Besluit van 4 mei 2006, houdende nadere regels omtrent het ruilplan en de lijst der geldelijke regelingen (Besluit herverkaveling reconstructie concentratiegebieden)
- BWB-id
- BWBR0019827
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Economische Zaken
- Geldigheid
- 2017-01-01 t/m 2023-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0019827
- ELI
- /eli/nl/amvb/2006/besluit-inrichting-landelijk-gebied
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/2006/besluit-inrichting-landelijk-gebied/2017-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0019827&g=2017-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0019827&z=2026-06-06&g=2017-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0019827/2017-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/2006/besluit-inrichting-landelijk-gebied
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In dit besluit wordt verstaan onder: a. wet: Wet inrichting landelijk gebied ; b. landbouwgrond: artikel 1 van de Wet agrarisch grondverkeer landbouwgrond als bedoeld in; c. bureau beheer landbouwgronden: artikel 28 van de Wet agrarisch grondverkeer bureau, bedoeld in; d. huiskavel: kavel met een woonhuis; e. bedrijfskavel: kavel met een gebouw of een complex van gebouwen, dienende voor de uitoefening van een landbouwbedrijf; f. veldkavel: kavel, die geen huis- of bedrijfskavel is; g. gebouw: artikel 1, eerste lid, van de Woningwet gebouw als bedoeld in; h. vlakligging: mate van egaliteit van het maaiveld; i. natuurterrein: artikel 1 van de Wet agrarisch grondverkeer natuurterrein als bedoeld in; j. particuliere terreinbeherende natuurbeschermings-organisaties: artikel 388 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek organisaties aangewezen bij koninklijk besluit als bedoeld in; k. LAC-signaalwaarde: laagste gehalte van een stof in de bodem dat bij overschrijding aanleiding kan geven tot het optreden van nadelige effecten voor de opbrengst en kwaliteit van agrarische producten en de gezondheid van mens en dier; l. inrichtingsplan: artikel 17, eerste lid, van de wet inrichtingsplan als bedoeld in; m. reconstructie: Reconstructiewet concentratiegebieden voorbereiding, vaststelling en uitvoering van een onderling samenhangend complex van maatregelen en voorzieningen ter verwezenlijk van de doelstellingen van de. 2015 231 19-06-2015 16-06-2015 2015 232 19-06-2015 16-06-2015 01-07-2015
Artikel 1a — Artikel 1a#
Artikel 1a artikelen 63 88 van de wet Dit besluit berust op deen. 2009 397 02-10-2009 20-08-2009 2009 397 02-10-2009 20-08-2009 01-01-2010
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 artikel 64, eerste lid, van de wet Gedeputeerde staten bepalen de agrarische verkeerswaarde van gronden op basis van het prijsniveau van de landbouwgronden die in het blok in het jaar voorafgaand aan de terinzagelegging van het ruilplan, overeenkomstig, zijn verkocht. 2 In afwijking van het eerste lid bepalen gedeputeerde staten de agrarische verkeerswaarde van gronden op basis van de prijs waarvoor vergelijkbare gronden buiten het desbetreffende blok zijn verkocht in het jaar, bedoeld in het eerste lid, indien in dat jaar geen of onvoldoende verkopen van landbouwgronden in het desbetreffende blok hebben plaatsgevonden. 2012 612 06-12-2012 30-11-2012 2012 612 06-12-2012 30-11-2012 07-12-2012
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 artikel 58, tweede lid, van de wet Gedeputeerde staten stellen in verband met de toepassing vanvast tot welke grootte van de inbreng een eigenaar in plaats van toedeling van grond een algehele vergoeding in geld ontvangt. 2006 667 20-12-2006 30-11-2006 2006 677 21-12-2006 13-12-2006 01-01-2007
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 Gedeputeerde staten stellen per blok of gedeelte van een blok uitgangspunten vast ten aanzien van: a. de kavelconcentratie; b. de afstand van de veldkavels tot de bedrijfskavel; c. het maximum aantal kavels per bedrijfstype; d. de grootte van de kavels; of e. de vorm van de kavels. 2006 243 23-05-2006 04-05-2006 2006 268 15-06-2006 12-05-2006 16-06-2006
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 De begrenzing van een openbare voorziening wordt zodanig vastgesteld, dat de openbare voorziening doelmatig gebruikt en beheerd kan worden. 2006 243 23-05-2006 04-05-2006 2006 268 15-06-2006 12-05-2006 16-06-2006
