Besluit van 3 december 2004, houdende regels over de verdeling van de capaciteit van de hoofdspoorweg-infrastructuur (Besluit capaciteitsverdeling hoofdspoorweginfrastructuur)
- BWB-id
- BWBR0017627
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Infrastructuur en Milieu
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2026-01-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0017627
- ELI
- /eli/nl/amvb/2005/besluit-capaciteitsverdeling-hoofdspoorweginfrastructuur
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/2005/besluit-capaciteitsverdeling-hoofdspoorweginfrastructuur/2026-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0017627&g=2026-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0017627&z=2026-06-06&g=2026-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0017627/2026-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/2005/besluit-capaciteitsverdeling-hoofdspoorweginfrastructuur
Artikel 15#
artikel 15
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In dit besluit wordt verstaan onder: ad hoc aanvragen: capaciteitsaanvragen in de vorm van afzonderlijke paden; besloten personenvervoer: personenvervoer per trein, niet zijnde openbaar vervoer; coördinatie: procedure die door de beheerder en de gerechtigden wordt gevolgd om een oplossing te vinden in geval van concurrerende capaciteitsaanvragen; dagperiode: het deel van het etmaal gelegen tussen 06:00 en 24:00 uur; dienstregeling: de gegevens over alle geplande bewegingen van treinen en spoorvoertuigen; artikel 57 van de wet gerechtigde: gerechtigde bedoeld in; kaart 1 behorende bij dit besluit grote stations: de stations die opzijn aangeduid als grote stations; hogesnelheidsnet: de speciaal aangelegde hogesnelheidslijnen, die zijn uitgerust voor snelheden van gewoonlijk ten minste 250 km per uur; internationaal hogesnelheidspersonenvervoer: openbaar vervoer tussen een binnenlands en een buitenlands station waarbij in Nederland geheel of gedeeltelijk gebruik wordt gemaakt van het hogesnelheidsnet; internationaal openbaar vervoer: openbaar vervoer tussen een binnenlands en een buitenlands station, niet zijnde internationaal hogesnelheidspersonenvervoer; richtlijn 2012/34 internationaal overeengekomen paden: paden die door de beheerder in overleg met buitenlandse beheerders overeenkomstig artikel 40, eerste en vijfde lid, van/EU zijn bestemd voor internationale treintrajecten; nationaal hogesnelheidspersonenvervoer: openbaar vervoer waarbij in Nederland geheel of gedeeltelijk gebruik wordt gemaakt van het hogesnelheidsnet, niet zijnde internationaal hogesnelheidspersonenvervoer; nationaal openbaar vervoer: openbaar vervoer tussen stations in Nederland, niet zijnde nationaal hogesnelheidspersonenvervoer, stadsgewestelijk vervoer of streekgewestelijk openbaar vervoer; de normale dienstregeling: de dienstregeling die op het niveau van terugkerende paden in een dienstregelingsperiode wordt uitgewerkt; openbaar vervoer: voor een ieder openstaand personenvervoer per trein volgens een dienstregeling; kaart 1 behorende bij dit besluit overige stations: alle stations aan de hoofdspoorweg die in gebruik zijn en die opniet zijn aangeduid als grote stations; pad: de capaciteit die een trein tussen twee plaatsen, en tussen twee vastgestelde tijdstippen mag gebruiken; spits: de twee tijdvakken van elk ten hoogste 2,5 uur op maandag tot en met vrijdag waarop aan het personenvervoer een hogere bedieningsfrequentie wordt geboden dan in de onmiddellijk daaraan voorafgaande en daarop volgende tijdvakken; kaart 1 behorende