Besluit van 16 augustus 2006, houdende regels ter uitvoering van de Wet werk en bijstand (Besluit WWB 2007)
- BWB-id
- BWBR0020183
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Sociale Zaken en Werkgelegenheid
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2026-01-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0020183
- ELI
- /eli/nl/amvb/2007/besluit-participatiewet
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/2007/besluit-participatiewet/2026-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0020183&g=2026-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0020183&z=2026-06-06&g=2026-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0020183/2026-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/2007/besluit-participatiewet
Artikel 1 — Artikel 1 Begripsbepalingen#
Artikel 1 Begripsbepalingen In dit besluit wordt verstaan onder: a. wet: Participatiewet ; b. IOAW: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers ; c. IOAZ: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen ; d. Bbz 2004: Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 ; e. uitkering: artikel 69, eerste lid, van de wet artikel 2, eerste lid, van het Bbz 2004 de uitkering, bedoeld in, inclusief een uitkering voor de lasten van de door het college toegekende algemene bijstand aan zelfstandigen als bedoeld in; f. gemeentelijke uitkeringslasten op grond van de PW: artikel 17a, eerste lid, van de Financiële-verhoudingswet artikel 7a van de Algemene Ouderdomswet de lasten in het jaar twee jaar voorafgaand aan het jaar waarover de uitkering wordt vastgesteld, volgens de verantwoordingsinformatie, bedoeld in, in verband met de door het college toegekende algemene bijstand op grond van de wet, met uitzondering van de algemene bijstand ten behoeve van zelfstandigen, vermenigvuldigd met het aantal huishoudens waarvan de referentiepersoon tot de leeftijdscategorie van 18 jaar tot de pensioensgerechtigde leeftijd, bedoeld inbehoort, in de gemeente op 1 januari van het jaar voorafgaand aan het jaar waarover de uitkering wordt vastgesteld, gedeeld door het aantal dergelijke huishoudens in de gemeente op 1 januari van het jaar twee jaar voorafgaand aan het jaar waarover de uitkering wordt vastgesteld; g. gemeentelijke netto uitgaven aan loonkostensubsidies op grond van de PW: artikel 17a, eerste lid, van de Financiële-verhoudingswet Participatiewet de netto uitgaven in het jaar, voorafgaand aan het jaar waarover de loonkostensubsidie wordt vastgesteld, volgens de verantwoordingsinformatie, bedoeld in, in verband met de door het college verstrekte loonkostensubsidies op grond van de; h. gemeentelijke lasten op grond van de IOAW: artikel 17a, eerste lid, van de Financiële-verhoudingswet artikel 7a van de Algemene Ouderdomswet de lasten in het jaar, twee jaar voorafgaand aan het jaar waarover de uitkering wordt vastgesteld, volgens de verantwoordingsinformatie, bedoeld in, in verband met de door het college toegekende uitkeringen voor uitkeringen op grond van de IOAW, vermenigvuldigd met het aantal huishoudens waarvan de referentiepersoon tot de leeftijdscategorie van 18 jaar tot de pensioensgerechtigde leeftijd, bedoeld inbehoort, in de gemeente op 1 januari van het jaar voorafgaand aan het jaar waarover de uitkering wordt vastgesteld, gedeeld door het aantal dergelijke huishoudens in de gemeente op 1 januari van het jaar twee jaar voorafgaand aan het jaar waarover de uitkering wordt vastgesteld; i. gemeentelijke lasten op grond van de IOAZ: artikel 17a, eerste lid, van de Financiële-verhoudingswet artikel 7a van de Algemene Ouderdomswet de lasten in het jaar, twee jaar voorafgaand aan het jaar waarover de uitkering wordt vastgesteld, volgens de verantwoordingsinformatie, bedoeld in, in verband met de door het college toegekende uitkeringen voor uitkeringen op grond van de IOAZ, vermenigvuldigd met het aantal huishoudens waarvan de referentiepersoon tot de leeftijdscategorie van 18 jaar tot de pensioensgerechtigde leeftijd, bedoeld inbehoort, in de gemeente op 1 januari van het jaar voorafgaand aan het jaar waarover de uitkering wordt vastgesteld, gedeeld door het aantal dergelijke huishoudens in de gemeente op 1 januari van het jaar twee jaar voorafgaand aan het jaar waarover de uitkering wordt vastgesteld; j. gemeentelijke lasten op grond van het Bbz 2004: artikel 17a, eerste lid, van de Financiële-verhoudingswet artikel 2, eerste lid, van het Bbz 2004 artikel 7a van de Algemene Ouderdomswet de lasten in het jaar, twee jaar voorafgaand aan het jaar waarover de uitkering wordt vastgesteld, volgens