Besluit van 9 augustus 2007, houdende regels ter uitvoering van de Wet op de archeologische monumentenzorg en enkele technische wijzigingen van het Besluit indieningsvereisten aanvraag bouwvergunning (Besluit archeologische monumentenzorg)
- BWB-id
- BWBR0022429
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2012-01-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0022429
- ELI
- /eli/nl/amvb/2007/besluit-archeologische-monumentenzorg
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/2007/besluit-archeologische-monumentenzorg/2012-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0022429&g=2012-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0022429&z=2026-06-06&g=2012-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0022429/2012-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/2007/besluit-archeologische-monumentenzorg
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: aanvraag: drempelbijdrage: deel van de kosten van het doen van opgravingen dat ten laste komt van de gemeente of de provincie; excessieve kosten: deel van de kosten van het doen van opgravingen dat het bedrag dat wordt gevormd door de som van de drempelbijdrage en het verstoordersdeel te boven gaat; leidinggevende: hoofdstuk 3 degene die binnen de organisatie van de aanvrager, bedoeld in, daadwerkelijk leiding geeft aan het doen van de opgravingen; specifieke uitkering: artikel 34a, eerste lid, van de Monumentenwet 1988 specifieke uitkering als bedoeld in; vergunning: artikel 45 van de Monumentenwet 1988 vergunning als bedoeld in; verstoordersdeel: wet: Monumentenwet 1988 . 1°. hoofdstuk 2 artikel 34a, eerste lid, van de Monumentenwet 1988 voor: aanvraag voor een specifieke uitkering als bedoeld in, of 2°. hoofdstuk 3 artikel 45 van de Monumentenwet 1988 voor: aanvrager van een vergunning als bedoeld in; 1°. hoofdstuk 2 deel van de kosten van het doen van opgravingen dat volgens de aanvrager, bedoeld in, ten laste blijft van degene die door de aanvrager tot het doen van opgravingen is verplicht, of 2°. artikel 6 bedrag dat Onze minister op grond vanheeft vastgesteld; 2007 292 28-08-2007 09-08-2007 2007 293 28-08-2007 21-08-2007 01-09-2007
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 De drempelbijdrage bestaat uit het inwoneraantal van de betreffende gemeente of provincie vermenigvuldigd met een door Onze minister vast te stellen bedrag. 2 Voor de berekening van de drempelbijdrage is bepalend het inwoneraantal van de gemeente of provincie op 1 januari van het jaar waarin de aanvraag is ingediend. 2007 292 28-08-2007 09-08-2007 2007 293 28-08-2007 21-08-2007 01-01-2008
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 De aanvraag gaat vergezeld van: a. het besluit waarbij de verplichting tot het doen van de betreffende opgravingen is opgelegd, b. artikel 4.2, eerste lid, onder a, b of c, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht artikel 26 van de Ontgrondingenwet het besluit, bedoeld inof, en het verzoek dat aan dat besluit ten grondslag ligt, c. een overzicht van de totale kosten van het doen van de betreffende opgravingen, en d. het programma van eisen met betrekking tot het doen van de betreffende opgravingen. 2011 339 05-07-2011 17-06-2011 2011 339 05-07-2011 17-06-2011 01-01-2012
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 Onze minister stelt jaarlijks vast tot welk bedrag ten hoogste verplichtingen kunnen worden aangegaan voor het verstrekken van specifieke uitkeringen. 2 Onze minister verleent specifieke uitkeringen in de volgorde van ontvangst van de aanvragen. 2007 292 28-08-2007 09-08-2007 2007 293 28-08-2007 21-08-2007 01-01-2008
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 Onze minister kan een specifieke uitkering verlenen voor de excessieve kosten. 2007 292 28-08-2007 09-08-2007 2007 293 28-08-2007 21-08-2007 01-01-2008
