Besluit van 12 oktober 2006, houdende prudentiële regels voor financiële ondernemingen die werkzaam zijn op de financiële markten (Besluit prudentiële regels Wft)
- BWB-id
- BWBR0020420
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Financiën
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2026-05-29
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0020420
- ELI
- /eli/nl/amvb/2007/besluit-prudenti-le-regels-wft
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/2007/besluit-prudenti-le-regels-wft/2026-05-29
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0020420&g=2026-05-29
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0020420&z=2026-06-06&g=2026-05-29
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0020420/2026-05-29
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/2007/besluit-prudenti-le-regels-wft
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In dit besluit wordt verstaan onder: authenticatie: een procedure waarmee een betaaldienstverlener de identiteit van een betaaldienstgebruiker dan wel de validiteit van het gebruik van een specifiek betaalinstrument kan verifiëren, met inbegrip van het gebruik van persoonlijke beveiligingsgegevens van de betaaldienstgebruiker; back-to-back lening: kredietinstrument waarbij de kredietnemer geld of financiële instrumenten ter beschikking krijgt, waartegenover de kredietverstrekker een zekerheid ontvangt, direct of indirect, uit eigen liquide middelen van de kredietnemer; betaalgegevens: gegevens die samenhangen met het houden van een betaalrekening en met het uitvoeren van een betalingstransactie vanaf deze rekening; betalingstransactie op afstand: betalingstransactie die via het internet of met een voor communicatie op afstand bruikbaar apparaat wordt geïnitieerd; daggeld: kortlopende vorderingen die dagelijks opvraagbaar zijn en die uiterlijk twee werkdagen na opvraging dan wel opzegging moeten worden terugbetaald; gemiddeld uitstaand elektronisch geld: het gemiddelde totale bedrag gedurende de zes voorafgaande kalendermaanden van de met elektronisch geld verband houdende financiële verplichtingen dat op het eind van elke kalenderdag in omloop is, berekend op de eerste kalenderdag van elke kalendermaand en toegepast voor die kalendermaand. gevoelige betaalgegevens: betaalgegevens, waaronder persoonlijke beveiligingsgegevens, met behulp waarvan fraude kan worden gepleegd, met uitzondering van de naam van de rekeninghouder en het rekeningnummer voor zover betaalinitiatie- en rekeninginformatiedienstverleners deze gegevens gebruiken ten behoeve van hun bedrijfsuitoefening; groepsbestuurder: ieder die binnen een groep het beleid bepaalt; incident: gedraging of gebeurtenis die een ernstig gevaar vormt voor de integere uitoefening van het bedrijf van de desbetreffende financiële onderneming; integriteitgevoelige functie: integriteitsrisico: gevaar voor aantasting van de reputatie of bestaande of toekomstige bedreiging van vermogen of resultaat van een financiële onderneming als gevolg van een ontoereikende naleving van hetgeen bij of krachtens enig wettelijk voorschrift is voorgeschreven; internationale jaarrekeningstandaarden: verordening (EG) nr. 1606/2002 internationale standaarden voor jaarrekeningen die door de Commissie van de Europese Gemeenschappen van toepassing zijn verklaard overeenkomstig artikel 3 vanvan het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 19 juli 2002 (PbEG L 243); kalenderpost: actiefpost of passiefpost waarvan de kasinstromen respectievelijk kasuitstromen als gevolg van aflossing of rentebetalingen in de vervalkalender worden opgenomen; kasstromen van het kernbedrijf: kasstromen van leningen die met een vaste termijn zijn verstrekt aan tegenpartijen, die geen kantoren en bancaire deelnemingen zijn die niet in de rapportage worden betrokken, die geen banken en geen professionele geldmarktpartijen zijn, en van deze tegenpartijen met een vaste termijn opgenomen gelden, met inbegrip van te ontvangen onderscheidenlijk te betalen rente; maandperiode: eerste kalendermaand volgend op de verslagdatum; niet-volgestorte kredietprotectie : kredietrisicovermindering waarbij het kredietrisico met betrekking tot een vordering van een financiële onderneming wordt beperkt door de garantie van een derde partij om een bepaald bedrag uit te keren bij wanbetaling van de wederpartij of bij andere in de overeenkomst tot kredietprotectie vermelde gebeurtenissen die betaling onder de overeenkomst of afwikkeling van de overeenkomst tot gevolg hebben; officiële stand-by faciliteiten: liquiditeitsgarantie die, onder door de Nederlandsche Bank te stellen voorwaarden, is ontvangen van onderscheidenlijk afgegeven door een binnenlandse of buitenlandse bank; operationeel risico : risico van verliezen als gevolg van tekortschietende of falende interne procedures en systemen of als gevolg van externe gebeurtenissen, met inbegrip van juridische risico’s; persoonlijke beveiligingsgegevens: gepersonaliseerde kenmerken die door de betaaldienstverlener aan een betaaldienstgebruiker worden verstrekt ten behoeve van authenticatie; professionele geldmarktpartij: persoon die geen bank is en die in het kader van zijn middelenbeheer transacties verricht op de geldmarkt met bij de geldmarkt passende volumes en op die markt met enige regelmaat opereert op een manier die vergelijkbaar is met die van een bank; rekeninghoudende betaaldienstverlener: een betaaldienstverlener die ten behoeve van een betaler een betaalrekening aanbiedt en beheert; securitisatie : transactie of regeling waarbij: securitisatiepositie : vordering in het kader van een securitisatie; stresstest : onderzoek naar de risico’s die ontstaan als zich veranderingen in de marktsituatie voordoen of zouden voordoen die een ongunstige invloed uitoefenen op de toereikendheid van het toetsingsvermogen van een financiële onderneming, en naar de risico’s die ontstaan als zekerheidsrechten worden uitgeoefend in crisissituaties; tegenpartijkredietrisico : risico dat de wederpartij bij een transactie in gebreke blijft voordat de definitieve afwikkeling van de met de transactie samenhangende kasstromen heeft plaatsgevonden; toetsingsvermogen: het eigen vermogen, bedoeld in artikel 72 van de verordening kapitaalvereisten of, in het geval van beleggingsondernemingen in de zin van de richtlijn prudentieel toezicht beleggingsondernemingen, artikel 9 van de verordening prudentiële vereisten voor beleggingsondernemingen; tranche : contractueel vastgesteld segment van het kredietrisico van een gesecuritiseerde vordering of verzameling van vorderingen, waarbij een securitisatiepositie in dit segment een groter of kleiner risico op verlies meebrengt dan een securitisatiepositie van dezelfde omvang in elk ander segment, indien geen rekening wordt gehouden met de volgestorte of niet-volgestorte kredietprotectie die door derden rechtstreeks aan de houders van de securitisatieposities in dit segment of in andere segmenten wordt geboden; verordening digitale operationele weerbaarheid: Verordening (EU) 2022/2554 Verordeningen (EG) nr. 1060/2009 (EU) nr. 648/2012 (EU) nr. 600/2014 (EU) nr. 909/2014 (EU) 2016/1011 van het Europees Parlement en de Raad van 14 december 2022 betreffende digitale operationele weerbaarheid voor de financiële sector en tot wijziging van de,,,en(PbEU 2022, L 333); verordening solvabiliteit II: gedelegeerde verordening (EU) nr. 2015/35 van de Commissie van 10 oktober 2014 tot aanvulling van Richtlijn 2009/138/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende de toegang tot en uitoefening van het verzekerings- en het herverzekeringsbedrijf (Solvabiliteit II) (PbEU L12); verslagdatum: datum van de dag direct voorafgaande aan de periode waarover wordt gerapporteerd; vervalkalender: overzicht van contractuele looptijden van overeenkomsten gesloten door een financiële onderneming; volgestorte kredietprotectie : kredietrisicovermindering waarbij het kredietrisico met betrekking tot een vordering van een financiële onderneming wordt beperkt door het recht van die financiële onderneming om bij wanbetaling van de wederpartij of bij andere specifieke gebeurtenissen in verband met de wederpartij die gevolgen hebben of kunnen hebben voor het kredietrisico met betrekking tot de vordering: voorraadposten: liquide activa die niet in de vervalkalender worden opgenomen; waarde van de gekwalificeerde deelneming: koopprijs van een aandeel, op het moment van de verwerving of vergroting van de gekwalificeerde deelneming, vermenigvuldigd met het aantal verworven aandelen; weekperiode: eerste zeven kalenderdagen volgend op de verslagdatum; de wet: Wet op het financieel toezicht de. a. leidinggevende functie direct onder die van de personen die het beleid van een financiële onderneming bepalen of mede bepalen; of b. functie waaraan een bevoegdheid is verbonden die een wezenlijk risico inhoudt voor de integere uitoefening van het bedrijf van een financiële onderneming; a. het kredietrisico van een vordering of verzameling van vorderingen wordt onderverdeeld in ten minste twee tranches; b. de in het kader van de transactie of regeling verrichte betalingen afhangen van de prestatie van de vordering of de verzameling van vorderingen; en c. de rangorde van de tranches bepalend is voor de verdeling van de verliezen tijdens de looptijd van de transactie of regeling; a. bepaalde activa of posten buiten de balanstelling te gelde te maken; b. bepaalde activa of posten buiten de balanstelling over te nemen; c. de eigendom van bepaalde activa of posten buiten de balanstelling te verwerven of te behouden; d. de waarde van bepaalde activa of posten buiten de balanstelling te verlagen; of e. de waarde van bepaalde activa of posten buiten de balanstelling te vervangen door het verschil tussen deze waarde en de waarde van een vordering op de financiële onderneming; 2024 379 03-12-2024 25-11-2024 2024 379 03-12-2024 25-11-2024 17-01-2025
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 artikelen 1 4 5 tot en met 25 27 tot en met 31 35 48 50 59 138 139 145 artikel 3:110 van de wet De,,,,,,,,,, enzijn, voor zover zij betrekking hebben op banken, van overeenkomstige toepassing op financiële instellingen die beschikken over een verklaring van ondertoezichtstelling als bedoeld in. 2014 303 30-07-2014 15-07-2014 2014 304 30-07-2014 15-07-2014 01-08-2014
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 Vervallen 2021 571 25-11-2021 19-11-2021 2021 571 25-11-2021 19-11-2021 26-11-2021
Artikel 3a — Artikel 3a#
Artikel 3a 1 hoofdstukken 9 10 Deenzijn niet van toepassing op betaalinstellingen: a. voor zover zij uitsluitend in Nederland betaaldiensten verlenen als bedoeld onder 6 van de bijlage bij de richtlijn betaaldiensten; b. waarvan het gemiddelde van het totale bedrag van de betalingstransacties die zij de voorafgaande twaalf maanden hebben verricht, met inbegrip van die van agenten waarvoor zij volledig aansprakelijk zijn, niet hoger is dan € 3.000.000 per maand; en c. artikel 6, onderdelen a, b en d waarvan geen van de personen die het beleid bepalen of mede bepalen personen zijn met antecedenten als bedoeld in, voor zover deze betrekking hebben op het witwassen van geld, terrorismefinanciering of vermogensmisdrijven of als misdrijf aangemerkte overtredingen van financiële toezichtswetgeving. 2 Een betaalinstelling als bedoeld in het eerste lid stelt de Nederlandsche Bank in kennis van elke verandering in zijn situatie die relevant is voor het naleven van de in het eerste lid gestelde voorschriften. 3 Indien een betaaldienstverlener zijn werkzaamheden niet gedurende de gehele periode van de voorafgaande twaalf maanden heeft verricht, kan voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel b, worden uitgegaan van een programma van werkzaamheden waarin naar het oordeel van de Nederlandsche Bank een reële begroting van het totale bedrag aan betalingstransacties is opgenomen. 2010 801 10-12-2010 23-11-2010 2010 801 10-12-2010 23-11-2010 01-01-2011
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 hoofdstukken 9 10 10A 11 Titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek Berekeningen met betrekking tot het minimumbedrag aan eigen vermogen, de solvabiliteit, de kapitaalbuffer, de hefboomratiobuffer onderscheidenlijk de liquiditeit van financiële ondernemingen, niet zijnde verzekeraars, op grond van de,,onderscheidenlijkworden, voor zover niet anders is bepaald, gedaan op basis van de enkelvoudige jaarrekening zoals opgemaakt ingevolgeof de internationale jaarrekeningstandaarden. 2 hoofdstuk 10 hoofdstuk 10A hoofdstuk 11 Titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek Berekeningen met betrekking tot de solvabiliteit van banken op grond van, de kapitaalbuffer en de hefboomratiobuffer van banken op grond vanen de liquiditeit van banken op grond vanworden, voor zover niet anders is bepaald, gedaan op basis van de geconsolideerde jaarrekening indien deze wordt opgemaakt ingevolgeof de internationale jaarrekeningstandaarden. 3 artikel 3:69a van de wet titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek Onverminderdwaardeert een verzekeraar met beperkte risico-omvang, voor zover in dit besluit niet anders wordt bepaald, zijn activa en passiva op basis van. 4 Een verzekeraar met beperkte risico-omvang houdt zich aan door de Nederlandsche Bank te stellen nadere regels met betrekking tot de waardering van deelnemingen. 2021 47 09-02-2021 27-01-2021 2021 47 09-02-2021 27-01-2021 01-01-2022
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 artikel 3:9, eerste lid 3:11 3:13 3:37, derde lid en vierde lid 3:47, eerste en vijfde lid 3:99, eerste lid, van de wet artikel 17aa, vierde lid De Nederlandsche Bank stelt vast of de betrouwbaarheid van een persoon als bedoeld in,,,,, ofen van een persoon als bedoeld in, buiten twijfel staat op basis van diens voornemens, handelingen en antecedenten. 2 artikel 1:24, derde lid, van de wet Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op de beoordeling van de betrouwbaarheid van een persoon door de Nederlandsche Bank op grond van een verordening als bedoeld in. 2018 516 28-12-2018 19-12-2018 2018 517 28-12-2018 19-12-2018 13-01-2019 Abusievelijk is een wijzigingsopdracht geformuleerd die niet
geheel juist is.
