Besluit van 20 juni 2005 ter vervanging van het Besluit luchtkwaliteit en tot uitvoering van richtlijn nr. 2000/69/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 16 november 2000 betreffende grenswaarden voor benzeen en koolmonoxide in de lucht (PbEG L 313), (Besluit luchtkwaliteit 2005)
- BWB-id
- BWBR0018458
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Infrastructuur en Milieu
- Geldigheid
- 2007-01-01 t/m 2007-11-14
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0018458
- ELI
- /eli/nl/amvb/2005/besluit-luchtkwaliteit-2005
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/2005/besluit-luchtkwaliteit-2005/2007-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0018458&g=2007-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0018458&z=2026-06-06&g=2007-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0018458/2007-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/2005/besluit-luchtkwaliteit-2005
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: acht-uurgemiddelde concentratie 3 : concentratie in de buitenlucht, gemiddeld over acht achtereenvolgende uurgemiddelde concentraties, uitgedrukt in microgram per mlucht bij een temperatuur van 293 Kelvin en een druk van 101,3 kiloPascal; agglomeratie : stedelijk gebied met ten minste 250.000 inwoners; alarmdrempel : kwaliteitsniveau van de buitenlucht dat bij kortstondige overschrijding risico’s voor de gezondheid van de mens inhoudt; autosnelweg artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 : autosnelweg in de zin van; beoordelen van de luchtkwaliteit paragraaf 3 paragraaf 3 : ingevolgevaststellen, dan wel overeenkomstig het bepaalde inprognosticeren van het kwaliteitsniveau van de buitenlucht; grenswaarde artikel 5.1 van de wet : grenswaarde als bedoeld inten aanzien van het kwaliteitsniveau van de buitenlucht; inrichting artikel 1.1, derde lid, van de wet : inrichting die behoort tot een krachtens, aangewezen categorie; jaargemiddelde concentratie 3 10 : concentratie in de buitenlucht, gemiddeld over vierentwintig-uurgemiddelde concentraties in een kalenderjaar, uitgedrukt in microgram per mlucht bij een temperatuur van 293 Kelvin en een druk van 101,3 kiloPascal voor zwaveldioxide, stikstofdioxide, stikstofoxiden, lood en benzeen en bij heersende temperatuur en druk voor zwevende deeltjes (PM); meetmethode : procedure van het bemonsteren van de buitenlucht, het analyseren van aldus verkregen luchtmonsters, het kalibreren van daartoe te gebruiken apparatuur, alsmede de verwerking van het signaal tot uurgemiddelde, dan wel acht-uurgemiddelde onderscheidenlijk vierentwintig-uurgemiddelde concentraties; meetperiode : periode van 1 januari tot en met 31 december in een kalenderjaar; motorvoertuig artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 : motorvoertuig in de zin van; natuurverschijnselen : seismische activiteit, spontane branden, stormen, atmosferische resuspensie en verplaatsing van natuurlijke deeltjes uit droge gebieden, die een significante verhoging van de normale achtergrondconcentraties van natuurlijke oorsprong ten gevolge hebben; plandrempel artikel 9 : kwaliteitsniveau van de buitenlucht dat bij overschrijden aanleiding geeft tot het opstellen van een plan als bedoeld in; stikstofoxiden 3 : het totale aantal volumedelen stikstofmonoxide en stikstofdioxide per miljard volumedelen, uitgedrukt in microgrammen stikstofdioxide per m; uurgemiddelde concentratie 3 : concentratie in de buitenlucht, gemiddeld over een heel uur, uitgedrukt in microgram per mlucht bij een temperatuur van 293 Kelvin en een druk van 101,3 kiloPascal; vierentwintig-uurgemiddelde concentratie 3 10 : concentratie in de buitenlucht, gemiddeld over het tijdvak van 0.00 uur tot 24.00 uur Midden-Europese-Tijd, uitgedrukt in microgram per mlucht bij een temperatuur van 293 Kelvin en een druk van 101,3 kiloPascal voor zwaveldioxide en bij heersende temperatuur en druk voor zwevende deeltjes (PM); wet Wet milieubeheer :; winterhalfjaargemiddelde concentratie 3 : concentratie in de buitenlucht, gemiddeld over vierentwintig-uurgemiddelde concentraties van 1 oktober tot en met 31 maart, uitgedrukt in microgram per mlucht bij een temperatuur van 293 Kelvin en een druk van 101,3 kiloPascal; zone : gedeelte van het Nederlandse grondgebied; 10 zwevende deeltjes (PM) : in de buitenlucht voorkomende stofdeeltjes die een op grootte selecterende instroomopening passeren met een efficiencygrens van 50 procent bij een aërodynamische diameter van 10 micrometer. 2005 316 23-06-2005 20-06-2005 2005 398 04-08-2005 01-08-2005 05-08-2005