bij dit besluit stadsgewestelijk openbaar vervoer: openbaar vervoer op één van de opaangeduide baanvakken met stadsgewestelijke stations; artikel 58 van de wet standaard goederenvervoer: vervoer van goederen per trein dat gebruik kan maken van een standaardpad en waarvan de snelheid, lengte en acceleratiekarakteristieken bekend zijn gemaakt in de netverklaring, bedoeld in; kaart 1 behorende bij dit besluit streekgewestelijk openbaar vervoer: openbaar vervoer op één van de opaangeduide baanvakken met streekgewestelijke stations waarvoor geldt dat de betrokken trein stopt op het merendeel van de stations op dat baanvak; Spoorwegwet wet:. 2015 461 07-12-2015 21-11-2015 2015 473 11-12-2015 30-11-2015 15-12-2015
Artikel 1a — Artikel 1a#
Artikel 1a artikel 17b, eerste lid, van de wet De onderdelen van het beheerplan, bedoeld in, waarover de beheerder bij de totstandkoming van een nieuw beheerplan advies vraagt aan de gerechtigden, bedoeld in artikel 17b, eerste lid, van de wet betreffen, voor zover de beheerder ten aanzien van die onderwerpen maatregelen heeft getroffen: a. de maatregelen die de beheerder gedurende de eerstvolgende periode waarvoor het beheerplan geldt, zal nemen ingevolge veiligheids- en milieuregelgeving en het daarop gebaseerde overheidsbeleid, voor zover deze ruimte bieden voor nadere uitwerking door de beheerder; b. de wijze waarop de beheerder gedurende de eerstvolgende periode waarvoor het beheerplan geldt invulling geeft aan de op grond van de concessie te leveren prestaties en de daaraan verbonden prestatie-indicatoren; c. de waarden die de beheerder voor de uitwerking van de prestatie-indicatoren, bedoeld in onderdeel b, zal hanteren; d. het meetsysteem dat de beheerder zal hanteren ter bepaling van de gerealiseerde niveaus, bedoeld in onderdeel c. 2017 21 07-02-2017 17-01-2017 2017 21 07-02-2017 17-01-2017 10-04-2017
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 Vervallen 2012 653 20-12-2012 11-12-2012 2012 654 20-12-2012 11-12-2012 01-01-2013
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 artikel 59, vierde lid, van de wet Algemene voorwaarden bij de toegangsovereenkomst als bedoeld inzijn: a. dat bij die overeenkomst verdeelde capaciteit vervalt in geval van nood en indien dit absoluut noodzakelijk is ten gevolge van een storing die de infrastructuur tijdelijk onbruikbaar maakt; b. dat bij die overeenkomst verdeelde capaciteit wordt ingeleverd indien gedurende een periode van ten minste een maand voor minder dan een in de netverklaring te noemen drempelwaarde is gebruikt, tenzij dit te wijten is aan niet economische redenen buiten de wil van de gerechtigde; c. Omgevingswet artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder b, van de Omgevingswet artikel 26, eerste lid, van de Wet vervoer gevaarlijke stoffen dat gerechtigde zich onthoudt van handelen dat overschrijding van de op grond van devastgestelde geluidproductieplafonds als omgevingswaarden of overtreding van de van belang zijnde voorschriften die zijn verbonden aan omgevingsvergunningen als bedoeld inof van het verbod, bedoeld intot gevolg heeft; d. dat de beheerder aanwijzingen geeft aan de gerechtigde, die de gerechtigde dient op te volgen, bij dreigende overschrijding van de in onderdeel c bedoelde grenswaarden of dreigende overtreding van de in dat onderdeel bedoelde voorschriften; e. dat de gerechtigde aan de beheerder informatie verstrekt die de beheerder nodig heeft voor het opstellen van een ontwerpstrategische geluidsbelastingkaart als bedoeld in artikel 7 van richtlijn 2002/49/EG van het Europees Parlement en de Raad van 25 juni 2002 inzake de evaluatie en de beheersing van omgevingslawaai (PbEG 2002, L 189) met betrekking tot de geluidsbelasting vanwege de hoofdspoorwegen. 2025 235 16-09-2025 04-09-2025 2025 235 16-09-2025 04-09-2025 01-01-2026
