Besluit van 2 december 2005 tot vaststelling van een algemene maatregel van bestuur houdende regels met betrekking tot reïntegratie (Reïntegratiebesluit)
- BWB-id
- BWBR0019152
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Sociale Zaken en Werkgelegenheid
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2026-05-02
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0019152
- ELI
- /eli/nl/amvb/2005/re-ntegratiebesluit
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/2005/re-ntegratiebesluit/2026-05-02
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0019152&g=2026-05-02
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0019152&z=2026-06-06&g=2026-05-02
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0019152/2026-05-02
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/2005/re-ntegratiebesluit
Artikel 1 — Artikel 1 Begripsbepalingen#
Artikel 1 Begripsbepalingen In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. WAZ Wajong WAO arbeidsongeschiktheidsuitkering: een arbeidsongeschiktheidsuitkering of inkomensvoorziening op grond van de, deof de; b. Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering WAO:; c. Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten Wajong:; d. Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen WAZ:; e. Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen Wet WIA:. 2014 348 14-10-2014 06-10-2014 2014 348 14-10-2014 06-10-2014 01-01-2015
Artikel 1a — Artikel 1a Wettelijke grondslag#
Artikel 1a Wettelijke grondslag artikelen 10g 10h van de Participatiewet artikelen 34a, eerste en derde lid 35, vijfde lid 36, eerste lid, onderdeel a, en vierde lid, van de Wet WIA artikelen 65c, vijfde lid 65d, vierde lid, van de WAO artikelen 2:22, vierde lid 2:23, eerste en derde lid 3:67, vijfde lid 3:68, vierde lid, van de Wajong artikelen 67a, vijfde lid 67b, vierde lid, van de WAZ Dit besluit berust op deen, de,en, de, en, de,,, enen de, en. 2026 96 01-05-2026 21-04-2026 2026 96 01-05-2026 21-04-2026 02-05-2026
Artikel 2 — Artikel 2 Uitgangspunten verstrekking subsidie en verlening voorzieningen#
Artikel 2 Uitgangspunten verstrekking subsidie en verlening voorzieningen 1 artikel 36 van de Wet WIA artikel 10h van de Participatiewet artikelen 34a, eerste lid 35 van de Wet WIA 2:22 2:23, eerste lid, van de Wajong Een subsidie als bedoeld inof een voorziening als bedoeld in, de, enenenwordt niet verstrekt respectievelijk verleend indien het kosten van een voorziening of een voorziening betreft: a. die algemeen gebruikelijk is; of b. waarvoor vergoeding op grond van een andere wettelijke regeling mogelijk is. 2 In afwijking van het eerste lid, onderdeel b, kan een in dat lid bedoelde subsidie of voorziening worden verstrekt respectievelijk worden verleend indien deze dient ter vergoeding van kosten of voorzieningen waarvoor vergoeding op grond van een andere wettelijke regeling mogelijk is en die vrijwel uitsluitend is geïndiceerd voor de werksituatie, dan wel vrijwel uitsluitend kan worden gebruikt voor of in de werksituatie. 3 Het tweede lid is niet van toepassing op de verlening van bij ministeriële regeling aan te wijzen voorzieningen in de vorm van een hulpmiddel gerelateerd aan stoornissen in de hoorfunctie. 4 Bij de toepassing van dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt bij de beoordeling en berekening van de kosten en de verlening van een voorziening als bedoeld in het eerste en tweede lid uitgegaan van de goedkoopste adequate voorziening. 2026 96 01-05-2026 21-04-2026 2026 96 01-05-2026 21-04-2026 02-05-2026 01-01-2024
Artikel 3 — Artikel 3 Geen subsidie en voorzieningen bij geringe kosten#
