Besluit van 2 oktober 2006, houdende regels met betrekking tot de uitkeringen ten behoeve van beleid op het terrein van openbare geestelijke gezondheidszorg, maatschappelijke opvang, vrouwenopvang en verslavingsbeleid, de stimuleringsuitkeringen, de eigen bijdrage en de financiële tegemoetkomingen op het terrein van maatschappelijke ondersteuning en wijziging van andere besluiten (Besluit maatschappelijke ondersteuning)
- BWB-id
- BWBR0020379
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Volksgezondheid, Welzijn en Sport
- Geldigheid
- 2014-12-29 t/m 2014-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0020379
- ELI
- /eli/nl/amvb/2007/besluit-maatschappelijke-ondersteuning
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/2007/besluit-maatschappelijke-ondersteuning/2014-12-29
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0020379&g=2014-12-29
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0020379&z=2026-06-06&g=2014-12-29
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0020379/2014-12-29
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/2007/besluit-maatschappelijke-ondersteuning
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. Wet maatschappelijke ondersteuning de wet: de; b. inkomen: 1°. artikel 21, onderdeel e, onder 1°, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen indien over het peiljaar een aanslag of navorderingsaanslag inkomstenbelasting is of wordt vastgesteld: het inkomensgegeven, bedoeld in; 2°. artikel 21, onderdeel e, onder 2°, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen in de overige gevallen: het inkomensgegeven, bedoeld in. c. maatschappelijke opvang: maatschappelijk opvang, vrouwenopvang daaronder niet begrepen; d. peiljaar: het tweede kalenderjaar voorafgaande aan het jaar waarin aan een persoon maatschappelijke ondersteuning is verleend; e. dit onderdeel is nog niet in werking getreden; f. artikel 5.2, eerste lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001 grondslag sparen en beleggen: de grondslag sparen en beleggen, bedoeld in; g. artikel 1, eerste lid, onderdeel e, van de Wet op de zorgtoeslag zorgtoeslag: een tegemoetkoming als bedoeld in; h. dit onderdeel is nog niet in werking getreden; i. artikel 1.1 vermogen: vermogen als bedoeld in. 2012 628 13-12-2012 05-12-2012 2013 535 17-12-2013 04-12-2013 2014 64 14-02-2014 03-02-2014 15-02-2014 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, onderdeel B,
voor zover het betreft artikel 4.7, van het Wijzigingsbesluit
Besluit maatschappelijke ondersteuning, enz. (vaststellen en innen
van eigen bijdragen voor maatschappelijke opvang en vrouwenopvang
door gemeenten) (Stb. 2010/260) in werking treedt.
Artikel 1.1 — Artikel 1.1#
Artikel 1.1 1 Het vermogen van een persoon aan wie maatschappelijke ondersteuning is verleend respectievelijk van zijn echtgenoot, is het verschil tussen zijn vermogengrondslag en de op grond van het vierde en vijfde lid voor hem toegepaste verminderingen met dien verstande dat het ten minste nihil bedraagt. 