Besluit van 7 oktober 2004, houdende regels met betrekking tot de afgifte, de ontvangst en het vervoer van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen (Besluit melden bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen)
- BWB-id
- BWBR0017294
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Infrastructuur en Milieu
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2025-07-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0017294
- ELI
- /eli/nl/amvb/2005/besluit-melden-bedrijfsafvalstoffen-en-gevaarlijke-afvalstof
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/2005/besluit-melden-bedrijfsafvalstoffen-en-gevaarlijke-afvalstof/2025-07-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0017294&g=2025-07-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0017294&z=2026-06-06&g=2025-07-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0017294/2025-07-01
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/2005/besluit-melden-bedrijfsafvalstoffen-en-gevaarlijke-afvalstof
Artikel 8#
artikelen 8
Artikel 9#
9
Artikel 10#
10, derde lid
Artikel 7#
artikel 7
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In dit besluit wordt verstaan onder: a. de wet Wet milieubeheer : de; b. afvalstoffenlijst artikel 1, eerste lid, van de Regeling Europese afvalstoffenlijst : afvalstoffenlijst als bedoeld in; c. artikel 9, eerste lid afvalstroomnummer: afvalstroomnummer als bedoeld in; d. meldingsinstantie artikelen 10.38, derde lid 10.40, eerste lid, van de wet : instantie als bedoeld in de, en; e. route-inzameling : inzameling van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen volgens een vooraf bepaalde route waarbij de afvalstoffen tijdens het vervoer worden samengevoegd met gelijksoortige afvalstoffen die worden afgegeven door verschillende personen; f. Raad voor Accreditatie: Stichting Raad voor Accreditatie te Utrecht; g. regelmatige afvalstoffen: afvalstoffen die regelmatig tijdens hetzelfde proces ontstaan en een constante samenstelling hebben; h. korrelvormige afvalstoffen: afvalstoffen, niet zijnde monolithische afvalstoffen; i. monolithische afvalstoffen: afvalstoffen die door menging met toeslagstoffen of andersoortige bewerkingen zijn omgevormd tot afvalstoffen met een beperkte uitloging en een duurzame vaste vorm; j. schone kunststoffen: kunststoffen of mengsels daarvan, mits deze niet zijn vermengd met andere afvalstoffen en zij overeenkomstig een specificatie zijn vervaardigd; k. zeer zorgwekkende stof: bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving zeer zorgwekkende stof als bedoeld in. 2024 118 30-04-2024 11-04-2024 2024 201 02-07-2024 25-06-2024 01-07-2025 2024 429 23-12-2024 12-12-2024 Inwerkingtreding voorheen door Stb. 2024/201 gesteld op 1 januari 2025.
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 artikel 10.40, eerste lid, van de wet De ingestelde verplichting geldt niet: a. artikel 10.37, tweede lid, onder b, aanhef en onder 1°, van de wet paragraaf 3.6.5 3.7.1 3.7.7 3.8.1 3.2.14 3.2.15 3.3.10 3.3.12 3.3.13 3.6.8 afdeling 3.5 van het Besluit activiteiten leefomgeving indien voor bedrijfsafvalstoffen de afgifte geschiedt aan een andere persoon dan een persoon als bedoeld indie een of meer milieubelastende activiteiten met afvalstoffen verricht die zijn aangewezen in,,,,,,,,ofvoor zover het gaat om het vergisten van plantaardig materiaal of, b. bijlage I indien voor bedrijfsafvalstoffen de persoon aan wie de afvalstoffen zijn afgegeven, op de locatie van die persoon uitsluitend milieubelastende activiteiten met afvalstoffen verricht die behoren tot een inbij dit besluit aangegeven categorie of een combinatie van die categorieën, c. artikel 10.37, tweede lid, onder b, van de wet voor gevaarlijke afvalstoffen, indien de afgifte geschiedt aan een andere persoon dan een persoon als bedoeld in, of d. bijlage II voor zover de afgifte betrekking heeft op afvalstoffen, die behoren tot een inbij dit besluit aangegeven categorie. 2 artikel 10.40, eerste lid, van de wet Een persoon als bedoeld invoor wie de in dat lid gestelde verplichting ingevolge dit besluit niet geldt, registreert de in dat lid bedoelde gegevens op een zodanige wijze dat: a. controle daarvan door degenen die belast zijn met het toezicht op de naleving van de wet binnen een redelijke termijn mogelijk is, en b. deze gedurende ten minste vijf jaar zijn te raadplegen. 3 Bij regeling van Onze Minister kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de wijze van registreren. 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 artikel 10.40, eerste lid, aanhef en onder b, van de wet Aanwordt uitvoering gegeven door het melden van de naam en het adres van degene aan wie met het oog op de desbetreffende afgifte een afvalstroomnummer is verstrekt. 2 artikel 10.40, eerste lid, van de wet Degene die een melding als bedoeld indoet, meldt daarbij tevens de van toepassing zijnde code van de afvalstoffenlijst en het voor de ontvangst van de afvalstoffen verstrekte afvalstroomnummer. 