Besluit van 20 oktober 2006 tot ontwerp van een algemene maatregel van bestuur houdende regels ter uitvoering van de Wet geluidhinder (Besluit geluidhinder)
- BWB-id
- BWBR0020445
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Infrastructuur en Milieu
- Geldigheid
- 2022-07-01 t/m 2023-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0020445
- ELI
- /eli/nl/amvb/2007/besluit-geluidhinder
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/2007/besluit-geluidhinder/2022-07-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0020445&g=2022-07-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0020445&z=2026-06-06&g=2022-07-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0020445/2022-07-01
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/2007/besluit-geluidhinder
Artikel 1.1 — Artikel 1.1#
Artikel 1.1 1 In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. etmaalwaarde van het equivalente geluidsniveau in dB(A) met betrekking tot een spoorweg: hoogste van de volgende drie waarden: 1. waarde van het equivalente geluidsniveau over de periode 07.00–19.00 uur (dag), 2. met 5 dB(A) verhoogde waarde van het equivalente geluidsniveau over de periode 19.00–23.00 uur (avond), 3. met 10 dB(A) verhoogde waarde van het equivalente geluidsniveau over de periode 23.00–07.00 uur (nacht); b. artikel 4.18, eerste lid saneringsprogramma: programma van maatregelen als bedoeld in; c. artikel 1, eerste lid, van de Spoorwegwet artikel 1 van de Wet lokaal spoor artikel 1 van het Besluit bijzondere spoorwegen spoorwegexploitant: beheerder als bedoeld in, beheerder als bedoeld in de, spoorwegbeheerder als bedoeld in, dan wel de opdrachtgever tot aanleg, wijziging of vervanging van een hoofdspoorweg of bijzondere spoorweg als bedoeld artikel 1, eerste lid, van de Spoorwegwet, of een lokale spoorweg als bedoeld in artikel 1 van de Wet lokaal spoor; d. verblijfsruimten: 1°. leslokalen en theorielokalen van onderwijsgebouwen; 2°. onderzoeks- en behandelingsruimten van ziekenhuizen en verpleeghuizen; 3°. onderzoeks-, behandelings-, recreatie-, en conversatieruimten, alsmede woon- en slaapruimten van verzorgingshuizen, psychiatrische inrichtingen en kinderdagverblijven; 4°. theorievaklokalen van onderwijsgebouwen; 5°. ruimten voor patiëntenhuisvesting, alsmede recreatie- en conversatieruimten van ziekenhuizen en verpleeghuizen; e. Wet geluidhinder wet:; f. wijziging van een spoorweg: wijziging met betrekking tot een aanwezige spoorweg, die verandering brengt in de omstandigheden welke ingevolge de regels die gelden bij de vaststelling van de geluidsbelasting vanwege die spoorweg in acht genomen moeten worden en waarvan uit akoestisch onderzoek blijkt dat de berekende geluidsbelasting vanwege de spoorweg in het toekomstig maatgevende jaar zonder het treffen van maatregelen hoger zal zijn dan 63 dB of, indien die berekende geluidsbelasting vanwege de spoorweg in het toekomstig maatgevende jaar 63 dB of lager zal zijn maar hoger dan een in dit besluit aangegeven geluidsbelasting, uit het onderzoek blijkt dat de geluidsbelasting vanwege de spoorweg in het toekomstig maatgevende jaar zonder het treffen van maatregelen ten opzichte van de geluidsbelasting voorafgaand aan de wijziging zal toenemen met ten minste 3 dB. 2 In afwijking van het eerste lid, onderdeel f, wordt onder wijziging van een spoorweg in dit besluit en de daarop berustende bepalingen niet verstaan de afzonderlijke omstandigheid die bestaat uit: a. een wijziging van de intensiteit, de verkeerssnelheid of een combinatie van beiden in het toekomstig maatgevende jaar van door Onze Minister te bepalen categorieën spoorvoertuigen op een bepaald spoorweggedeelte of een combinatie van spoorweggedeelten als gevolg waarvan de geluidemissie van de betreffende spoorgedeelten of de combinatie daarvan onafgerond niet meer dan 1,0 dB toeneemt ten opzichte van de gemiddelde geluidemissie, bepaald volgens bij ministeriële regeling te stellen regels, van de drie jaren voorafgaand aan de wijziging; b. een horizontale verplaatsing van de spoorstaven over een afstand kleiner dan twee meter; c. een verticale verplaatsing van de spoorstaven over een afstand kleiner dan één meter, dan wel d. artikel 4.8 het ter vervanging aanbrengen van een baanconstructie, die, bepaald met inachtneming van, niet meer geluid emitteert dan de te vervangen constructie. 2015 267 03-07-2015 25-06-2015 2015 267 03-07-2015 25-06-2015 04-07-2015
Artikel 1.2 — Artikel 1.2#
Artikel 1.2 1 artikel 1 van de wet Als ander geluidsgevoelig gebouw als bedoeld inworden aangewezen: a. een onderwijsgebouw; b. een ziekenhuis; c. een verpleeghuis; d. een verzorgingstehuis; e. een psychiatrische inrichting; f. een kinderdagverblijf. 2 artikel 1.1, onderdeel d De aanwijzing als ander geluidsgevoelig gebouw in het eerste lid, onderdelen a tot en met f, geldt niet voor de delen van een gebouw die een andere bestemming hebben dan genoemd in. 3 artikel 1 van de wet Als geluidsgevoelig terrein als bedoeld inworden aangewezen: a. artikel 1, onderdeel j, van de Wet op de huurtoeslag een standplaats als bedoeld in, en b. een ligplaats in het water, bestemd om door een woonschip te worden ingenomen. 4 Vervallen. 5 Activiteitenbesluit milieubeheer In afwijking van het eerste lid, onderdeel f, wordt een kinderdagverblijf voor de toepassing van hetgedurende drie jaar na inwerkingtreding van dat lid niet aangemerkt als ander geluidsgevoelig gebouw. 6 Activiteitenbesluit milieubeheer In afwijking van het derde lid, onderdeel b, wordt een ligplaats in het water, bestemd om door een woonschip te worden ingenomen, voor de toepassing van hetgedurende drie jaar na inwerkingtreding van dat lid niet aangemerkt als geluidsgevoelig terrein. 7 artikel 2.14, eerste lid, onderdeel c, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht In afwijking van het eerste lid, onderdeel f, wordt een kinderdagverblijf, dat op het tijdstip van inwerkingtreding van dat onderdeel als zodanig is bestemd en is gelegen binnen de bestaande zone van een industrieterrein, voor de toepassing vangedurende drie jaar na inwerkingtreding van dat onderdeel niet aangemerkt als ander geluidsgevoelig gebouw. 8 artikel 2.14, eerste lid, onderdeel c, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht In afwijking van het derde lid, onderdeel b, worden een ligplaats in het water, bestemd om door een woonschip te worden ingenomen, die op het tijdstip van inwerkingtreding van dat onderdeel als zodanig is bestemd en is gelegen binnen de bestaande zone van een industrieterrein, alsmede een ligplaats in het water, bestemd om door een woonschip te worden ingenomen, die op dat tijdstip in een gemeentelijke verordening was aangewezen om door een woonschip te worden ingenomen en na dat tijdstip als zodanig is bestemd en is gelegen binnen de bestaande zone van een industrieterrein, voor de toepassing vanniet aangemerkt als geluidsgevoelig terrein tot het tijdstip waarop het bij koninklijke boodschap van 16 juni 2014 ingediende voorstel van wet houdende regels over het beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving (Omgevingswet) tot wet wordt verheven en in werking treedt. 2012 164 19-04-2012 04-04-2012 2012 268 20-06-2012 06-06-2012 01-07-2022 Treedt in werking tien jaar na het tijdstip waarop de Wijzigingswet Wet milieubeheer, enz. (modernisering
instrumentarium geluidbeleid,
geluidproductieplafonds) (Stb. 2012/266) in werking treedt.