2 Wet inkomstenbelasting 2001 De vermogensgrondslag van een persoon aan wie maatschappelijke ondersteuning is verleend respectievelijk van zijn echtgenoot, is zijn grondslag sparen en beleggen, over het peiljaar, of indien op die persoon het tweede lid van devan toepassing is, het aan hem over het peiljaar toegerekende gedeelte van de toepasselijke gezamenlijke grondslag sparen en beleggen, bedoeld in dat tweede lid. 3 artikel 4.2, derde lid artikel 5.2, tweede lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001 In afwijking van het tweede lid is de vermogensgrondslag van een persoon aan wie maatschappelijke ondersteuning is verleend, bij toepassing jegens hem van, de te verwachten grondslag sparen en beleggen over het lopende jaar, of indienvermoedelijk op de verzekerde van toepassing zal zijn, het te verwachten aan hem toe te rekenen deel van de toepasselijke te verwachten gezamenlijke grondslag sparen en beleggen, bedoeld in artikel 5.2, tweede lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001. 4 artikel 47 van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen Op aanvraag wordt voor de persoon aan wie maatschappelijke ondersteuning is verleend respectievelijk voor zijn echtgenoot, een vermindering toegepast voor een bedrag ter grootte van door hem in het peiljaar of enig eerder jaar ontvangen eenmalige uitkeringen die krachtenszijn aangewezen. 5 Het deel van het bedrag, bedoeld in het vierde lid, dat de vermogensgrondslag van de de persoon aan wie maatschappelijke ondersteuning is verleend respectievelijk van de echtgenoot, overtreft, wordt voor zijn echtgenoot als vermindering toegepast. 2013 535 17-12-2013 04-12-2013 2013 535 17-12-2013 04-12-2013 18-12-2013 01-01-2013
Artikel 1a — Artikel 1a#
Artikel 1a 1 wet artikel 8, onder a tot en met e, of l, van de Vreemdelingenwet 2000 Voor de toepassing van dewordt met een Nederlander gelijkgesteld de vreemdeling die, na rechtmatig in Nederland verblijf te hebben gehouden in de zin van: a. voor de beëindiging van dit verblijf een aanvraag heeft ingediend om voortgezette toelating, of b. artikel 69, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 artikel 6:11 van de Algemene wet bestuursrecht artikel 8, onder a tot en met e, of l, van de Vreemdelingenwet 2000 binnen de termijn, genoemd in, of, buiten die termijn, in gevaltoepassing heeft gevonden, bezwaar heeft gemaakt of beroep heeft ingesteld tegen intrekking van de toelating in de zin van. 2 De gelijkstelling, bedoeld in het eerste lid, eindigt zodra: a. onherroepelijk op de aanvraag, het bezwaar of het beroep is beslist, of b. Vreemdelingenwet 2000 de uitzetting van de vreemdeling is gelast, tenzij die uitzetting ingevolge deof op grond van een rechterlijke beslissing achterwege dient te blijven. 2009 100 10-03-2009 23-01-2009 2009 286 07-07-2009 15-06-2009 08-07-2009 01-04-2007
Artikel 1b — Artikel 1b#
Artikel 1b 1 Het college van burgemeester en wethouders houdt bij het verlenen van een opdracht voor het leveren van individuele voorzieningen rekening met de mate waarin de aanbieder zorg draagt voor continuïteit in de hulpverlening tussen de persoon die aanspraak heeft op de individuele voorziening en de betrokken hulpverlener. 2 Het college van burgemeester en wethouders neemt in een overeenkomst met betrekking tot het leveren van individuele voorzieningen op, dat de aanbieder in overleg treedt met de aanbieder of aanbieders die laatstelijk voor hem dan wel na hem in opdracht van het college die individuele voorzieningen hebben verleend dan wel gaan verlenen, over de overname van de betrokken hulpverleners. 3 Het college van burgemeester en wethouders verleent een opdracht voor het leveren van individuele voorzieningen ten minste drie maanden voor de ingangsdatum van die opdracht. 2014 60 13-02-2014 24-01-2014 2014 60 13-02-2014 24-01-2014 14-02-2014 Is van toepassing op procedures tot het verlenen van een opdracht
die na 14 februari 2014 aanvangen.