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 artikel 5 De Nederlandsche Bank neemt bij de vaststelling, bedoeld in, in ieder geval in aanmerking: a. onderdelen 1 en 2 van Bijlage A de in degenoemde strafrechtelijke antecedenten; b. onderdeel 3 van Bijlage A de ingenoemde financiële antecedenten; c. onderdeel 4 van Bijlage A de ingenoemde toezichtantecedenten; d. onderdeel 5 van Bijlage A de ingenoemde fiscaal bestuursrechtelijke antecedenten; en e. onderdeel 6 van Bijlage A de ingenoemde overige antecedenten. 2006 519 31-10-2006 12-10-2006 2006 664 20-12-2006 11-12-2006 01-01-2007
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 artikel 5 De Nederlandsche Bank verkrijgt inzicht in de inbedoelde voornemens, handelingen en antecedenten op grond van: a. door betrokkene verstrekte gegevens en inlichtingen; b. door de Landelijke Officier van Justitie verstrekte politiegegevens; c. artikel 1, onderdeel b, van de Wet controle op rechtspersonen gegevens uit de registratie, bedoeld in; d. gegevens en inlichtingen, verkregen van de Belastingdienst; e. gegevens en inlichtingen, verkregen van Nederlandse of buitenlandse overheidsinstanties dan wel van Nederlandse of buitenlandse van overheidswege aangewezen instanties die belast zijn met het toezicht op financiële markten of op personen die op die markten werkzaam zijn; f. ambtsberichten van het Openbaar Ministerie; g. inlichtingen, verkregen van door betrokkene opgegeven referenties; h. gegevens uit openbare bronnen; i. artikel 5 inlichtingen, verkregen van curatoren of bewindvoerders met betrekking tot faillissementen, surseances, schuldsaneringen, bewindvoeringen of noodregelingen waarbij de inbedoelde persoon betrokken is geweest; j. inlichtingen, verkregen van organisaties van huidige of voormalige beroepsgenoten van betrokkene; of k. gegevens en inlichtingen, verkregen uit andere bij ministeriële regeling aan te wijzen bronnen. 2 Indien de gegevens of inlichtingen, verkregen overeenkomstig het eerste lid, de Nederlandsche Bank aanleiding geven tot nader onderzoek, kan de Nederlandsche Bank ook inlichtingen inwinnen en gegevens opvragen bij andere personen of instanties dan genoemd in dat lid. De Nederlandsche Bank stelt de betrokkene in dat geval vooraf schriftelijk in kennis van: a. de reden van het nadere onderzoek; b. de personen of instanties bij wie nadere gegevens of inlichtingen zullen worden ingewonnen; en c. de aard van de nadere gegevens of inlichtingen. 2011 180 15-04-2011 08-04-2011 2011 194 29-04-2011 21-04-2011 01-07-2011
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 artikel 5 De betrouwbaarheid van een persoon als bedoeld instaat niet buiten twijfel indien: a. bijlage A, deze onherroepelijk veroordeeld is terzake van een misdrijf, genoemd in onderdeel 1 vanwaarbij sinds het onherroepelijk worden van de uitspraak minder dan acht jaren zijn verstreken; b. bijlage A deze veroordeeld is terzake van een misdrijf, genoemd in onderdeel 1 van, waarbij de uitspraak nog niet onherroepelijk is of waarbij sinds het onherroepelijk worden van de uitspraak acht of meer jaren zijn verstreken; c. artikel 69 van de Algemene wet inzake de rijksbelastingen artikel 65 van de Invorderingswet 1990 deze veroordeeld is terzake van een overtreding vanof, waarbij betrokkene veroordeeld is tot een gevangenisstraf of boete; of d. bijlage A deze een vergrijpboete van meer dan € 62.500 opgelegd heeft gekregen terzake van een feit, genoemd in onderdeel 5 van, en het besluit waarbij de vergrijpboete is opgelegd onherroepelijk is geworden of waarbij ten minste de rechter in eerste aanleg uitspraak heeft gedaan. 2 artikel 9 De Nederlandsche Bank kan op grond van de omstandigheden of belangen, genoemd in, afwijken van het eerste lid, ten aanzien van de onderdelen b, c en d. 2012 695 28-12-2012 21-12-2012 2012 695 28-12-2012 21-12-2012 01-01-2013
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 artikel 5 De Nederlandsche Bank neemt bij de vaststelling, bedoeld in, in aanmerking: a. het onderlinge verband tussen de aan een antecedent ten grondslag liggende gedraging of gedragingen en de overige omstandigheden van het geval; b. wet de belangen die debeoogt te beschermen; en c. de overige belangen van de onderneming en de betrokkene. 2015 308 28-07-2015 10-07-2015 2015 309 28-07-2015 10-07-2015 01-01-2016
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 1 artikel 3:10, eerste lid 3:11 3:12 3:12a 3:13 3:14 van de wet Een betaalinstelling, clearinginstelling, elektronischgeldinstelling, entiteit voor risico-acceptatie, bank, kredietunie, premiepensioeninstelling, verzekeraar, wisselinstelling of bijkantoor als bedoeld in,,,,ofdraagt zorg voor een systematische analyse van integriteitsrisico´s. 2 artikel 3:10, eerste lid, van de wet De financiële onderneming, onderscheidenlijk het bijkantoor, draagt er zorg voor dat het beleid, bedoeld inzijn neerslag vindt in procedures en maatregelen. 3 De financiële onderneming, onderscheidenlijk het bijkantoor, stelt alle relevante bedrijfsonderdelen in kennis van het beleid en de procedures en maatregelen. 4 De financiële onderneming, onderscheidenlijk het bijkantoor, draagt zorg voor de uitvoering en de systematische toetsing van het beleid en de procedures en maatregelen. 5 artikel 21 De financiële onderneming, onderscheidenlijk het bijkantoor, draagt zorg voor onafhankelijk toezicht op de uitvoering van het beleid en de procedures en maatregelen met betrekking tot de integere uitoefening van het bedrijf en beschikt over procedures die erin voorzien dat gesignaleerde tekortkomingen of gebreken worden gerapporteerd aan de personen belast met de taak, bedoeld in. 6 artikel 21 De financiële onderneming, onderscheidenlijk het bijkantoor, beschikt over procedures die erin voorzien dat gesignaleerde tekortkomingen of gebreken met betrekking tot de integere uitoefening van het bedrijf onder toezicht van de personen belast met de taak, bedoeld in, tot een gepaste bijstelling leiden. 2015 512 18-12-2015 10-12-2015 2015 513 18-12-2015 11-12-2015 01-01-2016
