Besluit van 19 februari 2005, houdende nadere regels met betrekking tot de verstrekking van subsidies door de Minister van Buitenlandse Zaken en de Minister voor Ontwikkelingssamenwerking (Subsidiebesluit Ministerie van Buitenlandse Zaken)
- BWB-id
- BWBR0018039
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Buitenlandse Zaken
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2013-07-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0018039
- ELI
- /eli/nl/amvb/2006/subsidiebesluit-ministerie-van-buitenlandse-zaken
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/2006/subsidiebesluit-ministerie-van-buitenlandse-zaken/2013-07-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0018039&g=2013-07-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0018039&z=2026-06-06&g=2013-07-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0018039/2013-07-01
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/2006/subsidiebesluit-ministerie-van-buitenlandse-zaken
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. activiteitensubsidie: subsidie ten behoeve van activiteiten, gericht op vooraf omschreven doelstellingen en resultaten; b. instellingssubsidie: subsidie ten behoeve van de integrale kosten van de werkzaamheden van een instelling; c. verstrekking: verlening, dan wel ingeval de subsidie direct wordt vastgesteld, vaststelling. 2010 720 22-10-2010 28-09-2010 2010 720 22-10-2010 28-09-2010 23-10-2010 Vindt voor het eerst toepassing op de verstrekking van
subsidies voor het subsidietijdvak dat met ingang van 1 januari
2011 aanvangt.
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 Subsidie kan worden verstrekt voor bij ministeriële regeling aangeduide activiteiten. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld ten aanzien van de in dit besluit geregelde onderwerpen en kunnen de bedragen, genoemd in dit besluit, worden gewijzigd. 2005 137 22-03-2005 19-02-2005 2005 137 22-03-2005 19-02-2005 01-01-2006
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 Vervallen 2010 720 22-10-2010 28-09-2010 2010 720 22-10-2010 28-09-2010 23-10-2010 Vindt voor het eerst toepassing op de verstrekking van
subsidies voor het subsidietijdvak dat met ingang van 1 januari
2011 aanvangt.
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 Subsidie wordt slechts verstrekt aan rechtspersonen waarvan de statutaire doelstelling past binnen het doel van de subsidieverstrekking, die: a. in staat zijn tot een adequaat financieel beheer en b. door ervaringsdeskundigheid met betrekking tot activiteiten als waarvoor subsidie wordt gevraagd, een doelgerichte en doelmatige uitvoering van de activiteiten kunnen waarborgen. 2 In bijzondere gevallen kan subsidie worden verstrekt aan natuurlijke personen die voldoen aan de onderdelen a en b van het eerste lid, indien de omstandigheden waaronder de activiteiten worden uitgevoerd daartoe aanleiding geven. 3 artikel 3, eerste lid, van de Kaderwet subsidies Ministerie van Buitenlandse Zaken Instellingssubsidies kunnen slechts worden verstrekt aan instellingen die zich geheel of in overwegende mate richten op het uitvoeren van activiteiten waarvoor krachtenssubsidie kan worden verstrekt. Samenloop van een instellingssubsidie en een activiteitensubsidie krachtens artikel 3, eerste lid, van de Kaderwet subsidies Ministerie van Buitenlandse Zaken is uitsluitend mogelijk in bij ministeriële regeling voorziene gevallen. 2010 720 22-10-2010 28-09-2010 2010 720 22-10-2010 28-09-2010 23-10-2010 Vindt voor het eerst toepassing op de verstrekking van
subsidies voor het subsidietijdvak dat met ingang van 1 januari
2011 aanvangt.
