Besluit van 15 december 2005, houdende uitvoering van financiële bepalingen van de Wet bodembescherming ter zake van sanering van de bodem (Besluit financiële bepalingen bodemsanering)
- BWB-id
- BWBR0019285
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Infrastructuur en Milieu
- Geldigheid
- 2024-01-01 t/m 2024-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0019285
- ELI
- /eli/nl/amvb/2006/besluit-financi-le-bepalingen-bodemsanering
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/2006/besluit-financi-le-bepalingen-bodemsanering/2024-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0019285&g=2024-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0019285&z=2026-06-06&g=2024-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0019285/2024-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/2006/besluit-financi-le-bepalingen-bodemsanering
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: – Wet bodembescherming Aanvullingswet bodem Omgevingswet wet:, zoals deze luidde voor de inwerkingtreding van de; – artikel 88 van de wet budgethouder: gedeputeerde staten en daarmee op grond vangelijkgestelde bestuursorganen; – artikel 39 van de wet artikel 39b van de wet subsidiabele saneringskosten: de werkelijk gemaakte kosten voor een sanering die is uitgevoerd, overeenkomstig het saneringsplan, bedoeld in, dan wel overeenkomstig; – artikel 55a van de wet bedrijfsterrein: bedrijfsterrein als bedoeld in. 2021 98 25-02-2021 27-11-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 1a — Artikel 1a#
Artikel 1a Aanvullingswet bodem Omgevingswet artikelen 4 5 van de Kaderwet subsidies I en M artikelen 3.1 3.2 van de Aanvullingswet bodem Dit besluit berust na het tijdstip van inwerkingtreding van demede op deenen op deen. 2021 98 25-02-2021 27-11-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 Vervallen 2017 145 07-04-2017 10-03-2017 2017 145 07-04-2017 10-03-2017 01-07-2017
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 Vervallen 2017 145 07-04-2017 10-03-2017 2017 145 07-04-2017 10-03-2017 01-07-2017
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 Vervallen 2017 145 07-04-2017 10-03-2017 2017 145 07-04-2017 10-03-2017 01-07-2017
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 Vervallen 2017 145 07-04-2017 10-03-2017 2017 145 07-04-2017 10-03-2017 01-07-2017
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 Vervallen 2017 145 07-04-2017 10-03-2017 2017 145 07-04-2017 10-03-2017 01-07-2017
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 Vervallen 2017 145 07-04-2017 10-03-2017 2017 145 07-04-2017 10-03-2017 01-07-2017
Artikel 7a — Artikel 7a#
Artikel 7a Vervallen 2017 145 07-04-2017 10-03-2017 2017 145 07-04-2017 10-03-2017 01-07-2017
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 artikel 88 van de wet Waar in dit hoofdstuk en volgende hoofdstukken wordt gesproken over gedeputeerde staten wordt daaronder mede verstaan de daarmee op grond vangelijkgestelde bestuursorganen. 2005 681 22-12-2005 15-12-2005 2005 681 22-12-2005 15-12-2005 01-01-2006 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet Wet bodembescherming, enz. (beleid inzake bodemsaneringen) in werking treedt.
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 Aanvullingswet bodem Omgevingswet Onze Minister kan, met inachtneming van de navolgende artikelen, op aanvraag subsidie verstrekken aan de eigenaar of als op het bedrijfsterrein een recht van erfpacht rust de erfpachter van een bedrijfsterrein voor het saneren van een geval van ernstige verontreiniging van een bedrijfsterrein ten aanzien waarvan voor de inwerkingtreding van de: a. artikel 29 artikel 37, eerste lid, van de wet een besluit is genomen dat spoedige sanering noodzakelijk is krachtensjuncto; b. artikel 39, van de wet een saneringsplan als bedoeld inis ingediend, c. artikel 40 van de wet een saneringsplan voor een gedeelte van de verontreiniging van de bodem is ingediend als bedoeld in, uitsluitend voor het gedeelte waarop het saneringsplan betrekking heeft, of d. artikel 39b, derde lid, van de wet een melding als bedoeld inis gedaan. 2021 98 25-02-2021 27-11-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 artikel 9 Indien een geval van verontreiniging als bedoeld inop verschillende momenten wordt gesaneerd in afzonderlijke delen, die zich onderscheiden doordat de verontreiniging daarbinnen door aanwijsbaar te onderscheiden oorzaken is ontstaan, kan Onze Minister voor ieder deel afzonderlijk subsidie verstrekken. 2005 681 22-12-2005 15-12-2005 2005 681 22-12-2005 15-12-2005 01-01-2006 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet Wet bodembescherming, enz. (beleid inzake bodemsaneringen) in werking treedt.