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 De grens van een perceel waarop zich een gebouw bevindt, kan bij toewijzing van een naastgelegen perceel slechts na overleg met de eigenaar en gebruiker worden aangepast, tenzij het gebouw niet in gebruik is of zich niet in de nabijheid van de perceelsgrens bevindt. 2006 243 23-05-2006 04-05-2006 2006 268 15-06-2006 12-05-2006 16-06-2006
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 artikel 23 van de wet Gronden die ingevolge een vastgesteld bestemmingsplan, een ontwerpbestemmingsplan of een vastgesteld inrichtingsplan een bestemming hebben of krijgen die overeenkomt met de functie van landbouw, natuur, bos of landschap zijn uitruilbaar, voor zoverniet anders bepaalt. 2006 667 20-12-2006 30-11-2006 2006 677 21-12-2006 13-12-2006 01-01-2007
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 Uitruilbaar tegen een nihil inbreng zijn: a. een waterloop met een breedte van ten minste 5 meter; b. 2 een plas met een oppervlakte van ten minste 25 m; c. een lijnvormig landschapselement bestaande uit een houtopstand met een gemiddelde breedte van ten minste 5 meter. 2 Uitruilbaar als aangrenzende grond zijn: a. een waterloop met een gemiddelde breedte van minder dan 5 meter; b. 2 een plas met een oppervlakte van minder dan 25 m; c. een lijnvormig landschapselement bestaande uit een houtopstand met een gemiddelde breedte van minder dan 5 meter. 3 In afwijking van het eerste en tweede lid kunnen gedeputeerde staten voor het gehele blok voor waterlopen, plassen of lijnvormige landschapselementen een andere breedte of oppervlakte bepalen indien het belang van een doelmatige herverkaveling vanwege de specifieke kenmerken van het desbetreffende blok daartoe noodzaakt. 2006 243 23-05-2006 04-05-2006 2006 268 15-06-2006 12-05-2006 16-06-2006
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 artikel 4 van de Wegenwet Een openbare weg als bedoeld inalsmede een weg die anderszins een openbaar karakter heeft is in zijn geheel uitruilbaar tegen een nihil inbreng. 2011 147 29-03-2011 14-03-2011 2011 147 29-03-2011 14-03-2011 01-07-2011
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 artikel 4 van de Wegenwet Gronden waarop zich een openbare weg als bedoeld inbevindt, die op grond van het inrichtingsplan het openbare karakter verliest, zijn uitruilbaar. 2006 667 20-12-2006 30-11-2006 2006 677 21-12-2006 13-12-2006 01-01-2007
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 Wanneer de openbare functie van een waterloop volgens het inrichtingsplan vervalt, zijn de gronden waarop deze waterloop zich bevindt uitruilbaar. 2006 667 20-12-2006 30-11-2006 2006 677 21-12-2006 13-12-2006 01-01-2007
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 1 artikel 2 van de Kaderwet LNV-subsidies Gronden die zijn gelegen in een gebied waar krachtensdan wel krachtens een provinciale verordening subsidie kan worden verstrekt voor natuurbeheer of agrarisch natuurbeheer, zijn uitruilbaar. 2 Indien geen subsidie als bedoeld in het eerste lid is verstrekt, worden de desbetreffende gronden geruild met inachtneming van de volgende rangorde: a. ruil met landbouwgronden die door bureau beheer landbouwgronden zijn verworven ten behoeve van de veiligstelling, aanleg of ontwikkeling van bos of natuurterreinen of waarvoor een eigenaar of pachter bereid is om een aanvraag in te dienen voor subsidie als bedoeld in het eerste lid; b. ruil met overige landbouwgronden. 3 Indien wel subsidie als bedoeld in het eerste lid is verstrekt, worden de desbetreffende gronden geruild met inachtneming van de volgende rangorde: a. ruil met landbouwgronden, die door bureau beheer landbouwgronden zijn verworven ten behoeve van de veiligstelling, aanleg of ontwikkeling van bos of natuurterreinen; b. ruil met landbouwgronden, die door particuliere terreinbeherende natuurbeschermingsorganisaties zijn verworven ten behoeve van de veiligstelling, aanleg of ontwikkeling van bos of natuurterreinen; c. ruil met landbouwgronden waarvoor aan een eigenaar of pachter subsidie als bedoeld in het eerste lid is verstrekt. 4 artikel 252 van boek 6 van het Burgerlijk Wetboek In afwijking van het derde lid worden de desbetreffende gronden, ingeval daarvoor door een eigenaar een overeenkomst tot ontwikkeling of instandhouding van bos of natuur is aangegaan met een verplichting als bedoeld inten behoeve van de Staat der Nederlanden of bureau beheer landbouwgronden, geruild met gronden ten aanzien waarvan eveneens een dergelijke overeenkomst is afgesloten of met gronden die in eigendom zijn van de Staat der Nederlanden, bureau beheer landbouwgronden of particuliere terreinbeherende natuurbeschermingsorganisaties. 2006 667 20-12-2006 30-11-2006 2006 677 21-12-2006 13-12-2006 01-01-2007