de verantwoordingsinformatie, bedoeld in, in verband met de door het college toegekende algemene bijstand verleend aan zelfstandigen als bedoeld in, vermenigvuldigd met het aantal huishoudens waarvan de referentiepersoon tot de leeftijdscategorie van 18 jaar tot de pensioensgerechtigde leeftijd, bedoeld inbehoort, in de gemeente op 1 januari van het jaar voorafgaand aan het jaar waarover de uitkering wordt vastgesteld, gedeeld door het aantal dergelijke huishoudens in de gemeente op 1 januari van het jaar twee jaar voorafgaand aan het jaar waarover de uitkering wordt vastgesteld; k. toetsingscommissie: artikel 73 van de wet de toetsingscommissie vangnet Participatiewet, bedoeld in; l. netto-lasten: artikel 69, eerste lid, van de wet de netto lasten van het toekennen van algemene bijstand, uitkeringen en verstrekte loonkostensubsidies als bedoeld in; m. gemeentelijke netto uitgaven voor uitkeringen aan dak- en thuislozen en instellingsbewoners: de netto uitgaven van een gemeente aan algemene bijstand voor dak-, thuis- en adreslozen en elders verzorgden, welke worden ontleend aan het Stelsel van Sociaal-statistische Bestanden van het Centraal Bureau voor de Statistiek, in het jaar, twee jaar voorafgaand aan het jaar waarover de uitkering wordt vastgesteld; n. totale gemeentelijke netto uitgaven aan uitkeringen Pw, IOAW, IOAZ en Bbz 2004: wet IOAW IOAZ Bbz 2004 de totale netto uitgaven aan uitkeringen op grond van de, de,en, welke worden ontleend aan het Stelsel van Sociaal-statistische Bestanden van het Centraal Bureau voor de Statistiek, in het jaar, twee jaar voorafgaand aan het jaar waarover de uitkering wordt vastgesteld; o. vergunninghouder: artikel 1, eerste lid, onderdeel g, van de Huisvestingswet 2014 vergunninghouder als bedoeld in; p. beschikbare macrobudget: artikel 69, tweede lid, van de wet artikel 74, tweede lid, van de wet het totale bedrag dat beschikbaar is voor de uitkering, bedoeld in, verminderd met het bedrag dat in dat uitkeringsjaar beschikbaar wordt gesteld voor de vangnetuitkering voor zover dat bedrag niet op grond vanis vastgesteld. 2021 442 29-09-2021 22-09-2021 2021 442 29-09-2021 22-09-2021 01-01-2022
Artikel 2 — Artikel 2 Vaststelling aantal inwoners#
Artikel 2 Vaststelling aantal inwoners 1 Voor de vaststelling van het aantal inwoners in dit besluit geldt als peildatum 1 januari van het jaar voorafgaand aan het jaar waarvoor de uitkering wordt vastgesteld. 2 Het aantal inwoners wordt ontleend aan de statistiek «Demografische kerncijfers per gemeente» van het Centraal Bureau voor de Statistiek. 2016 355 13-10-2016 05-10-2016 2016 355 13-10-2016 05-10-2016 01-01-2017
Artikel 3 — Artikel 3 Berekening uitkering gemeente#
Artikel 3 Berekening uitkering gemeente 1 De uitkering voor een gemeente wordt bepaald aan de hand van de volgende formule: U = BO + BL + BDTI + BLKS + BAJ Waarbij: a. U de Uitkering is; b. BO het deel van de uitkering is dat objectief wordt vastgesteld; c. BL het deel van de uitkering dat is bepaald op basis van de historische lasten; d. BDTI het deel van de uitkering is dat wordt verstrekt ten behoeve van uitkeringen aan dak- en thuislozen en instellingsbewoners; e. BLKS het deel van de uitkering is dat wordt verstrekt ten behoeve van de loonkostensubsidies; en f. BAJ het deel van de uitkering is dat wordt verstrekt ten behoeve van uitkeringen in het kader van de aanvullende jongerennorm. 2 Het deel van het budget dat objectief wordt vastgesteld, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, wordt berekend aan de hand van de volgende formule: BO = [(m * O) / som (m*O)] * TBO Waarbij: a. m op de volgende wijze wordt vastgesteld: 1) bedraagt 1 voor een gemeente met 40.000 of meer inwoners; 2) bedraagt 0 voor een gemeente met 15.000 of minder inwoners; 3) wordt berekend voor gemeenten met tussen de 15.000 en 40.000 inwoners door het aantal inwoners in de gemeente te verminderen met 15.000 en vervolgens te delen door 25.000; b. O staat voor de uitkomst van het objectieve verdeelmodel; c. (m*O) staat voor de objectieve grondslag voor de vaststelling van het objectief te verdelen deel van het beschikbare macrobudget; d. Som (m*O) de optelsom is van de objectieve grondslagen (m *O) van alle gemeenten; en e. TBO staat voor het objectief te verdelen deel van het beschikbare macrobudget. 