3 artikel 10.40, eerste lid, aanhef en onder d, van de wet De ingestelde verplichting geldt niet in de categorieën van gevallen waarin het betreft de afgifte van: a. door route-inzameling verkregen afvalstoffen, of b. door inzameling verkregen afvalstoffen die behoren tot een door Onze Minister aangewezen categorie. 4 artikel 10.40, eerste lid, aanhef en onder f, van de wet De ingestelde verplichting geldt niet voor een andere categorie van gevallen dan die waarin de afgifte geschiedt door tussenkomst van een ander die opdracht had de bedrijfsafvalstoffen in te zamelen en naar hem te vervoeren. 5 artikel 10.40, eerste lid, van de wet De melding, bedoeld ingeschiedt: a. binnen vier weken na afloop van de maand waarin een afgifte heeft plaatsgevonden, en b. langs elektronische weg of schriftelijk. 6 artikel 10.40, eerste lid, van de wet Degene die een melding als bedoeld indoet, bewaart gedurende ten minste vijf jaar de begeleidingsbrieven of de elektronische versie hiervan. 7 artikel 10.40, eerste lid, van de wet Bij regeling van Onze Minister kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de ingevolgeen dit besluit te melden gegevens en de wijze waarop de melding wordt gedaan. 2023 117 14-04-2023 17-02-2023 2023 233 29-06-2023 26-06-2023 01-07-2023
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 artikel 10.40, eerste lid, aanhef en onder b of c, voorzover het betreft de gebruikelijke benaming, en d tot en met f, van de wet artikel 10.40, eerste lid, van de wet artikel 3 In de categorieën van gevallen waarin de ingevolgeente melden gegevens reeds aan de meldingsinstantie zijn gemeld en deze gegevens niet zijn gewijzigd, wordt, zolang het voor de ontvangst van de afvalstoffen verstrekte afvalstroomnummer niet is vervallen, aanuitvoering gegeven door het melden van de gegevens over een vervoerder, indien het vervoer van gevaarlijke stoffen betreft, het afvalstroomnummer, het aantal afgiften en de totale hoeveelheid afvalstoffen die met het afvalstroomnummer in de voorafgaande maand in ontvangst zijn genomen. 2023 117 14-04-2023 17-02-2023 2023 233 29-06-2023 26-06-2023 01-07-2023
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 artikel 10.38, derde lid, van de wet De ingestelde verplichting geldt niet voor andere dan de ingevolge het tweede lid aangewezen categorieën van gevallen. 2 artikel 10.38, derde lid, van de wet artikel 10.40 van de wet artikel 10.37, tweede lid, onder a of b, van de wet artikel 2, eerste lid Als categorieën van gevallen waarin de ingestelde verplichting geldt, worden aangewezen de categorieën van gevallen waarin de afgifte geschiedt door een persoon die op grond van, verplicht is om een melding te doen als bedoeld in, aan een persoon als bedoeld indie niet verplicht is tot het doen van een melding als bedoeld in artikel 10.40 van de wet. 3 Bij regeling van Onze Minister kunnen gevallen worden aangewezen die zijn vrijgesteld van de verplichting, bedoeld in het tweede lid. 2021 98 25-02-2021 27-11-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 5a — Artikel 5a#
Artikel 5a 1 Artikel 10.38, derde lid, van de wet artikel 10.37, tweede lid, onder b, van de wet is van overeenkomstige toepassing in de categorieën van gevallen waarin een persoon als bedoeld ingevaarlijke afvalstoffen op de locatie waar deze zijn ontstaan nuttig toepast of verwijdert. 2 artikel 6 In de categorieën van gevallen, bedoeld in het eerste lid, isvan overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat in die gevallen geen afgifte wordt gemeld maar het nuttig toepassen of verwijderen van de gevaarlijke afvalstoffen. 3 artikel 9.5.2, eerste lid, van de wet Dit artikel berust op. 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 artikel 10.38, derde lid, van de wet Aanin verbinding met het eerste lid, onder a, van dat artikel wordt uitvoering gegeven door het melden van het aantal afgiften dat in de voorafgaande maand heeft plaatsgevonden. 2 artikel 10.38, derde lid, van de wet Aanin verbinding met het eerste lid, onder c, van dat artikel wordt, voorzover het betreft de hoeveelheid, uitvoering gegeven door het melden van de totale hoeveelheid afvalstoffen waarvan de afgifte in de voorafgaande maand heeft plaatsgevonden. 3 artikel 10.38, derde lid, van de wet Degene die een melding als bedoeld indoet, meldt daarbij tevens de van toepassing zijnde code van de afvalstoffenlijst. 4 Artikel 3, vijfde en zevende lid , is van overeenkomstige toepassing. 2010 770 19-11-2010 08-11-2010 2010 821 22-12-2010 03-12-2010 01-01-2011
Artikel 6a — Artikel 6a#
Artikel 6a artikel 9.2.2.1, eerste lid, van de wet Deze paragraaf berust op. 2020 197 24-06-2020 18-06-2020 2020 158 05-06-2020 27-05-2020 35267 01-07-2020 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Implementatiewet
wijziging EU-kaderrichtlijn afvalstoffen in werking treedt.
