Besluit van 16 januari 2006, houdende regels met betrekking tot de financiële ondersteuning van eigenaren van beschermde monumenten ten behoeve van de instandhouding van beschermde monumenten (Besluit rijkssubsidiëring instandhouding monumenten)
- BWB-id
- BWBR0019439
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- Geldigheid
- 2006-02-01 t/m 2010-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0019439
- ELI
- /eli/nl/amvb/2006/besluit-rijkssubsidi-ring-instandhouding-monumenten
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/2006/besluit-rijkssubsidi-ring-instandhouding-monumenten/2006-02-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0019439&g=2006-02-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0019439&z=2026-06-06&g=2006-02-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0019439/2006-02-01
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/2006/besluit-rijkssubsidi-ring-instandhouding-monumenten
Artikel 1 — Artikel 1 Begripsbepalingen#
Artikel 1 Begripsbepalingen 1 In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. Monumentenwet 1988 wet:, b. eigenaar: natuurlijke persoon of rechtspersoon die het recht van eigendom of een ander zakelijk recht heeft op een beschermd monument, c. subsidiabele kosten: kosten die naar het oordeel van Onze minister noodzakelijk zijn om een beschermd monument in stand te houden, d. artikel 12 instandhoudingsplan: instandhoudingsplan als bedoeld in, e. drempelbedrag: bedrag aan subsidie waaronder geen subsidie wordt verstrekt, f. bouwkundig inspectierapport: rapport met betrekking tot een beschermd monument dat de technische staat van dat monument beschrijft, en dat is opgesteld door een ter zake deskundige instantie, g. woonhuizen: beschermde monumenten die in oorsprong primair zijn vervaardigd voor bewoning of die oorspronkelijk een andere functie dan bewoning hadden maar die thans primair voor bewoning in gebruik zijn, met dien verstande dat kerkgebouwen, kastelen, buitenplaatsen, landhuizen, gebouwen van liefdadigheid, molens en gemalen niet als woonhuizen worden aangemerkt, h. boerderijen zonder agrarische functie: beschermde monumenten die in oorsprong primair zijn vervaardigd ten behoeve van het agrarisch bedrijf maar die dat thans niet meer als primaire functie hebben, i. artikel 24 van de Landbouwwet boerderijen met een agrarische functie: beschermde monumenten met een agrarische functie, zoals blijkend uit het overzicht van de gegevens zoals geregistreerd in het kader van de landbouwtelling, bedoeld in, j. artikel 37 aangewezen organisaties voor monumentenbehoud: organisaties als bedoeld in, en k. wet complex: samenstel van beschermde monumenten dat wordt gekenmerkt door hun onderlinge samenhang die mede bepalend is voor hun monumentale waarde, en dat als complex is ingeschreven in de ingevolge devastgestelde registers. 2 Voor de toepassing van dit besluit wordt een eigenaar van een beschermd monument aangemerkt als een eigenaar die geen recht op fiscale aftrek van onderhoudskosten heeft, indien sprake is van: a. artikelen 2 3 van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 een lichaam dat niet behoort tot de belastingplichtigen, bedoeld in deen, b. artikel 5, eerste lid, onderdeel a, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 art 10.9 van de Wet inkomstenbelasting 2001 een lichaam dat is vrijgesteld van belasting op grond vanwaaropniet van toepassing is, c. artikel 5, eerste lid, onderdeel d, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 een lichaam dat is vrijgesteld van belasting op grond van, d. artikel 6 van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 een lichaam dat is vrijgesteld van belasting op grond van, of e. artikel 6.31 van de Wet inkomstenbelasting 2001 een natuurlijk persoon, niet zijnde ondernemer of genieter van belastbaar resultaat uit overige werkzaamheden, die geen recht heeft op aftrek van uitgaven voor monumentenpanden in de zin van. 3 Voor de toepassing van dit besluit wordt onderscheid gemaakt in categorieën van beschermde monumenten. De onderscheiden categorieën van beschermde monumenten zijn: a. woonhuizen en boerderijen zonder agrarische functie, b. kerkgebouwen, c. kastelen, buitenplaatsen en landhuizen, d. molens en gemalen, en e. overige beschermde monumenten. 2006 31 31-01-2006 16-01-2006 2006 31 31-01-2006 16-01-2006 01-02-2006