Artikel 3 Geen subsidie en voorzieningen bij geringe kosten 1 artikel 36 van de Wet WIA artikel 8, eerste lid, onderdeel b, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag Een subsidie als bedoeld inwordt niet verstrekt indien de kosten, bedoeld in dat artikel, minder bedragen dan 1,85 maal het minimumloon, bedoeld in, zoals dat artikel luidde op 1 januari van het kalenderjaar waarin de kosten zijn gemaakt, gedeeld door 21,75. 2 artikel 36 van de Wet WIA artikel 8, eerste lid, onderdeel b, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag Indien de gezamenlijke waarde van voorzieningen waarvoor in een kalenderjaar een subsidie is aangevraagd als bedoeld in, een bedrag ter hoogte van 1,85 maal het minimumloon, bedoeld in, gedeeld door 21,75, overtreft, kan het UWV de werkgever subsidie verstrekken ter hoogte van die gezamenlijke waarde. 3 artikel 10h van de Participatiewet artikelen 34a, eerste lid 35 van de Wet WIA artikel 2:23, eerste lid, van de Wajong Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op de verlening van voorzieningen als bedoeld in, de, enen. 2026 96 01-05-2026 21-04-2026 2026 96 01-05-2026 21-04-2026 02-05-2026
Artikel 4 — Artikel 4 Op het individu gerichte voorzieningen#
Artikel 4 Op het individu gerichte voorzieningen artikel 10h van de Participatiewet artikelen 34a, eerste lid 35 van de Wet WIA artikel 2:23, eerste lid, van de Wajong Een voorziening als bedoeld in, de, enenwordt slechts verleend indien deze in overwegende mate op het individu is gericht. 2026 96 01-05-2026 21-04-2026 2026 96 01-05-2026 21-04-2026 02-05-2026
Artikel 5 — Artikel 5 Inkomenstoets (leef)vervoersvoorzieningen#
Artikel 5 Inkomenstoets (leef)vervoersvoorzieningen 1 artikel 10h, tweede lid, onderdeel a, van de Participatiewet artikel 35, tweede lid, onderdeel a, en derde lid, van de Wet WIA artikel 2:22, tweede lid, onderdeel a, en derde lid, van de Wajong artikel 17, eerste lid, van de Wet financiering sociale verzekeringen Vervoersvoorzieningen als bedoeld in,en, worden niet verleend of worden beëindigd, indien het inkomen van de persoon die de voorziening aanvraagt of aan wie de voorziening is verleend, in het kalenderjaar waarin de voorziening is aangevraagd of voortzetting van een verleende voorziening wordt overwogen, meer bedraagt dan 261 maal 70% van het bedrag, bedoeld inmet betrekking tot een loontijdvak van een dag. 2 Indien het inkomen van de persoon, bedoeld in het eerste lid, in betekenende mate aan fluctuaties onderhevig is, wordt voor de toepassing van het eerste lid de som van het inkomen over het in het eerste lid bedoelde kalenderjaar en het inkomen over de twee daaraan voorafgaande kalenderjaren gedeeld door drie. 3 Onder vervoersvoorzieningen als bedoeld in het eerste lid worden in ieder geval verstaan een bruikleenauto, een taxikostenvergoeding en een kilometervergoeding voor het gebruik van een eigen auto of van een bruikleenauto. 4 Bij ministeriële regeling: a. worden regels gesteld over de wijze van vaststelling van het inkomen, bedoeld in het eerste lid, waarbij kan worden bepaald dat bij de vaststelling van het inkomen mede in aanmerking wordt genomen het inkomen van de echtgenoot, de partner of een ander gezinslid van de in het eerste lid bedoelde persoon; b. kan het in het eerste lid bedoelde percentage voor categorieën van personen worden verhoogd; en c. kan worden bepaald dat het eerste lid geen toepassing vindt bij de verlening van nader te bepalen vervoersvoorzieningen. 5 Beëindiging van de vervoersvoorziening wegens overschrijding van de inkomensgrens, bedoeld in het eerste lid, vindt plaats met ingang van de datum gelegen zes maanden nadat de persoon aan wie de voorziening is verleend van de voorgenomen beëindiging in kennis is gesteld. 2026 96 01-05-2026 21-04-2026 2026 96 01-05-2026 21-04-2026 02-05-2026
Artikel 6 — Artikel 6 Leefvervoersvoorziening#
Artikel 6 Leefvervoersvoorziening 1 artikel 35, derde lid, van de Wet WIA artikel 2:22, derde lid, van de Wajong Een leefvervoersvoorziening als bedoeld inenwordt slechts verleend indien daarmee de uit ziekte of gebrek voortvloeiende beperkingen worden opgeheven of verminderd. 2 artikel 35, eerste lid, van de Wet WIA artikel 2:22, eerste lid van de Wajong Na beëindiging van een vervoersvoorziening, verleend op grond vanofwordt de leefvervoersvoorziening voortgezet gedurende de termijn die is voorzien in de beschikking van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen waarbij de voorziening is toegekend, doch ten hoogste voor de duur van twaalf maanden. 2014 348 14-10-2014 06-10-2014 2014 348 14-10-2014 06-10-2014 01-01-2015