Artikel 1.3 — Artikel 1.3#
Artikel 1.3 artikel 1 van de wet In dit besluit en de daarop berustende bepalingen worden de volgende gebouwen niet aangemerkt als woning als bedoeld in: a. artikel 3, eerste lid, van de Penitentiaire inrichtingenwet een penitentiaire inrichting als bedoeld in; b. artikel 3a van de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen een justitiële jeugdinrichting als bedoeld in; c. artikel 1 van de Beginselenwet verpleging ter beschikking gestelden een instelling als bedoeld in. 2019 506 24-12-2019 18-12-2019 2019 507 24-12-2019 18-12-2019 01-01-2020
Artikel 1.4 — Artikel 1.4#
Artikel 1.4 1 artikel 106 van de wet Een spoorweg die is aangegeven op de kaart, bedoeld in, heeft een zone die zich uitstrekt vanaf de as van de spoorweg tot de breedte aan weerszijden van de spoorweg, gemeten vanuit de buitenste spoorstaaf, als aangegeven op die kaart. 2 De ruimte boven en onder de spoorweg behoort tot de zone, bedoeld in het eerste lid. 2012 164 19-04-2012 04-04-2012 2012 268 20-06-2012 06-06-2012 01-07-2012
Artikel 1.4a — Artikel 1.4a#
Artikel 1.4a 1 Een spoorweg die is aangegeven op de geluidplafondkaart, heeft een zone die zich uitstrekt vanaf de as van de spoorweg tot de breedte naast de spoorweg, gemeten vanuit de buitenste spoorstaaf, als aangegeven in onderstaande tabel, afhankelijk van de hoogte van het geluidproductieplafond op het betrokken referentiepunt. Hoogte geluidproductieplafond Breedte zone (in meters) Kleiner dan 56 dB 100 Gelijk aan of groter dan 56 dB en kleiner dan 61 dB 200 Gelijk aan of groter dan 61 dB en kleiner dan 66 dB 300 Gelijk aan of groter dan 66 dB en kleiner dan 71 dB 600 Gelijk aan of groter dan 71 dB en kleiner dan 74 dB 900 Gelijk aan of groter dan 74 dB 1200 2 Indien zich langs een spoorweg als bedoeld in het eerste lid een zone bevindt met verschillende breedten, geldt voor de aansluiting van de verschillende zonedelen dat het breedste zonedeel over een afstand gelijk aan een derde van de breedte van dat zonedeel, gemeten vanaf het laatste referentiepunt, behorende bij het breedste zonedeel, nog langs de spoorweg doorloopt en met een loodlijn aansluit op de smallere zone. 3 Aan de uiteinden van een spoorweg als bedoeld in het eerste lid loopt de zone door over een afstand gelijk aan de breedte van de zone ter hoogte van het einde van de spoorweg. De zone loopt door langs een lijn die is gelegen in het verlengde van de spooras. Zij behoudt de breedte die zij had ter hoogte van het einde van de spoorweg. 4 artikel 11.25 van de Wet milieubeheer Indien bij een deel van een spoorweg als bedoeld in het eerste lid een afschermende voorziening staat, die is opgenomen in het register, bedoeld in, is de breedte van de zone langs het deel en aan de kant van de spoorweg waar de voorziening staat, in afwijking van het eerste lid gelijk aan de breedte van het breedste zonedeel direct naast de uiteinden van de afschermende voorziening. 5 De ruimte onder en boven de spoorweg behoort tot de zone, bedoeld in het eerste lid. 2012 164 19-04-2012 04-04-2012 2012 268 20-06-2012 06-06-2012 01-07-2012
Artikel 1.5 — Artikel 1.5#
Artikel 1.5 artikel 110f van de wet artikelen 110a 110b 110c van de wet artikel 110f van de wet Indienvan toepassing is, geeft het bevoegd gezag slechts toepassing aan de,envoorzover de gecumuleerde geluidsbelastingen na de correctie op grond vanniet leiden tot een naar zijn oordeel onaanvaardbare geluidsbelasting. 2006 532 07-11-2006 20-10-2006 2006 661 19-12-2006 07-12-2006 01-01-2007
Artikel 1.6 — Artikel 1.6#
Artikel 1.6 1 Bij de bepaling van de geluidsbelasting vanwege een industrieterrein, vanwege een weg of vanwege een spoorweg, van de gevel van onderwijsgebouwen en kinderdagverblijven wordt de waarde van de geluidsbelasting over de periode 19.00–23.00 uur (avond) of de periode 23.00–07.00 uur (nacht) buiten beschouwing gelaten, voor zover deze gebouwen in de betrokken periode niet overeenkomstig hun bestemming worden gebruikt. 2 night De geluidsbelasting Lvanwege een industrieterrein, vanwege een weg of vanwege een spoorweg is niet van toepassing ten aanzien van de gevel van onderwijsgebouwen en kinderdagverblijven, voor zover deze gebouwen in de betrokken periode niet overeenkomstig hun bestemming worden gebruikt. 2012 164 19-04-2012 04-04-2012 2012 268 20-06-2012 06-06-2012 01-07-2012
Artikel 2.1 — Artikel 2.1#
Artikel 2.1 artikelen 65 66 van de wet artikel 2.2 Behoudens deenenis de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting, vanwege het industrieterrein, van de gevel van andere geluidsgevoelige gebouwen binnen de zone van dat industrieterrein en aan de grens van binnen de zone van dat industrieterrein gelegen geluidsgevoelige terreinen 50 dB(A). 2006 532 07-11-2006 20-10-2006 2006 661 19-12-2006 07-12-2006 01-01-2007
Artikel 2.2 — Artikel 2.2#
Artikel 2.2 artikelen 47, tweede lid 54 59 van de wet artikel 2.1 Een krachtens de,ofvast te stellen hogere waarde dan de ingenoemde waarde voor de ten hoogst toelaatbare geluidsbelasting vanwege het industrieterrein, mag niet hoger worden vastgesteld dan: a. 60 dB(A) voor onderwijsgebouwen, ziekenhuizen of verpleeghuizen; b. 55 dB(A) voor verzorgingshuizen, psychiatrische inrichtingen en kinderdagverblijven; c. 55 dB(A) voor geluidsgevoelige terreinen. 2012 164 19-04-2012 04-04-2012 2012 268 20-06-2012 06-06-2012 01-07-2012
Artikel 2.3 — Artikel 2.3#
Artikel 2.3 artikelen 62 63 van de wet artikel 63, tweede lid, van de wet Deenzijn met betrekking tot andere geluidsgevoelige gebouwen van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de met overeenkomstige toepassing vandoor Onze Minister vast te stellen ten hoogste toelaatbare waarde voor de geluidsbelasting, vanwege het industrieterrein, niet hoger mag worden vastgesteld dan: a. 65 dB(A) voor onderwijsgebouwen, ziekenhuizen of verpleeghuizen, en b. 60 dB(A) voor verzorgingshuizen, psychiatrische inrichtingen en kinderdagverblijven. 2012 164 19-04-2012 04-04-2012 2012 268 20-06-2012 06-06-2012 01-07-2012
Artikel 2.4 — Artikel 2.4#
Artikel 2.4 artikelen 47, tweede lid 54 59 65 66 van de wet Indien door de toepassing van de,,,ofvoor de gevel van één of meer in aanbouw zijnde of aanwezige gebouwen binnen een zone rond een industrieterrein een hogere geluidsbelasting dan 50 dB(A) als toelaatbaar is aangemerkt, treffen burgemeester en wethouders met betrekking tot de geluidwering van die gevel maatregelen om te bevorderen dat de geluidsbelasting, vanwege het industrieterrein, a. artikel 1.1, eerste lid, onderdeel d, onder 1° tot en met 3° binnen de verblijfsruimten, genoemd in, 30 dB(A) niet te boven zal gaan, en b. artikel 1.1, eerste lid, onderdeel d, onder 4° en 5° binnen de verblijfsruimten, genoemd in, 35 dB(A) niet te boven zal gaan. 2017 488 15-12-2017 28-11-2017 2018 31 16-02-2018 25-01-2018 01-03-2018 Artikelen III en IV van Stb. 2017/488 bevatten overgangsrecht
m.b.t. deze wijziging.
Artikel 2.5 — Artikel 2.5#
Artikel 2.5 Artikel 111b, eerste lid, aanhef en onder a, van de wet is met betrekking tot andere geluidsgevoelige gebouwen van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de met overeenkomstige toepassing van artikel 111b, eerste lid, aanhef en onder a, van de wet door burgemeester en wethouders te treffen maatregelen bevorderen, dat de geluidsbelasting, vanwege het industrieterrein, a. artikel 1.1, eerste lid, onderdeel d, onder 1° tot en met 3° binnen de verblijfsruimten, genoemd in, 35 dB(A) niet te boven zal gaan, en b. artikel 1.1, eerste lid, onderdeel d, onder 4° en 5° binnen de verblijfsruimten, genoemd in, 40 dB(A) niet te boven zal gaan. 2017 488 15-12-2017 28-11-2017 2018 31 16-02-2018 25-01-2018 01-03-2018 Artikelen III en IV van Stb. 2017/488 bevatten overgangsrecht
m.b.t. deze wijziging.
Artikel 3.1 — Artikel 3.1#
Artikel 3.1 1 In geval van aanleg van een weg is de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting, vanwege die weg, van de gevel van andere geluidsgevoelige gebouwen en aan de grens van geluidsgevoelige terreinen binnen de zone van die weg, 48 dB. 2 Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op nog niet aanwezige andere geluidgevoelige gebouwen en geluidsgevoelige terreinen, indien deze worden geprojecteerd binnen de zone van een weg. 2012 164 19-04-2012 04-04-2012 2012 268 20-06-2012 06-06-2012 01-07-2012
Artikel 3.2 — Artikel 3.2#
Artikel 3.2 1 artikel 85 van de wet artikel 3.1 Een krachtensvast te stellen hogere waarde dan de ingenoemde waarde voor de ten hoogst toelaatbare geluidsbelasting, vanwege een weg, mag niet hoger worden vastgesteld dan: a. 58 dB voor andere geluidsgevoelige gebouwen in buitenstedelijk gebied; b. 63 dB voor andere geluidsgevoelige gebouwen in stedelijk gebied; c. 53 dB voor geluidsgevoelige terreinen. 2 Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op nog niet aanwezige andere geluidsgevoelige gebouwen en geluidsgevoelige terreinen indien deze worden geprojecteerd binnen de zone van een weg, met dien verstande dat de waarde niet hoger mag worden vastgesteld dan 53 dB voor andere geluidsgevoelige gebouwen in buitenstedelijk gebied. 2012 164 19-04-2012 04-04-2012 2012 268 20-06-2012 06-06-2012 01-07-2012
Artikel 3.3 — Artikel 3.3#
Artikel 3.3 1 Behoudens het tweede en derde lid is in geval van reconstructie van een weg de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting vanwege die weg, van de gevel van andere geluidsgevoelige gebouwen binnen de zone van die weg 48 dB. 2 wet Experimentenwet Stad en Milieu Interimwet stad-en-milieubenadering Spoedwet wegverbreding Indien eerder bij of krachtens de, de, deof deeen hogere waarde voor de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting, vanwege de te reconstrueren weg, van de gevel van andere geluidsgevoelige gebouwen binnen de zone van die weg, is vastgesteld dan 48 dB en de heersende waarde hoger is dan 48 dB, geldt de laagste van de volgende twee waarden als de ten hoogste toelaatbare: a. de heersende waarde; b. de eerder vastgestelde waarde. 3 Indien de weg op 1 januari 2007 aanwezig, in aanleg of geprojecteerd was en niet eerder een hogere waarde voor de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting vanwege die weg is vastgesteld dan 48 dB, en de heersende waarde hoger is dan 48 dB, geldt als de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting vanwege de te reconstrueren weg, van de gevel van andere geluidsgevoelige gebouwen binnen de zone die op 1 januari 2007 aanwezig, in aanbouw of geprojecteerd waren de heersende waarde. 4 artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 2° of 3°, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht Het eerste tot en met derde lid zijn niet van toepassing op andere geluidsgevoelige gebouwen ten aanzien waarvan met toepassing vaneen omgevingsvergunning is verleend waarbij voor de duur van ten hoogste tien jaar is afgeweken van het bestemmingsplan. 5 Het eerste tot en met vierde lid is van overeenkomstige toepassing aan de grens van geluidsgevoelige terreinen. 2017 488 15-12-2017 28-11-2017 2018 31 16-02-2018 25-01-2018 01-03-2018 Artikelen III en IV van Stb. 2017/488 bevatten overgangsrecht
m.b.t. deze wijziging.