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 1 artikel 1 van de Wet bodembescherming Gronden die deel uitmaken van een onderzoeksgeval als bedoeld inzijn niet uitruilbaar. 2 artikel 1 van de Wet bodembescherming Gronden die deel uitmaken van een geval van verontreiniging als bedoeld inzijn niet uitruilbaar, indien de LAC-signaalwaarden worden overschreden. 3 artikel 1 van de Wet bodembescherming Wet bodembescherming Gronden die deel uitmaken van een geval van ernstige verontreiniging als bedoeld inzijn niet uitruilbaar, tenzij het bevoegd gezag op grond van deheeft vastgesteld dat a. artikel 38, eerste lid, van de Wet bodembescherming het geval van ernstige verontreiniging op grond vanvoldoende is gesaneerd en geen LAC-signaalwaarden worden overschreden; of b. artikel 38, derde lid, van de Wet bodembescherming er met betrekking tot het geval van ernstige verontreiniging op grond vanvoldoende maatregelen zijn genomen en geen LAC-signaalwaarden worden overschreden. 2006 243 23-05-2006 04-05-2006 2006 268 15-06-2006 12-05-2006 16-06-2006
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 Niet uitruilbaar zijn: a. gronden met een uitzonderlijk slechte cultuurtoestand; b. gronden met een zeer ongelijke vlakligging; c. natuurterreinen, die niet als cultuurgrond in gebruik zijn; d. te diep ontgronde percelen; e. gronden waarop zich sport- of recreatieterreinen bevinden; f. gronden waarop zich spoorwegen bevinden; g. artikel 4.3, eerste lid, van de Wet natuurbescherming gronden met een houtopstand die groter is dan 10 are of gronden waarop een houtopstand die groter is dan 10 are heeft gestaan en waarvoor een herbeplantingsplicht als bedoeld ingeldt, of h. boomgaarden en andere gronden met meerjarige gewassen. 2016 383 28-10-2016 11-10-2016 2016 384 28-10-2016 11-10-2016 01-01-2017
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 1 De toedeling van kavels vindt zodanig plaats dat een doelmatig gebruik wordt bevorderd. 2 De toedeling van kavels geschiedt met inachtneming van de volgende rangorde: a. toedeling gericht op een zo groot mogelijke concentratie van kavels bij de bedrijfskavel; b. toedeling gericht op een zo groot mogelijke concentratie van kavels bij de huiskavel; c. toedeling gericht op een zo gering mogelijke afstand tussen de bedrijfsgebouwen en de kavels; d. toedeling gericht op een zo gering mogelijke afstand tussen het woonhuis en de kavels. 2006 243 23-05-2006 04-05-2006 2006 268 15-06-2006 12-05-2006 16-06-2006
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 Samenvoeging van kavels die ten dienste staan van één gebruiker vindt niet plaats, indien die samenvoeging voor een betrokken eigenaar leidt tot een versnippering van zijn eigendom die in redelijkheid niet van hem gevergd kan worden. 2006 243 23-05-2006 04-05-2006 2006 268 15-06-2006 12-05-2006 16-06-2006
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 De grens van een huis- of bedrijfskavel kan bij toedeling slechts na overeenstemming met de eigenaar en na overleg met de gebruikers worden aangepast, tenzij het gebouw op die kavel niet meer in gebruik is of zich niet in de nabijheid van de perceelsgrens bevindt. 2006 243 23-05-2006 04-05-2006 2006 268 15-06-2006 12-05-2006 16-06-2006
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 artikel 56, eerste lid, van de wet Gedeputeerde staten vermelden in het plan van toedeling met welk percentage op grond vande totale oppervlakte van alle in het blok opgenomen gronden is verminderd. 2006 667 20-12-2006 30-11-2006 2006 677 21-12-2006 13-12-2006 01-01-2007