Artikel 7 — Artikel 7 Intermediaire activiteiten voor personen met een auditieve, visuele of motorische handicap#
Artikel 7 Intermediaire activiteiten voor personen met een auditieve, visuele of motorische handicap 1 artikel 10h, tweede lid, onderdeel b, van de Participatiewet artikel 35, tweede lid, onderdeel b, van de Wet WIA artikel 2:22, tweede lid, onderdeel b, van de Wajong De verlening van een intermediaire activiteit als bedoeld in,en, vindt plaats door vergoeding van de kosten voor de bemiddeling bij het vinden van en voor het gebruik van een intermediaire activiteit. 2 De voorziening, bedoeld in het eerste lid, kan ten hoogste worden verleend voor het aantal uren dat overeenkomt met 15% van het aantal uren dat de persoon met een auditieve, visuele of motorische handicap per kalenderjaar in dienstbetrekking werkzaam is of van de tijd dat de persoon deelneemt aan re-integratieactiviteiten. 3 In afwijking van het tweede lid kan het UWV voor een hoger percentage toekennen indien: a. de persoon met een auditieve, visuele of motorische handicap daartoe een onderbouwd verzoek doet; en b. het aangevraagde aantal aanvullende uren naar het oordeel van het UWV in redelijke verhouding staat tot de verrichte werkzaamheden. 2026 96 01-05-2026 21-04-2026 2026 96 01-05-2026 21-04-2026 02-05-2026
Artikel 7a — Artikel 7a Participatiewet Tolkvoorziening in de#
Artikel 7a Participatiewet Tolkvoorziening in de 1 artikel 10g, tweede lid, van de Participatiewet De tolkvoorziening, bedoeld in, wordt toegekend voor ten hoogste 15% van het aantal uren dat de persoon met een auditieve beperking per kalenderjaar in dienstbetrekking werkzaam is of als zelfstandige arbeid verricht of van de tijd dat de persoon deelneemt aan re-integratieactiviteiten. 2 In afwijking van het eerste lid kan het UWV voor een hoger percentage toekennen indien: a. de persoon met auditieve beperking daartoe een onderbouwd verzoek doet; en b. het aangevraagde aantal aanvullende uren naar het oordeel van het UWV in redelijke verhouding staat tot de verrichte werkzaamheden. 3 De tolkvoorziening wordt toegekend indien de persoon een verklaring heeft van de huisarts of behandelend medisch specialist waaruit blijkt dat deze persoon op tolkvoorzieningen is aangewezen. Deze verklaring wordt eenmalig door het UWV gevraagd. 4 artikel 10g van de Participatiewet Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 Wet overige OCW-subsidies artikel 7 14 Bij de uitvoering vankan het UWV gebruik maken van de verklaringen omtrent de auditieve handicap van de persoon, die het UWV heeft verkregen voor de uitvoering van de aanspraken op tolkvoorzieningen op grond van deen de, of voor de verlening van een intermediaire activiteit ten behoeve van die persoon op grond vanof. 2021 308 29-06-2021 15-06-2021 2021 308 29-06-2021 15-06-2021 01-07-2021
Artikel 7b — Artikel 7b Kwaliteitseis van de tolk#
Artikel 7b Kwaliteitseis van de tolk artikelen 7 7a 14 De activiteiten van tolken kunnen alleen als tolkvoorziening als bedoeld in,enworden toegekend als de tolken staan ingeschreven in het openbaar register van de Stichting Register Tolken Gebarentaal en Schrijftolken. 2019 232 28-06-2019 18-06-2019 2019 232 28-06-2019 18-06-2019 01-07-2019
Artikel 8 — Artikel 8 Overname van voorzieningen#
Artikel 8 Overname van voorzieningen 1 artikel 10h van de Participatiewet artikel 35 van de Wet WIA artikel 2:22 van de Wajong Het UWV kan indien een of meer feiten op grond waarvan een voorziening als bedoeld in,ofis verleend, zodanig wijzigen dat de verlening van de voorziening niet langer is aangewezen, of indien een met betrekking tot een voorziening afgesloten bruikleencontract afloopt, een belanghebbende de niet in de vorm van een financiële tegemoetkoming verleende voorziening doen behouden of doen kopen, voor een prijs die de op dat moment in het maatschappelijke verkeer geldende waarde van een dergelijke voorziening niet te boven gaat. 2 Indien de voorziening, bedoeld in het eerste lid, een vervoermiddel betreft, wordt bij het bepalen van de prijs, bedoeld in het eerste lid, uitgegaan van de voorziening zonder specifieke aanpassingen. 2026 96 01-05-2026 21-04-2026 2026 96 01-05-2026 21-04-2026 02-05-2026