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 Om voor subsidie in aanmerking te komen dient te worden voldaan aan de volgende voorwaarden: a. door Onze Minister is vastgesteld dat, en voor welk deel, de verontreiniging op of in de bodem van het bedrijfsterrein voor 1 januari 1975, is veroorzaakt; b. de eigendom onderscheidenlijk de erfpacht voor 1 januari 1995 is verworven; c. artikel 12 de aanmelding, bedoeld in, plaatsvindt voor 1 januari 2008, tenzij aannemelijk wordt gemaakt dat door bijzondere omstandigheden aanmelding voor die datum niet mogelijk was; d. wet de sanering wordt uitgevoerd in overeenstemming met de; e. artikel 39 van de wet artikel 39b, derde lid, van de wet een saneringsplan als bedoeld indan wel een melding op grond vanis uiterlijk op 31 december 2023 bij gedeputeerde staten ingediend; f. artikel 75, eerste, derde en zesde lid van de wet er op grond vandoor de Staat geen kosten verhaald zullen worden op de aanvrager van de subsidie. 2 Indien het bedrag van de subsidie hoger zal zijn dan het bedrag van de kosten die verhaald zullen worden, geldt de voorwaarde in het eerste lid, onder f, niet voor dat deel van de subsidie dat het kostenverhaal te boven gaat. 3 Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld ten aanzien van het bepalen van de ouderdom van de bodemverontreiniging, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a. 4 De subsidie voor het saneren van een bedrijfsterrein kan, onder de voorwaarden genoemd in het eerste lid, met uitzondering van het eerste lid, onder b, worden verleend aan de opvolgend eigenaar respectievelijk erfpachter van een bedrijfsterrein indien: a. de gegevens bedoeld in artikel 13, eerste en tweede lid van eerdere overdrachten, worden verstrekt, en b. artikel 12 eigendom of erfpacht van een bedrijfsterrein wordt overgedragen na een aanmelding, op grond van. 2017 145 07-04-2017 10-03-2017 2017 145 07-04-2017 10-03-2017 01-07-2017
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 1 De aanvraag tot subsidieverlening, gedaan op of na 1 januari 2008, wordt voor dat tijdstip aangemeld bij Onze Minister waarbij de volgende gegevens worden overgelegd: a. naam en adresgegevens van de eigenaar respectievelijk de erfpachter; b. kadastrale gegevens van het desbetreffende perceel; c. artikel 1, onder d, van het Besluit verplicht bodemonderzoek bedrijfsterreinen de resultaten van bodemonderzoek op tenminste het niveau van een verkennend onderzoek als bedoeld in, dan wel, indien reeds nader onderzoek is verricht, de resultaten van dat onderzoek met betrekking tot het geval van ernstige verontreiniging dat zich op het betreffende perceel bevindt. 2 Aan de aanmelder wordt onverwijld een bericht van ontvangst gezonden, waarin de datum van ontvangst van de aanmelding wordt vermeld. 2005 681 22-12-2005 15-12-2005 2005 681 22-12-2005 15-12-2005 01-01-2006 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet Wet bodembescherming, enz. (beleid inzake bodemsaneringen) in werking treedt.
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 1 De aanvraag gaat in ieder geval vergezeld van: a. artikel 39 van de wet artikel 39b van de wet artikel 12 een saneringsplan als bedoeld in, met daarbij de resultaten van een nader onderzoek indien deze niet bij de aanmelding, bedoeld inzijn overgelegd, dan wel een melding op grond van, b. een gewaarmerkte kopie van de koopovereenkomst en een kopie van de akte van eigendomsoverdracht van het bedrijfsterrein en, indien van toepassing, een kopie van de akte tot vestiging van het erfpachtrecht en van de akte tot overdracht van het erfpachtrecht, en c. artikel 12, eerste lid, onder a bij wijziging van de gegevens die zijn verstrekt op grond van, een actualisering van deze gegevens; d. een begroting van de saneringskosten. 2 Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot gegevens die bij de aanvraag tot subsidieverlening worden verstrekt. 3 De aanvrager ontvangt onverwijld een bericht van ontvangst van de aanvraag tot subsidieverlening, waarin de datum van ontvangst van de aanvraag wordt vermeld. 2005 681 22-12-2005 15-12-2005 2005 681 22-12-2005 15-12-2005 01-01-2006 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet Wet bodembescherming, enz. (beleid inzake bodemsaneringen) in werking treedt.
Artikel 13a — Artikel 13a#
Artikel 13a 1 artikel 13 Indien de subsidieontvanger de sanering in delen wil uitvoeren dient de aanvraag, bedoeld in, vergezeld te gaan van een onderverdeling van de uitvoering van de sanering in delen die, in de tijd dan wel in uitvoering, als apart deel kan worden aangeduid. 2 artikel 30 artikel 13 Indien de subsidieontvanger een deel van de uitvoering van de sanering overdraagt aan een coördinerend rechtspersoon als bedoeld indient de aanvraag, bedoeld in, tevens vergezeld te gaan van: a. artikel 31 een getekende overeenkomst met de coördinerende rechtspersoon waarin het bedrag is opgenomen dat de subsidieontvanger betaalt aan de coördinerende rechtspersoon voor collectieve sanering als bedoeld in, en b. artikel 39 van de wet artikel 39b van de wet een goedgekeurd saneringsplan als bedoeld indan wel een melding op grond van. 3 artikel 55d, eerste lid, van de wet artikel 13 Indien de subsidieontvanger een deel van de uitvoering van de sanering overdraagt aan een bestuursorgaan dat een gebiedsplan uitvoert als bedoeld indient de aanvraag, bedoeld in, tevens vergezeld te gaan van: a. een getekende overeenkomst met het bestuursorgaan dat het gebiedsplan uitvoert waarin het bedrag is opgenomen dat de subsidieontvanger vergoedt aan dat bestuursorgaan, en b. artikel 55d, eerste lid artikel 55g, tweede lid, van de wet het gebiedsplan, bedoeld in, of het wijzigingsbesluit, bedoeld in. 2017 145 07-04-2017 10-03-2017 2017 145 07-04-2017 10-03-2017 01-07-2017
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 1 artikelen 17 tot en met 19 Onze Minister neemt binnen dertien weken na ontvangst van de aanvraag tot subsidieverlening een beslissing op de aanvraag, waarbij het percentage van de subsidie wordt bepaald met inachtneming van de, onder vermelding van een maximumbedrag. 2 Onze Minister kan de termijn als bedoeld in eerste lid met ten hoogste dertien weken verlengen. 3 Voorafgaand aan de verlenging wordt daarvan schriftelijk mededeling gedaan aan de aanvrager. 2005 681 22-12-2005 15-12-2005 2005 681 22-12-2005 15-12-2005 01-01-2006 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet Wet bodembescherming, enz. (beleid inzake bodemsaneringen) in werking treedt.