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 artikel 3:17, eerste lid 3:23 3:24a 3:24b 3:26 3:27 van de wet Een betaalinstelling, clearinginstelling, elektronischgeldinstelling, entiteit voor risico-acceptatie, bank, kredietunie, premiepensioeninstelling, verzekeraar, wisselinstelling of bijkantoor als bedoeld in,,,,ofbeschikt over procedures en maatregelen met betrekking tot het tegengaan van verstrengeling van privé-belangen van: a. personen die het beleid van de financiële onderneming bepalen; b. groepsbestuurders; c. leden van het orgaan dat is belast met het toezicht op het beleid en de algemene gang van zaken van de financiële onderneming; en d. andere werknemers of andere personen die in haar opdracht op structurele basis werkzaamheden voor haar verrichten, met haar belangen of die van haar cliënten. 2 De entiteit voor risico-acceptatie, bank, premiepensioeninstelling of verzekeraar, onderscheidenlijk het bijkantoor, beschikt over procedures en maatregelen met betrekking tot het verlenen van financiële diensten op basis van personeelscondities aan personen die het beleid van de financiële onderneming bepalen en groepsbestuurders. 3 Financiële dienstverlening door de entiteit voor risico-acceptatie, bank, premiepensioeninstelling of verzekeraar, onderscheidenlijk het bijkantoor, op basis van personeelscondities aan personen die het beleid van de financiële onderneming bepalen of groepsbestuurders vindt uitsluitend plaats in de normale uitoefening van het bedrijf en vindt telkens slechts plaats na instemming door het orgaan dat is belast met het toezicht op het beleid en de algemene gang van zaken van de financiële onderneming dan wel namens een daartoe aangewezen orgaan. 4 Financiële dienstverlening door de entiteit voor risico-acceptatie, bank, premiepensioeninstelling of verzekeraar, onderscheidenlijk het bijkantoor, aan personen die het beleid van de financiële onderneming bepalen of groepsbestuurders vindt, indien de dienst buiten de grenzen van het bij de financiële onderneming bestaande systeem van personeelscondities wordt verleend, uitsluitend plaats in de normale uitoefening van het bedrijf en tegen de gebruikelijke commerciële voorwaarden en zekerheden. 5 Financiële dienstverlening door de entiteit voor risico-acceptatie, bank, premiepensioeninstelling of verzekeraar, onderscheidenlijk het bijkantoor, aan leden van het orgaan dat belast is met het toezicht op het beleid en de algemene gang van zaken van de financiële onderneming, alsmede aan familieleden, niet zijnde personeelsleden, van personen die het beleid van de financiële onderneming bepalen, van groepsbestuurders en van leden van het orgaan dat belast is met het toezicht op het beleid en de algemene gang van zaken van de financiële onderneming, geschiedt uitsluitend in de normale uitoefening van het bedrijf en tegen de gebruikelijke commerciële voorwaarden en zekerheden. 2015 512 18-12-2015 10-12-2015 2015 513 18-12-2015 11-12-2015 01-01-2016
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 1 artikel 11, eerste lid Een betaalinstelling, clearinginstelling, elektronischgeldinstelling, entiteit voor risico-acceptatie, bank, kredietunie, premiepensioeninstelling, verzekeraar, wisselinstelling of bijkantoor als bedoeld in, beschikt over procedures en maatregelen met betrekking tot de omgang met en vastlegging van incidenten. 2 De financiële onderneming, onderscheidenlijk het bijkantoor, neemt naar aanleiding van een incident maatregelen die zijn gericht op het beheersen van de opgetreden risico’s en het voorkomen van herhaling. 3 De financiële onderneming, onderscheidenlijk het bijkantoor, informeert de Nederlandsche Bank onverwijld omtrent incidenten. 2015 512 18-12-2015 10-12-2015 2015 513 18-12-2015 11-12-2015 01-01-2016
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 1 artikel 11, eerste lid Een betaalinstelling, clearinginstelling, elektronischgeldinstelling, entiteit voor risico-acceptatie, bank, kredietunie, premiepensioeninstelling, verzekeraar, wisselinstelling of bijkantoor als bedoeld in, maakt een onderbouwde beoordeling van de betrouwbaarheid van personen die zij wil benoemen in een integriteitsgevoelige functie. 2 De financiële onderneming, onderscheidenlijk het bijkantoor, draagt zorg voor de beoordeling van de betrouwbaarheid van degenen die, anders dan op grond van een arbeidsovereenkomst, werkzaamheden in een integriteitgevoelige functie verrichten. 3 Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op een verzekeraar, niet zijnde een verzekeraar met beperkte risico-omvang, voor zover het een integriteitgevoelige functie betreft die is aan te merken als een sleutelfunctie als bedoeld in artikel 42, eerste lid, van de richtlijn solvabiliteit II. 2015 512 18-12-2015 10-12-2015 2015 513 18-12-2015 11-12-2015 01-01-2016 2015 308 28-07-2015 10-07-2015 2015 309 28-07-2015 10-07-2015 01-01-2016
Artikel 13a — Artikel 13a#
Artikel 13a 1 Een verzekeraar draagt er zorg voor dat de betrouwbaarheid van de werknemers en andere natuurlijke personen die zich onder zijn verantwoordelijkheid rechtstreeks bezighouden met het verlenen van financiële diensten en van de feitelijk leidinggevenden die voor deze personen verantwoordelijk zijn, buiten twijfel staat. 2 Wet justitiële strafvorderlijke gegevens artikel 212 van de Faillissementswet Een persoon als bedoeld in het eerste lid is betrouwbaar, indien hij een verklaring omtrent het gedrag als bedoeld in deover kan leggen, en hij niet failliet is verklaard, tenzij rehabilitatie als bedoeld inheeft plaatsgevonden. 3 De verzekeraar legt alle relevante documentatie met betrekking tot de toepassing van dit artikel vast en houdt de documentatie bij. 2018 147 29-05-2018 04-05-2018 2018 176 19-06-2018 01-06-2018 01-10-2018 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet implementatie
richtlijn verzekeringsdistributie in werking treedt.