Artikel 9 — Artikel 9 De aanvraag van subsidie#
Artikel 9 De aanvraag van subsidie 1 artikel 36, eerste lid, van de Wet WIA Bij een aanvraag van een subsidie als bedoeld inverstrekt de werkgever ten minste de volgende gegevens: a. het aansluitingsnummer van de werkgever bij het UWV; b. het burgerservicenummer van de werknemer; c. de naam van de werknemer; d. de datum van aanvang, de aard en de omvang van de dienstbetrekking; e. het loon van de werknemer; f. een overzicht van de gemaakte of de te maken kosten; g. een onderbouwing van de noodzaak tot het maken van de kosten; h. gegevens waaruit blijkt op grond waarvan de werknemer volgens de werkgever een structurele functionele beperking heeft; en i. artikel 71a, tweede lid, van de WAO artikel 25, tweede lid, van de Wet WIA een plan van aanpak als bedoeld inof. 2 artikel 36, vierde lid, van de Wet WIA Bij een aanvraag van een subsidie als bedoeld in, verstrekt de werkgever tenminste de gegevens bedoeld in het eerste lid, onderdelen a tot en met d en f tot en met h. 2014 518 18-12-2014 11-12-2014 2014 518 18-12-2014 11-12-2014 01-01-2015
Artikel 10 — Artikel 10 Bepaling kosten werkgever#
Artikel 10 Bepaling kosten werkgever 1 artikel 36, eerste lid, van de Wet WIA Bij de beoordeling en de berekening van de kosten, bedoeld in, wordt de omzetbelasting buiten beschouwing gelaten, tenzij de werkgever aantoont dat deze door hem niet kan worden verrekend. 2 artikel 36, eerste lid, van de Wet WIA Indien het totaal van de kosten, bedoeld in, meer bedraagt dan € 22 689 wordt bij de bepaling van de hoogte van de subsidie, bedoeld in dat artikel, rekening gehouden met het bedrijfseconomisch voordeel voor de werkgever bij de te treffen voorziening. De vaststelling van het bedrijfseconomisch voordeel geschiedt met inachtneming van de in het maatschappelijk verkeer aanvaarde bedrijfseconomische normen. 2005 622 08-12-2005 02-12-2005 2005 622 08-12-2005 02-12-2005 29-12-2005
Artikel 11 — Artikel 11 Drempelbedrag kosten#
Artikel 11 Drempelbedrag kosten 1 artikel 36, eerste lid, onderdeel a, van de Wet WIA Indien de werkgever een werknemer als bedoeld inin dienst heeft gehouden, bedraagt het in dat onderdeel bedoeld bedrag: a. € 0,-, indien het loon van de werknemer over het kalenderjaar minder dan 50% van het naar een jaarbedrag herleide minimumloon bedraagt zoals dat voor de werknemer gold op 1 januari van het desbetreffende kalenderjaar; en b. € 0,-, indien het loon van de werknemer over het kalenderjaar ten minste 50% van het in onderdeel a bedoelde minimumloon bedraagt. 2 artikel 36, eerste lid, onderdeel a, van de Wet WIA Indien de werkgever een werknemer als bedoeld inin dienst heeft genomen, bedraagt het in dat onderdeel bedoelde bedrag: a. € 0,-, indien het loon van de werknemer over het kalenderjaar minder dan 50% van het minimumloon, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, bedraagt; en b. € 0,-, indien het loon van de werknemer over het kalenderjaar ten minste 50% van het minimumloon, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, bedraagt. 3 artikel 36 van de Wet WIA artikel 36, eerste lid, onderdeel a, van de Wet WIA artikel 49 van de Wet financiering sociale verzekeringen Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing indien de subsidie, bedoeld inwordt verstrekt ten behoeve van een werknemer als bedoeld invoor wie de werkgever geen korting als bedoeld inkan toepassen. 2008 602 30-12-2008 29-12-2008 2008 602 30-12-2008 29-12-2008 01-01-2009
Artikel 12 — Artikel 12 Subsidie ten behoeve van persoonlijke ondersteuning#