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 De beheerder zorgt voor een eerlijke, niet-discriminerende en transparante verdeling van de capaciteit. 2 richtlijn 2012/34 De beheerder en gerechtigden nemen bij de capaciteitsverdelingsprocedure voor de normale dienstregeling de procedure van de artikelen 44, 45 en 46 en het tijdschema van bijlage VII van/EU in acht. 3 artikel 57, derde lid, van de wet artikelen 70 71, tweede lid, van de wet De beheerder sluit een gerechtigde uit van toewijzing van capaciteit als bedoeld in, nadat hiertoe door de Autoriteit Consument en Markt op grond van deofeen onherroepelijk besluit is genomen. 4 De beheerder eerbiedigt de commerciële vertrouwelijkheid van de aan hem door gerechtigden verstrekte gegevens. 2015 461 07-12-2015 21-11-2015 2015 473 11-12-2015 30-11-2015 15-12-2015
Artikel 4a — Artikel 4a#
Artikel 4a 1 artikel 58 van de wet richtlijn 2012/34 De netverklaring, bedoeld in, bevat een geschillenregeling als bedoeld in artikel 46, zesde lid, van/EU. 2 Voor geschillen over de verdeling van capaciteit tussen de beheerder en één of meer gerechtigden tijdens de coördinatie voor de normale dienstregeling, voorziet de geschillenregeling in een procedure waarvan verplichte advisering door een onafhankelijke derde deel uitmaakt. Van een advies door de onafhankelijke derde kan de beheerder bij de verdeling van capaciteit gemotiveerd afwijken. 3 De onafhankelijke derde, bedoeld in het tweede lid, wordt door de beheerder aangewezen met instemming van de betrokken gerechtigden. 2015 461 07-12-2015 21-11-2015 2015 473 11-12-2015 30-11-2015 15-12-2015
Artikel 4b — Artikel 4b#
Artikel 4b De beheerder is bevoegd capaciteitsaanvragen en toegewezen capaciteit, voor zover het capaciteit betreft tussen twee plaatsen die in verschillende landen liggen, af te wijzen, onderscheidenlijk in te trekken, voor zover de bij dat pad betrokken buitenlandse beheerder, definitief niet de aansluitende capaciteit beschikbaar stelt. 2015 157 24-04-2015 16-04-2015 2015 157 24-04-2015 16-04-2015 25-04-2015 13-04-2015
Artikel 4c — Artikel 4c#
Artikel 4c Tijdens de coördinatie kan de beheerder ten aanzien van concurrerende capaciteitsaanvragen, met het oog op het doelmatig gebruik van de capaciteit en rekening houdend met het algemene reizigers- en verladersbelang binnen redelijke grenzen capaciteit voorstellen, die afwijkt van de aangevraagde capaciteit. De redelijke grenzen worden bekendgemaakt in de netverklaring en bedragen voor personenvervoer in tijd maximaal 3 minuten. 2025 235 16-09-2025 04-09-2025 2025 235 16-09-2025 04-09-2025 01-01-2026
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 De beheerder verstrekt gerechtigden desgevraagd informatie over de binnen de dienstregeling nog voor ad hoc aanvragen beschikbare capaciteit. 2 De beheerder geeft binnen vijf werkdagen na ontvangst van een ad hoc aanvraag aan betrokken gerechtigde aan of dit pad voor verdeling beschikbaar is. 2004 667 21-12-2004 03-12-2004 2004 741 30-12-2004 20-12-2004 01-01-2005