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 Vervallen 2013 205 14-06-2013 07-06-2013 2013 205 14-06-2013 07-06-2013 01-07-2013
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 Indien Onze Minister beleidsregels met betrekking tot de verstrekking van subsidie vaststelt, maakt hij deze uiterlijk twee weken voor aanvang van het subsidietijdvak bekend. Onze Minister kan een subsidieplafond vaststellen. 2 Het subsidietijdvak, bedoeld in het eerste lid, valt samen met het kalenderjaar, tenzij bij de bekendmaking op grond van het eerste lid anders is bepaald. 3 Bekendmaking van de beleidsregels vindt plaats in de Staatscourant dan wel op een andere geschikte wijze, onder kennisgeving daarvan in de Staatscourant. Bekendmaking van een subsidieplafond vindt plaats in de Staatscourant. 4 Onze Minister kan bij de bekendmaking van een subsidieplafond bepalen dat bij de beoordeling van aanvragen mede acht wordt geslagen op een spreiding van uitgaven over de loop van het subsidietijdvak alsmede per categorie activiteiten afzonderlijke bedragen vaststellen voor doelgroepen, regio's, thema's, aard van de activiteiten, vorm van de subsidie en andere voor de subsidieverstrekking relevante invalshoeken. 2010 720 22-10-2010 28-09-2010 2010 720 22-10-2010 28-09-2010 23-10-2010 Vindt voor het eerst toepassing op de verstrekking van
subsidies voor het subsidietijdvak dat met ingang van 1 januari
2011 aanvangt.
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 Onze Minister behandelt subsidieaanvragen in volgorde van binnenkomst. 2 In afwijking van het eerste lid kan Onze Minister bij de bekendmaking van zijn beleidsregels of van het subsidieplafond bepalen dat met het oog op een onderlinge afweging van aanvragen dan wel met het oog op een spreiding van uitgaven over het subsidietijdvak, op aanvragen die voor afloop van de bij de bekendmaking vastgestelde termijn zijn ontvangen, uiterlijk op een of meer bepaalde data wordt beslist. Daarbij kan Onze Minister bepalen dat de aanvragen worden gerangschikt aan de hand van bij de bekendmaking aangeduide maatstaven. 3 artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht Indien toepassing is gegeven aan, geldt voor de toepassing van het eerste en tweede lid als datum van ontvangst van de aanvraag de datum waarop de aanvraag is aangevuld. 2010 720 22-10-2010 28-09-2010 2010 720 22-10-2010 28-09-2010 23-10-2010 Vindt voor het eerst toepassing op de verstrekking van
subsidies voor het subsidietijdvak dat met ingang van 1 januari
2011 aanvangt.
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 Onze Minister neemt bij de beoordeling van subsidieaanvragen, mede in relatie tot overige aanvragen waarop nog niet is beslist, in acht de mate waarin: a. de activiteiten bijdragen aan het realiseren van de doelstellingen van de subsidie, b. de subsidie in evenredige verhouding staat tot aard, omvang en beoogde resultaten van de activiteiten, c. de activiteiten een meer dan incidentele uitwerking kunnen hebben en d. draagvlak voor de activiteiten bestaat, bijvoorbeeld blijkend uit een bijdrage in de kosten door betrokkenen. 2 Onze Minister kan bij de beoordeling van subsidieaanvragen mede betrekken: a. de positie van vrouwen, b. de gevolgen voor het milieu, c. de naleving van internationaal aanvaarde humanitaire principes door de subsidieaanvrager, alsmede d. de gevolgen voor internationaal erkende burger-, politieke, economische, sociale en culturele rechten van de mens. 3 Onze Minister kan bij de beoordeling van subsidieaanvragen voorts rekening houden met: a. een spreiding van uitgaven over de loop van het subsidietijdvak, b. de mate waarin een spreiding van de beschikbare middelen over verschillende ontvangers bijdraagt aan de doelmatigheid van de besteding daarvan en in een evenredige verhouding staat tot de administratieve lasten bij de verstrekking van subsidie, c. de mate waarin de activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd voorzien in een behoefte, mede gelet op het geheel van verrichte activiteiten en d. een evenwichtige spreiding over doelgroepen, regio's, thema's, aard van de activiteiten, vorm van de subsidie en andere voor de subsidieverstrekking relevante invalshoeken. 2010 720 22-10-2010 28-09-2010 2010 720 22-10-2010 28-09-2010 23-10-2010 Vindt voor het eerst toepassing op de verstrekking van
subsidies voor het subsidietijdvak dat met ingang van 1 januari
2011 aanvangt.