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 Onze Minister weigert de subsidie indien: a. artikel 10 reeds eerder subsidie op grond van dit besluit is vastgesteld voor een sanering van hetzelfde geval van verontreiniging of, op grond van, voor hetzelfde afzonderlijke gedeelte van het geval van verontreiniging; b. uit andere hoofde een overheidsbijdrage voor de bodemsaneringsactiviteiten is of zal worden verstrekt; c. op het moment van de beslissing omtrent verlening reeds een aanvang is gemaakt met de uitvoering van de sanering waarvoor subsidie is aangevraagd. 2005 681 22-12-2005 15-12-2005 2005 681 22-12-2005 15-12-2005 01-01-2006 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet Wet bodembescherming, enz. (beleid inzake bodemsaneringen) in werking treedt.
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 1 Aan de verleningsbeschikking wordt de verplichting verbonden dat de sanering van een geval van ernstige verontreiniging van het bedrijfsterrein voor 1 januari 2030 moet zijn afgerond. 2 artikel 13a Aan de verleningsbeschikking kan op verzoek van de subsidieontvanger, en nadat de gegevens, bedoeld in, zijn overgelegd, worden opgenomen: a. dat de sanering van een geval van ernstige verontreiniging van het bedrijfsterrein op in de aanvraag aangegeven en afgebakende delen wordt uitgevoerd, met het oog op een gedeeltelijke vaststelling van de uitgevoerde delen van de sanering; b. artikel 30 dat een aangegeven deel van de uitvoering van de sanering is overgedragen aan een coördinerend rechtspersoon als bedoeld in, of, c. artikel 55d, eerste lid, van de wet dat een aangegeven deel van de uitvoering van de sanering is overgedragen aan een bestuursorgaan dat een gebiedsplan uitvoert als bedoeld in. 3 Indien in een verleningsbeschikking toepassing is gegeven aan het tweede lid, onderdeel b of c, kan het bedrag dat wordt verleend, voor het deel van de uitvoering van de sanering dat wordt overdragen, bij deze verleningsbeschikking gelijktijdig worden vastgesteld. 2017 145 07-04-2017 10-03-2017 2017 145 07-04-2017 10-03-2017 01-07-2017
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 1 artikel 46, eerste lid, onderdeel b van de wet De hoogte van de subsidie is bij directe of indirecte betrokkenheid, als bedoeld in, van de eigenaar of de erfpachter bij de veroorzaking van de verontreiniging dan wel in het geval van een duurzame rechtsbetrekking tussen de eigenaar of de erfpachter enerzijds en de veroorzaker van de verontreiniging anderzijds a. 30 % van de subsidiabele saneringskosten, indien de verwerving van het zakelijk recht heeft plaatsgevonden voor 1 januari 1983 of b. 15 % van de subsidiabele saneringskosten indien de verwerving van het zakelijk recht heeft plaatsgevonden op of na 1 januari 1983 en voor 1 januari 1995. 2 De hoogte van de subsidie bedraagt bij het ontbreken van de in het eerste lid bedoelde betrokkenheid of duurzame rechtsbetrekking: a. 60 % van de subsidiabele saneringskosten, indien de verwerving van het zakelijk recht heeft plaatsgevonden voor 1 januari 1983; b. 30 % van de subsidiabele saneringskosten, indien de verwerving van het zakelijk recht heeft plaatsgevonden op of na 1 januari 1983 en voor 1 januari 1987; c. 15% van de subsidiabele saneringskosten, indien de verwerving van het zakelijk recht heeft plaatsgevonden op of na 1 januari 1987 en voor 1 januari 1995. 3 In afwijking van het tweede lid, onderdeel a, bedraagt de subsidie 30% indien de eigenaar of de erfpachter blijkens de verwervingsdocumenten op de hoogte was van de verontreiniging. 4 In afwijking van het tweede lid, onder b en c, wordt indien de eigenaar of de erfpachter, blijkens de verwervingsdocumenten in verband met de sanering van een bodemverontreiniging een bedrag in mindering heeft gebracht op de koopprijs van het bedrijfsterrein, dat bedrag in mindering gebracht op de subsidiabele saneringskosten. 5 artikel 11, eerste lid, onderdeel a artikel 11, derde lid De hoogte van de subsidie wordt berekend naar evenredigheid van het door Onze Minister op grond van, juncto, vastgestelde deel van de verontreiniging dat is ontstaan voor 1 januari 1975. 6 artikel 11, vierde lid In het geval van een subsidieverlening als bedoeld in, is de hoogte van het subsidiepercentage ingevolge dit artikel, gelijk aan de hoogte van het subsidiepercentage dat aan de eigenaar of erfpachter zou zijn verleend als geen overdracht zou hebben plaatsgevonden. 7 Indien de sanering tot gevolg heeft dat de bodem geschikt wordt gemaakt voor een gevoeligere functie dan als bedrijfsterrein, wordt voor de hoogte van de subsidiabele kosten uitgegaan van de saneringsdoelstelling voor een functie als bedrijfsterrein. 8 Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de saneringskostenposten die in aanmerking komen voor subsidiabele saneringskosten. 9 artikel 30 19 artikel 13a, tweede lid artikel 55d, eerste lid, van de wet artikel 55g, tweede lid, van de wet De hoogte van de subsidie voor het deel van de uitvoering van de sanering dat de subsidieontvanger overdraagt aan een coördinerend rechtspersoon als bedoeld invan dit besluit, of aan een bestuursorgaan dat een gebiedsplan uitvoert als bedoeld in, of het wijzigingsbesluit, bedoeld in, wordt berekend met toepassing van het betreffende percentage van de artikelen 17 en, over het bedrag dat in de overeenkomst, bedoeld in, is opgenomen. 2017 145 07-04-2017 10-03-2017 2017 145 07-04-2017 10-03-2017 01-07-2017