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 1 artikel 11, eerste lid Een bank, levensverzekeraar, premiepensioeninstelling of bijkantoor als bedoeld in, beschikt met het oog op een integere uitoefening van het bedrijf over procedures en maatregelen met betrekking tot de acceptatie van cliënten. 2 Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme Onverminderd het bepaalde ingevolge debeschikt een bank, levensverzekeraar, premiepensioeninstelling of bijkantoor als bedoeld in het eerste lid, over procedures en maatregelen met betrekking tot het vaststellen van de identiteit van cliënten en van de verificatie daarvan. De bank, levensverzekeraar, onderscheidenlijk het bijkantoor, accepteert een cliënt niet indien de identiteit niet is vastgesteld overeenkomstig het daarvoor opgestelde beleid. 3 De financiële onderneming, bedoeld in het tweede lid, onderscheidenlijk het bijkantoor, beschikt met het oog op een integere uitoefeningvan het bedrijf over organisatorische en administratieve procedures en maatregelen die betrekking hebben op risicoclassificaties ten aanzien van cliënten, producten of diensten. 4 De financiële onderneming, bedoeld in het tweede lid, onderscheidenlijk het bijkantoor, beschikt over procedures en maatregelen met betrekking tot de analyse van gegevens van cliënten, mede in relatie tot de door de cliënt afgenomen producten of diensten, en terzake van de detectie van afwijkende transactiepatronen. Aan de hand van voornoemde procedures en maatregelen bepaalt de financiële onderneming tevens de risico’s van bepaalde cliënten, producten of diensten voor de integere uitoefening van haar bedrijf. 5 De financiële onderneming, bedoeld in het tweede lid, onderscheidenlijk het bijkantoor, draagt zorg voor de documentatie en vastlegging met betrekking tot de acceptatie en indeling naar risico van cliënten, de identificatie en verificatie van de gegevens van cliënten en de bewaking van het handelen van cliënten. Dergelijke gegevens worden tot vijf jaar na de dienstverlening of het beëindigen van de relatie bewaard. 6 De Nederlandsche Bank kan met het oog op een integere uitoefening van het bedrijf regels stellen met betrekking tot het door banken en bijkantoren van banken als bedoeld in het eerste lid te voeren beleid met betrekking tot afgeschermde rekeningen. 2011 673 29-12-2011 22-12-2011 2011 671 29-12-2011 22-12-2011 01-01-2012 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet Wet op het financieel toezicht, enz. (implementatie richtlijn nr. 2009/110/EG) in werking treedt.
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 1 artikel 11, eerste lid Een bank of bijkantoor van een bank als bedoeld in, beschikt over procedures met betrekking tot de verstrekking van back-to-back leningen. 2 Indien de bank of het bijkantoor voornemens is een back-to-back lening te verstrekken, onderzoekt zij of het krediet voor legitieme doeleinden gebruikt zal worden. 3 Indien er een back-to-back lening wordt verstrekt, legt de bank of het bijkantoor de overeenkomst met vermelding van de gestelde essentiële zekerheden, deugdelijk vast. 2011 673 29-12-2011 22-12-2011 2011 671 29-12-2011 22-12-2011 01-01-2012 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet Wet op het financieel toezicht, enz. (implementatie richtlijn nr. 2009/110/EG) in werking treedt.
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 1 artikel 11, eerste lid Een financiële onderneming of bijkantoor als bedoeld in, onderzoekt, op verzoek van de Nederlandsche Bank, of in haar administratie bepaalde personen of instellingen voorkomen die naar het oordeel van Onze Minister, in verband met vermoede terroristische activiteiten of daarmee verband houdende activiteiten, de integriteit van de financiële sector kunnen schaden. 2 De financiële onderneming verstrekt de uitkomst van het in het eerste lid bedoelde onderzoek, binnen een door de Nederlandsche Bank te stellen termijn, aan de Nederlandsche Bank. 2006 519 31-10-2006 12-10-2006 2006 664 20-12-2006 11-12-2006 01-01-2007
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 1 artikel 3:17, eerste lid 3:23 3:24a 3:24b 3:26 3:27 van de wet De bedrijfsvoering van een betaalinstelling, clearinginstelling, elektronischgeldinstelling, bank, kredietunie, premiepensioeninstelling, verzekeraar met beperkte risico-omvang, wisselinstelling of bijkantoor als bedoeld in,,,,ofomvat: a. een duidelijke, evenwichtige en adequate organisatiestructuur; b. een duidelijke, evenwichtige en adequate verdeling van taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden; c. een adequate vastlegging van rechten en verplichtingen; d. eenduidige rapportagelijnen; en e. een adequaat systeem van informatievoorziening en communicatie. 2 De bedrijfsvoering is afgestemd op de aard, omvang, risico’s en complexiteit van de werkzaamheden van de financiële onderneming of bijkantoor. 3 De bedrijfsvoering wordt op een inzichtelijke wijze vastgelegd. 4 De effectiviteit van de organisatie-inrichting en van de procedures en maatregelen wordt ten minste jaarlijks op onafhankelijke wijze getoetst. Daartoe beschikt de financiële onderneming of het bijkantoor over een organisatieonderdeel dat deze interne controlefunctie uitoefent. De financiële onderneming of bijkantoor voorziet erin dat gesignaleerde tekortkomingen worden opgeheven. 5 De toepassing van het vierde lid op betaalinstellingen, elektronischgeldinstellingen of hun bijkantoren ziet tevens op het gebruik van hun betaaldienstagenten. 2019 59 18-02-2019 08-02-2019 2019 60 18-02-2019 08-02-2019 19-02-2019
Artikel 17a — Artikel 17a#
Artikel 17a artikel 17, vierde lid artikel 3:17, eerste lid 3:23, tweede lid, van de wet Het organisatieonderdeel, bedoeld in, van een bank als bedoeld in, ofdie in Nederland beleggingsdiensten mag verlenen of beleggingsactiviteiten mag verrichten, heeft als taak: a. het vaststellen en uitvoeren van een controleplan om de deugdelijkheid en effectiviteit van de systemen, interne controleprocedures en regels van de bank te onderzoeken en te beoordelen; b. het doen van aanbevelingen op basis van de resultaten van de werkzaamheden, bedoeld in onderdeel a; c. het controleren of aan deze aanbevelingen gevolg wordt gegeven; en d. het ten minste jaarlijks rapporteren aan de personen die het dagelijks beleid van de bank bepalen en aan het orgaan, indien aanwezig, dat is belast met toezicht op het beleid en de algemene gang van zaken van de bank inzake aangelegenheden met betrekking tot de interne controle en de genomen maatregelen in geval van gesignaleerde tekortkomingen. 2007 407 31-10-2007 30-10-2007 2007 408 31-10-2007 30-10-2007 01-11-2007
Artikel 17aa — Artikel 17aa#