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 artikel 1, derde lid, onder g, van de Arbeidsomstandighedenwet Dit besluit is niet van toepassing op een arbeidsplaats als bedoeld in. 2 Artikel 5.2, derde lid, eerste volzin, van de wet , is niet van toepassing ten aanzien van de in dit besluit opgenomen grenswaarden. 2006 674 21-12-2006 05-12-2006 2006 675 21-12-2006 11-12-2006 01-01-2007
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 Onze Minister wijst voor de toepassing van dit besluit zones en agglomeraties aan. 2 artikel 25 Onze Minister overweegt ten minste eenmaal in de vijf jaar in hoeverre de indeling van zones en agglomeraties voor de vaststelling van de luchtverontreiniging overeenkomstigaanpassing behoeft. 3 Aan het tweede lid wordt voor de eerste maal gevolg gegeven voor 1 januari 2010. 2005 316 23-06-2005 20-06-2005 2005 398 04-08-2005 01-08-2005 05-08-2005
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 paragraaf 2 Onze Minister overweegt ten minste eenmaal in de acht jaar in hoeverre de ingenoemde waarden herziening behoeven en stelt de Staten-Generaal in kennis van zijn bevindingen daaromtrent. 2005 316 23-06-2005 20-06-2005 2005 398 04-08-2005 01-08-2005 05-08-2005
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 10 Concentraties die zich van nature in de lucht bevinden en die niet schadelijk zijn voor de gezondheid van de mens, worden bij het beoordelen van de luchtkwaliteit voor zwevende deeltjes (PM) buiten beschouwing gelaten. 2 10 Concentraties van zwevende deeltjes (PM) die veroorzaakt worden door natuurverschijnselen worden bij het beoordelen van de luchtkwaliteit buiten beschouwing gelaten. 2005 316 23-06-2005 20-06-2005 2005 398 04-08-2005 01-08-2005 05-08-2005
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 Bij ministeriële regeling worden voor de toepassing van dit besluit regels gesteld aangaande de wijze van meten en berekenen en de frequentie daarvan. 2005 316 23-06-2005 20-06-2005 2005 398 04-08-2005 01-08-2005 05-08-2005
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 paragraaf 2 10 Bestuursorganen nemen bij de uitoefening van bevoegdheden dan wel bij de toepassingen van wettelijke voorschriften die gevolgen kunnen hebben voor de luchtkwaliteit, de ingenoemde grenswaarden voor zwaveldioxide, stikstofdioxide, stikstofoxiden, zwevende deeltjes (PM), lood, koolmonoxide en benzeen in acht. 2 Onder de in het eerste lid bedoelde bevoegdheden en toepassingen van wettelijke voorschriften worden in ieder geval begrepen de bevoegdheden op grond van: a. artikelen 1.2 4.15a 4.16 7.27 7.35 7.42 8.2 8.8 8.11, derde lid 8.40, van de wet de,,,,,,,,, en; b. artikelen 13 16 43 48 53 van de Wet inzake de luchtverontreiniging de,,,en; c. artikelen 2a 2b 4a 6, tweede en zesde lid 7 10 11, eerste en tweede lid 12 15 17 19 21 28 33 37, tweede en vijfde lid 38, tweede lid 39b 40 41, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening de,,,,,,,,,,,,,,,,,en; d. artikelen 11 15 van de Tracéwet deen; e. artikelen 2 5 8 van de Planwet verkeer en vervoer de,en, en f. artikelen 9 10 van de Spoedwet wegverbreding deen. 3 Bestuursorganen kunnen de bevoegdheden, bedoeld in het eerste lid, in afwijking van dat lid mede uitoefenen indien: a. de concentratie in de buitenlucht van de desbetreffende stof als gevolg van de uitoefening van die bevoegdheden per saldo verbetert of ten minste gelijk blijft; b. bij een beperkte toename van de concentratie van de desbetreffende stof, door een met de uitoefening van de desbetreffende bevoegdheid samenhangende maatregel of een door die uitoefening optredend effect, de luchtkwaliteit per saldo verbetert. 4 Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over de gevallen waarin en de wijze waarop aan het derde lid toepassing kan worden gegeven. 2005 316 23-06-2005 20-06-2005 2005 398 04-08-2005 01-08-2005 05-08-2005 Werkt ten aanzien van bevoegdheden, bedoeld in het eerste lid,
die zijn uitgeoefend voor 5 augustus 2005 en na 4 mei 2005, terug
tot 4 mei 2005.
