Besluit van 12 april 2005, houdende vaststelling van regels met betrekking tot de inkomsten van burgerlijke ambtenaren bij het Ministerie van Defensie (Inkomstenbesluit burgerlijke ambtenaren defensie) en tot wijziging van enkele besluiten in verband met technische wijzigingen
- BWB-id
- BWBR0018191
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Defensie
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2025-01-17
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0018191
- ELI
- /eli/nl/amvb/2005/inkomstenbesluit-burgerlijke-ambtenaren-defensie
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/2005/inkomstenbesluit-burgerlijke-ambtenaren-defensie/2025-01-17
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0018191&g=2025-01-17
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0018191&z=2026-06-06&g=2025-01-17
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0018191/2025-01-17
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/2005/inkomstenbesluit-burgerlijke-ambtenaren-defensie
Artikel 1 — Artikel 1 Begripsbepalingen#
Artikel 1 Begripsbepalingen In dit besluit en de daarop rustende bepalingen wordt verstaan onder: a. ambtenaar: degene die bij het Ministerie van Defensie in burgerlijke openbare dienst is aangesteld; b. Onze Minister: Onze Minister van Defensie; c. hoofd defensieonderdeel: 1°. de secretaris-generaal, voor zover het betreft de Bestuursstaf; 2°. de Commandant Zeestrijdkrachten, de Commandant Landstrijdkrachten, de Commandant Luchtstrijdkrachten, de Commandant Koninklijke Marechaussee, voor het desbetreffende commando; 3°. de directeur Defensie Materieel Organisatie, voor zover het betreft de Defensie Materieel Organisatie, met uitzondering van het deel ondergebracht in de Bestuursstaf; 4°. de commandant Commando DienstenCentra, voor zover het betreft het Commando DienstenCentra; d. commandant: een bij ministeriële regeling aangewezen autoriteit; e. salaris: bijlage A bijlage B artikel 4 van het Besluit personenchauffeurs defensie het bedrag, dat in dewordt gevonden in de voor de ambtenaar geldende salarisschaal en salarisnummer, in voorkomend geval verhoogd met de aanvulling op het salaris, bedoeld in, of het bedrag, dat wordt gevonden met toepassing van; f. salaris per uur: 1/165 deel van het salaris bij een voltijdaanstelling; g. salarisschaal: bijlage A een als zodanig in devermelde reeks van genummerde salarissen; h. salarisnummer: een aanduiding, bestaande uit een getal dat in een salarisschaal na een salaris is vermeld dan wel een letter en een getal dat voor een salaris van een jeugdsalarisschaal is vermeld; i. maximumsalaris: het hoogste bedrag van een salarisschaal; j. bezoldiging: hoofdstuk 3 de som van het salaris en de toelagen waarop de ambtenaar ingevolgevan dit besluit aanspraak heeft, in voorkomend geval vermeerderd met: 1°. artikel 62 aanspraken op grond van, indien en voor zover de minister dit bepaalt, 2°. artikel 51 aanspraken op grond vanvoor zover deze tot de bezoldiging worden gerekend, en 3°. artikelen 5 6 van het Besluit personenchauffeurs defensie de vaste toelage onregelmatige dienst en de consignatietoelage, bedoeld in deen; k. inkomsten: alle bedragen waarop de ambtenaar aanspraak maakt bij of krachtens dit besluit; l. functie: artikel 8 van het Burgerlijk ambtenarenreglement defensie het samenstel van werkzaamheden door de ambtenaar te verrichten krachtens en overeenkomstig hetgeen hem door de autoriteit, bedoeld in, is opgedragen; m. voltijdaanstelling: een aanstelling met een arbeidsduur van achtendertig uur per week; n. deeltijdaanstelling: een aanstelling met een arbeidsduur van minder dan achtendertig uur per week; o. arbeidsduur: artikel 30a, onderdeel d, van het Burgerlijk ambtenarenreglement defensie de arbeidsduur, bedoeld in; p. rooster: artikel 30a, onderdeel c, van het Burgerlijk ambtenarenreglement defensie het rooster, bedoeld in. 2025 6 16-01-2025 14-11-2024 2025 6 16-01-2025 14-11-2024 17-01-2025 01-01-2023
Artikel 2 — Artikel 2 Toepasselijkheid van dit besluit#
Artikel 2 Toepasselijkheid van dit besluit 1 Dit besluit is niet van toepassing op de ambtenaar: a. wiens bezoldiging is geregeld bij wet of bij een algemene maatregel van bestuur tot regeling van de bezoldiging van leden van raden, besturen en commissies; b. die in burgerlijke openbare dienst is aangesteld om als geestelijk verzorger bij de krijgsmacht werkzaam te zijn; c. artikel 12c, eerste lid, van de Wet ambtenaren defensie artikel 32 die ingevolgein verband met de werkzaamheden die voortvloeien uit een functie in een publiekrechtelijk college, waarin hij is benoemd of verkozen, tijdelijk is ontheven van de waarneming van zijn ambt, met uitzondering van; d. artikel 7, tweede lid, onderdeel g, van het Burgerlijk ambtenarenreglement defensie artikel 34 die op grond vanis aangesteld voor het verrichten van enkele diensten, met uitzondering van; e. indien hem buitengewoon verlof zonder behoud van bezoldiging is verleend. 2 Op de ambtenaar die is aangesteld in de functie van tandarts en die hoofdzakelijk is belast met de curatieve tandheelkundige zorg, zijn uitsluitend van toepassing: a. hoofdstukken 1 4 5 7 8 9 de,,,,en; b. hoofdstuk 2 artikel 13 14 15 uit: het salaris burgertandarts, bedoeld in,en; c. hoofdstuk 3 artikel 19 uit: de toelage hoofd tandheelkundig centrum, bedoeld in; d. hoofdstuk 6 artikel 49 50 , met uitzondering vanen. 2019 313 10-10-2019 30-09-2019 2019 385 06-11-2019 24-10-2019 01-01-2020
Artikel 3 — Artikel 3 Buitengewone omstandigheden#
Artikel 3 Buitengewone omstandigheden artikel 1, eerste lid, van de Coördinatiewet uitzonderingstoestanden Onze Minister kan in geval van buitengewone omstandigheden, als bedoeld in, tijdelijk afwijken van hetgeen bij of krachtens dit besluit is bepaald, indien en voor zolang dit met het oog op de goede uitvoering van de operationele taken van de krijgsmacht noodzakelijk wordt geacht. 2005 224 10-05-2005 12-04-2005 2005 224 10-05-2005 12-04-2005 11-05-2005
Artikel 4 — Artikel 4 Toekenningsautoriteit#
Artikel 4 Toekenningsautoriteit 1 Tenzij anders bepaald, berust de bevoegdheid tot het toekennen van een aanspraak bij Onze Minister. 2 Indien de bevoegdheid tot het toekennen van een aanspraak berust bij de commandant, worden aanspraken die de commandant betreffen, toegekend door het hoofd defensieonderdeel. 3 artikelen 10 11 45 46 47 De bevoegdheid tot het toekennen van aanspraken op grond van de,,,enaan ambtenaren bezoldigd volgens salarisschaal 14 en hoger berust bij de Secretaris-Generaal. 2006 353 01-08-2006 03-07-2006 2006 353 01-08-2006 03-07-2006 02-08-2006 05-09-2005
Artikel 5 — Artikel 5 Beëindiging van aanspraken#
Artikel 5 Beëindiging van aanspraken 1 De aanspraak op bezoldiging vervalt met ingang van de dag na het ontslag of het overlijden van de ambtenaar. 2 Een toegekende aanspraak wordt beëindigd, zodra de gronden, waarop deze werd toegekend niet meer aanwezig zijn. 2005 224 10-05-2005 12-04-2005 2005 224 10-05-2005 12-04-2005 11-05-2005
Artikel 6 — Artikel 6 Vaststelling en uitbetaling van inkomsten#
Artikel 6 Vaststelling en uitbetaling van inkomsten 1 Indien het salaris, een maandelijkse toelage, toeslag of vergoeding dan wel een maandelijks verschuldigd bedrag moet worden berekend over een gedeelte van een kalendermaand, wordt het bedrag per dag vastgesteld door een maandbedrag te delen door dertig. 2 Tenzij anders vermeld, worden de inkomsten maandelijks uitbetaald. 2005 224 10-05-2005 12-04-2005 2005 224 10-05-2005 12-04-2005 11-05-2005
Artikel 7 — Artikel 7 Berekening pensioengevend inkomen#
Artikel 7 Berekening pensioengevend inkomen Vervallen 2021 60 11-02-2021 30-11-2020 2021 60 11-02-2021 30-11-2020 12-02-2021 01-01-2015
Artikel 8 — Artikel 8 Salarisschaal#
Artikel 8 Salarisschaal 1 artikel 18 van het Burgerlijk ambtenarenreglement defensie Onze Minister bepaalt de salarisschaal die voor de ambtenaar van toepassing is, welke, tenzij zijn wijze van functioneren zich nog daartegen verzet, wordt bepaald met in achtneming van de zwaarte van zijn functie en van bijzondere regelingen als bedoeld in. 2 bijlage A De zwaarte van de functie wordt gewaardeerd binnen de invan dit besluit aangegeven indelingsstructuur, met inachtneming van het door Onze Minister vastgestelde normeringstelsel. 3 Indien de ambtenaar bij wijze van waarneming tijdelijk een andere functie vervult, blijft de voordien voor hem geldende salarisschaal van toepassing. 4 Burgerlijk ambtenarenreglement defensie Anders dan bij wijze van disciplinaire straf als bedoeld in hetkan zonder voorafgaand ontslag voor een ambtenaar geen lagere salarisschaal van toepassing worden. 5 Het vierde lid is niet van toepassing indien: a. bij de bepaling van de salarisschaal, bedoeld in het eerste lid, tevens is bepaald dat de functie van de ambtenaar een tijdelijk karakter heeft en de salarisschaal in verband daarmee slechts tijdelijk zal gelden; b. de ambtenaar in verband met ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte wordt herplaatst in een andere functie. 6 In afwijking van het eerste lid geschiedt het aan de ambtenaar toekennen van salarisschaal 15 of hoger bij Koninklijk Besluit. 2006 353 01-08-2006 03-07-2006 2006 353 01-08-2006 03-07-2006 02-08-2006 05-09-2005
Artikel 9 — Artikel 9 Functiewaardering#
Artikel 9 Functiewaardering 1 artikel 8, tweede lid Het hoofd defensieonderdeel stelt de ambtenaar in kennis van de voorgenomen functiewaardering als bedoeld in. De ambtenaar die bedenkingen heeft tegen de functiewaardering kan die bedenkingen aan het hoofd defensieonderdeel kenbaar maken. Na een heroverweging stelt het hoofd defensieonderdeel de functiewaardering al dan niet gewijzigd vast. De ambtenaar kan tegen deze heroverweging bezwaar maken. In een dergelijk geval wint het hoofd defensieonderdeel, naar regels bij ministeriële regeling te stellen, het advies in van de Commissie van advies bezwaren functiewaardering. 2 artikel 18 van het Burgerlijk ambtenarenreglement defensie Het eerste lid is niet van toepassing indien voor de ambtenaar een bijzondere regeling geldt als bedoeld in. 2006 353 01-08-2006 03-07-2006 2006 353 01-08-2006 03-07-2006 02-08-2006 05-09-2005
Artikel 10 — Artikel 10 Salarisnummer bij aanstelling#
Artikel 10 Salarisnummer bij aanstelling 1 artikel 8 De commandant kent de inbedoelde ambtenaar bij aanstelling het salaris toe, dat: a. wanneer hij 22 jaar of ouder is, in de voor hem van toepassing zijnde salarisschaal is vermeld achter het salarisnummer 0; b. wanneer hij jonger dan 22 jaar is, in de voor hem van toepassing zijnde salarisschaal is vermeld achter het salarisnummer, bestaande uit de letter J en het getal, dat overeenkomt met zijn leeftijd. Indien het salarisnummer niet voorkomt, wordt de ambtenaar het laagste salaris in de schaal toegekend. 2 De commandant kan, ingeval daartoe naar zijn oordeel aanleiding bestaat, afwijken van het eerste lid door het toekennen van een hoger salaris. 2005 224 10-05-2005 12-04-2005 2005 224 10-05-2005 12-04-2005 11-05-2005
Artikel 11 — Artikel 11 Jaarlijkse verhoging salarisnummer#
