Besluit van 16 november 2005 tot vaststelling van een algemene maatregel van bestuur ter uitvoering van de Wet financiering sociale verzekeringen en enige andere wetten (Besluit Wfsv)
- BWB-id
- BWBR0019070
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Sociale Zaken en Werkgelegenheid
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2026-04-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0019070
- ELI
- /eli/nl/amvb/2006/besluit-wfsv
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/2006/besluit-wfsv/2026-04-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0019070&g=2026-04-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0019070&z=2026-06-06&g=2026-04-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0019070/2026-04-01
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/2006/besluit-wfsv
Artikel 1.1 — Artikel 1.1 Begripsbepalingen#
Artikel 1.1 Begripsbepalingen In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. Wet financiering sociale verzekeringen Wfsv: de; b. Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering WAO: de; c. Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen Wet WIA: de; d. artikel 95 van de Wfsv sector: een sector als bedoeld in. 2007 279 16-08-2007 09-07-2007 2007 279 16-08-2007 09-07-2007 01-01-2008
Artikel 2.1 — Artikel 2.1 Begripsbepalingen#
Artikel 2.1 Begripsbepalingen In deze paragraaf en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. AWf-premie: artikel 23 van de Wfsv de premie tot dekking van de uitgaven van het Algemeen Werkloosheidsfonds, bedoeld in; b. percentages van de AWf-premie: artikel 27, eerste lid, van de Wfsv de percentages van het loon die op grond vanworden vastgesteld; c. de werkloosheidslasten: artikel 100 van de Wfsv hetgeen op grond vanten laste van het Algemeen Werkloosheidsfonds komt. 2019 236 28-06-2019 24-06-2019 2019 236 28-06-2019 24-06-2019 01-01-2020
Artikel 2.1a — Artikel 2.1a Fondsbelasting overige ziekengeld- en WGA lasten#
Artikel 2.1a Fondsbelasting overige ziekengeld- en WGA lasten Vervallen 2019 236 28-06-2019 24-06-2019 2019 236 28-06-2019 24-06-2019 01-01-2020
Artikel 2.1b — Artikel 2.1b WGA-staartlasten#
Artikel 2.1b WGA-staartlasten Vervallen 2019 236 28-06-2019 24-06-2019 2019 236 28-06-2019 24-06-2019 01-01-2020
Artikel 2.1c — Artikel 2.1c Overgangsbepaling WGA-staartlasten flexibele dienstbetrekkingen#
Artikel 2.1c Overgangsbepaling WGA-staartlasten flexibele dienstbetrekkingen Vervallen 2019 236 28-06-2019 24-06-2019 2019 236 28-06-2019 24-06-2019 01-01-2020
Artikel 2.2 — Artikel 2.2 Wijze van vaststelling percentages van de AWf-premie#
Artikel 2.2 Wijze van vaststelling percentages van de AWf-premie Het hoge percentage van de AWf-premie wordt vijf procentpunten hoger vastgesteld dan het lage percentage. 2019 236 28-06-2019 24-06-2019 2019 236 28-06-2019 24-06-2019 01-01-2020
Artikel 2.2a — Artikel 2.2a Vaststelling sectorpremiepercentage sector uitzendbedrijven#
Artikel 2.2a Vaststelling sectorpremiepercentage sector uitzendbedrijven Vervallen 2019 236 28-06-2019 24-06-2019 2019 236 28-06-2019 24-06-2019 01-01-2020
Artikel 2.3 — Artikel 2.3 Herziening van het lage percentage van de AWf-premie#
Artikel 2.3 Herziening van het lage percentage van de AWf-premie 1 artikel 2.2 artikel 27, derde lid, van de Wfsv Het lage percentage, bedoeld in, wordt herzien voor een reeds verstreken periode voor een werknemer, die niet een werknemer is als bedoeld in: a. van wie de dienstbetrekking uiterlijk twee maanden na aanvang van de dienstbetrekking is geëindigd; b. artikel 38b, vierde lid, van de Wfsv Wet op de loonbelasting 1964 ten aanzien van wie de werkgever meer dan 30% meer verloonde uren als bedoeld inin de loonaangifte over het betreffende kalenderjaar op grond van deheeft verantwoord dan het aantal uren dat als omvang van de te verrichten arbeid is overeengekomen ten aanzien van de dienstbetrekking of dienstbetrekkingen tussen de betreffende werkgever en werknemer. 2 Voor de toepassing van het eerste lid wordt de dienstbetrekking geacht niet te zijn onderbroken indien sprake is van elkaar zonder onderbreking opvolgende arbeidsovereenkomsten. 3 artikel 2.2 Het eerste lid, onderdeel b, is niet van toepassing indien het aantal uren, dat is overeengekomen in arbeidsovereenkomsten die voldoen aan de voorwaarden voor toepassing van het lage premiepercentage, bedoeld in, in het betreffende kalenderjaar gemiddeld meer dan 30 uur per week bedraagt. 4 artikel 2.2 Artikel 2.4a artikel III, onderdeel D, van de Wet arbeidsmarkt in balans Bij een herziening als bedoeld in het eerste lid is het hoge percentage, bedoeld in, met terugwerkende kracht van toepassing op de twaalf maanden voorafgaand aan de beëindiging van de dienstbetrekking, op het kalenderjaar, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, of op de verstreken periode vanaf de aanvang van de dienstbetrekking indien deze minder dan twaalf maanden heeft geduurd., is van overeenkomstige toepassing op de periode waarop met terugwerkende kracht het hoge percentage van toepassing is. Een herziening als bedoeld in het eerste lid vindt niet plaats voor het deel van de periode, dat is gelegen voor de datum van inwerkingtreding van. 5 Bij regeling van Onze Minister kunnen nadere regels worden gesteld over de toepassing van dit artikel. 2024 126 14-05-2024 24-04-2024 2024 126 14-05-2024 24-04-2024 01-01-2025
Artikel 2.3a — Artikel 2.3a Tijdelijke opschorting 30% herzieningssituatie#
Artikel 2.3a Tijdelijke opschorting 30% herzieningssituatie 1 Artikel 2.3, eerste lid, onderdeel b , is niet van toepassing met betrekking tot de kalenderjaren 2020 en 2021. 2 Dit artikel vervalt met ingang van 1 januari 2027. 2021 378 22-07-2021 13-07-2021 2021 378 22-07-2021 13-07-2021 23-07-2021 01-01-2020
Artikel 2.4 — Artikel 2.4 Nadere voorwaarden voor toepassing van het lage percentage van de AWf-premie#
Artikel 2.4 Nadere voorwaarden voor toepassing van het lage percentage van de AWf-premie 1 artikel 27, eerste lid, van de Wfsv artikel 7:626 van het Burgerlijk Wetboek artikel 2.2 Een afschrift van de schriftelijke arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd, bedoeld in, alsmede een schriftelijke of elektronische opgave als bedoeld inwaarin de gegevens, genoemd in artikel 7:626, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek zijn opgenomen, over het tijdvak waarover hij loonaangifte doet, worden door de werkgever in zijn loonadministratie opgenomen indien hij het lage percentage, bedoeld in, toepast. 2 artikel 2.2 artikel 691, tweede lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek Het lage percentage van de AWf-premie, bedoeld in, wordt niet toegepast ten aanzien van werknemers op wier arbeidsovereenkomst een beding als bedoeld invan toepassing is. 3 artikel 2.2 artikel 27, derde lid, onderdeel a, van de Wfsv artikel 691, tweede lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek Het lage percentage van de AWf-premie, bedoeld in, is op grond vanslechts van toepassing indien de overeenkomst, bedoeld in dat onderdeel, is ondertekend door alle betrokken partijen en voorzien is van een dagtekening, en indien op die overeenkomst, dan wel op de daarmee samenhangende arbeidsovereenkomst, niet een beding als bedoeld invan toepassing is 2021 629 20-12-2021 13-12-2021 2021 629 20-12-2021 13-12-2021 01-01-2023
Artikel 2.4a — Artikel 2.4a Toepassing van de AWf-premie per aangiftetijdvak#
Artikel 2.4a Toepassing van de AWf-premie per aangiftetijdvak artikel 2.2 artikel 27, derde lid, onderdeel b, van de Wfsv Het percentage van de AWf-premie, bedoeld in, wordt slechts over een geheel aangiftetijdvak toegepast, waarbij bepalend is of op de eerste dag van dat aangiftetijdvak aan de voorwaarden voor toepassing van het premiepercentage wordt voldaan. In afwijking van de eerste zin is voor de bepaling van het aantal verloonde uren in het aangiftetijdvak, bedoeld inbepalend het aantal verloonde uren gedurende het gehele aangiftetijdvak. 2021 629 20-12-2021 13-12-2021 2021 629 20-12-2021 13-12-2021 01-01-2022
Artikel 2.5 — Artikel 2.5 Algemene begrippen#
Artikel 2.5 Algemene begrippen 1 In deze paragraaf wordt verstaan onder: a. premieplichtig loon: paragraaf 1 van afdeling 1 van hoofdstuk 3 van de Wfsv hoofdstuk 3 van de Wfsv het loon, bedoeld in, waarnaar op grond vanpremies worden geheven; b. kleine werkgever: een werkgever te wiens laste, in het tweede kalenderjaar dat aan het kalenderjaar waarvoor de premie wordt vastgesteld vooraf is gegaan, een premieplichtig loon is gekomen dat gelijk is aan of minder bedraagt dan 25 maal het gemiddelde premieplichtige loon per werknemer in dat kalenderjaar; c. middelgrote werkgever: een werkgever te wiens laste, in het tweede kalenderjaar dat aan het kalenderjaar waarvoor de premie wordt vastgesteld vooraf is gegaan, een premieplichtig loon is gekomen dat meer bedraagt dan 25 maal het gemiddelde premieplichtige loon per werknemer in dat kalenderjaar en dat gelijk is aan of minder bedraagt dan 100 maal het gemiddelde premieplichtige loon per werknemer in dat kalenderjaar; d. grote werkgever: een werkgever te wiens laste, in het tweede kalenderjaar dat aan het kalenderjaar waarvoor de premie wordt vastgesteld vooraf is gegaan, een premieplichtig loon is gekomen dat meer bedraagt dan 100 maal het gemiddelde premieplichtige loon per werknemer in dat kalenderjaar; e. minimumpremie: de gedifferentieerde premie die een werkgever ten minste verschuldigd is; f. maximumpremie: de gedifferentieerde premie die een werkgever ten hoogste verschuldigd is; g. WGA-lasten: artikel 117b, eerste lid, onderdeel a, van de Wfsv de lasten van uitkeringen als bedoeld invoor zover deze uitkeringen ten laste komen van de Werkhervattingskas en uit een dienstbetrekking met een werkgever worden verstrekt of zijn toegekend aan werknemers, die uit de dienstbetrekking waaruit de WGA-uitkering is ontstaan recht hadden op een uitkering op grond van de Ziektewet en de kosten, bedoeld in artikel 117b, vijfde lid, onderdeel c, van de Wfsv in verband met deze uitkeringen, met dien verstande dat de WGA-staartlastuitkeringen en de uitvoeringskosten en andere kosten in verband met deze uitkeringen buiten beschouwing worden gelaten; h. WGA-totaallasten: artikel 117b, eerste lid, onderdeel a, van de Wfsv artikel 40, eerste lid, onderdeel b, van de Wfsv Ziektewet de lasten van uitkeringen als bedoeld in, voor zover deze uitkeringen ten laste komen van de Werkhervattingskas of het Arbeidsongeschiktheidsfonds of ten laste komen van een eigenrisicodrager als bedoeld in, en uit een dienstbetrekking met een werkgever worden verstrekt of zijn toegekend aan werknemers, die uit de dienstbetrekking waaruit de WGA-uitkering is ontstaan recht hadden op een uitkering op grond van deen de kosten, bedoeld in artikel 117b, vijfde lid, onderdeel c, van de Wfsv in verband met deze uitkeringen; i. ZW-lasten: artikel 117b, eerste lid, onderdeel b, van de Wfsv lasten van ziekengeld als bedoeld in, voor zover deze uitkeringen ten laste komen van de Werkhervattingskas en de kosten, bedoeld in artikel 117b, vijfde lid, onderdeel c, van de Wfsv in verband met deze uitkeringen. 2 Het UWV stelt het gemiddelde premieplichtige loon, bedoeld in het eerste lid, onderdelen b, c en d, per werknemer vast. 3 Ziektewet artikel 117b van de Wfsv Bij de vaststelling van premieplichtige loon als bedoeld in het eerste lid worden de via de werkgever betaalde WGA-uitkeringen en uitkeringen op grond van de, die op grond vanten laste van de Werkhervattingskas komen buiten aanmerking gelaten. 4 artikel 95 van de Wfsv Voor de vaststelling van sectorale premiecomponenten behoort de werkgever tot de sector, bedoeld in, in het voor die berekening relevante kalenderjaar, waarbij de werkgever is aangesloten op 1 januari van dat kalenderjaar. 2021 340 14-07-2021 07-07-2021 2021 411 01-09-2021 27-08-2021 01-01-2022
Artikel 2.6 — Artikel 2.6 Vaststelling gedifferentieerde premie Werkhervattingskas#
