Besluit van 28 december 2006, houdende regels inzake elektromagnetische compatibiliteit van uitrusting (Besluit elektromagnetische compatibiliteit 2007)
- BWB-id
- BWBR0021041
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Economische Zaken
- Geldigheid
- 2014-02-01 t/m 2016-12-27
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0021041
- ELI
- /eli/nl/amvb/2007/besluit-elektromagnetische-compatibiliteit-2007
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/2007/besluit-elektromagnetische-compatibiliteit-2007/2014-02-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0021041&g=2014-02-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0021041&z=2026-06-06&g=2014-02-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0021041/2014-02-01
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/2007/besluit-elektromagnetische-compatibiliteit-2007
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. Telecommunicatiewet wet:; b. richtlijn nr. 2004/108/EG richtlijn nr. 2004/108/EG Richtlijn 89/336/EEG :van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 15 december 2004 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten inzake elektromagnetische compatibiliteit en tot intrekking van(PbEG L 390); c. richtlijn nr. 1999/5/EG richtlijn nr. 1999/5/EG :van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 9 maart 1999 betreffende radioapparatuur en telecommunicatie-eindapparatuur en de wederzijdse erkenning van hun conformiteit (PbEG L 91); d. elektromagnetische storing: elk elektromagnetisch verschijnsel dat een verslechtering van de prestaties van uitrusting kan veroorzaken, waaronder een elektromagnetische ruis, een ongewenst signaal of een wijziging in het voortplantingsmilieu; e. ongevoeligheid: het vermogen van uitrusting om in aanwezigheid van een elektromagnetische storing te kunnen functioneren zoals beoogd zonder verslechtering van prestaties; f. elektromagnetische omgeving: het geheel van waarneembare elektromagnetische verschijnselen op een bepaalde locatie; g. elektromagnetische compatibiliteit: het vermogen van uitrusting om op bevredigende wijze in haar elektromagnetische omgeving te functioneren zonder zelf elektromagnetische storing te veroorzaken die ontoelaatbaar is voor andere uitrusting in die omgeving; h. lidstaat: staat die lid is van de Europese Unie; i. derde land: land dat partij is bij een bij ministeriële regeling genoemde overeenkomst; j. geharmoniseerde norm: technische specificatie die door een erkende Europese normalisatie-instelling, in opdracht van de Europese Commissie en in overeenstemming met de procedures van de notificatierichtlijn, is goedgekeurd; k. richtlijn nr. 2004/108/EG richtlijn nr. 2004/108/EG EG-verklaring van overeenstemming: document waarin degene die een apparaat in de handel brengt verklaart dat het apparaat voldoet aan de voorschriften vanen dat is opgesteld volgens bijlage IV, punt 2, van; l. CE-markering: markering als bedoeld in bijlage V, eerste en tweede alinea, van richtlijn nr. 2004/108/EG; m. aangemelde instantie: instantie die voor het uitvoeren van conformiteitsbeoordelingsprocedures als bedoeld in bijlage III van richtlijn nr. 2004/108/EG is aangewezen 1°. richtlijn nr. 2004/108/EG door een lidstaat die de instantie op grond van artikel 12 vanheeft aangemeld, 2°. richtlijn nr. 2004/108/EG door een staat, niet zijnde een lidstaat, die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte die de instantie op grond van artikel 12 vanheeft aangemeld, of 3°. in het kader van een bij ministeriële regeling genoemde overeenkomst, door de aanwijzende autoriteit in een derde land; n. overeenstemmingsbeoordelingsorgaan: instantie die voor het beoordelen van overeenstemming van uitrusting op het gebied van elektromagnetische compatibiliteit met de normen van een derde land en volgens de regels en procedures van het derde land is aangewezen. 2012 612 06-12-2012 30-11-2012 2012 612 06-12-2012 30-11-2012 07-12-2012
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 Het bij of krachtens dit besluit bepaalde is niet van toepassing op uitrusting als bedoeld in artikel 1, tweede en derde lid, van richtlijn nr. 2004/108/EG. 2007 19 18-01-2007 28-12-2006 2007 21 18-01-2007 28-12-2006 20-07-2007
