Besluit van 12 oktober 2006, houdende regels inzake bekostiging van het toezicht ingevolge de Wet op het financieel toezicht (Besluit bekostiging financieel toezicht)
- BWB-id
- BWBR0020411
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Financiën
- Geldigheid
- 2012-01-01 t/m 2012-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0020411
- ELI
- /eli/nl/amvb/2007/besluit-bekostiging-financieel-toezicht
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/2007/besluit-bekostiging-financieel-toezicht/2012-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0020411&g=2012-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0020411&z=2026-06-06&g=2012-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0020411/2012-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/2007/besluit-bekostiging-financieel-toezicht
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 Wet op het financieel toezicht In deze regeling wordt verstaan onder wet:. 2006 504 31-10-2006 12-10-2006 2006 664 20-12-2006 11-12-2006 01-01-2007
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 De toezichthouder brengt eenmalig een bedrag in rekening aan een aanvrager of een verzoeker ter vergoeding van kosten van de behandeling van een aanvraag of verzoek om verlening of wijziging van: a. artikel 2:3a, eerste lid 2:4, eerste lid 2:6, eerste lid 2:10b, eerste lid 2:11, eerste lid 2:16, eerste lid 2:20 2:26a, eerste lid 2:26d, eerste lid 2:27, eerste lid 2:36, eerste lid 2:40, eerste lid 2:48, eerste lid 2:50, eerste lid 2:54a, eerste lid 2:54d, eerste lid 2:54g, eerste lid 2:55, eerste lid 2:60, eerste lid 2:65, eerste en tweede lid 2:75, eerste lid 2:80, eerste lid 2:86, eerste lid 2:92, eerste lid 2:96 3:4, eerste lid 5:26, eerste lid, van de wet een vergunning als bedoeld in,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,, of; b. artikel 2:55, tweede lid 2:60, tweede lid 2:65, derde lid 2:75, tweede lid 2:80, tweede of derde lid 2:86, tweede lid 2:92, tweede lid 2:96, tweede lid 3:5, vierde lid 3:6, vierde lid 3:7, vierde lid 4:3, vierde lid 5:26, derde lid, van de wet een ontheffing als bedoeld in,,,,,,,,,,,, of; c. artikel 3:95 artikel 3:96 artikel 5:32d, eerste lid, van de wet artikel 3:108, vierde lid, van de wet een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in,, ofof een mededeling als bedoeld in; d. artikel 2:69a, eerste lid 3:110, eerste lid, van de wet een verklaring van ondertoezichtstelling als bedoeld in, of; e. artikel 5:2 van de wet een goedkeuring als bedoeld in; f. artikel 5:23, tweede lid, van de wet een goedkeuring als bedoeld in; g. vervallen; h. artikel 5:77, eerste lid een goedkeuring van een biedingsbericht als bedoeld in. 2 artikel 3:9, eerste lid, tweede volzin artikel 4:9, eerste lid, van de wet artikel 4:10, eerste lid, tweede volzin, van de wet Het bedrag, bedoeld in het eerste lid, wordt vermeerderd met een bedrag ter vergoeding van kosten van een toetsing van de deskundigheid of betrouwbaarheid van een beleidsbepaler, medebeleidsbepaler, houder van een gekwalificeerde deelneming, of persoon als bedoeld in, of persoon als bedoeld in, of persoon als bedoeld in, voor zover deze kosten niet reeds op grond van het eerste lid in rekening worden gebracht. 3 artikel 3:9, eerste lid, tweede volzin artikel 4:9, eerste lid, van de wet artikel 4:10, eerste lid, tweede volzin van de wet artikel 3:29 4:26 van de wet De toezichthouder brengt eenmalig een bedrag in rekening aan een aanvrager of een verzoeker ter vergoeding van kosten van een toetsing van de deskundigheid of betrouwbaarheid van een beleidsbepaler, medebeleidsbepaler, houder van een gekwalificeerde deelneming, of persoon als bedoeld in, of persoon als bedoeld in, of persoon als bedoeld in, welke toetsing wordt verricht naar aanleiding van een melding van een ingevolgeofvoorgeschreven kennisgeving of melding. 4 artikel 3:97 van de wet artikel 5:27 van de wet De toezichthouder brengt de kosten die hij maakt ter advisering van Onze Minister ten behoeve van de behandeling van een aanvraag van een verklaring van geen bezwaar als bedoeld inof een vergunning als bedoeld in, in rekening bij de aanvrager. 2011 673 29-12-2011 22-12-2011 2011 671 29-12-2011 22-12-2011 01-01-2012 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet Wet op het financieel toezicht, enz. (implementatie richtlijn nr. 2009/110/EG) in werking treedt.
