Besluit van 25 september 2006, houdende regels met betrekking tot de verstrekking van subsidie voor experimenten en kennisoverdrachtactiviteiten op het terrein van het rijksbeleid met betrekking tot het bouwen, het wonen en de woonomgeving (Subsidiebesluit experimenten en kennisoverdracht wonen)
- BWB-id
- BWBR0020333
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
- Geldigheid
- 2009-07-01 t/m 2013-06-30
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0020333
- ELI
- /eli/nl/amvb/2006/subsidiebesluit-experimenten-en-kennisoverdracht-wonen
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/2006/subsidiebesluit-experimenten-en-kennisoverdracht-wonen/2009-07-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0020333&g=2009-07-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0020333&z=2026-06-06&g=2009-07-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0020333/2009-07-01
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/2006/subsidiebesluit-experimenten-en-kennisoverdracht-wonen
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In dit besluit wordt verstaan onder: Commissie: Commissie van de Europese Gemeenschappen. 2006 455 10-10-2006 25-09-2006 2006 603 05-12-2006 20-11-2006 11-12-2006
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 Onze Minister kan op aanvraag subsidie verstrekken aan rechtspersonen die experimenten uitvoeren of kennisoverdrachtactiviteiten verrichten gericht op: a. het scheppen van randvoorwaarden voor een goed functionerende woningmarkt; b. het versterken van de positie van de woonconsument; c. het bevorderen van de leefbaarheid van wijken, of d. het waarborgen van de minimale kwaliteit van gebouwen en het verbeteren van de kwaliteit van gebouwen, met inbegrip van het stimuleren van innovatie. 2006 455 10-10-2006 25-09-2006 2006 603 05-12-2006 20-11-2006 11-12-2006
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 De aanvraag tot subsidieverlening wordt voor aanvang van de activiteit waarvoor de subsidie wordt aangevraagd schriftelijk ingediend bij Onze Minister. 2 Bij ministeriële regeling wordt bepaald welke gegevens en bescheiden bij de aanvraag worden overgelegd. 2006 455 10-10-2006 25-09-2006 2006 603 05-12-2006 20-11-2006 11-12-2006
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 artikelen 5, tweede lid 6, eerste lid Onze Minister beslist, behoudens het bepaalde in de, en, binnen acht weken op de subsidieaanvraag. 2006 455 10-10-2006 25-09-2006 2006 603 05-12-2006 20-11-2006 11-12-2006
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 Indien een subsidieaanvraag onvolledig is, geeft Onze Minister de aanvrager de gelegenheid om binnen een door hem te stellen termijn de aanvraag aan te vullen. 2 artikel 4 In het geval, bedoeld in het eerste lid, beslist Onze Minister, in afwijking vanbinnen acht weken na de dag waarop de subsidieaanvraag is aangevuld. 2006 455 10-10-2006 25-09-2006 2006 603 05-12-2006 20-11-2006 11-12-2006
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 Indien voor een subsidie goedkeuring van de Commissie is vereist op grond van artikel 88, derde lid, van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap: a. dient Onze Minister zo spoedig mogelijk een verzoek tot goedkeuring in bij de Commissie, en b. artikel 4 beslist Onze Minister, in afwijking van, binnen acht weken nadat die goedkeuring is verkregen. 2 Onze Minister doet in de Staatscourant mededeling van het verkrijgen van de goedkeuring van de Commissie. Indien de Commissie voorschriften aan de goedkeuring verbindt, verbindt Onze Minister deze als verplichtingen aan de beschikking tot subsidieverlening, voorzover zij zich daartoe lenen. 3 Indien wordt voldaan aan de eisen gesteld bij of krachtens de Verordening (EG) nr. 69/2001 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 12 januari 2001 betreffende de toepassing van artikel 87 en 88 van het EG-Verdrag op de minimis-steun (PbEG L 10), dan wel later daarvoor in de plaats tredende Europese regelgeving legt de aanvrager bij de aanvraag tot subsidieverlening een verklaring omtrent de minimis-steun over. 4 Bij ministeriële regeling wordt een model voor de verklaring, bedoeld in het derde lid, vastgesteld. 2006 455 10-10-2006 25-09-2006 2006 603 05-12-2006 20-11-2006 11-12-2006