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 Bij de capaciteitsverdelingsprocedure voor de normale dienstregeling wordt de benodigde capaciteit voor de beheerder verdeeld voor: a. ten tijde van de sluitingsdatum van de capaciteitsaanvragen voor de normale dienstregeling redelijkerwijs voorzienbare en planbare werkzaamheden ten behoeve van de hoofdspoorweginfrastructuur aan of nabij de hoofdspoorwegen, en b. het opstellen van materieel dat wordt gebruikt voor deze werkzaamheden. 2 Onder de werkzaamheden, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, wordt in ieder geval verstaan: a. onderhoud ten behoeve van de hoofdspoorweginfrastructuur aan of nabij de hoofdspoorwegen; b. uitbreiding, vervanging of wijziging van de hoofdspoorweginfrastructuur aan of nabij de hoofdspoorwegen; c. oefeningen ten behoeve van de openbare veiligheid; d. inspecties; e. meetritten. 3 De beheerder handelt tijdens de capaciteitsverdelingsprocedure voor de normale dienstregeling transparant ten aanzien van de benodigde capaciteit, bedoeld in het eerste lid. Hieronder wordt verstaan dat de beheerder zijn aanvraag voorziet van een onderbouwing van nut en noodzaak van de benodigde capaciteit, in geval van een geschil over de benodigde capaciteit of indien er geen overeenstemming kan worden bereikt tijdens de coördinatie ten aanzien van concurrerende capaciteitsaanvragen die betrekking hebben op de benodigde capaciteit. De beheerder stelt de gerechtigden zo spoedig mogelijk in kennis van de niet-beschikbaarheid van de capaciteit vanwege bedoeld onderhoud en werkzaamheden. 4 De beheerder handelt transparant ten aanzien van zijn benodigde capaciteit voor niet redelijkerwijs voorzienbaar of niet planbaar onderhoud en werkzaamheden ten behoeve van de hoofdspoorweginfrastructuur aan of nabij de hoofdspoorwegen. Hieronder wordt verstaan dat de beheerder zijn aanvraag voorziet van een onderbouwing van nut en noodzaak van de benodigde capaciteit, in geval van een geschil over de benodigde capaciteit. 2015 461 07-12-2015 21-11-2015 2015 473 11-12-2015 30-11-2015 15-12-2015
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 artikel 62, zesde lid, onderdeel a, van de wet Indien de beheerder constateert dat er geen overeenstemming kan worden bereikt tijdens de coördinatie ten aanzien van concurrerende capaciteitsaanvragen die betrekking hebben op vervoer, kunnen beheerder en een betrokken gerechtigde door toepassing van een heffing als bedoeld intot overeenstemming komen. 2 artikel 62, zesde lid, onderdeel a, van de wet Indien de heffing, bedoeld in, niet is toegepast of geen bevredigend resultaat heeft opgeleverd: a. verklaart de beheerder de betrokken infrastructuur overbelast; b. richtlijn 2012/34 verricht de beheerder binnen 26 weken na de overbelastverklaring een capaciteitsanalyse als bedoeld in artikel 50 van/EU; c. richtlijn 2012/34 stelt de beheerder na overleg met betrokken gerechtigden binnen 26 weken na de capaciteitsanalyse een capaciteitsvergrotingsplan op als bedoeld in artikel 51 van/EU; d. informeert de beheerder binnen 4 weken na opstelling van het capaciteitsvergrotingsplan betrokken gerechtigden en Onze Minister over het capaciteitsvergrotingsplan, en e. informeert de beheerder ten minste jaarlijks alle gerechtigden en Onze Minister over de wijze van uitvoering van het capaciteitsvergrotingsplan. 3 artikel 8 Het resultaat van de heffing is in ieder geval niet bevredigend indien ten gevolge hiervan de minimale niveaus, bedoeld in, niet worden gehaald. 