3 Het deel van het budget dat is bepaald op basis van de historische lasten, bedoeld in het eerst lid, wordt bepaald aan de hand van de volgende formule: BL = (1-m) * L/TL * (TB-BLKS) Waarbij: a. m op de volgende wijze wordt vastgesteld: 1) bedraagt 1 voor een gemeente met 40.000 of meer inwoners; 2) bedraagt 0 voor een gemeente met 15.000 of minder inwoners; 3) wordt berekend voor gemeenten met tussen de 15.000 en 40.000 inwoners door het aantal inwoners in de gemeente te verminderen met 15.000 en vervolgens te delen door 25.000; b. PW IOAW IOAZ Bbz 2004 L staat voor de gemeentelijke uitkeringslasten op grond van de, de gemeentelijke lasten op grond van de, de gemeentelijke lasten op grond van deen de gemeentelijke lasten op grond van het; c. PW IOAW IOAZ Bbz 2004 TL het totaal is van de gemeentelijke uitkeringslasten op grond van deen de gemeentelijke lasten op grond van de, deen hetvoor alle gemeenten samen; d. TB het beschikbare macrobudget is; e. BLKS het deel van de uitkering is dat wordt verstrekt ten behoeve van de loonkostensubsidies. 4 Het deel van het budget dat wordt verstrekt ten behoeve van de uitkering aan dak- en thuislozen en instellingsbewoners, wordt bepaald aan de hand van de volgende formule: BDTI = m * GU/TGU * (TB – TBLKS) Waarbij: a. m op de volgende wijze wordt vastgesteld: 1) bedraagt 1 voor een gemeente met 40.000 of meer inwoners; 2) bedraagt 0 voor een gemeente met 15.000 of minder inwoners; 3) wordt berekend voor gemeenten met tussen de 15.000 en 40.000 inwoners door het aantal inwoners in de gemeente te verminderen met 15.000 en vervolgens te delen door 25.000; b. GU staat voor de gemeentelijke netto uitgaven voor uitkeringen aan dak- en thuislozen en instellingsbewoners; c. TGU staat voor de totale gemeentelijke netto uitgaven aan uitkeringen Pw, IOAW, IOAZ en Bbz 2004; d. TB – TBLKS staat voor het beschikbare macrobudget, verminderd met het deel van het macrobudget dat wordt verdeeld ten behoeve van de loonkostensubsidies, bedoeld in het vijfde lid, onderdeel c. 5 Het deel van het budget dat wordt verstrekt ten behoeve van de loonkostensubsidies, wordt bepaald aan de hand van de volgende formule: BLKS = LKS/TLKS * TBLKS Waarbij: a. PW LKS staat voor de gemeentelijke netto uitgaven aan loonkostensubsidies op grond van de; b. PW TLKS staat voor het totaal van de gemeentelijke netto uitgaven aan loonkostensubsidies op grond van de; en c. TBLKS het deel van het beschikbare macrobudget is dat wordt verdeeld ten behoeve van de loonkostensubsidies. 6 Het deel van het budget dat wordt verstrekt ten behoeve van de aanvullende jongerennorm bijstand, wordt bepaald aan de hand van de volgende formule: BAJ = (JNS/TJNS)* TBAJ Waarbij: a. JNS staat voor het aantal niet-studerende jongeren in de gemeente in de leeftijdscategorie van 18 tot en met 20 jaar; b. TJNS staat voor het totaal aantal niet-studerende jongeren landelijk in de leeftijdscategorie van 18 tot en met 20 jaar; en c. TBAJ staat voor het beschikbare deel van het macrobudget dat wordt verdeeld ten behoeve van de aanvullende jongerennorm. 7 Het macrobudget objectief (TBO), bedoeld in het tweede lid, onderdeel e, bestaat uit TB, verminderd met de som van de historisch verdeelde delen van de gemeentelijke uitkeringen, bedoeld in het achtste lid, de som van de gemeentelijke uitkeringen ten behoeve van uitkeringen aan dak- en thuislozen en instellingsbewoners, bedoeld in het negende lid, de som van uitkeringen in het kader van de aanvullende jongerennorm, bedoeld in het tiende lid, en het deel van het beschikbare macrobudget dat wordt verdeeld ten behoeve van de loonkostensubsidies, bedoeld in het elfde lid. 8 Het deel van het beschikbare macrobudget dat wordt verdeeld op basis van historische lasten, bedoeld in het vijfde lid, wordt berekend aan de hand van de volgende formule: SOM [(1-m) * L/TL] * (TB-BLKS) 9 Het deel van het beschikbare macrobudget dat wordt verdeeld ten behoeve van dak- en thuislozen en instellingsbewoners, bedoeld in het vijfde lid, wordt berekend aan de hand van de volgende formule: SOM [m * GU/TGU] * (TB-BLKS) 10 Het deel van het beschikbare macrobudget dat wordt verdeeld ten behoeve van de aanvullende jongerennorm, bedoeld in het zesde lid, betreft een raming van de totale gemeentelijke netto uitgaven aan de jongerennorm in het jaar waarover de uitkering wordt vastgesteld. 11 Het deel van het beschikbare macrobudget dat wordt verdeeld ten behoeve van de loonkostensubsidies, bedoeld in het vijfde lid, onderdeel c, betreft een raming van de totale gemeentelijke netto uitgaven aan loonkostensubsidies op grond van de PW in het jaar waarover de uitkering wordt vastgesteld. 2025 222 05-09-2025 03-09-2025 2025 313 29-10-2025 27-10-2025 01-01-2026 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, onder N, van
de Participatiewet in balans in werking treedt (Stb. 2025/312).