Artikel 2 — Artikel 2 Lening#
Artikel 2 Lening 1 Onze minister draagt er zorg voor dat eigenaren van woonhuizen en boerderijen zonder agrarische functie een lening kunnen verkrijgen ter financiering van de kosten van de instandhouding van het beschermd monument, met dien verstande dat: a. de lening wordt verstrekt met als zekerheid het recht van hypotheek op het beschermd monument, b. de fiscaal aftrekbare onderhoudskosten zoals die door de Belastingdienst worden gehanteerd, als grondslag dienen voor het bepalen van de hoogte van de lening, c. het maximumbedrag per lening en de voorwaarden waaronder de lening wordt verstrekt, worden bekendgemaakt in de Staatscourant, d. voor een eigenaar die recht op fiscale aftrek van onderhoudskosten heeft, de lening maximaal 70% van de vastgestelde fiscaal aftrekbare onderhoudskosten bedraagt, en e. voor een eigenaar die geen recht op fiscale aftrek van onderhoudskosten kan genieten, de lening maximaal 100% van de voor de hoogte van de lening door de Belastingdienst fictief vastgestelde fiscaal aftrekbare onderhoudskosten bedraagt. 2 Wet gemeenschappelijke regelingen Aangewezen organisaties voor monumentenbehoud en provincies, gemeenten, waterschappen en openbare lichamen die zijn ingesteld met toepassing van de, komen niet in aanmerking voor een lening als bedoeld in het eerste lid. 2006 31 31-01-2006 16-01-2006 2006 31 31-01-2006 16-01-2006 01-02-2006
Artikel 3 — Artikel 3 Subsidieaanspraak en subsidiabele kosten#
Artikel 3 Subsidieaanspraak en subsidiabele kosten 1 Onze minister kan voor een periode van zes kalenderjaren aan de eigenaar van een beschermd monument subsidie verstrekken ten behoeve van de instandhouding van een beschermd monument. Het te verstrekken subsidiebedrag bestaat uit zes gelijke bedragen. 2 Bij ministeriële regeling worden nadere voorschriften gegeven omtrent de subsidiabele kosten. 2006 31 31-01-2006 16-01-2006 2006 31 31-01-2006 16-01-2006 01-02-2006
Artikel 4 — Artikel 4 Aanspraak op subsidie#
Artikel 4 Aanspraak op subsidie Voor subsidie op grond van dit hoofdstuk komen in aanmerking: a. eigenaren van andere beschermde monumenten dan woonhuizen en dan boerderijen zonder agrarische functie, b. aangewezen organisaties voor monumentenbehoud, c. Wet gemeenschappelijke regelingen provincies, gemeenten, waterschappen en openbare lichamen die zijn ingesteld met toepassing van de, en d. artikel 7, tweede lid eigenaren van woonhuizen en boerderijen zonder agrarische functie als bedoeld in. 2006 31 31-01-2006 16-01-2006 2006 31 31-01-2006 16-01-2006 01-02-2006
Artikel 5 — Artikel 5 Subsidieplafonds#
Artikel 5 Subsidieplafonds artikel 6, eerste onderscheidenlijk tweede lid Onze minister kan met betrekking tot ieder kalenderjaar subsidieplafonds vaststellen voor subsidieverlening ten behoeve van beschermde monumenten als bedoeld in, alsmede voor categorieën van beschermde monumenten waarvoor subsidie kan worden verstrekt. 2006 31 31-01-2006 16-01-2006 2006 31 31-01-2006 16-01-2006 01-02-2006
Artikel 6 — Artikel 6 Maximum subsidiabele kosten#
Artikel 6 Maximum subsidiabele kosten 1 Bij ministeriële regeling kan een maximumbedrag aan subsidiabele kosten worden vastgesteld waarover per beschermd monument subsidie kan worden verstrekt, voor: a. woonhuizen en boerderijen zonder agrarische functie, b. kerkgebouwen, c. kastelen en landhuizen, d. molens en gemalen, en e. overige beschermde monumenten. 2 Indien de subsidiabele kosten van een beschermd monument € 700.000,– of meer bedragen over een periode van zes jaar, is het eerste lid niet van toepassing en bedraagt het maximumbedrag aan subsidiabele kosten waarover per beschermd monument subsidie kan worden verstrekt, € 1 miljoen over de periode waarop het instandhoudingsplan betrekking heeft. 2006 31 31-01-2006 16-01-2006 2006 31 31-01-2006 16-01-2006 01-02-2006
Artikel 7 — Artikel 7 Monument als complex beschermd#