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 paragraaf 2 artikel 9, eerste lid artikel 9, tweede en derde lid Bestuursorganen treffen tevens maatregelen teneinde overschrijding of dreigende overschrijding van een grenswaarde als bedoeld inzo spoedig mogelijk te beëindigen of zoveel mogelijk te voorkomen, tenzij, van toepassing is. Deze maatregelen kunnen mede worden vastgesteld bij een actieplan, waaropvan overeenkomstige toepassing is voor het desbetreffende bestuursorgaan. 2 Omtrent het treffen van maatregelen bevorderen gedeputeerde staten een regelmatig overleg met de betrokken andere bestuursorganen binnen het gebied van de provincie en met de inspecteur. 2005 316 23-06-2005 20-06-2005 2005 398 04-08-2005 01-08-2005 05-08-2005
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 artikel 26 artikel 32 artikelen 16 17 24 Wanneer uit vaststelling van de luchtverontreiniging ingevolgeof een verslag ingevolgeblijkt dat een plandrempel als bedoeld in de,enwordt overschreden, stellen burgemeester en wethouders een actieplan vast, waarin wordt aangegeven op welke wijze op die plaatsen voldaan zal worden aan de grenswaarden voor de betreffende stof, binnen de voor die waarden gestelde termijnen. 2 afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht Op de voorbereiding van een plan als bedoeld in het eerste lid, isvan toepassing. Zienswijzen kunnen naar voren worden gebracht door een ieder. 3 Burgemeester en wethouders dragen zorg voor de uitvoering van het actieplan. 4 artikel 8 Gedeputeerde staten, Onze Minister van Verkeer en Waterstaat en andere bestuursorganen die maatregelen als bedoeld inkunnen treffen, leveren op verzoek van burgemeester en wethouders een bijdrage aan het opstellen en uitvoeren van een plan als bedoeld in het eerste lid. Daarbij geven de betreffende bestuursorganen in het plan gemotiveerd rekenschap van het al dan niet treffen van maatregelen. Omtrent het opstellen en uitvoeren van het actieplan bevorderen burgemeester en wethouders overleg met de betreffende bestuursorganen. 5 artikelen 26 32 Burgemeester en wethouders stellen gedeputeerde staten in kennis van een actieplan als bedoeld in het eerste lid, voor 1 mei van het jaar volgend op het jaar waarin de overschrijding van de betrokken plandrempels met inachtneming van de in deengestelde regels is vastgesteld en gerapporteerd. 6 Burgemeester en wethouders stellen gedeputeerde staten eenmaal in de drie jaar voor 1 mei van het op die periode volgende jaar in kennis van de voortgang van de uitvoering van het in het eerste lid bedoelde actieplan. 7 Gedeputeerde staten stellen Onze Minister voor 1 juli van het jaar, bedoeld in het vijfde lid, in kennis van de ingevolge dat lid ontvangen actieplannen. 8 Gedeputeerde staten stellen Onze Minister eenmaal in de drie jaar voor 1 juli van het op die periode volgende jaar in kennis van de voortgang van de uitvoering van de in het eerste lid bedoelde actieplannen. 2005 316 23-06-2005 20-06-2005 2005 398 04-08-2005 01-08-2005 05-08-2005
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 1 artikel 9, eerste lid Een actieplan als bedoeld in, bevat tenminste de in bijlage IV van de EG-kaderrichtlijn luchtkwaliteit opgenomen gegevens. 2 Een wijziging van bijlage IV van de EG-kaderrichtlijn luchtkwaliteit gaat voor de toepassing van het eerste lid gelden met ingang van de dag waarop aan de betrokken wijzigingsrichtlijn uitvoering moet zijn gegeven. 3 artikel 9 artikel 13 van de Regeling luchtkwaliteit ozon Voor gevallen waarin ingevolgeof ingevolgevoor meer dan een stof een actieplan wordt vastgesteld en uitgevoerd, draagt het betrokken bestuursorgaan zorg voor één actieplan voor de betreffende stoffen. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing. 2005 316 23-06-2005 20-06-2005 2005 398 04-08-2005 01-08-2005 05-08-2005
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 artikel 14 18 De commissaris van de Koningin doet van een overschrijding van een alarmdrempel als bedoeld inof, zo spoedig mogelijk mededeling aan het publiek. Daarbij worden ten minste de volgende gegevens verstrekt: a. de drempel die is overschreden, de datum, het tijdstip, de duur en de plaats van de overschrijding en, indien bekend, de oorzaak van de overschrijding; b. een prognose voor de volgende middag, dag of dagen, met betrekking tot: – de ontwikkeling van de concentratie en de gegevens die aan die verwachting ten grondslag liggen, – het geografische gebied waar de overschrijding zich zal voordoen en – de duur van de overschrijding; c. de bevolkingsgroep of bevolkingsgroepen waarvoor de overschrijding risico’s kan inhouden voor de gezondheid, alsmede de te verwachten symptomen en te treffen voorzorgsmaatregelen; d. bronnen voor het verkrijgen van nadere informatie. 2 Wanneer een alarmdrempel dreigt te worden overschreden, geeft de commissaris van de Koningin, voor zover dat in de gegeven omstandigheden redelijkerwijs mogelijk is, uitvoering aan het eerste lid, met uitzondering van onderdeel a. 3 Artikel 48, derde lid, van de Wet inzake de luchtverontreiniging , is van overeenkomstige toepassing. 2005 316 23-06-2005 20-06-2005 2005 398 04-08-2005 01-08-2005 05-08-2005