Artikel 2.6 Vaststelling gedifferentieerde premie Werkhervattingskas 1 De gedifferentieerde premie die een werkgever verschuldigd is, is de som van twee afzonderlijk bekend te maken gedifferentieerde premiecomponenten, die worden berekend voor de WGA-lasten en de ZW-lasten. 2 Bij de vaststelling van de premie wordt een onderscheid gemaakt naar kleine, middelgrote en grote werkgevers. 3 artikel 95 van de Wfsv De gedifferentieerde premie voor de kleine werkgevers is de som van de sectorale premiecomponenten op basis van de WGA-lasten en de ZW-lasten van uitkeringen die zijn toegekend aan werknemers die in dienstbetrekking stonden met werkgevers die behoren tot een sector als bedoeld in. 4 De gedifferentieerde premie voor grote werkgevers is de som van de individuele premiecomponenten, die voor de WGA-lasten en de ZW-lasten afzonderlijk worden berekend, op basis van een per soort last vast te stellen gemiddeld percentage vermeerderd of verminderd met een opslag of korting op grond van een individueel werkgeversrisicopercentage, waarop een correctie wordt toegepast. 5 Bij de berekening van de gedifferentieerde premie voor de middelgrote werkgever wordt een gewogen gemiddelde toegepast van de sectorale en individuele premies volgens de formule: waarbij: – loonsomwgr staat voor: het totaal van het premieplichtige loon van de middelgrote werkgever in het jaar twee kalenderjaren voorafgaand aan het jaar waar de premie betrekking op heeft; – loonsomlaag staat voor: 25 maal het gemiddelde premieplichtige loon per werknemer; – loonsomhoog staat voor: 100 maal het gemiddelde premieplichtige loon per werknemer; – sectoraal %: de desbetreffende sectorale premie van de sector waartoe de werkgever behoort; – individueel %: de desbetreffende individuele premie van de werkgever als bedoeld in het vierde lid. 6 Voor de op grond van het vierde lid berekende gedifferentieerde premie geldt per premiecomponent een minimumpremie, die een vierde van het gemiddelde percentage behorend bij de desbetreffende lasten bedraagt en een maximumpremie die vier maal dat gemiddelde percentage bedraagt. 7 Alle percentages in de sommen die leiden tot de vaststelling van de gedifferentieerde premie worden naar beneden afgerond op twee cijfers achter de komma. 8 Bij ministeriële regeling kan worden bepaald, dat de maximumpremie voor werkgevers in bepaalde sectoren kan worden verhoogd indien de omvang van de WGA-lasten of de ZW-lasten daartoe aanleiding geeft. 2021 340 14-07-2021 07-07-2021 2021 411 01-09-2021 27-08-2021 01-01-2022
Artikel 2.7 — Artikel 2.7 Gedifferentieerde premie eigenrisicodrager#
Artikel 2.7 Gedifferentieerde premie eigenrisicodrager 1 artikel 40, eerste lid, onderdeel a, van de Wfsv Indien een werkgever eigenrisicodrager is als bedoeld inwordt de premiecomponent berekend op basis van de ZW-lasten op nul vastgesteld. 2 artikel 40, eerste lid, onderdeel b Indien een werkgever eigenrisicodrager is als bedoeld in, wordt de premiecomponent berekend op basis van de WGA-lasten op nul vastgesteld. 2016 223 17-06-2016 08-06-2016 2016 223 17-06-2016 08-06-2016 01-01-2017
Artikel 2.8 — Artikel 2.8 Gemiddelde percentages#
Artikel 2.8 Gemiddelde percentages 1 artikel 38, tweede lid, van de Wfsv artikel 117b van de Wfsv artikel 117a, onderdelen b en c, van de Wfsv artikel 38a, eerste lid, van de Wfsv artikel 40, eerste lid, onderdeel b, van de Wfsv Het gemiddelde percentage, bedoeld in, voor de berekening van de premiecomponent WGA-lasten wordt vastgesteld door het totaalbedrag van de WGA-lasten in het kalenderjaar waarvoor de premie wordt vastgesteld, dat naar verwachting op grond vanten laste komt van de Werkhervattingskas, verminderd met hetgeen op grond vanin het kalenderjaar waarvoor de premie wordt vastgesteld naar verwachting ten gunste komt van de Werkhervattingkas, te vermenigvuldigen met honderd en de uitkomst van deze berekening te delen door het totaalbedrag van het over het kalenderjaar waarvoor de premie wordt vastgesteld verwachte premieplichtige loon van de middelgrote en grote werkgevers en de naar verwachting in dat jaar te betalen uitkeringen, bedoeld in, die naar verwachting aan middelgrote en grote werkgevers toe te rekenen zijn. Het gemiddelde percentage wordt vermeerderd of verminderd met een percentage ter compensatie van het naar verwachting over het kalenderjaar waarvoor de premie wordt vastgesteld optredende verschil tussen enerzijds de premie-inkomsten die worden verkregen indien de gedifferentieerde premie, bedoeld in artikel 38 van de Wfsv, wordt gebaseerd op het gemiddelde percentage, zoals deze op grond van de eerste zin wordt vastgesteld, en anderzijds het totaalbedrag van de lasten dat naar verwachting in het kalenderjaar waarvoor de premie wordt vastgesteld op grond van artikel 117b van de Wfsv ten laste van de Werkhervattingskas komt, verminderd met de gelden die op grond van artikel 117a, onderdelen b en c, van die wet naar verwachting ten gunste van de Werkhervattingskas komen. Onder uitkeringen als bedoeld in de eerste zin worden niet verstaan de WGA-uitkeringen en overlijdensuitkeringen, bedoeld in artikel 117b, eerste lid, onderdeel a, van de Wfsv, waarvan het risico van de betaling wordt gedragen door een werkgever als bedoeld in. 2 artikel 38a, eerste lid, van de Wfsv artikel 117a, onderdelen b en c, van de Wfsv Het verwachte premieplichtige loon van middelgrote werkgevers, de naar verwachting in dat jaar te betalen uitkeringen, bedoeld in, het totaalbedrag van de WGA-lasten en hetgeen op grond vanin mindering op de WGA-lasten wordt gebracht, bedoeld in het eerste lid, wordt per werkgever volgens de volgende berekening in aanmerking genomen voor de berekening van het gemiddelde percentage, bedoeld in het eerste lid: wgr laag hoog laag (loonsom– loonsom) / (loonsom– loonsom) waarbij: – wgr loonsomstaat voor: het totaal van het premieplichtige loon van de middelgrote werkgever in het tweede kalenderjaar voorafgaande aan het jaar waar de premie betrekking op heeft; – laag loonsomstaat voor: 25 maal het gemiddelde premieplichtige loon per werknemer; – hoog loonsomstaat voor: 100 maal het gemiddelde premieplichtige loon per werknemer. 3 artikel 38, tweede lid, van de Wfsv artikel 117b van de Wfsv artikel 117a, onderdeel c, van de Wfsv artikel 38a, eerste lid, van de Wfsv Ziektewet artikel 40, eerste lid, onderdeel a, van de Wfsv Het gemiddelde percentage, bedoeld in, voor de berekening van de premiecomponent ZW- lasten wordt vastgesteld door het totaalbedrag van de ZW-lasten in het kalenderjaar waarvoor de premie wordt vastgesteld, naar verwachting op grond vanten laste komt van de Werkhervattingskas verminderd met hetgeen op grond vanin het kalenderjaar waarvoor de premie wordt vastgesteld naar verwachting ten gunste komt van de Werkhervattingkas, te vermenigvuldigen met honderd en de uitkomst van deze berekening te delen door het totaalbedrag van het over het kalenderjaar waarvoor de premie wordt vastgesteld verwachte premieplichtige loon van de middelgrote en grote werkgevers en de naar verwachting in dat jaar te betalen uitkeringen, bedoeld in, die aan die werkgevers toe te rekenen zijn. Het gemiddelde percentage wordt vermeerderd of verminderd met een percentage ter compensatie van het naar verwachting over het kalenderjaar waarvoor de premie wordt vastgesteld optredende verschil tussen enerzijds de premie-inkomsten die worden verkregen indien de gedifferentieerde premie, bedoeld in artikel 38 van de Wfsv, wordt gebaseerd op het gemiddelde percentage, zoals deze op grond van de eerste zin worden vastgesteld, en anderzijds het totaalbedrag van de lasten dat naar verwachting in het kalenderjaar waarvoor de premie wordt vastgesteld op grond van artikel 117b van de Wfsv ten laste van de Werkhervattingskas komt, verminderd met de gelden die op grond van artikel 117a, onderdelen b en c, van die wet naar verwachting ten gunste van de Werkhervattingskas komen. Onder uitkeringen als bedoeld in de eerste zin worden niet verstaan de uitkeringen en de overlijdensuitkeringen op grond van dewaarvan het risico van de betaling wordt gedragen door een werkgever als bedoeld in. 4 artikel 38a, eerste lid, van de Wfsv artikel 117a, onderdelen b en c, van de Wfsv Het verwachte premieplichtige loon van middelgrote werkgevers, de naar verwachting in dat jaar te betalen uitkeringen, bedoeld in, het totaalbedrag van de ZW-lasten en hetgeen op grond vanin mindering op de ZW-lasten wordt gebracht, bedoeld in het derde lid, wordt per werkgever volgens de volgende berekening in aanmerking genomen voor de berekening van het gemiddelde percentage, bedoeld in het derde lid: wgr laag hoog laag (loonsom– loonsom) / (loonsom– loonsom) waarbij: – wgr loonsomstaat voor: het totaal van het premieplichtige loon van de middelgrote werkgever in het tweede kalenderjaar voorafgaande aan het jaar waar de premie betrekking op heeft; – laag loonsomstaat voor: 25 maal het gemiddelde premieplichtige loon per werknemer; – hoog loonsomstaat voor: 100 maal het gemiddelde premieplichtige loon per werknemer. 2021 340 14-07-2021 07-07-2021 2021 411 01-09-2021 27-08-2021 01-01-2022
Artikel 2.9 — Artikel 2.9 Vervangende premie#
Artikel 2.9 Vervangende premie 1 artikel 38a van de Wfsv Wet sociale werkvoorziening artikel 2.8 De gedifferentieerde premie over de uitkeringen, bedoeld in, en over het loon uit een dienstbetrekking op grond van dewordt bepaald op de som van de percentages berekend met toepassing van. 2 Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld voor het eerste lid. 2019 166 01-05-2019 17-04-2019 2019 166 01-05-2019 17-04-2019 01-01-2020
Artikel 2.10 — Artikel 2.10 Sectorale premies#
Artikel 2.10 Sectorale premies 1 artikel 2.8 artikel 95 van de Wfsv artikel 40, eerste lid, onderdeel b, van de Wfsv De sectorale premiecomponenten worden vastgesteld met toepassing vanwaarbij voor de WGA-lasten en ZW-lasten wordt uitgegaan van de desbetreffende uitkeringen, die worden toegekend aan werknemers van werkgevers in die sector, bedoeld in, en van het totaalbedrag van het premieplichtige loon van alle werkgevers, die tot die sector behoren. Voor de bepaling van de premiecomponent WGA-lasten wordt daarbij buiten aanmerking gelaten het premieplichtige loon van de werkgevers, die eigenrisicodrager zijn als bedoeld in, en van de grote werkgevers en de desbetreffende uitkeringen van de werknemers van deze werkgevers. Voor de bepaling van de premiecomponent ZW-lasten wordt daarbij buiten aanmerking gelaten het premieplichtig loon van de werkgevers, die eigenrisicodrager zijn als bedoeld in artikel 40, eerste lid, onderdeel a, van de Wfsv, en van de grote werkgevers en de desbetreffende uitkeringen toegekend aan de werknemers van deze werkgevers. 2 Voor de bepaling van de premiecomponenten, bedoeld in het eerste lid, wordt het premieplichtig loon van de middelgrote werkgevers en de desbetreffende uitkeringen toegekend aan de werknemers van deze werkgevers per middelgrote werkgever volgens de volgende berekening buiten aanmerking gehouden: wgr laag hoog laag (loonsom– loonsom) / (loonsom– loonsom) waarbij: – wgr loonsomstaat voor: het totaal van het premieplichtige loon van de middelgrote werkgever in het tweede kalenderjaar voorafgaande aan het jaar waar de premie betrekking op heeft; – laag loonsomstaat voor: 25 maal het gemiddelde premieplichtige loon per werknemer; – hoog loonsomstaat voor: 100 maal het gemiddelde premieplichtige loon per werknemer. 3 Het UWV stelt het sectorale premiepercentage met toepassing van het eerste en tweede lid vast. 4 Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld voor de bepaling van de sectoren voor de toepassing van het eerste, tweede en derde lid. 2021 340 14-07-2021 07-07-2021 2021 411 01-09-2021 27-08-2021 01-01-2022
Artikel 2.11 — Artikel 2.11 Opslag of korting WGA-lasten#