4 artikel 62, zesde lid, onderdeel a, van de wet Indien de heffing, bedoeld in, is doorberekend: a. richtlijn 2012/34 verricht de beheerder binnen 26 weken na de toepassing van de heffing een capaciteitsanalyse als bedoeld in artikel 50 van/EU; b. richtlijn 2012/34 stelt de beheerder na overleg met betrokken gerechtigden binnen 26 weken na de capaciteitsanalyse een capaciteitsvergrotingsplan als bedoeld in artikel 51 van/EU op; c. informeert de beheerder binnen 4 weken na opstelling van het capaciteitsvergrotingsplan betrokken gerechtigden en Onze Minister over het capaciteitsvergrotingsplan, en d. informeert de beheerder tenminste jaarlijks alle gerechtigden en Onze Minister over de wijze van uitvoering van het capaciteitsvergrotingsplan. 5 richtlijn 2012/34 Het tweede lid, onderdelen b en c, en het vierde lid, onderdelen a en b, gelden niet indien reeds uitvoering wordt gegeven aan een capaciteitsvergrotingsplan als bedoeld in artikel 51 van/EU. 6 artikel 4c artikelen 8 tot en met 12 Indien de beheerder de infrastructuur overbelast heeft verklaard op grond van het tweede lid, hij op grond vaneen voorstel heeft gedaan en de gerechtigde met dat voorstel niet heeft ingestemd, wordt met betrekking tot het gedeelte van de aanvraag van die gerechtigde dat onderdeel is van het voorstel, geen toepassing gegeven aan de. 2025 235 16-09-2025 04-09-2025 2025 235 16-09-2025 04-09-2025 01-01-2026
Artikel 7a — Artikel 7a#
Artikel 7a 1 artikel 7, tweede lid, onderdelen b tot en met e Indien de beheerder na de coördinatie voor de normale dienstregeling constateert dat het niet mogelijk is om verwachte capaciteitsaanvragen van gerechtigden voor de navolgende jaren adequaat te verdelen, verklaart de beheerder de betrokken infrastructuur voor de navolgende jaren overbelast, tot maximaal de duur van vijf jaar, en volgt deze de procedure, bedoeld in. 2 De beheerder betrekt bij de overbelastverklaring, bedoeld in het eerste lid, in ieder geval informatie over verwachte capaciteitsaanvragen voor de navolgende jaren uit: a. de capaciteitsverdelingsprocedure voor de normale dienstregeling; b. de gesloten kaderovereenkomsten; c. artikel 20, eerste en vierde lid, van de Wet personenvervoer 2000 een nieuw verleende concessie als bedoeld in; d. artikel 20, eerste en vierde lid, van de Wet personenvervoer 2000 een onderbouwd verzoek van een concessieverlener in voorbereiding op een nog te verlenen concessie als bedoeld in; e. prognoses van de beheerder of gerechtigden over de ontwikkeling van de te verwachten capaciteitsaanvragen voor de navolgende jaren. 2014 559 24-12-2014 17-12-2014 2014 558 24-12-2014 17-12-2014 01-01-2015 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet
afschaffing plusregio's in werking treedt.
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 artikel 7, tweede lid Indien concurrerende capaciteitsaanvragen betrekking hebben op vervoer en de infrastructuur overeenkomstig, overbelast is verklaard, is het minimale niveau: a. artikel 10 voor stadsgewestelijk, nationaal en streekgewestelijk openbaar vervoer, met de op basis vangeldende prioriteitsvolgorde van deelmarkten van dat vervoer, een bedieningsfrequentie, voor de op kaart 2 behorende bij dit besluit aangeduide baanvakken: 1°. tussen de grote stations: van 2 paden per richting per uur gedurende de dagperiode; 2°. tussen overige stations: van 2 paden per richting per uur op werkdagen van 06.00 uur tot 20.00 uur, van 1 pad per richting per uur op werkdagen van 20.00 uur tot 24.00 uur en van 1 pad per richting per uur in het weekend gedurende de dagperiode. b. artikel 10 voor nationaal hogesnelheidspersonenvervoer, met de op basis vangeldende prioriteitsvolgorde van deelmarkten van dat vervoer, een bedieningsfrequentie: 1°. op het baanvak Amsterdam – Schiphol – Rotterdam Centraal van 5 paden per richting per uur, met een