Besluit van 18 juni 2003, houdende opheffing van het Bedrijfschap voor de Handel in Tuinbouwzaden
- BWB-id
- BWBR0015247
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Sociale Zaken en Werkgelegenheid
- Geldigheid
- 2003-10-01 t/m 2014-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0015247
- ELI
- /eli/nl/amvb/2003/opheffingsbesluit-bedrijfschap-voor-de-handel-in-tuinbouwzad
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/2003/opheffingsbesluit-bedrijfschap-voor-de-handel-in-tuinbouwzad/2003-10-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0015247&g=2003-10-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0015247&z=2026-06-06&g=2003-10-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0015247/2003-10-01
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/2003/opheffingsbesluit-bedrijfschap-voor-de-handel-in-tuinbouwzad
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In dit besluit en de daarop rustende bepalingen wordt verstaan onder: a. Onze Minister: de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid; b. de raad: de Sociaal-Economische Raad; c. het bedrijfschap: het Bedrijfschap voor de handel in Tuinbouwzaden. 2003 371 30-09-2003 18-06-2003 2003 371 30-09-2003 18-06-2003 01-10-2003
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 Het bedrijfschap is opgeheven. 2 De door het bedrijfschap vastgestelde verordeningen en andere besluiten, voor zover nog van kracht bij de inwerkingtreding van dit besluit, vervallen. 2003 371 30-09-2003 18-06-2003 2003 371 30-09-2003 18-06-2003 01-10-2003
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 Vanaf de inwerkingtreding van dit besluit berust het beheer van het vermogen van het bedrijfschap bij de raad. 2 Rechtsvorderingen welke tot het vermogen van het bedrijfschap behorende rechten of verplichtingen tot onderwerp hebben, worden ingesteld door of tegen de raad. 2003 371 30-09-2003 18-06-2003 2003 371 30-09-2003 18-06-2003 01-10-2003
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 De raad is belast met de vereffening van het vermogen van het bedrijfschap. De raad kan daartoe de tot het vermogen behorende roerende en onroerende zaken vervreemden. 2 De raad stelt met het oog op de vereffening een boedelbeschrijving op. De raad stelt tevens de rekening van inkomsten en uitgaven van het bedrijfschap vast over het tijdvak, aanvangende op de eerste januari van het jaar volgende op het kalenderjaar waarover laatstelijk een rekening van inkomsten en uitgaven door het bestuur van het bedrijfschap is vastgesteld, en eindigend op de dag van inwerkingtreding van dit besluit. 3 De boedelbeschrijving en de rekening van inkomsten en uitgaven, bedoeld in het tweede lid, behoeven de instemming van Onze Minister. De instemming van Onze Minister met de rekening van inkomsten en uitgaven strekt tot décharge van het dagelijks bestuur van het bedrijfschap, behoudens het geval van later gebleken valsheid in bewijsstukken of andere onregelmatigheden. 2003 371 30-09-2003 18-06-2003 2003 371 30-09-2003 18-06-2003 01-10-2003
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 De raad maakt het tijdstip van de aanvang van de vereffening bekend in de Staatscourant en in het Mededelingenblad Bedrijfsorganisatie, alsmede in de daartoe naar zijn oordeel in aanmerking komende nieuwsbladen, onder vermelding van de afkondiging van dit besluit. 2 In de bekendmaking worden degenen die een vordering op het bedrijfschap hebben, opgeroepen die vordering binnen een daarbij aangegeven termijn bij de raad in te dienen. Deze termijn wordt niet korter gesteld dan twee maanden, te rekenen vanaf de dag van bekendmaking. 2003 371 30-09-2003 18-06-2003 2003 371 30-09-2003 18-06-2003 01-10-2003
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 Zo spoedig mogelijk nadat de raad het vermogen van het bedrijfschap heeft vereffend, brengt de raad daarover aan Onze Minister verslag uit. Het verslag gaat vergezeld van een door de raad vastgestelde rekening van inkomsten en uitgaven. 2 De vaststelling van het vereffeningsverslag en van de rekening van inkomsten en uitgaven betreffende de vereffening kan slechts plaatsvinden nadat de ontwerpen van deze stukken gedurende twee maanden op het kantoor van de raad voor een ieder ter lezing zijn neergelegd en tegen betaling van de kosten algemeen verkrijgbaar zijn gesteld en indien binnen die termijn bij de raad geen bezwaren zijn ingekomen. Van de neerlegging en de verkrijgbaarheid geschiedt openbare kennisgeving in de Staatscourant en in het Mededelingenblad Bedrijfsorganisatie. 3 Elk ingekomen bezwaar wordt door de raad onderzocht. Indien het bezwaar gegrond wordt bevonden, zet de raad de vereffening voort en maakt, zo nodig, een nieuw verslag en een nieuwe rekening op, waarin aan het bezwaar is tegemoet gekomen. Ten aanzien van laatstbedoeld verslag en laatstbedoelde rekening is het tweede lid van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de raad nieuwe bezwaren, welke reeds tegen het eerste verslag en de eerste rekening hadden kunnen worden ingebracht, niet in overweging neemt. Indien het bezwaar ongegrond wordt bevonden, stelt de raad het verslag en de rekening alsnog vast. 4 De rekening behoeft de instemming van Onze Minister. De instemming strekt tot décharge van de raad. De raad geeft van het verlenen van de instemming zo spoedig mogelijk openbaar kennis op de wijze als is aangegeven in het tweede lid. 2003 371 30-09-2003 18-06-2003 2003 371 30-09-2003 18-06-2003 01-10-2003
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 artikel 5 Aan hetgeen blijkens de rekening als bedoeld inaan vermogen van het bedrijfschap over is, wordt bij besluit van de raad, de betrokken organisaties van ondernemers en van werknemers gehoord, een bestemming gegeven, zoveel mogelijk ten nutte van het betrokken deel van het bedrijfsleven. Dit besluit behoeft de goedkeuring van Onze Minister. 2003 371 30-09-2003 18-06-2003 2003 371 30-09-2003 18-06-2003 01-10-2003
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 Algemene wet bestuursrecht Wet bestuursrechtspraak bedrijfsorganisatie De opheffing van het bedrijfschap heeft geen gevolg voor de ontvankelijkheid van bezwaren als bedoeld in deof beroepen op grond van de. In de plaats van het bedrijfschap treedt de raad als partij op. 2 Gerechtelijke uitspraken, gedaan tegen het bedrijfschap of, op grond van het eerste lid, tegen de raad, worden door de raad uitgevoerd, voorzover nodig ten laste van het vermogen van het opgeheven bedrijfschap. 2003 371 30-09-2003 18-06-2003 2003 371 30-09-2003 18-06-2003 01-10-2003
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 Archiefwet 1995 De raad draagt in de zin van dezorg voor de archiefbescheiden van het bedrijfschap. 2003 371 30-09-2003 18-06-2003 2003 371 30-09-2003 18-06-2003 01-10-2003
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst. 2003 371 30-09-2003 18-06-2003 2003 371 30-09-2003 18-06-2003 01-10-2003