Artikel 3.4 — Artikel 3.4#
Artikel 3.4 1 artikel 3.3, eerste tot en met derde lid Voor de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting van de gevel van andere geluidsgevoelige gebouwen kan een hogere dan de ingevolge, geldende waarde worden vastgesteld, met dien verstande dat de verhoging 5 dB niet te boven mag gaan. 2 wet Indien voor het betrokken andere geluidsgevoelige gebouw eerder bij of krachtens deeen hogere waarde voor de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting is vastgesteld of indien de heersende waarde 53 dB niet te boven gaat, wordt de krachtens het eerste lid vast te stellen waarde niet hoger vastgesteld dan: 1°. 58 dB voor andere geluidsgevoelige gebouwen in buitenstedelijk gebied; 2°. 63 dB voor andere geluidsgevoelige gebouwen in stedelijk gebied. 3 Voor andere dan de in het tweede lid bedoelde andere geluidsgevoelige gebouwen wordt de krachtens het eerste lid vast te stellen waarde niet hoger vastgesteld dan 68 dB. 4 wet Experimentenwet Stad en Milieu Interimwet stad-en-milieubenadering Spoedwet wegverbreding In afwijking van het tweede en derde lid wordt de krachtens het eerste lid vast te stellen waarde voor andere geluidsgevoelige gebouwen met betrekking waartoe eerder bij of krachtens de, de, deof deeen hogere waarde is vastgesteld dan de krachtens het eerste tot en met derde lid ten hoogste toelaatbare waarde, niet hoger vastgesteld dan die eerder vastgestelde waarde. 5 artikel 3.3, vierde juncto eerste tot en met derde lid Voor de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting aan de grens van geluidsgevoelige terreinen, kan een hogere dan de ingevolge, geldende waarde worden vastgesteld, met dien verstande dat: a. de verhoging 5 dB niet te boven mag gaan, en b. de waarde niet hoger mag worden vastgesteld dan 53 dB. 2012 164 19-04-2012 04-04-2012 2012 268 20-06-2012 06-06-2012 01-07-2012
Artikel 3.5 — Artikel 3.5#
Artikel 3.5 1 artikel 90, tweede lid, van de wet Onze Minister kan voor de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting, vanwege een weg, van de gevels van woningen binnen de zone van die weg een hogere dan de ingenoemde waarde vaststellen in gevallen waarin toepassing van maatregelen, gericht op het terugbrengen van de geluidsbelasting tot die waarde, onvoldoende doeltreffend zal zijn dan wel overwegende bezwaren ontmoet van stedenbouwkundige, verkeerskundige, landschappelijke of financiële aard. 2 artikel 90, derde lid, van de wet Onze Minister kan voor de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting, vanwege een weg, van de gevels van woningen binnen de zone van die weg een hogere dan de ingenoemde waarde vaststellen, in gevallen waarin: a. toepassing van maatregelen die strekken tot vermindering van het geluid, veroorzaakt door het verkeer op de weg niet mogelijk is; b. bijlage A, tabel 4, van de Subsidieregeling sanering verkeerslawaai toepassing van maatregelen die strekken tot vermindering van de geluidsoverdracht van de weg naar de betrokken woningen niet mogelijk is of duurder zal zijn dan de maximale bijdrage die volgensvoor een woning mogelijk is; c. het onttrekken aan de bestemming van de betrokken woningen binnen het bedrag, bedoeld in onderdeel b, niet mogelijk is, en d. artikel 90, derde lid, van de wet koppeling van het treffen van maatregelen aan andere activiteiten niet kan leiden tot het terugbrengen van de geluidsbelasting, vanwege de weg, tot de ingenoemde waarde binnen het bedrag, bedoeld in onderdeel b. 3 artikel 110f, eerste lid, van de wet artikel 110f, derde lid, van de wet Indienvan toepassing is, geeft Onze Minister slechts toepassing aan het eerste of tweede lid voor zover de gecumuleerde geluidsbelastingen na correctie op grond van, niet leiden tot een naar zijn oordeel onaanvaardbare geluidsbelasting. 2017 488 15-12-2017 28-11-2017 2018 31 16-02-2018 25-01-2018 01-03-2018 Artikelen III en IV van Stb. 2017/488 bevatten overgangsrecht
m.b.t. deze wijziging.
Artikel 3.6 — Artikel 3.6#
Artikel 3.6 1 artikelen 89 90 98 van de wet De,enzijn met betrekking tot andere geluidsgevoelige gebouwen van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat: a. artikel 3.10, tweede lid het op te stellen saneringsprogramma maatregelen bevat die de geluidsbelasting vanwege de weg zoveel mogelijk beperken tot 48 dB op de gevel van andere geluidsgevoelige gebouwen en om zo nodig te voldoen aan; b. artikel 90, tweede lid, van de wet de met overeenkomstige toepassing vandoor Onze Minister vast te stellen ten hoogste toelaatbare waarde voor de geluidsbelasting, vanwege de weg, niet hoger mag worden vastgesteld dan: 1°. 68 dB voor onderwijsgebouwen, ziekenhuizen of verpleeghuizen, en 2°. 58 dB voor verzorgingshuizen, psychiatrische inrichtingen en kinderdagverblijven. 2 artikel 3.5, eerste en derde lid Met betrekking tot andere geluidsgevoelige gebouwen is, van overeenkomstige toepassing. 2012 164 19-04-2012 04-04-2012 2012 268 20-06-2012 06-06-2012 01-07-2012
Artikel 3.7 — Artikel 3.7#
Artikel 3.7 1 artikel 89, eerste lid, van de wet Een saneringsprogramma als bedoeld inkan uitsluitend maatregelen bevatten die strekken tot: a. vermindering van het geluid, veroorzaakt door het verkeer op de weg; b. vermindering van de geluidsoverdracht van de weg naar de betrokken woningen of andere geluidsgevoelige gebouwen; c. het aanbrengen van geluidwerende maatregelen aan de betrokken woningen of andere geluidsgevoelige gebouwen, of d. onttrekking aan de bestemming van een of meer van de betrokken woningen of andere geluidsgevoelige gebouwen. 2 Maatregelen als bedoeld in het eerste lid, onder b, onder c, onderscheidenlijk onder d, komen eerst in aanmerking voor opneming in het saneringsprogramma, voor zover de toepassing van de in het eerste lid, onder a, onder a en b, onderscheidenlijk onder a, b en c genoemde maatregelen onvoldoende doeltreffend zal zijn dan wel overwegende bezwaren ontmoet van stedenbouwkundige, verkeerskundige, landschappelijke of financiële aard. 2012 164 19-04-2012 04-04-2012 2012 268 20-06-2012 06-06-2012 01-07-2012
Artikel 3.8 — Artikel 3.8#
Artikel 3.8 1 artikel 89, eerste lid, van de wet Een saneringsprogramma als bedoeld inbevat: a. artikel 88, eerste lid, van de wet de resultaten van het akoestisch onderzoek op grond van; b. een of meer kaarten met bijbehorende verklaring als bedoeld in het vierde lid, een lijst met de adressen van de betrokken woningen of andere geluidsgevoelige gebouwen alsmede de naam en de verkeersfunctie van de weg waarvan de geluidsbelasting wordt ondervonden; c. artikel 3.7, eerste lid, aanhef, en onder a en b een beschrijving van de maatregelen als bedoeld in, die naar het oordeel van burgemeester en wethouders in aanmerking komen, en van het effect van deze maatregelen op de geluidsbelasting, vanwege de weg, van de gevel van de betrokken woningen of andere geluidsgevoelige gebouwen; d. artikel 3.7, eerste lid, aanhef en onder a en b voor zover toepassing van de in, bedoelde – in het saneringsprogramma opgenomen – maatregelen niet leidt tot beperking van de geluidsbelasting, vanwege de weg van de gevel van woningen of andere geluidsgevoelige gebouwen tot 48 dB, een beschrijving van de bezwaren van stedenbouwkundige, verkeerskundige, landschappelijke of financiële aard tegen de toepassing van verdergaande maatregelen en voorzover van toepassing de te treffen maatregelen; e. artikel 3.7, eerste lid, onder c artikel 3.10 artikel 111b, derde lid, van de wet zo nodig een verklaring dat door middel van maatregelen als bedoeld in, zal worden voldaan aan, onderscheidenlijk; f. artikel 3.7, eerste lid, onder d voor zover van toepassing, een beschrijving van de maatregelen, bedoeld in, alsmede een onderbouwing van deze keuze; g. artikel 3.7, eerste lid voor zover van de in de, bedoelde alfabetische rangorde van maatregelen is afgeweken, een beschrijving van de redenen waarom is afgeweken; h. een beschrijving van de mogelijkheden om de uitvoering van de te treffen maatregelen te faseren, in welk geval bij een combinatie van maatregelen de volgorde wordt aangegeven; i. een beschrijving van de mogelijkheden om uit een oogpunt van doelmatigheid en kostenbeheersing de te treffen maatregelen al dan niet gezamenlijk uit te voeren met andere werken; j. artikel 110f, eerste lid, van de wet de resultaten van het onderzoek, bedoeld in; k. een indicatie van de kosten van de te treffen maatregelen; l. het tijdstip waarop met de uitvoering van de maatregelen kan worden begonnen, alsmede de verwachte duur van de uitvoering van de maatregelen. 2 artikel 98 van de wet In aanvulling op de in het het eerste lid bedoelde informatie, bevat een saneringsprogramma, dat ingevolgewordt vastgesteld: a. artikel 77 van de wet de resultaten van het akoestisch onderzoek op grond van; b. een beschrijving van de invloed van de uitvoering van de reconstructie op de aard en omvang van de voorgestelde maatregelen; c. een indicatie van de verdeling van de kosten van de te treffen maatregelen over de maatregelen samenhangend met de sanering en de maatregelen ten gevolge van de reconstructie van de weg; d. het tijdstip waarop naar verwachting met de uitvoering van de reconstructie kan worden begonnen, alsmede de verwachte duur van de uitvoering; e. indien de maatregelen niet gelijktijdig met de uitvoering van de reconstructie zullen worden uitgevoerd, het tijdstip waarop met de uitvoering van de maatregelen zal worden begonnen, alsmede de verwachte duur van de uitvoering ervan. 3 De kaart of de kaarten, bedoeld in het eerste lid, onder b, geven in elk geval aan: a. de zone langs de weg of wegen en de ligging van de betrokken woningen of andere geluidsgevoelige gebouwen; b. bronmaatregelen of overdrachtsmaatregelen, en c. voor zover hiervan sprake is, de ligging van de betrokken woningen of andere geluidsgevoelige gebouwen binnen: 1°. een geluidszone rond een industrieterrein, 2°. een geluidszone langs een spoorweg, 3°. een andere geluidszone, of 4°. hoofdstuk 8, titel 8A.6 artikel 10.17 van de Wet luchtvaart een met het oog op de geluidsbelasting vastgesteld beperkingengebied als bedoeld inof. 4 De kaart of kaarten, bedoeld in het derde lid, worden ingericht met inachtneming van de volgende voorschriften: De kaarten moeten op duidelijke en overzichtelijke wijze worden uitgevoerd. Zij moeten voorts van duurzaam materiaal vervaardigd worden en goed vermenigvuldigbaar zijn. a. de kaarten worden getekend op een duidelijke ondergrond; b. de begrenzing van het gebied waarop het plan betrekking heeft, wordt met een duidelijke lijn op de kaarten aangegeven; c. de kaarten worden vervaardigd op een schaal van ten minste 1 op 10 000, tenzij de omvang van het gebied of de aard van het plan een andere schaal noodzakelijk maakt; d. uit de kaarten moet blijken de aansluiting van het in het plan begrepen gebied aan het daaromheen gelegen gebied; e. voor zover in het plan gronden zijn begrepen waarvan de bestemming in de naaste toekomst voor verwezenlijking in aanmerking komt, worden deze gedeelten vervat in één of meer kaarten op een schaal van ten minste 1 op 2500, waarop voorts de kadastrale grenzen, sectie en nummers van de in deze gedeelten van het plan begrepen percelen zijn aangegeven; f. indien een bestemmingsplan uit meerdere kaarten bestaat, moet uit een overzichtskaart de aansluiting van de kaarten onderling en de aansluiting aan het daaromheen gelegen gebied blijken; g. op de kaarten worden de schaal en de noordpijl aangegeven; h. op de kaarten worden de bestaande gebouwen en de namen van de belangrijkste wegen, straten en waterwegen aangegeven. 2009 400 06-10-2009 31-08-2009 2012 644 18-12-2012 06-12-2012 01-01-2013
Artikel 3.9 — Artikel 3.9#
Artikel 3.9 artikel 89, eerste lid, van de wet Onze Minister stelt bij ministeriële regeling nadere regels vast met betrekking tot de vormgeving en inrichting van een saneringsprogramma als bedoeld in. 2006 532 07-11-2006 20-10-2006 2006 661 19-12-2006 07-12-2006 01-01-2007
Artikel 3.10 — Artikel 3.10#
Artikel 3.10 1 artikel 85 van de wet artikel 3.4 Indien met toepassing vanofmet betrekking tot een gevel van een in aanbouw zijnd of aanwezig ander geluidsgevoelig gebouw een hogere geluidsbelasting dan 48 dB vanwege de weg als de ten hoogste toelaatbare is vastgesteld, treffen burgemeester en wethouders behoudens het derde lid met betrekking tot de geluidwering van die gevel maatregelen om te bevorderen dat de geluidsbelasting, vanwege die weg, bij gesloten ramen, a. artikel 1.1, eerste lid, onderdeel d, onder 1° tot en met 3° binnen de verblijfsruimten, genoemd in, 28 dB niet te boven zal gaan, en b. artikel 1.1, eerste lid, onderdeel d, onder 4° en 5° binnen de verblijfsruimten, genoemd in, 33 dB niet te boven zal gaan. 2 artikel 3.4 artikel 3.6 artikel 90 van de wet Indien met betrekking tot de gevels van andere geluidsgevoelige gebouwen waarvan de geluidsbelasting vanwege de weg op 1 maart 1986 hoger was dan 55 dB(A), met toepassing vanof, junctoeen hogere geluidsbelasting dan 48 dB, vanwege de weg als de ten hoogste toelaatbare is vastgesteld, treffen burgemeester en wethouders met betrekking tot de geluidwering van die gevels maatregelen om te bevorderen dat de geluidsbelasting, vanwege die weg, bij gesloten ramen, a. artikel 1.1, eerste lid, onderdeel d, onder 1° tot en met 3° binnen verblijfsruimten als bedoeld in, 38 dB niet te boven zal gaan, en b. artikel 1.1, eerste lid, onderdeel d, onder 4° en 5° binnen verblijfsruimten als bedoeld in, 43 dB niet te boven zal gaan. 2017 488 15-12-2017 28-11-2017 2018 31 16-02-2018 25-01-2018 01-03-2018 Abusievelijk is voor het tweede lid een wijzigingsopdracht
geformuleerd die niet geheel juist is. Artikelen III en IV van Stb. 2017/488 bevatten overgangsrecht
m.b.t. deze wijziging.