Artikel 4 — Artikel 4 Berekening budgetgrondslag middelgrote gemeenten#
Artikel 4 Berekening budgetgrondslag middelgrote gemeenten Vervallen 2016 355 13-10-2016 05-10-2016 2016 355 13-10-2016 05-10-2016 01-01-2017
Artikel 5 — Artikel 5 Berekening budgetgrondslag grote gemeenten#
Artikel 5 Berekening budgetgrondslag grote gemeenten Vervallen 2016 355 13-10-2016 05-10-2016 2016 355 13-10-2016 05-10-2016 01-01-2017
Artikel 6 — Artikel 6 Objectief verdeelmodel en macrobudget#
Artikel 6 Objectief verdeelmodel en macrobudget 1 bijlage artikel 69, eerste lid, onderdeel a Bbz 2004 Aan de hand van het verdeelmodel dat is opgenomen in debij dit besluit worden de objectief bepaalde kosten voor algemene bijstand en uitkeringen, bedoeld in, waaronder de algemene bijstand ten behoeve van zelfstandigen op grond van hetvastgesteld. 2 Het totale bedrag dat beschikbaar is voor de uitkering aan de gemeenten is het beschikbare macrobudget. 3 bijlage Jaarlijks worden bij ministeriële regeling voor alle indicatoren zoals opgenomen in tabel 1 en tabel 3 en de typen normbedragen zoals opgenomen in tabel 2 van debij dit besluit de gewichten en de peildata respectievelijk de bedragen vastgesteld. 4 artikelen 2 3 Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld voor de toepassing van deen, en het objectief verdeelmodel, dat is opgenomen in de bijlage bij dit besluit, ter voorkoming van onvoorziene en ongewenste verdeeleffecten. 5 artikel 3, eerste lid bijlage artikel 71 van de wet De minister kan de uitkering herzien indien wordt geconstateerd dat in de toepassing van de formule, bedoeld in, of het objectief verdeelmodel, dat is opgenomen in debij dit besluit, fouten zijn gemaakt. De herziening vindt uiterlijk plaats op het moment van aanpassing van het totale bedrag, bedoeld in. 6 Bij een wijziging van de gemeentelijke indeling wordt voor de budgetberekening uitgegaan van een redelijke inschatting van de situatie zoals die zou zijn geweest als de instelling, splitsing of opheffing van gemeenten in de van belang zijnde jaren al was ingegaan. 2021 442 29-09-2021 22-09-2021 2021 442 29-09-2021 22-09-2021 01-01-2022
Artikel 7 — Artikel 7 Termijnen verantwoordingsinformatie#
Artikel 7 Termijnen verantwoordingsinformatie 1 artikel 69, eerste lid, van de wet Bij de toepassing van, wordt uitgegaan van de gegevens waarvan Onze Minister kennis heeft op 15 augustus van het jaar volgend op het verantwoordingsjaar, met dien verstande dat gegevens die het college op verzoek van Onze Minister op een latere datum verstrekt mede in aanmerking worden genomen. 2 artikel 50 van het Bbz 2004 Bij de toepassing vanwordt uitgegaan van de gegevens waarvan Onze Minister kennis heeft op 30 september van het jaar volgend op het verantwoordingsjaar, met dien verstande dat gegevens die het college op verzoek van Onze Minister op een latere datum verstrekt mede in aanmerking worden genomen. 3 artikel 58a, eerste lid, van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten IOAW IOAZ Bbz 2004 PW artikel 3, derde en achtste lid artikel 8a, eerste lid Indien van een gemeente de bijlage bij de jaarrekening met verantwoordingsinformatie over specifieke uitkeringen, bedoeld in, voor zover deze betrekking heeft op de uitvoering van de wet, de, deen hetover het jaar twee jaar voorafgaand aan het jaar waarover de uitkering wordt bepaald, en de daarbij behorende verklaring van de accountant door Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties niet is ontvangen uiterlijk op 15 augustus van het jaar voorafgaand aan het jaar waarover de uitkering wordt vastgesteld, wordt voor de toepassing van, en, voor de gemeentelijke uitkeringslasten en gemeentelijke uitgaven aan loonkostensubsidies op grond van de, de gemeentelijke lasten op grond van de IOAW, de gemeentelijke lasten op grond van de IOAZ en de gemeentelijke lasten op grond van het Bbz 2004 uitgegaan van het jaar drie jaar voorafgaand aan het jaar waarover de uitkering wordt vastgesteld met correctie van deze gegevens in verband met de prijsontwikkeling en de ontwikkeling van het bijstandsvolume. 4 Bij ministeriële regeling wordt een correctiefactor bij de toepassing van het derde lid vastgesteld. 2025 222 05-09-2025 03-09-2025 2025 313 29-10-2025 27-10-2025 01-01-2026 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, onder N, van
de Participatiewet in balans in werking treedt (Stb. 2025/312).