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 artikel 17 Onder verwerving als bedoeld inwordt niet verstaan: a. artikel 3.65 van de Wet inkomstenbelasting de omzetting van de rechtsvorm van de onderneming als bedoeld indoor de eigenaar dan wel de erfpachter van het bedrijfsterrein van de onderneming; b. de overdracht van de onderneming binnen het familieverband van de eigenaar tot de tweede graad in de rechte lijn; c. de verwerving binnen een opvolging onder algemene titel. 2005 681 22-12-2005 15-12-2005 2005 681 22-12-2005 15-12-2005 01-01-2006 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet Wet bodembescherming, enz. (beleid inzake bodemsaneringen) in werking treedt.
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 1 artikel 17 Het ingenoemde subsidiepercentage wordt met 10 verhoogd, indien de eigenaar respectievelijk de erfpachter een onderneming is en voldaan wordt aan de definitie van kleine en middelgrote ondernemingen overeenkomstig de Aanbeveling van de Commissie van 6 mei 2003 betreffende de definitie van kleine, middelgrote en micro-ondernemingen (PbEG L124), dan wel daarvoor in de plaats tredende regelgeving. 2 artikel 17 Het ingenoemde subsidiepercentage wordt met 10 verhoogd, indien de eigenaar of de erfpachter onderneming noch overheid is. 3 Het maximumbedrag van de door Onze Minister te verlenen subsidie wordt bepaald door de uitkomst van de subsidiabele saneringskosten van de gekozen saneringsvariant tegen het van toepassing zijnde subsidiepercentage te vermenigvuldigen met 1,15. 4 Indien met de gekozen saneringsvariant niet de beoogde effecten worden bereikt, kan Onze Minister, zolang de subsidie niet is vastgesteld, op verzoek van de aanvrager in een herziene beslissing op de aanvraag het maximumbedrag als bedoeld in het derde lid verhogen, waarbij het derde lid in acht wordt genomen. 2005 681 22-12-2005 15-12-2005 2005 681 22-12-2005 15-12-2005 01-01-2006 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet Wet bodembescherming, enz. (beleid inzake bodemsaneringen) in werking treedt.
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de voorwaarden waaronder de subsidie wordt verleend en de verplichtingen voor de subsidie-ontvanger. 2005 681 22-12-2005 15-12-2005 2005 681 22-12-2005 15-12-2005 01-01-2006 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet Wet bodembescherming, enz. (beleid inzake bodemsaneringen) in werking treedt.
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 1 De aanvraag tot subsidievaststelling wordt ingediend uiterlijk dertien weken na de volgende besluiten of handelingen en in ieder geval voor 1 januari 2030: a. artikel 39b, zesde lid artikel 39c van de wet de beschikking tot instemming met een schriftelijk verslag als bedoeld in, of, of b. artikel 39b, zesde lid het doen van een schriftelijk verslag als bedoeld in, indien geen instemming is vereist krachtens artikel 39b, zevende lid. 2 De aanvraag gaat vergezeld van een financieel verslag dat is opgebouwd overeenkomstig de begroting van de saneringskosten op grond waarvan subsidie is verleend. 3 Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de gegevens die bij de aanvraag bedoeld in het eerste lid worden verstrekt. 4 artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek wet Het financiële verslag gaat vergezeld van een verklaring van getrouwheid van een accountant als bedoeld in, die wordt afgegeven na toetsing van de wijze van besteding van de gelden op basis van de, dit besluit en de daarop berustende regelgeving. 5 artikel 16, tweede lid, onderdeel a artikel 39b 39c van de wet De aanvraag tot vaststelling voor een in de verleningsbeschikking, bedoeld in, opgenomen deel van de sanering gaat tevens vergezeld van een verslag van de werkzaamheden van dat deel van de sanering, opgebouwd als een schriftelijk verslag als bedoeld inof. 2017 145 07-04-2017 10-03-2017 2017 145 07-04-2017 10-03-2017 01-07-2017 Artikel II van Stb. 2017/145 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 1 artikel 39c van de wet Onze Minister beslist binnen dertien weken na ontvangst van de aanvraag tot subsidievaststelling op de aanvraag, in elk geval nadat is beslist op het verslag, bedoeld in. 2 Onze Minister kan de termijn, bedoeld in het eerste lid, met ten hoogste dertien weken verlengen. Van die verlenging wordt schriftelijk mededeling gedaan aan de aanvrager. 2005 681 22-12-2005 15-12-2005 2005 681 22-12-2005 15-12-2005 01-01-2006 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet Wet bodembescherming, enz. (beleid inzake bodemsaneringen) in werking treedt.