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 Artikel 10.38, derde lid, van de wet artikel 10.40 van de wet artikel 2, eerste lid is van overeenkomstige toepassing in de categorieën van gevallen waarin een persoon die op grond van, verplicht is om een melding te doen als bedoeld inzich van stoffen, mengsels en producten, niet zijnde bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen, ontdoet door afgifte aan een ander persoon of deze toepast. 2 artikelen 3, vijfde lid 6, eerste tot en met derde lid In de categorieën van gevallen, bedoeld in het eerste lid, zijn de, en, van overeenkomstige toepassing. 3 artikel 6, derde lid Voor zover geen code van de afvalstoffenlijst van toepassing is wordt aan, uitvoering gegeven door melding van de van toepassing zijnde code van de gecombineerde nomenclatuur, bedoeld in artikel 1, eerste lid, van verordening nr. 2658/87/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 23 juli 1987 met betrekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief (PbEG L 256). 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 7a — Artikel 7a#
Artikel 7a 1 Elke leverancier van een voorwerp als bedoeld in artikel 3, onderdeel 33, van de EG-verordening registratie, evaluatie en autorisatie van chemische stoffen, verstrekt de informatie, bedoeld in artikel 33, eerste lid, van deze verordening, aan het Europees Agentschap voor chemische stoffen. 2 Het eerste lid is niet van toepassing op leveranciers van voorwerpen als bedoeld op de lijst met producttypen van wapens, munitie en oorlogsmateriaal, vastgesteld bij Besluit 255/58 van de Raad van 15 april 1958, die zijn bedoeld ten dienste van defensiebelangen van Nederland of op die voorwerpen die daarvoor in gebruik zijn geweest. 3 Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de uitvoering van het eerste lid. 2021 332 14-07-2021 02-07-2021 2021 528 05-11-2021 25-10-2021 06-11-2021 05-01-2021
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 artikel 10.40, eerste lid, van de wet Degene voor wie de ingestelde verplichting geldt, verstrekt een afvalstroomnummer: a. artikel 10.45 10.48 van de wet indien de afvalstoffen aan hem worden afgegeven door een persoon die krachtensofbevoegd is zodanige afvalstoffen in te zamelen en deze rechtstreeks naar hem vervoert: aan de persoon bij wie de afvalstoffen worden ingezameld; b. in andere gevallen: aan degene die zich van de afvalstoffen ontdoet. 2 bijlage III artikel 3, derde lid, onder b De in het eerste lid gestelde verplichting geldt niet voor een in de aanhef van dat lid bedoelde persoon, in de categorieën van gevallen waarin het de afgifte van door route-inzameling verkregen bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen die behoren tot een inbij dit besluit aangegeven categorie, of de afgifte van door inzameling verkregen afvalstoffen als bedoeld in, betreft en hij voorafgaand aan de route-inzameling onderscheidenlijk de inzameling een afvalstroomnummer aan degene die zodanige afvalstoffen inzamelt, heeft verstrekt. 3 Degene die door een inzameling als bedoeld in het tweede lid bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen in ontvangst neemt en aan wie met toepassing van het tweede lid een afvalstroomnummer is verstrekt, deelt dat afvalstroomnummer mede aan degene die zich van de afvalstoffen ontdoet. 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 Het afvalstroomnummer bestaat uit: a. een voor de persoon die de afvalstoffen in ontvangst neemt, uniek nummer dat aan hem door de meldingsinstantie is verstrekt, en b. een nummer dat de persoon die de afvalstoffen in ontvangst neemt, vaststelt. 2 artikel 2 De meldingsinstantie verstrekt op verzoek van een persoon die krachtensverplicht is om melding te maken van aan hem afgegeven afvalstoffen onverwijld een nummer als bedoeld in het eerste lid, onder a. De meldingsinstantie kan het nummer intrekken als de persoon ingevolge artikel 2 niet langer verplicht is tot het melden van de aan hem afgegeven afvalstoffen. 3 Een afvalstroomnummer vervalt indien gedurende vijf jaar geen melding van de ontvangst van afvalstoffen met gebruikmaking van dat nummer heeft plaatsgevonden. 2010 770 19-11-2010 08-11-2010 2010 821 22-12-2010 03-12-2010 01-01-2011