Artikel 2.1 — Artikel 2.1#
Artikel 2.1 Vervallen 2013 441 08-11-2013 28-10-2013 2013 441 08-11-2013 28-10-2013 09-11-2013 01-01-2010
Artikel 2.2 — Artikel 2.2#
Artikel 2.2 Vervallen 2013 441 08-11-2013 28-10-2013 2013 441 08-11-2013 28-10-2013 09-11-2013 01-01-2010 2013 441 08-11-2013 28-10-2013 2013 441 08-11-2013 28-10-2013 09-11-2013 01-01-2011
Artikel 2.3 — Artikel 2.3#
Artikel 2.3 Vervallen 2013 441 08-11-2013 28-10-2013 2013 441 08-11-2013 28-10-2013 09-11-2013 01-01-2010 2013 441 08-11-2013 28-10-2013 2013 441 08-11-2013 28-10-2013 09-11-2013 01-01-2011
Artikel 2.4 — Artikel 2.4#
Artikel 2.4 Vervallen 2013 441 08-11-2013 28-10-2013 2013 441 08-11-2013 28-10-2013 09-11-2013 01-01-2011
Artikel 2.5 — Artikel 2.5#
Artikel 2.5 Vervallen 2013 441 08-11-2013 28-10-2013 2013 441 08-11-2013 28-10-2013 09-11-2013 01-01-2011
Artikel 2.6 — Artikel 2.6#
Artikel 2.6 Vervallen 2013 441 08-11-2013 28-10-2013 2013 441 08-11-2013 28-10-2013 09-11-2013 01-01-2011
Artikel 2.7 — Artikel 2.7#
Artikel 2.7 Vervallen 2013 441 08-11-2013 28-10-2013 2013 441 08-11-2013 28-10-2013 09-11-2013 01-01-2011
Artikel 2.8 — Artikel 2.8#
Artikel 2.8 Vervallen 2013 441 08-11-2013 28-10-2013 2013 441 08-11-2013 28-10-2013 09-11-2013 01-01-2011
Artikel 2.9 — Artikel 2.9#
Artikel 2.9 Vervallen 2013 441 08-11-2013 28-10-2013 2013 441 08-11-2013 28-10-2013 09-11-2013 01-01-2011
Artikel 2.10 — Artikel 2.10#
Artikel 2.10 Vervallen 2013 441 08-11-2013 28-10-2013 2013 441 08-11-2013 28-10-2013 09-11-2013 01-01-2011
Artikel 3.1.1 — Artikel 3.1.1#
Artikel 3.1.1 Vervallen 2013 441 08-11-2013 28-10-2013 2013 441 08-11-2013 28-10-2013 09-11-2013
Artikel 3.1.2 — Artikel 3.1.2#
Artikel 3.1.2 Vervallen 2013 441 08-11-2013 28-10-2013 2013 441 08-11-2013 28-10-2013 09-11-2013
Artikel 3.2.1 — Artikel 3.2.1#
Artikel 3.2.1 Vervallen 2013 441 08-11-2013 28-10-2013 2013 441 08-11-2013 28-10-2013 09-11-2013
Artikel 3.2.1a — Artikel 3.2.1a#
Artikel 3.2.1a Vervallen 2013 441 08-11-2013 28-10-2013 2013 441 08-11-2013 28-10-2013 09-11-2013
Artikel 3.2.2 — Artikel 3.2.2#
Artikel 3.2.2 Vervallen 2013 441 08-11-2013 28-10-2013 2013 441 08-11-2013 28-10-2013 09-11-2013
Artikel 3.2.2a — Artikel 3.2.2a#
Artikel 3.2.2a Vervallen 2009 267 30-06-2009 25-06-2009 2009 266 30-06-2009 25-06-2009 01-07-2009 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Vierde tranche Algemene wet bestuursrecht
in werking treedt.