Artikel 7 Monument als complex beschermd 1 Op alle beschermde monumenten die deel uitmaken van een beschermd complex, is het subsidiepercentage van toepassing dat geldt voor de categorie waaronder het complex is ingeschreven. 2 artikel 2, eerste lid Eigenaren van woonhuizen en boerderijen zonder agrarische functie die deel uitmaken van een complex, komen in aanmerking voor subsidie. In dat geval is, niet van toepassing. 3 Op een kerkgebouw dat deel uitmaakt van een complex is het subsidiepercentage van toepassing dat betrekking heeft op kerkgebouwen. 4 Het eerste en het tweede lid zijn niet van toepassing op complexen die als zodanig tot de categorie woonhuizen en boerderijen zonder agrarische functie behoren. 2006 31 31-01-2006 16-01-2006 2006 31 31-01-2006 16-01-2006 01-02-2006
Artikel 8 — Artikel 8 Subsidie noodzakelijk voor instandhouding; werkzaamheden sober en doelmatig#
Artikel 8 Subsidie noodzakelijk voor instandhouding; werkzaamheden sober en doelmatig Subsidie wordt slechts verleend voorzover deze noodzakelijk is voor de instandhouding van het beschermd monument en voorzover de werkzaamheden ter uitvoering van het instandhoudingsplan naar het oordeel van Onze minister sober en doelmatig zijn. 2006 31 31-01-2006 16-01-2006 2006 31 31-01-2006 16-01-2006 01-02-2006
Artikel 9 — Artikel 9 Uitgezonderd van subsidieverstrekking#
Artikel 9 Uitgezonderd van subsidieverstrekking 1 artikel 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht Onverminderdwordt de subsidie in ieder geval niet verstrekt: a. voorzover in de subsidiabele kosten subsidie is verstrekt op grond van een andere rijkssubsidieregeling, b. Wet op de omzetbelasting voorzover bij schade de subsidiabele kosten op grond van een verzekering worden gedekt dan wel voorzover de subsidiabele kosten op grond van deop verschuldigde belasting in aftrek kunnen worden gebracht dan wel anderszins niet ten laste van de aanvrager komen, c. voorzover met de werkzaamheden is begonnen voordat Onze minister de subsidie heeft verleend, of d. ten behoeve van de instandhouding van archeologische monumenten. 2 Besluit rijkssubsidiëring historische buitenplaatsen Dit besluit is niet van toepassing voorzover subsidie kan worden verstrekt op grond van een rijkssubsidieregeling voor historische buitenplaatsen als bedoeld in het. 2006 31 31-01-2006 16-01-2006 2006 31 31-01-2006 16-01-2006 01-02-2006
Artikel 10 — Artikel 10 Subsidieaanvraag#
Artikel 10 Subsidieaanvraag 1 Subsidie wordt per beschermd monument op aanvraag verleend. 2 De aanvraag kan van 1 april tot 1 september voorafgaand aan het eerste kalenderjaar waarop het instandhoudingsplan betrekking heeft, worden ingediend. Aanvragen die zijn ingediend vóór 1 april of na 1 september, worden niet in behandeling genomen. 3 Per beschermd monument kan slechts eenmaal voor een periode waarop een instandhoudingsplan betrekking heeft subsidie worden verleend. 2006 31 31-01-2006 16-01-2006 2006 31 31-01-2006 16-01-2006 01-02-2006
Artikel 11 — Artikel 11 Vereisten subsidieaanvraag#
Artikel 11 Vereisten subsidieaanvraag 1 De subsidieaanvraag wordt ingediend op een door Onze minister vastgesteld formulier. 2 De subsidieaanvraag gaat vergezeld van: a. artikel 38 een instandhoudingsplan per beschermd monument of een gecombineerd instandhoudingsplan als bedoeld in, b. een bouwkundig inspectierapport per beschermd monument dat is opgesteld niet eerder dan twee jaren voorafgaande aan het eerste jaar waarop de aanvraag betrekking heeft, en c. andere in het formulier aangegeven bescheiden. 2006 31 31-01-2006 16-01-2006 2006 31 31-01-2006 16-01-2006 01-02-2006
Artikel 12 — Artikel 12 Instandhoudingsplan#
Artikel 12 Instandhoudingsplan 1 Het instandhoudingsplan omvat een overzicht van de aard en omvang van de voorgenomen werkzaamheden alsmede een omschrijving van de daarmee beoogde resultaten. Het instandhoudingsplan omvat tevens een meerjarenplan en een meerjarenbegroting. In het meerjarenplan wordt aangegeven in welk jaar de onderscheiden werkzaamheden plaatsvinden. 2 Het instandhoudingsplan heeft betrekking op zes kalenderjaren. 3 Onze minister kan modellen vaststellen voor het instandhoudingsplan. 2006 31 31-01-2006 16-01-2006 2006 31 31-01-2006 16-01-2006 01-02-2006
Artikel 13 — Artikel 13 Verdeelcriterium#
Artikel 13 Verdeelcriterium artikel 6, eerste onderscheidenlijk tweede lid artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht Onze minister verdeelt de beschikbare bedragen voor subsidieverlening ten behoeve van beschermde monumenten als bedoeld in, in de volgorde van ontvangst van de aanvragen, met dien verstande dat wanneer de aanvrager krachtensde gelegenheid heeft gehad de subsidieaanvraag aan te vullen, de dag waarop de aanvullende informatie is ontvangen met betrekking tot de verdeling als datum van ontvangst geldt. 2006 31 31-01-2006 16-01-2006 2006 31 31-01-2006 16-01-2006 01-02-2006