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 artikel 1:107, tweede lid, onderdeel a, onder 2°, 3°, 4°, 6°, 8°, 9°, 12° of onderdeel b artikel 124b, eerste lid, van het Besluit prudentiële regels Wft De toezichthouder brengt een aanvrager of een verzoeker eenmalig een bedrag in rekening ter vergoeding van kosten van een inschrijving in het register als bedoeld in, of artikel 1:107, derde lid, onderdelen j en k, van de wet en. 2 De Autoriteit Financiële Markten brengt eenmalig een bedrag in rekening aan een bieder: a. artikel 5, eerste, tweede of derde lid, van het Besluit openbare biedingen Wft nadat het openbaar bod is aangekondigd op de wijze, voorzien in; b. artikel 16, eerste lid, van het Besluit openbare biedingen Wft artikel 17, vierde lid, van voornoemd besluit nadat de bieder omtrent de gestanddoening van het openbaar bod een openbare mededeling als bedoeld inheeft gedaan, en, voor zover zich dat voordoet, nadat de bieder een openbare mededeling als bedoeld inheeft gedaan; c. artikel 5:81, derde lid, van de wet voor het verlenen van een ontheffing als bedoeld in. 3 artikel 2:81, tweede lid, onderdeel b, van de wet Autoriteit Financiële Markten brengt eenmalig een bedrag in rekening aan een aanvrager of verzoeker ter vergoeding van de kosten van de behandeling van een aanvraag of verzoek om verlening, uitbreiding, wijziging of aanmelding van een verbonden bemiddelaar als bedoeld in. 2011 673 29-12-2011 22-12-2011 2011 671 29-12-2011 22-12-2011 01-01-2012 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet Wet op het financieel toezicht, enz. (implementatie richtlijn nr. 2009/110/EG) in werking treedt.
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 artikel 1:76, eerste lid, van de wet De toezichthouder kan aan de betrokken financiële onderneming een bedrag in rekening brengen ter vergoeding van de kosten die hij maakt voor de toepassing van. 2006 504 31-10-2006 12-10-2006 2006 664 20-12-2006 11-12-2006 01-01-2007
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 artikel 1:40 van de wet artikelen 2 tot en met 4 De toezichthouder brengt jaarlijks een bedrag in rekening aan financiële ondernemingen, uitgevende instellingen en pensioenfondsen terzake van kosten als bedoeld in, voor zover de desbetreffende kosten niet reeds op grond van dein rekening worden gebracht. 2007 262 17-07-2007 09-07-2007 2007 262 17-07-2007 09-07-2007 18-07-2007 01-01-2007
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 artikel 5 De kosten, bedoeld in, worden op basis van de begroting waarmee is ingestemd door Onze Minister, geraamd voor het jaar waarop het in rekening te brengen bedrag betrekking heeft. 2 artikel 1:40 van de wet De geraamde kosten worden toegerekend aan categorieën van financiële ondernemingen, uitgevende instellingen en pensioenfondsen naar de mate van hun beslag op de werkzaamheden, bedoeld in. 3 artikel 1:40, derde lid, van de wet artikel 1:40, vierde lid, van de wet De per categorie toegerekende geraamde kosten worden verminderd of vermeerderd met het aan de desbetreffende categorie toe te rekenen exploitatiesaldo bedoeld in, en verminderd met de aan de desbetreffende categorie toe te rekenen opbrengsten uit bestuurlijke boetes en verbeurde dwangsommen bedoeld indie niet reeds zijn opgenomen in het exploitatiesaldo. 2007 262 17-07-2007 09-07-2007 2007 262 17-07-2007 09-07-2007 18-07-2007 01-01-2007
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 artikel 6, tweede lid De in, bedoelde categorieën van financiële ondernemingen zijn, voor zover het door de Nederlandsche Bank in rekening te brengen kosten betreft: a. clearinginstellingen; b. banken, verdeeld in: 1°. artikel 2:11 van de wet artikel 3:4, eerste lid, van de wet banken waaraan een vergunning is verleend als bedoeld inen ondernemingen waaraan een vergunning is verleend als bedoeld inen die het in de onderdelen a of b van dat lid bedoelde bedrijf uitoefenen; 2°. artikel 2:16 van de wet banken waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in; 3°. artikel 2:20 van de wet banken waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in; 