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 1 artikel 38, derde lid, van de wet artikel 39, eerste lid, onderdeel h, van de wet artikel 21, eerste lid Indien de uitvoering van de sanering van het bedrijfsterrein overeenkomstig, in fasen geschiedt of ingevolge, tijdstippen zijn bepaald waarop tussentijds wordt gerapporteerd aan gedeputeerde staten, kan de aanvraag om vaststelling bedoeld in, eerder worden ingediend, na voltooiing van een aantal fasen van de sanering, of, indien tussentijds over de voortgang wordt gerapporteerd en daaruit blijkt dat de tussentijdse effecten zijn bereikt. 2 Indien de aanvraag om subsidievaststelling op grond van het eerste lid is ingediend, wordt de hoogte van de subsidie berekend over de subsidiabele saneringskosten die zijn gemoeid met de uitvoering van de sanering voor zover deze is voltooid. 2005 681 22-12-2005 15-12-2005 2005 681 22-12-2005 15-12-2005 01-01-2006 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet Wet bodembescherming, enz. (beleid inzake bodemsaneringen) in werking treedt.
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 1 Op aanvraag van de subsidie-ontvanger kan Onze Minister ten hoogste tweemaal een voorschot verlenen, indien de aanvrager financiële zekerheid heeft gesteld voor het nog te voltooien gedeelte van de sanering. 2 De hoogte van het voorschot wordt berekend naar rato van het gedeelte van de subsidiabele saneringskosten die zijn gemoeid met de uitvoering van de sanering voor zover deze is voltooid. 2017 145 07-04-2017 10-03-2017 2017 145 07-04-2017 10-03-2017 01-07-2017
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 Het subsidiebedrag wordt betaald binnen acht weken nadat de beschikking tot subsidievaststelling op de voorgeschreven wijze is bekendgemaakt. 2009 267 30-06-2009 25-06-2009 2009 266 30-06-2009 25-06-2009 01-07-2009 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Vierde tranche Algemene wet bestuursrecht
in werking treedt.
Artikel 26 — Artikel 26#
Artikel 26 1 artikel 76j, vierde lid, van de wet artikel 13, eerste lid De bestuursorganen aan wie Onze Minister de uitvoering van bepalingen van dit besluit krachtensheeft gedelegeerd, melden een aanvraag als bedoeld in, voorafgaand aan de beslissing omtrent verlening van de subsidie bij Onze Minister. 2 De melding, bedoeld in het eerste lid, bevat de bij ministeriële regeling voorgeschreven gegevens. 2017 145 07-04-2017 10-03-2017 2017 145 07-04-2017 10-03-2017 01-07-2017
Artikel 27 — Artikel 27#
Artikel 27 1 artikel 26 artikel 11, eerste lid, onderdeel e De bestuursorganen, bedoeld in, dienen jaarlijks een aanvraag in tot verstrekking van een bijdrage ter vergoeding van subsidie en betaling van voorschotten aan derden ten behoeve van de sanering van gevallen van ernstige verontreiniging van in gebruik zijnde en blijvende bedrijfsterreinen als bedoeld in. 2 De aanvraag om een bijdrage, bedoeld in het eerste lid, wordt schriftelijk uiterlijk op 31 maart na het kalenderjaar waarover de bijdrage wordt gevraagd, ingediend bij Onze Minister. 3 artikel 26 wet De bestuursorganen, bedoeld in, kunnen schriftelijk een gemotiveerde aanvraag voor een voorschot op de bijdrage, bedoeld in het eerste lid, indienen. Deze aanvraag kan worden ingediend indien en voor zover bedoelde bestuursorganen voorzien dat er onvoldoende financiële middelen op grond van de uitvoering van dezijn om de subsidie aan derden, ten behoeve van sanering van gevallen genoemd in het eerste lid, tijdig te kunnen uitbetalen. 2017 145 07-04-2017 10-03-2017 2017 145 07-04-2017 10-03-2017 01-07-2017
Artikel 28 — Artikel 28#
Artikel 28 Vervallen 2017 145 07-04-2017 10-03-2017 2017 145 07-04-2017 10-03-2017 01-07-2017
Artikel 29 — Artikel 29#
Artikel 29 Vervallen 2017 145 07-04-2017 10-03-2017 2017 145 07-04-2017 10-03-2017 01-07-2017
Artikel 30 — Artikel 30#
Artikel 30 Onze Minister kan coördinerende rechtspersonen aanwijzen, die belast zijn met de uitvoering en coördinatie van de bodemsaneringactiviteiten met betrekking tot bedrijfsterreinen van bij de rechtspersoon aangesloten eigenaren of erfpachters van die bedrijfsterreinen. Van de aanwijzing wordt mededeling gedaan in de Staatscourant. 2005 681 22-12-2005 15-12-2005 2005 681 22-12-2005 15-12-2005 01-01-2006 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet Wet bodembescherming, enz. (beleid inzake bodemsaneringen) in werking treedt.