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 De verplichtingen die bij of krachtens dit besluit worden opgelegd aan degene die een apparaat in de handel brengt, zijn eveneens van toepassing op de in Nederland gevestigde vertegenwoordigers van deze persoon. 2007 19 18-01-2007 28-12-2006 2007 21 18-01-2007 28-12-2006 20-07-2007
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 richtlijn nr. 2004/108/EG Uitrusting voldoet aan de eisen, bedoeld in bijlage I onder 1, van. 2 richtlijn nr. 2004/108/EG Onverminderd het eerste lid, voldoet een vaste installatie aan de eisen, bedoeld in bijlage I onder 2, van. 3 Voor zover voor uitrusting een eis als bedoeld in het eerste of tweede lid op meer specifieke wijze is vastgesteld, is de eis, bedoeld in het eerste of tweede lid, niet van toepassing op die uitrusting. 2007 19 18-01-2007 28-12-2006 2007 21 18-01-2007 28-12-2006 20-07-2007
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 artikel 4 Het is verboden uitrusting die niet voldoet aan de eisen, bedoeld in, tentoon te stellen of te demonstreren, tenzij a. het tentoonstellen of demonstreren plaatsvindt tijdens handelsbeurzen, tentoonstellingen of soortgelijke evenementen, en b. deze uitrusting is voorzien van een zichtbaar teken dat aangeeft dat de uitrusting niet in de handel mag worden gebracht of mag worden verhandeld zolang deze uitrusting niet voldoet aan de eisen in dit besluit. 2 Uitrusting als bedoeld in het eerste lid mag slechts worden gedemonstreerd indien passende maatregelen zijn genomen om elektromagnetische storing te voorkomen. 2007 19 18-01-2007 28-12-2006 2007 21 18-01-2007 28-12-2006 20-07-2007
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 artikel 4, eerste en tweede lid richtlijn nr. 2004/108/EG Uitrusting wordt vermoed te voldoen aan één of meer van de in, bedoelde eisen, indien is voldaan aan de met betrekking totvastgestelde geharmoniseerde normen of delen daarvan, die betrekking hebben op de desbetreffende eisen. 2 Van een vermoeden van overeenstemming als bedoeld in het eerste lid is slechts sprake indien de referentienummers van de bij de conformiteitsbeoordelingsprocedure gehanteerde geharmoniseerde normen zijn gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Unie en deze normen van kracht zijn. 2007 19 18-01-2007 28-12-2006 2007 21 18-01-2007 28-12-2006 20-07-2007
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 artikel 8 artikel 9 Degene die een apparaat in de handel brengt, voldoet aan de inofbedoelde verplichtingen inzake de conformiteitsbeoordeling. 2007 19 18-01-2007 28-12-2006 2007 21 18-01-2007 28-12-2006 20-07-2007
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 Een apparaat wordt aan een op relevante verschijnselen gebaseerde elektromagnetische compatibiliteitsbeoordeling onderworpen. Bij deze beoordeling wordt rekening gehouden met alle normaal beoogde gebruikscondities. 2 De juiste toepassing van alle relevante geharmoniseerde normen waarvan de referenties in het Publicatieblad van de Europese Unie zijn bekendgemaakt, wordt beschouwd als gelijkwaardig aan het uitvoeren van een elektromagnetische compatibiliteitsbeoordeling. 3 artikel 4, eerste lid Indien een apparaat verschillende configuraties kan aannemen, dan bevestigt de elektromagnetische compatibiliteitsbeoordeling dat het apparaat in alle mogelijke configuraties die door de fabrikant worden aangegeven als representatief voor het beoogde gebruik, voldoet aan de eisen, bedoeld in. 4 artikel 4, eerste lid richtlijn nr. 2004/108/EG Er wordt technische documentatie opgesteld die aantoont dat het apparaat voldoet aan de eisen, bedoeld in. De technische documentatie wordt opgesteld volgens bijlage IV, punt 1, van. 5 Degene die een apparaat in de handel brengt, houdt de technische documentatie ter beschikking van Onze Minister gedurende ten minste tien jaar na de datum waarop het apparaat voor het laatst is vervaardigd. 6 artikel 4, eerste lid richtlijn nr. 2004/108/EG Er wordt een EG-verklaring van overeenstemming opgesteld, aan de hand waarvan de overeenstemming van een apparaat met de eisen, bedoeld in, wordt aangetoond. De EG-verklaring van overeenstemming wordt opgesteld volgens de bepalingen van bijlage IV, punt 2, van. 7 Degene die een apparaat in de handel brengt, houdt de EG-verklaring van overeenstemming ter beschikking van Onze Minister gedurende ten minste tien jaar na de datum waarop het apparaat voor het laatst is vervaardigd. 2007 19 18-01-2007 28-12-2006 2007 21 18-01-2007 28-12-2006 20-07-2007
