Besluit van 27 januari 2006, houdende regels tot opheffing van knelpunten in de voortgang van het proces van stedelijke vernieuwing of ter versnelling van dat proces, gedurende de jaren 2006 tot en met 2009 (Besluit impulsbudget stedelijke vernieuwing 2006 tot en met 2009)
- BWB-id
- BWBR0019491
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Infrastructuur en Milieu
- Geldigheid
- 2009-07-01 t/m 2009-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0019491
- ELI
- /eli/nl/amvb/2006/besluit-impulsbudget-stedelijke-vernieuwing-2006-tot-en-met-
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/2006/besluit-impulsbudget-stedelijke-vernieuwing-2006-tot-en-met-/2009-07-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0019491&g=2009-07-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0019491&z=2026-06-06&g=2009-07-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0019491/2009-07-01
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/2006/besluit-impulsbudget-stedelijke-vernieuwing-2006-tot-en-met-
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In dit besluit wordt verstaan onder: a. Wet stedelijke vernieuwing wet:; b. bijlage I prioritaire wijken: wijken genoemd inbij dit besluit; c. probleemcumulatie: opeenhoping van problemen met betrekking tot de kwaliteit van de woon- en leefomgeving die met ingrepen in de gebouwde omgeving kunnen worden aangepakt; d. artikel 5, tweede lid, van de wet artikel 2 van het Besluit aanwijzing rechtstreekse gemeenten en verdeelsleutel stedelijke vernieuwing rechtstreekse gemeenten: gemeenten die ingevolgezijn aangewezen in; e. artikel 5, derde lid, van de wet niet-rechtstreekse gemeenten: gemeenten als bedoeld in; f. tendersysteem: verdelingssysteem van subsidies, waarbij aanvragen binnen een bepaalde periode moeten worden ingediend, waarna een beoordeling plaatsvindt en een rangorde wordt gemaakt, volgens welke rangorde verlening van de subsidies plaatsvindt voorzover de beschikbare middelen dat toelaten. 2006 53 09-02-2006 27-01-2006 2006 53 09-02-2006 27-01-2006 06-04-2006
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 Onze Minister kan op aanvraag subsidies verlenen ter tegemoetkoming in de kosten verbonden aan: a. het opheffen van tijdens de uitvoering van plannen en projecten op het gebied van stedelijke vernieuwing gerezen knelpunten die niet zijn voorzien en die de voortgang van het proces van stedelijke vernieuwing doen stagneren of vertragen, en b. het versnellen van de uitvoering van plannen en projecten op het gebied van stedelijke vernieuwing. 2006 53 09-02-2006 27-01-2006 2006 53 09-02-2006 27-01-2006 06-04-2006
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 artikel 2 Een subsidie als bedoeld inkan uitsluitend worden aangevraagd door het college van burgemeester en wethouders van een gemeente. 2006 53 09-02-2006 27-01-2006 2006 53 09-02-2006 27-01-2006 06-04-2006
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 artikel 2 artikel 2 van het Besluit beleidskader stedelijke vernieuwing 2005 Aanvragen om subsidie als bedoeld inhebben in elk geval betrekking op een of meer van de doelstellingen, genoemd in. 2006 53 09-02-2006 27-01-2006 2006 53 09-02-2006 27-01-2006 06-04-2006
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 Aanvragen van rechtstreekse gemeenten hebben uitsluitend betrekking op plannen en projecten in prioritaire wijken waarover de aanvragende gemeente in het kader van de aanpak van die wijken naar het oordeel van Onze Minister op voldoende wijze afspraken heeft gemaakt met de bij die wijk betrokken lokale partijen. 2 Aanvragen van niet-rechtstreekse gemeenten hebben uitsluitend betrekking op plannen en projecten in wijken waar sprake is van probleemcumulatie. 3 Per wijk als bedoeld in het eerste of tweede lid wordt een afzonderlijke aanvraag ingediend. 4 Bijlage I bij dit besluit kan bij ministeriële regeling worden gewijzigd. 2006 53 09-02-2006 27-01-2006 2006 53 09-02-2006 27-01-2006 06-04-2006
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 artikel 2 De plafonds voor de subsidie, bedoeld in, bedragen voor het jaar 2006: a. voor de gemeenten Amsterdam, 's-Gravenhage, Rotterdam en Utrecht gezamenlijk: € 35 miljoen; b. voor de overige rechtstreekse gemeenten gezamenlijk: € 20 miljoen, en c. voor de niet-rechtstreekse gemeenten gezamenlijk: € 10 miljoen. 2 In afwijking van het eerste lid, onderdelen a en b, kan Onze Minister, indien het ene budget, genoemd in een van die onderdelen, niet volledig wordt uitgeput, het resterende bedrag van dat budget toevoegen aan het andere daarin genoemde budget. 3 Indien voor de jaren 2007, 2008 en 2009 middelen voor het verlenen van subsidie op basis van dit besluit beschikbaar komen, worden de subsidieplafonds bij ministeriële regeling vastgesteld en bekendgemaakt. 4 De subsidieplafonds, bedoeld in het eerste lid, kunnen bij ministeriële regeling worden gewijzigd. 2006 53 09-02-2006 27-01-2006 2006 53 09-02-2006 27-01-2006 06-04-2006