Artikel 14 — Artikel 14 Financiële dekking#
Artikel 14 Financiële dekking Subsidie wordt slechts verleend indien de financiële dekking van het gedeelte van de subsidiabele kosten van de voorgenomen werkzaamheden dat niet door subsidie kan worden gedekt, naar genoegen van Onze minister zeker is gesteld. 2006 31 31-01-2006 16-01-2006 2006 31 31-01-2006 16-01-2006 01-02-2006
Artikel 15 — Artikel 15 Begrotingsvoorbehoud#
Artikel 15 Begrotingsvoorbehoud 1 artikel 4:34, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht Een subsidie ten laste van een begroting die nog niet is vastgesteld, wordt verleend onder de voorwaarde, bedoeld in. 2 artikel 4:34, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht In geval van het niet vervullen van de voorwaarde, bedoeld in, worden de op grond van dit besluit verleende subsidiebedragen verlaagd tot het bedrag van de subsidie dat na de vaststelling of goedkeuring van de begroting ter beschikking staat, een en ander naar rato van het aantal subsidieaanvragers aan wie subsidie is verleend en van de hoogte van de verleende subsidiebedragen. 2006 31 31-01-2006 16-01-2006 2006 31 31-01-2006 16-01-2006 01-02-2006
Artikel 16 — Artikel 16 Beschikking op de subsidieaanvraag#
Artikel 16 Beschikking op de subsidieaanvraag 1 Onze minister beslist binnen dertien weken op de subsidieaanvraag. 2 Onze minister deelt de beschikking, bedoeld in het eerste lid, dan wel een beschikking tot wijziging of intrekking van die beschikking mee aan burgemeester en wethouders van de gemeente waar het beschermd monument is gelegen, en aan gedeputeerde staten van de provincie waar het beschermd monument is gelegen. 2006 31 31-01-2006 16-01-2006 2006 31 31-01-2006 16-01-2006 01-02-2006
Artikel 17 — Artikel 17 Rekening-courantfaciliteit#
Artikel 17 Rekening-courantfaciliteit Onze minister draagt er zorg voor dat de aanvrager aan wie subsidie is verleend, in aanmerking komt voor een rekening-courantfaciliteit. 2006 31 31-01-2006 16-01-2006 2006 31 31-01-2006 16-01-2006 01-02-2006
Artikel 18 — Artikel 18 Hoogte subsidie eigenaren van andere beschermde monumenten dan woonhuizen en boerderijen zonder agrarische functie met recht op fiscale aftrek van onderhoudskosten#
Artikel 18 Hoogte subsidie eigenaren van andere beschermde monumenten dan woonhuizen en boerderijen zonder agrarische functie met recht op fiscale aftrek van onderhoudskosten artikelen 20 21 De subsidie voor eigenaren van andere beschermde monumenten dan woonhuizen en boerderijen zonder agrarische functie die recht op fiscale aftrek van onderhoudskosten hebben, niet zijnde eigenaren als bedoeld in deen, bedraagt het volgende percentage van de subsidiabele kosten: a. bij kerkgebouwen: 55%, b. bij kastelen, buitenplaatsen en landhuizen: 50%, c. bij molens en gemalen: 50%, en d. bij overige beschermde monumenten: 40%. 2006 31 31-01-2006 16-01-2006 2006 31 31-01-2006 16-01-2006 01-02-2006
Artikel 19 — Artikel 19 Hoogte subsidie eigenaren van andere beschermde monumenten dan woonhuizen en boerderijen zonder agrarische functie zonder recht op fiscale aftrek van onderhoudskosten#
Artikel 19 Hoogte subsidie eigenaren van andere beschermde monumenten dan woonhuizen en boerderijen zonder agrarische functie zonder recht op fiscale aftrek van onderhoudskosten artikelen 20 21 De subsidie voor eigenaren van andere beschermde monumenten dan woonhuizen en boerderijen zonder agrarische functie die geen recht op fiscale aftrek van onderhoudskosten hebben, niet zijnde eigenaren als bedoeld in deen, bedraagt het volgende percentage van de subsidiabele kosten: a. bij kerkgebouwen: 65%, b. bij kastelen, buitenplaatsen en landhuizen: 60%, c. bij molens en gemalen: 60%, en d. bij overige beschermde monumenten: 50%. 2006 31 31-01-2006 16-01-2006 2006 31 31-01-2006 16-01-2006 01-02-2006
Artikel 20 — Artikel 20 Hoogte subsidie aangewezen organisaties voor monumentenbehoud#
Artikel 20 Hoogte subsidie aangewezen organisaties voor monumentenbehoud Voor aangewezen organisaties voor monumentenbehoud bedraagt de subsidie het volgende percentage van de subsidiabele kosten: a. bij woonhuizen en boerderijen zonder agrarische functie: 25%, b. bij kerkgebouwen: 65%, c. bij kastelen, buitenplaatsen en landhuizen: 60%, d. bij molens en gemalen: 60%, en e. bij overige beschermde monumenten: 50%. 2006 31 31-01-2006 16-01-2006 2006 31 31-01-2006 16-01-2006 01-02-2006