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 Onze minister kan het verstoordersdeel anders vaststellen dan de aanvrager, indien hij van oordeel is dat de aanvrager niet in redelijkheid het desbetreffende bedrag heeft kunnen vaststellen. 2007 292 28-08-2007 09-08-2007 2007 293 28-08-2007 21-08-2007 01-01-2008
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 Het besluit tot verlening vermeldt in ieder geval het bedrag van de te verlenen specifieke uitkering dat ten hoogste zal worden verleend. 2007 292 28-08-2007 09-08-2007 2007 293 28-08-2007 21-08-2007 01-01-2008
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 Onze minister kan voorschotten verlenen. 2007 292 28-08-2007 09-08-2007 2007 293 28-08-2007 21-08-2007 01-01-2008
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 Artikel 4:34, eerste, derde en vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht is van overeenkomstige toepassing. 2007 292 28-08-2007 09-08-2007 2007 293 28-08-2007 21-08-2007 01-01-2008
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 1 Onze minister kan een specifieke uitkering weigeren geheel of gedeeltelijk te verlenen: a. indien de op te graven monumenten uit een oogpunt van cultuurbehoud onvoldoende esthetische, cultuurhistorische of wetenschappelijke waarde hebben, of b. indien het doen van de betreffende opgravingen kennelijk niet in overeenstemming is met het beleid van Onze minister op het terrein van het behoud van monumenten. 2 artikel 4, eerste lid Onze minister weigert een specifieke uitkering voor zover het uitkeringsplafond, bedoeld in, voor het desbetreffende jaar door verlening van die specifieke uitkering zou worden overschreden. 2011 339 05-07-2011 17-06-2011 2011 339 05-07-2011 17-06-2011 01-01-2012 Abusievelijk is een wijziging geformuleerd die niet kan worden doorgevoerd.
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 artikel 10, tweede lid Aanvragen die op grond van, zijn geweigerd, komen in de volgorde van ontvangst in een volgend jaar opnieuw in aanmerking voor verlening van een specifieke uitkering. 2007 292 28-08-2007 09-08-2007 2007 293 28-08-2007 21-08-2007 01-01-2008
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 De ontvanger van een specifieke uitkering doet zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling aan Onze minister van omstandigheden die van belang kunnen zijn voor een beslissing tot wijziging of intrekking van een specifieke uitkering. Daarbij worden de relevante stukken overgelegd. 2007 292 28-08-2007 09-08-2007 2007 293 28-08-2007 21-08-2007 01-01-2008
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 artikel 213 van de Gemeentewet artikel 217 van de Provinciewet Voor zover niet uit de jaarrekening van de gemeente of provincie over het jaar waarin het doen van opgravingen is afgerond, alsmede uit de accountantsverklaring en het verslag van bevindingen, behorend bij die jaarrekening krachtensof, blijkt dat een specifieke uitkering rechtmatig is besteed, kan het bedrag waarvan de rechtmatige besteding niet vaststaat, worden teruggevorderd. 2007 292 28-08-2007 09-08-2007 2007 293 28-08-2007 21-08-2007 01-01-2008
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 1 artikel 13 Binnen vier maanden na ontvangst van de jaarrekening, bedoeld in, geeft Onze minister een beschikking tot vaststelling van de specifieke uitkering. 2 artikelen 4:46 4:49 4:52 4:56 4:57 van de Algemene wet bestuursrecht De,,,enzijn van overeenkomstige toepassing op het eerste lid. 2007 292 28-08-2007 09-08-2007 2007 293 28-08-2007 21-08-2007 01-01-2008