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens: a. 3 350 microgram per mals uurgemiddelde concentratie, waarbij geldt dat deze maximaal vierentwintig maal per kalenderjaar mag worden overschreden; b. 3 125 microgram per mals vierentwintig-uurgemiddelde concentratie, waarbij geldt dat deze maximaal drie maal per kalenderjaar mag worden overschreden. 2005 316 23-06-2005 20-06-2005 2005 398 04-08-2005 01-08-2005 05-08-2005
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 2 Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van ecosystemen, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 1000 kmdie gelegen zijn op een afstand van ten minste 20 km van agglomeraties of op een afstand van ten minste 5 km van andere gebieden met bebouwing, van inrichtingen of van autosnelwegen, waar het ecosysteem naar het oordeel van het bevoegde bestuursorgaan bijzondere bescherming behoeft: a. 3 20 microgram per mals jaargemiddelde concentratie; b. 3 20 microgram per mals winterhalfjaargemiddelde concentratie. 2005 316 23-06-2005 20-06-2005 2005 398 04-08-2005 01-08-2005 05-08-2005
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 3 2 Voor zwaveldioxide geldt 500 microgram per mals uurgemiddelde concentratie gedurende drie achtereenvolgende uren, in gebieden van ten minste 100 km, als alarmdrempel. 2005 316 23-06-2005 20-06-2005 2005 398 04-08-2005 01-08-2005 05-08-2005
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 1 Voor stikstofdioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens: a. 3 200 microgram per mals uurgemiddelde concentratie, waarbij geldt dat deze maximaal achttien maal per kalenderjaar mag worden overschreden, en b. 3 40 microgram per mals jaargemiddelde concentratie, uiterlijk op 1 januari 2010. 2 Het eerste lid, onder a, is met ingang van 1 januari 2010 van toepassing bij wegen waarvan ten minste 40.000 motorvoertuigen per etmaal gebruik maken. 3 3 Tot 1 januari 2010 geldt bij de wegen, bedoeld in het tweede lid, voor stikstofdioxide een grenswaarde voor de bescherming van de gezondheid van de mens van 290 microgram per mals uurgemiddelde concentratie, waarbij geldt dat deze maximaal achttien maal per kalenderjaar mag worden overschreden. 4 3 Indien ten gevolge van maatregelen die door één of meer bestuursorganen zijn genomen met het oog op het voorkomen of beperken van luchtverontreiniging bij de wegen, bedoeld in het tweede lid, in een kalenderjaar voor het jaar 2010 de grenswaarde wordt bereikt van 200 microgram per mals uurgemiddelde concentratie, met maximaal achttien overschrijdingen per kalenderjaar, geldt, in afwijking van het tweede en derde lid, deze grenswaarde met ingang van het jaar volgend op het jaar waarin de grenswaarde, bedoeld in de eerste volzin is bereikt. 2005 316 23-06-2005 20-06-2005 2005 398 04-08-2005 01-08-2005 05-08-2005
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 Voor stikstofdioxide gelden de volgende plandrempels voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als jaargemiddelde concentraties: a. 3 in 2005, 50 microgram per m; b. 3 in 2006, 48 microgram per m; c. 3 in 2007, 46 microgram per m; d. 3 in 2008, 44 microgram per m; e. 3 in 2009, 42 microgram per m. 2005 316 23-06-2005 20-06-2005 2005 398 04-08-2005 01-08-2005 05-08-2005
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 artikel 15, tweede lid Voor stikstofdioxide gelden bij de wegen, bedoeld in, de volgende plandrempels voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als uurgemiddelde concentraties waarbij geldt dat deze maximaal achttien maal per kalenderjaar mogen worden overschreden: a. 3 in 2005, 250 microgram per m; b. 3 in 2006, 240 microgram per m; c. 3 in 2007, 230 microgram per m; d. 3 in 2008, 220 microgram per m; e. 3 in 2009, 210 microgram per m. 2005 316 23-06-2005 20-06-2005 2005 398 04-08-2005 01-08-2005 05-08-2005
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 3 2 Voor stikstofdioxide geldt 400 microgram per mals uurgemiddelde concentratie gedurende drie achtereenvolgende uren, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 100 km, als alarmdrempel. 2005 316 23-06-2005 20-06-2005 2005 398 04-08-2005 01-08-2005 05-08-2005
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 3 2 Voor stikstofoxiden geldt 30 microgram per mals jaargemiddelde concentratie als grenswaarde voor de bescherming van vegetatie, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 1000 kmdie gelegen zijn op een afstand van ten minste 20 km van agglomeraties of op een afstand van ten minste 5 km van andere gebieden met bebouwing, van inrichtingen of van autosnelwegen, waar de vegetatie naar het oordeel van het bevoegde bestuursorgaan bijzondere bescherming behoeft. 2005 316 23-06-2005 20-06-2005 2005 398 04-08-2005 01-08-2005 05-08-2005
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 10 Voor zwevende deeltjes (PM) gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens: a. 3 40 microgram per mals jaargemiddelde concentratie; b. 3 50 microgram per mals vierentwintig-uurgemiddelde concentratie, waarbij geldt dat deze maximaal vijfendertig maal per kalenderjaar mag worden overschreden. 2005 316 23-06-2005 20-06-2005 2005 398 04-08-2005 01-08-2005 05-08-2005