minimum van 80 paden per richting per dag; 2°. op het baanvak Rotterdam Centraal – Breda van 4 paden per richting per uur, met een minimum van 64 paden per richting per dag. c. voor internationaal openbaar vervoer, met de op basis van artikel 10 geldende prioriteitsvolgorde van deelmarkten van dat vervoer, een bedieningsfrequentie: 1°. op het baanvak Amsterdam – Utrecht Centraal – Arnhem – Zevenaar grens van 8 paden per richting per dag, met een maximum van één pad per richting per uur; 2°. Op het baanvak Amsterdam – Deventer – Oldenzaal grens van 16 paden per richting per dag, met een maximum van één pad per richting per uur. d. artikel 10 voor internationaal hogesnelheidspersonenvervoer, met de op basis vangeldende prioriteitsvolgorde van deelmarkten van dat vervoer, een bedieningsfrequentie: 1°. op het baanvak Amsterdam – Schiphol – Rotterdam Centraal – Belgische grens van 16 paden per richting per dag, met een maximum van één pad per richting per uur; 2°. op het baanvak Rotterdam Centraal – Breda – Belgische grens van 16 paden per richting per dag, met een maximum van één pad per richting per uur; 3°. met spoorvoertuigen die een snelheid van ten minste 300 kilometer per uur kunnen bereiken, op het baanvak Amsterdam – Schiphol – Rotterdam Centraal – Belgische grens van 32 paden per richting per dag gemiddeld over het dienstregelingsjaar, met een maximum van twee paden per richting per uur. e. voor standaard goederenvervoer een bedieningsfrequentie van in iedere richting: Van/naar Via Naar/van Paden/uur buiten de spits Paden/uur in de spits Amersfoort Deventer Oldenzaal grens 1 1 Amersfoort Zwolle Groningen 1 0,5 Beverwijk/Amsterdam Westhaven Breukelen Geldermalsen 2 1 Haarlem Den Haag Kijfhoek 1 0,5 Utrecht Zevenaar 0 0 Kijfhoek Roosendaal grens 2 1 Kijfhoek Breukelen Amersfoort 1 1 Kijfhoek Boxtel Eindhoven 1 1 Geldermalsen Boxtel 1 0,5 Boxtel Eindhoven 1 0,5 Sloe Roosendaal Tilburg 1 1 Tilburg Geldermalsen 1 0,5 Zevenaar Zevenaar grens 4 4 Eindhoven Maastricht Eijsden grens 2 1 Eindhoven Venlo 1 0 Overige baanvakken 1 0 f. in afwijking van onderdeel e, voor goederenvervoer gedurende perioden dat er vanwege de aanleg van een derde spoor tussen Zevenaar en Oberhausen verminderde capaciteit beschikbaar is op het baanvak Kijfhoek – Zevenaar – Duitse grens, een bedieningsfrequentie in iedere richting Van/naar Via Naar/van Paden/uur buiten de spits Paden/uur in de spits Kijfhoek Boxtel Eindhoven 4 4 Eindhoven Venlo 4 4 Deventer Oldenzaalse grens 2 2 2 De beheerder streeft met betrekking tot de paden voor het nationaal en internationaal hogesnelheidspersonenvervoer, bedoeld in het eerste lid, onderdelen b en d, naar een redelijke verdeling over het uur. 3 De minimale niveaus, bedoeld in het eerste lid, onderdeel e, zijn niet van toepassing op de in de bijlage behorende bij dit besluit aangeduide baanvakken voor goederenbestemmingsverkeer, indien het standaard goederenvervoer niet een aan die baanvakken gelegen herkomst- of eindbestemming heeft. 2025 235 16-09-2025 04-09-2025 2025 235 16-09-2025 04-09-2025 01-01-2026