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 artikel 6, eerste lid Onze Minister weigert de subsidieverlening indien de goedkeuring, bedoeld in, door de Commissie is geweigerd. 2 Onze Minister kan de subsidieverlening weigeren indien: a. artikel 2 de activiteit waarvoor de subsidie wordt aangevraagd onvoldoende bijdraagt aan de doeleinden, genoemd in; b. voor de activiteit waarvoor de subsidie wordt aangevraagd reeds enige vorm van subsidie is verleend, of c. de activiteit waarvoor de subsidie wordt aangevraagd reeds is aangevangen voor het tijdstip van de aanvraag. 2006 455 10-10-2006 25-09-2006 2006 603 05-12-2006 20-11-2006 11-12-2006
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 artikel 2 Bij ministeriële regeling kunnen voor de doeleinden, genoemd in, subsidieplafonds worden vastgesteld. 2 Indien voor bepaalde doeleinden een subsidieplafond is vastgesteld, wordt over subsidieaanvragen die betrekking hebben op die doeleinden beslist in volgorde van de ontvangst van de aanvragen, met dien verstande dat wanneer de aanvrager de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, de dag waarop de aanvulling is ontvangen voor die beslissing als datum van ontvangst van de aanvraag geldt. 3 Indien een subsidieplafond als bedoeld in het eerste lid is bereikt, doet Onze Minister daarvan onverwijld mededeling in de Staatscourant. 2006 455 10-10-2006 25-09-2006 2006 603 05-12-2006 20-11-2006 11-12-2006
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 Onze Minister kan bij de verlening bepalen dat het subsidiebedrag wordt vastgesteld op de werkelijke kosten van de activiteit waarvoor de subsidie is aangevraagd tot een door hem te bepalen maximumbedrag. 2 Bij het vaststellen van het subsidiebedrag wordt een winstopslag ten behoeve van de subsidieontvanger buiten beschouwing gelaten. 3 artikel 6, tweede lid In het geval, bedoeld in, bepaalt Onze Minister de hoogte van het subsidiebedrag in overeenstemming met de in dat lid bedoelde verordening. 2009 267 30-06-2009 25-06-2009 2009 266 30-06-2009 25-06-2009 01-07-2009 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Vierde tranche Algemene wet bestuursrecht
in werking treedt.
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 1 Onze Minister bepaalt bij de verlening voor welke datum de activiteit moet zijn verricht. 2 Onze Minister kan bij de verlening verplichtingen opleggen: a. artikel 6, derde lid, tweede volzin als bedoeld in, en b. die betrekking hebben op de wijze waarop of de middelen waarmee de activiteit wordt verricht. 2006 455 10-10-2006 25-09-2006 2006 603 05-12-2006 20-11-2006 11-12-2006
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 De subsidieontvanger is verplicht: a. de activiteit te verrichten overeenkomstig de omschrijving van die activiteit in de beschikking tot subsidieverlening tenzij Onze Minister voorafgaand aan die activiteit schriftelijk heeft ingestemd met een afwijking van die omschrijving; b. te voldoen aan de verplichtingen die Onze Minister bij de verlening heeft opgelegd; c. een administratie te voeren die zodanig is ingericht dat daaruit te allen tijde op eenvoudige en duidelijke wijze de kosten van de activiteit waarvoor de subsidie is verleend kunnen worden afgelezen; d. onverwijld nadat een verzoek tot verlening van surséance van betaling aan of faillietverklaring van hem dan wel een aangifte of vordering daartoe bij de rechtbank is ingediend, daarvan schriftelijk mededeling te doen aan Onze Minister; e. op verzoek van Onze Minister medewerking te verlenen aan openbaarmaking van de gegevens en de resultaten van de activiteit, met uitzondering van vertrouwelijke bedrijfsgegevens, en f. indien de activiteit niet voor het in de beschikking tot subsidieverlening genoemde tijdstip is verricht, niet zal worden verricht dan wel is stopgezet, Onze Minister onverwijld daarvan in kennis te stellen. 2006 455 10-10-2006 25-09-2006 2006 603 05-12-2006 20-11-2006 11-12-2006
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 Op de verleende subsidie verleende voorschotten bedragen maximaal 80 procent van het bedrag van die subsidie. 2009 267 30-06-2009 25-06-2009 2009 266 30-06-2009 25-06-2009 01-07-2009 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Vierde tranche Algemene wet bestuursrecht
in werking treedt.