Artikel 8 — Artikel 8 Gemeenschappelijke regelingen#
Artikel 8 Gemeenschappelijke regelingen 1 artikel 8c van de wet artikel 40 van de IOAW artikel 40 van de IOAZ artikel 3, derde en negende lid artikel 8a, eerste lid Indien, onderscheidenlijkenvan toepassing is, kan voor de toepassing van, envoor: artikel 34a van de Wet gemeenschappelijke regelingen de informatie in aanmerking worden genomen die het openbaar lichaam heeft verantwoord over het jaar twee jaar voorafgaand aan het jaar waarover de uitkering wordt vastgesteld. De eerste zin is slechts van toepassing indien de bedoelde informatie is vastgesteld overeenkomstig. a. PW de gemeentelijke uitkeringslasten op grond van de; b. PW de gemeentelijke uitgaven aan loonkostensubsidies op grond van de; c. IOAW de gemeentelijke lasten op grond van de; d. IOAZ de gemeentelijke lasten op grond van de; en e. Bbz 2004 de gemeentelijke lasten op grond van het, 2 wet IOAW IOAZ Bbz 2004 artikel 7 Indien van een openbaar lichaam de verantwoordingsinformatie, bedoeld in het eerste lid, voor zover deze betrekking heeft op de uitvoering van de, de, deen hetover het jaar dat twee jaar voorafgaat aan het jaar waarover de uitkering wordt vastgesteld, en de daarbij behorende verklaring van de accountant door Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties niet is ontvangen uiterlijk op 15 augustus van het jaar dat voorafgaat aan het jaar waarover de uitkering wordt vastgesteld, isvan overeenkomstige toepassing. In dat geval wordt voor de ontbrekende informatie uitgegaan van de verantwoordingsinformatie van het openbaar lichaam over het jaar dat drie jaar voorafgaat aan het jaar waarover de uitkering wordt vastgesteld, indien die verantwoordingsinformatie door Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is ontvangen. 3 artikel 8c van de wet artikel 50 van het Bbz 2004 Indienvan toepassing is, kan voor de vaststelling, bedoeld in, van: a. Bbz 2004 de gemeentelijke lasten op grond van het; en b. Bbz 2004 de gemeentelijke baten op grond van het, artikel 34a van de Wet gemeenschappelijke regelingen de informatie in aanmerking worden genomen die het openbaar lichaam heeft verantwoord over het jaar waarop de vaststelling betrekking heeft. De eerste zin is slechts van toepassing indien de bedoelde informatie is vastgesteld overeenkomstig. 2025 222 05-09-2025 03-09-2025 2025 313 29-10-2025 27-10-2025 01-01-2026 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, onder N, van
de Participatiewet in balans in werking treedt (Stb. 2025/312).
Artikel 8a — Artikel 8a Overgangsrecht voor het jaar 2017#
Artikel 8a Overgangsrecht voor het jaar 2017 Vervallen 2019 306 30-09-2019 18-09-2019 2019 306 30-09-2019 18-09-2019 01-01-2020
Artikel 8b — Artikel 8b Voorschot uitkering wegens kosten in de jaren 2016 en 2017 ten behoeve van vergunninghouders#
Artikel 8b Voorschot uitkering wegens kosten in de jaren 2016 en 2017 ten behoeve van vergunninghouders 1 artikel 69 van de wet Onze Minister verleent in 2016 en 2017 indien het college hiertoe een aanvraag heeft ingediend een voorschot voor de uitkering, bedoeld in, die in de jaren 2018 tot en met 2026, aan het college zal worden verstrekt om het college van middelen te voorzien voor kosten van algemene bijstand, uitkeringen en loonkostensubsidies als bedoeld in dit besluit ten behoeve van vergunninghouders. 2 Het voorschot dat in 2016 wordt verleend, wordt in gelijke delen verrekend met de uitkeringen in de jaren 2018 tot en met 2025. Het voorschot dat in 2017 wordt verleend, wordt in gelijke delen verrekend met de uitkeringen in de jaren 2019 tot en met 2026. 3 Het voorschot bedraagt een door Onze Minister vast te stellen bedrag, dat wordt bepaald aan de hand van de volgende formule: t t t t Mvv= AV/TAV* TBV Waarbij: a. t Mvvstaat voor het maximaal aan een gemeente te verlenen voorschot in jaar t; b. t AVstaat voor het aantal door een gemeente gehuisveste vergunninghouders in de periode januari tot en met november van jaar t vermenigvuldigd met het aantal maanden waarin deze vergunninghouders zijn gehuisvest in de gemeente; c. t TAVstaat voor het totaal van alle gehuisveste vergunninghouders in de periode januari tot en met november van jaar t in Nederland, vermenigvuldigd met het aantal maanden dat deze vergunninghouders zijn gehuisvest; d. t TBVstaat voor het totaal door Onze Minister voor jaar t beschikbaar gestelde bedrag dat als voorschot kan worden verleend; e. t staat voor het jaar waarin het voorschot wordt verleend. 