4°. artikel 2:15 van de wet banken met zetel in een andere lidstaat die op grond vanhun bedrijf vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor mogen uitoefenen; c. financiële instellingen, verdeeld in: 1°. artikel 3:110, eerste lid, van de wet financiële instellingen die beschikken over een verklaring van ondertoezichtstelling als bedoeld in; 2°. artikel 2:25 van de wet financiële instellingen die ingevolgein Nederland hun bedrijf mogen uitoefenen; 3°. artikel 2:26 van de wet financiële instellingen die ingevolgein Nederland hun bedrijf mogen uitoefenen; d. artikel 1, onderdeel b, van de Zorgverzekeringswet artikel 2:27, eerste lid, van de wet zorgverzekeraars, als bedoeld inwaaraan een vergunning is verleend als bedoeld in; e. verzekeraars, niet zijnde zorgverzekeraars als bedoeld in onderdeel d; f. beheerders, verdeeld in: 1°. artikel 2:65, eerste lid, onderdeel a, van de wet beheerders die rechten van deelneming aanbieden in een beleggingsinstelling als bedoeld in, niet zijnde beheerders als bedoeld onder 2º; 2°. artikel 2:65, tweede lid, van de wet beheerders die rechten van deelneming aanbieden in een beleggingsinstelling als bedoeld in; 3°. beheerders waaraan een ontheffing is verleend; 4°. artikel 2:71 van de wet dat artikel beheerders als bedoeld in, die met inachtneming vanzijn overgegaan tot verhandeling van rechten van deelneming; 5°. artikel 2:72 van de wet dat artikel beheerders als bedoeld in, die met inachtneming vanzijn overgegaan tot verhandeling van rechten van deelneming; 6°. artikel 2:73 van de wet dat artikel beheerders als bedoeld in, die met inachtneming vanzijn overgegaan tot verhandeling van rechten van deelneming; g. beleggingsmaatschappijen zonder aparte beheerder; h. beleggingsondernemingen verdeeld in: 1°. beleggingsondernemingen met zetel in Nederland die uitsluitend in de uitoefening van beroep of bedrijf handelen voor eigen rekening; 2°. beleggingsondernemingen met zetel in Nederland die in de uitoefening van een beroep of bedrijf een multilaterale handelsfaciliteit exploiteren; 3°. beleggingsondernemingen met zetel in Nederland die beleggingsdiensten verlenen; 4°. niet in Nederland gevestigde beleggingsondernemingen die in Nederland beleggingsactiviteiten verrichten; 5°. niet in Nederland gevestigde beleggingsondernemingen die niet of niet uitsluitend voor eigen rekening in Nederland beleggingsdiensten verlenen of beleggingsactiviteiten verrichten; 6°. beleggingsondernemingen die in de uitoefening van beroep of bedrijf uitsluitend adviseren over financiële instrumenten; i. betaaldienstverlener, verdeeld in: 1°. artikel 2:3a, eerste lid, van de wet betaaldienstverleners waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in; 2°. artikel 2:3e, eerste lid, van de wet betaaldienstverleners waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in; j. artikel 124b, eerste lid, van het Besluit prudentiële regels Wft banken met zetel in Nederland die zijn opgenomen in een openbaar register als bedoeld in; k. entiteiten voor risico-acceptatie, verdeeld in: 1°. artikel 2:54a van de wet entiteiten voor risico-acceptatie waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in; 2°. artikel 2:54d van de wet entiteiten voor risico-acceptatie waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in; 3°. artikel 2:54f van de wet entiteiten voor risico-acceptatie met zetel in een staat die geen aangewezen staat is, die een verklaring hebben overlegd als bedoeld in; l. premiepensioeninstellingen; m. elektronischgeldinstellingen, verdeeld in: 1°. artikel 2:10a van de wet elektronischgeldinstellingen waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in; 2°. artikel 2:10e van de wet elektronischgeldinstellingen waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in. 2 Bij ministeriële regeling kunnen nadere categorieën worden vastgesteld. 2011 673 29-12-2011 22-12-2011 2011 671 29-12-2011 22-12-2011 01-01-2012 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet Wet op het financieel toezicht, enz. (implementatie richtlijn nr. 2009/110/EG) in werking treedt.