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 Subsidie wordt geweigerd indien de aanvraag wordt ingediend na aanvang van de activiteiten. Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat in afwijking van de eerste volzin subsidie kan worden verstrekt voor nader omschreven activiteiten met een spoedeisend karakter. 2010 720 22-10-2010 28-09-2010 2010 720 22-10-2010 28-09-2010 23-10-2010 Vindt voor het eerst toepassing op de verstrekking van
subsidies voor het subsidietijdvak dat met ingang van 1 januari
2011 aanvangt.
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 artikel 6, eerste lid Onverminderd het overigens bij of krachtens de wet bepaalde kan Onze Minister de verstrekking van subsidie weigeren indien verstrekking niet verenigbaar is met het beleid van Onze Minister ten aanzien van de buitenlandse betrekkingen en de ontwikkelingssamenwerking, zoals onder andere kenbaar uit de memorie van toelichting bij de begroting van het Ministerie van Buitenlandse Zaken, uit het verkeer tussen Onze Minister en de Staten-Generaal, uit de bekendmaking van zijn beleidsregels op grond van, of uit andere geschikte vormen van bekendmaking of mededeling. 2010 720 22-10-2010 28-09-2010 2010 720 22-10-2010 28-09-2010 23-10-2010 Vindt voor het eerst toepassing op de verstrekking van
subsidies voor het subsidietijdvak dat met ingang van 1 januari
2011 aanvangt.
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 Subsidie wordt slechts verstrekt indien de aanvrager aannemelijk maakt dat de hem ten dienste staande financiële middelen, met inbegrip van de subsidie, voldoende zullen zijn om de voorgenomen activiteiten uit te voeren. 2010 720 22-10-2010 28-09-2010 2010 720 22-10-2010 28-09-2010 23-10-2010 Vindt voor het eerst toepassing op de verstrekking van
subsidies voor het subsidietijdvak dat met ingang van 1 januari
2011 aanvangt.
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 Subsidie wordt verstrekt voor een bij de subsidieverstrekking vast te stellen tijdvak, maar niet langer dan voor de duur van de activiteiten. Onze Minister kan op aanvraag van de subsidieontvanger het tijdvak verlengen, zonder aanpassing van het subsidiebedrag, indien de activiteiten waarvoor subsidie werd verstrekt niet binnen het oorspronkelijke tijdvak konden worden voltooid. 2010 720 22-10-2010 28-09-2010 2010 720 22-10-2010 28-09-2010 23-10-2010 Vindt voor het eerst toepassing op de verstrekking van
subsidies voor het subsidietijdvak dat met ingang van 1 januari
2011 aanvangt.
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 1 artikel 39, tweede lid Subsidieverlening gaat vooraf aan subsidievaststelling, onverminderd. 2 artikel 4:34, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht Aan subsidieverlening ten laste van een begroting die nog niet is vastgesteld, kan de voorwaarde, bedoeld inworden verbonden. 2010 720 22-10-2010 28-09-2010 2010 720 22-10-2010 28-09-2010 23-10-2010 Vindt voor het eerst toepassing op de verstrekking van
subsidies voor het subsidietijdvak dat met ingang van 1 januari
2011 aanvangt.
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 1 Subsidie wordt slechts verstrekt voor de noodzakelijke kosten van de voorgenomen activiteiten in het licht van de beoogde doelstellingen en resultaten voor zover redelijkerwijs niet gevergd kan worden dat deze uit eigen middelen of anderszins bekostigd worden. 2 Subsidie wordt niet verstrekt ter dekking van tekorten na afloop van de activiteiten. 3 Bij de subsidieverlening kan Onze Minister bepalen dat het subsidiebedrag door hem kan worden aangepast in het licht van onvoorziene ontwikkelingen die niet aan de subsidieontvanger kunnen worden toegerekend en redelijkerwijze niet voor diens risico gelaten kunnen worden. 2010 720 22-10-2010 28-09-2010 2010 720 22-10-2010 28-09-2010 23-10-2010 Vindt voor het eerst toepassing op de verstrekking van
subsidies voor het subsidietijdvak dat met ingang van 1 januari
2011 aanvangt.