Artikel 21 — Artikel 21 Hoogte subsidie decentrale overheden#
Artikel 21 Hoogte subsidie decentrale overheden Wet gemeenschappelijke regelingen Voor provincies, gemeenten, waterschappen en openbare lichamen die zijn ingesteld met toepassing van de, bedraagt de subsidie 30% van de subsidiabele kosten. 2006 31 31-01-2006 16-01-2006 2006 31 31-01-2006 16-01-2006 01-02-2006
Artikel 22 — Artikel 22 Drempelbedrag#
Artikel 22 Drempelbedrag Subsidies worden niet verstrekt indien het bedrag dat overeenkomstig de bepalingen van dit besluit zou worden verstrekt, lager is dan € 1.200. 2006 31 31-01-2006 16-01-2006 2006 31 31-01-2006 16-01-2006 01-02-2006
Artikel 23 — Artikel 23 Verplichtingen afhankelijk van de aard van het object en de aard van de werkzaamheden#
Artikel 23 Verplichtingen afhankelijk van de aard van het object en de aard van de werkzaamheden Onze minister kan de eigenaar verplichten: a. mee te werken aan een onderzoek naar de bouwgeschiedenis van het beschermd monument, b. de aanbesteding en de gunning van de werkzaamheden waarvoor subsidie is verleend, op een door Onze minister te bepalen wijze te doen plaatsvinden, c. Onze minister tussentijds te rapporteren over de voortgang van werkzaamheden, of d. binnen drie maanden na afloop van de periode waarover subsidie is verleend, een door een architect gewaarmerkt volledig stel revisietekeningen aan de Rijksdienst voor de Monumentenzorg te zenden. 2006 31 31-01-2006 16-01-2006 2006 31 31-01-2006 16-01-2006 01-02-2006
Artikel 24 — Artikel 24 Relevante omstandigheden melden#
Artikel 24 Relevante omstandigheden melden De eigenaar doet zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling aan Onze minister indien er zich omstandigheden voordoen die van invloed kunnen zijn op de subsidieverstrekking, onder overlegging van de relevante stukken. 2006 31 31-01-2006 16-01-2006 2006 31 31-01-2006 16-01-2006 01-02-2006
Artikel 25 — Artikel 25 Verzekering#
Artikel 25 Verzekering Onze minister kan de eigenaar verplichten: a. voor de duur van de werkzaamheden waarvoor subsidie is verleend, een Casco-All-Risks verzekering af te sluiten, of b. vanaf de aanvang van de werkzaamheden waarvoor subsidie is verleend, op zijn kosten het beschermd monument te verzekeren dan wel verzekerd te houden tegen brand-, storm- en bliksemschade en na afloop van de werkzaamheden daartegen verzekerd te houden. 2006 31 31-01-2006 16-01-2006 2006 31 31-01-2006 16-01-2006 01-02-2006
Artikel 26 — Artikel 26 Installatie ter voorkoming van blikseminslag#
Artikel 26 Installatie ter voorkoming van blikseminslag Onze minister kan de eigenaar verplichten het beschermd monument te voorzien van een of meer installaties ter voorkoming van brand of blikseminslag ter bescherming van de monumentale waarde van het monument. 2006 31 31-01-2006 16-01-2006 2006 31 31-01-2006 16-01-2006 01-02-2006
Artikel 27 — Artikel 27 Overleg met RDMZ#
Artikel 27 Overleg met RDMZ Onze minister kan de eigenaar verplichten om overleg te voeren met de Rijksdienst voor de Monumentenzorg alvorens met de werkzaamheden ter uitvoering van het instandhoudingsplan wordt gestart indien de monumentale waarde van het beschermd monument daartoe aanleiding vormt. 2006 31 31-01-2006 16-01-2006 2006 31 31-01-2006 16-01-2006 01-02-2006
Artikel 28 — Artikel 28 Begeleiding#
Artikel 28 Begeleiding Onze minister kan de eigenaar verplichten om de werkzaamheden onder nader door hem te stellen voorwaarden te doen begeleiden indien voor de uitvoering van het instandhoudingsplan specifieke kennis is vereist. 2006 31 31-01-2006 16-01-2006 2006 31 31-01-2006 16-01-2006 01-02-2006
Artikel 29 — Artikel 29 Onderhoudsplicht#
Artikel 29 Onderhoudsplicht De eigenaar is verplicht na afloop van de werkzaamheden waarvoor subsidie is verleend, het beschermd monument te bewaren en te onderhouden in de staat waarin het door de werkzaamheden waarvoor subsidie is verleend, is gebracht. 2006 31 31-01-2006 16-01-2006 2006 31 31-01-2006 16-01-2006 01-02-2006
Artikel 30 — Artikel 30 Voortgangsrapportage#