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 3 Voor lood geldt 0,5 microgram per mals jaargemiddelde concentratie als grenswaarde voor de bescherming van de gezondheid van de mens. 2005 316 23-06-2005 20-06-2005 2005 398 04-08-2005 01-08-2005 05-08-2005
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 3 Voor koolmonoxide geldt 10.000 microgram per mals acht-uurgemiddelde concentratie als grenswaarde voor de bescherming van de gezondheid van de mens. 2005 316 23-06-2005 20-06-2005 2005 398 04-08-2005 01-08-2005 05-08-2005
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 Voor benzeen gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als jaargemiddelde concentraties: a. 3 tot 1 januari 2010, 10 microgram per m; b. 3 met ingang van 1 januari 2010, 5 microgram per m. 2005 316 23-06-2005 20-06-2005 2005 398 04-08-2005 01-08-2005 05-08-2005
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 Voor benzeen gelden de volgende plandrempels voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als jaargemiddelde concentraties: a. 3 in 2006, 9 microgram per m; b. 3 in 2007, 8 microgram per m; c. 3 in 2008, 7 microgram per m; d. 3 in 2009, 6 microgram per m. 2005 316 23-06-2005 20-06-2005 2005 398 04-08-2005 01-08-2005 05-08-2005
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 1 10 Gedeputeerde staten stellen in zones en agglomeraties de luchtverontreiniging door zwaveldioxide, stikstofdioxide, stikstofoxiden, zwevende deeltjes (PM), lood, koolmonoxide en benzeen vast met gebruikmaking van vaste meetpunten. 2 3 3 artikel 9 Voor de meting van de luchtverontreiniging door zwaveldioxide wordt gebruik gemaakt van een meetmethode waarvan de bovenste analysegrens ten minste 1000 microgram per mbedraagt en waarbij de onder operationele condities verkregen meetwaarden zodanig zijn dat met een waarschijnlijkheid van 95 procent de totale afwijking tussen de gemeten en de werkelijke concentratie minder is dan 15 procent voor uurgemiddelde concentraties, groter dan 75 microgram per m. De eerste volzin is niet van toepassing in de inbedoelde gebieden. 3 artikel 9 3 3 Voor de meting van de luchtverontreiniging door zwaveldioxide wordt in de inbedoelde gebieden gebruik gemaakt van een meetmethode waarvan de bovenste analysegrens ten minste 500 microgram per mbedraagt en waarbij de onder operationele condities verkregen meetwaarden zodanig zijn dat met een waarschijnlijkheid van 95 procent de totale afwijking tussen de gemeten en de werkelijke concentratie minder is dan 15 procent voor jaargemiddelde concentraties, groter dan 12 microgram per m. 4 3 3 Voor de meting van de luchtverontreiniging door stikstofdioxide wordt gebruik gemaakt van een meetmethode waarvan de bovenste analysegrens ten minste 500 microgram per mbedraagt en waarbij de onder operationele condities verkregen meetwaarden zodanig zijn dat met een waarschijnlijkheid van 95 procent de totale afwijking tussen de gemeten en de werkelijke concentratie minder is dan 15 procent voor uurgemiddelde concentraties, groter dan 32 microgram per m. 5 3 3 Voor de meting van de luchtverontreiniging door stikstofoxiden wordt gebruik gemaakt van een meetmethode waarvan de bovenste analysegrens ten minste 500 microgram per mbedraagt en waarbij de onder operationele condities verkregen meetwaarden zodanig zijn dat met een waarschijnlijkheid van 95 procent de totale afwijking tussen de gemeten en de werkelijke concentratie minder is dan 15 procent voor jaargemiddelde concentraties, groter dan 24 microgram per m. 6 10 3 3 Voor de meting van de luchtverontreiniging door zwevende deeltjes (PM) wordt gebruik gemaakt van een meetmethode waarvan de bovenste analysegrens ten minste 400 microgram per mbedraagt en waarbij de onder operationele condities verkregen meetwaarden zodanig zijn dat met een waarschijnlijkheid van 95 procent de totale afwijking tussen de gemeten en de werkelijke concentratie minder is dan 25 procent voor vierentwintig-uurgemiddelde concentraties, groter dan 30 microgram per m. 7 3 3 Voor de meting van de luchtverontreiniging door lood wordt gebruik gemaakt van een meetmethode waarvan de bovenste analysegrens ten minste 1 microgram per mbedraagt en waarbij de onder operationele condities verkregen meetwaarden zodanig zijn dat met een waarschijnlijkheid van 95 procent de totale afwijking tussen de gemeten en de werkelijke concentratie minder is dan 50 procent voor concentraties, groter dan 0,25 microgram per m. 8 3 3 Voor de meting van de luchtverontreiniging door koolmonoxide wordt gebruik gemaakt van een meetmethode waarvan de bovenste analysegrens ten minste 50.000 microgram per mbedraagt en waarbij de onder operationele condities verkregen meetwaarden zodanig zijn dat met een waarschijnlijkheid van 95 procent de totale afwijking tussen de gemeten en de werkelijke concentratie minder is dan 15 procent voor uurgemiddelde concentraties, groter dan 7.000 microgram per m. 9 3 3 Voor de meting van de luchtverontreiniging door benzeen wordt gebruik gemaakt van een meetmethode waarvan de bovenste analysegrens ten minste 100 microgram per mbedraagt en waarbij de onder operationele condities verkregen meetwaarden zodanig zijn dat met een waarschijnlijkheid van 95 procent de totale afwijking tussen de gemeten en de werkelijke concentratie minder is dan 25 procent voor jaargemiddelde concentraties, groter dan 3,5 microgram per m. 2005 316 23-06-2005 20-06-2005 2005 398 04-08-2005 01-08-2005 05-08-2005