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 artikel 14, eerste lid Bij de subsidieverlening kan worden bepaald dat de kosten van de activiteiten, bedoeld in, op normatieve grondslag worden berekend op voet van de gerealiseerde resultaten van de activiteiten of op een andere bij de subsidieverlening bepaalde grondslag en dat in het subsidiebedrag een genormeerde vergoeding voor de personele en materiële kosten van de subsidieontvanger is begrepen. 2005 137 22-03-2005 19-02-2005 2005 137 22-03-2005 19-02-2005 01-01-2006
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 Vervallen 2010 720 22-10-2010 28-09-2010 2010 720 22-10-2010 28-09-2010 23-10-2010
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 Vervallen 2010 720 22-10-2010 28-09-2010 2010 720 22-10-2010 28-09-2010 23-10-2010
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 Vervallen 2010 720 22-10-2010 28-09-2010 2010 720 22-10-2010 28-09-2010 23-10-2010
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 Vervallen 2010 720 22-10-2010 28-09-2010 2010 720 22-10-2010 28-09-2010 23-10-2010 Vindt voor het eerst toepassing op de verstrekking van
subsidies voor het subsidietijdvak dat met ingang van 1 januari
2011 aanvangt.
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 1 De subsidieontvanger draagt zorg voor een doelmatige besteding van de subsidie. De subsidie, daaronder begrepen de daarop ontvangen renteopbrengsten, wordt uitsluitend besteed voor de activiteiten waarvoor zij blijkens de subsidieverstrekking is bestemd. 2 Bij de subsidieverstrekking kan worden bepaald dat de subsidieontvanger recht doet aan de volkenrechtelijke positie van het Koninkrijk. 3 Bij de subsidieverstrekking kan worden bepaald dat de subsidieontvanger in voorkomend geval blijk geeft van de bereidheid om zijn activiteiten af te stemmen op de activiteiten van andere organisaties. 2010 720 22-10-2010 28-09-2010 2010 720 22-10-2010 28-09-2010 23-10-2010 Vindt voor het eerst toepassing op de verstrekking van
subsidies voor het subsidietijdvak dat met ingang van 1 januari
2011 aanvangt.
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 Bij de subsidieverstrekking kan worden bepaald dat de subsidieontvanger een kostendekkende vergoeding in rekening brengt voor de beschikbaarstelling van goederen aan derden of het verrichten van diensten voor derden. 2010 720 22-10-2010 28-09-2010 2010 720 22-10-2010 28-09-2010 23-10-2010 Vindt voor het eerst toepassing op de verstrekking van
subsidies voor het subsidietijdvak dat met ingang van 1 januari
2011 aanvangt.
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 Bij de subsidieverstrekking kunnen ten aanzien van goederen die met de subsidie worden aangeschaft voorschriften worden gegeven omtrent gebruik en bestemming daarvan na afloop van het tijdvak waarvoor subsidie wordt verstrekt of na uitvoering van de activiteiten waarvoor de goederen zijn verworven. Onze Minister kan daarbij bepalen dat de goederen om niet of tegen een door hem te bepalen vergoeding worden overgedragen aan hem of aan door hem aan te wijzen derden. 2010 720 22-10-2010 28-09-2010 2010 720 22-10-2010 28-09-2010 23-10-2010 Vindt voor het eerst toepassing op de verstrekking van
subsidies voor het subsidietijdvak dat met ingang van 1 januari
2011 aanvangt.