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 artikel 6, eerste lid artikel 7, tweede lid Indien de benodigde capaciteit voor de beheerder, bedoeld in, concurreert met de capaciteitsaanvragen van één of meerdere gerechtigden en tussen de beheerder en de betrokken gerechtigden tijdens de coördinatie geen overeenstemming wordt bereikt, volgt de beheerder de procedure, bedoeld in. 2 Er wordt prioriteit toegekend aan de door de beheerder benodigde capaciteit, indien: a. de beheerder tot het gebruiken van deze capaciteit genoodzaakt is vanwege bij of krachtens wettelijke bepalingen gestelde eisen, of b. de bedrijfseconomische gevolgen bij niet toekennen van prioriteit voor de beheerder nadelig zijn ten opzichte van de bedrijfseconomische gevolgen van de betrokken gerechtigde bij deze prioriteitsvolgorde. 3 artikel 6, eerste lid Er wordt prioriteit toegekend aan capaciteitsaanvragen met betrekking tot personenvervoer in de spits indien deze concurreren met de benodigde capaciteit voor de beheerder, bedoeld in. 2015 157 24-04-2015 16-04-2015 2015 157 24-04-2015 16-04-2015 25-04-2015 13-04-2015
Artikel 9a — Artikel 9a#
Artikel 9a Vervallen 2023 275 01-08-2023 30-06-2023 2023 275 01-08-2023 30-06-2023 01-01-2024
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 1 artikel 7, tweede lid artikel 8 Indien de infrastructuur overeenkomstig, overbelast is verklaard, wordt bij de verdeling van capaciteit na toepassing vanprioriteit toegekend aan deelmarkten overeenkomstig onderstaande volgorde: a. artikel 20, eerste lid, van de Wet personenvervoer 2000 internationaal openbaar vervoer, alsmede internationaal hogesnelheidspersonenvervoer, waarvoor een concessie is verleend krachtens; b. artikel 20, eerste of vierde lid, van de Wet personenvervoer 2000 stadsgewestelijk openbaar vervoer waarvoor een concessie is verleend krachtens; c. artikel 20, eerste of vierde lid, van de Wet personenvervoer 2000 nationaal openbaar vervoer waarvoor een concessie is verleend krachtens; d. internationaal openbaar vervoer, met uitzondering van vervoer per nachttrein; e. artikel 20, eerste lid, van de Wet personenvervoer 2000 nationaal hogesnelheidspersonenvervoer waarvoor een concessie is verleend krachtens; f. internationaal hogesnelheidspersonenvervoer; g. artikel 20, eerste of vierde lid, van de Wet personenvervoer 2000 streekgewestelijk openbaar vervoer waarvoor een concessie is verleend krachtens; h. stadsgewestelijk openbaar vervoer; i. nationaal openbaar vervoer; j. nationaal hogesnelheidspersonenvervoer; k. streekgewestelijk openbaar vervoer; l. standaard goederenvervoer; m. overig personenvervoer; n. verkeer zonder vervoersfunctie. 2 Wet personenvervoer 2000 Gerechtigden geven bij de aanvraag van capaciteit aan of er sprake is van vervoer waarvoor een concessie op grond van deis verleend. 3 artikel 7, tweede lid Indien de aangevraagde capaciteit betrekking heeft op infrastructuur die op grond van, overbelast is verklaard, maakt de concessiehouder die delen van de concessie waaruit blijkt dat de aangevraagde capaciteit voortvloeit uit die concessie, uiterlijk vijf werkdagen nadat de infrastructuur overbelast is verklaard, openbaar en overlegt die aan de infrastructuurbeheerder. 4 Onverminderd het eerste lid is de beheerder bevoegd aanvullende, in de netverklaring bekendgemaakte prioriteitscriteria te hanteren. 2023 275 01-08-2023 30-06-2023 2023 275 01-08-2023 30-06-2023 01-01-2024
Artikel 10a — Artikel 10a#
Artikel 10a Vervallen 2025 235 16-09-2025 04-09-2025 2025 235 16-09-2025 04-09-2025 01-01-2026
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 Vervallen 2025 235 16-09-2025 04-09-2025 2025 235 16-09-2025 04-09-2025 01-01-2026