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 Een aanvraag tot verlening van subsidie wordt gericht aan Onze Minister en wordt vóór 1 mei van het betreffende kalenderjaar ingediend. 2006 53 09-02-2006 27-01-2006 2006 53 09-02-2006 27-01-2006 06-04-2006
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 Een aanvraag tot verlening van subsidie vermeldt in elk geval: a. op welke wijk de aanvraag betrekking heeft; b. een beschrijving van de knelpunten, dan wel de versnellingen, die de gemeente met gebruikmaking van de subsidie beoogt op te heffen respectievelijk te bereiken; c. wat de oorzaken zijn van de knelpunten die de gemeente met gebruikmaking van de subsidie beoogt op te heffen; d. de dringende noodzaak tot, of het overwegende belang bij, het opheffen van de knelpunten, dan wel het bereiken van de versnellingen; e. met welke maatregelen de gemeente met gebruikmaking van de subsidie beoogt de knelpunten op te heffen, dan wel de versnellingen te bereiken, welke kosten daarmee zijn gemoeid en wat het bedrag van de aangevraagde subsidie is; f. vóór welke data de gemeente, gegeven de subsidie, de voorgenomen maatregelen, bedoeld onder e, zal ondernemen en het bedrag van de subsidie zal hebben besteed; g. de te bereiken resultaten en de indicatoren met behulp waarvan na de afronding van de maatregelen, bedoeld onder e, gemeten kan worden in hoeverre de knelpunten zijn opgeheven, dan wel de versnellingen zijn bereikt, en h. artikel 6, derde lid, onder a, van de wet artikel 7 van de wet indien het een rechtstreekse gemeente betreft, dan wel een gemeente die is aangewezen ingevolge: een verklaring van het college van burgemeester en wethouders dat het met gebruikmaking van de subsidie beoogde resultaat niet in strijd is met het ontwikkelingsprogramma, bedoeld in, het provinciaal beleid of het rijksbeleid. 2 Een aanvraag tot verlening van subsidie van een niet-rechtstreekse gemeente gaat vergezeld van een advies van gedeputeerde staten van de provincie waarin die gemeente is gelegen, in welk advies in elk geval wordt ingegaan op de vraag op welke wijze het met gebruikmaking van de subsidie beoogde resultaat zich verhoudt tot het provinciaal beleid. 2006 53 09-02-2006 27-01-2006 2006 53 09-02-2006 27-01-2006 06-04-2006
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 Onze Minister beoordeelt de aanvragen tot verlening van subsidie volgens een tendersysteem waarbij de criteria voor het bepalen van de rangorde zijn: a. de mate van doeltreffendheid en doelmatigheid van de voorgenomen maatregelen; b. de mate waarin het ontstaan van een knelpunt aan de gemeente te wijten is; c. de mate waarin, vergeleken met andere aanvragen, er sprake is van een dringende noodzaak tot of een overwegend belang bij het opheffen van een knelpunt, dan wel het bereiken van een versnelling, en d. de mate waarin, vergeleken met andere aanvragen, de kosten van de voorgenomen maatregelen in een gunstige verhouding staan tot de verwachte resultaten van die maatregelen. 2006 53 09-02-2006 27-01-2006 2006 53 09-02-2006 27-01-2006 06-04-2006
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 Onze Minister kan subsidieverlening weigeren of een lagere subsidie dan aangevraagd verlenen, indien: a. onderdeel a of b van artikel 2 artikelen 3 4 5 7 8 de aanvraag tot verlening van subsidie geen betrekking heeft op een inbedoelde situatie of niet voldoet aan een of meer van de,,,of; b. een zodanige subsidie naar het oordeel van Onze Minister niet doeltreffend of doelmatig is; c. de gemeente het bedrag van de subsidie niet binnen twee kalenderjaren, volgend op het kalenderjaar waarin de aanvraag tot verlening van de subsidie is ingediend, zal besteden; d. het ontstaan van het knelpunt naar het oordeel van Onze Minister mede te wijten is aan de gemeente; e. een subsidie: 1°. niet uitsluitend zal worden besteed aan het opheffen van knelpunten, dan wel aan versnellingen; 2°. in disproportionele mate zal worden besteed aan kosten van beheer, planontwikkeling of plankosten, of 3°. artikel 70 van de Woningwet zal worden besteed aan de dekking van financiële tekorten van bij het plan of project betrokken toegelaten instellingen als bedoeld inof commerciële partijen; f. de begrote kosten, dan wel het aangevraagde bedrag van de subsidie gevoegd bij de financiële inspanningen die de gemeente voornemens is te leveren, naar het oordeel van Onze Minister niet in overeenstemming is met de werkelijke kosten van de voorgenomen maatregelen; g. artikel 7 van de wet voorzover het een rechtstreekse gemeente betreft, het met gebruikmaking van de subsidie beoogde resultaat strijdig is met het ontwikkelingsprogramma, bedoeld in, het provinciaal beleid of het rijksbeleid; h. artikel 8, tweede lid een advies als bedoeld in, daartoe naar het oordeel van Onze Minister aanleiding geeft, of i. artikel 8, eerste lid, onder g de indicatoren, bedoeld in, naar het oordeel van Onze Minister geen betrouwbare meting mogelijk maken van de gerealiseerde opheffing van knelpunten, dan wel de gerealiseerde versnellingen. 2006 53 09-02-2006 27-01-2006 2006 53 09-02-2006 27-01-2006 06-04-2006