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 1 artikel 10.39, eerste lid, onder a, van de wet bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving artikel 2, eerste lid, onder d De ingestelde verplichting geldt niet voor de categorieën van gevallen waarin de afgifte betrekking heeft op afvalstoffen als bedoeld in, en niet geschiedt aan een persoon die een stortplaats als bedoeld inexploiteert om die afvalstoffen te laten storten. 2 artikel 10.39, eerste lid, onder a, van de wet Degene die een omschrijving als bedoeld inverstrekt, vermeldt daarbij ten minste: a. de van toepassing zijnde code van de afvalstoffenlijst; b. de benaming van de zeer zorgwekkende stoffen: 1°. artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder b, van de Omgevingswet zoals opgenomen in een voor hem geldende omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit als bedoeld in; 2°. artikel 5.23 van het Besluit activiteiten leefomgeving zoals opgenomen in de informatie die hij op grond vanheeft verstrekt over de emissies van die stoffen in de lucht of het water; of 3°. artikel 10.39, eerste lid, onder a, van de wet die vermeld staan in de omschrijving die hem op grond vanis verstrekt toen hij de afvalstof in ontvangst nam. 3 bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving Een omschrijving die wordt verstrekt in gevallen waarin korrelvormige afvalstoffen aan een persoon die een stortplaats als bedoeld inexploiteert, worden afgegeven om te worden gestort, bevat tevens: a. gegevens over de bron en oorsprong van de afvalstoffen; b. gegevens over het proces waarbij de afvalstoffen zijn ontstaan, bestaande uit een beschrijving en de kenmerken van grondstoffen en producten; c. een beschrijving van de behandeling van de afvalstoffen die is toegepast of, bij het ontbreken daarvan, een motivering waarom geen behandeling is toegepast; d. indien van toepassing: gegevens over het uitlooggedrag van de afvalstoffen; e. gegevens over de eigenschappen van de afvalstoffen die specifiek van belang zijn voor het zo nodig treffen van aanvullende voorzorgsmaatregelen op de plaats waarop de afvalstoffen zullen worden gestort; f. artikel 4, eerste lid, van de Regeling Europese afvalstoffenlijst voor zover het gevaarlijke afvalstoffen betreft waaropvan toepassing is, een vermelding van de in het tweede lid van dat artikel bedoelde eigenschappen die de afvalstoffen bezitten; g. gegevens over de resultaten van de ter bepaling van de samenstelling en het uitlooggedrag van de afvalstoffen uitgevoerde analyse of, bij het ontbreken daarvan, een motivering of gegevens waaruit blijkt dat er geen verplichting bestaat tot het uitvoeren van een zodanige analyse. 4 Onverminderd het derde lid bevat een omschrijving die wordt verstrekt in gevallen waarin korrelvormige, regelmatige afvalstoffen aan een persoon als bedoeld in dat lid worden afgegeven om te worden gestort tevens: a. gegevens over de spreiding in de samenstelling van de afzonderlijke afvalstoffen; b. gegevens over de spreiding en variabiliteit van de specifieke eigenschappen van de afvalstoffen; c. indien de afvalstoffen tijdens hetzelfde proces in verschillende installaties ontstaan: het aantal keren dat per installatie analyses als bedoeld in het derde lid zijn uitgevoerd. 5 Degene die ten behoeve van het verstrekken van een omschrijving gebruik maakt van schriftelijk of elektronisch vastgelegde gegevens omtrent aard, eigenschappen en samenstelling van de afvalstoffen, bewaart deze gegevens gedurende ten minste vijf jaar na de laatste afgifte van afvalstoffen waarop die omschrijving betrekking heeft. 6 Bij regeling van Onze Minister kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot het verstrekken van een omschrijving. 2024 118 30-04-2024 11-04-2024 2024 201 02-07-2024 25-06-2024 01-07-2025 2024 429 23-12-2024 12-12-2024 Inwerkingtreding voorheen door Stb. 2024/201 gesteld op 1 januari 2025.