Artikel 3.2.3 — Artikel 3.2.3#
Artikel 3.2.3 Vervallen 2013 441 08-11-2013 28-10-2013 2013 441 08-11-2013 28-10-2013 09-11-2013
Artikel 3.3.1 — Artikel 3.3.1#
Artikel 3.3.1 Vervallen 2013 441 08-11-2013 28-10-2013 2013 441 08-11-2013 28-10-2013 09-11-2013
Artikel 3.3.2 — Artikel 3.3.2#
Artikel 3.3.2 Vervallen 2013 441 08-11-2013 28-10-2013 2013 441 08-11-2013 28-10-2013 09-11-2013
Artikel 3.3.3 — Artikel 3.3.3#
Artikel 3.3.3 Vervallen 2013 441 08-11-2013 28-10-2013 2013 441 08-11-2013 28-10-2013 09-11-2013
Artikel 3.3.4 — Artikel 3.3.4#
Artikel 3.3.4 Vervallen 2013 441 08-11-2013 28-10-2013 2013 441 08-11-2013 28-10-2013 09-11-2013
Artikel 3.4.1 — Artikel 3.4.1#
Artikel 3.4.1 Vervallen 2013 441 08-11-2013 28-10-2013 2013 441 08-11-2013 28-10-2013 09-11-2013
Artikel 3.4.2 — Artikel 3.4.2#
Artikel 3.4.2 Vervallen 2013 441 08-11-2013 28-10-2013 2013 441 08-11-2013 28-10-2013 09-11-2013
Artikel 3.5.1 — Artikel 3.5.1#
Artikel 3.5.1 Vervallen 2013 441 08-11-2013 28-10-2013 2013 441 08-11-2013 28-10-2013 09-11-2013
Artikel 3.5.2 — Artikel 3.5.2#
Artikel 3.5.2 Vervallen 2013 441 08-11-2013 28-10-2013 2013 441 08-11-2013 28-10-2013 09-11-2013
Artikel 4.1 — Artikel 4.1#
Artikel 4.1 1 artikel 15, eerste lid artikel 19, eerste lid, van de wet Indien de gemeenteraad uitvoering heeft gegeven aan, of, mogen de verschuldigde eigen bijdrage en het aandeel in de kosten van maatschappelijke ondersteuning dat bij de toekenning van een financiële tegemoetkoming voor eigen rekening blijft, tezamen niet meer bedragen dan a. artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet voor de ongehuwde persoon die de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in, nog niet heeft bereikt € 19,40 per vier weken, met dien verstande dat indien zijn bijdrageplichtig inkomen meer bedraagt dan € 22.331 het bedrag van normalisation «Invoegen vast wit tussen valutasymbool en bedrag» € 19,40 wordt verhoogd met een dertiende deel van 15% van het verschil tussen dat inkomen en € 22.331; b. artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet voor de ongehuwde persoon die de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in, heeft bereikt € 19,40 per vier weken, met dien verstande dat indien zijn bijdrageplichtig inkomen meer bedraagt dan € 16.634 het bedrag van € 19,40 wordt verhoogd met een dertiende deel van 15% van het verschil tussen dat inkomen en € 16.634; c. artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet voor de gehuwde personen indien een van beide de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in, nog niet heeft bereikt of beiden die leeftijd nog niet hebben bereikt € 27,60 per vier weken, met dien verstande dat indien hun gezamenlijke bijdrageplichtig inkomen meer bedraagt dan € 27.917 het bedrag van € 27,60 wordt verhoogd met een dertiende deel van 15% van het verschil tussen dat gezamenlijke inkomen en € 27.917; d. artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet voor de gehuwde personen die beiden de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in, hebben bereikt € 27,60 per vier weken, met dien verstande dat indien hun gezamenlijke bijdrageplichtig inkomen meer bedraagt dan € 23.046 het bedrag van € 27,60 wordt verhoogd met een dertiende deel van 15% van het verschil tussen dat gezamenlijke inkomen en € 23.046. 2 De gemeenteraad kan de verschuldigde eigen bijdrage of het aandeel in de kosten van maatschappelijke ondersteuning dat bij de toekenning van een financiële tegemoetkoming voor eigen rekening blijft, verlagen door de in het eerste lid genoemde bedragen per vier weken of het percentage van 15 te verlagen of de overige in het eerste lid genoemde inkomensbedragen in gelijke mate te verhogen. 