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 Indien een eigenaar met betrekking tot een onroerende zaak een recht krijgt toegedeeld van een andere hoedanigheid of gebruiksbestemming dan door hem is ingebracht, kunnen gedeputeerde staten de betrokken eigenaar compenseren door ten aanzien van de betrokken onroerende zaak een oppervlaktecorrectie toe te passen of door hem een geldsom te betalen. 2006 667 20-12-2006 30-11-2006 2006 677 21-12-2006 13-12-2006 01-01-2007
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 1 artikel 150, eerste lid, van de Overgangswet nieuw Burgerlijk Wetboek Gedeputeerde staten handhaven in het plan van toedeling zakelijke rechten als bedoeld inindien het belang van de landinrichting of de reconstructie zich daar niet tegen verzet. 2 Gedeputeerde staten handhaven of vestigen in het plan van toedeling erfdienstbaarheden indien niet door herverkaveling of uitvoering van inrichtingswerken aan de behoefte waarin deze rechten voorzien kan worden tegemoet gekomen. 2006 667 20-12-2006 30-11-2006 2006 677 21-12-2006 13-12-2006 01-01-2007
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 De ingebruikneming van de kavels vindt plaats met inachtneming van een doelmatige uitvoering van werken. 2006 243 23-05-2006 04-05-2006 2006 268 15-06-2006 12-05-2006 16-06-2006
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 In het plan van toedeling kan in verband met de uitvoering van werken worden bepaald dat gronden na vaststelling van het ruilplan gefaseerd in gebruik worden genomen. 2006 243 23-05-2006 04-05-2006 2006 268 15-06-2006 12-05-2006 16-06-2006
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 Het plan van toedeling kan nadere regels bevatten voor de ingebruikneming van kavels, die in tijdelijk gebruik worden gegeven bij een andere eigenaar dan de eigenaar aan wie de kavels zijn toegedeeld. 2006 243 23-05-2006 04-05-2006 2006 268 15-06-2006 12-05-2006 16-06-2006
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 De lijst der geldelijke regelingen vermeldt alle aan de betrokken eigenaren toe te rekenen kosten en toe te kennen vergoedingen, waaronder kosten en vergoedingen die zijn overeengekomen met eigenaren van gronden, die buiten het blok zijn gelegen. 2006 243 23-05-2006 04-05-2006 2006 268 15-06-2006 12-05-2006 16-06-2006
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 1 artikel 68 van de wet De toestand van de grond en de overige onroerende zaken wordt bij de schatting, bedoeld in, vastgelegd aan de hand van een of meer objectieve factoren en een of meer subjectieve factoren. 2 De objectieve factoren, bedoeld in het eerste lid, betreffen: a. de ontsluiting van huiskavels, bedrijfskavel of veldkavels en b. de waterhuishoudkundige toestand van kavels. 3 De subjectieve factoren, bedoeld in het eerste lid, betreffen: a. de kavelconcentratie; b. de afstand van de veldkavels tot de bedrijfskavel; c. het aantal kavels per bedrijf; d. de grootte van de kavels, en e. de vorm van de kavels. 2006 667 20-12-2006 30-11-2006 2006 677 21-12-2006 13-12-2006 01-01-2007
Artikel 26 — Artikel 26#
Artikel 26 1 Bij de lijst der geldelijke regelingen kunnen verrekenposten worden opgenomen tussen hetzij de bij het plan van toedeling betrokken eigenaren onderling hetzij de gezamenlijkheid van eigenaren en de individuele eigenaar, die betrokken is bij het plan van toedeling. 2 De verrekenposten, bedoeld in het eerste lid, kunnen betreffen: a. de aanwezigheid van opstallen, opstanden en obstakels, waaronder bunkers, hoogspanningsmasten of kabels en leidingen; b. de waarde van gebouwen, werken, beplantingen en houtopstanden; c. artikel 56, eerste lid, onderdeel c of d, van de wet de algehele vergoeding in geld voor inbreng van gronden ten behoeve van de korting, bedoeld in; d. de algehele vergoeding in geld voor de inbreng van kavels met een te kleine oppervlakte; e. artikel 60, eerste lid, van de wet de afkoop van renten als bedoeld in; f. artikel 60, eerste lid, van de wet de regeling en de opheffing van beperkte rechten, huren en lasten als bedoeld in; g. artikel 60, tweede lid, van de wet de vestiging van beperkte rechten als bedoeld in; h. andere dan agrarische waarden; i. artikel 1 van de Wet bodembescherming het verhaal van kosten in verband met een geval van verontreiniging als bedoeld in, en j. schadevergoeding wanneer bij de uitvoering van werken geen gronden ter vervanging in tijdelijk gebruik gegeven kunnen worden. 2011 147 29-03-2011 14-03-2011 2011 147 29-03-2011 14-03-2011 01-07-2011