Artikel 4.1 — Artikel 4.1#
Artikel 4.1 1 artikel 1.4 artikel 1.4a artikelen 4.9 4.13 4.15 4.13 Bij de vaststelling of herziening van een bestemmingsplan of van een wijzigings- of uitwerkingsplan dat geheel of gedeeltelijk betrekking heeft op gronden, behorende tot een zone als bedoeld inof, worden ter zake van de geluidsbelasting, vanwege de spoorweg waarlangs de zone ligt, van de gevel van woningen, andere geluidsgevoelige gebouwen en aan de grens van geluidsgevoelige terreinen binnen die zone, de waarden in acht genomen die ingevolge de,enjunctoals de ten hoogste toelaatbare worden aangemerkt. 2 In afwijking van het eerste lid worden bij de vaststelling of herziening van een bestemmingsplan of van een wijzigings- of uitwerkingsplan hogere waarden in acht genomen, voor zover: a. artikelen 4.10 tot en met 4.12 4.14 4.15 4.14 met toepassing van de,enjuncto, voor de vaststelling of herziening van het bestemmingsplan zodanige waarden zijn vastgesteld, dan wel b. artikelen 4.10 tot en met 4.12 4.14 4.15 4.14 zodanige waarden noodzakelijk zijn als gevolg van een vaststelling of herziening van het plan in afwijking van het ontwerp, zoals dit ter inzage heeft gelegen, welke waarden redelijkerwijs met toepassing van de,enjuncto, zullen worden vastgesteld. 3 Tenzij bij de vaststelling of herziening van een bestemmingsplan of van een wijzigings- of uitwerkingsplan als bedoeld in het eerste lid wordt voorzien in de wijziging van een spoorweg, blijft dit artikel buiten toepassing, indien op het tijdstip van die vaststelling of herziening de spoorweg reeds aanwezig of in aanleg is, met betrekking tot de daarbij in het plan opgenomen woningen of andere geluidsgevoelige gebouwen en geluidsgevoelige terreinen die op dat tijdstip reeds aanwezig of in aanbouw zijn. 4 artikel 3.37 van de Wet ruimtelijke ordening artikelen 4.9 tot en met 4.15 Voorschriften als bedoeld inkunnen mede worden gegeven met inachtneming van de ingevolge degeldende waarden. 2012 164 19-04-2012 04-04-2012 2012 268 20-06-2012 06-06-2012 01-07-2012
Artikel 4.2 — Artikel 4.2#
Artikel 4.2 Artikel 4.1, eerste en tweede lid artikel 1.4 artikel 1.4a artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 2° en 3°, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht , is van overeenkomstige toepassing op het verlenen van een omgevingsvergunning waarbij voor een termijn langer dan tien jaar van het bestemmingsplan wordt afgeweken met toepassing van, die geheel of gedeeltelijk betrekking heeft op gronden behorende tot een zone als bedoeld inof. 2014 333 24-09-2014 04-09-2014 2014 358 16-10-2014 03-10-2014 01-11-2014 Treedt in werking op het tijdstip waarop de artikelen 2.2.1,
onderdelen F tot en met J, 2.2.2, 2.2.3, onderdeel A, 2.2.4, 2.2.5,
onderdelen D en E, 3.1, derde lid, en 3.2 van de Wijzigingswet
Crisis- en herstelwet, enz. (Stb. 2013/144) in werking treden.
Artikel 4.3 — Artikel 4.3#
Artikel 4.3 1 artikel 1.4 artikel 1.4a artikel 4.2 Bij het voorbereiden van de vaststelling of herziening van een bestemmingsplan of van een wijzigings- of uitwerkingsplan dat geheel of gedeeltelijk betrekking heeft op gronden behorende tot een zone als bedoeld inofof bij de voorbereiding van een besluit als bedoeld in, wordt vanwege burgemeester en wethouders, onderscheidenlijk gedeputeerde staten of Onze Minister een akoestisch onderzoek ingesteld naar: a. de geluidsbelasting die door woningen, andere geluidsgevoelige gebouwen of geluidsgevoelige terreinen binnen de toekomstige zone vanwege de spoorweg zou worden ondervonden, zonder de invloed van maatregelen die de geluidsbelasting beperken; b. artikelen 4.9 4.13 4.15 4.13 de doeltreffendheid van de in aanmerking komende maatregelen om te voorkomen dat de in de toekomst vanwege de spoorweg optredende geluidsbelasting van de onder a bedoelde objecten de waarden die ingevolge de,en, junctoals de ten hoogste toelaatbaar worden aangemerkt, te boven zou gaan. 2 artikelen 4.10 tot en met 4.12 4.14 4.15 4.14 Indien wordt overwogen toepassing te geven aan de,enjunctoheeft het akoestisch onderzoek tevens betrekking op de doeltreffendheid van de maatregelen om te voldoen aan de vast te stellen hogere waarden voor de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting. 3 artikel 4.2 Indien de vaststelling of herziening van het bestemmingsplan of van een wijzigings- of uitwerkingsplan of de vergunning bedoeld in, betrekking heeft op een wijziging van een spoorweg, wordt tevens akoestisch onderzoek ingesteld naar de heersende waarde. 2012 164 19-04-2012 04-04-2012 2012 268 20-06-2012 06-06-2012 01-07-2012
Artikel 4.4 — Artikel 4.4#
Artikel 4.4 artikel 4.1 4.3 artikel 4.2 artikel 1.4 artikel 4.6, eerste lid artikel 4.5 Tot aanleg of wijziging van een spoorweg, anders dan op grondslag van een overeenkomstigofvastgesteld of herzien bestemmingsplan of een vergunning als bedoeld in, wordt, indien binnen de aanwezige of toekomstige zone, bedoeld in, woningen, andere geluidsgevoelige gebouwen of geluidsgevoelige terreinen aanwezig, in aanbouw of geprojecteerd zijn, niet overgegaan dan in overeenstemming met een vergunning van burgemeester en wethouders krachtens, genomen naar aanleiding van een door de spoorwegexploitant aan burgemeester en wethouders gedane mededeling van zijn voornemen en na een overeenkomstigingesteld onderzoek. 2012 164 19-04-2012 04-04-2012 2012 268 20-06-2012 06-06-2012 01-07-2012
Artikel 4.5 — Artikel 4.5#
Artikel 4.5 1 artikel 1.4 artikel 4.3 Vanwege de spoorwegexploitant wordt binnen de toekomstige zone van de spoorweg, bedoeld in, een akoestisch onderzoek ingesteld van de inomschreven strekking. 2 artikel 4.6 De resultaten van het ingestelde onderzoek worden door de spoorwegexploitant aan burgemeester en wethouders overgelegd, tezamen met een beschrijving van de maatregelen die naar zijn oordeel nodig zijn voor het inomschreven doel. 2012 164 19-04-2012 04-04-2012 2012 268 20-06-2012 06-06-2012 01-07-2012
Artikel 4.6 — Artikel 4.6#
Artikel 4.6 1 artikel 4.5 artikel 4.4 artikel 1.4 artikelen 4.9 tot en met 4.15 Binnen drie maanden nadat de resultaten van het inbedoelde onderzoek zijn verkregen, nemen burgemeester en wethouders een besluit als bedoeld in, bepalende welke maatregelen nodig zijn om te voorkomen dat de geluidsbelasting die de spoorweg binnen de zone, bedoeld in, zal veroorzaken, de waarden die ingevolge deals ten hoogste toelaatbaar worden aangemerkt, te boven zou gaan. 2 Het besluit wordt in afschrift aan de spoorwegexploitant toegezonden. 2012 164 19-04-2012 04-04-2012 2012 268 20-06-2012 06-06-2012 01-07-2012
Artikel 4.7 — Artikel 4.7#
Artikel 4.7 1 artikel 4.18, eerste lid artikel 1.4 artikel 4.23, tweede en derde lid Tot wijziging van een spoorweg met betrekking waartoe een melding is gedaan als bedoeld in, wordt niet overgegaan dan nadat Onze Minister met betrekking tot de in die bepaling bedoelde woningen of andere geluidsgevoelige gebouwen binnen de zone van die spoorweg, bedoeld in, uitvoering heeft gegeven aan. 2 artikelen 4.13 4.14 artikel 1.4 Onze Minister stelt in een geval als bedoeld in het eerste lid met in achtneming van deenook voor de gevel van andere dan de in dat lid bedoelde woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen en aan de grens van andere dan de in dat lid bedoelde geluidsgevoelige terreinen binnen de zone van die spoorweg, bedoeld in, de ten hoogste toelaatbare waarde van de geluidsbelasting vanwege de spoorweg vast. 3 Onze Minister stelt in een geval als bedoeld in het tweede lid tevens voor elk van de daarvoor in aanmerking komende gevallen maatregelen vast die strekken tot het terugbrengen van de geluidsbelasting, vanwege de spoorweg, van de gevel van de betrokken woningen, andere geluidsgevoelige gebouwen, onderscheidenlijk aan de grens van geluidsgevoelige terreinen, tot de bij het besluit, bedoeld in het tweede lid, vastgestelde waarde. 4 artikelen 110a, zevende lid, van de wet 4.4 tot en met 4.6 In geval van het eerste, tweede en derde lid zijn deenniet van toepassing. 5 artikel 4.26 In afwijking van het eerste lid, indien toepassing wordt gegeven aan: a. artikel 4.18 isniet van toepassing, en b. artikel 4.23, tweede en derde lid worden in afwijking van, de in die leden bedoelde maatregelen en ten hoogste toelaatbare waarden vastgesteld als onderdeel van een tracébesluit, en blijft in het tweede lid de zinsnede «na ontvangst van zodanig saneringsprogramma» buiten toepassing. 2012 164 19-04-2012 04-04-2012 2012 268 20-06-2012 06-06-2012 01-07-2012
Artikel 4.8 — Artikel 4.8#