Artikel 11 Jaarlijkse verhoging salarisnummer 1 Het salarisnummer van de ambtenaar wordt voor zover het maximale salarisnummer van de voor de ambtenaar van toepassing zijnde salarisschaal nog niet is bereikt, jaarlijks met één salarisnummer verhoogd, indien de ambtenaar naar het oordeel van de commandant de functie naar behoren vervult. 2 De in het eerste lid bedoelde verhoging van het salarisnummer vindt voor de eerste maal plaats: a. wanneer de ambtenaar 22 jaar of ouder is met ingang van de eerste dag van de maand, waarin sinds de aanstelling van de ambtenaar een jaar is verstreken en nadien telkens na één jaar; b. wanneer de ambtenaar jonger dan 22 jaar is, met ingang van de eerste dag van de maand, waarop de verjaardag van de ambtenaar valt. 3 Indien de ambtenaar, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, reeds voor diens 22e verjaardag was aangesteld, vindt, onverminderd het vijfde lid, de verhoging van het salarisnummer plaats met ingang van de eerste dag van de maand waarin de verjaardag van de ambtenaar valt. 4 De commandant kan, in aanvulling op het eerste lid, een verhoging van één of meer salarisnummers toekennen binnen de op de ambtenaar van toepassing zijnde salarisschaal, indien de ambtenaar naar het oordeel van de commandant de functie zeer goed of uitstekend vervult. 5 De commandant kan het tijdstip, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, vervroegen indien daartoe naar het oordeel van de commandant aanleiding bestaat. 6 De commandant kan verhoging van het salarisnummer, bedoeld in het eerste lid, achterwege laten, indien de militair naar het oordeel van de commandant de functie niet naar behoren vervult. 2025 6 16-01-2025 14-11-2024 2025 6 16-01-2025 14-11-2024 17-01-2025 01-01-2023
Artikel 11a — Artikel 11a Overgangsbepaling salaristabel 1 januari 2023#
Artikel 11a Overgangsbepaling salaristabel 1 januari 2023 Het salarisnummer van de ambtenaar op wie salarisschaal 3, 4, 5, 6 of 7 van toepassing is, wordt met ingang van 1 januari 2023 met één salarisnummer verhoogd. 2025 6 16-01-2025 14-11-2024 2025 6 16-01-2025 14-11-2024 17-01-2025 01-01-2023
Artikel 12 — Artikel 12 Deeltijdaanstelling#
Artikel 12 Deeltijdaanstelling 1 Het salaris van de ambtenaar met een deeltijdaanstelling wordt vastgesteld op een evenredig deel van het salaris bij een voltijdaanstelling. 2 artikel 7, tweede lid, onderdeel f, van het Burgerlijk ambtenarenreglement defensie artikel 8, derde lid Het salaris van de ambtenaar die is aangesteld op grond van, wordt, met inachtneming van het bepaalde in, vastgesteld op een bedrag per uur dat daadwerkelijk dienst wordt verricht. 2005 224 10-05-2005 12-04-2005 2005 224 10-05-2005 12-04-2005 11-05-2005
Artikel 13 — Artikel 13 Jaaromzet en maandsalaris tandarts#
Artikel 13 Jaaromzet en maandsalaris tandarts 1 artikelen 14 15 19 In dit artikel en in de,enwordt verstaan onder: a. tandarts: artikel 2, tweede lid de ambtenaar bedoeld in; b. hoofd tandheelkundige dienst: het hoofd tandheelkundige dienst zeemacht, de tandheelkundige autoriteit landmacht en de staf tandarts luchtmacht; c. werkdag en werkuur: een dag respectievelijk een uur waarop de tandarts dienst moet verrichten volgens het voor hem vastgestelde rooster; d. tandheelkundig centrum: een onderdeel of afdeling, voornamelijk belast met de curatieve tandheelkundige zorg voor militairen. 2 De tandarts draagt zorg voor de registratie van iedere tandheelkundige verrichting in het voorgeschreven geautomatiseerde tandheelkundig informatiesysteem, na voltooiing van de desbetreffende verrichting. Deze verrichtingen worden gewaardeerd op een aantal punten conform de uniforme particuliere tarieven als vastgesteld door de Nederlandse Zorgautoriteit. Het totaal van de aldus geregistreerde punten exclusief tandtechniek gedurende een kalenderjaar vormt de gerealiseerde omzet in dat jaar. 3 De maximaal in een jaar te behalen omzet wordt als volgt bepaald: bij een voltijdaanstelling van 254 roosterdagen per jaar worden 190 werkdagen berekend. Per werkdag worden zeven werkuren aan verrichtingen en één werkuur aan niet declareerbare patiëntgebonden administratieve werkzaamheden besteed. Een werkuur wordt gewaardeerd op gemiddeld 20 punten, waardoor een maximale jaaromzet wordt vastgesteld op 26.600 punten. 4 Door het hoofd tandheelkundige dienst wordt in overleg met de tandarts een raming van de omzet over een kalenderjaar vastgesteld, te bepalen in een aantal te behalen punten. 5 De tandarts met een voltijdaanstelling dient zodanig te presteren dat de krachtens het tweede lid bepaalde jaaromzet per kalenderjaar ten minste 11.818 punten bedraagt. Bij een deeltijdaanstelling wordt deze jaaromzet teruggerekend in verhouding naar het aantal uren van de deeltijdaanstelling. 6 bijlage B Het hoofd defensieonderdeel kent aan de tandarts het maandsalaris toe, dat bij een voltijdaanstelling van 254 roosterdagen per jaar wordt bepaald aan de hand van de geraamde jaaromzet, met toepassing van de inopgenomen tabel. Het maandsalaris wordt tot de definitieve afrekening beschouwd als een voorschotbetaling. 7 bijlage B Bij een deeltijdaanstelling wordt de te behalen omzet herleid tot de omzet behorende bij een voltijdaanstelling. Aan de hand van deze gecorrigeerde omzet wordt het maandsalaris bepaald, met toepassing van de inopgenomen tabel. Dit maandsalaris wordt teruggerekend in verhouding naar het aantal uren van de deeltijdaanstelling. 8 Mede op grond van de realisatie van de omzet in enig kalenderjaar wordt uiterlijk in de maand december van dat jaar door het hoofd tandheelkundige dienst in overleg met de tandarts voor het aankomende kalenderjaar een nieuwe raming van de omzet en het daarbij behorende maandsalaris vastgesteld. 2006 635 12-12-2006 28-11-2006 2006 635 12-12-2006 28-11-2006 14-12-2006 01-10-2006
Artikel 14 — Artikel 14 Definitieve afrekening tandarts#
Artikel 14 Definitieve afrekening tandarts 1 bijlage C Na afloop van het kalenderjaar wordt de totale realisatie van de omzet van de tandarts door zorg van het hoofd tandheelkundige dienst getoetst aan de raming van de omzet. Het vaststellen van het bijbehorende salaris geschiedt aan de hand van de inopgenomen tabel. 2 Indien de maximale omzet werd geraamd en er meer dan het maximum werd gerealiseerd vindt geen nabetaling van salaris plaats. 3 Indien een omzet werd geraamd, die lager is dan de maximale omzet, en er vervolgens meer is gerealiseerd dan geraamd, volgt suppletie van het te weinig betaalde salaris tot ten hoogste het maximum salarisbedrag. 4 Indien er minder omzet is gerealiseerd dan geraamd wordt na toepassing van het zesde lid het te veel betaalde salaris teruggevorderd. De terugvordering vindt plaats in het volgende kalenderjaar in twaalf gelijke maandtermijnen. 5 Het bedrag van de terugvordering dan wel van de suppletie behoort tot de grondslag voor de berekening van de vakantie-uitkering en de eindejaarsuitkering. 6 Het aantal werkdagen van het afgesloten kalenderjaar wordt vastgesteld door het aantal van 254 roosterdagen te verminderen met het daadwerkelijke aantal dagen van afwezigheid. Indien het aantal werkdagen op jaarbasis minder bedraagt dan 190 dan wel het deeltijdaantal daarvan, kan de gerealiseerde jaaromzet lager uitvallen dan geraamd. Indien het verminderde aantal werkdagen aantoonbaar is en bovendien buiten de schuld van de tandarts is ontstaan, stelt het hoofd tandheelkundige dienst de gerealiseerde jaaromzet opwaarts bij. 7 Door het hoofd tandheelkundige dienst wordt onder meer in de volgende gevallen het verminderd aantal werkdagen opwaarts bijgesteld: a. langdurige ziekte; b. buitengewoon verlofdagen; c. het werken zonder assistentie ondanks inspanning om in vervanging te voorzien, waardoor de tandarts een geringere dagomzet realiseert; d. meer dan gemiddeld aantal niet verschenen patiënten, mits de tandarts aantoonbare actie heeft ondernomen ter voorkoming van het niet op de afspraak verschijnen van patiënten; e. meer dan gemiddeld aantal onderhoud- en reparatiewerkzaamheden aan de tandheelkundige installatie; f. tijdelijke afname van het patiëntenbestand, bijvoorbeeld ten gevolge van uitzending; g. deelname aan overleg- of projectgroepen. 8 In afwijking van de vorige leden geldt voor de tandarts, die de leeftijd van 60 jaar heeft bereikt, dat terugbetaling in geval van het niet realiseren van de geraamde omzet achterwege blijft indien de gerealiseerde omzet minder dan 5% lager is dan de geraamde omzet. Indien het verschil tussen de geraamde en de gerealiseerde omzet meer bedraagt dan 5%, vindt terugbetaling uitsluitend over het meerdere plaats. 2005 224 10-05-2005 12-04-2005 2005 224 10-05-2005 12-04-2005 11-05-2005
Artikel 15 — Artikel 15 Overige bepalingen tandarts#
Artikel 15 Overige bepalingen tandarts 1 Bij aanstelling van een tandarts vindt op grond van zijn werkervaring door het hoofd tandheelkundige dienst inschaling plaats door het vaststellen van een geraamde omzet en het bijbehorende maandsalaris. In het eerste jaar van de aanstelling wordt telkens na een periode van drie maanden de realisatie aan de geraamde omzet getoetst. Op grond van deze toetsing wordt indien nodig opnieuw de raming van de omzet en het bijbehorende maandsalaris vastgesteld. 2 artikelen 30da tot en met 30dd van het Burgerlijk ambtenarenreglement defensie Demet betrekking tot de flexibilisering van de arbeidsduur zijn van toepassing op de tandarts. Voor de tandarts die niet de maximaal te realiseren omzet behaalt, wordt de met de verkorting of verlenging behaalde omzet herleid tot de normaal te behalen omzet. Op het bijbehorende maandsalaris wordt dan de korting of de toeslag toegepast. 2005 224 10-05-2005 12-04-2005 2005 224 10-05-2005 12-04-2005 11-05-2005
Artikel 16 — Artikel 16 Toelage minimumloon#
Artikel 16 Toelage minimumloon 1 artikelen 7 8, eerste en derde lid 14 van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag Het hoofd defensieonderdeel kent een toelage minimumloon toe aan de ambtenaar, wiens salaris minder is dan het maandbedrag van het minimumloon, dat krachtens de,, en, geldt voor werknemers van dezelfde leeftijd als de ambtenaar. Het bedrag van de toelage per maand is gelijk aan het verschil tussen het bedoelde minimumloon en het salaris van de ambtenaar. 2 Voor de ambtenaar met een deeltijdaanstelling is het bedrag van de toelage gelijk aan het verschil tussen het naar evenredigheid van de deeltijd berekende minimumloon en het salaris van de ambtenaar. 2017 270 23-06-2017 14-06-2017 2017 270 23-06-2017 14-06-2017 01-07-2017
Artikel 17 — Artikel 17 Waarnemingstoelage#
Artikel 17 Waarnemingstoelage 1 In dit artikel wordt verstaan onder: a. waarneming: het krachtens een daartoe strekkende opdracht van de commandant, tijdelijk verrichten van een samenstel van werkzaamheden dat een andere functie vormt dan die van de ambtenaar zelf; b. volledige waarneming: een zodanige waarneming dat in de plaats van de eigen functie het volledige samenstel van werkzaamheden van de waargenomen functie, met de daarmee gepaard gaande verantwoordelijkheden, wordt uitgeoefend. 2 artikel 8, tweede en derde lid De commandant kent, voor de duur van de waarneming, een waarnemingstoelage toe aan de ambtenaar, die bij wijze van volledige waarneming tijdelijk een functie vervult, die bij toepassing van, zou leiden tot een hogere salarisschaal. 3 artikel 8, tweede en derde lid De commandant kan, voor de duur van de waarneming, een waarnemingstoelage toekennen aan de ambtenaar, die bij wijze van onvolledige waarneming tijdelijk een functie vervult, die bij toepassing van, zou leiden tot een hogere salarisschaal. 4 De toelage wordt, tenzij bijzondere omstandigheden aanwezig zijn, slechts toegekend wanneer de waarneming ten minste een tijdvak van dertig dagen beslaat. 5 De ambtenaar voor wie het een onderdeel is van de eigen functie om als plaatsvervanger op te treden van degene wiens functie moet worden waargenomen, komt bij onvolledige waarneming van die functie niet in aanmerking voor een waarnemingstoelage. 6 Bij volledige waarneming van de functie is het bedrag van de toelage per maand gelijk aan het verschil tussen het salaris waarop de ambtenaar aanspraak maakt en het salaris waarop hij aanspraak zou maken, indien de hogere salarisschaal met ingang van de dag waarop de waarneming is begonnen voor hem zou hebben gegolden, terwijl het voor hem geldende tijdstip waarop regulier een in de schaal naasthoger bedrag wordt toegekend, niet wordt gewijzigd. 7 Bij onvolledige waarneming wordt de toelage door de commandant vastgesteld op 50% van de toelage bij volledige waarneming in het desbetreffende geval. 2005 224 10-05-2005 12-04-2005 2005 224 10-05-2005 12-04-2005 11-05-2005