Artikel 10a — Artikel 10a#
Artikel 10a 1 artikel 10, derde lid Degene die een omschrijving verstrekt in gevallen als bedoeld in, draagt er zorg voor dat ter bepaling van de in de omschrijving op te nemen gegevens over de samenstelling en het uitlooggedrag van afvalstoffen, monsters van de betrokken afvalstoffen worden genomen, die monsters worden geanalyseerd en dat daaromtrent gegevens worden geregistreerd. 2 De in het eerste lid gestelde verplichting geldt niet voor: a. tabel 1.1 van het Besluit stortplaatsen en stortverboden afvalstoffen afvalstoffen die voldoen aan de beschrijving die is opgenomen in; b. gevaarlijke afvalstoffen die hechtgebonden asbest of door een bindmiddel gebonden asbest of in kunststof verpakte asbestvezels bevatten, en die geen andere gevaarlijke stoffen dan asbest bevatten; c. niet-gevaarlijke afvalstoffen die worden aangeboden op een stortplaats voor niet-gevaarlijke afvalstoffen en niet in eenzelfde cel worden gestort als stabiele, niet-reactieve gevaarlijke afvalstoffen of gipsafval; d. afvalstoffen die uitsluitend bestaan uit deeltjes met een korrelgrootte van meer dan 40 millimeter; e. afvalstoffen waarvan de uitloogbaarheid en samenstelling bekend zijn; f. afvalstoffen ten aanzien waarvan het technisch niet mogelijk deze te testen of te onderwerpen aan passende testmethoden; g. afvalstoffen, behorende tot een categorie die krachtens het vijfde lid, onder b, is aangewezen. 3 artikel 12b De monsterneming, bedoeld in het eerste lid, wordt uitgevoerd door een persoon of instelling die beschikt over een erkenning als bedoeld in. 4 De analyse van de monsters wordt uitgevoerd door een persoon of instelling die beschikt over een bewijs waarmee de Raad voor Accreditatie of een daaraan gelijkwaardig instituut in een andere lidstaat van de Europese Unie dan wel een staat, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie, die partij is bij een daartoe strekkend of mede daartoe strekkend verdrag dat Nederland bindt, kenbaar heeft gemaakt dat gedurende de periode waarin deze worden uitgevoerd, een gerechtvaardigd vertrouwen bestaat dat de betrokken persoon of instelling competent is voor het uitvoeren van de analyse overeenkomstig de krachtens het vijfde lid gestelde regels. 5 Bij regeling van Onze Minister: a. worden nadere regels gesteld omtrent de monsterneming, de analyse van monsters en de registratie, bedoeld in het eerste lid; b. kunnen categorieën van afvalstoffen worden aangewezen die in ieder geval worden aangemerkt als categorieën van afvalstoffen waarvan het uitlooggedrag en de samenstelling algemeen bekend zijn of ten aanzien waarvan het technisch niet mogelijk is deze te testen of te onderwerpen aan passende testmethoden. 6 Het is verboden te doen handelen in strijd met het derde en vierde lid. 2009 250 23-06-2009 12-06-2009 2009 290 09-07-2009 12-06-2009 21-07-2009
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 artikelen 10.39, eerste lid, onder b 10.44, eerste en tweede lid, van de wet De in de, engestelde verplichtingen gelden niet voor het vervoer van: a. EG-verordening overbrenging van afvalstoffen bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen, waarop devan toepassing is, dat vergezeld gaat van de begeleidende documenten, bedoeld in die verordening; b. bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen in een motorrijtuig van de rijbewijscategorie B; c. bedrijfsafvalstoffen in een hoeveelheid van niet meer dan 500 kilogram op een andere wijze dan in een motorrijtuig van de rijbewijscategorie B; d. niet-beroepsmatig ingezameld papier of textiel; e. ingezamelde huishoudelijke afvalstoffen waarvan kan worden aangetoond dat deze rechtstreeks worden vervoerd naar een locatie waar die afvalstoffen uitsluitend worden overgeslagen; f. bedrijfsafvalstoffen naar soort en aard vergelijkbaar met huishoudelijke afvalstoffen waarvan kan worden aangetoond dat deze rechtstreeks worden vervoerd naar een locatie waar die bedrijfsafvalstoffen uitsluitend worden overgeslagen; g. veegvuil, marktafval, drijfafval en RKG-slib waarvan kan worden aangetoond dat deze rechtstreeks worden vervoerd naar een locatie waar die bedrijfsafvalstoffen uitsluitend worden overgeslagen. 