Artikel 30 Voortgangsrapportage 1 Onze minister kan na de verlening van de subsidie over de uitgevoerde werkzaamheden een voortgangsrapportage van de subsidieontvanger verlangen die bestaat uit een overzicht van de werkelijk uitgevoerde werkzaamheden ten opzichte van de volgens het instandhoudingsplan voorgenomen werkzaamheden en de gedane uitgaven. 2 Onze minister bepaalt de wijze waarop de voortgangsrapportage geschiedt. 2006 31 31-01-2006 16-01-2006 2006 31 31-01-2006 16-01-2006 01-02-2006
Artikel 31 — Artikel 31 BBM-verklaring#
Artikel 31 BBM-verklaring Onze minister kan de eigenaar die geen recht op fiscale aftrek van onderhoudskosten heeft, verplichten een verklaring van de Belastingdienst waarbij is vastgesteld dat geen aftrek mogelijk is, te overleggen. 2006 31 31-01-2006 16-01-2006 2006 31 31-01-2006 16-01-2006 01-02-2006
Artikel 32 — Artikel 32 Vaststelling#
Artikel 32 Vaststelling 1 Uiterlijk op 31 maart na afloop van het laatste kalenderjaar waarover de subsidie is verleend, dient de subsidieontvanger een aanvraag tot vaststelling van de subsidie in bij Onze minister. De aanvraag gaat vergezeld van de desbetreffende originele rekeningen en betalingsbewijzen. 2 Indien rekeningen en betalingsbewijzen betrekking hebben op kosten van personeel dat in loondienst is bij de eigenaar, gaat de aanvraag tot vaststelling tevens vergezeld van een verklaring van een registeraccountant of een accountant-administratieconsulent waaruit blijkt hoeveel uren door dat personeel is besteed aan subsidiabele werkzaamheden. 3 Onze minister beslist binnen dertien weken op de aanvraag tot vaststelling van de subsidie. 4 Een afschrift van de beschikking tot vaststelling van de subsidie zendt Onze minister aan burgemeester en wethouders van de gemeente waar het beschermd monument is gelegen, en aan gedeputeerde staten van de provincie waar het beschermd monument is gelegen. 2006 31 31-01-2006 16-01-2006 2006 31 31-01-2006 16-01-2006 01-02-2006
Artikel 33 — Artikel 33 Accountantsverklaring#
Artikel 33 Accountantsverklaring 1 artikel 32, eerste lid, tweede volzin artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek In afwijking van, gaat de aanvraag tot vaststelling van aangewezen organisaties voor monumentenbehoud indien het subsidiebedrag meer bedraagt dan € 60.000,–, vergezeld van een mededeling dat de subsidie rechtmatig is besteed, afgegeven door een accountant als bedoeld in. 2 De minister kan nadere voorschriften opleggen in verband met de inrichting van die mededeling. 3 Bij de aanwijzing van de accountant bedingt de aangewezen organisatie voor monumentenbehoud dat aan de accountant die door Onze minister is belast met het onderzoek van de ministeriële jaarrekening, op diens verzoek: a. inzage wordt geboden in de controlerapporten en de controledossiers van de accountant, b. gelegenheid wordt gegeven om uit het controlerapport en controledossier voldoende controle-informatie te verzamelen die noodzakelijk is voor het eigen oordeel over de verrichte werkzaamheden van de accountant, en c. kopieën worden verstrekt van de controlerapporten en controledossiers of delen daarvan. 4 De minister kan een controleprotocol opstellen voor het onderzoek door de accountant. De subsidieontvanger bedingt bij de accountant dat deze zijn onderzoek inricht overeenkomstig het controleprotocol. 5 Elke aangewezen organisatie voor monumentenbehoud verschaft toegang aan de accountant die door Onze minister is belast met het onderzoek van de ministeriële jaarrekening, met het oog op het verrichten van dat onderzoek. 2006 31 31-01-2006 16-01-2006 2006 31 31-01-2006 16-01-2006 01-02-2006
Artikel 34 — Artikel 34 Lager vaststellen bij werkzaamheden in strijd met de wet#
Artikel 34 Lager vaststellen bij werkzaamheden in strijd met de wet artikel 4:46 van de Algemene wet bestuursrecht Onverminderdkan de subsidie in ieder geval lager dan de verlening worden vastgesteld indien werkzaamheden waarvoor subsidie is verleend, zijn verricht in strijd met het bij of krachtens de wet bepaalde. 2006 31 31-01-2006 16-01-2006 2006 31 31-01-2006 16-01-2006 01-02-2006
Artikel 35 — Artikel 35 Tussentijdse vaststelling bij eigendomsoverdracht#