Artikel 18 — Artikel 18 Wervingstoelage#
Artikel 18 Wervingstoelage 1 Het hoofd defensieonderdeel kan aan de ambtenaar om redenen van werving een maandelijkse wervingstoelage toekennen voor de duur van één jaar. 2 Indien naar het oordeel van het hoofd defensieonderdeel sprake is van bijzondere omstandigheden kan de toelage voor een bepaalde duur langer dan één jaar worden toegekend. 2005 224 10-05-2005 12-04-2005 2005 224 10-05-2005 12-04-2005 11-05-2005
Artikel 19 — Artikel 19 Toelage hoofd tandheelkundig centrum#
Artikel 19 Toelage hoofd tandheelkundig centrum bijlage C artikel 13, derde lid Het hoofd defensieonderdeel kent een toelage hoofd tandheelkundig centrum toe aan de tandarts die de functie van hoofd van één of meer tandheelkundige centra vervult en hierdoor extra werkzaamheden verricht. De toelage bedraagt voor iedere maand dat hij deze functie vervult 37,5% van het maximale jaarsalaris, bedoeld in, gedeeld door het aantal roosterdagen van 254, bedoeld in. Voor de tandarts met een deeltijdaanstelling wordt de toelage op een evenredig deel vastgesteld. 2005 224 10-05-2005 12-04-2005 2005 224 10-05-2005 12-04-2005 11-05-2005
Artikel 20 — Artikel 20 Toelage onregelmatige dienst#
Artikel 20 Toelage onregelmatige dienst 1 De commandant kent een toelage onregelmatige dienst toe aan de ambtenaar, die anders dan bij wijze van overwerk, regelmatig of vrij regelmatig arbeid verricht op andere tijden dan op de dagen maandag tot en met vrijdag tussen 08.00 uur en 18.00 uur. 2 De toelage onregelmatige dienst bedraagt per gewerkt uur een percentage van het voor de ambtenaar geldende salaris per uur en wel: a. 20% voor de uren op maandag tot en met vrijdag tussen 06.00 uur en 08.00 uur en tussen 18.00 uur en 22.00 uur; b. 40% voor de uren op maandag tot en met vrijdag tussen 00.00 uur en 06.00 uur en tussen 22.00 uur en 24.00 uur; c. 45% voor de uren op zaterdag; d. 70% voor de uren op zondag; e. artikel 31g, tweede lid, van het Burgerlijk ambtenarenreglement defensie 100% voor de uren op de feestdagen genoemd in, met dien verstande dat genoemde percentages worden berekend over ten hoogste het salaris per uur, dat is afgeleid van het maximumsalaris van salarisschaal 7. 3 Voor de in het tweede lid, onder a, genoemde morgen- en avonduren wordt de toelage slechts toegekend, indien de arbeid is aangevangen vóór 07.00 uur, respectievelijk is beëindigd na 19.00 uur. 4 In afwijking van het bepaalde in het eerste en het tweede lid ontvangt de ambtenaar met ingang van de maand waarin hij de leeftijd van 55 jaar bereikt een vaste toelage onregelmatige dienst, mits hij op dat moment gedurende ten minste 5 jaar zonder een onderbreking van langer dan twee maanden aanspraak had op een toelage onregelmatige dienst. 5 De vaste toelage onregelmatige dienst, bedoeld in het vierde lid, wordt vastgesteld op het bedrag dat de ambtenaar over de twaalf kalendermaanden voorafgaande aan de maand waarin hij de leeftijd van 55 jaar bereikt gemiddeld per maand aanspraak op een toelage onregelmatige dienst had en wordt aangepast aan een algemene salarismaatregel. 2005 224 10-05-2005 12-04-2005 2005 224 10-05-2005 12-04-2005 11-05-2005
Artikel 21 — Artikel 21 Aflopende toelage onregelmatige dienst#
Artikel 21 Aflopende toelage onregelmatige dienst 1 De commandant kent gedurende een uitkeringsperiode een aflopende toelage onregelmatige dienst toe aan de ambtenaar wiens bezoldiging een blijvende verlaging ondergaat als gevolg van het buiten zijn toedoen beëindigen of verminderen van de toelage onregelmatige dienst, indien de verlaging tenminste 3% bedraagt van het salaris. 2 De aflopende toelage onregelmatige dienst wordt uitsluitend toegekend, indien de ambtenaar de toelage onregelmatige dienst direct voorafgaande aan het tijdstip van de blijvende verlaging van de bezoldiging gedurende tenminste twee jaar zonder een onderbreking van langer dan twee maanden heeft genoten. 3 De berekeningsbasis voor de aflopende toelage onregelmatige dienst is het bedrag waarop de ambtenaar over de twaalf kalendermaanden, voorafgaande aan de datum waarop de blijvende verlaging van zijn bezoldiging intreedt, gemiddeld per maand aan toelage onregelmatige dienst aanspraak had, verminderd met het bedrag dat hij daarna in totaal per maand aanspraak heeft aan toelage onregelmatige dienst en aan verhogingen van het salaris, anders dan die wegens een algemene salarismaatregel. 4 De uitkeringsperiode voor de aflopende toelage onregelmatige dienst is gelijk aan het naar boven op een maand afgeronde één vierde gedeelte van de tijd gedurende welke de ambtenaar direct voorafgaande aan het tijdstip van de blijvende verlaging van de bezoldiging zonder wezenlijke onderbreking de toelage onregelmatige dienst heeft genoten. De uitkeringsperiode is maximaal drie jaar. 5 De hoogte van de aflopende toelage onregelmatige dienst wordt bepaald door de uitkeringsperiode in drie gelijke delen te splitsen, waarbij te beginnen met het eerste deel, afronding naar boven plaatsvindt op een hele maand, met dien verstande dat hierdoor de maximale uitkeringsperiode niet wordt overschreden. Gedurende deze drie deelperioden bedraagt de toelage achtereenvolgens 75%, 50% en 25% van de voor de desbetreffende maand van toepassing zijnde berekeningsbasis. 6 Indien de blijvende verlaging van de bezoldiging intreedt op de eerste dag van een maand, vangt de toelage op die datum aan. Treedt deze verlaging in op een andere dag van de maand, dan gaat de toelage in op de eerste dag van de erop volgende maand. In het laatste geval wordt aan de ambtenaar over de maand waarin de blijvende verlaging van de bezoldiging intreedt, een aanvulling toegekend op het over die maand toegekende bedrag aan toelage onregelmatige dienst, tot het gemiddelde maandbedrag waarop hij hieraan over de twaalf maanden, voorafgaande aan de blijvende verlaging van de bezoldiging, aanspraak had. 7 Op aanvraag van de ambtenaar kan de aflopende toelage worden uitbetaald als eenmalige uitkering. 8 De hoogte van de eenmalige uitkering is gelijk aan het totale bedrag van de aflopende toelage onregelmatige dienst die de ambtenaar gedurende de uitkeringsperiode, bedoeld in het vierde lid, zou hebben ontvangen. Voor het vaststellen van de berekeningsbasis wordt geen rekening gehouden met verhogingen van het salaris. 2005 224 10-05-2005 12-04-2005 2005 224 10-05-2005 12-04-2005 11-05-2005
Artikel 22 — Artikel 22 Verschuivingstoelage#
Artikel 22 Verschuivingstoelage 1 De commandant kent een verschuivingstoelage toe aan de ambtenaar die krachtens een rooster, anders dan bij wijze van overwerk, regelmatig of vrij regelmatig arbeid verricht op andere tijden dan op de dagen van maandag tot en met vrijdag tussen 08.00 uur en 18.00 uur, indien hij in opdracht van de commandant arbeid verricht op uren die afwijken van dat rooster, voor zover met die uren het totaal van het per werkperiode vastgestelde aantal arbeidsuren niet wordt overschreden. 2 Op de verschuivingstoelage bestaat geen aanspraak indien tussen het geven van de opdracht en het verrichten van de arbeid meer dan 72 uren zijn verstreken. 3 De verschuivingstoelage bedraagt voor elk vol uur waarop in afwijking van het rooster arbeid is verricht 40% van het voor de ambtenaar geldende salaris per uur, met dien verstande dat dit percentage wordt berekend over ten hoogste het salaris per uur, dat is afgeleid van het maximumsalaris van salarisschaal 7. 2007 229 03-07-2007 11-05-2007 2007 229 03-07-2007 11-05-2007 04-07-2007 01-01-2006
Artikel 23 — Artikel 23 Consignatietoelage#
Artikel 23 Consignatietoelage 1 De commandant kent een consignatietoelage toe aan de ambtenaar die buiten de werktijden die voor hem gelden krachtens een rooster, ingevolge een schriftelijke opdracht van de commandant zich regelmatig of vrij regelmatig bereikbaar en beschikbaar moet houden teneinde bij oproep arbeid te gaan verrichten. 2 De consignatietoelage bedraagt per uur bereikbaarheid en beschikbaarheid een percentage van het voor de ambtenaar geldende salaris per uur en wel: met dien verstande dat genoemde percentages worden berekend over ten hoogste het salaris per uur, dat is afgeleid van het maximumsalaris van salarisschaal 7. a. 5% voor de uren op maandag tot en met vrijdag; b. artikel 31g, tweede lid, van het Burgerlijk ambtenarenreglement defensie 10% voor de uren op zaterdag en zondag en op de feestdagen genoemd in, 3 Het bedrag van de toelage wordt verdubbeld over de uren waarop aan de opgedragen bereikbaarheid en beschikbaarheid een extra plaatsgebondenheid op of rond de plaats van tewerkstelling is verbonden. 2012 596 30-11-2012 02-11-2012 2012 596 30-11-2012 02-11-2012 01-12-2012 01-03-2012
Artikel 24 — Artikel 24 Toelage en vergoeding brandweerdiensten defensie#
Artikel 24 Toelage en vergoeding brandweerdiensten defensie 1 artikel 20 tot en met 23 artikel 49 In afwijking vanenkent de commandant een toelage brandweerdiensten defensie toe, wegens extra beslaglegging binnen het voor betrokkene geldende rooster, aan de ambtenaar die werkzaam is bij een door Onze Minister aangewezen brandweerdienst van het Ministerie van Defensie anders dan in het kader van bedrijfszelfbeschermingsactiviteiten, indien hij gekazerneerd is ten behoeve van repressieve brandweertaken en uitrukdiensten en hij 24-uursdiensten verricht. 2 De toelage brandweerdiensten defensie bedraagt per maand 17,05% van het voor de ambtenaar geldende salaris, met dien verstande dat genoemd percentage wordt berekend over ten hoogste het maximumsalaris van salarisschaal 7. 3 Indien het aantal 24-uursdiensten volgens het rooster bij een brandweerdienst kleiner is dan 122 per jaar, wordt de toelage berekend door dat aantal 24-uursdiensten te delen door 122 en de uitkomst te vermenigvuldigen met de uitkomst van de in het tweede lid aangegeven berekening. 4 Ten aanzien van de in het eerste lid bedoelde ambtenaar wordt wegens dienstverrichting in het kader van een 24-uursdienst buiten het rooster een toeslag extra beslaglegging toegekend. 5 artikel 31g, tweede lid, van het Burgerlijk ambtenarenreglement defensie De toeslag extra beslaglegging in het kader van een 24-uursdienst buiten het rooster bedraagt voor een 24-uursdienst: het salaris per uur, vermenigvuldigd voor de diensten op maandag tot en met vrijdag met een factor 14, voor de diensten op zaterdag met een factor 16 en voor de diensten op zondag en op feestdagen als bedoeld inmet een factor 18. 6 In de toeslag extra beslaglegging in het kader van een 24-uursdienst buiten het rooster is een vergoeding voor vier uren arbeid, verricht tijdens de periode dat de betrokken ambtenaar zich bereikbaar en beschikbaar moet houden teneinde bij oproep arbeid te verrichten, begrepen. Indien het aantal uren actief verrichte arbeid tijdens die periode groter is dan vier, wordt het meerdere vergoed op basis van het voor de ambtenaar geldende salaris per uur. 7 De toeslag extra beslaglegging in het kader van een 24-uursdienst buiten het rooster voor een gedeeltelijke 24-uursdienst wordt naar rato van het in het vijfde lid bepaalde berekend, waarbij als een halve 24-uursdienst worden aangemerkt: a. acht uren waarop arbeid wordt verricht; b. zestien uren waarop de ambtenaar zich bereikbaar en beschikbaar moet houden teneinde bij oproep arbeid te verrichten. 