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 artikel 8 In aanvulling op de procedure, bedoeld in, kan degene die een apparaat in de handel brengt, een aangemelde instantie inschakelen. 2 artikel 8 artikel 4, eerste en tweede lid Indien in aanvulling opeen aangemelde instantie wordt ingeschakeld, wordt de technische documentatie voorgelegd aan de aangemelde instantie, met het verzoek om een beoordeling, waarbij tevens wordt aangegeven welke aspecten van de eisen, bedoeld in, beoordeeld moeten worden. 3 artikel 4, eerste en tweede lid artikel 4, eerste en tweede lid De aangemelde instantie onderzoekt de technische documentatie en beoordeelt of die documentatie naar behoren aantoont dat aan de door haar te beoordelen eisen, bedoeld in, is voldaan. Indien wordt bevestigd dat het apparaat daarmee in overeenstemming is, geeft de aangemelde instantie een verklaring af die de overeenstemming van het apparaat bevestigt. De verklaring blijft beperkt tot de door haar beoordeelde aspecten van de eisen, bedoeld in. 4 artikel 8, derde lid De verklaring van de aangemelde instantie wordt gevoegd bij de technische documentatie, bedoeld in. 2007 19 18-01-2007 28-12-2006 2007 21 18-01-2007 28-12-2006 20-07-2007
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 1 artikel 8 9 Een apparaat waarvan de overeenstemming met dit besluit is vastgesteld volgens de procedure vanof, is voorzien van de CE-markering die deze overeenstemming bevestigt. 2 Degene die een apparaat in de handel brengt, brengt de CE-markering aan op het apparaat of op het gegevensplaatje. Wanneer echter de aard van het apparaat dat niet toelaat of niet rechtvaardigt, wordt de CE-markering aangebracht op de verpakking, voor zover deze bestaat, en op de begeleidende documenten. 3 Indien het apparaat met betrekking tot andere aspecten onder andere richtlijnen valt die voorzien in het aanbrengen van de CE-markering, geeft deze markering aan dat het apparaat ook aan deze andere richtlijnen voldoet. 4 Indien in een richtlijn als bedoeld in het derde lid gedurende een overgangsperiode de keuze van de toe te passen regeling aan de fabrikant wordt gelaten, geeft de CE-markering alleen aan dat aan de door de fabrikant toegepaste richtlijn wordt voldaan. In dat geval worden de in het Publicatieblad van de Europese Unie bekendgemaakte referenties van de toegepaste richtlijnen vermeld in de door de richtlijn vereiste documenten, handleidingen of gebruiksaanwijzingen die bij het apparaat zijn gevoegd. 2007 19 18-01-2007 28-12-2006 2007 21 18-01-2007 28-12-2006 20-07-2007
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 Het is verboden tekens aan te brengen op het apparaat, de verpakking, of de gebruiksaanwijzing, die met de CE-markering kunnen worden verward. 2 Andere dan de in het eerste lid bedoelde tekens mogen worden aanbracht op het apparaat, de verpakking, of de gebruiksaanwijzing, op voorwaarde dat dit niet ten koste gaat van de zichtbaarheid of de leesbaarheid van de CE-markering. 2007 19 18-01-2007 28-12-2006 2007 21 18-01-2007 28-12-2006 20-07-2007
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 1 Elk apparaat wordt geïdentificeerd met behulp van een type-, partij-, serienummer of andere informatie aan de hand waarvan het apparaat kan worden geïdentificeerd. 2 Bij elk apparaat worden de naam en het adres van de fabrikant gevoegd en indien deze niet in de Europese Unie is gevestigd de naam en het adres van diens gevolmachtigde of van de persoon in de Europese Unie die verantwoordelijk is voor het in de handel brengen van het apparaat. 3 artikel 4, eerste lid Degene die een apparaat in de handel brengt, verstrekt informatie over specifieke voorzorgsmaatregelen die tijdens de assemblage, de installatie, het onderhoud of het gebruik van het apparaat moeten worden getroffen om ervoor te zorgen dat het apparaat bij ingebruikname voldoet aan de eisen, bedoeld in. 4 artikel 4, eerste lid Een apparaat waarvan de overeenstemming met de eisen, bedoeld in, in woongebieden niet gegarandeerd kan worden, gaat vergezeld van een duidelijke aanduiding van deze gebruiksbeperkingen, waar nodig ook op de verpakking. 5 De informatie die nodig is om het apparaat overeenkomstig haar bestemming te kunnen gebruiken, wordt vermeld in de instructies die het apparaat vergezellen. 2007 19 18-01-2007 28-12-2006 2007 21 18-01-2007 28-12-2006 20-07-2007