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 1 artikel 10, eerste lid De subsidieontvanger dient binnen acht weken na de datum, bedoeld in, een aanvraag in tot vaststelling van de subsidie. 2 artikel 15, tweede lid Onze Minister beslist, behoudens het bepaalde in, binnen acht weken op de aanvraag om subsidievaststelling. 2006 455 10-10-2006 25-09-2006 2006 603 05-12-2006 20-11-2006 11-12-2006
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 1 De aanvraag tot vaststelling van de subsidie gaat vergezeld van: a. artikel 11 een verslag omtrent het verloop, de uitvoering en de resultaten van de activiteit, waaruit blijkt dat de subsidieontvanger heeft voldaan aan de verplichtingen, bedoeld in, en b. een financieel verslag dat is opgebouwd overeenkomstig de activiteitenbegroting die bij de aanvraag tot subsidieverstrekking is ingediend. 2 Indien de gemaakte kosten meer dan 10 procent afwijken van de bij de aanvraag ingediende activiteitenbegroting, wordt in het financieel verslag, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, een toelichting daarop opgenomen. 3 artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek Indien het verleende subsidiebedrag is vastgesteld op de werkelijke kosten van de activiteit waarvoor de subsidie is aangevraagd en die kosten blijkens het financieel verslag het bedrag van € 50.000 te boven gaan, gaat het financieel verslag vergezeld van een verklaring van een accountant als bedoeld inomtrent de in dat verslag vermelde bestedingen. 4 Bij ministeriële regeling worden regels gesteld omtrent de vorm en de inhoud van de verklaring, bedoeld in het derde lid. 2006 455 10-10-2006 25-09-2006 2006 603 05-12-2006 20-11-2006 11-12-2006
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 1 afdeling 4.2.8 van de Algemene wet bestuursrecht Indien de subsidieontvanger van Onze Minister tevens een boekjaarsubsidie waaropvan toepassing is, ontvangt: a. artikelen 13, eerste lid 14, eerste lid, onderdeel a artikel 14, eerste lid, onderdeel b, en tweede lid zijn de, en, niet van toepassing, en zijn, van overeenkomstige toepassing; b. neemt de subsidieontvanger in het financieel verslag over het jaar waarin de subsidie op basis van dit besluit is verleend op in hoeverre die subsidie is besteed ten behoeve van het doel waarvoor zij is verleend, en c. artikel 13 wordt het financieel verslag, bedoeld in onderdeel b, tevens aangemerkt als aanvraag tot vaststelling van de subsidie als bedoeld in. 2 artikel 13, tweede lid In afwijking van, beslist Onze Minister binnen acht weken na de ontvangst van het financieel verslag, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, omtrent de vaststelling van de op grond van dit besluit verleende subsidie. 2006 455 10-10-2006 25-09-2006 2006 603 05-12-2006 20-11-2006 11-12-2006
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. 2006 455 10-10-2006 25-09-2006 2006 603 05-12-2006 20-11-2006 11-12-2006
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 Dit besluit wordt aangehaald als: Subsidiebesluit experimenten en kennisoverdracht wonen. 2006 455 10-10-2006 25-09-2006 2006 603 05-12-2006 20-11-2006 11-12-2006