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 Bij de subsidieverstrekking kan worden bepaald dat de subsidieontvanger Onze Minister in de gelegenheid stelt om ten behoeve van de doelstellingen waarvoor de subsidie is verstrekt vrijelijk en om niet gebruik te maken van alle auteurs- of andere intellectuele eigendomsrechten die het resultaat zijn van geheel of gedeeltelijk met de subsidie bekostigde activiteiten. 2010 720 22-10-2010 28-09-2010 2010 720 22-10-2010 28-09-2010 23-10-2010 Vindt voor het eerst toepassing op de verstrekking van
subsidies voor het subsidietijdvak dat met ingang van 1 januari
2011 aanvangt.
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 Bij de subsidieverstrekking kan worden bepaald dat de subsidieontvanger bij publicaties inzake gesubsidieerde activiteiten en in correspondentie met derden die bij de uitvoering van de activiteiten zijn betrokken, melding maakt van de omstandigheid dat de activiteiten geheel of gedeeltelijk bekostigd zijn uit een subsidie verstrekt door Onze Minister, tenzij de aard van de activiteiten, de hoedanigheid van de ontvanger of andere gewichtige omstandigheden zich daartegen verzetten. 2010 720 22-10-2010 28-09-2010 2010 720 22-10-2010 28-09-2010 23-10-2010 Vindt voor het eerst toepassing op de verstrekking van
subsidies voor het subsidietijdvak dat met ingang van 1 januari
2011 aanvangt.
Artikel 24a — Artikel 24a#
Artikel 24a artikel 4:39, tweede lid van de Algemene wet bestuursrecht artikel 2, onder a tot en met h, van de Kaderwet subsidies Ministerie van Buitenlandse Zaken artikel 8, tweede lid Aan de subsidieverstrekking kunnen verplichtingen als bedoeld inworden verbonden, met het oog op de belangen, genoemd inen in. 2010 720 22-10-2010 28-09-2010 2010 720 22-10-2010 28-09-2010 23-10-2010 Vindt voor het eerst toepassing op de verstrekking van
subsidies voor het subsidietijdvak dat met ingang van 1 januari
2011 aanvangt.
Artikel 24b — Artikel 24b#
Artikel 24b Bij de subsidieverlening wordt bepaald dat de subsidieontvanger onverwijld een schriftelijke melding doet zodra aannemelijk is dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend niet, niet tijdig of niet geheel zullen worden verricht of dat niet, niet tijdig of niet geheel aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen zal worden voldaan. 2010 720 22-10-2010 28-09-2010 2010 720 22-10-2010 28-09-2010 23-10-2010 Vindt voor het eerst toepassing op de verstrekking van
subsidies voor het subsidietijdvak dat met ingang van 1 januari
2011 aanvangt.
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 De aanvraag tot verstrekking van een activiteitensubsidie omvat: a. een activiteitenplan, b. een begroting en c. een liquiditeitsprognose voor de eerstvolgende twaalf maanden. 2010 720 22-10-2010 28-09-2010 2010 720 22-10-2010 28-09-2010 23-10-2010 Vindt voor het eerst toepassing op de verstrekking van
subsidies voor het subsidietijdvak dat met ingang van 1 januari
2011 aanvangt.
Artikel 26 — Artikel 26#
Artikel 26 Het activiteitenplan omvat een overzicht van activiteiten, naar aard, omvang, fasering en onderling verband, in relatie tot de daarmee beoogde doelstellingen en resultaten en verwachte effecten voor de eerstvolgende twaalf maanden van het tijdvak waarvoor subsidie wordt gevraagd. Doelstellingen, resultaten en effecten worden waar mogelijk uitgedrukt in meetbare grootheden. Indien de activiteiten zich over een tijdvak van meer dan twaalf maanden uitstrekken gaat het activiteitenplan vergezeld van een globaal overzicht van werkzaamheden, doelstellingen, resultaten en verwachte effecten voor de resterende periode van het tijdvak. 2010 720 22-10-2010 28-09-2010 2010 720 22-10-2010 28-09-2010 23-10-2010 Vindt voor het eerst toepassing op de verstrekking van
subsidies voor het subsidietijdvak dat met ingang van 1 januari
2011 aanvangt.