Artikel 26 — Artikel 26#
Artikel 26 1 Burgemeester en wethouders inventariseren eenmaal in de drie jaar de plaatsen waar de bevolking naar hun redelijke verwachting direct of indirect kan worden blootgesteld aan luchtverontreiniging: a. 3 door stikstofdioxide die meer dan achttien maal per kalenderjaar hoger is dan 200 microgram per mals uurgemiddelde concentratie; b. 3 door stikstofdioxide die hoger is dan 40 microgram per mals jaargemiddelde concentratie; c. 10 3 door zwevende deeltjes (PM) die hoger is dan 40 microgram per mals jaargemiddelde concentratie; d. 10 3 door zwevende deeltjes (PM) die meer dan vijfendertig maal per kalenderjaar hoger is dan 50 microgram per mals vierentwintig-uurgemiddelde concentratie; e. 3 door koolmonoxide die hoger is dan 3600 microgram per mals 98-percentiel van acht-uurgemiddelde concentraties; f. 3 door benzeen die hoger is dan 5 microgram per mals jaargemiddelde concentratie. 2 10 Burgemeester en wethouders stellen bij wegen, die ingevolge het eerste lid zijn geïnventariseerd, de luchtverontreiniging door stikstofdioxide, zwevende deeltjes (PM), koolmonoxide en benzeen vast. De vaststelling vindt plaats in hetzelfde jaar als waarin de inventarisatie is verricht. De vaststelling bij de in de eerste volzin bedoelde wegen geschiedt daar waar de concentraties van genoemde stoffen naar redelijke verwachting van burgemeester en wethouders het hoogst zijn. 3 10 Onze Minister van Verkeer en Waterstaat stelt op verzoek van burgemeester en wethouders, bij wegen die ingevolge het eerste lid zijn geïnventariseerd en onder het beheer van het Rijk vallen, de luchtverontreiniging door stikstofdioxide, zwevende deeltjes (PM), koolmonoxide en benzeen vast en rapporteert omtrent de resultaten daarvan voor 1 april van het jaar waarin de inventarisatie is verricht, aan burgemeester en wethouders. Het tweede lid, derde volzin, is van overeenkomstige toepassing. 4 10 Gedeputeerde staten stellen op verzoek van burgemeester en wethouders, bij inrichtingen die ingevolge het eerste lid zijn geïnventariseerd, en bij wegen die ingevolge het eerste lid zijn geïnventariseerd en onder het beheer van de provincie vallen, de luchtverontreiniging door stikstofdioxide, zwevende deeltjes (PM), koolmonoxide en benzeen vast en rapporteren omtrent de resultaten daarvan voor 1 april van het jaar waarin de inventarisatie is verricht aan burgemeester en wethouders. Het tweede lid, derde volzin, is van overeenkomstige toepassing. 5 Burgemeester en wethouders dienen een verzoek om vaststelling van de luchtverontreiniging, als bedoeld in het derde en vierde lid, in voor 1 februari van het jaar waarin de inventarisatie is verricht. 6 10 artikelen 15, eerste en derde lid 20 22 23 Burgemeester en wethouders stellen in elk van de twee jaren, die volgen op een jaar waarin laatstelijk een vaststelling als bedoeld in het tweede lid heeft plaatsgevonden, de luchtverontreiniging door stikstofdioxide, zwevende deeltjes (PM), koolmonoxide en benzeen, bedoeld in het eerste lid, vast bij wegen waar de bevolking direct of indirect wordt blootgesteld aan die luchtverontreiniging en waar die luchtverontreiniging naar hun redelijke verwachting de toepasselijke in de,,onderscheidenlijk, genoemde waarden overschrijdt. Het tweede lid, derde volzin, en het derde, vierde en vijfde lid, zijn van overeenkomstige toepassing. 7 Een inventarisatie als bedoeld in het eerste lid vindt voor de eerste maal plaats in 2006. 2005 316 23-06-2005 20-06-2005 2005 398 04-08-2005 01-08-2005 05-08-2005
Artikel 27 — Artikel 27#
Artikel 27 1 artikel 26, tweede, derde en vierde lid De vaststelling voor stikstofdioxide bij wegen, bedoeld in, vindt plaats door middel van: a. artikel 25, vierde lid metingen, overeenkomstig, dan wel b. een andere methode met behulp waarvan concentraties op een zodanige wijze vastgesteld kunnen worden, dat deze niet meer dan 30 procent van de werkelijke jaargemiddelde concentraties afwijken. 2 artikel 26, vierde lid De vaststelling voor stikstofdioxide bij inrichtingen, bedoeld in, vindt plaats door middel van: a. artikel 25, vierde lid metingen, overeenkomstig, dan wel b. een andere methode met behulp waarvan concentraties op een zodanige wijze vastgesteld kunnen worden, dat deze niet meer dan 60 procent van de werkelijke uurgemiddelde concentraties afwijken. 