8 Aan de in het eerste lid bedoelde ambtenaar van wie de som van het salaris en de toelage brandweerdiensten defensie een blijvende verlaging ondergaat als gevolg van het buiten zijn toedoen beëindigen van die toelage, wordt een aflopende toelage toegekend, mits direct voorafgaande aan het tijdstip van de beëindiging gedurende ten minste twee jaren zonder onderbreking van langer dan twee maanden aanspraak bestond op de toelage brandweerdiensten defensie. 9 De aflopende toelage bedraagt gedurende de eerste drie maanden 100% van het in het tweede lid bedoelde bedrag, en vervolgens één maand 75%, één maand 50% en één maand 25% van dat bedrag. 10 In afwijking van het bepaalde in het achtste en negende lid wordt aan de in het eerste lid bedoelde ambtenaar van 50 jaar of ouder, van wie de som van het salaris en de toelage brandweerdiensten defensie een verlaging ondergaat, als gevolg van het buiten diens toedoen beëindigen van die toelage, een vaste toelage toegekend ter hoogte van het oorspronkelijke bedrag, mits hij de toelage brandweerdiensten defensie direct voorafgaande aan het tijdstip van vorenbedoelde beëindiging gedurende ten minste tien jaren zonder onderbreking van langer dan twee maanden heeft genoten. 11 De aflopende toelage wordt, wanneer de ambtenaar de leeftijd van 50 jaar bereikt en hij, onmiddellijk voor de aanvang van de aflopende toelage, gedurende ten minste tien jaren zonder onderbreking van langer dan twee maanden een toelage brandweerdiensten defensie heeft genoten, omgezet in een vaste toelage ter hoogte van het bedrag van de aflopende toelage op dat moment. 12 Voor de toepassing van het tiende en elfde lid wordt een toelage op grond van de Regeling vergoeding Korps Marinebrandweer van 29 november 1985 of van de Regeling vergoeding Korps Marinebrandweer van 12 december 1983 beschouwd als een toelage als bedoeld in het eerste lid. 2012 596 30-11-2012 02-11-2012 2012 596 30-11-2012 02-11-2012 01-12-2012 01-03-2012
Artikel 24a — Artikel 24a Uitkering premievrijval aftoppingsgrens pensioengevend inkomen#
Artikel 24a Uitkering premievrijval aftoppingsgrens pensioengevend inkomen 1 In dit artikel wordt verstaan onder: – pensioengevend inkomen: de som van de inkomensbestanddelen, die op grond van de pensioenregeling voor burgerambtenaren, die geldt tot 1 januari 2019, pensioengevend zijn voor de opbouw van aanspraken op ouderdomspensioen en het daarvan afgeleide partnerpensioen en wezenpensioen; – aftoppingsgrens: artikel 18ga van de Wet op de Loonbelasting 1964 de aftoppingsgrens van het pensioengevend inkomen op basis van. 2 artikel 18ga van de Wet op de Loonbelasting 1964 De ambtenaar heeft aanspraak op een uitkering indien zijn pensioengevend inkomen wordt afgetopt op basis van. 3 De uitkering, bedoeld in het tweede lid, wordt berekend door het werkgeversdeel van de premie voor ouderdoms- en nabestaandenpensioen te vermenigvuldigen met het pensioengevend inkomen boven de aftoppingsgrens. 4 Dit artikel is niet van toepassing op de ambtenaar wiens salaris de ontwikkeling volgt van de sector Rijk. 2021 60 11-02-2021 30-11-2020 2021 60 11-02-2021 30-11-2020 12-02-2021 01-01-2015
Artikel 25 — Artikel 25 Definities#
Artikel 25 Definities In dit hoofdstuk wordt verstaan onder: a. WAO: Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering ; b. ZW: Ziektewet ; c. WW: Werkloosheidswet ; d. Werknemersverzekering: WAO ZW WW ,, dan wel; e. arbeidsongeschiktheid: artikel 18, eerste lid, van de WAO arbeidsongeschiktheid in de zin van; f. bedrijfsgeneeskundige dienst: een door of vanwege Onze Minister aangewezen uitvoeringsorgaan bedrijfsgezondheidszorg; g. Stichting Pensioenfonds ABP: artikel 6 van de Wet privatisering ABP de Stichting Pensioenfonds ABP, bedoeld in; h. pensioenreglement: het pensioenreglement Stichting Pensioenfonds ABP; i. herplaatsingstoelage: een herplaatsingstoelage als bedoeld in paragraaf 9 van het pensioenreglement; j. passende arbeid: artikel 30 van de Ziektewet arbeid als bedoeld in; k. gangbare arbeid: artikel 18, vijfde lid, van de WAO arbeid als bedoeld in; l. loonvormende arbeid: arbeid gericht op het leveren van productie. 2006 353 01-08-2006 03-07-2006 2006 353 01-08-2006 03-07-2006 01-10-2006
Artikel 26 — Artikel 26 Bezoldiging tijdens ziekte#
Artikel 26 Bezoldiging tijdens ziekte 1 De ambtenaar die ongeschikt is tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte heeft vanaf de dag waarop deze ongeschiktheid aanvangt, gedurende een termijn van twaalf maanden aanspraak op zijn volledige bezoldiging. Vervolgens heeft hij tot het einde van zijn betrekking aanspraak op 70% van zijn bezoldiging. 2 artikel 3:1 van de Wet arbeid en zorg Indien de ambtenaar, bedoeld in het eerste lid gedurende een bepaalde tijd zwangerschaps- of bevallingsverlof op basis vangeniet wordt het betreffende tijdvak van twaalf maanden met dat verlof verlengd. 3 artikel 3:1 van de Wet arbeid en zorg Voor het vaststellen van het tijdstip waarop de in het eerste lid genoemde termijn van twaalf maanden verstreken is, worden perioden van ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte samengeteld, indien zij elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken opvolgen. Bij vaststelling van de periode van vier weken blijven periode waarin zwangerschaps- of bevallingsverlof wordt genoten op basis van, buiten beschouwing. 4 De ambtenaar heeft ook na afloop van de in het eerste lid genoemde termijn van twaalf maanden aanspraak op zijn volledige bezoldiging: a. indien de ziekte, uit hoofde waarvan hij ongeschikt is zijn arbeid te verrichten, in overwegende mate zijn oorzaak vindt in de aard van de hem opgedragen arbeid of in de bijzondere omstandigheden, waaronder deze moesten worden verricht, en niet aan zijn schuld of onvoorzichtigheid is te wijten; b. artikel 3:1 van de Wet arbeid en zorg gedurende de periode dat zwangerschaps- of bevallingsverlof wordt genoten op basis van. 5 In afwijking van het eerste lid heeft de ambtenaar ook na het eerste tijdvak van twaalf maanden recht op doorbetaling van zijn bezoldiging over het aantal uren dat hij loonvormende arbeid heeft verricht, niet zijnde reïntegratieactiviteiten, waaronder therapeutische arbeid, onderwijs of scholing. 6 In afwijking van het vijfde lid wordt onderwijs of scholing beschouwd als loonvormende arbeid indien dit onderwijs of deze scholing is gekoppeld aan de functievervulling van een voor de ambtenaar beschikbare functie. 2006 353 01-08-2006 03-07-2006 2006 353 01-08-2006 03-07-2006 01-10-2006 Artikel X van Stb. 2006/353 bevat overgangsrecht m.b.t. deze
wijziging.
Artikel 27 — Artikel 27 Wet arbeid en zorg Samenloop van bezoldiging en uitkering op grond van een werknemersverzekering, deof bovenwettelijke regeling#
Artikel 27 Wet arbeid en zorg Samenloop van bezoldiging en uitkering op grond van een werknemersverzekering, deof bovenwettelijke regeling 1 artikel 26 artikel 26 Wet arbeid en zorg Indien de ambtenaar, bedoeld in, ter zake van de betrekking waaruit de aanspraak op bezoldiging voortvloeit, recht heeft op een of meerdere uitkeringen op grond van een werknemersverzekering, deof een bovenwettelijke WW-uitkering, wordt het bedrag van die uitkering of uitkeringen in mindering gebracht op het bedrag waarop hij ingevolgerecht heeft. 2 Wet arbeid en zorg Indien de in het eerste lid bedoelde ambtenaar uit hoofde van twee of meer betrekkingen recht heeft op één uitkering op grond van een werknemersverzekering, deof een bovenwettelijke WW-uitkering, wordt die uitkering voor de toepassing van het eerste lid toegerekend aan de betrekking ter zake waarvan hij aanspraak heeft op bezoldiging naar rato van de bezoldiging uit hoofde van de desbetreffende betrekkingen. 3 Wet arbeid en zorg WAO WAO Indien als gevolg van handelingen of het nalaten van handelingen door de ambtenaar de uitkering ingevolge een werknemersverzekering, de, dan wel de bovenwettelijke WW-uitkering een vermindering ondergaat, dan wel de aanspraak daarop geheel of gedeeltelijk niet wordt toegekend, wordt die uitkering voor de toepassing van het eerste lid steeds aangemerkt als een uitkering die onverminderd is genoten. Indien het een uitkering betreft op grond van dedie in het geheel niet wordt toegekend, wordt voor de toepassing van dit artikel rekening gehouden met de uitkering op grond van dezoals die zou zijn toegekend bij een arbeidsongeschiktheid van 80% of meer. 4 artikel 57, tweede lid, van het Burgerlijk ambtenarenreglement defensie In de gevallen, bedoeld in het derde lid, kan Onze Minister op grond van bijzondere omstandigheden bepalen, dat het bedrag van de niet uitbetaalde bezoldiging geheel of ten dele aan anderen dan aan de ambtenaar zal worden uitbetaald. Ingeval Onze Minister van deze bevoegdheid geen gebruik heeft gemaakt, wordt de niet uitbetaalde bezoldiging alsnog aan de ambtenaar uitbetaald, indien de inbedoelde commissie van artsen te zijnen gunste heeft geoordeeld. 2005 224 10-05-2005 12-04-2005 2005 224 10-05-2005 12-04-2005 11-05-2005
Artikel 28 — Artikel 28 Geen aanspraak op bezoldiging ingeval van herplaatsing#
Artikel 28 Geen aanspraak op bezoldiging ingeval van herplaatsing 1 artikel 26 artikel 58a van het Burgerlijk ambtenarenreglement defensie De inbedoelde aanspraak op volledige of gedeeltelijke bezoldiging eindigt indien de ambtenaar op grond vanwordt herplaatst. 2 artikel 121, derde lid, onderdeel a, van het Burgerlijk ambtenarenreglement defensie Indien de herplaatsing, bedoeld in het eerste lid, plaatsvindt voordat de termijn van twee jaar, bedoeld inis verstreken en de bezoldiging van de ambtenaar als gevolg van de herplaatsing vermindering ondergaat, heeft hij tot het eind van de genoemde termijn recht op een aanvullende uitkering. 3 artikel 26 WAO De aanvullende uitkering, bedoeld in het tweede lid, bedraagt het verschil tussen het bedrag waarop de ambtenaar op grond vanrecht zou hebben gehad indien hij niet zou zijn herplaatst en zijn bezoldiging na herplaatsing, in voorkomend geval vermeerderd met een uit de oorspronkelijke betrekking voortvloeiend recht op uitkering op grond van deen herplaatsingstoelage. 2005 224 10-05-2005 12-04-2005 2005 224 10-05-2005 12-04-2005 11-05-2005
Artikel 29 — Artikel 29 Sancties#
