Besluit van 13 augustus 2004, houdende vaststelling van het begrip liquide middelen, bedoeld in artikel 23, zesde lid, van de Wet toezicht kredietwezen 1992 en houdende regels betreffende de verlening van een ontheffing als bedoeld in artikel 82, vierde lid, van de Wet toezicht kredietwezen 1992, alsmede tot wijziging van artikel 5 van het Besluit solvabiliteitsmarge verzekeringsbedrijf 1994
- BWB-id
- BWBR0017108
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Financiën
- Geldigheid
- 2004-09-15 t/m 2006-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0017108
- ELI
- /eli/nl/amvb/2004/besluit-vaststelling-begrip-liquide-middelen-ex-artikel-23-z
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/2004/besluit-vaststelling-begrip-liquide-middelen-ex-artikel-23-z/2004-09-15
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0017108&g=2004-09-15
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0017108&z=2026-06-06&g=2004-09-15
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0017108/2004-09-15
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/2004/besluit-vaststelling-begrip-liquide-middelen-ex-artikel-23-z
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 artikel 23, zesde lid, van de Wet toezicht kredietwezen 1992 Onder liquide middelen als bedoeld inwordt verstaan: a. aanwezige munten of bankbiljetten; b. direct opvorderbare tegoeden; c. kortlopende vorderingen, niet zijnde direct opvorderbare tegoeden; d. activa, niet zijnde kortlopende vorderingen, die op zeer korte termijn en zonder substantiële verliezen zouden kunnen worden omgezet in munten of bankbiljetten of direct opvorderbare tegoeden. 2004 442 09-09-2004 13-08-2004 2004 449 14-09-2004 01-09-2004 15-09-2004
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 artikel 82, eerste lid, van de Wet toezicht kredietwezen 1992 Ontheffing van het verbod, bedoeld in, kan worden verleend indien de aanvrager beschikt over een garantstelling voor alle verplichtingen die ontstaan door het bedrijfsmatig van het publiek aantrekken, ter beschikking verkrijgen of ter beschikking hebbenvan al dan niet op termijn opvorderbare gelden, welke garantstelling is verstrekt door: a. een onderneming of instelling met een positief geconsolideerd eigen vermogen, waarvan de aanvrager dochtermaatschappij is; b. artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 1°, van de Wet toezicht kredietwezen 1992 artikel 52, tweede lid, onderdelen a, b, c, of d, van de Wet toezicht kredietwezen 1992 Wet toezicht kredietwezen 1992 een kredietinstelling als bedoeld indie ingevolgeis ingeschreven of een met een kredietinstelling overeenkomende onderneming of instelling die haar zetel heeft in een andere lidstaat, de Verenigde Staten van Amerika, Japan, Australië, Canada of Zwitserland en onder toezicht staat dat vergelijkbaar is met het toezicht ingevolge de; of c. artikel 1, onderdeel a, van de Wet financiering decentrale overheden de Staat der Nederlanden of een openbaar lichaam als bedoeld in. 2 Onverminderd het eerste lid, kan de Bank andere categorieën ondernemingen of instellingen aanwijzen die een garantstelling als bedoeld in het eerste lid kunnen verstrekken. 3 artikel 361, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek artikel 393 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek De ontheffinghouder dient jaarlijks binnen zes maanden na afloop van het boekjaar een jaarrekening als bedoeld inbij de Bank in. De jaarrekening is voorzien van een verklaring van een accountant als bedoeld inover de getrouwheid van de jaarrekening. De jaarrekening vermeldt de totale waarde van de financiële verplichtingen die zijn ontstaan door het bedrijfsmatig van het publiek aantrekken, ter beschikking verkrijgen of ter beschikking hebben van al dan niet op termijn opvorderbare gelden. Uit de verklaring van de accountant blijkt dat de totale waarde van deze financiële verplichtingen wordt gedekt door de in het eerste lid bedoelde garantstelling. 4 Dit artikel is niet van toepassing op: a. aanvragers en houders van een ontheffing die ingevolge enig wettelijk voorschrift beschikken over een door de Bank of de Stichting Autoriteit Financiële Markten verleende vergunning; en b. aanvragers en houders van een ontheffing die bemiddelen ter zake van het bedrijfsmatig van het publiek aantrekken of ter beschikking verkrijgen van al dan niet op termijn opvorderbare gelden, zonder die gelden zelf aan te trekken, ter beschikking te verkrijgen of op enig moment ter beschikking te hebben. 2004 442 09-09-2004 13-08-2004 2004 449 14-09-2004 01-09-2004 15-09-2004
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 artikel 82, eerste lid, van de Wet toezicht kredietwezen 1992 Ontheffing van het verbod, bedoeld in, kan slechts worden verleend indien de betrouwbaarheid van de personen die het beleid van de aanvrager bepalen of mede bepalen buiten twijfel staat. 2004 442 09-09-2004 13-08-2004 2004 449 14-09-2004 01-09-2004 15-09-2004
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 artikel 82, vierde lid, van de Wet toezicht kredietwezen 1992 De houder van een ontheffing als bedoeld inneemt in ieder geval de volgende voorschriften in acht: a. alvorens een overeenkomst aan te gaan terzake van het bedrijfsmatig van het publiek aantrekken, ter beschikking verkrijgen of ter beschikking hebben dan wel in enigerlei vorm te bemiddelen ter zake van het bedrijfsmatig van het publiek aantrekken of ter beschikking te verkrijgen van al dan niet op termijn opvorderbare gelden, informeert hij de wederpartij duidelijk en volledig over diens rechten en plichten met betrekking tot de overeenkomst; b. artikel 3 hij meldt iedere wijziging van de gegevens betreffende het aantal of de identiteit van de inbedoelde personen vooraf aan de Bank. Een wijziging wordt niet doorgevoerd indien de Bank binnen zes weken na ontvangst van de melding, of, indien de Bank om nadere gegevens of inlichtingen heeft verzocht, binnen zes weken na de ontvangst van die gegevens of inlichtingen, aan de ontheffinghouder bekend heeft gemaakt niet met het voornemen in te stemmen; c. artikel 3 . hij stelt de Bank onverwijld schriftelijk in kennis van iedere wijziging in de antecedenten van de inbedoelde personen 2004 442 09-09-2004 13-08-2004 2004 449 14-09-2004 01-09-2004 15-09-2004
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 artikelen 2 4, onder a artikel 82, vierde lid, van de Wet toezicht kredietwezen 1992 Deen, van dit besluit zijn niet van toepassing op houders van een ontheffing als bedoeld indie is verleend voor de datum van inwerkingtreding van dit besluit. 2004 442 09-09-2004 13-08-2004 2004 449 14-09-2004 01-09-2004 15-09-2004
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 Wijzigt het Besluit solvabiliteitsmarge verzekeringsbedrijf 1994. 2004 442 09-09-2004 13-08-2004 2004 449 14-09-2004 01-09-2004 15-09-2004
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. 2004 442 09-09-2004 13-08-2004 2004 449 14-09-2004 01-09-2004 15-09-2004