Artikel 27 — Artikel 27#
Artikel 27 De begroting geeft inzicht in de inkomsten, daaronder begrepen bijdragen van derden, en uitgaven gerelateerd aan de voorgenomen activiteiten voor de eerstvolgende twaalf maanden van het tijdvak waarvoor subsidie wordt gevraagd en is voorzien van een postgewijze toelichting. Indien de activiteiten zich over een tijdvak van meer dan twaalf maanden uitstrekken gaat de begroting vergezeld van een financiële raming voor de daaropvolgende periode. 2010 720 22-10-2010 28-09-2010 2010 720 22-10-2010 28-09-2010 23-10-2010 Vindt voor het eerst toepassing op de verstrekking van
subsidies voor het subsidietijdvak dat met ingang van 1 januari
2011 aanvangt.
Artikel 28 — Artikel 28#
Artikel 28 1 Indien de activiteiten zich over een tijdvak van meer dan twaalf maanden uitstrekken, verstrekt de subsidieontvanger uiterlijk dertien weken voor aanvang van de dertiende maand een activiteitenplan, vergezeld van een begroting en een liquiditeitsprognose voor de daarop volgende periode van twaalf maanden. Bij de subsidieverlening kan worden bepaald dat activiteitenplan en begroting voor elke nieuwe periode de instemming van Onze Minister behoeven. 2 Bij de subsidieverlening kan Onze Minister bepalen dat het eerste lid niet van toepassing is. 2005 137 22-03-2005 19-02-2005 2005 137 22-03-2005 19-02-2005 01-01-2006
Artikel 29 — Artikel 29#
Artikel 29 artikelen 26 tot en met 28 Dezijn van overeenkomstige toepassing op de aanvraag voor een instellingssubsidie, met dien verstande dat de gegevens betrekking hebben op alle werkzaamheden van de instelling en de integrale kosten daarvan. Een aanvraag voor een instellingssubsidie gaat voor de eerste maal vergezeld van: a. een afschrift van de statuten dan wel de reglementen van de subsidieaanvrager, zoals deze laatstelijk zijn vastgesteld of gewijzigd en b. de meest recente jaarrekening dan wel een overzicht van de financiële situatie van de subsidieaanvrager. 2010 720 22-10-2010 28-09-2010 2010 720 22-10-2010 28-09-2010 23-10-2010 Vindt voor het eerst toepassing op de verstrekking van
subsidies voor het subsidietijdvak dat met ingang van 1 januari
2011 aanvangt.
Artikel 30 — Artikel 30#
Artikel 30 1 Onze Minister beslist binnen dertien weken na ontvangst van de aanvraag. Onze Minister kan deze termijn verlengen tot ten hoogste: a. tweeëntwintig weken indien de activiteiten mede worden bekostigd door de Europese Unie of met het oog op de beslissing advies wordt ingewonnen dan wel een nader onderzoek plaatsvindt, of b. veertig weken indien met het oog op de beslissing internationaal advies wordt ingewonnen. 2 artikel 7, eerste lid Indien, van toepassing is en de aanvraag eerder dan dertien weken voor aanvang van het subsidietijdvak waarin de activiteiten zullen aanvangen wordt ingediend, schort Onze Minister de behandeling van de aanvraag op tot dertien weken voor aanvang van het subsidietijdvak en geldt als datum van ontvangst van de aanvraag de dag waarop de termijn van dertien weken aanvangt. 3 artikel 7, tweede lid Het eerste en het tweede lid zijn niet van toepassing indien, van toepassing is. 4 artikel 8, eerste lid artikel 7, eerste lid Met het oog op de toepassing van, kan Onze Minister in afwijking van, de beslissing op de aanvraag aanhouden, onverminderd het eerste lid. 2010 720 22-10-2010 28-09-2010 2010 720 22-10-2010 28-09-2010 23-10-2010 Vindt voor het eerst toepassing op de verstrekking van
subsidies voor het subsidietijdvak dat met ingang van 1 januari
2011 aanvangt.