Artikel 31 — Artikel 31#
Artikel 31 1 Aanvullingswet bodem Omgevingswet Onze Minister kan op aanvraag een projectsubsidie verstrekken aan de coördinerende rechtspersoon, voor het collectief saneren van een aantal gevallen van ernstige verontreiniging van bedrijfsterreinen waar voor de inwerkingtreding van de: a. artikel 29 artikel 37, eerste lid, van de wet een besluit is genomen dat spoedige sanering noodzakelijk is krachtensjuncto; b. artikel 39, van de wet een saneringsplan als bedoeld inis ingediend, of c. artikel 40 van de wet een saneringsplan voor een gedeelte van de verontreiniging van de bodem als bedoeld inis ingediend, uitsluitend voor het gedeelte waarop het saneringsplan betrekking heeft, of d. artikel 39b, derde lid, van de wet waarvoor een melding is gedaan als bedoeld in. 2 Bij ministeriële regeling kunnen ter zake van de bevoegdheid in het eerste lid nadere regels worden gesteld. 2021 98 25-02-2021 27-11-2020 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 32 — Artikel 32#
Artikel 32 1 De aanvraag tot verlening van een projectsubsidie wordt uiterlijk dertien weken voor de aanvang van de activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd, ingediend bij Onze Minister. 2 De aanvraag tot verlening van een projectsubsidie omvat: a. een omschrijving van de activiteiten en de daarmee beoogde doelstellingen, b. een overzicht van de aan de activiteiten verbonden uitgaven. 2005 681 22-12-2005 15-12-2005 2005 681 22-12-2005 15-12-2005 01-01-2006 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet Wet bodembescherming, enz. (beleid inzake bodemsaneringen) in werking treedt.
Artikel 33 — Artikel 33#
Artikel 33 1 De ontvanger van een projectsubsidie voert een zodanig ingerichte administratie, dat daaruit te allen tijde de voor de vaststelling van de subsidie van belang zijnde rechten en verplichtingen alsmede de betalingen en de ontvangsten kunnen worden nagegaan. 2 Deze administratie wordt gedurende zeven jaren bewaard. 2005 681 22-12-2005 15-12-2005 2005 681 22-12-2005 15-12-2005 01-01-2006 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet Wet bodembescherming, enz. (beleid inzake bodemsaneringen) in werking treedt.
Artikel 34 — Artikel 34#
Artikel 34 1 Binnen dertien weken na afloop van de activiteiten waarvoor subsidie is verleend dient de subsidie-ontvanger een aanvraag tot vaststelling van de projectsubsidie in. 2 De aanvraag gaat vergezeld van een financieel verslag dat is opgebouwd overeenkomstig de begroting van de saneringskosten op grond waarvan subsidie is verleend. 3 artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek wet Het financiële verslag gaat vergezeld van een verklaring van getrouwheid van een accountant als bedoeld in, die wordt afgegeven na toetsing van de wijze van besteding van de gelden op basis van de, dit besluit en de daarop berustende regelgeving. 4 Onze Minister beslist binnen dertien weken op de aanvraag tot vaststelling van de projectsubsidie. 2005 681 22-12-2005 15-12-2005 2005 681 22-12-2005 15-12-2005 01-01-2006 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet Wet bodembescherming, enz. (beleid inzake bodemsaneringen) in werking treedt.
Artikel 35 — Artikel 35#
Artikel 35 artikel 30 Afdeling 4.2.8 van de Algemene wet bestuursrecht Onze Minister kan per boekjaar subsidie verstrekken aan de coördinerende rechtspersoon, bedoeld inten behoeve van de exploitatielasten van diens bureau.is van toepassing. 2005 681 22-12-2005 15-12-2005 2005 681 22-12-2005 15-12-2005 01-01-2006 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet Wet bodembescherming, enz. (beleid inzake bodemsaneringen) in werking treedt.
Artikel 36 — Artikel 36#
Artikel 36 1 artikel 35 Onze Minister beslist binnen dertien weken op de aanvraag tot verlening van een subsidie als bedoeld in. 2 Onze Minister kan de termijn bedoeld in het eerste lid met ten hoogste dertien weken verlengen.Van die verlenging wordt schriftelijk mededeling gedaan aan de aanvrager. 2005 681 22-12-2005 15-12-2005 2005 681 22-12-2005 15-12-2005 01-01-2006 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet Wet bodembescherming, enz. (beleid inzake bodemsaneringen) in werking treedt.