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 Op aanvragen die in aanmerking komen voor het verlenen van subsidie, wordt door Onze Minister, de rangorde volgend en voorzover de beschikbare middelen dat toelaten, beschikt vóór 1 december van het jaar waarin de aanvraag tot verlening van subsidie is ingediend. Aanvragen die in aanmerking komen voor subsidie, maar ten aanzien waarvan de beschikbare middelen de verlening van subsidie niet toelaten, kunnen worden aangehouden tot uiterlijk 1 februari van het jaar volgend op het jaar waarin de aanvraag is ingediend. 2 Een beschikking tot verlening van subsidie vermeldt in elk geval: a. een beschrijving van de knelpunten, dan wel de versnellingen, die de gemeente beoogt op te heffen, respectievelijk te bereiken, waarvoor de subsidie wordt verleend; b. de maatregelen die de gemeente zal treffen om die knelpunten op te heffen, dan wel die versnellingen te bereiken; c. de te bereiken resultaten en de indicatoren, met behulp waarvan na de afronding van de maatregelen, bedoeld onder b, gemeten kan worden in hoeverre de knelpunten zijn opgeheven, dan wel de versnellingen zijn bereikt, en d. de uiterste datum waarop de maatregelen, bedoeld onder b, gerealiseerd dienen te zijn. 2009 267 30-06-2009 25-06-2009 2009 266 30-06-2009 25-06-2009 01-07-2009 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Vierde tranche Algemene wet bestuursrecht
in werking treedt.
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 1 artikel 15 artikel 11, eerste lid, eerste volzin Indien Onze Minister op grond van omstandigheden als bedoeld inde verlening van de subsidie ten nadele van de gemeente aan welke de subsidie is verleend wijzigt of intrekt, kan hij vervolgens, voorzover de beschikbare middelen dat toelaten, subsidie verlenen ten behoeve van een aangehouden aanvraag tot verlening van subsidie. Onze Minister kan daarbij afwijken van de termijn, genoemd in. 2 Aanvragen tot verlening van subsidie die niet zijn gehonoreerd met een verlening, worden uiterlijk 1 februari van het jaar volgend op het jaar waarin die aanvraag is ingediend, afgewezen. 2006 53 09-02-2006 27-01-2006 2006 53 09-02-2006 27-01-2006 06-04-2006
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 Vervallen 2008 557 22-12-2008 08-12-2008 2008 557 22-12-2008 08-12-2008 23-12-2008
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 Vervallen 2009 267 30-06-2009 25-06-2009 2009 266 30-06-2009 25-06-2009 01-07-2009 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Vierde tranche Algemene wet bestuursrecht
in werking treedt.
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 Vervallen 2008 557 22-12-2008 08-12-2008 2008 557 22-12-2008 08-12-2008 23-12-2008
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 Vervallen 2008 557 22-12-2008 08-12-2008 2008 557 22-12-2008 08-12-2008 23-12-2008
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 Vervallen 2008 557 22-12-2008 08-12-2008 2008 557 22-12-2008 08-12-2008 23-12-2008
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 Vervallen 2007 312 11-09-2007 23-08-2007 2007 312 11-09-2007 23-08-2007 06-11-2007 Artikel 27 van het Besluit financiële verhouding 2001, de artikelen 24, derde lid, aanhef en onderdeel c, en 58a van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten, alsmede de artikelen 3a en 5, vierde lid, van het Besluit accountantscontrole provincies en gemeenten werken voor het eerst ten aanzien van de jaarstukken en de controle op de jaarrekening over het begrotingsjaar 2007.
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 Vervallen 2008 557 22-12-2008 08-12-2008 2008 557 22-12-2008 08-12-2008 23-12-2008
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 Vervallen 2008 557 22-12-2008 08-12-2008 2008 557 22-12-2008 08-12-2008 23-12-2008
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 artikel 2 Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag die acht weken ligt na de datum van uitgifte van Staatsblad waarin het is geplaatst en vervalt op 1 januari 2010. Het bepaalde in dit besluit blijft na 31 december 2009 van toepassing op ingediende aanvragen om subsidie als bedoeld invan dit besluit waarop voor 1 januari 2010 nog niet onherroepelijk is beslist en op verleende subsidies als bedoeld in dat artikel die voor 1 januari 2010 niet zijn ingetrokken of niet zijn vastgesteld. 2006 53 09-02-2006 27-01-2006 2006 53 09-02-2006 27-01-2006 06-04-2006
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit impulsbudget stedelijke vernieuwing 2006 tot en met 2009. 2006 53 09-02-2006 27-01-2006 2006 53 09-02-2006 27-01-2006 06-04-2006
Artikel 1#
artikel 1, eerste lid, onderdeel b