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 artikelen 4 7 8 9 10 11 12 De,,,,,enzijn niet van toepassing op een apparaat dat bestemd is om in een bepaalde vaste installatie te worden geïntegreerd en anderszins niet in de handel verkrijgbaar is. 2007 19 18-01-2007 28-12-2006 2007 21 18-01-2007 28-12-2006 20-07-2007
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 1 artikel 13 In gevallen als bedoeld inwordt de vaste installatie in de begeleidende documentatie beschreven, met vermelding van de eigenschappen ervan in verband met de elektromagnetische compatibiliteit en van de voorzorgsmaatregelen die moeten worden genomen om het apparaat in de vaste installatie in te bouwen, teneinde de overeenstemming van de desbetreffende installatie niet aan te tasten. 2 artikel 12, eerste en tweede lid Voorts wordt in de documentatie de informatie opgenomen, bedoeld in. 2007 19 18-01-2007 28-12-2006 2007 21 18-01-2007 28-12-2006 20-07-2007
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 1 De goede technologische praktijken volgens welke een vaste installatie geïnstalleerd wordt, worden gedocumenteerd. 2 De voor de conformiteit van de vaste installatie verantwoordelijke persoon houdt de desbetreffende documentatie, zolang de vaste installatie in bedrijf is, voor toezicht op de naleving ter beschikking van Onze Minister. 2007 19 18-01-2007 28-12-2006 2007 21 18-01-2007 28-12-2006 20-07-2007
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 1 artikel 4 artikel 4 Indien er aanwijzingen zijn dat de vaste installatie niet voldoet aan de eisen, bedoeld in, in het bijzonder indien sprake is van klachten over storing die door de vaste installatie zou worden veroorzaakt, kan Onze Minister eisen dat de persoon die verantwoordelijk is voor de conformiteit van de vaste installatie met de eisen bedoeld in, bewijs van overeenstemming van de vaste installatie levert. 2 Indien het in het eerste lid bedoelde bewijs niet afdoende is, kan Onze Minister een beoordeling inleiden. 3 artikel 4 Indien Onze Minister vaststelt dat de vaste installatie niet voldoet aan de eisen, bedoeld in, kan hij passende maatregelen opleggen om de vaste installatie in overeenstemming te brengen met die eisen. 2007 19 18-01-2007 28-12-2006 2007 21 18-01-2007 28-12-2006 20-07-2007
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 1 artikel 9 Onze Minister kan een instantie aanwijzen voor het uitvoeren van de inbedoelde taken, indien uit de aanvraag tot aanwijzing volgt dat de instantie blijkens accreditatie aantoonbaar voldoet aan de norm NEN-EN 45011:1998 of de norm NEN-EN-ISO/IEC 17065:2012. 2 artikel 4, eerste en tweede lid Onze Minister kan de aanwijzing beperken tot daarbij te omschrijven categorieën van apparaten of aspecten van de eisen, bedoeld in. 2014 43 31-01-2014 21-01-2014 2014 43 31-01-2014 21-01-2014 01-02-2014
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 artikel 17 Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over de wijze waarop een aanvraag tot aanwijzing als bedoeld inwordt ingediend. 2007 19 18-01-2007 28-12-2006 2007 21 18-01-2007 28-12-2006 20-07-2007
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 1 Onze Minister kan de aanwijzing intrekken, indien: a. de aangemelde instantie dit verzoekt, of b. artikel 17, eerste lid de aangemelde instantie niet langer voldoet aan de norm, bedoeld in. 2 artikel 9, derde lid Indien een aangemelde instantie een verklaring als bedoeld in, afgeeft en vervolgens vast komt te staan dat het betreffende apparaat niet voldoet aan de door de instantie beoordeelde eisen, kan Onze Minister passende maatregelen nemen. 2007 19 18-01-2007 28-12-2006 2007 21 18-01-2007 28-12-2006 20-07-2007