Artikel 2.11 Opslag of korting WGA-lasten 1 De opslag of korting WGA-lasten is gelijk aan het individuele werkgeversrisicopercentage, bedoeld in het tweede lid, verminderd met het gemiddelde werkgeversrisicopercentage, bedoeld in het derde lid, gerelateerd aan deze lasten. 2 Het individuele werkgeversrisicopercentage wordt verkregen door de uitkeringen van de aan de werkgever toe te rekenen WGA-totaallasten die in het tweede kalenderjaar vóór het kalenderjaar waarvoor de premie wordt vastgesteld zijn betaald te vermenigvuldigen met honderd en de uitkomst van deze berekening te delen door het ten laste van die werkgever komende gemiddelde premieplichtige loon per jaar, berekend over het tijdvak van vijf kalenderjaren, eindigend één jaar voor aanvang van het kalenderjaar waarvoor de premie wordt vastgesteld. 3 Het gemiddelde werkgeversrisicopercentage wordt verkregen door het totaalbedrag aan uitkeringen van de aan middelgrote en grote werkgevers toe te rekenen WGA-lasten, die in het tweede kalenderjaar vóór het kalenderjaar waarvoor de premie wordt vastgesteld zijn betaald, te vermenigvuldigen met honderd en de uitkomst van deze berekening te delen door het totale gemiddelde premieplichtige loon van die werkgevers, berekend over het tijdvak van vijf kalenderjaren, eindigend in het tweede kalenderjaar voor het kalenderjaar waarvoor de premie wordt vastgesteld. 4 Voor de berekening, bedoeld in het derde lid, wordt per middelgrote werkgever de toe te rekenen lasten en het totale premieplichtige loon vermenigvuldigd met de uitkomst van: wgr laag hoog laag (loonsom– loonsom) / (loonsom– loonsom) waarbij: – wgr loonsomstaat voor: het totaal van het premieplichtige loon van de middelgrote werkgever in het tweede kalenderjaar voorafgaande aan het jaar waar de premie betrekking op heeft; – laag loonsomstaat voor: 25 maal het gemiddelde premieplichtige loon per werknemer; – hoog loonsomstaat voor: 100 maal het gemiddelde premieplichtige loon per werknemer. 5 Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen Indien een WGA-uitkering wordt toegekend direct aansluitend op een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van dewordt de duur van die uitkering in mindering gebracht op de periode dat de WGA-uitkering wordt toegerekend als bedoeld in het tweede lid. 6 De WGA-uitkeringen, bedoeld in dit artikel, betreffen de WGA-uitkeringen die zijn toegekend: a. artikel 19 van de Ziektewet artikel 46 van de Ziektewet artikel 23 van Wet WIA aan de werknemers die op de eerste dag van de ongeschiktheid tot het verrichten van hun arbeid als bedoeld intot de werkgever in dienstbetrekking stonden dan wel arbeidsongeschikt zijn geworden nadat de dienstbetrekking met de werkgever is beëindigd envan toepassing is en ter zake van die ongeschiktheid de wachttijd, bedoeld in, hebben doorgemaakt; b. artikel 55 van de Wet WIA artikel 43, onderdeel b, van die wet aan de werknemer, bedoeld in onderdeel a, van wie het recht op een WGA-uitkering op grond vanlater dan op de eerste dag na afloop van de wachttijd of indien op die dag de uitsluitingsgrond, bedoeld invan toepassing is, op de dag dat zich die uitsluitingsgrond niet meer voordoet, is ontstaan; c. artikel 57 van de Wet WIA aan de werknemer, bedoeld in onderdeel a, van wie het recht op een WGA-uitkering op grond vanis herleefd. 7 artikel 5 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen Indien de werknemer bij het intreden van de gedeeltelijke arbeidsgeschiktheid, bedoeld in, bij meer dan één werkgever in dienstbetrekking stond, wordt voor de toepassing van het tweede lid de WGA-uitkering naar rato van de loonsom toegerekend aan die werkgevers. De WGA-uitkering wordt niet toegerekend aan de werkgever bij wie de werknemer met behoud van hetzelfde loon arbeid is blijven verrichten. 8 artikel 2.8, eerste lid De op grond van dit artikel berekende opslagen of kortingen worden vermenigvuldigd met een breuk, waarvan de teller wordt gevormd door driekwart van het gemiddelde percentage, bedoeld in, en de noemer door het gemiddelde werkgeversrisicopercentage, bedoeld in het derde lid. Indien de berekening op grond van de vorige zin leidt tot een uitkomst groter dan twee wordt deze breuk vastgesteld op twee. 2021 340 14-07-2021 07-07-2021 2021 411 01-09-2021 27-08-2021 01-01-2022
Artikel 2.12 — Artikel 2.12 Opslag of korting WGA-lasten flexibele dienstbetrekkingen#
Artikel 2.12 Opslag of korting WGA-lasten flexibele dienstbetrekkingen Vervallen 2016 223 17-06-2016 08-06-2016 2016 223 17-06-2016 08-06-2016 01-01-2017
Artikel 2.13 — Artikel 2.13 Opslag of korting ZW-lasten#
Artikel 2.13 Opslag of korting ZW-lasten 1 De opslag of korting ZW-lasten is gelijk aan het individuele werkgeversrisicopercentage, bedoeld in het tweede lid, verminderd met het gemiddelde werkgeversrisicopercentage, bedoeld in het derde lid, gerelateerd aan deze lasten. 2 Het individuele werkgeversrisicopercentage wordt verkregen door de uitkeringen van de aan de werkgever toe te rekenen ZW-lasten die in het tweede kalenderjaar vóór het kalenderjaar waarvoor de premie wordt vastgesteld zijn betaald te vermenigvuldigen met honderd en de uitkomst van deze berekening te delen door het ten laste van die werkgever komende gemiddelde premieplichtige loon per jaar, berekend over het tijdvak van vijf kalenderjaren, eindigend één jaar voor aanvang van het kalenderjaar waarvoor de premie wordt vastgesteld. 3 Het gemiddelde werkgeversrisicopercentage wordt verkregen door het totaalbedrag aan uitkeringen van de aan middelgrote en grote werkgevers toe te rekenen ZW-lasten, die in het tweede kalenderjaar vóór het kalenderjaar waarvoor de premie wordt vastgesteld zijn betaald, te vermenigvuldigen met honderd en de uitkomst van deze berekening te delen door het totale gemiddelde premieplichtige loon van die werkgevers, berekend over het tijdvak van vijf kalenderjaren, eindigend in het tweede kalenderjaar voor het kalenderjaar waarvoor de premie wordt vastgesteld. 4 Voor de berekening, bedoeld in het derde lid, wordt per middelgrote werkgever de toe te rekenen lasten en het totale premieplichtige loon vermenigvuldigd met de uitkomst van: wgr laag hoog laag (loonsom– loonsom) / (loonsom– loonsom) waarbij: – wgr loonsomstaat voor: het totaal van het premieplichtige loon van de middelgrote werkgever in het tweede kalenderjaar voorafgaande aan het jaar waar de premie betrekking op heeft; – laag loonsomstaat voor: 25 maal het gemiddelde premieplichtige loon per werknemer; – hoog loonsomstaat voor: 100 maal het gemiddelde premieplichtige loon per werknemer. 5 Ziektewet De uitkeringen, bedoeld in dit artikel, betreffen de uitkeringen op grond van dedie zijn toegekend: a. artikel 19 van de Ziektewet artikel 46 van de Ziektewet aan de werknemers die op de eerste dag van de ongeschiktheid tot het verrichten van hun arbeid als bedoeld intot de werkgever in dienstbetrekking stonden dan wel arbeidsongeschikt zijn geworden nadat de dienstbetrekking met de werkgever is beëindigd envan toepassing is; b. artikelen 19a 19b 19c van de Ziektewet aan de werknemer, bedoeld in onderdeel a, van wie het recht op een uitkering op grond van,ofis geëindigd dan wel niet is ingegaan, die aanspraak heeft op heropening dan wel recht heeft op ziekengeld. 6 artikel 2.8, eerste lid De op grond van dit artikel berekende opslagen of kortingen worden vermenigvuldigd met een breuk, waarvan de teller wordt gevormd door driekwart van het gemiddelde percentage, bedoeld in, en de noemer door het gemiddelde werkgeversrisicopercentage, bedoeld in het derde lid. Indien de berekening op grond van de vorige zin leidt tot een uitkomst groter dan twee wordt deze breuk vastgesteld op twee. 2021 340 14-07-2021 07-07-2021 2021 411 01-09-2021 27-08-2021 01-01-2022
Artikel 2.14 — Artikel 2.14 Premieplichtig loon uitkeringsinstellingen#
Artikel 2.14 Premieplichtig loon uitkeringsinstellingen artikel 2.11, tweede lid artikel 2.13, tweede lid Bij de bepaling van het gemiddelde premieplichtig loon, bedoeld in, en, blijft buiten aanmerking: 1° loon uit vroegere dienstbetrekking indien de werkgever als inhoudingsplichtige in meer dan bijkomstige mate loon uit vroegere dienstbetrekking verstrekt; 2° artikel, 6, eerste lid, onderdeel c, van de Wet op de loonbelasting 1964 Wet op de loonbelasting 1964 loon ter zake waarvan de werkgever uitsluitend ingevolgeinhoudingsplichtige is voor de toepassing van de. 2016 223 17-06-2016 08-06-2016 2016 223 17-06-2016 08-06-2016 01-01-2017
Artikel 2.15 — Artikel 2.15 Opslag en korting bij overgang van onderneming#
Artikel 2.15 Opslag en korting bij overgang van onderneming 1 artikel 662 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek In geval van overgang van een onderneming in de zin van, alsmede in geval van een dergelijke overgang bij faillissement: a. artikelen 2.11 2.13 artikel 46 van Ziektewet worden bij de toepassing van deende WGA-uitkeringen, bedoeld in artikel 2.11, tweede en derde lid, en de ZW-uitkeringen, bedoeld in artikel 2.13, tweede en derde lid, die zijn of worden toegekend aan de werknemer die op de eerste dag van de ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid in dienstbetrekking stond tot de werkgever die de onderneming heeft overgedragen dan wel arbeidsongeschikt is geworden nadat de dienstbetrekking met de werkgever is beëindigd envan toepassing is, toegerekend aan de werkgever die de onderneming verkrijgt; b. artikelen 2.11 2.13 wordt bij de toepassing van deenhet ten laste van de werkgever die de onderneming heeft overgedragen, gekomen premieplichtig loon in enig kalenderjaar telkens opgeteld bij het premieplichtig loon van de werkgever die de onderneming verkrijgt in dat kalenderjaar, voordat het gemiddelde premieplichtig loon van laatstgenoemde werkgever wordt berekend. 2 Indien slechts een deel van de onderneming overgaat, vindt het eerste lid toepassing naar rato van het deel van het totaalbedrag van premieplichtig loon in het overgegane deel van de onderneming van het totaalbedrag van premieplichtig loon in de gehele onderneming in het jaar voorafgaande aan dat van overgang. 3 Tenzij de overgang plaatsvindt op 1 januari van het kalenderjaar vindt voor de werkgever die reeds de hoedanigheid van werkgever had voor het moment van overgang van de onderneming de toerekening, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, en de optelling, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, eerst plaats met ingang van het kalenderjaar volgend op het kalenderjaar waarin de onderneming of een deel van de onderneming is overgedragen. 2016 223 17-06-2016 08-06-2016 2016 223 17-06-2016 08-06-2016 01-01-2017
Artikel 2.16 — Artikel 2.16 Niet gedurende gehele berekeningstijdvak werkgever#
Artikel 2.16 Niet gedurende gehele berekeningstijdvak werkgever artikel 2.15 artikelen 2.11, tweede lid 2.13, tweede lid Indien een werkgever, zonder dat er sprake is van een overgang van een onderneming als bedoeld inin een of meer van de kalenderjaren van het tijdvak, bedoeld in de, en, niet de hoedanigheid van werkgever had, wordt bij de berekening van het individuele werkgeversrisicopercentage, bedoeld in de artikelen 2.11, tweede lid, en 2.13, tweede lid, het ten laste van die werkgever komende gemiddelde premieplichtige loon per jaar berekend over het aantal kalenderjaren in het tijdvak, bedoeld in de artikelen 2.11, tweede lid, en 2.13, tweede lid, waarin de werkgever de hoedanigheid van werkgever had, waarna het verkregen percentage wordt vermenigvuldigd met een breuk, waarvan de teller wordt gevormd door het gemiddelde werkgeversrisicopercentage, bedoeld in de artikelen 2.11, derde lid, en 2.13, derde lid, en de noemer door het gemiddelde werkgeversrisicopercentage, berekend over de kalenderjaren in het tijdvak, bedoeld in de artikelen 2.11, tweede lid, en 2.13, tweede lid, waarin de werkgever de hoedanigheid van werkgever had. 2016 223 17-06-2016 08-06-2016 2016 223 17-06-2016 08-06-2016 01-01-2017
Artikel 2.17 — Artikel 2.17 Premiepercentage startende werkgever#
Artikel 2.17 Premiepercentage startende werkgever 1 artikel 2.6, tweede lid artikel 2.15, eerste lid In afwijking van, wordt voor de werkgever die, zonder dat er sprake is van een overgang van een onderneming als bedoeld in, de hoedanigheid van werkgever heeft gekregen in het kalenderjaar waarvoor de premie wordt vastgesteld of in het kalenderjaar onmiddellijk voorafgaand aan dat kalenderjaar, de gedifferentieerde premie berekend overeenkomstig de premie voor kleine werkgevers op grond van artikel 2.6, derde lid. 2 artikel 2.15, eerste lid Voor een werkgever die, zonder dat er sprake is van een overgang van een onderneming als bedoeld in, de hoedanigheid van werkgever heeft gekregen in het tweede kalenderjaar voorafgaand aan het kalenderjaar waarvoor de premie wordt vastgesteld: a. artikel 2.6, derde lid wordt, indien er sprake is van een kleine werkgever, de gedifferentieerde premie berekend met toepassing van; b. artikel 2.6, vierde lid artikel 2.8 is, indien er sprake is van een grote werkgever, de gedifferentieerde premie in afwijking van, gelijk aan de som van de gemiddelde percentages voor de WGA-lasten en de ZW-lasten, bedoeld in; of c. artikel 2.6, vijfde lid artikel 2.8 wordt, indien er sprake is van een middelgrote werkgever, de gedifferentieerde premie berekend overeenkomstig, met dien verstande dat in plaats van het individuele percentage, bedoeld in dat lid, het gemiddelde percentage voor de WGA-lasten en de ZW-lasten, bedoeld in, van toepassing is. 3 artikel 40, negende lid, van de Wfsv Van de startende werkgever, bedoeld in, wordt in afwachting van de beslissing op de aanvraag om zelf het risico te dragen, bedoeld in artikel 40, eerste lid, onderdeel a of onderdeel b, van de Wfsv met ingang van het tijdstip waarop hij aanvangt werkgever te zijn, in afwijking van het eerste lid de sectorale premiecomponent op basis van de ZW-lasten respectievelijk de sectorale premiecomponent op basis van de WGA-lasten op nul gesteld. 2019 166 01-05-2019 17-04-2019 2019 166 01-05-2019 17-04-2019 01-01-2020 2019 380 05-11-2019 24-10-2019 2019 380 05-11-2019 24-10-2019 01-01-2020