Artikel 4.8 1 Bij aanleg of vervanging van een spoorweg of een gedeelte van een spoorweg draagt de spoorwegexploitant ervoor zorg dat de geluidsemissie vanwege de nieuwe baanconstructie niet hoger wordt dan van een overeenkomstige spoorbaan waarvan de constructie bestaat uit langgelast spoor op houten dwarsliggers. 2 Op verzoek van de spoorwegexploitant kan Onze Minister ontheffing verlenen van het eerste lid, indien toepassing van dat lid stuit op overwegende bezwaren van technische of financiële aard. 2012 164 19-04-2012 04-04-2012 2012 268 20-06-2012 06-06-2012 01-07-2012
Artikel 4.9 — Artikel 4.9#
Artikel 4.9 1 artikel 4.10 Behoudensis de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting, vanwege een spoorweg, van de gevel van woningen 55 dB, in geval van: a. artikel 1.4 aanleg van deze spoorweg, voor zover de woningen zijn gelegen binnen de zone van die spoorweg, bedoeld in; b. artikel 1.4 artikel 1.4a nog niet geprojecteerde woningen, voor zover de woningen zijn gelegen binnen de zone van die spoorweg, bedoeld inof. 2 artikel 4.11 Behoudensis de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting, vanwege een spoorweg, van de gevel van andere geluidsgevoelige gebouwen 53 dB, in geval van: a. artikel 1.4 aanleg van deze spoorweg, voor zover de andere geluidsgevoelige gebouwen zijn gelegen binnen de zone van die spoorweg, bedoeld in; b. artikel 1.4 artikel 1.4a nog niet geprojecteerde andere geluidsgevoelige gebouwen, voor zover de andere geluidsgevoelige gebouwen zijn gelegen binnen de zone van die spoorweg, bedoeld inof. 3 artikel 4.12 Behoudensis de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting, vanwege een spoorweg, aan de grens van geluidsgevoelige terreinen 55 dB, in geval van: a. artikel 1.4 aanleg van deze spoorweg, voor zover de geluidsgevoelige terreinen zijn gelegen binnen de zone van die spoorweg, bedoeld in; b. artikel 1.4 artikel 1.4a nog niet geprojecteerde geluidsgevoelige terreinen, voor zover de geluidsgevoelige terreinen zijn gelegen binnen de zone van die spoorweg, bedoeld inof. 2012 164 19-04-2012 04-04-2012 2012 268 20-06-2012 06-06-2012 01-07-2012
Artikel 4.10 — Artikel 4.10#
Artikel 4.10 artikel 4.9, eerste lid Voor de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting vanwege een spoorweg, van de gevel van woningen kan een hogere dan de in, genoemde waarde worden vastgesteld, met dien verstande dat deze waarde 68 dB niet te boven mag gaan. 2006 532 07-11-2006 20-10-2006 2006 661 19-12-2006 07-12-2006 01-01-2007
Artikel 4.11 — Artikel 4.11#
Artikel 4.11 artikel 4.9, tweede lid Voor de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting vanwege een spoorweg, van de gevel van andere geluidsgevoelige gebouwen kan een hogere dan de in, genoemde waarde worden vastgesteld, met dien verstande dat deze waarde 68 dB niet te boven mag gaan. 2006 532 07-11-2006 20-10-2006 2006 661 19-12-2006 07-12-2006 01-01-2007
Artikel 4.12 — Artikel 4.12#
Artikel 4.12 artikel 4.9, derde lid Voor de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting vanwege een spoorweg aan de grens van geluidsgevoelige terreinen kan een hogere dan de in, genoemde waarde worden vastgesteld, met dien verstande dat deze waarde 63 dB niet te boven mag gaan. 2012 164 19-04-2012 04-04-2012 2012 268 20-06-2012 06-06-2012 01-07-2012
Artikel 4.13 — Artikel 4.13#
Artikel 4.13 1 artikel 1.4 Behoudens het tweede en derde lid is de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting vanwege een te wijzigen spoorweg van de gevel van woningen binnen de zone van die spoorweg, bedoeld in, 55 dB. 2 wet Interimwet stad-en-milieubenadering Indien eerder bij of krachtens deof deeen hogere waarde voor de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting, vanwege de te wijzigen spoorweg, van de gevel van woningen is vastgesteld dan 55 dB en de heersende geluidsbelasting hoger is dan 55 dB, geldt de laagste van de volgende twee waarden als de ten hoogste toelaatbare: a. de waarde van de geluidsbelasting op het tijdstip waarop met de wijziging een aanvang wordt gemaakt; b. de eerder vastgestelde waarde. 3 wet Interimwet stad-en-milieubenadering artikel 1.4 Indien niet eerder bij of krachtens deof deeen hogere waarde voor de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting vanwege de te wijzigen spoorweg van de gevel van woningen binnen de zone van die spoorweg, bedoeld in, is vastgesteld dan 55 dB en de heersende geluidsbelasting hoger is dan 55 dB, geldt als de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting, vanwege de te wijzigen spoorweg, van de gevel van die woningen de laagste van de volgende waarden: a. de waarde van de geluidsbelasting op 1 juli 1987; b. de waarde van de geluidsbelasting op het tijdstip waarop met de wijziging een aanvang wordt gemaakt. 4 artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 2° of 3°, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht Het eerste lid is niet van toepassing op woningen ten aanzien waarvan met toepassing vaneen omgevingsvergunning is verleend waarbij voor de duur van ten hoogste tien jaar is afgeweken van het bestemmingsplan. 2017 488 15-12-2017 28-11-2017 2018 31 16-02-2018 25-01-2018 01-03-2018 Artikelen III en IV van Stb. 2017/488 bevatten overgangsrecht
m.b.t. deze wijziging.
Artikel 4.14 — Artikel 4.14#
Artikel 4.14 1 artikel 4.13 Voor de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting vanwege een spoorweg van de gevel van woningen kan een hogere waarde dan de ingevolgegeldende waarde worden vastgesteld, met dien verstande dat deze waarde 71 dB niet te boven mag gaan. 2 Indien reeds eerder een hogere waarde voor de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting is vastgesteld dan de in het eerste lid bedoelde waarde, dan is de in dat lid bedoelde waarde, die eerder vastgestelde waarde. 2006 532 07-11-2006 20-10-2006 2006 661 19-12-2006 07-12-2006 01-01-2007
Artikel 4.15 — Artikel 4.15#
Artikel 4.15 1 artikelen 4.13 4.14 artikel 4.13 Deenzijn van overeenkomstige toepassing op andere geluidsgevoelige gebouwen, met dien verstande dat inin plaats van «55 dB» telkens wordt gelezen: 53 dB. 2 artikelen 4.13 4.14 artikel 4.14, eerste lid Deenzijn van overeenkomstige toepassing aan de grens van geluidsgevoelige terreinen, met dien verstande dat in, in plaats van «71 dB» wordt gelezen: 63 dB. 2012 164 19-04-2012 04-04-2012 2012 268 20-06-2012 06-06-2012 01-07-2012
Artikel 4.16 — Artikel 4.16#
Artikel 4.16 1 artikel 4.23, tweede lid Bij besluit als bedoeld in, wordt de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting, vanwege een spoorweg, van de gevel van woningen, andere geluidsgevoelige gebouwen en aan de grens van geluidsgevoelige terreinen vastgesteld, met dien verstande dat deze waarde behoudens het tweede en derde lid voor zover het betreft woningen en geluidsgevoelige terreinen, de waarde 63 dB en voor zover het betreft andere geluidsgevoelige gebouwen de waarde 58 dB, niet te boven mag gaan. 2 Indien overwegende bezwaren bestaan van stedenbouwkundige, verkeerskundige, landschappelijke of financiële aard tegen de toepassing van maatregelen gericht op het terugbrengen van de geluidsbelasting, vanwege de spoorweg, van de gevel van de woningen, andere geluidsgevoelige gebouwen of aan de grens van geluidsgevoelige terreinen, kan bij een besluit als bedoeld in het eerste lid een hogere waarde dan de in dat lid bedoelde waarden worden vastgesteld, met dien verstande dat deze waarde 71 dB voor woningen en geluidsgevoelige terreinen, onderscheidenlijk 66 dB voor andere geluidsgevoelige gebouwen, niet te boven mag gaan. 3 Onze Minister kan bij een besluit als bedoeld in het eerste lid een hogere dan de in het tweede lid bedoelde waarde vaststellen, in gevallen waarin: a. toepassing van maatregelen die strekken tot vermindering van het geluid, veroorzaakt door het verkeer op de spoorweg niet mogelijk is; b. bijlage A, tabel 5, van de Subsidieregeling sanering verkeerslawaai toepassing van maatregelen die strekken tot vermindering van de geluidsoverdracht van de spoorweg naar de betrokken woningen niet mogelijk is of duurder zal zijn dan de maximale bijdrage die volgensvoor een woning mogelijk is; c. het onttrekken aan de bestemming van de betrokken woningen binnen het bedrag, bedoeld in onderdeel b, niet mogelijk is, en d. koppeling van het treffen van maatregelen aan andere activiteiten niet kan leiden tot het terugbrengen van de geluidsbelasting, vanwege de spoorweg, tot de in het tweede lid of dit lid genoemde waarde binnen het bedrag, bedoeld in onderdeel b. 2017 488 15-12-2017 28-11-2017 2018 31 16-02-2018 25-01-2018 01-03-2018 Artikelen III en IV van Stb. 2017/488 bevatten overgangsrecht
m.b.t. deze wijziging.