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 Met de vergunningseisen ter zake van het doen van opgravingen als bedoeld in dit besluit worden gelijkgesteld vergunningseisen die worden gesteld in een andere lidstaat van de Europese Unie of een andere staat, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie, die partij is bij een daartoe strekkend verdrag of mede daartoe strekkend verdrag dat Nederland bindt, en die een vergunningsniveau waarborgen dat ten minste gelijkwaardig is aan het niveau dat met de nationale eisen wordt nagestreefd. 2007 292 28-08-2007 09-08-2007 2007 293 28-08-2007 21-08-2007 01-09-2007
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 Een vergunning is niet overdraagbaar. 2007 292 28-08-2007 09-08-2007 2007 293 28-08-2007 21-08-2007 01-09-2007
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 1 Onze minister verleent de vergunning indien de aanvrager genoegzaam aantoont dat zijn organisatie zodanig is ingericht dat een goed kwaliteitsniveau van het doen van opgravingen is gewaarborgd. 2 De organisatie van de aanvrager voldoet ten minste aan het volgende: a. de organisatie voorziet in voldoende faciliteiten om vondsten te conserveren, b. de organisatie voorziet in voldoende faciliteiten om vondsten tijdelijk op te slaan, c. de aanvrager verkeert niet in staat van faillissement en is niet in surseance van betaling, d. de leidinggevende beschikt over 1°. Wet op het hoger onderwijs en het wetenschappelijk onderzoek het getuigschrift van een masteropleiding in het wetenschappelijk onderwijs op het terrein van de archeologie, afgegeven krachtens de, 2°. artikel 7.3 van de Wet op het hoger onderwijs en het wetenschappelijk onderzoek die wet het getuigschrift van een opleiding in het wetenschappelijk onderwijs op het terrein van de archeologie als bedoeld in, zoalsop 31 augustus 2002 luidde, of 3°. Algemene wet erkenning EG-beroepsopleidingen Algemene wet erkenning EG-hoger-onderwijsdiploma's een EG-verklaring als bedoeld in deof de, e. de leidinggevende heeft voldoende werkervaring, en f. de leidinggevende is in de vier jaar voorafgaand aan de aanvraag niet onherroepelijk veroordeeld wegens het plegen van: 1°. artikelen 61 62 van de wet die wet Invoeringswet Wet algemene bepalingen omgevingsrecht een strafbaar feit als bedoeld in deen, zoalsluidde voor inwerkingtreding van de, 2°. artikel 11 45, eerste lid 53, eerste lid 56 van de wet een overtreding van,,, of; of 3°. artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder f of h 2.3, aanhef en onder b 2.3a 2.24, eerste lid 2.25, tweede lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht een overtreding van,,,, ofvoor zover die overtreding betrekking heeft op een beschermd monument als bedoeld in die wet of een beschermd stads- of dorpsgezicht. 2011 339 05-07-2011 17-06-2011 2011 339 05-07-2011 17-06-2011 01-01-2012
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 1 De aanvraag van een vergunning gaat in ieder geval vergezeld van: a. een organisatieplan, b. artikelen 19 222a van de Faillissementswet artikel 17, tweede lid, onderdeel c een recente verklaring van de rechtbank op basis van de registers, bedoeld in deen, waaruit blijkt dat de aanvrager voldoet aan, c. artikel 17, tweede lid, onderdeel d een afschrift van het getuigschrift of de EG-verklaring, bedoeld in, d. artikel 17, tweede lid, onderdeel e bewijsstukken waaruit de werkervaring, bedoeld in, blijkt, en e. artikel 28 van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens een verklaring omtrent het gedrag als bedoeld invan leidinggevenden die niet ouder is dan 6 maanden. 2 De aanvrager beschrijft in het organisatieplan, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, in ieder geval op welke wijze: a. artikel 17, eerste lid de aanvrager voldoet aan, b. binnen de organisatie voor voldoende leidinggevenden wordt zorg gedragen, en c. artikel 25 de aanvrager zal voldoen aan de voorschriften, bedoeld in. 3 De voorwaarde, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, geldt niet voor een krachtens publiekrecht ingestelde rechtspersoon. 2007 292 28-08-2007 09-08-2007 2007 293 28-08-2007 21-08-2007 01-09-2007