Artikel 31 — Artikel 31#
Artikel 31 1 artikel 4:44, eerste lid, onder b of c, van de Algemene wet bestuursrecht De aanvraag tot vaststelling van een activiteitensubsidie geschiedt binnen zes maanden na afloop van het tijdvak waarvoor subsidie werd verleend dan wel na afloop van de activiteiten dan wel, indien toepassing is gegeven aan, telkens binnen zes maanden na afloop van elk kalenderjaar. 2 Onze Minister beslist binnen dertien weken na ontvangst van de aanvraag. Onze Minister kan deze termijn verlengen tot ten hoogste tweeëntwintig weken. 2010 720 22-10-2010 28-09-2010 2010 720 22-10-2010 28-09-2010 23-10-2010 Vindt voor het eerst toepassing op de verstrekking van
subsidies voor het subsidietijdvak dat met ingang van 1 januari
2011 aanvangt.
Artikel 32 — Artikel 32#
Artikel 32 artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht Indien toepassing is gegeven aan, vangt de termijn om op een aanvraag tot verlening of vaststelling te beslissen aan zodra de aanvraag is aangevuld. 2010 720 22-10-2010 28-09-2010 2010 720 22-10-2010 28-09-2010 23-10-2010 Vindt voor het eerst toepassing op de verstrekking van
subsidies voor het subsidietijdvak dat met ingang van 1 januari
2011 aanvangt.
Artikel 33 — Artikel 33#
Artikel 33 Betaling van voorschotten vindt plaats in termijnen waarvan hoogte en betalingstijdstip in de beschikking tot subsidieverlening worden vastgelegd. 2010 720 22-10-2010 28-09-2010 2010 720 22-10-2010 28-09-2010 23-10-2010 Vindt voor het eerst toepassing op de verstrekking van
subsidies voor het subsidietijdvak dat met ingang van 1 januari
2011 aanvangt.
Artikel 34 — Artikel 34#
Artikel 34 Vervallen 2010 720 22-10-2010 28-09-2010 2010 720 22-10-2010 28-09-2010 23-10-2010 Vindt voor het eerst toepassing op de verstrekking van
subsidies voor het subsidietijdvak dat met ingang van 1 januari
2011 aanvangt.
Artikel 35 — Artikel 35#
Artikel 35 Vervallen 2010 720 22-10-2010 28-09-2010 2010 720 22-10-2010 28-09-2010 23-10-2010 Vindt voor het eerst toepassing op de verstrekking van
subsidies voor het subsidietijdvak dat met ingang van 1 januari
2011 aanvangt.
Artikel 36 — Artikel 36#
Artikel 36 Vervallen 2010 720 22-10-2010 28-09-2010 2010 720 22-10-2010 28-09-2010 23-10-2010 Vindt voor het eerst toepassing op de verstrekking van
subsidies voor het subsidietijdvak dat met ingang van 1 januari
2011 aanvangt.
Artikel 37 — Artikel 37#
Artikel 37 Vervallen 2010 720 22-10-2010 28-09-2010 2010 720 22-10-2010 28-09-2010 23-10-2010 Vindt voor het eerst toepassing op de verstrekking van
subsidies voor het subsidietijdvak dat met ingang van 1 januari
2011 aanvangt.
Artikel 38 — Artikel 38#
Artikel 38 Vervallen 2010 720 22-10-2010 28-09-2010 2010 720 22-10-2010 28-09-2010 23-10-2010 Vindt voor het eerst toepassing op de verstrekking van
subsidies voor het subsidietijdvak dat met ingang van 1 januari
2011 aanvangt.