Artikel 2.17a — Artikel 2.17a Premiepercentage terugkerende werkgever ZW#
Artikel 2.17a Premiepercentage terugkerende werkgever ZW 1 artikel 40, eerste lid, onderdeel a, van de Wfsv artikel 2.6, vierde lid artikel 2.10, derde lid Indien voor een grote of een middelgrote werkgever het eigenrisicodragen, bedoeld in, eindigt of wordt beëindigd, wordt in afwijking van, onderscheidenlijk 2.6, vijfde lid, in verbinding met artikel 2.6, vierde lid, het individuele percentage van de premiecomponent van de ZW-lasten in het kalenderjaar van het einde van het eigenrisicodragen vastgesteld op het sectorale premiepercentage, bedoeld in. 2 artikel 2.6, vierde lid Indien het individuele percentage van de premiecomponent van de ZW-lasten, bedoeld in, of in artikel 2.6, vijfde lid, in verbinding met artikel 2.6, vierde lid, hoger is dan de uitkomst van het eerste lid, wordt in het kalenderjaar van het einde van het eigenrisicodragen de gedifferentieerde premie voor de ZW-lasten, in afwijking van het eerste lid, vastgesteld op grond van artikel 2.6, vierde lid, of artikel 2.6, vijfde lid. 3 De gedifferentieerde premie voor de ZW-lasten in het kalenderjaar volgend op het kalenderjaar van het einde van het eigenrisicodragen wordt voor de werkgever, bedoeld in het eerste lid, vastgesteld met overeenkomstige toepassing van het eerste en tweede lid. 2021 457 08-10-2021 21-09-2021 2021 457 08-10-2021 21-09-2021 01-01-2024
Artikel 2.17b — Artikel 2.17b Premieberekening WGA voor werkgevers die uiterlijk 1 juli 2015 publiek verzekerd waren#
Artikel 2.17b Premieberekening WGA voor werkgevers die uiterlijk 1 juli 2015 publiek verzekerd waren artikel 2.11, tweede lid artikel 40, aanhef en eerste lid, onderdeel b In afwijking van, wordt voor een grote of middelgrote werkgever die uiterlijk op 1 juli 2015 publiek verzekerd was tot het moment dat aan hem op grond van, toestemming is verleend om zelf het risico te dragen van betaling van het daarvoor in aanmerking komende deel van de WGA-uitkering het individuele werkgeversrisicopercentage verkregen door de uitkeringen van de aan de werkgever toe te rekenen WGA-lasten, die in het tweede kalenderjaar vóór het kalenderjaar waarvoor de premie wordt vastgesteld zijn betaald, te vermenigvuldigen met honderd en de uitkomst van deze berekening te delen door het ten laste van die werkgever komende gemiddelde premieplichtige loon per jaar, berekend over het tijdvak van vijf kalenderjaren, eindigend één jaar voor aanvang van het kalenderjaar waarvoor de premie wordt vastgesteld. 2016 223 17-06-2016 08-06-2016 2016 223 17-06-2016 08-06-2016 01-01-2017
Artikel 2.18 — Artikel 2.18 Opslag en korting bij te veel betaalde uitkering en regres#
Artikel 2.18 Opslag en korting bij te veel betaalde uitkering en regres 1 artikel 2.11, tweede lid 2.13, tweede lid Ziektewet Indien blijkt dat een WGA-uitkering als bedoeld in, of een uitkering op grond van degeheel of ten dele ten onrechte is toegekend, worden bij de berekening van het individuele werkgeversrisicopercentage, bedoeld in de artikelen 2.11, tweede lid, en, in het kalenderjaar waarin het besluit tot toekenning van de WGA-uitkering of de uitkering op grond van de Ziektewet wordt ingetrokken of herzien, de aan de werkgever toe te rekenen WGA-totaallasten, bedoeld in artikel 2.11, tweede lid, onderscheidenlijk de aan de werkgever toe te rekenen ZW-lasten, bedoeld in artikel 2.13, tweede lid, verminderd met een bedrag dat gelijk is aan het bedrag van de te veel betaalde WGA-uitkering of uitkering op grond van de Ziektewet. 2 artikel 107a, tweede lid, van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek artikel 2.11, tweede lid Indien een werkgever recht heeft op een schadevergoeding als bedoeld indan wel een schadevergoeding op grond van een wettelijke regeling die daarmee naar aard en strekking overeenkomt, worden, op verzoek van de werkgever, bij de berekening van het individuele werkgeversrisicopercentage, bedoeld in, met ingang van het kalenderjaar waarin de schadevergoeding is vastgesteld, gedurende een tijdvak van tien jaren, de aan de werkgever toe te rekenen WGA-totaallasten, bedoeld in artikel 2.11, tweede lid, verminderd met een compensatiebedrag. 3 Het compensatiebedrag, bedoeld in het tweede lid, wordt vastgesteld door het bedrag van de WGA-uitkering aan de betrokken werknemer jaarlijks gedurende tien jaar te vermenigvuldigen met het getal dat is verkregen door het bedrag van de schadevergoeding, bedoeld in het tweede lid, te delen door het loon over een tijdvak van 104 weken. Het getal, bedoeld in de eerste zin, bedraagt niet meer dan 1. 4 artikel 52a van de Ziektewet Ziektewet artikelen 2.11, tweede lid 2.13, tweede lid Indien naar het oordeel van het UWV voldoende mogelijkheden bestaan om de lasten, bedoeld in, of een substantieel deel daarvan, op een derde te verhalen, worden bij de berekening van het individuele werkgeversrisicopercentage, bedoeld in de, en, de aan de werkgever toe te rekenen WGA-totaallasten, bedoeld in artikel 2.11, tweede lid, of de ZW-lasten, bedoeld in artikel 2.13, tweede lid, verminderd met het bedrag van de WGA-uitkering onderscheidenlijk de uitkering op grond van dedat is uitgekeerd aan de betrokken werknemer, voor zover deze uitkeringen uit een dienstbetrekking met die werkgever worden verstrekt of zijn toegekend aan een werknemer, die uit de dienstbetrekking waaruit de WGA-uitkering is ontstaan recht had op een uitkering op grond van de Ziektewet. 5 artikel 2.6, zesde lid Bij de toepassing van dit artikel is een minimumpremie als bedoeld in, niet van toepassing. 2021 457 08-10-2021 21-09-2021 2021 457 08-10-2021 21-09-2021 09-10-2021
Artikel 2.19 — Artikel 2.19 Begripsbepalingen#
Artikel 2.19 Begripsbepalingen In deze paragraaf en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. artikel 26 van de Wfsv artikel 23 van de Wfsv artikel 27, tweede lid, van de Wfsv de verzekerde loonsom: het totaalbedrag van het loon, bedoeld in, waarover het UWV in een kalenderjaar de premie, bedoeld in, ontvangt, met uitzondering van de uitkeringen en de toeslag waaropvan toepassing is; b. artikel 117b, eerste lid, onderdeel b, van de Wfsv artikel 29, tweede lid, onderdeel a, b of c artikel 35 van de Ziektewet artikel 40, eerste lid, onderdeel a, van de Wfsv artikel 63b, eerste lid, van de Ziektewet overige ziekengeldlasten: de lasten van ziekengeld als bedoeld in, toegekend voor 1 januari 2012, of de lasten van ziekengeld als bedoeld in, en de overlijdensuitkering, bedoeld in, toegekend vanaf 1 januari 2012 aan werknemers die op de eerste dag van ongeschiktheid tot werken in dienstbetrekking stonden van eigenrisicodragers als bedoeld in, en voor de betaling van de uitkering de eigenrisicodrager op grond vanniet het risico draagt, en de uitvoeringskosten en andere kosten in verband met deze uitkeringen; c. artikel 117b, eerste lid, onderdeel a, van de Wfsv artikel 29, tweede lid, onderdeel a, b en c, van de Ziektewet overige WGA-lasten: WGA-uitkeringen als bedoeld indie vóór 1 januari 2012 zijn toegekend aan werknemers, die uit de dienstbetrekking waaruit de WGA-uitkering is ontstaan recht hadden op een uitkering op grond van, en de uitvoeringskosten en andere kosten in verband met deze uitkeringen; d. artikel 117b, derde lid, onderdeel h, van de Wfsv artikel 40, eerste lid, onderdeel b, van de Wfsv WGA-staartlasten: door het UWV te betalen WGA-uitkeringen als bedoeld in, aan werknemers, die op de eerste dag van ongeschiktheid tot werken in een dienstbetrekking stonden van een eigenrisicodrager als bedoeld indie uiterlijk op 1 juli 2015 eigenrisicodrager is geworden waarbij die eerste dag is gelegen vóór de dag van ingang van het eigenrisicodragen en de uitvoeringskosten en andere kosten in verband met deze uitkeringen. 2019 236 28-06-2019 24-06-2019 2019 236 28-06-2019 24-06-2019 01-01-2020
Artikel 2.19a — Artikel 2.19a Fondsbelasting overige ziekengeld- en WGA-lasten#
Artikel 2.19a Fondsbelasting overige ziekengeld- en WGA-lasten 1 De overige ziekengeldlasten komen ten laste van de Werkhervattingskas. 2 De overige WGA-lasten komen ten laste van het Arbeidsongeschiktheidsfonds. 2019 236 28-06-2019 24-06-2019 2019 236 28-06-2019 24-06-2019 01-01-2020
Artikel 2.19b — Artikel 2.19b WGA-staartlasten#
Artikel 2.19b WGA-staartlasten 1 De WGA-staartlasten komen ten laste van het Arbeidsongeschiktheidsfonds. 2 artikel 2.19, onderdeel c artikel 2.5, eerste lid, onderdeel b artikel 82, eerste lid, van de Wet WIA De eigenrisicodrager draagt het risico van de betaling van de WGA- uitkeringen aan werknemers, bedoeld in, en de overlijdensuitkeringen, bedoeld inniet, indien deze eigenrisicodrager een kleine werkgever als bedoeld in, is of gedeeltelijk indien hij een middelgrote werkgever als bedoeld in artikel 2.5, eerste lid, onderdeel c, is, voor zover deze WGA-uitkeringen niet zijn toegekend of de wachttijd niet is ingegaan vóór de dag van ingang van een eerdere periode van eigenrisicodragen. 3 Indien de eigenrisicodrager een middelgrote werkgever is, wordt voor de toepassing van dit artikel het deel van de WGA- staartlasten in aanmerking genomen, dat bestaat uit deze lasten maal (1-(loonsomwgr – loonsomlaag)/(loonsomhoog –loonsomlaag)) waarbij: – loonsomwgr staat voor: de verzekerde loonsom van de middelgrote werkgever twee kalenderjaren voorafgaand aan de dag van aanvang van het eigenrisicodragen; – artikel 2.5, tweede lid loonsomlaag staat voor: 10 maal het gemiddelde premieplichtige loon per werknemer, bedoeld in, twee kalenderjaren voorafgaand aan de dag van aanvang van het eigenrisicodragen; – artikel 2.5, tweede lid loonsomhoog staat voor: 100 maal het gemiddelde premieplichtige loon per werknemer, bedoeld in, twee kalenderjaren voorafgaand aan de dag van aanvang van het eigenrisicodragen. 4 De vermenigvuldigingsfactor, bedoeld in het derde lid, wordt naar beneden afgerond op twee cijfers achter de komma. 2019 236 28-06-2019 24-06-2019 2019 236 28-06-2019 24-06-2019 01-01-2020
Artikel 2.19c — Artikel 2.19c Overgangsbepaling WGA-staartlasten en flexibele dienstbetrekkingen#
Artikel 2.19c Overgangsbepaling WGA-staartlasten en flexibele dienstbetrekkingen artikel 2.19b In afwijking vankomen de volgende lasten ten laste van de Werkhervattingskas: a. artikel 117b, derde lid, onderdeel h, van de Wfsv artikel 19 19aa van de Ziektewet artikel 29, tweede lid, onderdeel a, b en c, van de Ziektewet artikel 40, eerste lid, onderdeel b, van de Wfsv de WGA-uitkeringen, bedoeld in, die zijn toegekend aan werknemers, die uit de dienstbetrekking waaruit de WGA-uitkering is ontstaan vóór 1 januari 2017 ongeschikt zijn geworden tot het verrichten van hun arbeid als bedoeld inofen uit dien hoofde recht hadden op een uitkering op grond vanen die op de eerste dag van ongeschiktheid tot werken in een dienstbetrekking stonden van een eigenrisicodrager als bedoeld inwaarbij die dag is gelegen vóór de dag van ingang van het eigenrisicodragen, en de uitvoeringskosten en andere kosten in verband met deze uitkeringen; b. artikel 74, eerste lid, van de Wet WIA de overlijdensuitkeringen, bedoeld in, in verband met het overlijden van de werknemer, bedoeld onder a, en de uitvoeringskosten en andere kosten in verband met deze uitkeringen. 2025 426 11-12-2025 05-12-2025 2024 410 17-12-2024 11-12-2024 01-01-2026 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel XI, onderdelen A,
C, D en E van de Verzamelwet SZW 2025 in werking treedt.