Artikel 35 Tussentijdse vaststelling bij eigendomsoverdracht 1 artikelen 32 33 34 Indien de subsidieontvanger de eigendom van een beschermd monument overdraagt aan een andere eigenaar, dient de subsidieontvanger binnen drie maanden na de eigendomsoverdracht een aanvraag tot vaststelling van de subsidie in bij Onze minister. De,enzijn van overeenkomstige toepassing. 2 Artikel 13 Na de vaststelling, bedoeld in het eerste lid, kan Onze minister op verzoek van de eigenaar aan wie de eigendom is overgedragen, aan die eigenaar subsidie verstrekken ten behoeve van de afronding van het instandhoudingsplan.is niet van toepassing. 2006 31 31-01-2006 16-01-2006 2006 31 31-01-2006 16-01-2006 01-02-2006
Artikel 36 — Artikel 36 Voorschotten#
Artikel 36 Voorschotten 1 Artikel 32, tweede lid Nadat subsidie is verleend, kan Onze minister aan de eigenaar op basis van door de eigenaar ingediende overzichten van gemaakte kosten, die vergezeld gaan van de desbetreffende originele rekeningen en in voorkomend geval betalingsbewijzen, jaarlijks voorschotten verstrekken tot ten hoogste een zesde gedeelte van het totaal verleende subsidiebedrag., is van overeenkomstige toepassing. 2 Onze minister keert de voorschotten uit voorzover de rekeningen werkzaamheden betreffen die in overeenstemming zijn met het instandhoudingsplan. 2006 31 31-01-2006 16-01-2006 2006 31 31-01-2006 16-01-2006 01-02-2006
Artikel 37 — Artikel 37 Aanwijzing organisaties voor monumentenbehoud#
Artikel 37 Aanwijzing organisaties voor monumentenbehoud 1 Onze minister wijst op aanvraag organisaties die zich de instandhouding van monumenten ten doel stellen, aan als een organisatie voor monumentenbehoud indien: a. de organisatie een privaatrechtelijke rechtspersoon is die zonder winstoogmerk in hoofdzaak het in stand houden van beschermde monumenten ten doel heeft, b. de organisatie ten minste 20 beschermde monumenten in eigendom heeft, en c. de organisatie naar het oordeel van Onze minister beschikt over voldoende professionele deskundigheid. 2 Onze minister kan de aanwijzing intrekken indien een organisatie niet meer voldoet aan een van de in het eerste lid bedoelde voorwaarden. 2006 31 31-01-2006 16-01-2006 2006 31 31-01-2006 16-01-2006 01-02-2006
Artikel 38 — Artikel 38 Gecombineerd instandhoudingsplan#
Artikel 38 Gecombineerd instandhoudingsplan 1 artikel 12 artikel 12 In afwijking vankan een aangewezen organisatie voor monumentenbehoud instandhoudingsplannen samenvoegen tot een gecombineerd instandhoudingsplan dat betrekking heeft op meerdere beschermde monumenten. In dat plan wordt per beschermd monument de aard en omvang van de voorgenomen werkzaamheden over de periode waarop het plan betrekking heeft, aangegeven. Het gecombineerde instandhoudingsplan omvat geen meerjarenplan als bedoeld in. 2 artikel 6 Een aangewezen organisatie voor monumentenbehoud kan de subsidie aanwenden voor uitvoering van werkzaamheden aan alle monumenten waar het instandhoudingsplan betrekking op heeft met dien verstande dat deze werkzaamheden strekken tot uitvoering van het instandhoudingsplan en dat ten minste 50% van het maximumbedrag aan subsidiabele kosten als bedoeld in, per beschermd monument wordt besteed. 2006 31 31-01-2006 16-01-2006 2006 31 31-01-2006 16-01-2006 01-02-2006
Artikel 39 — Artikel 39 Brrm 1997 Gevestigde aanspraken op grond van#
Artikel 39 Brrm 1997 Gevestigde aanspraken op grond van 1 Besluit rijkssubsidiëring restauratie monumenten 1997 Subsidie, verleend op grond van het, wordt afgehandeld overeenkomstig dat besluit. 2 Besluit rijkssubsidiëring restauratie monumenten 1997 De rechten en verplichtingen, die op het tijdstip van de inwerkingtreding van dit besluit krachtens een beschikking op grond van hetgelden, blijven gelden voorzover bij of krachtens dit besluit niet anders is bepaald. 2006 31 31-01-2006 16-01-2006 2006 31 31-01-2006 16-01-2006 01-02-2006
Artikel 40 — Artikel 40 Brom Gevestigde aanspraken op grond van#
Artikel 40 Brom Gevestigde aanspraken op grond van 1 hoofdstuk III van het Besluit rijkssubsidiëring onderhoud monumenten dat besluit Subsidie, verleend op grond van, wordt afgehandeld overeenkomstig. 2 Besluit rijkssubsidiëring onderhoud monumenten De rechten en verplichtingen, die op het tijdstip van de inwerkingtreding van dit besluit krachtens een beschikking op grond van hetgelden, blijven gelden voorzover bij of krachtens dit besluit niet anders is bepaald. 2006 31 31-01-2006 16-01-2006 2006 31 31-01-2006 16-01-2006 01-02-2006
Artikel 41 — Artikel 41 Gefaseerde inwerkingtreding#
