Besluit van 27 juli 2005, houdende nieuwe regels met betrekking tot het verstrekken van een subsidie ten behoeve van uitvoering van de wettelijke taak door het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (Subsidiebesluit Centraal Orgaan opvang asielzoekers 2005)
- BWB-id
- BWBR0018633
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Veiligheid en Justitie
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2011-01-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0018633
- ELI
- /eli/nl/amvb/2005/subsidiebesluit-centraal-orgaan-opvang-asielzoekers-2005
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/2005/subsidiebesluit-centraal-orgaan-opvang-asielzoekers-2005/2011-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0018633&g=2011-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0018633&z=2026-06-06&g=2011-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0018633/2011-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/2005/subsidiebesluit-centraal-orgaan-opvang-asielzoekers-2005
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 1 In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. Wet Centraal Orgaan opvang asielzoekers de wet: de; b. artikel 3, tweede lid, van de wet opvangvermogen: het geheel van bij het COA beschikbare voorzieningen geschikt voor de opvang van asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen als bedoeld in; c. artikel 3, tweede lid, van de wet product: door het COA leverbare, aan de opvang van asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen als bedoeld ingerelateerde en in overeenstemming met Onze Minister gedefinieerde, voorziening; d. project: eenmalig of tijdelijk door het COA te leveren opvangvoorziening, dienst of geheel van opvangvoorzieningen en diensten; e. artikel 16, eerste lid, van de wet subsidie: subsidie als bedoeld in. 2 artikel 3, tweede lid, van de wet Het in dit besluit bepaalde is van overeenkomstige toepassing op door Onze Minister op grond vanaan het COA opgedragen taken met betrekking tot andere categorieën vreemdelingen. 2010 886 30-12-2010 23-12-2010 2010 886 30-12-2010 23-12-2010 01-01-2011
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 Onze Minister doet vóór 1 juni van het jaar voorafgaand aan het kalenderjaar aan het COA een raming voor het desbetreffende kalenderjaar toekomen van de bezetting en behoefte aan producten en projecten. Indien deze raming bijstelling behoeft meldt Onze Minister dit schriftelijk aan het COA. 2 De raming, bedoeld in het eerste lid, wordt door het COA als uitgangspunt gehanteerd bij de opstelling van het activiteitenplan. De aanvraag van de subsidie wordt, vergezeld van het activiteitenplan, vóór 1 september voorafgaand aan het kalenderjaar door het COA ingediend. 2010 886 30-12-2010 23-12-2010 2010 886 30-12-2010 23-12-2010 01-01-2011
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 Onze Minister beslist vóór 1 november voorafgaand aan het kalenderjaar omtrent de aanvraag van de subsidie en doet het COA een beschikking tot subsidieverlening toekomen. 2 In de beschikking tot subsidieverlening wordt in ieder geval opgenomen het aantal af te nemen eenheden per product, de hoogte van het voorschot en de wijze waarop zal worden bevoorschot. 2010 886 30-12-2010 23-12-2010 2010 886 30-12-2010 23-12-2010 01-01-2011
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 De aan het COA toe te kennen subsidie bestaat uit een bedrag voor de door het COA in het betreffende boekjaar te leveren producten. 2010 886 30-12-2010 23-12-2010 2010 886 30-12-2010 23-12-2010 01-01-2011
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 De subsidie voor de producten wordt bepaald op basis van het bedrag dat ontstaat door vermenigvuldiging van het aantal af te nemen producten met de voor het desbetreffende product vastgestelde kostprijs. 2 De prijs van een product wordt vastgesteld aan de hand van de door Onze Minister na overleg met het COA vastgestelde kostprijssystematiek. 2010 886 30-12-2010 23-12-2010 2010 886 30-12-2010 23-12-2010 01-01-2011
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 artikel 4 hoofdstuk VI Onze Minister kan, naast de subsidie bedoeld in, het COA een subsidie verstrekken en kan, in aanvulling op de verplichtingen genoemd in, in verband daarmee verplichtingen opleggen: a. voor de uitvoering van projecten; b. ter vergoeding van de door het COA te maken kosten als gevolg van toename of afname van de behoefte aan opvangvermogen overeenkomstig de door Onze Minister na overleg met het COA vastgestelde groei- en krimpsystematiek; c. artikel 3, eerste lid, onder c, van de wet artikel 6 van de wet ter vergoeding van de door het COA ingevolgeaan gemeenten betaalde bijdragen en ingevolgebij of krachtens algemene maatregel van bestuur aan gemeenten verstrekte uitkeringen; d. artikel 3, tweede lid, van de wet ter vergoeding van de door het COA verstrekte uitkeringen aan asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen als bedoeld in; e. voor de aanvulling van de egalisatiereserve overeenkomstig de door Onze Minister na overleg met het COA vastgestelde vermogenssystematiek; f. voor overige uitgaven. 2010 886 30-12-2010 23-12-2010 2010 886 30-12-2010 23-12-2010 01-01-2011