Artikel 29 Sancties 1 artikel 26 Geen aanspraak op bezoldiging als bedoeld inbestaat: a. indien de ziekte is voorgewend, althans zodanig overdreven wordt voorgesteld, dat ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte niet kan worden aangenomen; b. indien de ambtenaar de ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte opzettelijk heeft veroorzaakt, tenzij hem daarvan op grond van zijn psychische toestand geen verwijt kan worden gemaakt; c. artikel 9, vierde lid, onderdeel b, van het Burgerlijk ambtenarenreglement defensie indien de ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte zich voordoet binnen een half jaar na een medisch onderzoek als bedoeld in, en tevens blijkt, dat de ambtenaar onjuiste informatie omtrent zijn gezondheidstoestand heeft verstrekt of gegevens heeft verzwegen ten gevolge waarvan de verklaring van geschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid ten onrechte heeft plaatsgevonden, tenzij de ambtenaar aannemelijk maakt dat hij te goeder trouw heeft gehandeld. 2 artikel 26 De ambtenaar heeft geen aanspraak op bezoldiging, als bedoeld in, indien en gedurende de tijd dat hij: a. weigert zich te onderwerpen aan een onderzoek vanwege de bedrijfsgeneeskundige dienst of, na voor zulk een onderzoek te zijn opgeroepen, zonder geldige reden niet verschijnt; b. zonder voldoende gronden nalaat zich onder geneeskundige behandeling te stellen of te blijven stellen, dan wel zich niet houdt aan de voorschriften die hem door de behandelende arts gegeven zijn, met dien verstande dat voorschriften tot het verlenen van medewerking aan een ingreep van heelkundige aard hierbij zijn uitgezonderd; c. zich zodanig gedraagt, dat zijn genezing wordt belemmerd of vertraagd; d. tijdens de ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte arbeid voor zichzelf of voor derden verricht, tenzij dit door de bedrijfsgeneeskundige dienst in het belang van zijn genezing wenselijk wordt geacht; e. in gebreke blijft op het door de bedrijfsgeneeskundige dienst bepaalde tijdstip en in de door deze dienst bepaalde mate zijn arbeid te hervatten, tenzij hij daarvoor een door deze dienst als geldig erkende reden heeft opgegeven; f. zonder deugdelijke grond weigert hem aangeboden passende arbeid, dan wel gangbare arbeid, waartoe de bedrijfsgeneeskundige dienst hem in staat acht, te aanvaarden. 3 artikel 26 Het hoofd defensieonderdeel kan bepalen, dat de aanspraak op bezoldiging, bedoeld in, vervalt, indien de ambtenaar de voorschriften overtreedt die ter zake van afwezigheid wegens ziekte zijn vastgesteld. 4 De ambtenaar kan aan een onderzoek vanwege de bedrijfsgeneeskundige dienst worden onderworpen ter beantwoording van de vraag of zich een omstandigheid voordoet als bedoeld in het eerste of tweede lid, onderdeel b of c, van dit artikel. De ambtenaar is gehouden aan een zodanig onderzoek zijn medewerking te verlenen. 5 Het in het eerste lid bedoelde verplichtingen- en sanctieregime is van overeenkomstige toepassing indien de ambtenaar bij doorbetaling van bezoldiging tijdens ziekte of arbeidsongeschiktheid de in dat lid bedoelde aanspraak niet had kunnen hebben. 6 artikel 57, tweede lid, van het Burgerlijk ambtenarenreglement defensie In de gevallen, bedoeld in het eerste, tweede of derde lid, kan Onze Minister op grond van bijzondere omstandigheden bepalen, dat het bedrag van de niet uitbetaalde bezoldiging geheel of ten dele aan anderen dan aan de ambtenaar zal worden uitbetaald. Ingeval Onze Minister van deze bevoegdheid geen gebruik heeft gemaakt, wordt de niet uitbetaalde bezoldiging alsnog aan de ambtenaar uitbetaald, indien de inbedoelde commissie van artsen te zijnen gunste heeft geoordeeld. 7 Wet arbeid en zorg Indien de ambtenaar recht heeft op een uitkering op grond van een werknemersverzekering of de, is in plaats van het eerste tot en met vierde lid het verplichtingen- en sanctieregime van de desbetreffende wet op hem van toepassing. 8 Wet arbeid en zorg artikel 26, eerste lid artikel 27, eerste lid Indien ten aanzien van de uitkering die de ambtenaar geniet op grond van een werknemersverzekering of deeen verplichting wordt opgelegd of een sanctie wordt toegepast, wordt door het hoofd defensieonderdeel zoveel mogelijk dezelfde verplichting opgelegd, dan wel een overeenkomende sanctie toegepast, op het bedrag waarop de ambtenaar recht heeft ingevolge, na toepassing van. 2006 353 01-08-2006 03-07-2006 2006 353 01-08-2006 03-07-2006 02-08-2006 11-05-2005
Artikel 30 — Artikel 30 Begrip bezoldiging#
Artikel 30 Begrip bezoldiging 1 artikel 20 artikel 20 Ingeval de ambtenaar aanspraak heeft op een toelage onregelmatige dienst, als bedoeld in, wordt voor de toepassing van dit hoofdstuk deze toelage vastgesteld op het bedrag dat hem ingevolge het voor hem geldende rooster zou zijn toegekend, indien hij niet aan zijn arbeid zou zijn onttrokken. Is de vaststelling van het bedrag op deze wijze niet mogelijk, dan wordt dit, met inachtneming van de percentages zoals genoemd in, berekend over het voor de ambtenaar geldende salaris, zulks naar aantallen uren als bedoeld in dat artikel waarop door hem gedurende de drie kalendermaanden voorafgaande aan het tijdstip met ingang waarvan hij aan zijn arbeid werd onttrokken, ingevolge het voor hem geldende rooster gemiddeld per maand is gewerkt. 2 artikel 23 artikel 23 In geval de ambtenaar aanspraak heeft op een consignatietoelage, als bedoeld in, wordt deze toelage vastgesteld op het bedrag dat hem ingevolge het voor hem geldende consignatierooster zou zijn toegekend, indien hij niet aan zijn arbeid zou zijn onttrokken. Is de vaststelling van het bedrag op deze wijze niet mogelijk, wordt dit bedrag berekend naar de berekeningsgrondslag en de percentages zoals genoemd in, zulks naar de aantallen uren als bedoeld in dat artikel waarop door hem gedurende de drie kalendermaanden voorafgaande aan het tijdstip met ingang waarvan hij aan zijn arbeid werd onttrokken, gemiddeld per maand consignatiediensten zijn verricht. 3 Indien ook voor het overige de bezoldiging niet in een vast bedrag per maand kan worden uitgedrukt, wordt gerekend met het bedrag dat gemiddeld per maand is toegekend in de drie kalendermaanden voorafgaande aan het tijdstip waarop de verhindering tot dienstverrichting is ontstaan. Voor zover de ambtenaar op evenbedoeld tijdstip nog geen drie kalendermaanden in dienst is geweest, wordt gerekend met het bedrag dat hem gemiddeld aan bezoldiging per maand is toegekend over het tijdvak waarin hij voor het ontstaan van de verhindering in dienst is geweest. 2005 224 10-05-2005 12-04-2005 2005 224 10-05-2005 12-04-2005 11-05-2005
Artikel 31 — Artikel 31 Afwijkende afspraken voor tijdelijke ambtenaren#
Artikel 31 Afwijkende afspraken voor tijdelijke ambtenaren Ziektewet Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen Ziektewet Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen artikelen 27 29 Dit hoofdstuk is niet van toepassing op de ambtenaar die geen deelnemer is in de zin van het Pensioenreglement ABP. In geval van ziekte ontvangt hij tijdens de duur van zijn dienstverband op een hem op grond van deof detoegekende uitkering een aanvulling tot zijn bezoldiging. Indien de ambtenaar wegens ziekte ongeschikt is voor de uitoefening van zijn dienstbetrekking, ontvangt hij gedurende de eerste twaalf maanden van die ongeschiktheid 100% en daarna tot aan het einde van zijn betrekking 70% van zijn bezoldiging, nadat daarop de uitkering ingevolge deof de dein mindering is gebracht. Op die vermindering zijn deenvan overeenkomstige toepassing. 2006 353 01-08-2006 03-07-2006 2006 353 01-08-2006 03-07-2006 02-08-2006 05-09-2005
Artikel 32 — Artikel 32 Non-activiteitswedde#
Artikel 32 Non-activiteitswedde 1 artikel 12c, eerste lid, van de Wet ambtenaren defensie Het hoofd defensieonderdeel kent een non-activiteitswedde toe aan de ambtenaar die, ingevolge, tijdelijk is ontheven van de waarneming van zijn ambt in verband met de werkzaamheden die voortvloeien uit een functie in een publiekrechtelijk college, waarin hij is benoemd of verkozen. De non-activiteitswedde is het bedrag waarmee de laatstelijk door hem in zijn ambt genoten bezoldiging het bedrag van de inkomsten die de ambtenaar in verband met zijn werkzaamheden in dat publiekrechtelijk college geniet, overschrijdt. 2 Voor de toepassing van het eerste lid geldt voorts dat: a. artikelen 4, tweede tot en met vijfde lid 5 van de Wet Incompatibiliteiten Staten-Generaal en Europees Parlement toekenning van de non-activiteitswedde plaatsvindt op de voet van het bepaalde in de, en; b. onder inkomsten die in verband met zijn werkzaamheden in dat publiekrechtelijk college worden genoten wordt verstaan: alle inkomsten die aan die werkzaamheden zijn verbonden. 3 Voor de toepassing van dit artikel wordt de functie van substituut-ombudsman met de in het eerste lid bedoelde functie gelijkgesteld. 4 artikel 4, eerste lid, van de Wet Incompatibiliteiten Staten-Generaal en Europees Parlement Dit artikel is niet van toepassing op degene die een non-activiteitswedde geniet uit hoofde van. 2019 313 10-10-2019 30-09-2019 2019 385 06-11-2019 24-10-2019 01-01-2020
Artikel 33 — Artikel 33 Vergaderingen van en werkzaamheden voor publiekrechtelijke colleges#
Artikel 33 Vergaderingen van en werkzaamheden voor publiekrechtelijke colleges 1 artikel 12c, tweede lid, lid, van de Wet ambtenaren defensie Het hoofd defensieonderdeel past een vermindering toe op de bezoldiging van de ambtenaar die een vaste vergoeding ontvangt uit de functie waarvoor hem ingevolgeverlof is verleend. De bezoldiging wordt verminderd in evenredigheid met het aantal uren dat de ambtenaar verlof is verleend. De vermindering bedraagt maximaal de vaste vergoeding die de ambtenaar in de bedoelde functie zou ontvangen voor de uren die overeenkomen met een hierna vastgestelde taakduur. 2 De in het eerste lid bedoelde taakduur wordt voor een lid van de Provinciale Staten vastgesteld op een taakduur van 11 uur per week. 3 De in het eerste lid bedoelde taakduur wordt voor een lid van de raad van een gemeente vastgesteld op: a. 7 uur per week voor een gemeente met ten hoogste 30.000 inwoners; b. 12 uur per week voor gemeente met ten hoogste 100.000 inwoners; c. 24 uur per week voor een gemeente met meer dan 100.000 inwoners. 4 De in het eerste lid bedoelde taakduur wordt voor een wethouder vastgesteld op een taakduur van: a. 16 uur per week voor een gemeente tot 2.000 inwoners; b. 20 uur per week voor een gemeente tot 4.000 inwoners; c. 24 uur per week voor een gemeente tot 8.000 inwoners; d. 28 uur per week voor een gemeente tot 14.000 inwoners; e. 32 uur per week voor een gemeente tot 18.000 inwoners. 2019 313 10-10-2019 30-09-2019 2019 385 06-11-2019 24-10-2019 01-01-2020
Artikel 34 — Artikel 34 Bezoldiging bij verrichten van enkele diensten#
Artikel 34 Bezoldiging bij verrichten van enkele diensten artikel 7, tweede lid, onderdeel g, van het Burgerlijk ambtenarenreglement defensie De bezoldiging van de ambtenaar die is aangesteld op grond vanwordt bepaald op een bedrag voor elk geval of voor elke te verrichten dienst afzonderlijk vast te stellen. 2005 224 10-05-2005 12-04-2005 2005 224 10-05-2005 12-04-2005 11-05-2005
Artikel 35 — Artikel 35 Bezoldiging bij opzettelijke nalatigheid#
Artikel 35 Bezoldiging bij opzettelijke nalatigheid De ambtenaar ontvangt geen bezoldiging over de tijd, gedurende welke hij in strijd met zijn verplichtingen opzettelijk nalaat zijn dienst te verrichten. 2005 224 10-05-2005 12-04-2005 2005 224 10-05-2005 12-04-2005 11-05-2005
Artikel 36 — Artikel 36 Bezoldiging bij schorsing#
Artikel 36 Bezoldiging bij schorsing 1 artikel 109, eerste lid artikel 109, tweede lid, onderdeel a of b, van het Burgerlijk ambtenarenreglement defensie Bij de ambtenaar die ingevolge, dan wel ingevolgeis geschorst, wordt door de commandant voor de duur van die schorsing eenderde gedeelte ingehouden van de bezoldiging, tenzij het hoofd defensieonderdeel bepaalt dat geen inhouding zal plaatsvinden. 2 In geval een schorsing als bedoeld in het eerste lid, langer duurt dan zes weken, kan het hoofd defensieonderdeel bepalen dat gedurende die verdere duur van die schorsing een verdere inhouding plaatsvindt tot het volle bedrag der bezoldiging. Bij de afweging omtrent de hoogte van de inhouding wordt de financiële positie van de ambtenaar in de beschouwing betrokken. 3 artikel 109, tweede lid, onderdeel c, van het Burgerlijk ambtenarenreglement defensie Bij de ambtenaar die ingevolgeis geschorst, vindt geen inhouding van bezoldiging plaats. 4 artikel 109, tweede lid, onderdeel a of b, van het Burgerlijk ambtenarenreglement defensie artikel 121, eerste lid, onderdeel e, van het Burgerlijk ambtenarenreglement defensie De ingehouden bezoldiging kan alsnog geheel of gedeeltelijk aan de ambtenaar worden uitbetaald, indien een schorsing als bedoeld inniet wordt gevolgd door een veroordeling tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf, een vrijheidsbenemende maatregel, ontslag op grond vanof een onvoorwaardelijk ontslag bij wijze van straf. Op de aldus uit te keren bezoldiging worden in mindering gebracht de inkomsten, welke de ambtenaar sedert de schorsing heeft genoten uit arbeid, die hij als gevolg van de schorsing heeft kunnen verrichten, tenzij zulks, naar het oordeel van het hoofd defensieonderdeel, onredelijk of onbillijk is. 5 artikel 30 In geval van schorsing tijdens ziekte van de ambtenaar is voor de berekening van de bezoldigingvan toepassing. 2006 353 01-08-2006 03-07-2006 2006 353 01-08-2006 03-07-2006 02-08-2006 11-05-2005