Artikel 41 Gefaseerde inwerkingtreding 1 Onze minister wijst bij ministeriële regeling de beschermde monumenten aan waarop, en de kalenderjaren waarin, eigenaren van beschermde monumenten in aanmerking komen voor subsidie. 2 Besluit rijkssubsidiëring onderhoud monumenten Voorzover dit besluit op grond van het eerste lid nog niet van toepassing is, blijft hetvan toepassing. 3 De eigenaar van een beschermd monument waarop dit besluit van toepassing is, komt in aanmerking voor subsidie met ingang van 1 januari van het eerste jaar waarop het instandhoudingsplan van toepassing is. 4 artikelen 8 9 van het Besluit rijkssubsidiëring onderhoud monumenten Besluit rijkssubsidiëring onderhoud monumenten Aanvragen op grond van deenblijven mogelijk tot 1 april van het eerste jaar waarop de eigenaar van een beschermd monument in aanmerking komt voor subsidie, en worden afgehandeld overeenkomstig het. 2006 31 31-01-2006 16-01-2006 2006 31 31-01-2006 16-01-2006 01-02-2006
Artikel 42 — Artikel 42 Vastgestelde budgetten#
Artikel 42 Vastgestelde budgetten 1 Besluit rijkssubsidiëring restauratie monumenten 1997 dat besluit Ten laste van de budgetten die zijn vastgesteld op grond van het, kunnen tot 1 oktober 2006 aanvragen op grond vanworden ingediend. 2 artikel 15 van het Besluit rijkssubsidiëring restauratie monumenten 1997 Aanvragen als bedoeld in het eerste lid, kunnen met inachtneming vantot 1 januari 2007 aan Onze minister worden doorgezonden. 3 Budgetten als bedoeld in het eerste lid ten laste waarvan geen subsidie is verleend na toepassing van het eerste en tweede lid, zijn beschikbaar ten behoeve van de toepassing van dit besluit. 4 Besluit rijkssubsidiëring restauratie monumenten 1997 Aanvragen als bedoeld in het eerste lid, worden afgehandeld overeenkomstig het. 2006 31 31-01-2006 16-01-2006 2006 31 31-01-2006 16-01-2006 01-02-2006
Artikel 43 — Artikel 43 Subsidie voor wegwerken restauratieachterstand#
Artikel 43 Subsidie voor wegwerken restauratieachterstand 1 In dit artikel wordt verstaan onder restauratie: het verrichten van die werkzaamheden, de normale instandhouding te boven gaand, die voor het herstel van een beschermd monument noodzakelijk zijn. 2 artikel 3, eerste lid artikel 4 Onverminderd, kan Onze minister aan een eigenaar als bedoeld insubsidie verstrekken in de kosten ten behoeve van de restauratie van een beschermd monument voorzover de begrotingswetgever daartoe middelen ter beschikking heeft gesteld. 3 Subsidie als bedoeld in dit artikel wordt per beschermd monument op aanvraag verleend. 4 artikel 41 De gefaseerde inwerkingtreding, bedoeld in, geldt niet voor subsidieverlening op grond van dit artikel. 5 Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld met betrekking tot het verstrekken van subsidie op grond van dit artikel. 2006 31 31-01-2006 16-01-2006 2006 31 31-01-2006 16-01-2006 01-02-2006
Artikel 44 — Artikel 44 Brom Wijziging van het#
Artikel 44 Brom Wijziging van het Wijzigt het Besluit rijkssubsidiëring onderhoud monumenten. 2006 31 31-01-2006 16-01-2006 2006 31 31-01-2006 16-01-2006 01-02-2006
Artikel 45 — Artikel 45 Brrm 1997 Brom Besluit buitenwerkingstelling restauratie-behoefteraming Intrekking,en#
Artikel 45 Brrm 1997 Brom Besluit buitenwerkingstelling restauratie-behoefteraming Intrekking,en Besluit rijkssubsidiëring restauratie monumenten 1997 Besluit rijkssubsidiëring onderhoud monumenten Besluit buitenwerkingstelling restauratie-behoefteraming hoofdstuk 5 Het, heten hetworden ingetrokken met inachtneming van. 2006 31 31-01-2006 16-01-2006 2006 31 31-01-2006 16-01-2006 01-02-2006
Artikel 46 — Artikel 46 Evaluatie#
Artikel 46 Evaluatie Onze minister zendt binnen 7 jaar na de inwerkingtreding van dit besluit aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van dit besluit in de praktijk. 2006 31 31-01-2006 16-01-2006 2006 31 31-01-2006 16-01-2006 01-02-2006
Artikel 47 — Artikel 47 Inwerkingtreding#
Artikel 47 Inwerkingtreding Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst. 2006 31 31-01-2006 16-01-2006 2006 31 31-01-2006 16-01-2006 01-02-2006
Artikel 48 — Artikel 48 Citeertitel#
Artikel 48 Citeertitel Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit rijkssubsidiëring instandhouding monumenten. 2006 31 31-01-2006 16-01-2006 2006 31 31-01-2006 16-01-2006 01-02-2006