3 Bij de toepassing van het eerste lid wordt per kalenderjaar uitgegaan van twaalf perioden van vier weken en een periode die, afhankelijk van resterende dagen, vier of vijf weken bedraagt. 4 De verschuldigde eigen bijdrage en het aandeel in de kosten van maatschappelijke ondersteuning dat bij de toekenning van een financiële tegemoetkoming voor eigen rekening blijft, is niet hoger dan de kostprijs van de maatschappelijke ondersteuning. 5 De bijdrage is niet verschuldigd voor een rolstoel. 6 artikelen 4 14 van het Bijdragebesluit zorg De bijdrage of het eigen aandeel in de kosten is niet verschuldigd indien de persoon aan wie maatschappelijke ondersteuning is verleend of zijn echtgenoot een bijdrage ingevolge deofverschuldigd is. 7 De persoon aan wie maatschappelijke ondersteuning is verleend, is de eigen bijdrage of het eigen aandeel in de kosten niet verschuldigd in de periode, bedoeld in het derde lid, dat deze persoon gedurende meer dan een nacht verblijft in een maatschappelijke opvang of een vrouwenopvang. 2014 420 07-11-2014 27-10-2014 2014 486 12-12-2014 27-11-2014 29-12-2014
Artikel 4.1a — Artikel 4.1a#
Artikel 4.1a De persoon aan wie maatschappelijke ondersteuning is verleend, betaalt de eigen bijdrage binnen dertig dagen nadat de beschikking is bekend gemaakt, tenzij de beschikking een later tijdstip vermeldt. 2012 628 13-12-2012 05-12-2012 2012 628 13-12-2012 05-12-2012 01-01-2013
Artikel 4.1b — Artikel 4.1b#
Artikel 4.1b 1 artikel 4.1 De eigen bijdrage, bedoeld in, wordt vastgesteld uiterlijk 24 maanden na het tijdstip waarop het CAK ervan in kennis is gesteld dat maatschappelijke ondersteuning wordt verleend. 2 Indien het CAK heeft verzuimd de eigen bijdrage vast te stellen binnen de in het eerste lid bedoelde periode, kan op een later tijdstip alsnog de eigen bijdrage worden vastgesteld, met dien verstande dat de ingangsdatum van de periode waarover de eigen bijdrage door de persoon aan wie maatschappelijke ondersteuning is verleend, moet worden betaald niet kan worden gesteld op een datum die is gelegen meer dan 24 maanden voor de dag waarop het besluit waarin de eigen bijdrage wordt vastgesteld, aan die persoon is verzonden. 2012 628 13-12-2012 05-12-2012 2012 628 13-12-2012 05-12-2012 01-01-2013
Artikel 4.2 — Artikel 4.2#
Artikel 4.2 1 artikel 4.1, eerste lid Het bijdrageplichtig inkomen, bedoeld in, bedraagt het inkomen over het peiljaar van de ongehuwde persoon aan wie maatschappelijke ondersteuning is verleend, onderscheidenlijk van de gehuwde personen tezamen, vermeerderd met 8% van het vermogen van de ongehuwde persoon aan wie maatschappelijke ondersteuning is verleend, onderscheidenlijk 8% van de opgetelde vermogens van de persoon aan wie maatschappelijke ondersteuning is verleend en zijn echtgenoot. 2 Inkomen dat in het buitenland wordt belast, dan wel is vrijgesteld van belasting op grond van bepalingen van internationaal recht, wordt mede in aanmerking genomen als ware dit aan de Nederlandse belastingwetgeving onderworpen. 3 Op aanvraag van de persoon aan wie maatschappelijke ondersteuning is verleend vindt, in afwijking van het eerste lid, een voorlopige vaststelling van het bijdrageplichtig inkomen plaats op grond van het inkomen en het vermogen van het lopende jaar, indien redelijkerwijs te verwachten is dat het bijdrageplichtig inkomen in het lopende jaar ten minste € 2.540 lager zal zijn dan het bijdrageplichtig inkomen, bedoeld in het eerste lid. 4 Indien het derde lid is toegepast, vindt na afloop van het jaar definitieve vaststelling van het bijdrageplichtig inkomen over dat jaar plaats. Indien daarbij blijkt dat het bijdrageplichtig inkomen in het lopende jaar minder dan € 2.540 lager is geweest dan het bijdrageplichtig inkomen, bedoeld in het eerste lid, vindt definitieve vaststelling plaats overeenkomstig het eerste lid. 5 De aanvraag, bedoeld in het derde lid, wordt gedaan uiterlijk drie maanden na afloop van het kalenderjaar waarop de aanvraag betrekking heeft. 2014 420 07-11-2014 27-10-2014 2014 486 12-12-2014 27-11-2014 29-12-2014