2 artikel 10.39, eerste lid, onder b, van de wet artikel 3, derde lid, onder b artikel 8, derde lid De ingestelde verplichting geldt evenmin in de categorieën van gevallen waarin afvalstoffen worden afgegeven aan een persoon die de afvalstoffen door route-inzameling verkrijgt of door inzameling verkrijgt ingeval de afvalstoffen behoren tot een krachtens, aangewezen categorie, en het op de afvalstoffen betrekking hebbende afvalstroomnummer met toepassing van, aan hem is verstrekt. 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 1 artikel 10.39, eerste lid, onder b, van de wet Onverminderd het tweede lid wordt voor de begeleidingsbrief, bedoeld ingebruik gemaakt van een bij regeling van Onze Minister vastgesteld formulier dat voor de daarbij aangegeven categorieën van gevallen verschillend kan worden vastgesteld. 2 Onze Minister kan toestemming geven om gebruik te maken van een andere gegevensdrager dan een formulier als bedoeld in het eerste lid. 3 Bij regeling van Onze Minister kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de toepassing van het eerste lid. Tevens kunnen daarbij categorieën van gevallen worden aangewezen waarvoor de verplichting, bedoeld in het eerste lid, niet geldt. 2004 522 26-10-2004 07-10-2004 2004 744 30-12-2004 13-12-2004 01-01-2005
Artikel 10a#
artikel 10a, derde lid
Artikel 12a — Artikel 12a#
Artikel 12a 1 In deze paragraaf en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: accreditatie: artikel 10a, vijfde lid, onder a het bewijs waarmee de Raad voor Accreditatie of een daaraan gelijkwaardig instituut in een andere lidstaat van de Europese Unie dan wel een staat, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie, die partij is bij een daartoe strekkend of mede daartoe strekkend verdrag dat Nederland bindt, kenbaar maakt dat gedurende een bepaalde periode een gerechtvaardigd vertrouwen bestaat dat de hierin genoemde instelling competent is voor het certificeren van personen of instellingen voor het uitvoeren van de monsterneming overeenkomstig de krachtens, gestelde regels; certificaat: artikel 10a, vijfde lid, onder a verklaring waarmee een geaccrediteerde certificeringsinstelling kenbaar maakt dat gedurende een bepaalde periode een gerechtvaardigd vertrouwen bestaat dat de hierin genoemde persoon of instelling competent is voor het uitvoeren van de monsterneming overeenkomstig de krachtens, gestelde regels; erkenning: beschikking van Onze Minister waarbij wordt vastgesteld dat een persoon of instelling voor het nemen van monsters van afvalstoffen voldoet aan de bij of krachtens deze paragraaf gestelde eisen; SIKB: Stichting Kwaliteitsborging Infrastructuur Bodembeheer te Gouda; vestigingsplaats: adres en woonplaats van een persoon of adres en woonplaats waar een instelling zetelt. 2 Deze paragraaf is uitsluitend van toepassing op monsterneming die wordt uitgevoerd ter bepaling van de in de omschrijving op te nemen gegevens over de samenstelling en het uitlooggedrag van afvalstoffen. 2009 250 23-06-2009 12-06-2009 2009 290 09-07-2009 12-06-2009 21-07-2009
Artikel 12b — Artikel 12b#
Artikel 12b 1 Onze Minister kan op aanvraag een erkenning verlenen aan een persoon of een instelling voor het nemen van monsters van afvalstoffen. 2 De beschikking vermeldt ten minste de naam van de persoon of instelling, de vestigingsplaats en, indien van toepassing, de naam van de natuurlijk persoon die voor de erkende persoon of instelling de monsterneming van afvalstoffen uitvoert. 3 Een erkenning wordt voor onbepaalde tijd verleend. 4 Onze Minister stelt een lijst met erkende personen en instellingen beschikbaar via een bij regeling van Onze Minister aangewezen website. 5 Een erkenning is niet overdraagbaar. 2009 250 23-06-2009 12-06-2009 2009 290 09-07-2009 12-06-2009 21-07-2009
Artikel 12c — Artikel 12c#