Artikel 2.19d — Artikel 2.19d Vaststelling gedifferentieerde premie Arbeidsongeschiktheidsfonds#
Artikel 2.19d Vaststelling gedifferentieerde premie Arbeidsongeschiktheidsfonds 1 artikel 34, eerste lid, van de Wfsv artikel 36, tweede lid, van de Wfsv artikel 2.5, eerste lid Voor de gedifferentieerde premie ten behoeve van het Arbeidsongeschiktheidsfonds, bedoeld in, wordt als kleine werkgever als bedoeld inaangemerkt de werkgever te wiens laste in het tweede kalenderjaar dat aan het kalenderjaar waarvoor de premie wordt vastgesteld vooraf is gegaan, een premieplichtig loon als bedoeld in, is gekomen dat gelijk is aan of minder bedraagt dan 25 maal het gemiddelde premieplichtige loon per werknemer, bedoeld in artikel 2.5, tweede lid, in dat kalenderjaar. 2 artikel 662 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek artikel 2.15 In het geval van overgang van onderneming als bedoeld in, alsmede in geval van een dergelijke overgang bij faillissement en indien een overheidswerkgever geheel of gedeeltelijk is overgegaan naar een andere werkgever, wordt het premieplichtige loon dat bij de toepassing vanin enig kalenderjaar overgaat van de overdragende werkgever naar de verkrijgende werkgever op overeenkomstige wijze betrokken bij het al dan niet aanmerken van de werkgever als kleine werkgever als bedoeld in het eerste lid. 3 Tenzij de overgang plaatsvindt met ingang van 1 januari van het kalenderjaar vindt de toepassing van het tweede lid voor de werkgever die reeds de hoedanigheid van werkgever had voor het moment van overgang eerst plaats met ingang van het kalenderjaar volgend op het kalenderjaar waarin de onderneming of een deel van de onderneming is overgedragen. 4 In afwijking van het eerste lid wordt de werkgever die, zonder dat er sprake is van een overgang van een onderneming als bedoeld in het tweede lid, de hoedanigheid van werkgever heeft gekregen in het kalenderjaar waarvoor de premie wordt vastgesteld of in het kalenderjaar onmiddellijk voorafgaand aan dat kalenderjaar, aangemerkt als kleine werkgever als bedoeld in het eerste lid. 2021 340 14-07-2021 07-07-2021 2021 411 01-09-2021 27-08-2021 01-01-2022
Artikel 2.20 — Artikel 2.20 Gemiddeld aantal verloonde uren#
Artikel 2.20 Gemiddeld aantal verloonde uren 1 artikel 34, vierde en zesde lid, van de Wfsv Voor de toepassing vanwordt met ingang van het kalenderjaar 2013 het gemiddeld aantal verloonde uren per werknemer op jaarbasis bepaald op 1.623 verloonde uren. 2 Bij ministeriële regeling kan het aantal verloonde uren, bedoeld in het eerste lid, worden gewijzigd met ingang van het bij die regeling te bepalen kalenderjaar. 2015 155 24-04-2015 14-04-2015 2015 156 24-04-2015 14-04-2015 01-05-2015
Artikel 2.21 — Artikel 2.21 Aantal verloonde uren voor quotumheffing#
Artikel 2.21 Aantal verloonde uren voor quotumheffing 1 artikel 34, vierde en zesde lid, van de Wfsv Wet op de loonbelasting 1964 Voor de toepassing vanis een werkgever geen quotumheffing verschuldigd indien hij in de in die leden genoemde kalenderjaren minder dan 40.575 verloonde uren in de loonaangifte op grond van deheeft verantwoord. 2 Bij ministeriële regeling kan het aantal verloonde uren, bedoeld in het eerste lid, worden gewijzigd met ingang van het bij die regeling te bepalen kalenderjaar. 2015 155 24-04-2015 14-04-2015 2015 156 24-04-2015 14-04-2015 01-05-2015
Artikel 2.22 — Artikel 2.22 Variabelen formule quotumpercentage#
Artikel 2.22 Variabelen formule quotumpercentage 1 artikel 38f, tweede lid, van de Wfsv Voor de toepassing vanworden het totaal aantal banen, het aantal extra banen en de verloonde uren, waarnaar wordt verwezen in de variabelen van de formule voor de berekening van de quotumpercentages, bedoeld in dat lid, bij ministeriële regeling vastgesteld met ingang van het bij die regeling te bepalen kalenderjaar. 2 artikel 38f, tweede lid, van de Wfsv De vaststelling van de variabelen van de formule, bedoeld inwordt naar beneden afgerond op twee cijfers achter de komma. 2015 155 24-04-2015 14-04-2015 2015 156 24-04-2015 14-04-2015 01-05-2015
Artikel 2.23 — Artikel 2.23 Bepaling quotumtekort#
Artikel 2.23 Bepaling quotumtekort 1 artikel 38g, derde lid, van de Wfsv Voor de toepassing vanwordt het gemiddeld aantal verloonde uren van arbeidsbeperkten in de sector overheid en de sector niet-overheid tezamen, bij ministeriële regeling vastgesteld met ingang van het bij die regeling te bepalen kalenderjaar. 2 artikel 38g, derde lid, van de Wfsv De vaststelling van de variabelen, bedoeld inwordt naar beneden afgerond op twee cijfers achter de komma. 3 artikel 38g, derde lid, van de Wfsv Het quotumtekort, bedoeld inwordt naar beneden afgerond op één decimaal. 2015 155 24-04-2015 14-04-2015 2015 156 24-04-2015 14-04-2015 01-05-2015
Artikel 2.24 — Artikel 2.24 Aanwijzing persoon die voldoet aan een vastgestelde indicatie als arbeidsbeperkte zonder beoordeling#
Artikel 2.24 Aanwijzing persoon die voldoet aan een vastgestelde indicatie als arbeidsbeperkte zonder beoordeling 1 artikel 38b, eerste lid, onderdeel d, van de Wfsv artikel 38d, eerste lid, van de Wfsv Als een persoon die voldoet aan een vastgestelde indicatie als bedoeld in, wordt aangewezen nadat hij zich daartoe schriftelijk meldt bij UWV om opgenomen te worden in de registratie van arbeidsbeperkten, bedoeld in: a. artikel 2 van de Wet op de expertisecentra de persoon die deel heeft uitgemaakt van de doelgroep van het voortgezet speciaal onderwijs, bedoeld in; b. artikel 2.8 van de Wet voortgezet onderwijs 2020 de persoon die deel heeft uitgemaakt van de doelgroep van een school voor praktijkonderwijs als bedoeld in. 2 artikel 38b, eerste lid, onderdeel d, van de Wfsv artikel 2.8 van de Wet voortgezet onderwijs 2020 artikel 2.25, eerste lid, onderdeel a Als een persoon die voldoet aan een vastgestelde indicatie als bedoeld in, wordt aangewezen de persoon die deel heeft uitgemaakt van de doelgroep van een school voor praktijkonderwijs als bedoeld inen voor 28 oktober 2016 een verzoek ter beoordeling van het arbeidsvermogen door UWV heeft ingediend op grond van, zoals dat luidde op 27 oktober 2016. 3 artikel 1a:1 van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten artikel 10b, eerste lid, van de Participatiewet Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing indien die persoon duurzaam geen mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft als bedoeld inof indien het een persoon betreft van wie door het college van burgemeester en wethouders is vastgesteld dat hij uitsluitend in een beschutte omgeving onder aangepaste omstandigheden mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft als bedoeld in. 2021 522 05-11-2021 14-10-2021 2022 13 11-01-2022 17-12-2021 01-08-2022
Artikel 2.25 — Artikel 2.25 Aanwijzing persoon die voldoet aan een vastgestelde indicatie als arbeidsbeperkte met beoordeling#
Artikel 2.25 Aanwijzing persoon die voldoet aan een vastgestelde indicatie als arbeidsbeperkte met beoordeling 1 artikel 38b, eerste lid, onderdeel d, van de Wfsv Als een persoon die voldoet aan een vastgestelde indicatie als bedoeld in, wordt aangewezen: a. artikel 7.2.2., onderdeel a, van de Wet educatie en beroepsonderwijs de persoon die op de laatste dag van de periode waarin hij onderwijs genoot, deel uitmaakt van de doelgroep van de entreeopleiding, bedoeld in, artikel 2, onderdeel c, van de Participatiewet en van wie op eigen verzoek op of na 18 juli 2015 door UWV het arbeidsvermogen is beoordeeld en door UWV is vastgesteld dat hij niet in staat is tot het verdienen van het wettelijk minimumloon, bedoeld in. b. artikel 11 van de Wet sociale werkvoorziening wet artikel 1, eerste lid, van de Wet sociale werkvoorziening de persoon, die op 31 december 2014 een geldende indicatiebeschikking had op grond vanzoals dieop die dag luidde, waarvan de geldigheid op of na 1 januari 2015 is verstreken en die geen geïndiceerde is blijkens een indicatiebeschikking of herindicatiebeschikking als bedoeld in, zoals die wet met ingang van 1 januari 2015 luidt; c. Hoofdstuk 1A van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten artikel 2, onderdeel c, van de Participatiewet de persoon, die op of na 1 juli 2015 een aanvraag heeft ingediend voor een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van, en van wie door UWV is vastgesteld dat hij niet een jonggehandicapte is als bedoeld in artikel 1a:1 van die wet, en dat hij tevens niet in staat is tot het verdienen van het wettelijk minimumloon, bedoeld in; d. artikel 2, onderdeel c, van de Participatiewet de persoon, niet zijnde een persoon als bedoeld in onderdeel a, b of c, die door het college wordt ondersteund bij de arbeidsinschakeling, bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de Participatiewet, van wie op eigen verzoek door UWV is beoordeeld en door UWV is vastgesteld dat hij wegens ziekte of gebrek niet in staat is tot het verdienen van het wettelijk minimumloon, bedoeld in. 2 artikel 38b, eerste lid, onderdeel d, van de Wfsv artikel 2, onderdeel c, van de Participatiewet Als een persoon die voldoet aan een vastgestelde indicatie als bedoeld in, wordt aangewezen de persoon die in de periode van 10 september 2014 tot en met 17 juli 2015 het in het eerste lid, onderdeel a, bedoelde onderwijs geheel of gedeeltelijk genoot en in die periode tevens dat onderwijs heeft beëindigd, zolang die persoon nog niet door UWV is beoordeeld en nog niet door het UWV is vastgesteld dat hij niet in staat is tot het verdienen van het wettelijk minimumloon, bedoeld in. 3 artikel 38b, eerste lid, onderdeel d, van de Wfsv Hoofdstuk 2 