Artikel 17aa 1 artikel 17, vierde lid Het organisatieonderdeel van een premiepensioeninstelling dat is belast met de uitoefening van de interne controlefunctie, bedoeld in, heeft in ieder geval als taak het interne controlesysteem en andere onderdelen van de bedrijfsvoering, inclusief de uitbesteding van werkzaamheden, te evalueren, om te beoordelen of deze adequaat en doeltreffend zijn. 2 De premiepensioeninstelling stelt beleid op met betrekking tot de interne controle en draagt zorg voor de uitvoering van dat beleid. De premiepensioeninstelling evalueert het beleid ten minste eenmaal per drie jaar en past het beleid in geval van een belangrijke wijziging in het interne controlesysteem of met betrekking tot de overige onderdelen van de bedrijfsvoering zo spoedig mogelijk aan. 3 Artikel 3:9, tweede lid, van de wet De interne controlefunctie bij een premiepensioeninstelling wordt uitgeoefend door personen die geschikt zijn in verband met de uitoefening van deze functie en van wie de betrouwbaarheid buiten twijfel staat.is van overeenkomstige toepassing. 4 De premiepensioeninstelling stelt de persoon die verantwoordelijk is voor de interne controlefunctie in staat diens taken op een objectieve en eerlijke wijze uit te oefenen. 5 artikel 23, zesde lid De personen die betrokken zijn bij de uitoefening van de interne controlefunctie kunnen niet tevens de risicobeheerfunctie, bedoeld in, uitoefenen. 2018 516 28-12-2018 19-12-2018 2018 517 28-12-2018 19-12-2018 13-01-2019
Artikel 17ab — Artikel 17ab#
Artikel 17ab 1 artikel 17aa, vierde lid De persoon die binnen een premiepensioeninstelling verantwoordelijk is voor de interne controlefunctie, bedoeld in, rapporteert periodiek en schriftelijk materiële bevindingen en doet aanbevelingen aan het bestuur van de premiepensioeninstelling naar aanleiding van de uitoefening van de interne controlefunctie. Indien de persoon die verantwoordelijk is voor de interne controlefunctie tevens bestuurder is van de premiepensioeninstelling, worden de materiële bevindingen en aanbevelingen tevens gericht aan het toezichthoudend orgaan. 2 Het bestuur draagt zorgt voor tijdige en passende maatregelen naar aanleiding van een rapportage of aanbeveling als bedoeld in het eerste lid. 3 De persoon, bedoeld in het eerste lid, meldt het de Nederlandsche Bank zo spoedig mogelijk indien het bestuur van de premiepensioeninstelling niet tijdig passende maatregelen neemt, nadat het bestuur overeenkomstig het eerste lid op de hoogte is gesteld van: a. een substantieel risico dat de premiepensioeninstelling niet zal voldoen aan een wettelijk vereiste en dit ernstige nadelige gevolgen kan hebben voor de belangen van de pensioendeelnemers, gewezen pensioendeelnemers, pensioengerechtigden of andere aanspraakgerechtigden; of b. een ernstige overtreding van een wettelijk vereiste dat van toepassing is op de premiepensioeninstelling. 4 De premiepensioeninstelling zorgt ervoor dat een persoon die op grond van het derde lid te goeder trouw en naar behoren een melding heeft gedaan bij de Nederlandsche Bank, niet wordt benadeeld als gevolg van de melding. 2018 516 28-12-2018 19-12-2018 2018 517 28-12-2018 19-12-2018 13-01-2019
Artikel 17b — Artikel 17b#
Artikel 17b De Nederlandsche Bank kan ter uitvoering van internationaal aanvaarde standaarden nadere regels stellen met betrekking tot de bedrijfsvoering van afwikkelondernemingen. 2013 537 17-12-2013 06-12-2013 2013 552 19-12-2013 11-12-2013 01-01-2014
Artikel 17c — Artikel 17c#
Artikel 17c 1 artikel 17, eerste lid Een bank of clearinginstelling als bedoeld in, beschikt over interne regelingen en procedures die zijn gericht op een doeltreffend en prudent bestuur van de onderneming, dat voldoet aan de vereisten in artikel 88, eerste lid, van de richtlijn kapitaalvereisten. 2 artikel 17, eerste lid artikel 17d Een bank als bedoeld in, die significant is ingevolge, beschikt over een benoemingscommissie waarvan de taken en bevoegdheden voldoen aan de vereisten in artikel 88, tweede lid, van de richtlijn kapitaalvereisten. 2014 303 30-07-2014 15-07-2014 2014 304 30-07-2014 15-07-2014 01-08-2014
Artikel 17d — Artikel 17d#
Artikel 17d artikel 3:8, vierde lid, van de wet Een bank is, mede voor de toepassing van, significant, indien: a. zij op individuele basis een instelling van groot belang is op grond van de voorwaarden ingevolge artikel 6 van de verordening bankentoezicht; of b. zij door de Nederlandsche Bank, gelet op haar omvang, interne organisatie en de aard, reikwijdte en complexiteit van haar activiteiten als significant wordt aangemerkt. 2015 296 17-07-2015 26-06-2015 2015 296 17-07-2015 26-06-2015 18-07-2015
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 artikel 17 Een betaalinstelling, clearinginstelling, elektronischgeldinstelling, bank, kredietunie, premiepensioeninstelling, verzekeraar met beperkte risico-omvang, wisselinstelling of bijkantoor als bedoeld inbeschikt over een adequate functiescheiding met het oog op een beheerste bedrijfsvoering. 2015 512 18-12-2015 10-12-2015 2015 513 18-12-2015 11-12-2015 01-01-2016 2015 308 28-07-2015 10-07-2015 2015 309 28-07-2015 10-07-2015 01-01-2016
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 1 artikel 17 De bedrijfsvoering van een betaalinstelling, clearinginstelling, elektronischgeldinstelling, entiteit voor risico-acceptatie, bank, kredietunie, premiepensioeninstelling, verzekeraar met beperkte risico-omvang, wisselinstelling of bijkantoor als bedoeld invoorziet in een juiste, tijdige en volledige vastlegging van alle rechten en verplichtingen van de financiële onderneming of bijkantoor in een daartoe bestemde administratie. 2 artikel 4:71a van de wet De administratie, bedoeld in het eerste lid, van een premiepensioeninstelling is zodanig dat deze geen belemmering vormt of kan vormen voor de toepassing van het inbepaalde. 3 Een verzekeraar met beperkte risico-omvang beschikt over een organisatie-onderdeel dat op onafhankelijke en effectieve wijze een actuariële functie uitoefent. Het organisatie-onderdeel heeft als taak de berekening van de technische voorzieningen te coördineren en te controleren en de personen die het dagelijks beleid van de verzekeraar bepalen te informeren over de adequaatheid en betrouwbaarheid van die berekening. 4 Het derde lid is op schadeverzekeraars alleen van toepassing voor zover deze verzekeringsovereenkomsten sluiten met een contractduur van meer dan vier jaar. 2015 512 18-12-2015 10-12-2015 2015 513 18-12-2015 11-12-2015 01-01-2016 2015 308 28-07-2015 10-07-2015 2015 309 28-07-2015 10-07-2015 01-01-2016
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 1 artikel 17 Een betaalinstelling, clearinginstelling, elektronischgeldinstelling, bank, kredietunie, premiepensioeninstelling, verzekeraar met beperkte risico-omvang, wisselinstelling of bijkantoor als bedoeld inbeschikt over een informatiesysteem dat een effectieve beheersing van de bedrijfsprocessen en de risico’s mogelijk maakt en dat voorziet in interne en externe informatiebehoeften. 2 De financiële onderneming of bijkantoor beschikt over procedures en maatregelen om de integriteit, voortdurende beschikbaarheid en beveiliging van geautomatiseerde gegevensverwerking te waarborgen. 3 De functiescheidingen binnen de geautomatiseerde gegevensverwerking sluiten aan bij de organisatiestructuur. 4 Onverminderd het eerste lid beschikt een bank over een netwerk- en informatiesysteem dat wordt opgericht en beheerd overeenkomstig de verordening digitale operationele weerbaarheid. 2024 379 03-12-2024 25-11-2024 2024 379 03-12-2024 25-11-2024 17-01-2025