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 artikel 6, tweede lid De in, bedoelde categorieën van financiële ondernemingen, uitgevende instellingen en pensioenfondsen zijn, voor zover het door de Autoriteit Financiële Markten in rekening te brengen kosten betreft: a. clearinginstellingen en banken die het bedrijf van clearinginstelling uitoefenen; b. banken, verdeeld in: 1°. artikel 2:11 van de wet banken waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in; 2°. artikel 2:16 van de wet banken waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in; 3°. artikel 2:20 van de wet banken waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in; c. financiële instellingen, verdeeld in: 1°. artikel 3:110, eerste lid, van de wet financiële instellingen die beschikken over een verklaring van ondertoezichtstelling als bedoeld in; 2°. artikel 2:25 van de wet financiële instellingen die ingevolgein Nederland hun bedrijf mogen uitoefenen; 3°. artikel 2:26 van de wet financiële instellingen die ingevolgein Nederland hun bedrijf mogen uitoefenen; d. verzekeraars, verdeeld in: 1°. artikel 2:27, eerste lid artikel 2:47 2:48, eerste lid, van de wet schadeverzekeraars of natura-uitvaartverzekeraars waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in, ofonderscheidenlijk; 2°. andere schadeverzekeraars of natura-uitvaartverzekeraars dan bedoeld onder 1°; 3°. artikelen 2:27, eerste lid 2:47 van de wet levensverzekeraars waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in de, of; 4°. andere levensverzekeraars dan bedoeld onder 3°; e. beheerders die rechten van deelneming in een beleggingsinstelling aanbieden en beleggingsmaatschappijen zonder aparte beheerder, verdeeld in: 1°. artikel 2:65 van de wet beheerders die rechten van deelneming aanbieden in een beleggingsinstelling en beleggingsmaatschappijen zonder aparte beheerder als bedoeld in; 2°. artikel 2:69a, eerste lid beheerders die rechten van deelneming aanbieden in een beleggingsinstelling en beleggingsmaatschappijen zonder aparte beheerder, aan wie, onderscheidenlijk waaraan, een verklaring van ondertoezichtstelling als bedoeld in, is verleend; 3°. artikelen 2:71 2:72 van de wet beheerders die rechten van deelneming aanbieden in een beleggingsinstelling en beleggingsmaatschappijen zonder aparte beheerder als bedoeld in deen, die zijn overgegaan tot het aanbieden van rechten van deelneming; f. vervallen; g. beleggingsondernemingen verdeeld in: 1°. artikel 2:99 van de wet beleggingsondernemingen waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in, die in de uitoefening van beroep of bedrijf in Nederland uitsluitend adviseren over financiële instrumenten; 2°. artikel 2:99 van de wet beleggingsondernemingen waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in, die in de uitoefening van beroep of bedrijf in Nederland niet of niet uitsluitend voor eigen rekening in Nederland beleggingsactiviteiten verrichten of beleggingsdiensten verlenen; 3°. artikel 2:99 van de wet beleggingsondernemingen met zetel in Nederland waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in, die uitsluitend in de uitoefening van beroep of bedrijf voor eigen rekening in Nederland beleggingsactiviteiten verrichten; 4°. artikel 2:99 van de wet beleggingsondernemingen waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in, die in Nederland een multilaterale handelsfaciliteit exploiteren of beheren; 5°. artikel 2:99 van de wet hoofdstuk 5.1 van de wet beleggingsondernemingen waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in, die in de uitoefening van beroep of bedrijf in Nederland financiële instrumenten overnemen of plaatsen bij aanbieding ervan, als bedoeld in, met plaatsingsgarantie; 6°. artikel 2:99 van de wet hoofdstuk 5.1 van de wet beleggingsondernemingen waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in, die in de uitoefening van beroep of bedrijf in Nederland financiële instrumenten plaatsen bij aanbieding ervan, als bedoeld in, zonder plaatsingsgarantie; 7°. beleggingsondernemingen die in een andere lidstaat een vergunning hebben gekregen voor het verlenen van beleggingsdiensten onderscheidenlijk het verrichten van beleggingsactiviteiten, die in Nederland actief zijn; 8°. houders van een met een multilaterale handelsfaciliteit vergelijkbaar systeem uit een staat die geen lidstaat is, die in Nederland actief zijn; 9° beleggingsondernemingen die in Nederland een multilaterale handelsfaciliteit exploiteren waarvoor in een andere lidstaat een vergunning is