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 1 Onze minister kan een vergunning beperken tot: a. bepaalde archeologische werkzaamheden in het kader van het doen van opgravingen, b. een bepaald doel, c. een bepaalde tijd, of d. een bepaald gebied. 2 artikel 17, eerste lid Indien de organisatie van de aanvrager niet voldoet aan, maar de verwachting bestaat dat dit binnen afzienbare termijn het geval zal zijn, verleent Onze minister een tijdelijke vergunning. 2007 292 28-08-2007 09-08-2007 2007 293 28-08-2007 21-08-2007 01-09-2007
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 artikel 3, eerste lid, van de wet Een vergunning voor een organisatieonderdeel van het Rijk wordt uitsluitend verleend voor het doen van opgravingen in het kader van ontwikkeling en innovatie van kennis over het behouden en beheren van archeologische monumenten of voor de aanwijzing, bedoeld in. 2007 292 28-08-2007 09-08-2007 2007 293 28-08-2007 21-08-2007 01-09-2007
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 Een vergunning voor een gemeente of een provincie wordt uitsluitend verleend voor het doen van opgravingen binnen het grondgebied van de desbetreffende gemeente of provincie. 2007 292 28-08-2007 09-08-2007 2007 293 28-08-2007 21-08-2007 01-09-2007
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 onderdelen a, b of h van de bijlage van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek artikel 1.3, eerste lid, van die wet Een vergunning voor een universiteit als bedoeld in dewordt uitsluitend verleend voor het doen van opgravingen in verband met wetenschappelijk onderwijs of wetenschappelijk onderzoek als bedoeld in. 2007 292 28-08-2007 09-08-2007 2007 293 28-08-2007 21-08-2007 01-09-2007
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 Een vergunning voor het doen van opgravingen buiten de territoriale wateren wordt uitsluitend voor een bepaald gebied en voor een bepaalde tijd verleend. 2007 292 28-08-2007 09-08-2007 2007 293 28-08-2007 21-08-2007 01-09-2007
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 1 artikel 46, tweede tot en met vierde lid, van de wet Bij de naleving van de voorschriften, bedoeld in, of bij het doen van opgravingen houdt de vergunninghouder zich aan de normen die in de archeologische beroepsgroep gelden voor het doen van opgravingen. 2 Indien de vergunninghouder voldoet aan een door Onze minister aan te wijzen versie van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie of onderdelen daarvan, is het aannemelijk dat hij voldoet aan het eerste lid. 2007 292 28-08-2007 09-08-2007 2007 293 28-08-2007 21-08-2007 01-09-2007
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 De vergunninghouder zorgt ervoor dat een ieder in zijn organisatie die zich daadwerkelijk bezighoudt met het doen van opgravingen: a. zijn kennis en vaardigheden onderhoudt, en b. zich bij zijn archeologische handelen laat leiden door actuele en in brede archeologische kring aanvaarde wetenschappelijke inzichten. 2007 292 28-08-2007 09-08-2007 2007 293 28-08-2007 21-08-2007 01-09-2007
Artikel 26 — Artikel 26#
Artikel 26 Wijzigt het Besluit indieningsvereisten aanvraag bouwvergunning. 2007 292 28-08-2007 09-08-2007 2007 293 28-08-2007 21-08-2007 01-09-2007
Artikel 27 — Artikel 27#
Artikel 27 Wijzigt het Mijnbouwbesluit. 2007 292 28-08-2007 09-08-2007 2007 293 28-08-2007 21-08-2007 01-09-2007
Artikel 28 — Artikel 28#
Artikel 28 De hoofdstukken van dit besluit treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende hoofdstukken of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld. 2007 292 28-08-2007 09-08-2007 2007 293 28-08-2007 21-08-2007 01-09-2007
Artikel 29 — Artikel 29#
Artikel 29 Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit archeologische monumentenzorg. 2007 292 28-08-2007 09-08-2007 2007 293 28-08-2007 21-08-2007 01-09-2007