Artikel 4.3 — Artikel 4.3#
Artikel 4.3 artikelen 4.1 4.2 Voor de toepassing van deenwordt een wijziging in de burgerlijke staat van de ongehuwde persoon of gehuwde personen en het bereiken van een van belang zijnde leeftijd van een van deze personen in aanmerking genomen met ingang van de datum waarop de bijdrage wordt vastgesteld. 2008 607 30-12-2008 29-12-2008 2008 608 30-12-2008 29-12-2008 01-01-2009
Artikel 4.4 — Artikel 4.4#
Artikel 4.4 1 artikel 4.1, eerste lid Indien ten aanzien van de ongehuwde of gehuwde personen aan wie maatschappelijke ondersteuning is verleend geen inkomen beschikbaar is, wordt de bijdrage vastgesteld op het bedrag per vier weken, bedoeld in. 2 Indien na de vaststelling van de eigen bijdrage uit een alsnog beschikbaar gekomen inkomen of uit een wijziging van een inkomen, blijkt dat de eigen bijdrage tot een te hoog of te laag bedrag is vastgesteld, herziet het CAK de eigen bijdrage met inachtneming van het beschikbaar gekomen inkomen dan wel van die wijziging. 2013 535 17-12-2013 04-12-2013 2013 535 17-12-2013 04-12-2013 18-12-2013 01-01-2013
Artikel 4.4a — Artikel 4.4a#
Artikel 4.4a 1 De eigen bijdrage wordt herzien uiterlijk 24 maanden na het tijdstip waarop het CAK in kennis is gesteld van de omstandigheid die aanleiding geeft tot de wijziging. 2 De herziene bijdrage wordt voor zover mogelijk verrekend met de eerder vastgestelde bijdrage. 3 Indien het CAK heeft verzuimd de eigen bijdrage te herzien binnen de in het eerste lid bedoelde periode, kan op een later tijdstip alsnog de eigen bijdrage worden herzien, met dien verstande dat de ingangsdatum van de periode waarvoor de herziene eigen bijdrage door de persoon aan wie maatschappelijke ondersteuning is verleend, moet worden betaald niet kan worden gesteld op een datum die is gelegen meer dan 24 maanden voor de dag waarop het besluit waarin de eigen bijdrage is herzien, aan die persoon is verzonden. 4 Voor zover de bevoegdheid tot herziening van de eigen bijdrage over een periode is vervallen op grond van het eerste lid, wordt de over die periode eerder vastgestelde eigen bijdrage van rechtswege definitief. 2012 628 13-12-2012 05-12-2012 2012 628 13-12-2012 05-12-2012 01-01-2013
Artikel 4.5 — Artikel 4.5#
Artikel 4.5 1 artikel 4.1, eerste lid artikel 4.2, derde en vierde lid Bij ministeriële regeling worden de bedragen per vier weken, genoemd in, en het bedrag, genoemd injaarlijks gewijzigd aan de hand van de prijsindex voor de gezinsconsumptie. 2 De berekende bedragen worden naar beneden afgerond op een veelvoud van € 0,2. 3 Bij de jaarlijkse toepassing van het eerste lid wordt de afronding, bedoeld in het tweede lid, buiten beschouwing gelaten. 4 artikel 4.1 artikel 8, eerste lid, onderdeel a, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag In afwijking van het eerste lid worden de overige bedragen, genoemd in, jaarlijks bij ministeriële regeling gewijzigd aan de hand van de ontwikkelingen van het minimumloon, bedoeld in. Het tweede en het derde lid zijn niet van toepassing. 2013 423 31-10-2013 17-10-2013 2013 423 31-10-2013 17-10-2013 01-01-2014
Artikel 4.6 — Artikel 4.6#
Artikel 4.6 Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten Het CAK, is bevoegd tot verrekening van vorderingen krachtens de wet van of op een persoon met vorderingen van of op deze persoon krachtens deze wet of de. 2012 4 10-01-2012 13-12-2011 2012 646 18-12-2012 11-12-2012 01-01-2013 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten, enz. (instelling zelfstandig bestuursorgaan CAK) in werking treedt.