van de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten artikel 2, onderdeel c, van de Participatiewet Als een persoon die voldoet aan een vastgestelde indicatie als bedoeld in, wordt aangewezen de persoon die in de periode van 10 september 2014 tot en met 31 december 2014 de in het eerste lid, onderdeel c, bedoelde aanvraag heeft ingediend voor een recht op arbeidsondersteuning op grond van, maar van wie door UWV is vastgesteld dat geen recht op arbeidsondersteuning is ontstaan, zolang die persoon nog niet door UWV is beoordeeld en nog niet door UWV is vastgesteld dat hij niet in staat is tot het verdienen van het wettelijk minimumloon, bedoeld in. 4 artikel 38b, eerste lid, onderdeel d, van de Wfsv Hoofdstuk 1A van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten artikel 1a:1 van die wet artikel 2, onderdeel c, van de Participatiewet Als een persoon die voldoet aan een vastgestelde indicatie als bedoeld in, wordt aangewezen de persoon die in de periode van 1 januari 2015 tot en met 30 juni 2015 de in het eerste lid, onderdeel c, bedoelde aanvraag heeft ingediend voor een recht op een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van, maar van wie door UWV is vastgesteld dat hij niet een jonggehandicapte is als bedoeld in, zolang die persoon nog niet door UWV is beoordeeld en nog niet door UWV is vastgesteld dat hij niet in staat is tot het verdienen van het wettelijk minimumloon, bedoeld in. 5 artikel 38b, eerste lid, onderdeel d, van de Wfsv Hoofdstuk 2 van de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten artikel 2:15, eerste lid, onderdeel c, van de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten artikel 2, onderdeel c, van de Participatiewet Als een persoon die voldoet aan een vastgestelde indicatie als bedoeld in, wordt aangewezen de persoon die voor 10 september 2014 een aanvraag heeft ingediend voor een recht op arbeidsondersteuning op grond vanmaar van wie door UWV heeft vastgesteld dat geen recht op arbeidsondersteuning is ontstaan op grond van het enkele feit dat die persoon voor 1 januari 2015 de leeftijd van achttien jaar, bedoeld in, nog niet heeft bereikt, zolang die persoon nog niet door UWV is beoordeeld en nog niet door UWV is vastgesteld dat hij niet in staat is tot het verdienen van het wettelijk minimumloon, bedoeld in. 2016 536 27-12-2016 20-12-2016 2016 536 27-12-2016 20-12-2016 01-01-2017 28-10-2016
Artikel 2.26 — Artikel 2.26 Uitbreiding arbeidsbeperkte door aanwijzing voorzieningen bij activering quotumheffing#
Artikel 2.26 Uitbreiding arbeidsbeperkte door aanwijzing voorzieningen bij activering quotumheffing 1 artikel 38b, tweede lid, van de Wfsv Onder een voorziening als bedoeld in, wordt verstaan: a. artikel 35, tweede lid, van de Wet WIA de vervoersvoorziening, de intermediaire activiteit, de meeneembare voorziening of de noodzakelijke persoonlijke ondersteuning, bedoeld in; b. artikel 10 van de Participatiewet de voorzieningen, die het college van burgemeester en wethouders noodzakelijk acht voor de arbeidsinschakeling en heeft verstrekt op grond van. 2 artikel 38b, tweede lid, van de Wfsv De vaststelling door het UWV dat een persoon een arbeidsbeperkte is, bedoeld in, vindt plaats op verzoek van het college van burgemeester en wethouders dan wel op aanvraag van betrokkene zelf. 2016 169 29-04-2016 21-04-2016 2016 169 29-04-2016 21-04-2016 01-05-2016 01-07-2015
Artikel 2.27 — Artikel 2.27 Definities#
Artikel 2.27 Definities 1 In dit hoofdstuk wordt verstaan onder: – doelgroepregister: artikel 38d van de Wfsv het register ten behoeve van de registratie, bedoeld in; – identificatienummer: de door de Belastingdienst en het UWV gebruikte identificatie van de uitlener dan wel de inlener; – inleenverbanden: het door de uitlener ter beschikking stellen van werknemers die arbeidsbeperkte zijn aan de inlener; – inlener: degene aan wie de uitlener de arbeidskracht ter beschikking stelt; – peildatum: 31 december van het jaar voorafgaand aan het kalenderjaar waarover de quotumheffing wordt geheven; – Polisadministratie: artikel 33 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen de administratie, bedoeld in; – uitlener: a. artikel 690, Boek 7, van het Burgerlijk Wetboek artikel 2 van de Handelsregisterwet 2007 onderneming of rechtspersoon die arbeidskrachten uitzendt op grond van een overeenkomst als bedoeld inen die op de peildatum in het handelsregister, bedoeld inis ingeschreven waarbij is opgenomen, dat deze onderneming of rechtspersoon de activiteit van het ter beschikking stellen van arbeidskrachten uitoefent; of b. artikel 2 van de Wet sociale werkvoorziening de werkgever van de werknemer, die werkzaam is in een dienstbetrekking in de zin van, waarbij bij de uitvoering van artikel 2 van de Wet sociale werkvoorziening die werknemer ter beschikking wordt gesteld aan een andere werkgever; – uitzendpersoneel: artikel 28, eerste lid, onderdeel d, van de Wet op de loonbelasting 1964 artikel 2, eerste lid, van de Wet sociale werkvoorziening personeel dat door de uitlener aan de inlener ter beschikking wordt gesteld en waarvan de werkgever op grond vanopgaaf doet aan de inspecteur dat sprake is van een uitzendkracht of een dienstbetrekking in de zin vandie ter beschikking wordt gesteld aan een andere werkgever. 2 Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de definitie van uitlener als bedoeld in het eerste lid. 2017 163 14-04-2017 28-03-2017 2017 164 14-04-2017 28-03-2017 01-07-2017
Artikel 2.28 — Artikel 2.28 Aanwijzing categorie arbeidsbeperkten die ter beschikking zijn gesteld en tevens meetellen voor de berekening van het quotumtekort bij de inlener#
Artikel 2.28 Aanwijzing categorie arbeidsbeperkten die ter beschikking zijn gesteld en tevens meetellen voor de berekening van het quotumtekort bij de inlener 1 artikel 38g, derde lid, van de Wfsv artikel 2 van de Wet sociale werkvoorziening Voor de toepassing vanwordt de persoon die arbeid verricht in een dienstbetrekking in de zin vanen die aan de werkgever ter beschikking is gesteld, aangewezen als arbeidsbeperkte, bedoeld in artikel 38g, vierde lid, van de Wfsv. 2 artikel 38g, derde lid, van de Wfsv De uitlener kan, voor de berekening van het quotumtekort, bedoeld in, verloonde uren van de arbeidsbeperkte die de uitlener aan de inlener ter beschikking stelt, toerekenen aan die inlener. 3 Voor de toepassing van het tweede lid komen de uitlener en inlener, uiterlijk 1 augustus van het jaar volgend op het kalenderjaar waarover de quotumheffing wordt geheven, tot overeenstemming over het aantal toe te rekenen verloonde uren van de arbeidsbeperkte die de uitlener aan de inlener ter beschikking stelt. 4 artikel 38g, derde lid, van de Wfsv Indien het derde lid van toepassing is, wordt voor de berekening van het quotumtekort van de inlener, bedoeld invariabele C vermeerderd met de toegerekende verloonde uren van de uitgeleende arbeidsbeperkte, mits niet het totaal aantal verloonde uren dat voor de betreffende uitgeleende arbeidsbeperkte in de Polisadministratie staat, is overschreden. 5 artikel 38g, derde lid, van de Wfsv Voor de berekening van het quotumtekort van de uitlener, bedoeld in, wordt variabele C verminderd met de verloonde uren van uitgeleende arbeidsbeperkten. 6 Voor de toepassing van het vierde en vijfde lid, dient de overeenstemming, bedoeld in het derde lid, als grondslag voor de vaststelling van het aantal verloonde uren dat door de uitlener is toegerekend aan de inlener. 2017 163 14-04-2017 28-03-2017 2017 164 14-04-2017 28-03-2017 01-07-2017
Artikel 2.29 — Artikel 2.29 Verplichtingen uitlener#
Artikel 2.29 Verplichtingen uitlener artikel 3.2b van het Besluit SUWI artikel 2.28, tweede lid De uitlener, die verloonde uren van de uitgeleende arbeidsbeperkte toerekent aan de inlener, controleert de door het UWV aangeleverde gegevens over de inleenverbanden, bedoeld in, en vult deze gegevens aan met het identificatienummer van de inlener, indienvan toepassing is. 2017 163 14-04-2017 28-03-2017 2017 164 14-04-2017 28-03-2017 01-07-2017
Artikel 2.30 — Artikel 2.30 Verplichtingen inlener#
Artikel 2.30 Verplichtingen inlener artikel 2.29 artikel 2.28, tweede lid artikel 3.2b van het Besluit SUWI De inlener, die verloonde uren van de arbeidsbeperkte toegerekend krijgt van de uitlener, controleert, nadat de uitlener aan zijn verplichtingen, genoemd in, heeft voldaan, de door het UWV aangeleverde gegevens over de inleenverbanden, bedoeld in, en fiatteert indien akkoord uiterlijk 1 augustus van het jaar volgend op het kalenderjaar waarover de quotumheffing wordt geheven, indienvan toepassing is. 2017 163 14-04-2017 28-03-2017 2017 164 14-04-2017 28-03-2017 01-07-2017
Artikel 2.31 — Artikel 2.31 Aanwijzing categorie werknemers van wie verloonde uren in mindering worden gebracht op het totaal aantal verloonde uren#
Artikel 2.31 Aanwijzing categorie werknemers van wie verloonde uren in mindering worden gebracht op het totaal aantal verloonde uren artikel 38g, vijfde lid, van de Wfsv Als werknemer, bedoeld invan wie de verloonde uren in mindering wordt gebracht op het totaal aantal verloonde uren, bedoeld in artikel 38g, derde lid, van de Wfsv met betrekking tot variabele A, wordt aangewezen: a. artikel 2.27 voor de uitlenende werkgever: uitzendpersoneel in de zin van; b. artikel 8 van de Wet gemeenschappelijke regelingen Wet sociale werkvoorziening artikel 1, tweede lid artikel 2 van de Wet sociale werkvoorziening voor het bestuur van een openbaar lichaam als bedoeld indan wel een privaatrechtelijke rechtspersoon die als uitvoerder van deis aangewezen op grond van, dan welen als activiteit heeft het ter beschikking stellen van arbeidskrachten: elke persoon die arbeid verricht in een dienstbetrekking in de zin van artikel 2, eerste lid, van de Wet sociale werkvoorziening. 2017 163 14-04-2017 28-03-2017 2017 164 14-04-2017 28-03-2017 01-07-2017