verleend; 10°. artikel 2:97, eerste lid, onderdeel a of b 2:98, eerste lid, onderdeel a of b financiële ondernemingen die ingevolge, of, van de wet beleggingsdiensten mogen verlenen of beleggingsactiviteiten mogen verrichten; h. marktexploitanten, verdeeld in: 1°. artikel 5:26, eerste lid, van de wet marktexploitanten waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in, die in Nederland actief zijn; 2°. artikel 5:26, derde lid, van de wet marktexploitanten waaraan een ontheffing is verleend als bedoeld in, die in Nederland actief zijn; 3°. houders van een met een gereglementeerde markt vergelijkbaar systeem uit een staat die geen lidstaat is, die in Nederland actief zijn; i. uitgevende instellingen, verdeeld in: 1°. artikel 5:25b, eerste lid, van de wet uitgevende instellingen als bedoeld in; 2°. artikel 5:25i, eerste lid, van de wet uitgevende instellingen als bedoeld in; 3°. artikel 5:33, eerste lid, onderdeel a, van de wet uitgevende instellingen als bedoeld in; 4°. artikel 5:60, eerste lid, onderdeel a, van de wet uitgevende instellingen als bedoeld in; j. pensioenfondsen; k. artikel 1:15 van de wet natuurlijke personen of rechtspersonen als bedoeld in; l. aanbieders van een financieel product, verdeeld in: 1°. artikel 2:60 van de wet aanbieders van krediet waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in; 2°. aanbieders van beleggingsobjecten; m. 1°. adviseurs en bemiddelaars in een financieel product, daaronder begrepen herverzekeringsbemiddelaars, ondergevolmachtigde agenten en gevolmachtigde agenten; 2°. adviseurs en bemiddelaars in een recht van deelneming in een beleggingsinstelling, niet zijnde een effect; n. betaaldienstverleners, verdeeld in: 1°. artikel 2:3a, eerste lid van de wet betaaldienstverleners waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in; 2°. artikel 2:3e, eerste lid van de wet betaaldienstverleners waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in. 2 Bij ministeriele regeling kunnen nadere categorieën worden vastgesteld. 2011 673 29-12-2011 22-12-2011 2011 671 29-12-2011 22-12-2011 01-01-2012 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet Wet op het financieel toezicht, enz. (implementatie richtlijn nr. 2009/110/EG) in werking treedt.
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 artikelen 2 3 Bij ministeriële regeling wordt jaarlijks voor 15 januari de hoogte van de eenmalig in rekening te brengen bedragen, bedoeld in deen, vastgesteld. 2006 504 31-10-2006 12-10-2006 2006 664 20-12-2006 11-12-2006 01-01-2007
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 1 artikel 4 De hoogte van het bedrag, bedoeld in, wordt per geval vastgesteld door de toezichthouder. 2 artikel 1:76, eerste lid, van de wet Het bedrag wordt op zodanige wijze gespecificeerd dat daaruit blijkt dat het overeenkomt met de door de toezichthouder voor de toepassing van, werkelijk gemaakte kosten. 2007 262 17-07-2007 09-07-2007 2007 262 17-07-2007 09-07-2007 18-07-2007 01-01-2007
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 artikel 5 Ter bepaling van de hoogte van het bedrag, bedoeld in, wordt bij ministeriële regeling jaarlijks voor 15 juli op voorstel van de toezichthouder per categorie een tarief vastgesteld. Onze Minister kan daarbij maatstaven hanteren en bandbreedtes bepalen en per bandbreedte een tarief vaststellen. 2 artikel 6 De toezichthouder baseert zijn voorstel voor het in het eerste lid bedoelde tarief op de kosten die aan de desbetreffende categorie zijn toegerekend op de wijze, bedoeld in, en, in voorkomend geval, op de maatstafgegevens die betrekking hebben op het voorafgaande jaar, dan wel, indien deze gegevens niet beschikbaar zijn, het daaraan voorafgaande jaar of het lopende jaar. 3 artikel 5 Voor de categorieën van financiële ondernemingen waarvoor de hoogte van het tarief, bedoeld in het eerste lid, wordt gerelateerd aan maatstafgegevens, bestaat de hoogte van het bedrag, bedoeld in, uit een jaarlijks voor 15 juli bij ministeriële regeling, op voorstel van de toezichthouder, per categorie vast te stellen minimumbedrag ter dekking van de minimale toezichtkosten per financiële onderneming in de desbetreffende categorie, vermeerderd met een bedrag dat: a. artikel 6 wordt gebaseerd op de kosten die per categorie zijn toegerekend op de wijze, bedoeld in, onder aftrek van het totaal van de aan de desbetreffende categorie in rekening te brengen minimumbedragen, en b. is doorberekend naar rato van de maatstafgegevens die betrekking hebben op het voorafgaande jaar dan wel, indien deze gegevens niet beschikbaar zijn, het daaraan voorafgaande jaar of het lopende jaar. 2007 262 17-07-2007 09-07-2007 2007 262 17-07-2007 09-07-2007 18-07-2007 01-01-2007