4 artikel 14, eerste lid, van de Wet Centraal Orgaan opvang asielzoekers Voor de bepaling van het aantal gehuisveste vergunninghouders wordt uitgegaan van de inlichtingen, bedoeld in. 5 Als aanvraag, als bedoeld in het eerste lid, wordt uitsluitend aangemerkt een volledig ingevuld door Onze Minister elektronisch beschikbaar gesteld formulier dat uiterlijk op 25 november van het jaar waarin het voorschot wordt verleend door Onze Minister is ontvangen. Een verzoek dat wordt ontvangen na 25 november wordt niet behandeld. 2016 478 08-12-2016 30-11-2016 2016 478 08-12-2016 30-11-2016 09-12-2016
Artikel 9 — Artikel 9 Toetsingscommissie#
Artikel 9 Toetsingscommissie 1 De toetsingscommissie bestaat uit een voorzitter en vier leden. Onze Minister benoemt de voorzitter en de leden, die tevens door hem kunnen worden geschorst en ontslagen. 2 artikelen 9b 9c, eerste, tweede en vierde lid De toetsingscommissie beoordeelt of een verzoek tot een vangnetuitkering voldoet aan de voorwaarden, genoemd in deen, en adviseert Onze Minister daar over. 2025 222 05-09-2025 03-09-2025 2025 222 05-09-2025 03-09-2025 01-01-2026
Artikel 9a — Artikel 9a Berekening in aanmerking komende netto lasten#
Artikel 9a Berekening in aanmerking komende netto lasten 1 artikelen 9b 9c 10 wet IOAW IOAZ Bbz 2004 artikel 5, eerste lid, van het Besluit accountantscontrole decentrale overheden Voor de toepassing van de,enworden de in aanmerking komende netto lasten berekend door de netto uitkeringslasten en de netto uitgaven aan loonkostensubsidies op grond van deen de netto lasten op grond van de, deen hette verminderen met de bedragen die blijkens het verslag van bevindingen, bedoeld in, als fout of onzeker zijn aangemerkt. 2 wet IOAW IOAZ Bbz 2004 Indien de lasten op grond van de, de, deen hetgroter zijn dan € 1.000.000, worden de netto lasten in afwijking van het eerste lid verminderd met de bedragen die als fout en onzeker zijn aangemerkt en meer bedragen dan € 125.000, of, als dat meer is, 1 procent van de lasten op grond van de wet, de IOAW, de IOAZ en het Bbz 2004. 2025 222 05-09-2025 03-09-2025 2025 222 05-09-2025 03-09-2025 01-01-2026
Artikel 9b — Artikel 9b Financiële voorwaarden van de vangnetuitkering#
Artikel 9b Financiële voorwaarden van de vangnetuitkering artikel 74 van de wet Onze Minister kan een vangnetuitkering als bedoeld inverlenen, indien de in aanmerking komende netto lasten de verstrekte uitkering: a. met meer dan zeven-en-een-half procent overstijgen en de in aanmerking komende netto lasten over het uitkeringsjaar en de twee daaraan voorafgaande jaren de over die periode verstrekte uitkeringen met meer dan zeven-en-een-half procent van de over het uitkeringsjaar verstrekte uitkering overstijgen; b. met minstens vijf procent overstijgen in het uitkeringsjaar en in minstens twee van de drie daaraan voorafgaande jaren; of c. met minstens twee-en-een-half procent overstijgen in het uitkeringsjaar en het college gedurende: 1° de twee daaraan voorafgaande jaren gebruik heeft gemaakt van een vangnetuitkering op grond van onderdeel b; of 2° het daaraan voorafgaande jaar gebruik heeft gemaakt van een vangnetuitkering op grond van dit onderdeel. 2025 222 05-09-2025 03-09-2025 2025 222 05-09-2025 03-09-2025 01-01-2026
Artikel 9c — Artikel 9c Procedurele voorwaarden van de vangnetuitkering#