Artikel 4.7 — Artikel 4.7#
Artikel 4.7 1 artikelen 4.1 tot en met 4.6 Dezijn niet van toepassing op maatschappelijke opvang en vrouwenopvang. 2 artikel 15, eerste lid, van de wet artikel 23, eerste lid, van de Wet werk en bijstand artikel 1, eerste lid, onderdeel g, van de Wet op de zorgtoeslag Indien de gemeenteraad uitvoering heeft gegeven aan, mag de hoogte van de eigen bijdrage voor verblijf in een maatschappelijke opvang of vrouwenopvang niet zodanig zijn dat de persoon die verblijft in een zodanige opvang, na afdracht van de eigen bijdrage van zijn netto inkomen minder overhoudt dan een bedrag dat overeenkomt met het bedrag, vermeld invermeerderd met de standaardpremie, bedoeld in, gecorrigeerd met de zorgtoeslag. 2010 260 06-07-2010 23-06-2010 2013 535 17-12-2013 04-12-2013 2014 64 14-02-2014 03-02-2014 15-02-2014 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, onderdeel B,
voor zover het betreft artikel 4.7, van het Wijzigingsbesluit
Besluit maatschappelijke ondersteuning, enz. (vaststellen en innen
van eigen bijdragen voor maatschappelijke opvang en vrouwenopvang
door gemeenten) (Stb. 2010/260) in werking treedt. 2012 628 13-12-2012 05-12-2012 2013 535 17-12-2013 04-12-2013 2014 64 14-02-2014 03-02-2014 15-02-2014
Artikel 4.8 — Artikel 4.8#
Artikel 4.8 Wet werk en bijstand De gemeenteraad is bevoegd tot verrekening van vorderingen krachtens de wet van of op een persoon met vorderingen van of op deze persoon krachtens deze wet of de. 2010 260 06-07-2010 23-06-2010 2010 260 06-07-2010 23-06-2010 07-07-2010 01-07-2009
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 artikel 18, van de wet Als instellingen als bedoeld inworden aangewezen de instellingen die huishoudelijke verzorging verlenen. 2010 260 06-07-2010 23-06-2010 2010 260 06-07-2010 23-06-2010 07-07-2010 21-06-2010
Artikel 6.1 — Artikel 6.1#
Artikel 6.1 Vervallen 2013 441 08-11-2013 28-10-2013 2013 441 08-11-2013 28-10-2013 09-11-2013
Artikel 6.2 — Artikel 6.2#
Artikel 6.2 Vervallen 2013 441 08-11-2013 28-10-2013 2013 441 08-11-2013 28-10-2013 09-11-2013
Artikel 6.3 — Artikel 6.3#
Artikel 6.3 Vervallen 2013 441 08-11-2013 28-10-2013 2013 441 08-11-2013 28-10-2013 09-11-2013
Artikel 6.4 — Artikel 6.4#
Artikel 6.4 Vervallen 2013 441 08-11-2013 28-10-2013 2013 441 08-11-2013 28-10-2013 09-11-2013
Artikel 6.5 — Artikel 6.5#
Artikel 6.5 Vervallen 2013 441 08-11-2013 28-10-2013 2013 441 08-11-2013 28-10-2013 09-11-2013