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 1 artikelen 9 11, derde lid artikel 11, eerste lid artikelen 2:75 2:80 2:86 2:92 van de wet Ten aanzien van financiële ondernemingen die participeren in een stelsel van zelftoezicht, worden de bedragen, bedoeld in deen, en de tarieven, bedoeld in, op voorstel van de toezichthouder verlaagd vastgesteld, voor zover deze bedragen of tarieven betrekking hebben op de toerekening van kosten van werkzaamheden die de toezichthouder verricht in verband met de uitvoering van zijn taak op grond van de,,en. 2 Als een stelsel van zelftoezicht als bedoeld in het eerste lid wordt aangemerkt een organisatorisch verband van marktpartijen dat zich ten doel stelt een doeltreffende bijdrage te leveren aan de uitvoering door de toezichthouder van het toezicht op de naleving van de wet en waarmee de toezichthouder een convenant heeft gesloten dat waarborgen biedt voor een adequaat zelftoezicht. 3 Bij ministeriële regeling kan een korting worden verleend voor het elektronisch indienen van een aanvraag. 2011 515 10-11-2011 27-10-2011 2011 638 23-12-2011 12-12-2011 01-01-2012
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 1 artikel 11 Het bedrag, bepaald op basis van, wordt voor een financiële onderneming die niet eerder dan 1 februari van het lopende jaar onder een categorie valt, in rekening gebracht naar evenredigheid van het aantal maanden in het jaar dat de financiële onderneming onder de categorie valt, waarbij een gedeelte van een maand geldt als volledige maand. 2 Aan een financiële onderneming die niet langer onder een categorie valt, wordt het bedrag terugbetaald naar evenredigheid van het aantal maanden van het jaar dat de financiële onderneming niet langer onder de categorie valt, waarbij een gedeelte van een maand geldt als volledige maand. 2007 262 17-07-2007 09-07-2007 2007 262 17-07-2007 09-07-2007 18-07-2007 01-01-2007
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 1 artikel 5 artikel 11 Een financiële onderneming waaraan het bedrag, bedoeld in, in rekening wordt gebracht op grond van een maatstaf als bedoeld in, verstrekt binnen een door de toezichthouder te stellen redelijke termijn een opgave van haar maatstafgegevens. 2 Indien een financiële onderneming niet binnen de in het eerste lid bedoelde termijn een opgave heeft gedaan of een kennelijk onjuiste of onvolledige opgave heeft gedaan, kan de toezichthouder een schatting doen van de maatstafgegevens. 2006 504 31-10-2006 12-10-2006 2006 664 20-12-2006 11-12-2006 01-01-2007
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 1 artikelen 2 3 4 5 De toezichthouder bepaalt de wijze en het tijdstip van betaling van de bedragen, bedoeld in de,,en. 2 Indien als wijze van betaling automatische incasso is overeengekomen, kan de toezichthouder bij het in rekening brengen van het bedrag per factuur een korting toepassen. 2006 504 31-10-2006 12-10-2006 2006 664 20-12-2006 11-12-2006 01-01-2007
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 artikel 6, tweede lid artikel 5, eerste lid Indien een financiële onderneming het vermogen heeft verkregen van een financiële onderneming die in het lopende jaar of in het voorafgaande jaar heeft opgehouden onder een categorie als bedoeld in, te vallen, wordt het bedrag ter vergoeding van de kosten, bedoeld in, die door de toezichthouder ten aanzien van laatstbedoelde financiële onderneming zijn gemaakt, in rekening gebracht bij de verkrijgende financiële onderneming, voor zover deze kosten niet reeds bij de laatstbedoelde financiële onderneming in rekening zijn gebracht. 2006 504 31-10-2006 12-10-2006 2006 664 20-12-2006 11-12-2006 01-01-2007
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 artikel 2 De toezichthouder kanbuiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover toepassing, gelet op het belang van een reële en rechtvaardige kostendoorberekening, zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard. 2006 504 31-10-2006 12-10-2006 2006 664 20-12-2006 11-12-2006 01-01-2007
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. 2006 504 31-10-2006 12-10-2006 2006 664 20-12-2006 11-12-2006 01-01-2007
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit bekostiging financieel toezicht. 2006 504 31-10-2006 12-10-2006 2006 664 20-12-2006 11-12-2006 01-01-2007