Artikel 37 — Artikel 37#
Artikel 37 1 artikel 35 Onze Minister beslist binnen dertien weken op de aanvraag tot vaststelling van een subsidie als bedoeld in. 2 Onze Minister kan de termijn, bedoeld in het eerste lid, voor ten hoogste dertien weken verlengen. Van die verlenging wordt schriftelijk mededeling gedaan aan de aanvrager. 3 artikel 35 De aanvraag tot vaststelling van een subsidie als bedoeld in, gaat vergezeld van een financieel verslag dat is opgebouwd overeenkomstig de begroting van de exploitatiekosten op grond waarvan subsidie is verleend. 4 artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek wet Het financiële verslag gaat vergezeld van een verklaring van getrouwheid van een accountant als bedoeld in, die wordt afgegeven na toetsing van de wijze van besteding van de gelden op basis van de, dit besluit en de daarop berustende regelgeving. 2005 681 22-12-2005 15-12-2005 2005 681 22-12-2005 15-12-2005 01-01-2006 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet Wet bodembescherming, enz. (beleid inzake bodemsaneringen) in werking treedt.
Artikel 37a — Artikel 37a#
Artikel 37a Onze Minister weigert de subsidie voor het deel waarvoor: a. artikel 10 reeds eerder subsidie op grond van dit besluit is vastgesteld voor een sanering van hetzelfde geval van verontreiniging of, op grond van, voor hetzelfde afzonderlijke gedeelte van het geval van verontreiniging; b. uit andere hoofde een overheidsbijdrage voor de bodemsaneringsactiviteiten is of zal worden verstrekt; c. op het moment van de beslissing omtrent verlening reeds een aanvang is gemaakt met de uitvoering van de sanering waarvoor subsidie is aangevraagd. 2005 681 22-12-2005 15-12-2005 2005 681 22-12-2005 15-12-2005 01-01-2006 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet Wet bodembescherming, enz. (beleid inzake bodemsaneringen) in werking treedt.
Artikel 38 — Artikel 38#
Artikel 38 1 artikel 55b, derde lid van de wet Financiële zekerheid als bedoeld in, wordt door de opvolgende eigenaar of erfpachter ten behoeve van gedeputeerde staten gesteld door middel van: a. een bankgarantie, of b. een hypotheek- of een pandrecht of, c. het treffen van een andere voorziening, waarbij de financiële zekerheid naar het oordeel van gedeputeerde staten gelijkwaardig is aan de financiële zekerheid, genoemd in de onderdelen a en b. 2 artikel 39 van de wet De financiële zekerheid wordt in stand gehouden totdat gedeputeerde staten hebben ingestemd met het saneringsplan, bedoeld in. 3 Bij het niet nakomen van de verplichting waarvoor financiële zekerheid is gesteld nemen gedeputeerde staten verhaal op de gestelde zekerheid. 4 Gedeputeerde staten kunnen het te verhalen bedrag, bedoeld in het derde lid, invorderen bij dwangbevel. 2009 267 30-06-2009 25-06-2009 2009 266 30-06-2009 25-06-2009 01-07-2009 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Vierde tranche Algemene wet bestuursrecht
in werking treedt.
Artikel 39 — Artikel 39#
Artikel 39 1 artikel 39f van de wet Gedeputeerde staten kunnen financiële zekerheid laten stellen in een geval als bedoeld in, indien de saneringskosten van het te saneren geval, dan wel de kosten van nazorg na de sanering, voor meer dan 50% na een periode van tenminste vijf jaar zullen worden gerealiseerd. 2 Indien gedeputeerde staten de verplichting tot het stellen van financiële zekerheid opleggen, kunnen zij bepalen op welke wijze aan die verplichting uitvoering wordt gegeven. Daarbij kunnen de volgende vormen worden opgelegd: a. een borgtocht of een bankgarantie b. een hypotheek- of een pandrecht, c. het deelnemen aan een fonds dat naar het oordeel van gedeputeerde staten voldoende waarborg biedt dat de desbetreffende kosten zijn gedekt, of d. het treffen van een andere voorziening, waarbij de financiële zekerheid naar het oordeel van gedeputeerde staten gelijkwaardig is aan de financiële zekerheid, genoemd in a tot en met c. 3 Bij het niet nakomen van de verplichting waarvoor financiële zekerheid is gesteld nemen gedeputeerde staten verhaal op de gestelde zekerheid. 4 Gedeputeerde staten kunnen het te verhalen bedrag, bedoeld in het derde lid, invorderen bij dwangbevel. 5 De verplichting financiële zekerheid in stand te houden vervalt: a. artikel 39, eerste lid artikel 39c, tweede lid Met betrekking tot de uitvoering van het saneringsplan als bedoeld in: wanneer gedeputeerde staten overeenkomstig, hebben ingestemd met het daarin bedoelde verslag; b. Wanneer gedeputeerde staten aan degene aan wie de verplichting was opgelegd te kennen hebben gegeven dat naar hun oordeel financiële zekerheid niet langer vereist is. 6 Gedeputeerde staten bepalen de hoogte van het bedrag waarvoor financiële zekerheid wordt gesteld op basis van de te verwachten kosten van sanering of nazorg na een periode van 5 jaar. Het bedrag kan op verzoek van degene die de zekerheid heeft gesteld tussentijds worden bijgesteld indien een deel van de maatregelen waarvoor zekerheid is gesteld, is uitgevoerd. 2017 145 07-04-2017 10-03-2017 2017 145 07-04-2017 10-03-2017 01-07-2017