Artikel 6.6 — Artikel 6.6#
Artikel 6.6 Vervallen 2013 441 08-11-2013 28-10-2013 2013 441 08-11-2013 28-10-2013 09-11-2013
Artikel 6.7 — Artikel 6.7#
Artikel 6.7 Vervallen 2013 441 08-11-2013 28-10-2013 2013 441 08-11-2013 28-10-2013 09-11-2013
Artikel 6.8 — Artikel 6.8#
Artikel 6.8 Vervallen 2013 441 08-11-2013 28-10-2013 2013 441 08-11-2013 28-10-2013 09-11-2013
Artikel 6.9 — Artikel 6.9#
Artikel 6.9 Vervallen 2013 441 08-11-2013 28-10-2013 2013 441 08-11-2013 28-10-2013 09-11-2013
Artikel 6.10 — Artikel 6.10#
Artikel 6.10 Vervallen 2013 441 08-11-2013 28-10-2013 2013 441 08-11-2013 28-10-2013 09-11-2013
Artikel 6.11 — Artikel 6.11#
Artikel 6.11 Vervallen 2013 441 08-11-2013 28-10-2013 2013 441 08-11-2013 28-10-2013 09-11-2013
Artikel 6.12 — Artikel 6.12#
Artikel 6.12 Vervallen 2013 441 08-11-2013 28-10-2013 2013 441 08-11-2013 28-10-2013 09-11-2013
Artikel 6.13 — Artikel 6.13#
Artikel 6.13 Vervallen 2013 441 08-11-2013 28-10-2013 2013 441 08-11-2013 28-10-2013 09-11-2013
Artikel 6.14 — Artikel 6.14#
Artikel 6.14 Vervallen 2013 441 08-11-2013 28-10-2013 2013 441 08-11-2013 28-10-2013 09-11-2013
Artikel 6.15 — Artikel 6.15#
Artikel 6.15 Vervallen 2013 441 08-11-2013 28-10-2013 2013 441 08-11-2013 28-10-2013 09-11-2013
Artikel 6.16 — Artikel 6.16#
Artikel 6.16 Vervallen 2013 441 08-11-2013 28-10-2013 2013 441 08-11-2013 28-10-2013 09-11-2013
Artikel 6.17 — Artikel 6.17#
Artikel 6.17 Vervallen 2013 441 08-11-2013 28-10-2013 2013 441 08-11-2013 28-10-2013 09-11-2013
Artikel 7.1 — Artikel 7.1#
Artikel 7.1 artikelen 2.6 tot en met 2.10 Hoofdstuk II De, zoals die luidden tot het tijdstip waaropis komen te vervallen, blijven van toepassing met betrekking tot uitkeringen die zijn verstrekt op grond van dit besluit. 2013 441 08-11-2013 28-10-2013 2013 441 08-11-2013 28-10-2013 09-11-2013 2013 441 08-11-2013 28-10-2013 2013 441 08-11-2013 28-10-2013 09-11-2013 01-01-2011
Artikel 7.2 — Artikel 7.2#
Artikel 7.2 Vervallen 2013 441 08-11-2013 28-10-2013 2013 441 08-11-2013 28-10-2013 09-11-2013 01-01-2011
Artikel 7.3 — Artikel 7.3#
Artikel 7.3 Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2007. 2006 720 28-12-2006 18-12-2006 2006 720 28-12-2006 18-12-2006 01-01-2007 Voorheen artikel 6.3.
Artikel 7.4 — Artikel 7.4#
Artikel 7.4 Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit maatschappelijke ondersteuning. 2006 720 28-12-2006 18-12-2006 2006 720 28-12-2006 18-12-2006 01-01-2007 Voorheen artikel 6.4.