Besluit van 29 maart 2004, houdende tijdelijke regels inzake het verstrekken van een aanspraak op een financiële tegemoetkoming aan burgers met buitengewone uitgaven die in de fiscaliteit voor die uitgaven geen of weinig belastingreductie hebben genoten vanwege een laag inkomen (Tijdelijk besluit tegemoetkoming buitengewone uitgaven)
- BWB-id
- BWBR0016555
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Volksgezondheid, Welzijn en Sport
- Geldigheid
- 2006-01-01 t/m 2008-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0016555
- ELI
- /eli/nl/amvb/2004/tijdelijk-besluit-tegemoetkoming-buitengewone-uitgaven
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/2004/tijdelijk-besluit-tegemoetkoming-buitengewone-uitgaven/2006-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0016555&g=2006-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0016555&z=2026-06-06&g=2006-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0016555/2006-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/2004/tijdelijk-besluit-tegemoetkoming-buitengewone-uitgaven
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In dit besluit wordt verstaan onder: a. Onze Minister: Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport; b. artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wet IB 2001 belastingplichtige: een belastingplichtige als bedoeld in; c. afdeling 6.5 van de Wet IB 2001 buitengewone uitgaven: buitengewone uitgaven als bedoeld in; d. artikel 2.18 van de Wet IB 2001 verzamelinkomen: het verzamelinkomen, bedoeld in; e. artikel 8.1, onderdeel b, van de Wet IB 2001 gecombineerde inkomensheffing: het bedrag van de gecombineerde inkomensheffing, bedoeld in; f. artikel 8.1, onderdeel d, van de Wet IB 2001 artikel 8.8 van die wet artikel 8.9 van die wet gecombineerde heffingskorting: het bedrag van de gecombineerde heffingskorting, bedoeld in, dat in aanmerking zou zijn genomen indienbuiten toepassing zou zijn gebleven en verhoging op de voet vangeen toepassing zou hebben gevonden. 2004 152 15-04-2004 29-03-2004 2004 152 15-04-2004 29-03-2004 16-04-2004
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 De belastingplichtige bij wie bij de vaststelling van de aanslag inkomstenbelasting over het voorgaande kalenderjaar buitengewone uitgaven in aanmerking zijn genomen, heeft aanspraak op een financiële tegemoetkoming, indien de gecombineerde inkomensheffing over dat kalenderjaar lager is dan de gecombineerde heffingskorting. Het bedrag van de tegemoetkoming wordt berekend met toepassing van het derde lid. 2 Voor de berekening van de tegemoetkoming wordt verstaan onder: a. A: de gecombineerde inkomensheffing over het voorgaande kalenderjaar; b. B: de gecombineerde heffingskorting over het voorgaande kalenderjaar; c. C: de gecombineerde inkomensheffing over het voorgaande kalenderjaar, indien bij de berekening daarvan de buitengewone uitgaven niet in aanmerking zouden zijn genomen. 3 Indien C kleiner is dan B, is de tegemoetkoming gelijk aan het verschil tussen C en A. In andere gevallen is de tegemoetkoming gelijk aan het verschil tussen B en A. 4 artikel 1.2 van de Wet inkomstenbelasting 2001 Indien de belastingplichtige gedurende het gehele voorgaande kalenderjaar een partner heeft als bedoeld in, geldt voor de toepassing van het eerste, tweede en derde lid in plaats van de gecombineerde inkomensheffing en de gecombineerde heffingskorting het gezamenlijke bedrag van de gecombineerde inkomensheffing en de gecombineerde heffingskorting van de belastingplichtige en zijn partner. 5 De tegemoetkoming wordt vastgesteld bij beschikking van de inspecteur. Indien binnen vijf jaren na het kalenderjaar waarop de tegemoetkoming betrekking heeft, blijkt dat de beschikking ten onrechte of tot een onjuist bedrag is vastgesteld, kan de inspecteur de beschikking herzien. 6 De ontvanger is belast met het uitbetalen van de tegemoetkoming en met het invorderen van de geldschuld aan het Rijk die voortvloeit uit een herziening als bedoeld in het vierde lid. 7 Bij regeling van Onze Minister en Onze Minister van Financiën kunnen nadere regels inzake de uitbetaling en invordering worden gesteld. 8 Bij regeling van Onze Minister van Financiën worden de functionarissen van de rijksbelastingdienst aangewezen die voor de uitvoering van dit besluit als inspecteur en ontvanger fungeren. 2005 690 22-12-2005 15-12-2005 2005 690 22-12-2005 15-12-2005 01-01-2006 16-04-2004
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 De rijksbelastingdienst is belast met de uitvoering van dit besluit. 2 De tegemoetkomingen op grond van dit besluit komen ten laste van de begroting van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. 2004 152 15-04-2004 29-03-2004 2004 152 15-04-2004 29-03-2004 16-04-2004
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 Wijzigt het Besluit gebruik sofi-nummer Wbp. 2004 152 15-04-2004 29-03-2004 2004 152 15-04-2004 29-03-2004 16-04-2004
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst. 2005 690 22-12-2005 15-12-2005 2005 690 22-12-2005 15-12-2005 01-01-2006
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 Dit besluit wordt aangehaald als: Tijdelijk besluit tegemoetkoming buitengewone uitgaven. 2004 152 15-04-2004 29-03-2004 2004 152 15-04-2004 29-03-2004 16-04-2004