Artikel 12c 1 Een aanvraag voor een erkenning wordt door middel van een bij regeling van Onze Minister vastgesteld formulier, ingediend bij Onze Minister. 2 Bij de aanvraag worden ten minste de volgende gegevens verstrekt: a. de naam en het adres van de aanvrager; b. het certificaat voor de monsterneming; c. de vestigingsplaats van de persoon of instelling; d. artikel 28 van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens artikel 12b, tweede lid indien van toepassing, de naam en een verklaring omtrent het gedrag als bedoeld in, die niet ouder is dan zes maanden, van de natuurlijk persoon, bedoeld in. 3 Bij regeling van Onze Minister kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de in het tweede lid bedoelde gegevens. 2009 250 23-06-2009 12-06-2009 2009 290 09-07-2009 12-06-2009 21-07-2009
Artikel 12d — Artikel 12d#
Artikel 12d 1 Onze Minister beslist binnen acht weken na de datum van ontvangst van de aanvraag. 2 Onze Minister verleent de erkenning geheel of gedeeltelijk indien de desbetreffende persoon of instelling: a. niet in staat van faillissement of surseance van betaling verkeert en b. artikel 12c, tweede lid heeft voldaan aan. 3 De erkenning wordt gebaseerd op een certificaat. 4 artikel 225 van het Wetboek van Strafrecht Een erkenning kan geheel of gedeeltelijk worden geweigerd indien de desbetreffende persoon of instelling of een bestuurder van deze persoon of instelling, in de drie jaar voorafgaande aan de aanvraag een wettelijk voorschrift heeft overtreden dat is gesteld bij of krachtens deze paragraaf of, voor zover de overtreding verband houdt met het nemen van monsters van afvalstoffen. 2009 250 23-06-2009 12-06-2009 2009 290 09-07-2009 12-06-2009 21-07-2009
Artikel 12e — Artikel 12e#
Artikel 12e 1 Artikel 12b, vierde lid Op verzoek van de erkende persoon of instelling kan de erkenning worden gewijzigd., is van overeenkomstige toepassing. 2 Artikel 12c, tweede en derde lid Het verzoek wordt, door middel van een bij regeling van Onze Minister vastgesteld formulier, ingediend bij Onze Minister., is van overeenkomstige toepassing. 3 Artikel 12d, tweede en vierde lid Onze Minister beslist binnen vier weken na de datum van ontvangst van het verzoek., is van overeenkomstige toepassing. 2010 696 28-09-2010 13-09-2010 2010 696 28-09-2010 13-09-2010 26-10-2010
Artikel 12f — Artikel 12f#
Artikel 12f 1 artikel 12c, tweede lid, onder d Met een verklaring omtrent het gedrag als bedoeld in, wordt gelijkgesteld een verklaring omtrent het gedrag afgegeven door een daartoe bevoegde instantie in een andere lidstaat van de Europese Unie dan wel in een staat, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie, die partij is bij een daartoe strekkend of mede daartoe strekkend verdrag dat Nederland bindt, op basis van onderzoekingen of documenten die een beschermingsniveau bieden dat ten minste gelijkwaardig is aan het beschermingsniveau dat met de nationale onderzoekingen of documenten wordt geboden, mits die verklaring niet ouder is dan zes maanden. 2 Met een certificaat wordt gelijkgesteld een certificaat afgegeven door een daartoe bevoegde instantie in een andere lidstaat van de Europese Unie dan wel in een staat, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie, die partij is bij een daartoe strekkend of mede daartoe strekkend verdrag dat Nederland bindt, op basis van onderzoekingen of documenten die een beschermingsniveau bieden dat ten minste gelijkwaardig is aan het beschermingsniveau dat met de nationale onderzoekingen of documenten wordt geboden. 3 artikel 12c, tweede lid artikelen 12b, vierde lid 12l Met een erkenning wordt gelijkgesteld een erkenning of vergelijkbare beschikking afgegeven door een daartoe bevoegde instantie in een andere lidstaat van de Europese Unie dan wel in een staat, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie, die partij is bij een daartoe strekkend of mede daartoe strekkend verdrag dat Nederland bindt, op basis van voorwaarden die een beschermingsniveau bieden dat ten minste gelijkwaardig is aan het beschermingsniveau dat met de in, gestelde eisen wordt geboden. De, enzijn van overeenkomstige toepassing. 2009 250 23-06-2009 12-06-2009 2009 290 09-07-2009 12-06-2009 21-07-2009
Artikel 12g — Artikel 12g#