Artikel 4.17 — Artikel 4.17#
Artikel 4.17 Vervallen 2012 164 19-04-2012 04-04-2012 2012 268 20-06-2012 06-06-2012 01-07-2012
Artikel 4.18 — Artikel 4.18#
Artikel 4.18 1 artikelen 4.20 tot en met 4.23 artikel 4.25 Behoudens het derde lid stellen burgemeester en wethouders met inachtneming van deeen programma van maatregelen op, die naar hun oordeel in aanmerking komen om de geluidsbelasting, vanwege de spoorweg, van de gevel van de voor 1 januari 2007 aan Onze Minister gemelde woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen, zoveel mogelijk te beperken tot 55 dB en om zo nodig te voldoen aan. 2 artikel 4.7 artikel 4.3 In een geval als bedoeld inwordt vanwege de spoorwegexploitant een akoestisch onderzoek ingesteld van de inomschreven strekking. 3 artikel 4.7 artikel 1.4 In een geval als bedoeld instelt de spoorwegexploitant een saneringsprogramma op, met dien verstande dat dit saneringsprogramma tevens de resultaten van het in het tweede lid bedoelde akoestisch onderzoek bevat en mede betrekking heeft op andere binnen de zone van de spoorweg, bedoeld in, gelegen woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen. 4 artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 2° of 3°, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht Het eerste lid is niet van toepassing op woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen ten aanzien waarvan met toepassing vaneen omgevingsvergunning is verleend waarbij voor de duur van ten hoogste tien jaar is afgeweken van het bestemmingsplan. 2017 488 15-12-2017 28-11-2017 2018 31 16-02-2018 25-01-2018 01-03-2018 Artikelen III en IV van Stb. 2017/488 bevatten overgangsrecht
m.b.t. deze wijziging.
Artikel 4.19 — Artikel 4.19#
Artikel 4.19 1 artikel 4.18 Een saneringsprogramma als bedoeld inkan uitsluitend de volgende maatregelen bevatten: a. geluidreducerende maatregelen aan een spoorweg; b. maatregelen die de geluidsoverdracht van een spoorweg naar woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen verminderen; c. geluidwerende maatregelen aan de gevel van de betrokken woningen of andere geluidsgevoelige gebouwen; d. onttrekking aan de bestemming van één of meer van de betrokken woningen. 2 Maatregelen als bedoeld in het eerste lid, onder b, onder c, onderscheidenlijk onder d, komen eerst in aanmerking voor opneming in het saneringsprogramma, voor zover de toepassing van de in het eerste lid, onder a, genoemde maatregelen, onderscheidenlijk de in het eerste lid, onder a en b, dan wel onder a, b en c, genoemde maatregelen onvoldoende doeltreffend zal zijn, dan wel overwegende bezwaren ontmoeten van stedenbouwkundige, verkeerskundige, landschappelijke of financiële aard. 2012 164 19-04-2012 04-04-2012 2012 268 20-06-2012 06-06-2012 01-07-2012
Artikel 4.20 — Artikel 4.20#
Artikel 4.20 artikel 4.18 afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht Op de voorbereiding van een saneringsprogramma als bedoeld inis de ingeregelde procedure van toepassing. 2006 532 07-11-2006 20-10-2006 2006 661 19-12-2006 07-12-2006 01-01-2007
Artikel 4.21 — Artikel 4.21#
Artikel 4.21 1 artikel 4.18 Een saneringsprogramma als bedoeld inbevat: a. artikel 4.18, eerste lid de resultaten van het akoestisch onderzoek dat is voorafgegaan aan de melding, bedoeld in, of van het akoestisch onderzoek, bedoeld in artikel 4.18, tweede lid; b. een of meer kaarten met bijbehorende verklaring als bedoeld in het tweede lid, een lijst met adressen van de betrokken woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen, alsmede het trajectnummer van het spoorweggedeelte of de combinatie van spoorweggedeelten, waarvan de geluidsbelasting wordt ondervonden; c. artikel 4.19, eerste lid, onder a en b een beschrijving van de maatregelen, bedoeld in, die in aanmerking komen, en van het effect van de maatregelen op de geluidsbelasting in het maatgevende jaar, vanwege de spoorweg, van de gevel van betrokken woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen; d. artikel 4.19, eerste lid, onder a en b voor zover toepassing van de in, bedoelde – in het saneringsprogramma opgenomen – maatregelen niet leidt tot beperking van de geluidsbelasting, vanwege de spoorweg, tot 55 dB, een beschrijving van de bezwaren van stedenbouwkundige, verkeerskundige, landschappelijke of financiële aard tegen de toepassing van verdergaande maatregelen; e. artikel 4.19, eerste lid, onder c artikel 4.25 zo nodig een verklaring dat door middel van geluidwerende maatregelen als bedoeld in, zal worden voldaan aan; f. artikel 4.19, eerste lid, onder d voor zover van toepassing, een beschrijving van de maatregelen, bedoeld in, alsmede een onderbouwing van de keuze; g. artikel 4.19, tweede lid voor zover met toepassing van, naar het oordeel van burgemeester en wethouders of de spoorwegexploitant andere dan meer primaire maatregelen in aanmerking komen, een beschrijving van de redenen daarvoor; h. een beschrijving van de mogelijkheden om uit een oogpunt van doelmatigheid en kostenbeheersing de te treffen maatregelen al dan niet gezamenlijk uit te voeren met andere werken; i. artikelen 40 52 74 108 van de wet artikel 1.1 van de Wet luchtvaart artikel 1.4a een globale indicatie van de geluidsbelasting, vanwege andere geluidsbronnen als bedoeld in de,,enenof vanwege het luchthavenluchtverkeer, bedoeld in; j. een globale indicatie van de kosten van de te treffen maatregelen; k. het tijdstip waarop met de uitvoering van de maatregelen kan worden begonnen, alsmede de verwachte duur van de uitvoering van de maatregelen. 2 De kaart of kaarten, bedoeld in het eerste lid, onder b, geven in elk geval aan: a. artikel 1.4 de zone, bedoeld in, langs de spoorweg of spoorwegen en de ligging van de betrokken woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen; b. bronmaatregelen of overdrachtsmaatregelen, en c. voor zover hiervan sprake is, de ligging van de betrokken woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen binnen: 1°. een geluidszone rond een industrieterrein; 2°. een geluidszone langs een weg; 3°. een andere geluidszone, of 4°. hoofdstuk 8, titel 8A.6 artikel 10.17 van de Wet luchtvaart een met het oog op de geluidsbelasting vastgesteld beperkingengebied als bedoeld inof. 3 Artikel 3.8, vierde lid , is van overeenkomstige toepassing. 2009 400 06-10-2009 31-08-2009 2012 644 18-12-2012 06-12-2012 01-01-2013
Artikel 4.22 — Artikel 4.22#
Artikel 4.22 artikel 4.18 Onze Minister stelt bij ministeriële regeling nadere regels vast met betrekking tot de vormgeving en inrichting van een saneringsprogramma als bedoeld in. 2006 532 07-11-2006 20-10-2006 2006 661 19-12-2006 07-12-2006 01-01-2007
Artikel 4.23 — Artikel 4.23#
Artikel 4.23 1 artikel 4.18 Burgemeester en wethouders, onderscheidenlijk de spoorwegexploitant leggen het ingevolgeopgestelde saneringsprogramma onverwijld voor aan Onze Minister en zenden tegelijkertijd, indien van toepassing, een afschrift van dit saneringsprogramma aan de spoorwegexploitant. 2 artikel 4.16 Onze Minister stelt na ontvangst van zodanig saneringsprogramma, met inachtneming van dede ten hoogste toelaatbare waarde van de geluidsbelasting, vanwege de spoorweg, van de gevel van de woningen of andere geluidsgevoelige gebouwen vast waarop het saneringsprogramma betrekking heeft. Onze Minister doet van zijn besluit mededeling aan burgemeester en wethouders en de spoorwegexploitant. 3 artikel 4.25 Onze Minister stelt ten aanzien van elk van de daarvoor in aanmerking komende gevallen maatregelen vast die strekken tot het terugbrengen van de geluidsbelasting, vanwege de spoorweg, van de gevel van de betrokken woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen, tot het bij het besluit, bedoeld in het tweede lid, vastgestelde waarde. De maatregelen strekken tevens, afhankelijk van de hoogte van deze waarde, tot het terugbrengen van de geluidsbelasting, vanwege de spoorweg, binnen de woning of het andere geluidsgevoelige gebouw tot de inbedoelde waarde. 2012 164 19-04-2012 04-04-2012 2012 268 20-06-2012 06-06-2012 01-07-2012
Artikel 4.24 — Artikel 4.24#
Artikel 4.24 1 artikelen 4.10 4.13 4.14 Indien met toepassing van de,ofmet betrekking tot een gevel van een in aanbouw zijnde of aanwezige woning een hogere geluidsbelasting dan 55 dB vanwege de weg als de ten hoogste toelaatbare is vastgesteld, treffen burgemeester en wethouders met betrekking tot de geluidwering van die gevel maatregelen om te bevorderen dat de geluidsbelasting, vanwege de spoorweg, binnen de woning bij gesloten ramen 35 dB niet te boven zal gaan. 2 artikelen 4.13 4.14 Indien de geluidsbelasting van de gevel van een woning op 1 juli 1987 hoger was dan 65 dB(A) onderscheidenlijk van de gevel van een ander geluidsgevoelig gebouw hoger was dan 60 dB(A) en voor die woning of dat ander geluidsgevoelig gebouw eerder een hogere waarde voor de geluidsbelasting is vastgesteld bij of krachtens de wet en met betrekking tot de woning toepassing is gegeven aan deof, treffen burgemeester en wethouders, in afwijking van het eerste lid, met betrekking tot de geluidwering van de gevels van de betrokken woning maatregelen om te bevorderen dat de geluidsbelasting, vanwege de spoorweg, binnen de woning bij gesloten ramen ten hoogste de waarde bedraagt die ten tijde van de vaststelling van de eerste hogere waarde ten hoogste toelaatbaar was. 3 artikel 13, zesde lid, van het Subsidiebesluit openbare lichamen milieubeheer Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing voor woningen waarbij maatregelen aan de gevel zijn getroffen ter uitvoering van. 4 artikelen 4.11 4.15 Indien met toepassing van deofmet betrekking tot een gevel van een in aanbouw zijnd of aanwezig ander geluidsgevoelig gebouw een hogere geluidsbelasting dan 53 dB als de ten hoogste toelaatbare is vastgesteld, treffen burgemeester en wethouders met betrekking tot de geluidwering van die gevel maatregelen om te bevorderen dat de geluidsbelasting, vanwege de spoorweg, bij gesloten ramen: a. artikel 1.1, eerste lid, onderdeel d, onder 1° tot en met 3° binnen de verblijfsruimten, genoemd in, 28 dB niet te boven zal gaan, en b. artikel 1.1, eerste lid, onderdeel d, onder 4° en 5° binnen de verblijfsruimten, genoemd in, 33 dB niet te boven zal gaan. 2017 488 15-12-2017 28-11-2017 2018 31 16-02-2018 25-01-2018 01-03-2018 Artikelen III en IV van Stb. 2017/488 bevatten overgangsrecht
m.b.t. deze wijziging.