Artikel 37 — Artikel 37 Bezoldiging bij nevenwerkzaamheden tijdens diensttijd#
Artikel 37 Bezoldiging bij nevenwerkzaamheden tijdens diensttijd 1 In dit artikel wordt verstaan onder nevenwerkzaamheden: activiteiten, geen deel uitmakend van die welke in het kader van de functievervulling aan de ambtenaar zijn opgedragen, die de ambtenaar al of niet tegen vergoeding verricht, waaronder nevenbetrekkingen, het drijven van nering of handel, het middellijk of onmiddellijk deelnemen aan aannemingen en leveringen en het zijn van commissaris, bestuurder of vennoot van een vennootschap, stichting of vereniging. 2 De ambtenaar aan wie buitengewoon verlof is verleend voor het verrichten van nevenwerkzaamheden, heeft over de verlofuren geen aanspraak op bezoldiging. 3 Indien de commandant van oordeel is dat de nevenwerkzaamheden overwegend in het algemeen belang worden verricht, wordt, in afwijking van het tweede lid, de bezoldiging van de ambtenaar verminderd met de inkomsten die hij uit hoofde van zijn nevenwerkzaamheden ontvangt. De vermindering bedraagt ten hoogste de bezoldiging waarop de ambtenaar over zijn verlofuren aanspraak zou hebben. 4 Geen vermindering van de bezoldiging vindt plaats indien het aantal verleende verlofuren is beperkt tot maximaal 10% van de voor de ambtenaar geldende gemiddelde arbeidsduur per week. 2012 596 30-11-2012 02-11-2012 2012 596 30-11-2012 02-11-2012 01-12-2012 01-03-2012
Artikel 38 — Artikel 38 Bezoldiging tijdens zwangerschaps- en bevallingsverlof#
Artikel 38 Bezoldiging tijdens zwangerschaps- en bevallingsverlof 1 artikel 3:1 van de Wet arbeid en zorg Gedurende het zwangerschaps- en bevallingsverlof op grond vanbehoudt de vrouwelijke ambtenaar haar aanspraak op bezoldiging. 2 hoofdstuk 3 van de Wet arbeid en zorg De commandant draagt ervoor zorg dat de vrouwelijke ambtenaar door zijn tussenkomsteen uitkering op basis vanaanvraagt. Deze uitkering moet uiterlijk twee weken voor de datum van ingang van het zwangerschaps- en bevallingsverlof onderscheidenlijk de datum waarop de vrouwelijke ambtenaar het recht op de uitkering wil laten ingaan, worden aangevraagd. 3 Wet arbeid en zorg Indien de vrouwelijke ambtenaar aan wie zwangerschaps- en bevallingsverlof is verleend gedurende dat verlof of gedurende een bepaalde periode van dat verlof tevens recht heeft op een uitkering op basis van de, wordt door de commandant betreffende de periode waarin sprake is van een samenloop een inhouding op de bezoldiging, als bedoeld in het eerste lid, toegepast die overeenkomt met het bedrag van bedoelde uitkering. 4 Indien aan de voorwaarden voor het toekennen van een uitkering als bedoeld in het derde lid, is voldaan, maar geen uitkering is toegekend omdat de vrouwelijke ambtenaar geen aanvraag heeft ingediend, past de commandant het derde lid op overeenkomstige wijze toe. 2005 224 10-05-2005 12-04-2005 2005 224 10-05-2005 12-04-2005 11-05-2005
Artikel 39 — Artikel 39 Bezoldiging tijdens adoptieverlof#
Artikel 39 Bezoldiging tijdens adoptieverlof 1 artikel 3:2, eerste tot en met derde lid, van de Wet arbeid en zorg Gedurende het adoptieverlof op grond van, behoudt de ambtenaar zijn aanspraak op bezoldiging. 2 hoofdstuk 3 van de Wet arbeid en zorg De commandant draagt ervoor zorg dat de ambtenaar door zijn tussenkomst een uitkering op basis vanaanvraagt bij het Landelijk instituut sociale verzekeringen. Deze uitkering moet uiterlijk twee weken voor de datum van ingang van het adoptieverlof onderscheidenlijk de datum waarop de ambtenaar het recht op de uitkering wil laten ingaan, worden aangevraagd. 3 Wet arbeid en zorg Indien de ambtenaar aan wie adoptieverlof is verleend gedurende dat verlof of gedurende een bepaalde periode van dat verlof tevens recht heeft op een uitkering op basis van de, wordt door de commandant betreffende de periode waarin sprake is van een samenloop een inhouding op de bezoldiging, bedoeld in het eerste lid, toegepast die overeenkomt met het bedrag van bedoelde uitkering. 4 Indien aan de voorwaarden voor het toekennen van een uitkering, als bedoeld in het derde lid, is voldaan, maar geen uitkering is toegekend omdat de ambtenaar geen aanvraag heeft ingediend, past de commandant het derde lid op overeenkomstige wijze toe. 2005 224 10-05-2005 12-04-2005 2005 224 10-05-2005 12-04-2005 11-05-2005
Artikel 40 — Artikel 40 Wet arbeid en zorg Samenloop bezoldiging en financiële tegemoetkoming#
Artikel 40 Wet arbeid en zorg Samenloop bezoldiging en financiële tegemoetkoming Vervallen 2012 596 30-11-2012 02-11-2012 2012 596 30-11-2012 02-11-2012 01-12-2012 01-03-2012
Artikel 41 — Artikel 41 Samenloop met militaire inkomsten#
Artikel 41 Samenloop met militaire inkomsten 1 De ambtenaar heeft over de uren dat hij als militair in werkelijke dienst is, geen aanspraak op inkomsten. 2 De ambtenaar die geen aanspraak heeft op inkomsten, heeft, naast de aanspraak op de militaire inkomsten, aanspraak op een inkomensaanvulling over de uren waarvoor de ambtenaar buitengewoon verlof zonder behoud van bezoldiging is verleend. 3 artikel 1 5 van het Inkomstenbesluit militairen artikel 11 b van het Inkomstenbesluit militairen Voor het bepalen van de hoogte van de inkomensaanvulling wordt het salaris als militair, bedoeld injo, vermeerderd met de toelage, bedoeld in, vergeleken met het salaris als ambtenaar. 4 Indien uit de vergelijking blijkt dat het salaris als militair lager is dan het salaris als ambtenaar, wordt een inkomensaanvulling toegekend ter hoogte van het verschil. 2025 6 16-01-2025 14-11-2024 2025 6 16-01-2025 14-11-2024 17-01-2025 01-01-2023
Artikel 42 — Artikel 42 Overige samenloopbepalingen#
Artikel 42 Overige samenloopbepalingen 1 artikel 41, eerste lid artikel 9 van de Wet gewetensbezwaren militaire dienst Het bepaalde in, is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de ambtenaar, die is tewerkgesteld in de zin van. 2 artikel 2, onderdeel c, van de Politiewet 2012 artikel 41 De ambtenaar die bij de politie in werkelijke dienst is als vrijwillige ambtenaar, als bedoeld in, behoudt aanspraak op zijn inkomsten, met dien verstande, dat deze inkomsten, indien de werkelijke dienst langer dan twee weken duurt, voor de verdere duur wordt verminderd met de inkomsten, waarop de ambtenaar als vrijwillige ambtenaar van politie aanspraak heeft. Het bepaalde inis verder voor zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing. 2025 6 16-01-2025 14-11-2024 2025 6 16-01-2025 14-11-2024 17-01-2025 01-01-2023
Artikel 43 — Artikel 43 Vakantie-uitkering#
Artikel 43 Vakantie-uitkering 1 Het hoofd defensieonderdeel kent aan de ambtenaar per maand een vakantie-uitkering toe ten bedrage van 8% van de bezoldiging van de ambtenaar. 2 Voor de ambtenaar die 22 jaar of ouder is bedraagt de vakantie-uitkering bij een voltijdaanstelling per maand tenminste € 189,83. Bij een deeltijdaanstelling wordt dit bedrag naar evenredigheid verminderd. 3 Voor de ambtenaar die jonger is dan 22 jaar bedraagt de vakantie-uitkering ten minste het in het tweede lid berekende bedrag verminderd met 10% voor elk leeftijdsjaar of gedeelte van een leeftijdsjaar dat hij jonger is dan 22 jaar. De vermindering bedraagt maximaal 30%. 4 Indien de ambtenaar aanspraak heeft op een gedeelte van de bezoldiging wordt de vakantie-uitkering naar evenredigheid van de bezoldiging berekend, tenzij anders vermeld. Indien de ambtenaar geen aanspraak heeft op bezoldiging heeft de ambtenaar geen aanspraak op vakantie-uitkering, tenzij anders vermeld. 5 artikel 26 In afwijking van het vierde lid heeft de ambtenaar, die op grond vanaanspraak heeft op een gedeelte van de bezoldiging, aanspraak op de vakantie-uitkering berekend over de volledige bezoldiging. 6 artikel 41 In afwijking van het vierde lid, heeft de ambtenaar, die aanspraak heeft op militaire inkomsten als bedoeld in, aanspraak op een vakantie-uitkering, voor zo veel de vakantie-uitkering, berekend over de volledige bezoldiging, meer bedraagt dan de vakantie-uitkering waarop hij als militair aanspraak heeft. 7 artikel 6 In afwijking vanwordt de vakantie-uitkering eenmaal per jaar in de maand mei uitbetaald over de periode van 12 maanden, die is aangevangen met de maand juni van het voorafgaande kalenderjaar. Bij ontslag van de ambtenaar vindt de uitbetaling plaats zo snel mogelijk na zijn ontslag. 2025 6 16-01-2025 14-11-2024 2025 6 16-01-2025 14-11-2024 17-01-2025 01-01-2021
Artikel 44 — Artikel 44 Eindejaarsuitkering#
Artikel 44 Eindejaarsuitkering 1 Het hoofd defensieonderdeel kent een eindejaarsuitkering per maand toe aan de ambtenaar ten bedrage van 8,33% van het salaris van de ambtenaar. 2 artikel 27 Ziektewet Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering Indien ingevolgeop het salaris van de ambtenaar een uitkering op grond van deof dein mindering is gebracht, wordt voor de toepassing van het eerste lid geen rekening gehouden met deze vermindering. 3 artikel 43 Voor de toepassing van het eerste lid zijn het vierde tot en met het zesde lid vanvan overeenkomstige toepassing. 4 artikel 6 In afwijking vanwordt de eindejaarsuitkering over de periode december van het voorgaande jaar tot en met november van het lopende jaar uitbetaald in de maand november. Bij ontslag van de ambtenaar vindt de uitbetaling van de tot de datum van het ontslag opgebouwde uitkering zo snel mogelijk na het ontslag plaats. 2021 60 11-02-2021 30-11-2020 2021 60 11-02-2021 30-11-2020 12-02-2021 01-10-2018
Artikel 44a — Artikel 44a Inkomenstoeslag#
Artikel 44a Inkomenstoeslag De burgerambtenaar heeft aanspraak op een inkomenstoeslag ter hoogte van € 183,07 per maand. Deze inkomenstoeslag wordt voor de ambtenaar met een deeltijdaanstelling vastgesteld op een evenredig deel van de uitkering behorend bij een voltijdaanstelling. 2025 6 16-01-2025 14-11-2024 2025 6 16-01-2025 14-11-2024 17-01-2025 01-01-2021
Artikel 45 — Artikel 45 Beloningen#
Artikel 45 Beloningen 1 De commandant kan aan de ambtenaar die zich bijzonder heeft onderscheiden door optreden of gedragingen dan wel door buitengewone toewijding of bijzonder loffelijke dienstverrichtingen, één of meer van de onderstaande beloningen toekennen: a. geschenk; b. geldelijke beloning; c. functioneringsgratificatie. 2 De totale waarde van één of meer van de beloningen bedraagt maximaal 20% van het tot een jaarbedrag herleide salaris in de maand van toekenning. Bij de berekening van de totale waarde van de beloningen wordt geen rekening gehouden met de verschuldigde loonheffing en inhoudingen, bedoeld in het derde lid. 3 paragraaf 5 van de Wet financiële voorzieningen privatisering ABP De in voorkomend geval over één of meer van die beloningen verschuldigde loonheffing en de inhoudingen, bedoeld in, komen voor rekening van Defensie. 2005 224 10-05-2005 12-04-2005 2005 224 10-05-2005 12-04-2005 11-05-2005
Artikel 46 — Artikel 46 Functioneringstoelage#