Artikel 39 — Artikel 39#
Artikel 39 1 Subsidies voor een bedrag lager dan € 25.000 worden als vast bedrag verstrekt. 2 De subsidie wordt: a. direct vastgesteld zonder voorafgaande beschikking tot subsidieverlening of b. ambtshalve vastgesteld, uiterlijk op een in een voorafgaande beschikking tot subsidieverlening vermelde datum, doch niet later dan tweeëntwintig weken nadat de activiteiten op grond van de beschikking moeten zijn verricht. 3 Een subsidie als bedoeld in het tweede lid, onder a, wordt binnen zes weken na vaststelling in één termijn betaald, doch niet eerder dan na aanvang van het subsidietijdvak. 2010 720 22-10-2010 28-09-2010 2010 720 22-10-2010 28-09-2010 23-10-2010 Vindt voor het eerst toepassing op de verstrekking van
subsidies voor het subsidietijdvak dat met ingang van 1 januari
2011 aanvangt.
Artikel 40 — Artikel 40#
Artikel 40 1 artikel 39, tweede lid, onder b Indien een beschikking tot subsidieverlening als bedoeld in, wordt gegeven, vermeldt de beschikking de datum waarop de activiteiten uiterlijk moeten zijn verricht. 2 Bij de subsidieverlening wordt bepaald dat de subsidieontvanger desgevraagd op in de beschikking vermelde wijze aantoont dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en dat is voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen. 3 Bevoorschotting vindt plaats tot honderd procent van het verleende bedrag in termijnen waarvan hoogte en betalingstijdstip in de beschikking tot subsidieverlening worden vastgelegd. 2010 720 22-10-2010 28-09-2010 2010 720 22-10-2010 28-09-2010 23-10-2010 Vindt voor het eerst toepassing op de verstrekking van
subsidies voor het subsidietijdvak dat met ingang van 1 januari
2011 aanvangt.
Artikel 41 — Artikel 41#
Artikel 41 1 Subsidies voor een bedrag van ten minste € 25.000 tot ten hoogste € 125.000 worden verstrekt in de vorm van een vast bedrag of een vast bedrag overeenkomstig een in de beschikking te bepalen grondslag die is gerelateerd aan de gerealiseerde resultaten. 2 Bij de subsidieverstrekking wordt bepaald dat de subsidieontvanger op in de beschikking vermelde wijze aantoont dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en dat is voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen. 3 Indien de kosten en opbrengsten in verband met de aard van de activiteiten zodanig ongewis zijn dat een realistische begroting niet kan worden vereist, kan in de beschikking worden bepaald dat de subsidieontvanger op basis van een verklaring inzake werkelijke kosten en opbrengsten aantoont dat de activiteiten zijn verricht. 2010 720 22-10-2010 28-09-2010 2010 720 22-10-2010 28-09-2010 23-10-2010 Vindt voor het eerst toepassing op de verstrekking van
subsidies voor het subsidietijdvak dat met ingang van 1 januari
2011 aanvangt.
Artikel 42 — Artikel 42#
Artikel 42 Vervallen 2010 720 22-10-2010 28-09-2010 2010 720 22-10-2010 28-09-2010 23-10-2010 Vindt voor het eerst toepassing op de verstrekking van subsidies voor het subsidietijdvak dat met ingang van 1 januari 2011 aanvangt.
Artikel 43 — Artikel 43#
Artikel 43 Vervallen 2010 720 22-10-2010 28-09-2010 2010 720 22-10-2010 28-09-2010 23-10-2010 Vindt voor het eerst toepassing op de verstrekking van
subsidies voor het subsidietijdvak dat met ingang van 1 januari
2011 aanvangt.
Artikel 44 — Artikel 44#
Artikel 44 Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2006. 2005 137 22-03-2005 19-02-2005 2005 137 22-03-2005 19-02-2005 01-01-2006
Artikel 45 — Artikel 45#
Artikel 45 Dit besluit wordt aangehaald als: Subsidiebesluit Ministerie van Buitenlandse Zaken. 2005 137 22-03-2005 19-02-2005 2005 137 22-03-2005 19-02-2005 01-01-2006