Artikel 12 Subsidie ten behoeve van persoonlijke ondersteuning 1 artikel 36, vierde lid, van de Wet WIA artikel 35, tweede lid, onderdeel d, van de Wet WIA artikel 2:22, tweede lid, onderdeel d, van de Wajong Een subsidie op grond vanmet betrekking tot de noodzakelijke persoonlijke ondersteuning, bedoeld inen, kan worden verleend, indien: a. artikel 35, eerste lid, van de Wet WIA artikel 2:22, eerste lid, van de Wajong de persoonlijke ondersteuning bestaat uit een individueel trainings- of inwerkprogramma en een systematische begeleiding van de persoon, bedoeld inen, gericht op het kunnen uitvoeren van de hem opgedragen taken; b. artikel 35, eerste lid, van de Wet WIA artikel 2:22, eerste lid, van de Wajong de inenbedoelde persoon zonder een systematische begeleiding niet in staat zou zijn de hem opgedragen taken te verrichten; c. de omvang en de kwaliteit van de door de werkgever geboden persoonlijke ondersteuning passend is; d. de persoon voor wie subsidie wordt gevraagd daarvan op de hoogte is en schriftelijk instemt met de persoonlijke ondersteuning door de werkgever; en e. artikel 18 de persoon voor wie subsidie wordt gevraagd geen persoonlijke ondersteuning krijgt, als bedoeld in. 2 artikel 35, eerste lid, van de Wet WIA artikel 2:22, eerste lid, van de Wajong De persoonlijke ondersteuning kan in het eerste jaar, tweede jaar en de daarop volgende jaren van verlening worden verleend voor een aantal uren dat correspondeert met respectievelijk 15%, 7,5% en 6% van het aantal uren per kalenderjaar dat de, aan de inenbedoelde persoon opgedragen taken in beslag neemt. 3 Het UWV kan van de in het tweede lid bedoelde percentages afwijken voor zover toepassing daarvan gelet op het belang dat dit artikel beoogt te beschermen zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard. 2014 518 18-12-2014 11-12-2014 2014 518 18-12-2014 11-12-2014 01-01-2015
Artikel 13 — Artikel 13 (Leef)vervoersvoorzieningen bij inschakeling in en ondersteuning bij arbeid als zelfstandige#
Artikel 13 (Leef)vervoersvoorzieningen bij inschakeling in en ondersteuning bij arbeid als zelfstandige 1 artikel 34a, eerste lid, van de Wet WIA artikel 2:23, eerste lid, van de Wajong Het UWV kan op aanvraag van een persoon als bedoeld in, envervoersvoorzieningen verlenen die ertoe strekken dat die persoon zijn werkplek of opleidingslocatie kan bereiken. 2 Het UWV kan aan een persoon als bedoeld in het eerste lid op aanvraag vervoersvoorzieningen verlenen die strekken tot verbetering van zijn leefomstandigheden en die deel uitmaken van dan wel rechtstreeks samenhangen met voorzieningen als bedoeld in het eerste lid. 3 artikelen 5 6 8 Op de verlening en beëindiging van voorzieningen als bedoeld in het eerste en tweede lid zijn de,envan overeenkomstige toepassing. 2014 348 14-10-2014 06-10-2014 2014 348 14-10-2014 06-10-2014 01-01-2015
Artikel 14 — Artikel 14 Intermediaire voorzieningen bij inschakeling in en ondersteuning bij arbeid als zelfstandige#
Artikel 14 Intermediaire voorzieningen bij inschakeling in en ondersteuning bij arbeid als zelfstandige 1 artikel 34a, eerste lid, van de Wet WIA artikel 2:23, eerste lid, van de Wajong Het UWV kan op aanvraag ten behoeve van een persoon als bedoeld inenmet een auditieve, visuele of motorische handicap intermediaire activiteiten verlenen. 2 Artikel 7, tweede en derde lid , is van overeenkomstige toepassing op het eerste lid. 2019 232 28-06-2019 18-06-2019 2019 232 28-06-2019 18-06-2019 01-07-2019
Artikel 15 — Artikel 15 Starterskrediet en begeleiding bij inschakeling in en ondersteuning bij arbeid als zelfstandige#
Artikel 15 Starterskrediet en begeleiding bij inschakeling in en ondersteuning bij arbeid als zelfstandige 1 artikel 34a, eerste lid, van de Wet WIA artikel 2:23, eerste lid, van de Wajong Het UWV kan op aanvraag van een persoon als bedoeld inenter voorziening in de behoefte aan bedrijfskapitaal een lening of borgtocht verstrekken tot ten hoogste een bij ministeriële regeling vast te stellen bedrag indien: a. de arbeidsmarktpositie van die persoon daartoe aanleiding geeft; en b. het starten van het bedrijf naar het oordeel van het UWV voor betrokkene een reële optie is, gelet op diens beperking als gevolg van de handicap en het door hem opgestelde bedrijfsplan. 