Artikel 19a — Artikel 19a#
Artikel 19a 1 Onze Minister kan een instantie aanwijzen als overeenstemmingsbeoordelingsorgaan. 2 Bij de aanwijzing kan Onze Minister nadere voorwaarden stellen, waaronder in ieder geval het toepassingsbereik van de aanwijzing en de wijze waarop een overeenstemmingsbeoordeling uitgevoerd wordt. 3 Onze Minister kan een aanwijzing intrekken indien het overeenstemmingsbeoordelingsorgaan niet voldoende technisch bekwaam is of niet voldoet aan de voorwaarden gesteld bij de aanwijzing. 4 Onze Minister kan een aanwijzing schorsen indien Onze Minister het vermoeden heeft dat het derde lid van toepassing is. 5 Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over de procedure van aanwijzing en de wijze waarop een aanvraag tot aanwijzing wordt ingediend. 2012 117 23-03-2012 13-03-2012 2012 117 23-03-2012 13-03-2012 01-05-2012
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over speciale maatregelen betreffende de ingebruikneming of het gebruik van uitrusting die voldoet aan de bij of krachtens dit hoofdstuk gestelde voorschriften. Deze regels betreffen: a. maatregelen om een bestaand of te verwachten probleem in verband met elektromagnetische compatibiliteit op een bepaalde locatie te verhelpen; b. maatregelen die om veiligheidsredenen genomen worden om openbare elektronische communicatienetwerken of apparaten die naar hun aard bestemd zijn voor het zenden of ontvangen van radiocommunicatiesignalen te beschermen, indien deze worden gebruikt voor veiligheidsdoeleinden in duidelijk gedefinieerde spectrumsituaties. 2007 19 18-01-2007 28-12-2006 2007 21 18-01-2007 28-12-2006 20-07-2007
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 1 artikel 10.1, eerste lid van de wet artikelen 8, vijfde en zevende lid 9, vierde lid 10 12 14 15 Het verbod om uitrusting te verhandelen, bedoeld in, geldt niet indien wordt voldaan aan de verplichtingen in de,,,,envan dit besluit, betreffende het beschikbaar hebben van documenten, het aanbrengen van markeringen en het verschaffen van informatie. 2 artikel 4, eerste en tweede lid artikel 10, eerste lid Indien wordt geconstateerd dat in de handel gebrachte uitrusting niet voldoet aan, ondanks de aanwezigheid van de in, bedoelde markering en van de aanwezigheid van documenten, wordt hiervan schriftelijk mededeling gedaan aan de betrokkene. 3 Onze Minister maakt de constatering, bedoeld in het tweede lid, zo spoedig mogelijk bekend in de Staatscourant. 4 Met ingang van de dag na de datum van bekendmaking is het verboden om de betreffende uitrusting te verhandelen. 2007 19 18-01-2007 28-12-2006 2007 21 18-01-2007 28-12-2006 20-07-2007
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld inzake de behandeling van klachten over elektromagnetische storing, ondervonden van het gebruik van uitrusting. 2007 19 18-01-2007 28-12-2006 2007 21 18-01-2007 28-12-2006 20-07-2007
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 artikel 10.1, eerste lid van de wet Het is verboden handelsreclame te maken voor uitrusting die niet voldoet aan de eisen van dit besluit en waarvan het in de handel brengen of het verhandelen op grond vanis verboden. 2007 19 18-01-2007 28-12-2006 2007 21 18-01-2007 28-12-2006 20-07-2007
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 Regeling storingsklachten artikel 20 van het Besluit randapparaten en radioapparaten 2007 artikel 22 Na de inwerkingtreding van dit besluit berust deopen opvan dit besluit. 2007 19 18-01-2007 28-12-2006 2007 21 18-01-2007 28-12-2006 20-07-2007
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 1 Besluit elektromagnetische compatibiliteit 2001 Hetwordt ingetrokken. 2 Besluit vaststelling EMC-normen 1998 Hetwordt ingetrokken. 2007 19 18-01-2007 28-12-2006 2007 21 18-01-2007 28-12-2006 20-07-2007
Artikel 26 — Artikel 26#
Artikel 26 De artikelen van dit besluit treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld. 2007 19 18-01-2007 28-12-2006 2007 21 18-01-2007 28-12-2006 20-07-2007
Artikel 27 — Artikel 27#
Artikel 27 Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit elektromagnetische compatibiliteit 2007. 2007 19 18-01-2007 28-12-2006 2007 21 18-01-2007 28-12-2006 20-07-2007