Artikel 9c Procedurele voorwaarden van de vangnetuitkering 1 artikel 74 van de wet Een verzoek als bedoeld involdoet aan de volgende voorwaarden: a. het college heeft een hiertoe strekkend verzoek ingediend middels een door Onze Minister elektronisch beschikbaar gesteld aanvraagformulier; b. er is voldaan aan bij ministeriële regeling te stellen vormvoorschriften; c. het college heeft verklaard dat het maatregelen heeft getroffen om te komen tot tekortreductie en deze verklaring heeft de instemming van de gemeenteraad; en d. de verklaring van het college omvat een toelichting zoals gevraagd in het modelaanvraagformulier. 2 In aanvulling op het eerste lid verklaart het college dat het interne en externe maatregelen heeft getroffen om tot verdere tekortreductie te komen, indien: a. artikel 9b, onderdeel a het college van een gemeente een verzoek indient waaraan in een van de twee daaraan voorafgaande kalenderjaren een vangnetuitkering op grond van, is verleend; of b. artikel 9b, onderdelen b of c het college van een gemeente een verzoek indient op grond van. 3 Het tweede lid, voor zover betrekking hebbende op de verklaring dat externe maatregelen zijn getroffen om tot verdere tekortreductie te komen, is niet van toepassing op het college van een gemeente met minder dan 5000 inwoners. 4 artikel 9b, onderdelen b of c artikel 9b, onderdelen b of c Indien het college gedurende vijf achtereenvolgende jaren gebruik heeft gemaakt van een vangnetuitkering op grond van, licht het college de interne en externe maatregelen toe die het heeft getroffen om tot verdere tekortreductie te komen bij een zesde daaropvolgende verzoek, over de afgelopen vijf jaar, en vervolgens om de vijf jaar, zo lang het college in aanmerking komt voor een vangnetuitkering op grond van. 5 artikel 9b, onderdeel c Indien het college niet voldoet aan het vierde lid, verleent Onze Minister geen vangnetuitkering op grond van. 6 Het vierde lid is niet van toepassing op het college van een gemeente met minder dan 5000 inwoners. 7 artikel 9a Informatie als bedoeld in, die anders dan op verzoek na 15 augustus van het jaar waarin het verzoek is ingediend door de toetsingscommissie of door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is ontvangen, wordt in de beoordeling van het verzoek niet meegewogen. 8 artikel 76 van de wet Indien Onze Minister een aanwijzing als bedoeld ingeeft wordt een verzoek tot een vangnetuitkering afgewezen over het kalenderjaar waarin de aanwijzing is gegeven en over het kalenderjaar voorafgaand aan het kalenderjaar waarin de aanwijzing is gegeven. 2025 222 05-09-2025 03-09-2025 2025 222 05-09-2025 03-09-2025 01-01-2026
Artikel 10 — Artikel 10 De hoogte van de vangnetuitkering#
Artikel 10 De hoogte van de vangnetuitkering 1 artikel 9b, onderdeel a Een vangnetuitkering op grond van, bedraagt: a. vijftig procent van het verschil tussen de in aanmerking komende netto lasten over het uitkeringsjaar en 107,5% van de verstrekte uitkering, voor zover de netto lasten de verstrekte uitkering met meer dan zeven-en-een-half maar niet meer dan twaalf-en-een-half procent overstijgen; b. honderd procent van het verschil tussen de in aanmerking komende netto lasten over het uitkeringsjaar en 112,5% van de verstrekte uitkering, voor zover de netto lasten de verstrekte uitkering met meer dan twaalf-en-een-half procent overstijgen. 2 artikel 9b, onderdeel b Een vangnetuitkering op grond van, bedraagt: a. vijftig procent van het verschil tussen de in aanmerking komende netto lasten over het uitkeringsjaar en 105% van de verstrekte uitkering, voor zover de netto lasten de verstrekte uitkering met minstens vijf maar niet meer dan tien procent overstijgen; b. honderd procent van het verschil tussen de in aanmerking komende netto lasten over het uitkeringsjaar en 110% van de verstrekte uitkering, voor zover de netto lasten de verstrekte uitkering met meer dan tien procent overstijgen. 3 artikel 9b, onderdeel c Een vangnetuitkering op grond van, bedraagt: a. vijftig procent van het verschil tussen de in aanmerking komende netto lasten over het uitkeringsjaar en 102,5% van de verstrekte uitkering, voor zover de netto lasten de verstrekte uitkering met minstens twee-en-een-half maar niet meer dan zeven-en-een-half procent overstijgen; b. honderd procent van het verschil tussen de in aanmerking komende netto lasten over het uitkeringsjaar en 107,5% van de verstrekte uitkering, voor zover de netto lasten de verstrekte uitkering met meer dan zeven-en-een-half procent overstijgen. 4 artikel 7 Indien bij de vaststelling van de uitkeringis toegepast, wordt voor de beoordeling van het tekort de verstrekte uitkering vastgesteld op het bedrag dat is gebaseerd op de gemeentelijke lasten waarbij artikel 7 niet zou zijn toegepast. 5 Bij een wijziging van de gemeentelijke indeling wordt voor de bepaling van een vangnetuitkering uitgegaan van een redelijke inschatting van de situatie zoals die zou zijn geweest als de instelling, splitsing of opheffing van gemeenten in de van belang zijnde jaren al was ingegaan. 6 artikel 9b Indien het college voldoet aan meer dan een voorwaarde, bedoeld in, wordt de voor het college meest gunstige vangnetuitkering verleend. 2025 222 05-09-2025 03-09-2025 2025 222 05-09-2025 03-09-2025 01-01-2026