2 Het UWV kan op aanvraag van de persoon, bedoeld in het eerste lid, een vergoeding verstrekken voor de kosten van begeleiding ten behoeve van de start van een bedrijf voor de duur van ten hoogste één jaar na de start van het bedrijf, indien wordt voldaan aan de voorwaarden, bedoeld in het eerste lid, onder a en b. 3 artikel 30a, eerste lid, onderdelen a en c, van de Wet SUWI artikel 4.2 van het Besluit SUWI Een vergoeding van de kosten van begeleiding ten behoeve van de start van een bedrijf, bedoeld in het tweede lid, vindt niet plaats aan personen als bedoeld inof personen met wie een individuele re-integratieovereenkomst is gesloten als bedoeld in. 4 Het UWV verstrekt geen lening of borgtocht aan een persoon als bedoeld in het eerste lid, indien: a. die persoon surséance van betaling heeft aangevraagd; b. die persoon failliet is verklaard en het faillissement voortduurt; of c. er ten aanzien van het faillissement van die persoon geen schuldsanering heeft plaatsgevonden. 5 Het maximale bedrag van de lening of de borgtocht, bedoeld in het eerste lid, wordt met ingang van 1 januari van elk kalenderjaar gewijzigd met het percentage waarmee het prijsindexcijfer van de gezinsconsumptie over de maand oktober daaraan voorafgaand afwijkt van het prijsindexcijfer waarop de laatste vaststelling van het bedrag is gebaseerd en door of namens Onze Minister medegedeeld in de Staatscourant. 2018 404 13-11-2018 18-10-2018 2018 404 13-11-2018 18-10-2018 14-11-2018
Artikel 15a — Artikel 15a Arbeidsplaatsvoorzieningen bij inschakeling in en ondersteuning bij arbeid als zelfstandige#
Artikel 15a Arbeidsplaatsvoorzieningen bij inschakeling in en ondersteuning bij arbeid als zelfstandige 1 artikel 34a, eerste lid, van de Wet WIA artikel 2:23, eerste lid, van de Wajong Het UWV kan op aanvraag van een persoon als bedoeld inenvoorzieningen verstrekken ten behoeve van de inrichting van de arbeidsplaats, de productie- en werkmethoden en de bij de arbeid te gebruiken hulpmiddelen, die in overwegende mate op het individu van de aanvrager zijn afgestemd. 2 artikel 8, eerste lid artikel 10 Op de verlening van voorzieningen, bedoeld in het eerste lid, zijn, envan overeenkomstige toepassing. 3 artikel 10h, tweede lid, onderdelen c en d, van de Participatiewet artikel 10 Op de verlening van voorzieningen als bedoeld inisvan overeenkomstige toepassing. 2026 96 01-05-2026 21-04-2026 2026 96 01-05-2026 21-04-2026 02-05-2026
Artikel 15b — Artikel 15b Inkomenstoets bij inschakeling in en ondersteuning bij arbeid als zelfstandige#
Artikel 15b Inkomenstoets bij inschakeling in en ondersteuning bij arbeid als zelfstandige 1 artikelen 14 15a artikel 17, eerste lid, van de Wet financiering sociale verzekeringen Voorzieningen als bedoeld in deenworden niet verleend of worden beëindigd, indien het inkomen van de persoon die de voorziening aanvraagt of aan wie de voorziening is verleend, in het vierde kalenderjaar dan wel een daarop volgend jaar, na de aanvang van de arbeid als zelfstandige, meer bedraagt dan 261 maal 157% van het bedrag, bedoeld inmet betrekking tot een loontijdvak van een dag. 2 Indien het inkomen van de persoon, bedoeld in het eerste lid, in betekenende mate aan fluctuaties onderhevig is, wordt voor de toepassing van dat artikellid de som van het inkomen over het in dat artikellid bedoelde kalenderjaar en het inkomen over de twee daaraan voorafgaande kalenderjaren gedeeld door drie. 3 Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over de wijze van vaststelling van het inkomen, bedoeld in het eerste lid, waarbij kan worden bepaald dat bij de vaststelling van het inkomen mede in aanmerking wordt genomen het inkomen van de echtgenoot, de partner of een ander gezinslid van de in het eerste lid bedoelde persoon. 4 Beëindiging van de voorziening wegens overschrijding van de inkomensgrens, bedoeld in het eerste lid, vindt plaats met ingang van de datum gelegen zes maanden nadat de persoon aan wie de voorziening is verleend van de voorgenomen beëindiging in kennis is gesteld. 5 artikel 5, vierde lid, onderdeel c Dit artikel is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van vervoersvoorzieningen ten aanzien waarvan op grond van, is bepaald dat artikel 5, eerste lid, daarop niet van toepassing is. 6 artikel 10h, tweede lid, van de Participatiewet Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op de verlening van voorzieningen als bedoeld in. 2026 96 01-05-2026 21-04-2026 2026 96 01-05-2026 21-04-2026 02-05-2026
Artikel 16 — Artikel 16 Hoogte van de loonsuppletie#