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 1 artikel 17 Een betaalinstelling, clearinginstelling, elektronischgeldinstelling, bank, kredietunie, premiepensioeninstelling, verzekeraar met beperkte risico-omvang, wisselinstelling of bijkantoor als bedoeld inbeschikt over een organisatieonderdeel dat op onafhankelijke en effectieve wijze een compliancefunctie uitoefent. Het organisatieonderdeel heeft als taak het controleren van de naleving van wettelijke regels en van interne regels die de financiële onderneming of bijkantoor zelf heeft opgesteld. 2 artikel 3:17, eerste lid 3:23, tweede lid, van de wet Het organisatieonderdeel, bedoeld in het eerste lid, van een bank als bedoeld in, ofdie in Nederland beleggingsdiensten mag verlenen of beleggingsactiviteiten mag verrichten, heeft voorts als taak: a. het adviseren van de personen die verantwoordelijk zijn voor het verlenen van beleggingsdiensten of het verrichten van beleggingsactiviteiten bij de naleving van wettelijke regels en interne regels; b. het toezien op de deugdelijkheid en effectiviteit van de interne regels en procedures; c. het beoordelen van de effectiviteit van de procedures die zijn opgesteld en maatregelen die zijn genomen om gesignaleerde onvolkomenheden bij de naleving van wettelijke regels en interne regels op te heffen; en d. het ten minste jaarlijks rapporteren aan de personen die het dagelijks beleid van de bank bepalen en aan het orgaan, indien aanwezig, dat is belast met toezicht op het beleid en de algemene gang van zaken van de bank inzake aangelegenheden met betrekking tot de naleving van wettelijke regels en interne regels. In de jaarlijkse rapportage wordt met name vermeld of maatregelen zijn genomen in het geval van gesignaleerde tekortkomingen. 3 Het organisatieonderdeel van een bank als bedoeld in het tweede lid beschikt over de nodige autoriteit, middelen, deskundigheid en toegang tot alle noodzakelijke informatie om haar taken onafhankelijk en effectief te kunnen uitoefenen. 2015 512 18-12-2015 10-12-2015 2015 513 18-12-2015 11-12-2015 01-01-2016 2015 308 28-07-2015 10-07-2015 2015 309 28-07-2015 10-07-2015 01-01-2016
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 artikel 17 De opdracht tot onderzoek van de jaarrekening van een betaalinstelling, clearinginstelling, elektronischgeldinstelling, bank, kredietunie, premiepensioeninstelling, verzekeraar met beperkte risico-omvang of bijkantoor als bedoeld inaan de externe accountant voorziet in een toetsing en beoordeling op hoofdlijnen met betrekking tot de toereikendheid van de organisatie-inrichting en risicobeheersing. 2015 512 18-12-2015 10-12-2015 2015 513 18-12-2015 11-12-2015 01-01-2016 2015 308 28-07-2015 10-07-2015 2015 309 28-07-2015 10-07-2015 01-01-2016
Artikel 22a — Artikel 22a#
Artikel 22a De werknemers van een bank met zetel in Nederland die in Nederland beleggingsdiensten mag verlenen of beleggingsactiviteiten mag verrichten en andere personen die door de bank zijn belast met het verrichten van zodanige werkzaamheden beschikken over de nodige vakbekwaamheid en deskundigheid om de hun toevertrouwde verantwoordelijkheden uit te oefenen. 2014 303 30-07-2014 15-07-2014 2014 304 30-07-2014 15-07-2014 01-08-2014
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 1 artikelen 3:17, eerste en derde lid 3:22 3:23 3:24a 3:24b 3:24c 3:26 3:27 van de wet Een bank, beheerder van een icbe, beleggingsonderneming, betaalinstelling, clearinginstelling, elektronischgeldinstelling, kredietunie, premiepensioeninstelling, verzekeraar met beperkte risico-omvang, wisselinstelling of bijkantoor als bedoeld in de,,,,,,ofvoert beleid gericht op het beheersen van relevante risico’s. 2 Onder relevante risico’s, bedoeld in het eerste lid, worden in het bijzonder verstaan het concentratierisico, krediet- en tegenpartijrisico, liquiditeitsrisico, marktrisico, operationeel risico, renterisico voortvloeiend uit niet-handelsactiviteiten, restrisico, risico van buitensporige hefboomwerking, securitisatierisico, verzekeringsrisico en afkooprisico. 3 Het beleid wordt vastgelegd in procedures en maatregelen ter beheersing van relevante risico’s en geïntegreerd in de bedrijfsprocessen. De procedures en maatregelen die zijn gericht op de beheersing van het liquiditeitsrisico hebben betrekking op het beheer van de actuele en toekomstige netto financiële positie en behoeften. 4 De procedures en maatregelen, bedoeld in het derde lid, bestaan onder meer uit autorisatieprocedures, limietstellingen, limietbewaking en procedures en maatregelen voor noodsituaties en zijn afgestemd op de aard, de omvang, het risicoprofiel en de complexiteit van de werkzaamheden van de financiële onderneming of bijkantoor. 5 De procedures en maatregelen, bedoeld in het derde lid, worden vastgelegd en ter kennis gebracht van alle relevante bedrijfsonderdelen van de financiële onderneming of het bijkantoor. 6 De financiële onderneming, niet zijnde een beleggingsonderneming in de zin van de richtlijn prudentieel toezicht beleggingsondernemingen, heeft een onafhankelijke risicobeheerfunctie die op systematische wijze een onafhankelijk risicobeheer uitvoert dat gericht is op het identificeren, meten en evalueren van de risico’s waaraan de financiële onderneming of het bijkantoor is of kan worden blootgesteld. Het risicobeheer wordt zowel uitgevoerd ten aanzien van de financiële onderneming of het bijkantoor als geheel als ten aanzien van de onderscheiden bedrijfsonderdelen. 7 De risicobeheerfunctie beschikt over de nodige autoriteit en toegang tot alle noodzakelijke informatie om haar taken te kunnen uitoefenen. 8 artikel 3:17, eerste of derde lid 3:23 3:27 van de wet Een bank, beleggingsonderneming onder de verordening kapitaalvereisten of clearinginstelling als bedoeld in,ofhoudt in aanvulling op het tweede lid rekening met de risico’s die voortvloeien uit de macro-economische omgeving waarin de onderneming actief is en die verband houden met de stand van de conjunctuurcyclus. 9 artikel 3:17, derde lid, van de wet Een beleggingsonderneming in de zin van de richtlijn prudentieel toezicht beleggingsondernemingen als bedoeld in, niet zijnde een kleine en niet-verweven beleggingsonderneming als bedoeld in artikel 12, eerste lid, van de verordening prudentiële vereisten voor beleggingsondernemingen, houdt in aanvulling op het tweede lid tevens rekening met de risico’s die voortvloeien uit de macro-economische omgeving waarin zij actief is en die verband houden met haar bedrijfscyclus en de risico’s die zij voor anderen inhoudt of kan inhouden. 10 artikel 3:22 van de wet Een beleggingsonderneming als bedoeld inwaarop, zou zij haar zetel hebben in een lidstaat: a. de verordening kapitaalvereisten van toepassing zou zijn, voldoet aan de op een beleggingsonderneming onder de verordening kapitaalvereisten van toepassing zijnde verplichting bedoeld in het achtste lid; of b. de verordening prudentiële vereisten voor beleggingsondernemingen van toepassing zou zijn, voldoet aan de op een beleggingsonderneming in de zin van de richtlijn prudentieel toezicht beleggingsondernemingen van toepassing zijnde verplichting bedoeld in het negende lid. 2021 571 25-11-2021 19-11-2021 2021 571 25-11-2021 19-11-2021 26-11-2021 De wijziging op het zesde lid is niet voor de tweede en derde keer doorgevoerd.