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 1 artikel 7, tweede lid artikel 8 tot en met 10 Indien de infrastructuur overeenkomstig, overbelast is verklaard, en de concurrerende capaciteitsaanvragen zich binnen het standaard goederenvervoer, voordoen, komt na toepassing vanprioriteit toe aan het vervoer dat voldoet aan de navolgende criteria. Bij toepassing van deze criteria geldt dat een later genoemd criterium slechts toepassing vindt, indien een eerder genoemd criterium of eerder genoemde criteria geen oplossing bieden: a. het internationale goederenvervoer met uitzondering van het internationale goederenvervoer dat gebruik maakt van het baanvak van/naar Dordrecht via Venlo naar/van Duitse grens; b. het binnenlands goederenvervoer voor wat betreft het baanvak van/naar Dordrecht naar/van Eindhoven dat begint of eindigt in Roermond, Sittard of Maastricht; c. het zoveel mogelijk minimaliseren van de vervoerstijd van de betrokken goederen in Nederland; d. het vervoer dat begint of eindigt in mainport Rotterdam-Rijnmond of havenindustriële complexen van Amsterdam-IJmond en Vlissingen-Sloe; e. het vervoer van een spoorwegonderneming die voor de eerste keer toetreedt tot de markt van het goederenvervoer per spoor, waarbij dit belang voor die nieuwe spoorwegonderneming geldt tot een maximum van 15% van de minimale niveaus voor het goederenvervoer; f. het vervoer dat vier of meer malen per week verricht wordt. 2 Gedurende de perioden dat er vanwege de aanleg van een derde spoor tussen Zevenaar en Oberhausen verminderde capaciteit beschikbaar is op het baanvak Kijfhoef – Zevenaar – Duitse grens: a. is in het eerste lid, onderdeel a, de zinsnede «met uitzondering van het internationale goederenvervoer dat gebruik maakt van het baanvak van/naar Dordrecht via Venlo naar/van Duitse grens» niet van toepassing, en b. geldt de prioriteit, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel d, ook voor het vervoer dat begint of eindigt in mainport Antwerpen. 2025 235 16-09-2025 04-09-2025 2025 235 16-09-2025 04-09-2025 01-01-2026
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 1 artikel 8, eerste lid, onderdelen e en f De in, genoemde minimale niveaus van het standaard goederenvervoer zijn voorbehouden ten behoeve van dit gebruik tot op het moment van capaciteitsverdeling voor de normale dienstregeling. 2 Ten minste 10% van de in het eerste lid voor standaard goederenvervoer voorbehouden minimale niveaus is voorbehouden ten behoeve van ad hoc aanvragen met betrekking tot standaard goederenvervoer en besloten personenvervoer. 3 De beheerder raamt jaarlijks het deel van de minimale niveaus voor standaard goederenvervoer dat ten behoeve van ad hoc aanvragen dient te worden voorbehouden. Indien de behoefte van gerechtigden hoger ligt dan het in het tweede lid genoemde percentage, is dat percentage voorbehouden ten behoeve van dit gebruik. 2025 235 16-09-2025 04-09-2025 2025 235 16-09-2025 04-09-2025 01-01-2026
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 artikelen 59, vierde lid 62, zesde lid, onderdeel a, en zevende lid, van de Spoorwegwet Dit besluit berust mede op de, en. 2015 461 07-12-2015 21-11-2015 2015 473 11-12-2015 30-11-2015 15-12-2015
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 Interimbesluit capaciteitstoewijzing spoorwegen Hetwordt ingetrokken. 2004 667 21-12-2004 03-12-2004 2004 741 30-12-2004 20-12-2004 01-01-2005
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 De artikelen van dit besluit treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld. 2004 667 21-12-2004 03-12-2004 2004 741 30-12-2004 20-12-2004 01-01-2005
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit capaciteitsverdeling hoofdspoorweginfrastructuur. 2004 667 21-12-2004 03-12-2004 2004 741 30-12-2004 20-12-2004 01-01-2005
Artikel 1#
artikel 1
Artikel 8#
artikel 8, eerste lid, onderdeel a
Artikel 8#
artikel 8, derde lid