Artikel 4.25 — Artikel 4.25#
Artikel 4.25 1 artikel 4.16, tweede of derde lid Indien Onze Minister toepassing heeft gegeven aan het, treffen burgemeester en wethouders de in het tweede lid beschreven maatregelen, indien: a. artikel 1.1, eerste lid, onderdeel d, onder 4° en 5° ten minste één geluidsgevoelige ruimte binnen een woning, onderscheidenlijk ten minste één verblijfsruimte als genoemd in, binnen een ander geluidsgevoelig gebouw een geluidsbelasting ondervindt van meer dan 43 dB, of b. artikel 1.1, eerste lid, onderdeel d, onder 1° tot en met 3° ten minste één verblijfsruimte als genoemd in, binnen een ander geluidsgevoelig gebouw een geluidsbelasting ondervindt van meer dan 38 dB. 2 De maatregelen ter uitvoering van het eerste lid hebben betrekking op de geluidwering van de gevel en bevorderen dat de geluidsbelasting bij gesloten ramen: a. artikel 1.1, eerste lid, onderdeel d, onder 4° en 5° in het eerste lid, onder a, bedoelde geval in geluidsgevoelige ruimten binnen de woning, onderscheidenlijk in verblijfsruimten als genoemd in, binnen het andere geluidsgevoelige gebouw, 38 dB, dan wel een door burgemeester en wethouders doelmatig geoordeelde hogere waarde van ten hoogste 43 dB, niet te boven zal gaan; b. artikel 1.1, eerste lid, onderdeel d, onder 4° en 5° in het eerste lid, onder b, bedoelde geval in verblijfsruimten als genoemd in, binnen het andere geluidsgevoelige gebouw 33 dB, dan wel een door burgemeester en wethouders geoordeelde hogere waarde van ten hoogste 38 dB, niet te boven zal gaan. 2017 488 15-12-2017 28-11-2017 2018 31 16-02-2018 25-01-2018 01-03-2018 Artikelen III en IV van Stb. 2017/488 bevatten overgangsrecht
m.b.t. deze wijziging.
Artikel 4.26 — Artikel 4.26#
Artikel 4.26 Tracéwet artikel 104a, eerste, vierde en vijfde lid, van de wet artikelen 79 99, eerste lid, artikel 4.4 Indien de aanleg of wijziging van een spoorweg waarop devan toepassing is, leidt tot aanleg, reconstructie of wijziging van een weg of spoorweg, en daartoe binnen het tracé een hogere waarde vereist is voor de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting vanwege die weg of spoorweg, isvan overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat in het eerste lid in plaats van «zijn deen» wordt gelezen: isvan het Besluit geluidhinder. 2012 164 19-04-2012 04-04-2012 2012 268 20-06-2012 06-06-2012 01-07-2012
Artikel 5.1 — Artikel 5.1#
Artikel 5.1 1 artikel 110a, derde lid, van de wet Een verzoek als bedoeld inkan met betrekking tot een zone rond een industrieterrein worden gedaan door: a. degene die het beheer voert over het industrieterrein waarvoor de hogere waarde verzocht wordt; b. de Kamer van Koophandel. 2 In het geval van een industrieterrein van regionaal belang dat is aangewezen bij provinciale milieuverordening, kan een verzoek als bedoeld in het eerste lid tevens worden gedaan door: a. burgemeester en wethouders van de gemeente waarin de woningen, de andere geluidsgevoelige gebouwen of geluidsgevoelige terreinen gesitueerd zijn of worden, waarvoor de hogere waarde verzocht wordt; b. burgemeester en wethouders van de gemeente waarin het industrieterrein gesitueerd is of wordt, waarvoor de hogere waarde verzocht wordt. 2013 510 10-12-2013 25-11-2013 2013 508 10-12-2013 25-11-2013 01-01-2014 Treedt in werking op het tijdstip waarop hoofdstuk 12 van de Wet
op de Kamer van Koophandel in werking treedt.
Artikel 5.2 — Artikel 5.2#
Artikel 5.2 artikel 110a, derde lid, van de wet artikelen 79 99 van de wet artikel 76, eerste lid, van de wet artikel 3.4 Een verzoek als bedoeld inkan met betrekking tot een zone langs een weg worden gedaan door de wegaanlegger, of indien het verzoek gedaan wordt in het kader van de toepassing vanof deen, of – indien het betreft de aanleg of reconstructie van een rijksweg die niet op de geluidplafondkaart is aangegeven – in het kader van de toepassing van, door de wegbeheerder. 2012 164 19-04-2012 04-04-2012 2012 268 20-06-2012 06-06-2012 01-07-2012
Artikel 5.3 — Artikel 5.3#
Artikel 5.3 1 artikel 4.7 artikel 1.4 artikel 1.4a artikel 110a, derde lid, van de wet Behoudens bij toepassing vankan een verzoek als bedoeld inmet betrekking tot een zone langs een spoorweg als bedoeld inen, voor zover het de aanleg van nog niet geprojecteerde woningen, andere geluidsgevoelige gebouwen en geluidsgevoelige terreinen betreft, als bedoeld in, worden gedaan door: a. burgemeester en wethouders van de gemeente waarin de woningen, de andere geluidsgevoelige gebouwen of de geluidsgevoelige terreinen gesitueerd zijn of worden, waarvoor de hogere waarde verzocht wordt; b. burgemeester en wethouders van de gemeente waarin de spoorweg gesitueerd is of wordt, waarvoor de hogere waarde verzocht wordt; c. de spoorwegexploitant, indien het betreft de aanleg of wijziging van een spoorweg. 2 artikel 4.7 Bij toepassing vanwordt een verzoek als bedoeld in het eerste lid gedaan door de spoorwegexploitant. 2012 164 19-04-2012 04-04-2012 2012 268 20-06-2012 06-06-2012 01-07-2012
Artikel 5.4 — Artikel 5.4#
Artikel 5.4 1 artikel 110a, derde lid, van de wet Het verzoek om een hogere waarde als bedoeld inen het ontwerp van een verzoek bevatten ten minste: a. de verzochte hogere waarde; b. de redenen die aan het verzoek ten grondslag liggen; c. artikelen 42 77 80 van de wet artikelen 4.3 4.5 de resultaten van het akoestisch onderzoek, bedoeld in de,of, onderscheidenlijk in deof; d. artikelen 111b 112 van de wet artikelen 2.4 2.5 3.10 4.24 4.25 een verklaring dat maatregelen zullen worden getroffen indien de geluidsbelasting vanwege het industrieterrein, vanwege de weg of vanwege de spoorweg, binnen de woning of andere geluidsgevoelige gebouwen bij gesloten ramen meer bedraagt dan de waarde, bedoeld in deen, onderscheidenlijk in de,,,en. 2 artikel 3.8, vierde lid artikel 1.4a artikelen 40 52 74 108 van de wet hoofdstuk 8, titel 8A.6 artikel 10.17 van de Wet luchtvaart artikel 1.2, tweede lid, onder b, van de Wet milieubeheer Het verzoek gaat vergezeld van een of meer kaarten met bijbehorende verklaring. Met betrekking tot deze kaart of kaarten is, van overeenkomstige toepassing. De kaart of kaarten geven bovendien de ligging weer van aanwezige of toekomstige geluidszones als bedoeld in de,,enen, alsmede de met het oog op de geluidsbelasting vastgestelde beperkingengebieden als bedoeld inofen de in die zones of beperkingengebieden voorkomende gebieden, aangewezen overeenkomstig, voor zover de woningen, andere geluidsgevoelige gebouwen of geluidsgevoelige terreinen waarop het verzoek betrekking heeft, binnen zodanige zones of gebieden zijn of worden gesitueerd. 3 artikel 110a van de wet artikel 4.16 Degene die op grond vanofbevoegd is tot het vaststellen van een hogere waarde kan van de verzoeker nadere toelichting, tekeningen en kaarten verlangen, indien hij deze noodzakelijk acht voor de beoordeling van het verzoek. 2009 400 06-10-2009 31-08-2009 2012 644 18-12-2012 06-12-2012 01-01-2013
Artikel 5.5 — Artikel 5.5#
Artikel 5.5 artikel 110a, derde lid, van de wet artikel 5.4, eerste en tweede lid Bij het ambtshalve vaststellen van een hogere waarde als bedoeld inis, van overeenkomstige toepassing. 2006 532 07-11-2006 20-10-2006 2006 661 19-12-2006 07-12-2006 01-01-2007
Artikel 6.1 — Artikel 6.1#
Artikel 6.1 Dit hoofdstuk is van toepassing op woningen of andere geluidsgevoelige gebouwen die voor het van overheidswege aanbrengen van geluidwerende voorzieningen in aanmerking worden genomen. 2006 532 07-11-2006 20-10-2006 2006 661 19-12-2006 07-12-2006 01-01-2007
Artikel 6.2 — Artikel 6.2#
Artikel 6.2 1 Het bevoegd gezag kan burgemeester en wethouders van de gemeente of gemeenten waarin de woningen of andere geluidsgevoelige gebouwen zijn gelegen, verzoeken met betrekking tot die woningen of gebouwen in elk geval de volgende gegevens te verstrekken: a. namen en adressen van eigenaren en bewoners; b. kadastrale gegevens; c. gegevens uit de registratie tot de onroerende-zaakbelasting die de bestemming van de woning betreffen; d. tekeningen van woningen of andere geluidsgevoelige gebouwen; e. verstrekte bouwvergunningen. 2 Het bevoegd gezag kan burgemeester en wethouders van de gemeente of gemeenten waarin de woningen of andere geluidsgevoelige gebouwen zijn gelegen, voorts verzoeken met betrekking tot die woningen of gebouwen de gegevens te verstrekken waaruit blijkt of: a. de verwachting bestaat dat zij binnen vijf jaar na de door het bevoegd gezag aangegeven datum zullen worden onteigend of dat de bewoning of het gebruik om andere redenen binnen die termijn zal worden gestaakt; b. zij niet voor permanente bewoning bestemd zijn of daar niet voor worden gebruikt; c. in geval van andere geluidsgevoelige gebouwen, zij niet als zodanig bestemd zijn of zij daar niet voor worden gebruikt; d. zij behoren tot de categorieën woonwagens of woonschepen. 2012 164 19-04-2012 04-04-2012 2012 268 20-06-2012 06-06-2012 01-07-2012
Artikel 6.3 — Artikel 6.3#
Artikel 6.3 De eigenaren en bewoners van de woningen of andere geluidsgevoelige gebouwen worden schriftelijk op de hoogte gesteld dat van overheidswege wordt overwogen geluidwerende voorzieningen aan te brengen. 2017 488 15-12-2017 28-11-2017 2018 31 16-02-2018 25-01-2018 01-03-2018 Artikelen III en IV van Stb. 2017/488 bevatten overgangsrecht
m.b.t. deze wijziging.