3 10 artikel 26, tweede, derde en vierde lid De vaststelling voor zwevende deeltjes (PM), bedoeld in, vindt plaats door middel van: a. artikel 25, zesde lid metingen, overeenkomstig, dan wel b. een andere methode met behulp waarvan concentraties op een zodanige wijze vastgesteld kunnen worden, dat deze niet meer dan 50 procent van de werkelijke jaargemiddelde concentraties en niet meer dan een factor twee van de werkelijke vierentwintig-uurgemiddelde concentraties afwijken. 4 artikel 26, tweede, derde en vierde lid De vaststelling voor koolmonoxide, bedoeld in, vindt plaats door middel van: a. artikel 25, achtste lid metingen overeenkomstig, dan wel b. een andere methode met behulp waarvan concentraties op een zodanige wijze vastgesteld kunnen worden, dat deze niet meer dan 50 procent van de werkelijke acht-uurgemiddelde concentraties afwijken. 5 artikel 26, tweede, derde en vierde lid De vaststelling voor benzeen, bedoeld in, vindt plaats door middel van: a. artikel 25, negende lid metingen overeenkomstig, dan wel b. een andere methode met behulp waarvan concentraties op een zodanige wijze vastgesteld kunnen worden, dat deze niet meer dan 50 procent van de werkelijke jaargemiddelde concentraties afwijken. 2005 316 23-06-2005 20-06-2005 2005 398 04-08-2005 01-08-2005 05-08-2005
Artikel 28 — Artikel 28#
Artikel 28 artikelen 25, achtste lid 27, vierde lid artikel 6 artikel 26, eerste lid artikel 26, tweede, derde en vierde lid 3 Burgemeester en wethouders stellen de luchtverontreiniging door koolmonoxide vast door middel van metingen overeenkomstig de, en, en de krachtensvast te stellen regeling, op plaatsen waar, blijkens de ingevolgeverrichte inventarisatie en de ingevolgeverrichte vaststelling, mensen worden blootgesteld aan een concentratie van koolmonoxide die hoger is dan 3600 microgram per mals 98-percentiel van acht-uurgemiddelde concentraties. 2005 316 23-06-2005 20-06-2005 2005 398 04-08-2005 01-08-2005 05-08-2005
Artikel 29 — Artikel 29#
Artikel 29 1 Gedeputeerde staten inventariseren eenmaal in de drie jaar de plaatsen waar de bevolking naar hun redelijke verwachting direct of indirect kan worden blootgesteld aan luchtverontreiniging, die in overwegende mate wordt veroorzaakt door één of meer inrichtingen die: a. 3 voor zwaveldioxide meer dan vierentwintig maal per kalenderjaar hoger is dan 350 microgram per mals uurgemiddelde concentratie; b. 3 voor zwaveldioxide meer dan drie maal per kalenderjaar hoger is dan 125 microgram per mals vierentwintig-uurgemiddelde concentratie; c. 3 voor lood hoger is dan 0,5 microgram per mals jaargemiddelde concentratie. 2 Gedeputeerde staten stellen op plaatsen, die ingevolge het eerste lid zijn geïnventariseerd, de luchtverontreiniging door zwaveldioxide, onderscheidenlijk lood vast. De vaststelling vindt plaats in hetzelfde jaar als waarin de inventarisatie is verricht. De vaststelling op de in de eerste volzin bedoelde plaatsen geschiedt daar waar de luchtverontreiniging naar redelijke verwachting van gedeputeerde staten het hoogst is. 3 artikelen 12 21 Gedeputeerde staten stellen op plaatsen, die ingevolge het eerste lid zijn geïnventariseerd, in elk van de twee jaren die volgen op een jaar waarin laatstelijk een vaststelling heeft plaatsgevonden, de luchtverontreiniging door zwaveldioxide, onderscheidenlijk lood, vast waar die luchtverontreiniging naar hun redelijke verwachting de toepasselijke in deen, genoemde waarden overschrijdt. Het tweede lid, derde volzin, is van overeenkomstige toepassing. 4 De vaststelling voor zwaveldioxide, bedoeld in het tweede en derde lid, vindt plaats door middel van: a. artikel 25, tweede lid metingen, overeenkomstig, dan wel b. een andere methode met behulp waarvan concentraties op een zodanige wijze vastgesteld kunnen worden, dat deze niet meer dan 60 procent van de werkelijke uurgemiddelde concentraties afwijken. 5 De vaststelling voor lood, bedoeld in het tweede en derde lid, vindt plaats door middel van: a. artikel 25, zevende lid metingen, overeenkomstig, dan wel b. een andere methode met behulp waarvan concentraties op een zodanige wijze vastgesteld kunnen worden, dat deze niet meer dan 50 procent van de werkelijke jaargemiddelde concentraties afwijken. 6 Een inventarisatie als bedoeld in het eerste lid, vindt voor de eerste maal plaats in 2006. 2005 316 23-06-2005 20-06-2005 2005 398 04-08-2005 01-08-2005 05-08-2005
Artikel 30 — Artikel 30#
Artikel 30 1 artikelen 26, eerste lid 29, eerste lid artikelen 25 tot en met 29 Voorzover Onze Minister de in de, en, bedoelde plaatsen inventariseert en met overeenkomstige toepassing van dede luchtverontreiniging vaststelt, zijn Onze Minister van Verkeer en Waterstaat, onderscheidenlijk gedeputeerde staten en burgemeester en wethouders, daartoe niet verplicht. 2 artikelen 26, eerste lid 29, eerste lid artikelen 25 26 28 29 Het bestuursorgaan dat de in de, en, bedoelde plaatsen inventariseert en krachtens de,,ende luchtverontreiniging vaststelt, draagt zorg voor de bekostiging daarvan. 2005 316 23-06-2005 20-06-2005 2005 398 04-08-2005 01-08-2005 05-08-2005
Artikel 31 — Artikel 31#