Artikel 40 — Artikel 40#
Artikel 40 1 artikel 75, eerste lid, van de wet Het bepaalde in het tweede tot en met vierde lid is van toepassing op een sanering, voor zover de verontreiniging op of in de bodem van het bedrijfsterrein voor 1 januari 1975 is veroorzaakt, dan wel voor zover de verontreiniging op of na 1 januari 1975 is veroorzaakt en de eigenaar of erfpachter van het bedrijfsterrein niet op grond vanaansprakelijk is voor de gevolgen daarvan. 2 Indien naar het oordeel van Onze Minister de levensvatbaarheid van een bedrijf als gevolg van de handhaving van de verplichting tot sanering zodanig in gevaar komt dat het voortbestaan van het bedrijf onzeker is, neemt Onze Minister op verzoek van de eigenaar of erfpachter de uitvoering van de sanering op zich. 3 bijlage De eigenaar of erfpachter vergoedt in het geval, bedoeld in het tweede lid, aan Onze Minister een naar draagkracht te bepalen bedrag waarvan de hoogte wordt bepaald volgens debij dit besluit. 4 Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de wederzijdse bevoegdheden en verplichtingen van eigenaar of erfpachter en Onze Minister bij de uitvoering van de sanering in het in het tweede lid bedoelde geval. 2005 681 22-12-2005 15-12-2005 2006 637 12-12-2006 20-11-2006 17-12-2006 2006 637 12-12-2006 20-11-2006 2006 637 12-12-2006 20-11-2006 17-12-2006
Artikel 40a — Artikel 40a#
Artikel 40a 1 artikel 75, eerste lid, van de wet artikel 40, tweede en derde lid bijlage behorende bij artikel 40 Voor zover de verontreiniging op of in de bodem van het bedrijfsterrein op of na 1 januari 1975 is veroorzaakt en de eigenaar of erfpachter van het bedrijfsterrein op grond vanaansprakelijk is voor de gevolgen daarvan, is, van overeenkomstige toepassing indien voldaan wordt aan de eisen gesteld bij of krachtens de Verordening (EG) nr. 69/2001 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 12 januari 2001 betreffende de toepassing van artikel 87 en 88 van het EG-verdrag op de de minimis-steun (PbEG L10),dan wel daarvoor in de plaats tredende Europese regelgeving. Daarbij wordt afgeweken van devan dit besluit voor zover de regels gesteld bij of krachtens de genoemde verordening of de daarvoor in de plaats tredende regelgeving daartoe verplichten. 2 Artikel 40, vierde lid Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld ter uitvoering van het eerste lid., is van overeenkomstige toepassing. 2006 637 12-12-2006 20-11-2006 2006 637 12-12-2006 20-11-2006 17-12-2006
Artikel 41 — Artikel 41#
Artikel 41 1 Onze Minister kan aan een organisatie zonder winstoogmerk per boekjaar subsidie verstrekken voor bij ministeriële regeling aangewezen activiteiten op het gebied van onderzoek en sanering. 2 Afdeling 4.2.8 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing. 2005 681 22-12-2005 15-12-2005 2005 681 22-12-2005 15-12-2005 01-01-2006 01-01-2005 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet Wet bodembescherming, enz. (beleid inzake bodemsaneringen) in werking treedt.
Artikel 42 — Artikel 42#
Artikel 42 Vervallen 2017 145 07-04-2017 10-03-2017 2017 145 07-04-2017 10-03-2017 01-07-2017
Artikel 43 — Artikel 43#
Artikel 43 artikel 87a, tweede lid, van de wet 87b van de wet Bij ministeriële regeling worden regels gesteld met betrekking tot de gegevens bedoeld inen de wijze waarop het verslag bedoeld inwordt gedaan en de gegevens die daarbij worden verstrekt. 2005 681 22-12-2005 15-12-2005 2005 681 22-12-2005 15-12-2005 01-01-2006 01-01-2005 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet Wet bodembescherming, enz. (beleid inzake bodemsaneringen) in werking treedt.
Artikel 44 — Artikel 44#
Artikel 44 Een aanvraag om subsidieverlening, ingediend op een tijdstip gelegen vóór de inwerkingtreding van dit besluit, wordt afgehandeld overeenkomstig de op dat tijdstip geldende regelgeving. 2005 681 22-12-2005 15-12-2005 2005 681 22-12-2005 15-12-2005 01-01-2006 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet Wet bodembescherming, enz. (beleid inzake bodemsaneringen) in werking treedt.
Artikel 44a — Artikel 44a#
Artikel 44a Dit besluit vervalt met ingang van 1 januari 2025 met dien verstande dat het van toepassing blijft op subsidies die voor die datum zijn aangevraagd. 2017 145 07-04-2017 10-03-2017 2017 145 07-04-2017 10-03-2017 01-07-2017
Artikel 45 — Artikel 45#
Artikel 45 Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit financiële bepalingen bodemsanering. 2005 681 22-12-2005 15-12-2005 2005 681 22-12-2005 15-12-2005 01-01-2006 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet Wet bodembescherming, enz. (beleid inzake bodemsaneringen) in werking treedt.
Artikel 46 — Artikel 46#
Artikel 46 Vervallen 2017 145 07-04-2017 10-03-2017 2017 145 07-04-2017 10-03-2017 01-07-2017
Artikel 40#
artikel 40
Artikel 40a#
artikel 40a
Artikel 40#
artikel 40