Artikel 46 Functioneringstoelage 1 De commandant kan aan de ambtenaar die het voor hem geldende maximumsalaris heeft bereikt een functioneringstoelage toekennen, indien de wijze van functioneren van de ambtenaar daartoe naar het oordeel van de commandant aanleiding geeft. 2 De functioneringstoelage wordt toegekend voor een periode van tenminste één jaar. 3 De functioneringstoelage bedraagt ten hoogste 10 procent van het salaris van de ambtenaar. 4 Indien een ambtenaar, die in het genot is van een functioneringstoelage, een andere functie krijgt opgedragen waaraan een hogere salarisschaal is verbonden, vervalt de functioneringstoelage met ingang van de datum waarop die hogere salarisschaal van toepassing wordt. 5 Indien een ambtenaar, die in het genot is van een functioneringstoelage, tijdelijk wordt bezoldigd conform een hogere salarisschaal, wordt het bedrag van de functioneringstoelage gedurende de tijd dat de ambtenaar dat hogere salaris ontvangt, op nul gesteld. 6 Indien een ambtenaar na het opdragen van de andere functie bedoeld in het vierde lid dan wel gedurende de periode dat hij tijdelijk aanspraak heeft op bezoldiging conform een hogere salarisschaal, aanspraak heeft op een salaris dat lager is dan het salaris vermeerderd met de functioneringstoelage waarop hij direct voorafgaand aan het opdragen van de andere functie dan wel de periode waarover hij de tijdelijke hogere bezoldiging geniet aanspraak had, heeft hij aanspraak op een overbruggingstoelage. 7 De overbruggingstoelage bedoeld in het zesde lid is gelijk aan het verschil tussen het salaris zoals de ambtenaar dat wegens het opdragen van de andere functie of gedurende de periode waarin hij de tijdelijke hogere bezoldiging geniet en het salaris vermeerderd met de functioneringstoelage zoals hij dat voorafgaand daaraan genoot. 8 De aanspraak op de in het zesde lid bedoelde overbruggingstoelage vervalt indien de ambtenaar na de periode waarin hij tijdelijk conform een hogere salarisschaal werd bezoldigd weer aanspraak heeft op de functioneringstoelage. 9 De aanspraak op de in het zesde lid bedoelde overbruggingstoelage eindigt op de datum waarop de toegekende functioneringstoelage volgens de toekenningsbeschikking zou eindigen. 2007 576 28-12-2007 11-12-2007 2007 576 28-12-2007 11-12-2007 01-01-2008
Artikel 47 — Artikel 47 Bindingspremie#
Artikel 47 Bindingspremie 1 Het hoofd defensieonderdeel kan aan een ambtenaar die in vaste dienst is aangesteld en die zich verbindt om gedurende een bepaalde periode onafgebroken deel uit te maken van het burgerpersoneel, een bindingspremie toekennen. 2 Bij ministeriële regeling worden regels gesteld omtrent de toekenning van een bindingspremie. 2007 576 28-12-2007 11-12-2007 2007 576 28-12-2007 11-12-2007 29-12-2007 01-09-2007
Artikel 48 — Artikel 48 Samenloop beloningen en bindingspremie#
Artikel 48 Samenloop beloningen en bindingspremie Vervallen 2007 576 28-12-2007 11-12-2007 2007 576 28-12-2007 11-12-2007 29-12-2007 01-09-2007
Artikel 49 — Artikel 49 Vergoeding voor overwerk#
Artikel 49 Vergoeding voor overwerk 1 De commandant kent aan de ambtenaar met een salarisschaal tot en met 10 een vergoeding voor overwerk toe, indien de ambtenaar in opdracht van de commandant overwerk verricht. 2 Onder overwerk wordt verstaan: arbeid die wordt verricht buiten de werktijden, die voor de ambtenaar gelden krachtens een rooster, voor zover daardoor het per werkperiode vastgestelde aantal arbeidsuren wordt overschreden. 3 In afwijking van het eerste lid wordt voor overwerk dat gedurende korter dan een half uur aansluitend aan de dagelijkse werktijd wordt verricht, geen vergoeding toegekend. 4 De werkperiode bedoeld in het tweede lid wordt gesteld op: a. één dag, indien aanvang en einde van de werktijd in de regel niet aan wisselingen onderhevig zijn; b. een tijdvak van tenminste zeven dagen, indien de tijdstippen van aanvang en einde van de werktijd volgens een tevoren vastgesteld rooster wisselen. 5 De vergoeding voor overwerk bestaat uit: a. verlof, gelijk aan het aantal uren overschrijding van het per werkperiode vastgestelde aantal arbeidsuren, en b. een overwerktoelage in geld, die voor elk uur van die overschrijding een percentage van het voor de ambtenaar geldende salaris per uur bedraagt. 6 De vergoeding in verlof wordt zo spoedig mogelijk toegekend, doch in de regel niet later dan in de kalendermaand volgende op die, waarin de overschrijding plaats had, waarbij zoveel mogelijk rekening wordt gehouden met de wensen van de ambtenaar. 7 Indien naar het oordeel van de commandant het dienstbelang zich verzet tegen het toekennen van verlof, wordt in plaats van verlof voor ieder uur een additionele overwerktoelage in geld toegekend gelijk aan het voor de ambtenaar geldende salaris per uur. 8 Indien de werkperiode één dag omvat, bedraagt het in het vijfde lid, onderdeel b, bedoelde percentage: a. behoudens het gestelde onder b en c, het getal, vermeld in de onderstaande tabel: Overwerk verricht op zondag op maandag op dinsdag, woensdag, donderdag of vrijdag op zaterdag tussen 0 en 6 uur 100 100 50 50 tussen 6 en 18 uur 100 25 25 50 tussen 18 en 20 uur 100 25 25 75 tussen 20 en 24 uur 100 50 50 75 b. 50, indien gedurende langer dan twee uur overwerk is verricht, voor zover het overwerk betreft, dat na de eerste twee uur is verricht op maandag, dinsdag, woensdag, donderdag of vrijdag tussen 06.00 uur en 20.00 uur, behoudens het gestelde onder c; c. artikel 31g, tweede lid, van het Burgerlijk ambtenarenreglement defensie 100, indien het overwerk is verricht op een der feestdagen, genoemd indan wel op de daarop volgende dag tussen 00.00 uur en 06.00 uur. 9 Indien de werkperiode een tijdvak van tenminste zeven dagen omvat, bedraagt het in het vijfde lid, onderdeel b, bedoelde percentage: a. 50, behoudens het gestelde onder b; b. artikel 31g, tweede lid, van het Burgerlijk ambtenarenreglement defensie 100, indien het overwerk is verricht op zondag, op maandag tussen 00.00 uur en 06.00 uur, op een der feestdagen, genoemd in, dan wel op de dag, volgende op de laatstgenoemde dag tussen 00.00 uur en 06.00 uur. 10 Burgerlijk ambtenarenreglement defensie Voor het vaststellen van de duur van de overschrijding gelden de uren waarop krachtens het vijfde lid onder a, of krachtens hetdan wel een overeenkomstige regeling vakantie of verlof is genoten, als uren waarop is gewerkt. 11 Aan ambtenaren voor wie verschillende salarisschalen gelden, die ingevolge een opdracht als bedoeld in het eerste lid gelijke werkzaamheden verrichten kan, in afwijking van het in dit artikel bepaalde, naar billijkheid een voor alle betrokken ambtenaren gelijke vergoeding worden toegekend. 2005 224 10-05-2005 12-04-2005 2005 224 10-05-2005 12-04-2005 11-05-2005
Artikel 49a — Artikel 49a Tijdelijke maatregel bij de vergoeding voor overwerk#
Artikel 49a Tijdelijke maatregel bij de vergoeding voor overwerk Vervallen 2018 430 23-11-2018 08-11-2018 2018 430 23-11-2018 08-11-2018 24-11-2018 01-01-2018
Artikel 50 — Artikel 50 Oefentoelage#
Artikel 50 Oefentoelage 1 In dit artikel wordt verstaan onder: a. etmaal: een tijdsbestek van 24 uur aaneengesloten; b. oefening: artikel 30a, onderdeel k, van het Burgerlijk ambtenarenreglement defensie een oefening, als bedoeld in; c. ZZF-dag: artikel 31g, eerste of tweede lid, van het Burgerlijk ambtenarenreglement defensie een zaterdag, zondag of feest- en gedenkdag, als bedoeld in. 2 artikelen 23 49 artikel 23 artikel 49 De commandant kent, in afwijking van deen, aan de ambtenaar met een salarisschaal tot en met 10 een oefentoelage toe voor een oefening, die een etmaal of langer duurt en waarbij sprake is van consignatie in de zin vanof overwerk in de zin van. 3 artikelen 23 49 De oefentoelage wordt niet toegekend, indien de oefening korter dan een etmaal duurt. Deenzijn in dit geval van toepassing. 4 De oefentoelage bedraagt per etmaal 3% van: a. het maximumsalaris per maand van salarisschaal 3 voor de ambtenaar met salarisschaal 1 tot en met 6; b. het maximumsalaris per maand van salarisschaal 8 voor de ambtenaar met salarisschaal 7 tot en met 10. 5 Indien bij een oefening langer dan een etmaal sprake is van een niet volledig etmaal, wordt de oefentoelage over het niet volledige etmaal berekend per half etmaal. Een tijdvak van minder dan 12 uren telt hierbij voor een half etmaal en van 12 uren of meer voor een heel etmaal. 6 Onverminderd het bepaalde in het tweede lid wordt aan de ambtenaar voor een oefening per etmaal 8 uur vrije tijd verleend, indien dit plaatsvindt op een ZZF-dag. Hierbij telt een periode van 8 uur of langer voor een etmaal. Bij een periode korter dan 8 uur wordt geen vergoeding in vrije tijd verleend. 7 Indien naar het oordeel van de commandant het dienstbelang zich verzet tegen het toekennen van de vergoeding in vrije tijd, bedoeld in het zesde lid, wordt in plaats van deze vergoeding voor ieder uur een compensatie in geld toegekend dat gelijk is aan het voor de ambtenaar geldende salaris per uur. 8 De ambtenaar die aanspraak heeft op een toelage of vergoeding ingevolge dit artikel heeft uit anderen hoofde geen aanspraak op een toelage wegens beschikbaarheid of bereikbaarheid, vergoeding in geld of tijd voor overwerk of beloning voor bezwarende werkomstandigheden. 2005 224 10-05-2005 12-04-2005 2005 224 10-05-2005 12-04-2005 11-05-2005
Artikel 51 — Artikel 51 Vervangingstoelage#
Artikel 51 Vervangingstoelage 1 Toelageregeling afschaffing tariefbeloning Defensie Voor de ambtenaar die op 30 juni 2003 aanspraak heeft op een toelage op grond van de, wordt die aanspraak met ingang van 1 juli 2003 omgezet in een vervangingstoelage. 2 Toelageregeling afschaffing tariefbeloning Defensie Het bedrag van de vervangingstoelage is op 1 juli 2003 gelijk aan het bedrag van de toelage waarop de ambtenaar op 30 juni 2003 aanspraak heeft op grond van de. 3 Toelageregeling afschaffing tariefbeloning Defensie Voor zover de toelage op grond van deop 30 juni 2003 deel uitmaakt van de bezoldiging onderscheidenlijk de grondslag voor de vakantie-uitkering onderscheidenlijk het pensioengevend inkomen, maakt de vervangingstoelage vanaf 1 juli 2003 op overeenkomstige wijze deel uit van de bezoldiging onderscheidenlijk de grondslag voor de vakantie-uitkering onderscheidenlijk het pensioengevend inkomen. 4 Toelageregeling afschaffing tariefbeloning Defensie Voor zover de toelage op grond van devóór 30 juni 2003 wordt aangepast met het percentage van een algemene salarismaatregel, wordt de vervangingstoelage vanaf 1 juli 2003 op overeenkomstige wijze aangepast met het percentage van een algemene salarismaatregel. 2005 224 10-05-2005 12-04-2005 2005 224 10-05-2005 12-04-2005 11-05-2005
Artikel 52 — Artikel 52 Overige inkomsten#
Artikel 52 Overige inkomsten 1 Bij ministeriële regeling kan de ambtenaar een aanspraak worden toegekend op: a. een toelage voor het verrichten van werkzaamheden waaraan naar het oordeel van Onze Minister bijzondere risico’s of inconveniënten zijn verbonden; b. een toelage in verband met het vervullen van een door Onze Minister aangewezen functie of het bezit van een door Onze Minister aangewezen bekwaamheid; c. een diensttijdgratificatie bij een – naar het oordeel van Onze Minister – eervolle diensttijd van twaalfeneenhalf, vijfentwintig, veertig of vijftig jaren; d. een vergoeding of een tegemoetkoming in de kosten of – in de plaats daarvan – voorzieningen in natura ter zake van het verblijf van de ambtenaar buiten Nederland; e. een vergoeding of een tegemoetkoming in de kosten van recepties en representatie; f. een vergoeding of een tegemoetkoming in de kosten van maaltijden bij overwerk; g. een vergoeding of een tegemoetkoming in de kosten van communicatie; h. een vergoeding of een tegemoetkoming in de extra kosten voor zorg voor jonge kinderen bij inzet; i. eventuele overige inkomsten. 2 Van de bevoegdheid tot het vaststellen van ministeriële regelingen als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d tot en met h, wordt mandaat verleend aan de hoofddirecteur personeel van het Ministerie van Defensie. 2007 576 28-12-2007 11-12-2007 2007 576 28-12-2007 11-12-2007 01-01-2008
Artikel 53 — Artikel 53 Begripsbepalingen#
Artikel 53 Begripsbepalingen Vervallen 2006 364 15-08-2006 03-07-2006 2006 364 15-08-2006 03-07-2006 16-08-2006 01-01-2006 Artikel 9 van Stb. 2006/364 bevat overgangsrecht m.b.t. deze
wijziging.