Artikel 31 1 Onze Minister kan: a. de nauwkeurigheid van een meetmethode of een andere methode waarmee de luchtverontreiniging vastgesteld wordt toetsen, b. de nauwkeurigheid van de toepassing van een onder a bedoelde methode toetsen. 2 De door middel van de toetsing verkregen resultaten treden in de plaats van eerdere of anderszins verkregen resultaten. 3 Onze Minister maakt de in het tweede lid bedoelde resultaten kenbaar aan het betreffende bestuursorgaan. 2005 316 23-06-2005 20-06-2005 2005 398 04-08-2005 01-08-2005 05-08-2005
Artikel 32 — Artikel 32#
Artikel 32 1 artikel 26, eerste lid Burgemeester en wethouders doen van een inventarisatie als bedoeld in, voor 1 mei van het jaar waarin die inventarisatie is verricht, aan gedeputeerde staten schriftelijk verslag. 2 10 artikel 26, tweede, derde, vierde of zesde lid Burgemeester en wethouders doen op basis van de vaststelling van de luchtverontreiniging door stikstofdioxide, zwevende deeltjes (PM), koolmonoxide en benzeen bedoeld in, voor 1 mei van het jaar waarin de vaststelling heeft plaatsgevonden aan gedeputeerde staten schriftelijk verslag van: a. artikelen 15 20 22 23 de plaatsen waar overschrijding van de in de,,engenoemde grenswaarden is opgetreden, alsmede van de hoogte van de luchtverontreiniging op die plaatsen; b. artikelen 16 17 artikel 24 de plaatsen waar overschrijding van de in deengenoemde plandrempels voor stikstofdioxide, onderscheidenlijk de ingenoemde plandrempels voor benzeen is opgetreden alsmede van de hoogte van de luchtverontreiniging op die plaatsen; c. de reden van de overschrijding van de in onderdeel a of b bedoelde grenswaarden of plandrempels; d. de gebruikte meetmethode, de data waarop of de periode waarin de overschrijding van de in onderdeel a of b bedoelde grenswaarden of plandrempels is opgetreden ingeval de vaststelling van de luchtverontreiniging door middel van metingen is verricht; e. de aan deze vaststelling ten grondslag liggende gegevens ingeval de vaststelling van de luchtverontreiniging door middel van een andere methode is verricht, en f. artikelen 15 20 22 23 de maatregelen die zij hebben genomen of nog zullen nemen om de in de,,engenoemde grenswaarden te bereiken of te handhaven. 3 Indien het tweede lid, onder e, van toepassing is, vermelden burgemeester en wethouders tevens de oppervlakte van de plaatsen, bedoeld in het tweede lid, onder a, in vierkante kilometers of, indien van toepassing, de lengte van wegen in kilometers, alsmede de omvang van de bevolkingsgroep die aan de betreffende concentraties wordt blootgesteld. 2005 316 23-06-2005 20-06-2005 2005 398 04-08-2005 01-08-2005 05-08-2005
Artikel 33 — Artikel 33#
Artikel 33 1 artikel 26, eerste lid 29, eerste lid artikel 26, tweede, derde, vierde of zesde lid 28 29, tweede of derde lid artikelen 12 15 20 21 22 23 artikel 26 artikel 32 artikel 9 artikel 25 artikelen 13 18 10 Gedeputeerde staten doen in een jaar waarin een inventarisatie als bedoeld in, onderscheidenlijk, of een vaststelling als bedoeld in,onderscheidenlijk, heeft plaatsgevonden, voor 1 juli schriftelijk verslag aan Onze Minister van de luchtverontreiniging door zwaveldioxide, stikstofdioxide, stikstofoxiden, zwevende deeltjes (PM), lood, koolmonoxide en benzeen in de provincie alsmede van de maatregelen en plannen om de in de,,,,engenoemde waarden te bereiken of te handhaven. Zij betrekken in hun verslag de resultaten van de ingevolgeverrichte vaststelling van de luchtverontreiniging, de ingevolgeopgestelde verslagen en de ingevolgeopgestelde plannen. In het verslag wordt melding gemaakt van ingevolgevastgestelde overschrijding van de in deengenoemde waarden. 2 10 artikelen 12 15 21 22 23 In het in het eerste lid bedoelde verslag geven gedeputeerde staten een overzicht van de luchtverontreiniging door zwaveldioxide, stikstofdioxide, stikstofoxiden, zwevende deeltjes (PM), koolmonoxide en benzeen in de binnen de provincie gelegen agglomeraties, alsmede van de maatregelen en plannen om de toepasselijke in de,,,engenoemde grenswaarden daar te bereiken of te handhaven. De tweede volzin van het eerste lid is van overeenkomstige toepassing. 2005 316 23-06-2005 20-06-2005 2005 398 04-08-2005 01-08-2005 05-08-2005
Artikel 34 — Artikel 34#
Artikel 34 Wijzigt het Subsidiebesluit openbare lichamen milieubeheer. 2005 316 23-06-2005 20-06-2005 2005 398 04-08-2005 01-08-2005 05-08-2005
Artikel 35 — Artikel 35#
Artikel 35 artikel 25 van het Besluit luchtkwaliteit artikel 9 Een plan, opgesteld op grond van of overeenkomstig, geldt als een plan, opgesteld op grond vanvan dit besluit. 2005 316 23-06-2005 20-06-2005 2005 398 04-08-2005 01-08-2005 05-08-2005
Artikel 36 — Artikel 36#
Artikel 36 Besluit luchtkwaliteit Hetwordt ingetrokken. 2005 316 23-06-2005 20-06-2005 2005 398 04-08-2005 01-08-2005 05-08-2005
Artikel 37 — Artikel 37#
Artikel 37 artikel 7, eerste lid Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip en werkt ten aanzien van de bevoegdheden, bedoeld in, van dit besluit, die zijn uitgeoefend voor dat tijdstip en na 4 mei 2005 terug tot laatstgenoemde datum. 2005 316 23-06-2005 20-06-2005 2005 398 04-08-2005 01-08-2005 05-08-2005
Artikel 38 — Artikel 38#
Artikel 38 Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit luchtkwaliteit 2005. 2005 316 23-06-2005 20-06-2005 2005 398 04-08-2005 01-08-2005 05-08-2005