Artikel 6.4 — Artikel 6.4#
Artikel 6.4 1 artikel 6.3 Aan de eigenaren van de woningen of andere geluidsgevoelige gebouwen wordt verzocht binnen drie weken na de inbedoelde schriftelijke mededeling, schriftelijk toestemming te verlenen tot het uitvoeren van een akoestisch en bouwtechnisch onderzoek. 2 Indien de in het eerste lid bedoelde toestemming niet volledig, niet binnen de gestelde termijn of niet voor de gehele woning of het ander geluidsgevoelige gebouw is verleend, wordt de betreffende eigenaren schriftelijk meegedeeld dat geen akoestisch en bouwtechnisch onderzoek kan worden uitgevoerd, tenzij deze schriftelijke toestemming binnen twee weken alsnog wordt verleend. 3 Indien ook de in het tweede lid bedoelde toestemming niet volledig, niet binnen de gestelde termijn of niet voor de gehele woning of het andere geluidsgevoelige gebouw is verleend, wordt de betreffende eigenaren schriftelijk meegedeeld dat geen geluidwerende voorzieningen worden aangebracht. 2017 488 15-12-2017 28-11-2017 2018 31 16-02-2018 25-01-2018 01-03-2018 Artikelen III en IV van Stb. 2017/488 bevatten overgangsrecht
m.b.t. deze wijziging.
Artikel 6.5 — Artikel 6.5#
Artikel 6.5 artikel 6.4, eerste of tweede lid Indien de in, bedoelde toestemming is verleend, stelt het bevoegd gezag een akoestisch en bouwtechnisch onderzoek in. Het onderzoek resulteert in ieder geval in: a. een opgave van de geluidsgevoelige ruimten; b. een inventarisatie van de benodigde bouwtechnische gegevens; c. een opgave van de benodigde geluidwerende voorzieningen; d. een raming van de kosten voor de overheid, en e. een raming van de eventuele kosten voor de eigenaar. 2006 532 07-11-2006 20-10-2006 2006 661 19-12-2006 07-12-2006 01-01-2007
Artikel 6.6 — Artikel 6.6#
Artikel 6.6 1 artikel 6.5 De eigenaren van de woningen of andere geluidsgevoelige gebouwen ten aanzien waarvan uit het inbedoelde onderzoek blijkt dat de volgende extra voorzieningen moeten worden getroffen, worden hiervan door het bevoegd gezag schriftelijk op de hoogte gesteld: a. Woningwet 1962 Woningwet extra voorzieningen met betrekking tot het in overeenstemming brengen van de woning met de geluidweringvoorschriften ingevolge deof de; b. Bouwbesluit 2012 extra voorzieningen met betrekking tot het in overeenstemming brengen van de woning met de technische bouwvoorschriften die bij of krachtens hetinzake bestaande bouw worden gesteld, voor zover het betreft geluidsgevoelige ruimten of de bereikbaarheid daarvan; c. Bouwbesluit 2012 extra voorzieningen met betrekking tot het in overeenstemming brengen van het andere geluidsgevoelige gebouw met de technische bouwvoorschriften die bij of krachtens hetinzake bestaande bouw worden gesteld, voor zover het betreft geluidsgevoelige ruimten of de bereikbaarheid daarvan; d. voorzieningen met betrekking tot het opheffen van gebreken en van achterstallig onderhoud; e. voorzieningen met betrekking tot het in overeenstemming brengen van de woning of het andere geluidsgevoelige gebouw met de mate van geluidwering die is behaald vanwege van rijkswege aangebrachte geluidwerende voorzieningen waarvan is gebleken dat deze zijn verwijderd of waarvan anderszins de werking ervan teniet is gedaan. 2 artikel 6.7, eerste lid Aan de betreffende eigenaren wordt verzocht binnen drie weken na ontvangst van deze schriftelijke mededeling, schriftelijk te verklaren dat zij zich verplichten, om binnen een door het bevoegd gezag gestelde termijn, voorafgaand aan het aanbrengen van de geluidwerende voorzieningen de extra voorzieningen, bedoeld in het eerste lid, aan te brengen, tenzij toepassing wordt gevraagd van. 3 Indien de in het tweede lid bedoelde schriftelijke verklaring niet volledig, niet binnen de gestelde termijn of niet voor de gehele woning is verleend, wordt de betreffende eigenaren schriftelijk meegedeeld dat geen geluidwerende voorzieningen worden aangebracht, tenzij de schriftelijke verklaring binnen twee weken alsnog wordt afgegeven. 4 Indien de verklaring ook binnen de in het derde lid gestelde termijn niet volledig, niet binnen de gestelde termijn of niet voor de gehele woning is afgegeven, wordt de betreffende eigenaren schriftelijk meegedeeld dat geen geluidwerende voorzieningen worden aangebracht. 2017 488 15-12-2017 28-11-2017 2018 31 16-02-2018 25-01-2018 01-03-2018 Artikelen III en IV van Stb. 2017/488 bevatten overgangsrecht
m.b.t. deze wijziging.
Artikel 6.7 — Artikel 6.7#
Artikel 6.7 1 artikel 6.6, tweede lid artikel 6.6, eerste lid Bij het afgeven van de verklaring, bedoeld in, kan de eigenaar verzoeken dat het treffen van de extra voorzieningen, bedoeld in, en het van overheidswege aanbrengen van geluidwerende voorzieningen, gelijktijdig plaatsvindt. Aan dit verzoek wordt gevolg gegeven. 2 artikel 6.6, eerste lid Bij toepassing van het eerste lid blijven de kosten van het aanbrengen van de extra voorzieningen, bedoeld in, voor rekening van de betreffende eigenaar. 2017 488 15-12-2017 28-11-2017 2018 31 16-02-2018 25-01-2018 01-03-2018 De wijziging is niet voor de tweede keer doorgevoerd. Artikelen III en IV van Stb. 2017/488 bevatten overgangsrecht
m.b.t. deze wijziging.
Artikel 6.8 — Artikel 6.8#
Artikel 6.8 1 artikel 6.5 De eigenaren van de woningen of andere geluidsgevoelige gebouwen, die op basis van het inbedoelde akoestisch en bouwtechnisch onderzoek voor het van overheidswege aanbrengen van geluidwerende voorzieningen in aanmerking komen, ontvangen: a. een aanbod met betrekking tot de aan te brengen geluidwerende voorzieningen en b. artikel 6.6, eerste lid artikel 6.6, eerste lid indien toepassing wordt gevraagd van, een voorstel voor een overeenkomst met betrekking tot het aanbrengen van de extra voorzieningen, bedoeld in. 2 Tevens wordt de betreffende eigenaren meegedeeld wanneer de geluidwerende voorzieningen naar verwachting zullen worden aangebracht. 3 artikel 6.7, eerste lid Indien geen toepassing wordt gegeven aan, wordt het aanbod, bedoeld in het eerste lid, onder a, gedaan onder de voorwaarde dat de extra voorzieningen door de eigenaar worden aangebracht binnen de door het bevoegd gezag gestelde termijn, voorafgaand aan het aanbrengen van de geluidwerende voorzieningen. 4 artikel 6.5 De eigenaren van de woningen of andere geluidsgevoelige gebouwen, die op basis van het inbedoelde akoestisch en bouwtechnisch onderzoek voor het van overheidswege aanbrengen van geluidwerende voorzieningen niet in aanmerking komen, worden hiervan schriftelijk op de hoogte gesteld. 2012 164 19-04-2012 04-04-2012 2012 268 20-06-2012 06-06-2012 01-07-2012
Artikel 6.9 — Artikel 6.9#
Artikel 6.9 1 artikel 6.8, eerste lid Aan de eigenaren, bedoeld in, wordt verzocht binnen twee weken na het onherroepelijk worden van het aanbod en, indien van toepassing, de overeenkomst, door middel van ondertekening schriftelijk te verklaren dat: a. zij voor alle geluidsgevoelige ruimten waar het aanbod betrekking op heeft, instemmen met de voorgestelde geluidwerende voorzieningen en toestemming geven tot het aanbrengen van de voorgestelde geluidwerende voorzieningen; b. artikel 6.6, eerste lid zij zich verbinden tot het aanbrengen van de extra voorzieningen, bedoeld in; c. artikel 6.7, eerste lid indien toepassing is verzocht van, zij zich verbinden tot het betalen van de kosten die verband houden met het gelijktijdig aanbrengen van de extra voorzieningen. 2 Indien de in het eerste lid bedoelde ondertekening niet binnen de gestelde termijn heeft plaatsgevonden, wordt de betreffende eigenaren schriftelijk meegedeeld dat geen geluidwerende voorzieningen worden aangebracht, tenzij de ondertekening binnen twee weken na ontvangst van deze mededeling alsnog plaatsvindt. 3 Indien de verklaring ook niet binnen de in het tweede lid gestelde termijn heeft plaatsgevonden, wordt de betreffende eigenaren schriftelijk meegedeeld dat geen geluidwerende voorzieningen worden aangebracht. 4 Indien de eigenaar of de bewoner van de woning of het andere geluidsgevoelige gebouw zijn medewerking aan het akoestisch en bouwtechnisch onderzoek of het treffen van maatregelen onthoudt, wordt de eigenaar meegedeeld dat geen geluidwerende voorzieningen worden aangebracht. 2017 488 15-12-2017 28-11-2017 2018 31 16-02-2018 25-01-2018 01-03-2018 Artikelen III en IV van Stb. 2017/488 bevatten overgangsrecht
m.b.t. deze wijziging.
Artikel 6.10 — Artikel 6.10#
Artikel 6.10 Na ontvangst van het ondertekende aanbod en, indien van toepassing, de ondertekende overeenkomst, besluit het bevoegd gezag tot het aanbrengen van de geluidwerende voorzieningen. 2006 532 07-11-2006 20-10-2006 2006 661 19-12-2006 07-12-2006 01-01-2007
Artikel 7.1 — Artikel 7.1#
Artikel 7.1 artikel 25, eerste lid, van het Besluit geluidhinder spoorwegen artikel 4.17, eerste lid Een melding krachtenszoals dat luidde voor het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit geldt als melding krachtens, van dit besluit. 2006 532 07-11-2006 20-10-2006 2006 661 19-12-2006 07-12-2006 01-01-2007
Artikel 7.2 — Artikel 7.2#
Artikel 7.2 Ingetrokken worden: a. Besluit grenswaarden binnen zones rond industrieterreinen het; b. Besluit grenswaarden binnen zones langs wegen het; c. Besluit geluidhinder spoorwegen het, en d. Saneringsbesluit geluidhinder wegverkeer 1998 het. 2006 532 07-11-2006 20-10-2006 2006 661 19-12-2006 07-12-2006 01-01-2007
Artikel 7.3 — Artikel 7.3#
Artikel 7.3 Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. 2006 532 07-11-2006 20-10-2006 2006 661 19-12-2006 07-12-2006 01-01-2007
Artikel 7.4 — Artikel 7.4#
Artikel 7.4 Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit geluidhinder. 2006 532 07-11-2006 20-10-2006 2006 661 19-12-2006 07-12-2006 01-01-2007