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 artikel 3, eerste en tweede lid Indien de beschikking, bedoeld in, bijstelling behoeft meldt Onze Minister dit schriftelijk aan het COA. 2 Het COA reageert door middel van een aanvullende aanvraag tot subsidie uiterlijk 8 weken na ontvangst van de in het eerste lid bedoelde mededeling van Onze Minister. 3 Beslissing door Onze Minister op de in het tweede lid bedoelde aanvullende aanvraag geschiedt uiterlijk 8 weken na ontvangst. 4 De wijziging wordt vastgesteld aan de hand van de door Onze Minister na overleg met het COA vastgestelde wijzigingssystematiek. 2010 886 30-12-2010 23-12-2010 2010 886 30-12-2010 23-12-2010 01-01-2011
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 artikelen 15, eerste lid 19, tweede lid, van de wet 34 van de Kaderwet Onze Minister beslist binnen dertien weken na ontvangst van de bescheiden, bedoeld in de, enenop de aanvraag tot subsidievaststelling. 2010 886 30-12-2010 23-12-2010 2010 886 30-12-2010 23-12-2010 01-01-2011
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 De vaststelling van de subsidie geschiedt overeenkomstig de door Onze Minister na overleg met het COA vastgestelde afrekensystematiek. 2010 886 30-12-2010 23-12-2010 2010 886 30-12-2010 23-12-2010 01-01-2011
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 artikelen 5, tweede lid 6, onderdelen b en e 7, vierde lid 9 Eenmaal in de drie jaar worden de in de,,, engenoemde systematieken geëvalueerd door Onze Minister in overleg met het COA. 2010 886 30-12-2010 23-12-2010 2010 886 30-12-2010 23-12-2010 01-01-2011
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 artikel 3 van de wet Het vermogen, met inbegrip van de inkomsten daaruit, wordt slechts aangewend voor de taken die het COA ingevolgezijn opgedragen. 2010 886 30-12-2010 23-12-2010 2010 886 30-12-2010 23-12-2010 01-01-2011
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 1 Het COA doet zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling aan Onze Minister van omstandigheden die van belang kunnen zijn voor een beslissing tot wijziging, intrekken of vaststelling van de subsidie. Daarbij worden de relevante stukken overgelegd. 2 Op door Onze Minister te bepalen tijdstippen verstrekt het COA aan Onze Minister een exploitatieoverzicht. 2010 886 30-12-2010 23-12-2010 2010 886 30-12-2010 23-12-2010 01-01-2011
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 Het COA kan uitsluitend lenen bij Onze Minister van Financiën. 2010 886 30-12-2010 23-12-2010 2010 886 30-12-2010 23-12-2010 01-01-2011
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 De minimale en maximale omvang van de egalisatiereserve wordt voorafgaand aan het boekjaar door Onze Minister vastgesteld door toepassing van de door Onze Minister na overleg met het COA overeengekomen vermogenssystematiek. 2010 886 30-12-2010 23-12-2010 2010 886 30-12-2010 23-12-2010 01-01-2011
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 1 artikel 33, tweede lid, van de Kaderwet artikel 14 De aanvulling van de egalisatiereserve, bedoeld in, geschiedt tot het niveau van de ingevolgevastgestelde minimale omvang. 2 artikel 3 van de wet Indien na aanvulling van de egalisatiereserve, bedoeld in het eerste lid, een overschot resteert, kan het COA een op grond van de vermogenssystematiek vastgesteld percentage daarvan voor vooraf door Onze Minister goed te keuren aanvragen aanwenden. Deze aanvragen houden verband met de taken die het COA ingevolgezijn opgedragen. 3 artikel 14 Met het na aftrek van het in het tweede lid bedoelde percentage resterende overschot, wordt zonodig de egalisatiereserve aangevuld tot het niveau van de ingevolgevastgestelde maximale omvang. 2010 886 30-12-2010 23-12-2010 2010 886 30-12-2010 23-12-2010 01-01-2011
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 Vervallen 2010 886 30-12-2010 23-12-2010 2010 886 30-12-2010 23-12-2010 01-01-2011 2010 886 30-12-2010 23-12-2010 2010 886 30-12-2010 23-12-2010 01-01-2011
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 Onze Minister kan op verzoek van het COA bepalingen van dit besluit buiten toepassing laten of daarvan afwijken voorzover strikte toepassing leidt tot onbillijkheid van overwegende aard. 2010 886 30-12-2010 23-12-2010 2010 886 30-12-2010 23-12-2010 01-01-2011
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na plaatsing in het Staatsblad en werkt terug tot en met 1 mei 2004. 2010 886 30-12-2010 23-12-2010 2010 886 30-12-2010 23-12-2010 01-01-2011
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 artikel 18 van de Wet Centraal Orgaan opvang asielzoekers Dit besluit berust op. 2010 886 30-12-2010 23-12-2010 2010 886 30-12-2010 23-12-2010 01-01-2011
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 Dit besluit wordt aangehaald als: Subsidiebesluit Centraal Orgaan opvang asielzoekers 2005. 2005 399 04-08-2005 27-07-2005 2005 399 04-08-2005 27-07-2005 05-08-2005 01-05-2004