Artikel 16 Hoogte van de loonsuppletie 1 artikel 65c van de WAO artikel 67a van de WAZ artikelen 2:25 3:67 van de Wajong De hoogte van de loonsuppletie, bedoeld in,en deen, bedraagt: van het verschil tussen het bedrag van de arbeidsongeschiktheidsuitkering die zou worden verkregen indien de resterende verdiencapaciteit per uur bezien zou worden verlaagd tot het feitelijk door betrokkene per uur verdiende loon en het bedrag van de feitelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering, met dien verstande dat de loonsuppletie niet meer bedraagt dan 20% van zijn resterende verdiencapaciteit. a. gedurende het eerste jaar 100%, b. gedurende het tweede jaar 75%, c. gedurende het derde jaar 50% en d. gedurende het vierde jaar 25% 2 Indien betrokkene in de dienstbetrekking waarvoor loonsuppletie wordt verstrekt minder uren werkt dan waartoe hij bij de vaststelling van de mate van arbeidsongeschiktheid in staat wordt geacht, wordt het bedrag van de loonsuppletie vermenigvuldigd met een breuk waarvan de teller wordt gevormd door het aantal uren waarin in deze dienstbetrekking arbeid wordt verricht en de noemer door het aantal uren waarop de resterende verdiencapaciteit is gebaseerd. 3 De loonsuppletie bedraagt tezamen met de arbeidsongeschiktheidsuitkering, het loon en, indien van toepassing, artikel 6 van het Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten niet meer dan het voor betrokkene vastgestelde maatmaninkomen, bedoeld in. a. het inkomen uit bedrijf of beroep, b. artikel 17 de inkomenssuppletie, bedoeld in, c. Ziektewet een uitkering op grond van deof een daarmee naar aard en strekking overeenkomende uitkering, d. Werkloosheidswet een uitkering op grond van deof een daarmee naar aard en strekking overeenkomende uitkering, e. hoofdstuk 3, afdeling 2, van de Wet arbeid en zorg een uitkering op grond van, of f. Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen een uitkering op grond van de, 2014 348 14-10-2014 06-10-2014 2014 348 14-10-2014 06-10-2014 01-01-2015
Artikel 17 — Artikel 17 Hoogte van de inkomenssuppletie#
Artikel 17 Hoogte van de inkomenssuppletie 1 artikel 65d van de WAO artikel 67b van de WAZ artikelen 2:26 3:68 van de Wajong De hoogte van de inkomenssuppletie, bedoeld in,en deen, bedraagt: van het verschil tussen het bedrag van de arbeidsongeschiktheidsuitkering die zou worden verkregen indien de resterende verdiencapaciteit per uur bezien zou worden verlaagd tot het feitelijk door betrokkene per uur verdiende inkomen en het bedrag van de feitelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering, met dien verstande dat de inkomenssuppletie niet meer bedraagt dan 20% van zijn resterende verdiencapaciteit. a. gedurende het eerste jaar 100%, b. gedurende het tweede jaar 75%, c. gedurende het derde jaar 50% en d. gedurende het vierde jaar 25% 2 Indien betrokkene in het bedrijf of beroep minder uren werkt dan waartoe hij bij de vaststelling van de mate van arbeidsongeschiktheid in staat wordt geacht, wordt het bedrag van de inkomenssuppletie vermenigvuldigd met een breuk waarvan de teller wordt gevormd door het aantal uren waarin in het bedrijf of beroep arbeid wordt verricht en de noemer door het aantal uren waarop de resterende verdiencapaciteit is gebaseerd. 3 De inkomenssuppletie bedraagt tezamen met de arbeidsongeschiktheidsuitkering, het inkomen uit het bedrijf of beroep en, indien van toepassing, artikel 6 van het Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten niet meer dan het voor betrokkene vastgestelde maatmaninkomen, bedoeld in. a. het loon, b. artikel 16 de loonsuppletie, bedoeld in, c. Ziektewet een uitkering op grond van deof een daarmee naar aard en strekking overeenkomende uitkering, d. Werkloosheidswet een uitkering op grond van deof een daarmee naar aard en strekking overeenkomende uitkering, e. hoofdstuk 3, afdeling 2, van de Wet arbeid en zorg een uitkering op grond van, of f. Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen een uitkering op grond van de, 2014 348 14-10-2014 06-10-2014 2014 348 14-10-2014 06-10-2014 01-01-2015
Artikel 18 — Artikel 18 Persoonlijke ondersteuning#