Artikel 2.32 — Artikel 2.32 artikel 38f, tweede lid Nadere bepaling variabelen quotumpercentages [Aanwijzing categorie werknemers waarvan verloonde uren in mindering worden gebracht op het totaal aantal verloonde uren bij werkgevers in de sector overheid onderscheidenlijk de sector niet-overheid bedoeld in, voor de berekening van het quotumpercentage]#
Artikel 2.32 artikel 38f, tweede lid Nadere bepaling variabelen quotumpercentages [Aanwijzing categorie werknemers waarvan verloonde uren in mindering worden gebracht op het totaal aantal verloonde uren bij werkgevers in de sector overheid onderscheidenlijk de sector niet-overheid bedoeld in, voor de berekening van het quotumpercentage] artikel 38f, tweede lid, van de Wfsv Voor de berekening van de quotumpercentages, bedoeld in, wordt voor de toepassing van de variabelen van de formule, bedoeld in dat lid, het volgende in acht genomen: a. artikel 2.27 voor variabele D en E: het totaal aantal banen bij werkgevers in de sector overheid onderscheidenlijk de sector niet-overheid (variabele D) vermenigvuldigd met het gemiddeld aantal verloonde uren van werknemers in de sector overheid onderscheidenlijk de sector niet-overheid (variabele E), wordt verminderd met de verloonde uren van uitzendpersoneel in de zin van. b. artikel 38b, tweede lid van de Wfsv artikel 34, derde, vierde en zesde lid voor variabele F: het aantal arbeidsbeperkten, bedoeld in, bij werkgevers die op grond van, quotumheffing zijn verschuldigd, bedraagt voor de overheidssector in: 1°. 2017 van 256; 2°. 2018 van 534; 3°. 2019 van 811; 4°. 2020 van 1.089; 5°. 2021 van 1.367; 6°. 2022 van 1.644; 7°. 2023 en verder van 1.922; c. artikel 38b, tweede lid van de Wfsv artikel 34, derde, vierde en zesde lid voor variabele F: het aantal arbeidsbeperkten, bedoeld in, bij werkgevers die op grond van, quotumheffing zijn verschuldigd, bedraagt voor de niet-overheidssector in: 1°. 2017 van 744; 2°. 2018 van 1.348; 3°. 2019 van 1.953; 4°. 2020 van 2.557; 5°. 2021 van 3.161; 6°. 2022 van 3.766; 7°. 2023 van 4.370; 8°. 2024 van 4.974; 9°. 2025 en de volgende jaren van 5.578. d. artikel 38b, tweede lid van de Wfsv voor variabele G: het gemiddeld aantal verloonde uren van arbeidsbeperkten, bedoeld in, in de sector overheid onderscheidenlijk de sector niet-overheid tezamen bedraagt 1.331 uren per jaar. 2017 163 14-04-2017 28-03-2017 2017 164 14-04-2017 28-03-2017 01-07-2017
Artikel 2.33 — Artikel 2.33 Aanwijzing categorieën werknemers wiens verloonde uren in mindering worden gebracht voor de bepaling van de quotumplichtige werkgever (bepaling grootte)#
Artikel 2.33 Aanwijzing categorieën werknemers wiens verloonde uren in mindering worden gebracht voor de bepaling van de quotumplichtige werkgever (bepaling grootte) 1 artikel 34, vierde en zesde lid, van de Wfsv Voor de vaststelling of de quotumheffing niet is verschuldigd door de uitlener die minder dan 25 vermenigvuldigd met het gemiddeld aantal verloonde uren per werknemer heeft verantwoord, bedoeld in, wordt het aantal verloonde uren van uitzendpersoneel in mindering gebracht op het totaal aantal verloonde uren die de werkgever in de loonaangifte heeft verantwoord. 2 artikel 8 van de Wet gemeenschappelijke regelingen Wet sociale werkvoorziening artikel 1, tweede lid artikel 2 van de Wet sociale werkvoorziening artikel 34, vierde en zesde lid, van de Wfsv Voor de vaststelling of de quotumheffing niet is verschuldigd door het bestuur van een openbaar lichaam als bedoeld indan wel en privaatrechtelijke rechtspersoon die als uitvoerder van deis aangewezen op grond van, dan welen als activiteit heeft het ter beschikking stellen van arbeidskrachten, die minder dan 25 vermenigvuldigd met het gemiddeld aantal verloonde uren per werknemer heeft verantwoord, bedoeld in, wordt het aantal verloonde uren van arbeidsbeperkten die arbeid verrichten in een dienstbetrekking in de zin van artikel 2, eerste lid, van de Wet sociale werkvoorziening in mindering gebracht op het totaal aantal verloonde uren die de werkgever in de loonaangifte heeft verantwoord. 2017 163 14-04-2017 28-03-2017 2017 164 14-04-2017 28-03-2017 01-07-2017
Artikel 3.1 — Artikel 3.1 Begripsbepalingen#
Artikel 3.1 Begripsbepalingen In dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. Algemene nabestaandenwet ANW: de; b. ANW-premie: de premie voor de vrijwillige nabestaandenverzekering; c. Algemene Ouderdomswet AOW: de; d. AOW-premie: de premie voor de vrijwillige ouderdomsverzekering. 2005 585 29-11-2005 16-11-2005 2005 660 20-12-2005 13-12-2005 01-01-2006
Artikel 3.2 — Artikel 3.2 Mededeling SVB inzake premie#
Artikel 3.2 Mededeling SVB inzake premie Vervallen 2009 267 30-06-2009 25-06-2009 2009 266 30-06-2009 25-06-2009 01-07-2009 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Vierde tranche Algemene wet bestuursrecht
in werking treedt.
Artikel 3.3 — Artikel 3.3 Vaststelling premie#
Artikel 3.3 Vaststelling premie 1 AOW De AOW-premie wordt voor elk in de periode van vrijwillige verzekering voor degelegen vol kalenderjaar vastgesteld volgens de formule: P x I – H, waarbij: a. artikel 11, eerste lid, van de Wfsv P gelijk is aan het premiepercentage, bedoeld in; b. artikel 8, eerste lid, van de Wfsv artikel 2.10 van de Wet inkomstenbelasting 2001 I gelijk is aan het hoogste bedrag dat als premie-inkomen in de zin vanin aanmerking genomen wordt, te weten het als eerste vermelde bedrag in kolom II van de tarieftabel in; c. artikel 12, eerste lid, onderdeel a, van de Wfsv artikel 8.2 van de Wet inkomstenbelasting 2001 H gelijk is aan de heffingskorting, bedoeld inmet dien verstande dat voor de toepassing van dat artikelonderdeel tot de standaardheffingskorting, bedoeld in, alleen geacht wordt te behoren de algemene heffingskorting. 2 ANW De ANW-premie wordt voor elk in de periode van vrijwillige verzekering voor degelegen vol kalenderjaar vastgesteld volgens de formule: P x I – H, waarbij: a. artikel 11, tweede lid, van de Wfsv P gelijk is aan het premiepercentage, bedoeld in; b. artikel 8, eerste lid, van de Wfsv artikel 2.10 van de Wet inkomstenbelasting 2001 I gelijk is aan het hoogste bedrag dat als premie-inkomen in de zin vanin aanmerking genomen wordt, te weten het als eerste vermelde bedrag in kolom II van de tarieftabel in; c. artikel 12, eerste lid, onderdeel b artikel 8.2 van de Wet inkomstenbelasting 2001 H gelijk is aan de heffingskorting, bedoeld in, met dien verstande dat voor de toepassing van dat artikelonderdeel tot de standaardheffingskorting, bedoeld in, alleen geacht wordt te behoren de algemene heffingskorting. 3 artikel 8, eerste lid, van de Wfsv In afwijking van de onderdelen b van het eerste en tweede lid is indien ten aanzien van de SVB aannemelijk wordt gemaakt dat dit tot een lagere uitkomst leidt, I gelijk aan het feitelijke premie-inkomen in de zin van. Hierbij wordt de waarde van inkomen in natura door de SVB geschat, uitgaande van de waarde van dat inkomen in het land waar het wordt of werd ontvangen. 4 artikel 35 van de AOW De AOW-premie voor de vrijwillige ouderdomsverzekering, bedoeld inof de ANW-premie, die is vastgesteld met toepassing van het derde lid, bedraagt ten minste 10% van de AOW- of ANW-premie vastgesteld op grond van het eerste onderscheidenlijk tweede lid. 5 artikel 38 van de AOW De AOW-premie voor de vrijwillige ouderdomsverzekering, bedoeld in, die is vastgesteld met toepassing van het eerste of het derde lid, bedraagt ten minste de AOW-premie vastgesteld op grond van het eerste lid, waarbij: a. artikel 11, eerste lid, van de Wfsv P gelijk is aan het op het tijdstip van indiening van de aanvraag geldende premiepercentage, bedoeld in; b. artikel 8, eerste lid, onderdeel b, of derde lid, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag artikel 15, eerste lid, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag I gelijk is aan 12 maal het op het tijdstip van indiening van de aanvraag geldende bruto-minimumloon over een maand, bedoeld in, vermeerderd met de op het tijdstip van indiening van de aanvraag geldende bruto-minimumvakantiebijslag, bedoeld in; c. H gelijk is aan de op het tijdstip van indiening van de aanvraag geldende heffingskorting, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c. 6 Voorzover de vrijwillige verzekering slechts betrekking heeft op een gedeelte van een kalenderjaar wordt de premie naar tijdsruimte evenredig verminderd. 7 AOW ANW De SVB stelt op verzoek van de belanghebbende die een gedeelte van het kalenderjaar van rechtswege verzekerd is voor deof de, de AOW-premie of de ANW-premie over dat kalenderjaar zodanig vast dat de over het kalenderjaar verschuldigde premie voor de verplichte en de vrijwillige verzekering niet meer bedraagt dan de premie die maximaal verschuldigd zou zijn indien het gehele kalenderjaar sprake zou zijn van verplichte verzekering. 8 Niet in euro uitgedrukt premie-inkomen wordt vastgesteld in de valuta van het desbetreffende land en wordt met behulp van de door de Europese Centrale Bank geadviseerde wisselkoersen omgerekend in euro. 9 Voor de toepassing van het derde lid wordt het inkomen geacht te zijn ontvangen in Nederland. 2023 240 30-06-2023 27-06-2023 2023 247 07-07-2023 27-06-2023 01-01-2024 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet invoering
minimumuurloon in werking treedt.
