste volzin, vermenigvuldigd met de voor hem geldende arbeidsduurfactor. 2020 525 16-12-2020 08-12-2020 2020 525 16-12-2020 08-12-2020 17-12-2020 01-09-2020
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 artikel 2 artikel 7, tweede lid, van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren De vergoeding voor de leden die niet op basis vaneen vergoeding ontvangen is gelijk aan het salaris behorende bij de ambten die inin categorie 6 zijn ingedeeld. Indien het lid is aangesteld voor een minder dan volledige arbeidsduur, ontvangt hij een vergoeding overeenkomstig de eerste volzin, vermenigvuldigd met de voor hem geldende arbeidsduurfactor. 2020 525 16-12-2020 08-12-2020 2020 525 16-12-2020 08-12-2020 17-12-2020 01-09-2020
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 artikel 7, tweede lid, van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren De buitengewone leden ontvangen voor het deelnemen aan een vergadering 3% van het salaris behorende bij de ambten die inin categorie 6 zijn ingedeeld. 2 artikel 7, tweede lid, van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren De buitengewone leden die deel uitmaken van een beroepscommissie ontvangen per zitting 4,5% van het salaris behorende bij de ambten die inin categorie 6 zijn ingedeeld. 3 Bij de afdoening van beroepszaken in een uitsluitend schriftelijke procedure wordt voor de afdoening van 15 beroepszaken een vergoeding toegekend van gelijke hoogte als de vergoeding voor één zitting als bedoeld in het tweede lid. 4 Bij de behandeling van verzoeken tot schorsing wordt voor de behandeling van 20 schorsingsverzoeken een vergoeding toegekend van gelijke hoogte als de vergoeding voor één zitting, bedoeld in het tweede lid. 5 Het buitengewoon lid dat als voorzitter van een beroepscommissie optreedt, ontvangt per zitting een vergoeding van 125% van het in het tweede lid bedoelde bedrag. 2020 525 16-12-2020 08-12-2020 2020 525 16-12-2020 08-12-2020 17-12-2020 01-09-2020
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 Vervallen 2020 525 16-12-2020 08-12-2020 2020 525 16-12-2020 08-12-2020 17-12-2020 01-09-2020
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 Vervallen 2020 525 16-12-2020 08-12-2020 2020 525 16-12-2020 08-12-2020 17-12-2020 01-09-2020
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 De leden en de buitengewone leden hebben recht op vergoeding wegens reis- en verblijfkosten in het binnenland en buitenland overeenkomstig hetgeen is overeengekomen in de laatstelijk afgesloten collectieve arbeidsovereenkomst voor ambtenaren die krachtens een arbeidsovereenkomst met de Staat werkzaam zijn. 2020 525 16-12-2020 08-12-2020 2020 525 16-12-2020 08-12-2020 17-12-2020 01-09-2020
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 Artikel 3 artikel 16, eerste lid, van de wet is van overeenkomstige toepassing op de vergoeding van de werkzaamheden van personen als bedoeld in. 2020 457 18-11-2020 30-10-2020 2020 458 18-11-2020 30-10-2020 01-01-2021 Abusievelijk is een wijziging geformuleerd die niet kan worden doorgevoerd.
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 Vervallen 2020 525 16-12-2020 08-12-2020 2020 525 16-12-2020 08-12-2020 17-12-2020 01-09-2020
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2003. 2009 228 04-06-2009 26-05-2009 2009 228 04-06-2009 26-05-2009 01-08-2009 01-01-2009 Voorheen art. 9.
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit vergoedingen Raad voor strafrechtstoepassing en jeugdbescherming. 2009 228 04-06-2009 26-05-2009 2009 228 04-06-2009 26-05-2009 01-08-2009 01-01-2009 Voorheen art. 10.