Artikel 18 Persoonlijke ondersteuning 1 artikel 35, tweede lid, onderdeel d, van de Wet WIA artikel 2:22, tweede lid, onderdeel d, van de Wajong De persoonlijke ondersteuning, bedoeld inen, kan bestaan uit het beschikbaar stellen van persoonlijke ondersteuning of uit vergoeding van de kosten van persoonlijke ondersteuning. 2 De persoonlijke ondersteuning wordt slechts verleend indien: a. artikel 35, eerste lid, van de Wet WIA artikel 2:22, eerste lid, van de Wajong de persoonlijke ondersteuning bestaat uit een individueel trainings- of inwerkprogramma en een systematische begeleiding van de persoon, bedoeld inen, gericht op het kunnen uitvoeren van de hem opgedragen taken; b. artikel 35, eerste lid, van de Wet WIA artikel 2:22, eerste lid, van de Wajong de inenbedoelde bedoelde persoon zonder een systematische begeleiding niet in staat zou zijn de hem opgedragen taken te verrichten; c. de persoonlijke ondersteuning wordt gegeven door een persoon die verbonden is aan een door het UWV erkende rechtspersoon die tot doel heeft diensten te verlenen die kunnen worden aangemerkt als persoonlijke ondersteuning als bedoeld in onderdeel a; en d. artikel 35, eerste lid, van de Wet WIA artikel 2:22, eerste lid, van de Wajong artikel 12 de inenbedoelde persoon niet heeft ingestemd met persoonlijke ondersteuning door de werkgever, als bedoeld in. 3 artikel 35, eerste lid, van de Wet WIA artikel 2:22, eerste lid, van de Wajong De persoonlijke ondersteuning kan in het eerste jaar, tweede jaar en de daarop volgende jaren van verlening worden verleend voor een aantal uren dat correspondeert met respectievelijk 15%, 7,5% en 6% van het aantal uren per kalenderjaar dat de, aan de inenbedoelde bedoelde persoon opgedragen taken in beslag neemt. 4 Het UWV kan van de in het derde lid bedoelde percentages afwijken voorzover toepassing daarvan gelet op het belang dat dit artikel beoogt te beschermen zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard. 2014 348 14-10-2014 06-10-2014 2014 348 14-10-2014 06-10-2014 01-01-2015 2014 518 18-12-2014 11-12-2014 2014 518 18-12-2014 11-12-2014 01-01-2015
Artikel 19 — Artikel 19 Onderwijsvoorzieningen#
Artikel 19 Onderwijsvoorzieningen Vervallen 2008 602 30-12-2008 29-12-2008 2008 602 30-12-2008 29-12-2008 01-01-2009
Artikel 20 — Artikel 20 Verlenging termijn no risk polis bij verhoogd gezondheidsrisico#
Artikel 20 Verlenging termijn no risk polis bij verhoogd gezondheidsrisico artikelen 29b 90 van de Ziektewet artikel 29b, eerste en vierde lid, van die wet Indien ten aanzien van een werknemer als bedoeld in deenwordt vastgesteld dat hij lijdt aan ziekte of gebreken, die maken dat hij binnen de inbedoelde termijn van vijf jaren na aanvang van de dienstbetrekking respectievelijk na vaststelling van het recht op uitkering een aanzienlijk verhoogd risico heeft op ernstige gezondheidsklachten, wordt die termijn van vijf jaar voor afloop daarvan verlengd, indien op dat moment de ziekte of gebreken dan wel het verhoogde risico op ernstige gezondheidsklachten naar het oordeel van het UWV nog bestaan. 2005 622 08-12-2005 02-12-2005 2005 622 08-12-2005 02-12-2005 29-12-2005
Artikel 21 — Artikel 21 Overgangsbepaling hoortoestellen#
Artikel 21 Overgangsbepaling hoortoestellen Artikel 2 , zoals dat luidde voor de inwerkingtreding van het Besluit van 12 december 2012, tot wijziging van het Reïntegratiebesluit in verband met het uitsluiten van de verstrekking van hulpmiddelen gerelateerd aan stoornissen in de hoorfunctie (Stb. 656) blijft van toepassing op de verlening van een voorziening in de vorm van een uitwendig hulpmiddel gerelateerd aan stoornissen in de hoorfunctie, indien deze is aangevraagd voor de dag van inwerkingtreding van dat besluit. 2012 656 20-12-2012 12-12-2012 2012 656 20-12-2012 12-12-2012 01-01-2013
Artikel 22 — Artikel 22 Inwerkingtreding#
Artikel 22 Inwerkingtreding Dit besluit treedt in werking met ingang van 29 december 2005. 2005 622 08-12-2005 02-12-2005 2005 622 08-12-2005 02-12-2005 29-12-2005
Artikel 23 — Artikel 23 Citeertitel#
Artikel 23 Citeertitel Dit besluit wordt aangehaald als: Reïntegratiebesluit. 2005 622 08-12-2005 02-12-2005 2005 622 08-12-2005 02-12-2005 29-12-2005