Artikel 54 — Artikel 54 Aanspraak op tegemoetkoming ziektekostenverzekering#
Artikel 54 Aanspraak op tegemoetkoming ziektekostenverzekering Vervallen 2006 364 15-08-2006 03-07-2006 2006 364 15-08-2006 03-07-2006 16-08-2006 01-01-2006 Artikel 9 van Stb. 2006/364 bevat overgangsrecht m.b.t. deze
wijziging.
Artikel 55 — Artikel 55 Aanspraken bij deeltijdaanstelling#
Artikel 55 Aanspraken bij deeltijdaanstelling Vervallen 2006 364 15-08-2006 03-07-2006 2006 364 15-08-2006 03-07-2006 16-08-2006 01-01-2006 Artikel 9 van Stb. 2006/364 bevat overgangsrecht m.b.t. deze
wijziging.
Artikel 56 — Artikel 56 Samenloop met aanspraken elders#
Artikel 56 Samenloop met aanspraken elders Vervallen 2006 364 15-08-2006 03-07-2006 2006 364 15-08-2006 03-07-2006 16-08-2006 01-01-2006 Artikel 9 van Stb. 2006/364 bevat overgangsrecht m.b.t. deze
wijziging.
Artikel 57 — Artikel 57 Bedrag van de tegemoetkoming ziektekostenverzekering#
Artikel 57 Bedrag van de tegemoetkoming ziektekostenverzekering Vervallen 2006 364 15-08-2006 03-07-2006 2006 364 15-08-2006 03-07-2006 16-08-2006 01-01-2006 Artikel 9 van Stb. 2006/364 bevat overgangsrecht m.b.t. deze
wijziging.
Artikel 58 — Artikel 58 Uitbetaling van de tegemoetkoming ziektekostenverzekering#
Artikel 58 Uitbetaling van de tegemoetkoming ziektekostenverzekering Vervallen 2006 364 15-08-2006 03-07-2006 2006 364 15-08-2006 03-07-2006 16-08-2006 01-01-2006 Artikel 9 van Stb. 2006/364 bevat overgangsrecht m.b.t. deze
wijziging.
Artikel 59 — Artikel 59 Definitie#
Artikel 59 Definitie In dit hoofdstuk wordt verstaan onder: berekeningsbasis : de bezoldiging met uitzondering van een toelage onregelmatige dienst, een aflopende toelage onregelmatige dienst en een consignatietoelage, met dien verstande dat de bezoldiging bij deeltijdaanstelling herleid wordt tot de bezoldiging, die geldt bij een voltijdaanstelling. 2005 224 10-05-2005 12-04-2005 2005 224 10-05-2005 12-04-2005 11-05-2005
Artikel 60 — Artikel 60 Verschuldigde bedragen wegens kost en inwoning#
Artikel 60 Verschuldigde bedragen wegens kost en inwoning 1 artikel 1 van het Besluit dienstreizen defensie De ambtenaar is voor het verstrekken van kost en van inwoning door Defensie, anders dan bij een dienstreis als bedoeld in, per maand een bedrag verschuldigd van onderscheidenlijk 12% en 8% van zijn berekeningsbasis, met inachtneming van bij ministeriële regeling te bepalen maxima. 2 artikelen 7 8, eerste en derde lid 14 van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag In afwijking van het eerste lid wordt voor de ambtenaar, wiens berekeningsbasis gelijk aan of lager is dan het maandbedrag van het minimumloon dat krachtens de,, en, geldt voor werknemers in de leeftijd van 21 jaar of ouder, het verschuldigde bedrag bij ministeriële regeling vastgesteld. 2017 270 23-06-2017 14-06-2017 2017 270 23-06-2017 14-06-2017 01-07-2019
Artikel 61 — Artikel 61 Verschuldigde bedragen wegens gebruik van een woning#
Artikel 61 Verschuldigde bedragen wegens gebruik van een woning 1 De ambtenaar is voor het gebruik van een woning die door Defensie beschikbaar is gesteld en voor verdere verstrekkingen in die woning waarvan de kosten niet afzonderlijk kunnen worden vastgesteld, per maand een bedrag verschuldigd aan Defensie, overeenkomende met de hierna genoemde percentages van zijn berekeningsbasis: a. voor het gebruik van de woning: 1°. die in Nederland is gelegen: 12%; 2°. die buiten Nederland is gelegen: 17%; b. voor verwarming van de woning: 2,4%; c. voor energie voor kookdoeleinden: 0,9%; d. voor elektrische energie, anders dan voor verwarming van de woning en voor kookdoeleinden: 0,9%; e. voor leidingwater: 0,4%, 2 Indien de ambtenaar aantoont dat de huurwaarde van de woning voor de heffing van de inkomsten- en loonbelasting minder bedraagt dan het op grond van het bepaalde in het eerste lid geldende bedrag wegens het gebruik van de woning, wordt het verschuldigde bedrag op dat van die huurwaarde gesteld. 3 Voor het gebruik van de verstrekkingen genoemd in het eerste lid, onderdeel b tot en met e, is geen bedrag verschuldigd in het geval, bedoeld in het tweede lid, en in de gevallen waarin tevens kost en inwoning wordt verstrekt. zulks met inachtneming van door Onze Minister aan te geven maxima voor de verstrekkingen bedoeld onder b tot en met e. 2006 353 01-08-2006 03-07-2006 2006 353 01-08-2006 03-07-2006 02-08-2006 11-05-2005
Artikel 62 — Artikel 62 Hardheidsclausule#
Artikel 62 Hardheidsclausule Indien de billijkheid dat vordert, kan Onze Minister de ambtenaar schadeloos stellen, kosten vergoeden of overigens een geldelijke tegemoetkoming toekennen. 2005 224 10-05-2005 12-04-2005 2005 224 10-05-2005 12-04-2005 11-05-2005
Artikel 63 — Artikel 63 Algemeen militair ambtenarenreglement#
Artikel 63 Algemeen militair ambtenarenreglement Wijzigt het Algemeen militair ambtenarenreglement. 2005 224 10-05-2005 12-04-2005 2005 224 10-05-2005 12-04-2005 11-05-2005 01-08-2004
Artikel 64 — Artikel 64 Besluit aanvulling arbeidsongeschiktheidsuitkering burgerlijke ambtenaren defensie#
Artikel 64 Besluit aanvulling arbeidsongeschiktheidsuitkering burgerlijke ambtenaren defensie Wijzigt het Besluit aanvulling arbeidsongeschiktheidsuitkering burgerlijke ambtenaren defensie. 2005 224 10-05-2005 12-04-2005 2005 224 10-05-2005 12-04-2005 11-05-2005 01-08-2004
Artikel 65 — Artikel 65 Besluit dienstreizen defensie#
Artikel 65 Besluit dienstreizen defensie Wijzigt het Besluit dienstreizen defensie. 2005 224 10-05-2005 12-04-2005 2005 224 10-05-2005 12-04-2005 11-05-2005 01-08-2004
Artikel 66 — Artikel 66 Besluit georganiseerd overleg sector Defensie#
Artikel 66 Besluit georganiseerd overleg sector Defensie Wijzigt het Besluit georganiseerd overleg sector Defensie. 2005 224 10-05-2005 12-04-2005 2005 224 10-05-2005 12-04-2005 11-05-2005 01-08-2004
Artikel 67 — Artikel 67 Besluit personenchauffeurs defensie#
Artikel 67 Besluit personenchauffeurs defensie Wijzigt het Besluit personenchauffeurs defensie. 2005 224 10-05-2005 12-04-2005 2005 224 10-05-2005 12-04-2005 11-05-2005
Artikel 68 — Artikel 68 Premieregeling en aanvullende voorzieningen beroepsmilitairen van de krijgsmacht#
Artikel 68 Premieregeling en aanvullende voorzieningen beroepsmilitairen van de krijgsmacht Wijzigt de Premieregeling en aanvullende voorzieningen beroepsmilitairen van de krijgsmacht. 2005 224 10-05-2005 12-04-2005 2005 224 10-05-2005 12-04-2005 11-05-2005 01-08-2004
Artikel 69 — Artikel 69 Besluit procedure geneeskundig onderzoek verzetsmilitairen en ondergedoken militairen#
Artikel 69 Besluit procedure geneeskundig onderzoek verzetsmilitairen en ondergedoken militairen Wijzigt het Besluit procedure geneeskundig onderzoek verzetsmilitairen en ondergedoken militairen. 2005 224 10-05-2005 12-04-2005 2005 224 10-05-2005 12-04-2005 11-05-2005 01-08-2004
Artikel 70 — Artikel 70 Burgerlijk ambtenarenreglement defensie#
Artikel 70 Burgerlijk ambtenarenreglement defensie Wijzigt het Burgerlijk ambtenarenreglement defensie. 2005 224 10-05-2005 12-04-2005 2005 224 10-05-2005 12-04-2005 11-05-2005 01-08-2004
Artikel 71 — Artikel 71 Inkomstenbesluit militairen#
Artikel 71 Inkomstenbesluit militairen Wijzigt het Inkomstenbesluit militairen. 2005 224 10-05-2005 12-04-2005 2005 224 10-05-2005 12-04-2005 11-05-2005 01-08-2004
Artikel 72 — Artikel 72 Verplaatsingskostenbesluit burgerlijke ambtenaren defensie#
Artikel 72 Verplaatsingskostenbesluit burgerlijke ambtenaren defensie Wijzigt het Verplaatsingskostenbesluit burgerlijke ambtenaren defensie. 2005 224 10-05-2005 12-04-2005 2005 224 10-05-2005 12-04-2005 11-05-2005 01-08-2004
Artikel 73 — Artikel 73 Verplaatsingskostenbesluit militairen#
Artikel 73 Verplaatsingskostenbesluit militairen Wijzigt het Verplaatsingskostenbesluit militairen. 2005 224 10-05-2005 12-04-2005 2005 224 10-05-2005 12-04-2005 11-05-2005 01-08-2004
Artikel 74 — Artikel 74 Besluit uitkering wegens functioneel leeftijdsontslag burgerlijke ambtenaren defensie#
Artikel 74 Besluit uitkering wegens functioneel leeftijdsontslag burgerlijke ambtenaren defensie Wijzigt het Besluit uitkering wegens functioneel leeftijdsontslag burgerlijke ambtenaren defensie. 2005 224 10-05-2005 12-04-2005 2005 224 10-05-2005 12-04-2005 11-05-2005
Artikel 75 — Artikel 75 Intrekking besluiten#
Artikel 75 Intrekking besluiten De volgende besluiten worden ingetrokken: a. Besluit betaling emolumenten burgerlijke ambtenaren defensie het; b. Besluit maaltijdvergoeding bij overwerk burgerlijke ambtenaren defensie het; c. Bezoldigingsbesluit burgerlijke ambtenaren defensie het; d. Interimbesluit ziektekosten burgerlijke ambtenaren defensie het; e. Telefoonkostenbesluit burgerlijke ambtenaren defensie het. 2005 224 10-05-2005 12-04-2005 2005 224 10-05-2005 12-04-2005 11-05-2005
Artikel 75a — Artikel 75a#
Artikel 75a Wet normalisering rechtspositie ambtenaren artikel 12o van de Wet ambtenaren defensie Na inwerkingtreding van deberust dit besluit op. 2019 313 10-10-2019 30-09-2019 2019 385 06-11-2019 24-10-2019 01-01-2020
Artikel 76 — Artikel 76 Inwerkingtreding#
Artikel 76 Inwerkingtreding artikelen 63, onderdeel A 64 65 66 68 69 70, onderdeel W 71, onderdeel C 72, onderdeel C 73 Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het besluit wordt geplaatst, met dien verstande dat de,,,,,,,,, enterugwerken tot en met 1 augustus 2004. 2005 224 10-05-2005 12-04-2005 2005 224 10-05-2005 12-04-2005 11-05-2005
Artikel 77 — Artikel 77 Citeertitel#
Artikel 77 Citeertitel Dit besluit wordt aangehaald als: Inkomstenbesluit burgerlijke ambtenaren defensie. 2005 224 10-05-2005 12-04-2005 2005 224 10-05-2005 12-04-2005 11-05-2005
Artikel 8#
artikel 8, tweede lid
Artikel 13#
artikel 13, zesde lid
Artikel 14#
artikel 14, eerste lid