Artikel 10a — Artikel 10a Overgangsrecht vangnetuitkering 2017 en 2018#
Artikel 10a Overgangsrecht vangnetuitkering 2017 en 2018 Op aanvragen om een vangnetuitkering over de uitkeringsjaren 2017 en 2018 blijft dit besluit van toepassing zoals het luidde op 31 december 2018. 2018 404 13-11-2018 18-10-2018 2018 404 13-11-2018 18-10-2018 01-01-2019 Abusievelijk is een wijziging geformuleerd die niet kan worden doorgevoerd. 2016 355 13-10-2016 05-10-2016 2016 355 13-10-2016 05-10-2016 01-01-2019
Artikel 10b — Artikel 10b Taak centrumgemeente#
Artikel 10b Taak centrumgemeente artikel 10, tweede lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen De centrumgemeente van de betrokken arbeidsmarktregio’s, vastgesteld krachtens: a. artikel 9.2.8, eerste lid, van de Wet educatie beroepsonderwijs draagt bij aan de totstandkoming en uitvoering van het regionaal programma, bedoeld in, en vertegenwoordigt en ondersteunt daarbij de gemeenten in de arbeidsmarktregio; b. artikel 9.2.8, vierde lid, van de Wet educatie beroepsonderwijs sluit aan bij het regionaal bestuurlijk overleg, bedoeld in; c. artikel 9.2.10, eerste lid, van de Wet educatie beroepsonderwijs draagt bij aan de effectrapportage, bedoeld in. 2025 430 11-12-2025 04-12-2025 2025 430 11-12-2025 04-12-2025 01-01-2026
Artikel 11 — Artikel 11 : Niet-ingeschrevenen#
Artikel 11 : Niet-ingeschrevenen 1 Bijlage 29xx-c van het Besluit decentralisatie- en integratie-uitkeringen Voor de verlening van bijstand op grond van de wet aan de belanghebbende die niet is ingeschreven als ingezetene met een woonadres of briefadres worden aangewezen de gemeenten opgenomen in. 2 De bijstand, bedoeld in het eerste lid, wordt verleend door het college van de gemeente waar de belanghebbende zich op het moment van zijn aanvraag bevindt. 2015 453 02-12-2015 23-11-2015 2015 453 02-12-2015 23-11-2015 03-12-2015 01-01-2015
Artikel 11a — Artikel 11a Minimumbescherming inkomensdeel voor het jaar 2009#
Artikel 11a Minimumbescherming inkomensdeel voor het jaar 2009 Vervallen 2009 396 01-10-2009 14-09-2009 2009 624 30-12-2009 23-12-2009 01-01-2010
Artikel 12 — Artikel 12 Grondslagwijziging#
Artikel 12 Grondslagwijziging artikelen 7a, vierde lid 40, eerste lid 69, derde lid 73, tweede lid 74, zesde lid, van de wet Dit besluit berust op de,,,, en. 2025 430 11-12-2025 04-12-2025 2025 430 11-12-2025 04-12-2025 01-01-2026 Voorheen art. 12*
Artikel 13 — Artikel 13 Besluit WWB Intrekking#
Artikel 13 Besluit WWB Intrekking Besluit WWB Hetwordt ingetrokken. 2006 379 29-08-2006 16-08-2006 2006 379 29-08-2006 16-08-2006 01-01-2007
Artikel 13a — Artikel 13a#
Artikel 13a 1 artikel 3, vijfde en negende lid Onze Minister zendt voor 1 januari 2025 een verslag over de doeltreffendheid en de effecten in de praktijk van. 2 artikel 3, vijfde en negende lid Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld omtrent de monitoring van de inzet van loonkostensubsidies en de evaluatie van. 2025 222 05-09-2025 03-09-2025 2025 313 29-10-2025 27-10-2025 01-01-2026 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, onder N, van
de Participatiewet in balans in werking treedt (Stb. 2025/312).
Artikel 14 — Artikel 14 Inwerkingtreding#
Artikel 14 Inwerkingtreding Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2007. 2006 379 29-08-2006 16-08-2006 2006 379 29-08-2006 16-08-2006 01-01-2007
Artikel 15 — Artikel 15 Citeertitel#
Artikel 15 Citeertitel Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit Participatiewet. 2014 344 03-10-2014 26-09-2014 2014 344 03-10-2014 26-09-2014 01-01-2015
Artikel 6#
artikel 6
Artikel 3#
artikel 3, tweede tot en met zesde lid
Artikel 6#
artikel 6
Artikel 6#
artikel 6
Artikel 3#
artikel 3