Artikel 27 — Artikel 27#
Artikel 27 1 artikel 65, tweede lid, van de wet Bij de verrekenposten, die betrekking hebben op een ingeschreven recht alsmede de waardering van de objectieve en subjectieve factoren, wordt uitgegaan van de situatie op het in hetlaatstbedoelde tijdstip. 2 Bij de waardering van verrekenposten, die verband houden met de cultuurtoestand van de grond, wordt uitgegaan van de situatie op het tijdstip van de kavelovergang. 3 artikel 64, derde lid, van de wet Bij de waardering van de overige verrekenposten wordt, voor zover de hoogte van de verrekenpost niet is overeengekomen, uitgegaan van de situatie bij de terinzagelegging van het ontwerpruilplan, bedoeld in. 2006 667 20-12-2006 30-11-2006 2006 677 21-12-2006 13-12-2006 01-01-2007
Artikel 28 — Artikel 28#
Artikel 28 artikel 90, derde lid, van de wet Gedeputeerde staten waarderen de objectieve en subjectieve factoren teneinde de bijdrage van een eigenaar in de kosten, bedoeld inte berekenen. 2006 667 20-12-2006 30-11-2006 2006 677 21-12-2006 13-12-2006 01-01-2007
Artikel 29 — Artikel 29#
Artikel 29 Gedeputeerde staten waarderen de verrekenposten op basis van de waarde in het maatschappelijk verkeer. 2006 243 23-05-2006 04-05-2006 2006 268 15-06-2006 12-05-2006 16-06-2006
Artikel 30 — Artikel 30#
Artikel 30 Een verrekenpost, die het gevolg is van de overgang van een zaak of een recht naar een andere eigenaar, wordt voor de inbrengende eigenaar en de eigenaar, die de zaak of het recht krijgt toegedeeld op dezelfde waarde geschat, tenzij een andere waardering noodzakelijk is vanwege de bijzondere omstandigheden van het geval. 2006 243 23-05-2006 04-05-2006 2006 268 15-06-2006 12-05-2006 16-06-2006
Artikel 31 — Artikel 31#
Artikel 31 1 De lijst der geldelijke regelingen vermeldt per eigenaar de omslag van de kosten, bestaande uit de som van: a. het saldo van de verrekenposten; b. het totaal van de geldbedragen, die aan de desbetreffende eigenaar worden toegerekend op basis van de subjectieve en objectieve factoren, vermenigvuldigd met het quotiënt van het totaal van de aan de eigenaren toe te rekenen kosten en het totaal van alle aan de eigenaren op basis van de subjectieve en objectieve factoren toegerekende geldbedragen. 2 Indien de waardeverandering door objectieve en subjectieve factoren met een puntensysteem is bepaald, wordt voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel b, de waarde van een punt omgerekend in een geldbedrag door het totaal van de aan de eigenaren toe te rekenen kosten te delen door het totaal van de aan de eigenaren toegerekende punten. 2006 243 23-05-2006 04-05-2006 2006 268 15-06-2006 12-05-2006 16-06-2006
Artikel 31a — Artikel 31a#
Artikel 31a artikel 85, eerste lid, van de wet Een overeenkomst als bedoeld inheeft geen betrekking op: a. kavels die deel uitmaken van de bebouwde kom; b. kavels die deel uitmaken van een ruimtelijk aaneengesloten of functioneel verbonden samenstel van kavels dat: 1°. in gebruik is voor woningbouw, daaronder begrepen recreatiewoningen, of de huisvesting van bedrijven met een niet-agrarische bestemming; 2°. Wet ruimtelijke ordening voor een dergelijk gebruik is bestemd ingevolge plannen of besluiten op grond van de; of 3°. daarvoor zal worden bestemd blijkens bekendgemaakte ontwerpen voor dergelijke plannen of besluiten; c. kavels waar ontgronding plaatsvindt, tenzij daaraan overeenkomstig de voorwaarden die het bevoegd gezag heeft verbonden aan de vergunning tot ontgronding na de ontgronding de bestemming landbouw of ontwikkeling van natuur of kleinschalige recreatie wordt gegeven; of d. de beperkte rechten met betrekking tot de kavels, bedoeld in de onderdelen a tot en met c. 2009 397 02-10-2009 20-08-2009 2009 397 02-10-2009 20-08-2009 01-01-2010
Artikel 32 — Artikel 32#
Artikel 32 Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. 2006 243 23-05-2006 04-05-2006 2006 268 15-06-2006 12-05-2006 16-06-2006
Artikel 33 — Artikel 33#
Artikel 33 Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit inrichting landelijk gebied. 2009 397 02-10-2009 20-08-2009 2009 397 02-10-2009 20-08-2009 01-01-2010