Artikel 3.4 — Artikel 3.4 Voorlopige premievaststelling#
Artikel 3.4 Voorlopige premievaststelling 1 De SVB kan de verschuldigde premie over een kalenderjaar voorlopig vaststellen, indien: a. AOW ANW zij bij de vaststelling van die premie rekening dient te houden met de in dat kalenderjaar verschuldigde premie op grond van de verplichte verzekering ingevolge deof de; of b. artikel 3.3, derde lid nog onduidelijk is of, van toepassing is. 2 Zodra dat naar het oordeel van de SVB mogelijk is, wordt de over bedoeld kalenderjaar verschuldigde premie definitief vastgesteld. 3 Te veel betaalde premie wordt terugbetaald. Nog verschuldigde premie wordt binnen een door de SVB vast te stellen termijn betaald. 2005 585 29-11-2005 16-11-2005 2005 660 20-12-2005 13-12-2005 01-01-2006
Artikel 3.5 — Artikel 3.5 Premiebetaling#
Artikel 3.5 Premiebetaling 1 artikel 35 van de AOW artikel 63a van de ANW De gewezen verzekerde, bedoeld inen, die is toegelaten tot de vrijwillige verzekering, betaalt de premie, per kalenderjaar, vooruit. 2 artikel 63a van de ANW Indien de gewezen verzekerde, bedoeld in, een aanvraag tot gebruikmaking van de vrijwillige verzekering heeft ingediend en overlijdt, voordat hij de verschuldigde ANW-premie heeft kunnen betalen, is een ander bevoegd alsnog de verschuldigde ANW-premie over de periode van vrijwillige verzekering te betalen. 2005 585 29-11-2005 16-11-2005 2005 660 20-12-2005 13-12-2005 01-01-2006
Artikel 3.6 — Artikel 3.6 Achterwege blijven van premierestitutie#
Artikel 3.6 Achterwege blijven van premierestitutie artikel 37, onderdelen a, e of f, van de AOW artikel 63c, onderdelen a, d of e, van de ANW Indien de vrijwillige verzekering is geëindigd op grond van, of van, vindt restitutie van reeds betaalde premie niet plaats. 2005 585 29-11-2005 16-11-2005 2005 660 20-12-2005 13-12-2005 01-01-2006
Artikel 3.7 — Artikel 3.7 Premiebetaling bij vrijwillige AOW-verzekering over achterliggende periode#
Artikel 3.7 Premiebetaling bij vrijwillige AOW-verzekering over achterliggende periode artikel 38 van de AOW Indien een verzekerde als bedoeld inbinnen drie maanden na de door de SVB gestelde termijn de verschuldigde AOW-premie niet geheel heeft betaald, wordt over een zodanig gedeelte van de periode, waarop de premiebetaling betrekking heeft, geacht AOW-premie te zijn betaald als de betaalde AOW-premie zich verhoudt tot de totaal verschuldigde AOW-premie. Daarbij wordt geacht AOW-premie te zijn betaald over de periode, welke het verst verwijderd ligt van het tijdstip van de aanvang van de verplichte verzekering. 2005 585 29-11-2005 16-11-2005 2005 660 20-12-2005 13-12-2005 01-01-2006
Artikel 3.8 — Artikel 3.8 Vaststelling vrijwillige verzekeringsperiode na onvolledige betaling#
Artikel 3.8 Vaststelling vrijwillige verzekeringsperiode na onvolledige betaling 1 Indien de vrijwillige verzekering is geëindigd, wordt voorzover dit nog niet heeft plaatsgevonden, de over ieder kalenderjaar verschuldigde premie definitief vastgesteld. 2 Indien het eerste lid toepassing heeft gevonden, wordt de betaalde premie geacht betrekking te hebben op de achtereenvolgende gehele kalenderjaren of, voorzover de belanghebbende gedurende slechts een gedeelte van een of meer kalenderjaren niet verplicht verzekerd was, op de betreffende gedeelten van die gehele kalenderjaren, die het dichtst liggen bij het tijdstip waarop de verplichte verzekering is geëindigd. 3 Indien na toepassing van het eerste lid de over een kalenderjaar verschuldigde premie niet geheel blijkt te zijn voldaan, wordt over een zodanig gedeelte van dat kalenderjaar geacht premie te zijn betaald, als de nog toe te rekenen premie zich verhoudt tot de totaal over dit kalenderjaar verschuldigde premie. 2005 585 29-11-2005 16-11-2005 2005 660 20-12-2005 13-12-2005 01-01-2006
Artikel 4.1 — Artikel 4.1 Begripsbepalingen#
Artikel 4.1 Begripsbepalingen In dit hoofdstuk wordt verstaan onder: a. Onze Minister: de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport; b. Flz: artikel 89 van de Wfsv het Fonds langdurige zorg, genoemd in; c. Wlz: Wet langdurige zorg de; d. kosten van zorg: paragraaf 3.1 van de Wlz artikel 1.1, tweede lid, van de Wet forensische zorg kosten van verleende zorg en overige diensten als bedoeld in, met uitzondering van de kosten van forensische zorg als bedoeld inof forensische zorg als aangemerkt in of krachtens een algemene maatregel van bestuur; e. beheerskosten: Wlz artikel 1.1, tweede lid, van de Wet forensische zorg de beheerskosten van de in degeregelde verzekering, waaronder begrepen de kosten van controle in het kader van die verzekering en waaronder niet begrepen de beheerskosten voor forensische zorg als omschreven in; f. Wlz-uitvoerder: artikel 1.1.1 van de Wlz een Wlz-uitvoerder als bedoeld in; g. onverantwoorde uitgaven: Wlz uitgaven waarvan de Nederlandse zorgautoriteit heeft vastgesteld dat ze niet noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de verzekering ingevolge de; h. beheerskostenbudget: Wlz de ten laste van het Flz voor de Wlz-uitvoerders en de SVB beschikbare middelen ter dekking van de voor de uitvoering van dete maken beheerskosten; i. CAK: artikel 6.1.1 van de Wlz het CAK, genoemd in; j. zorgaanbieder: artikel 1.1.1 van de Wlz een instelling als bedoeld indan wel een solistisch werkende zorgverlener als bedoeld in dat artikel. 2026 24 10-02-2026 04-02-2026 2026 24 10-02-2026 04-02-2026 01-04-2026
Artikel 4.2 — Artikel 4.2 Vergoeding kosten van zorg die niet door CAK worden uitbetaald#
Artikel 4.2 Vergoeding kosten van zorg die niet door CAK worden uitbetaald 1 Het Zorginstituut vergoedt uit het Flz jaarlijks aan de Wlz-uitvoerders de kosten van de zorg die niet door het CAK aan de zorgaanbieders worden uitbetaald. 2 De vergoeding, bedoeld in het eerste lid, geschiedt naar de werkelijke kosten van de desbetreffende zorg. 3 Bij de vergoeding, bedoeld in het eerste lid, blijven onverantwoorde uitgaven buiten beschouwing, tenzij de zorgautoriteit anders besluit. 2014 520 18-12-2014 09-12-2014 2014 521 18-12-2014 09-12-2014 01-01-2015
Artikel 4.3 — Artikel 4.3 Wlz Macrobudget beheerskosten#
Artikel 4.3 Wlz Macrobudget beheerskosten 1 Onze Minister geeft het Zorginstituut jaarlijks een aanwijzing terzake van het voor alle Wlz-uitvoerders en de SVB tezamen voor dat kalenderjaar ten laste van het Flz komende beheerskostenbudget. 2 artikel 4.2.4, tweede lid, Wlz Wlz artikel 3.3.3, zevende lid, van de Wlz Bij de aanwijzing, bedoeld in het eerste lid, maakt Onze Minister een onderscheid tussen de beheerskosten die de op grond vanaangewezen Wlz-uitvoerders ontvangen voor de in dat artikellid genoemde taken, de beheerskosten die zij ontvangen voor hun overige bij of krachtens degeregelde taken en de beheerskosten die de SVB ontvangt voor de uitvoering van de taak, bedoeld in. 2016 494 14-12-2016 06-12-2016 2016 494 14-12-2016 06-12-2016 01-01-2017
Artikel 4.4 — Artikel 4.4 Beheerskostenbudget Wlz-uitvoerder en SVB#
Artikel 4.4 Beheerskostenbudget Wlz-uitvoerder en SVB 1 artikel 4.3 Het Zorginstituut verdeelt de middelen, bedoeld in, jaarlijks over de Wlz-uitvoerders en de SVB, leidende tot een beheerskostenbudget per Wlz-uitvoerder en een beheerskostenbudget voor de SVB. 2 artikel 4.2.4, tweede lid, Wlz Bij de verdeling van het beheerskostenbudget over de Wlz-uitvoerders maakt het Zorginstituut voor een Wlz-uitvoerder die taken als bedoeld inuitvoert, inzichtelijk welk deel bestemd is voor het uitvoeren van die taken en welk deel voor het uitvoeren van zijn overige taken. 3 De verdeling van het beheerskostenbudget geschiedt aan de hand van door het Zorginstituut vast te stellen beleidsregels. 4 De beleidsregels, bedoeld in het derde lid, behoeven de goedkeuring van Onze Minister. 5 In geval van onthouding van goedkeuring aan een beleidsregel stelt het Zorginstituut, met inachtneming van door Onze Minister te geven instructies, een nieuwe beleidsregel vast. 6 Indien Onze Minister aan de beleidsregel, bedoeld in het vijfde lid, eveneens goedkeuring onthoudt, stelt hij terzake zelf de beleidsregel vast. 7 Het Zorginstituut keert jaarlijks uit het Flz aan de Wlz-uitvoerders en de SVB de voor hen op grond van het eerste lid vastgestelde beheerskostenbudgetten uit. 8 Na het kalenderjaar waarvoor het beheerskostenbudget is verleend, stelt het Zorginstituut het beheerskostenbudget vast. 9 Indien een Wlz-uitvoerder op een naar het oordeel van de zorgautoriteit onverantwoorde wijze op zijn beheerskosten bespaart, wordt de uitkering, bedoeld in het zevende lid, voor het desbetreffende kalenderjaar door het Zorginstituut verlaagd met het bedrag van die besparing. 2016 494 14-12-2016 06-12-2016 2016 494 14-12-2016 06-12-2016 01-01-2017
Artikel 4.5 — Artikel 4.5 Beheerskosten bij uitbesteding van werkzaamheden#
Artikel 4.5 Beheerskosten bij uitbesteding van werkzaamheden 1 artikel 4.4, tweede lid Indien een Wlz-uitvoerder zijn overige taken, bedoeld in, geheel of gedeeltelijk uitbesteedt, betaalt hij degene waaraan hij deze taken uitbesteedt per verzekerde een bedrag aan beheerskosten dat is berekend op basis van door het Zorginstituut vast te stellen beleidsregels. 2 Artikel 4.4, vierde tot en met zesde lid , is van overeenkomstige toepassing. 2014 520 18-12-2014 09-12-2014 2014 521 18-12-2014 09-12-2014 01-01-2015
Artikel 4.6 — Artikel 4.6 Reserve uitvoering Wlz#
Artikel 4.6 Reserve uitvoering Wlz 1 Wlz Een Wlz-uitvoerder houdt een reserve uitvoeringaan. 2 Het saldo van baten en lasten over enig boekjaar van een Wlz-uitvoerder van de beheerskosten die hij in of in verband met die hoedanigheid maakt, wordt toegevoegd aan, onderscheidenlijk ten laste gebracht van de reserve, bedoeld in het eerste lid. Daarbij blijven onverantwoorde uitgaven buiten beschouwing, tenzij de zorgautoriteit anders besluit. 3 Het Zorginstituut bepaalt welk percentage rente de Wlz-uitvoerder over de reserve geacht wordt te maken. 4 De reserve uitvoering Wlz bedraagt ultimo enig jaar maximaal 23% van het beheerskostenbudget voor dat jaar. 5 Indien het Zorginstituut vaststelt dat de reserve het gestelde maximum te boven gaat, stort de Wlz-uitvoerder het door het Zorginstituut vastgestelde bedrag waarmee het maximum overschreden wordt binnen vier weken in het Flz. 6 Wlz Binnen vier weken nadat hij de uitvoering van deheeft beëindigd, stort de Wlz-uitvoerder een bedrag ter hoogte van de reserve, bedoeld in het eerste lid, in het Flz. 7 artikel 4.2.4, tweede lid, van de Wlz Binnen twee jaar na het eindigen of wijzigen van een aanwijzing als bedoeld in, bepaalt het Zorginstituut of de Wlz-uitvoerder een deel van zijn reserve in het Flz dient te storten en zo ja, hoe groot dat deel is. De Wlz-uitvoerder stort een op grond van de vorige zin bepaald deel binnen vier weken in het Flz. 8 Het tweede tot en met vijfde lid zijn van overeenkomstige toepassing op de SVB. 9 Het achtste lid vindt voor het eerst toepassing met betrekking tot het uitvoeringsjaar 2025. 2026 24 10-02-2026 04-02-2026 2026 24 10-02-2026 04-02-2026 01-04-2026
Artikel 4.7 — Artikel 4.7 Toezicht op opgaven#
Artikel 4.7 Toezicht op opgaven De zorgautoriteit is bevoegd opgaven en gegevens van een Wlz-uitvoerder die van invloed zijn op de omvang van de ten laste van het Flz beschikbare middelen en op de hoogte van de kosten van zorg, op hun juistheid te beoordelen en te verbeteren. 2014 520 18-12-2014 09-12-2014 2014 521 18-12-2014 09-12-2014 01-01-2015
Artikel 4.8 — Artikel 4.8 Betaalbaarstelling#
Artikel 4.8 Betaalbaarstelling 1 Het Zorginstituut bepaalt de wijze van betaalbaarstelling van de uitkeringen op grond van dit hoofdstuk en bepaalt welk percentage rente door de Wlz-uitvoerder, de SVB dan wel het Zorginstituut verschuldigd is over verschillen tussen uitgekeerde bedragen en bedragen waarop de Wlz-uitvoerder of de SVB na afloop van het kalenderjaar daadwerkelijk recht blijkt te hebben. 2 Het Zorginstituut is bevoegd een verschil als bedoeld in het tweede lid, te verrekenen met een over een later kalenderjaar te verlenen beheerskostenbudget. 2016 494 14-12-2016 06-12-2016 2016 494 14-12-2016 06-12-2016 01-01-2017
Artikel 5.1 — Artikel 5.1 artikel 2.3, derde lid Overgangsrecht#
Artikel 5.1 artikel 2.3, derde lid Overgangsrecht 1 Artikel 2.3, derde lid , zoals dat luidde op 31 december 2024 blijft van toepassing op herzieningen als bedoeld in artikel 2.3, eerste lid, aanhef en onderdeel b, die betrekking hebben op de periode tot en met 31 december 2024. 2 Dit artikel vervalt met ingang van 1 januari 2030. 2024 126 14-05-2024 24-04-2024 2024 126 14-05-2024 24-04-2024 01-01-2025
Artikel 5.2 — Artikel 5.2 Intrekking algemene maatregelen van bestuur#
Artikel 5.2 Intrekking algemene maatregelen van bestuur 1 Besluit vrijwillige verzekering AOW en ANW 2001 Besluit vrijwillige verzekering AWBZ Heten hetworden ingetrokken. 2 Besluit financiering uitvoeringsorganisatie bijzondere ziektekostenverzekering AWBZ Hetwordt ingetrokken. 3 Besluit vaststelling premiepercentage wachtgeldfondsen Hetwordt ingetrokken. 4 Besluit vaststelling rekenpremie wachtgeldfondsen Hetwordt ingetrokken. 5 Besluit beperking eigenrisicodragen WAO Hetwordt ingetrokken. 2005 585 29-11-2005 16-11-2005 2005 660 20-12-2005 13-12-2005 01-01-2006
Artikel 5.3 — Artikel 5.3 Inwerkingtreding#
Artikel 5.3 Inwerkingtreding 1 De artikelen van dit besluit treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld. 2 Artikel 5.1 werkt terug tot en met 1 september 2005. 2005 585 29-11-2005 16-11-2005 2005 660 20-12-2005 13-12-2005 01-01-2006
Artikel 5.4 — Artikel 5.4 Citeertitel#
Artikel 5.4 Citeertitel Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit Wfsv. 2005 585 29-11-2005 16-11-2005 2005 660 20-12-2005 13-12-2005 01-01-2006