Artikel 12g 1 Het is verboden monsters van afvalstoffen te nemen zonder daartoe verleende erkenning. 2 De monsters kunnen worden genomen door een natuurlijk persoon die staat vermeld op de erkenning. 3 Het bepaalde in het eerste en tweede lid geldt niet voor zover de werkzaamheid wordt uitgevoerd voor het verkrijgen van een certificaat. 2009 250 23-06-2009 12-06-2009 2009 290 09-07-2009 12-06-2009 21-07-2009
Artikel 12h — Artikel 12h#
Artikel 12h Het is een persoon of instelling verboden een resultaat van een monsterneming van afvalstoffen te gebruiken of aan een ander ter beschikking te stellen indien hij weet of redelijkerwijs had kunnen vermoeden dat dit resultaat, gelet op het doel waarvoor dit wordt gebruikt, geen betrouwbaar beeld verschaft van de eigenschappen, aard, hoedanigheid of samenstelling van de afvalstof. 2009 250 23-06-2009 12-06-2009 2009 290 09-07-2009 12-06-2009 21-07-2009
Artikel 12i — Artikel 12i#
Artikel 12i De houder van een erkenning meldt onverwijld aan een door Onze Minister aangewezen instantie zijn door de rechtbank uitgesproken faillissement of surseance van betaling. De melding geschiedt door middel van een bij regeling van Onze Minister vastgesteld formulier. 2009 250 23-06-2009 12-06-2009 2009 290 09-07-2009 12-06-2009 21-07-2009
Artikel 12j — Artikel 12j#
Artikel 12j Een certificeringsinstelling meldt een schorsing of intrekking van een certificaat voor de monsterneming onverwijld aan een door Onze Minister aangewezen instantie. De melding geschiedt door middel van een bij regeling van Onze Minister vastgesteld formulier. 2009 250 23-06-2009 12-06-2009 2009 290 09-07-2009 12-06-2009 21-07-2009
Artikel 12k — Artikel 12k#
Artikel 12k 1 Onze Minister kan een erkenning geheel of gedeeltelijk intrekken: a. op verzoek van de erkende persoon of instelling, b. indien bij de aanvraag onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt, en kennis omtrent de juiste en volledige gegevens tot een andere beslissing zou hebben geleid, c. indien het bewijs van certificatie voor de monsterneming is ingetrokken of niet meer geldig is, d. indien de erkende persoon of instelling in staat van faillissement verkeert of surseance van betaling heeft verkregen, of e. artikel 12b, tweede lid, artikel 225 van het Wetboek van Strafrecht indien de erkende persoon of instelling of de natuurlijk persoon, bedoeld ineen wettelijk voorschrift heeft overtreden dat is gesteld bij of krachtens deze paragraaf of, voor zover de overtreding verband houdt met de monsterneming van afvalstoffen. 2 Onze Minister kan een erkenning voor een periode van ten hoogste twee jaar geheel of gedeeltelijk schorsen, indien: a. het bewijs van certificatie voor de desbetreffende werkzaamheid is geschorst, of b. sprake is van een overtreding als bedoeld in het eerste lid, onder e. 3 artikel 28 van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens In geval van aanwijzingen dat er sprake is van een overtreding als bedoeld in het eerste lid, onder e, kan Onze Minister de desbetreffende persoon of instelling verzoeken binnen een redelijke termijn een verklaring omtrent het gedrag als bedoeld inover te leggen, die niet ouder is dan twee maanden. Indien de desbetreffende persoon of instelling niet binnen de gestelde termijn aan dit verzoek voldoet of kan voldoen, kan Onze Minister de erkenning voor een periode van ten hoogste twee jaar geheel of gedeeltelijk schorsen. 2009 250 23-06-2009 12-06-2009 2009 290 09-07-2009 12-06-2009 21-07-2009
Artikel 12l — Artikel 12l#
Artikel 12l artikel 12b, vierde lid Onze Minister verwerkt de schorsing en intrekking van de erkenning in de lijst, bedoeld in. 2009 250 23-06-2009 12-06-2009 2009 290 09-07-2009 12-06-2009 21-07-2009
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 Vervallen 2020 400 28-10-2020 16-09-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. 2004 522 26-10-2004 07-10-2004 2004 744 30-12-2004 13-12-2004 01-01-2005
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit melden bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen. 2004 522 26-10-2004 07-10-2004 2004 744 30-12-2004 13-12-2004 01-01-2005
Artikel 2#
artikel 2, eerste lid, onder b
Artikel 2#
artikel 2, eerste lid, onder b
Artikel 2#
artikel 2, eerste lid, onder d
Artikel 2#
artikel 2, eerste lid, onderdeel d
Artikel 8#
artikel 8
Artikel 8#
artikel 8, tweede lid