Artikel 23a — Artikel 23a#
Artikel 23a artikel 23, eerste en derde tot en met vijfde lid Het beleid en de procedures en maatregelen, bedoeld in: a. artikel 23, tiende lid, aanhef en onderdeel a van een bank, een beleggingsonderneming onder de verordening kapitaalvereisten, een beleggingsonderneming als bedoeld in, of een clearinginstelling voldoen aan de op de betrokken onderneming van toepassing zijnde technische criteria voor de organisatie en behandeling van risico’s in de artikelen 79 tot en met 87 van de richtlijn kapitaalvereisten; b. artikel 23, tiende lid, aanhef en onderdeel b van een beleggingsonderneming in de zin van de richtlijn prudentieel toezicht beleggingsondernemingen en een beleggingsonderneming als bedoeld in, voldoen aan de technische criteria voor de organisatie en behandeling van risico’s, bedoeld in de artikelen 26, eerste lid, onderdelen b en c, derde lid, en 29, eerste lid, van de richtlijn prudentieel toezicht beleggingsondernemingen en indien de beleggingsonderneming kwalificeert als kleine en niet-verweven beleggingsonderneming als bedoeld in artikel 12, eerste lid, van de verordening prudentiële vereisten voor beleggingsondernemingen aan die bedoeld in artikel 29, eerste lid, onderdelen a, c, en d, van die richtlijn. 2021 571 25-11-2021 19-11-2021 2021 571 25-11-2021 19-11-2021 26-11-2021
Artikel 23.0a — Artikel 23.0a#
Artikel 23.0a Verordening (EU) 2019/2088 In aanvulling op artikel 23, eerste lid, omvat het risicobeheerbeleid van een beheerder van een icbe procedures ter beheersing van duurzaamheidsrisico’s als bedoeld in artikel 2, onder 22, vanvan het Europees Parlement en de Raad van 27 november 2019 betreffende informatieverschaffing over duurzaamheid in de financiëledienstensector (PbEU 2019, L 317). 2022 350 07-09-2022 30-08-2022 2022 350 07-09-2022 30-08-2022 08-09-2022
Artikel 23aa — Artikel 23aa Renterisicomaatregelen#
Artikel 23aa Renterisicomaatregelen 1 De Nederlandsche Bank kan een bank of beleggingsonderneming onder de verordening kapitaalvereisten verplichten de gestandaardiseerde methode, bedoeld in artikel 84, eerste lid, van de richtlijn kapitaalvereisten te gebruiken indien zij van oordeel is dat de interne systemen die de bank of beleggingsonderneming heeft voor de beoordeling van renterisico’s als bedoeld in dat artikellid niet adequaat zijn. 2 De Nederlandsche Bank kan een kleine en niet-complexe instelling, als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel 145 van de verordening kapitaalvereisten, verplichten de gestandaardiseerde methode te gebruiken indien zij van oordeel is dat de vereenvoudigde gestandaardiseerde methode, bedoeld in artikel 84, eerste lid, van de richtlijn kapitaalvereisten niet adequaat is voor het ondervangen van renterisico’s als bedoeld in dat artikellid. 2021 571 25-11-2021 19-11-2021 2021 571 25-11-2021 19-11-2021 26-11-2021 Abusievelijk is een wijzigingsopdracht geformuleerd die niet
geheel juist is.
Artikel 23b — Artikel 23b#
Artikel 23b 1 artikel 23, eerste lid Het bestuur van een bank, beleggingsonderneming of clearinginstelling als bedoeld in, en, indien aanwezig, het orgaan dat is belast met toezicht op het beleid en de algemene gang van zaken van de onderneming: a. zijn betrokken bij het beleid gericht op het beheersen van relevante risico’s overeenkomstig artikel 76, eerste en tweede lid, van de richtlijn kapitaalvereisten, dan wel, in het geval van een beleggingsonderneming in de zin van de richtlijn prudentieel toezicht beleggingsondernemingen, overeenkomstig artikel 28, eerste en tweede lid, van de richtlijn prudentieel toezicht beleggingsondernemingen; b. worden daarbij bijgestaan en geadviseerd door een risicocommissie overeenkomstig artikel 76, derde lid, van de richtlijn kapitaalvereisten, dan wel, in het geval van een beleggingsonderneming in de zin van de richtlijn prudentieel toezicht beleggingsondernemingen, overeenkomstig artikel 28, vierde lid, van de richtlijn prudentieel toezicht beleggingsondernemingen; en c. hebben voldoende toegang tot informatie betreffende de risicosituatie van de financiële onderneming, de risicobeheerfunctie en de adviezen van externe deskundigen overeenkomstig artikel 76, vierde lid, van de richtlijn kapitaalvereisten, dan wel, in het geval van een beleggingsonderneming in de zin van de richtlijn prudentieel toezicht beleggingsondernemingen, overeenkomstig artikel 28, derde en vijfde lid, van de richtlijn prudentieel toezicht beleggingsondernemingen. 2 De risicobeheerfunctie van een bank, beleggingsonderneming onder de verordening kapitaalvereisten of clearinginstelling als bedoeld in het eerste lid is ingericht overeenkomstig artikel 76, vijfde lid, van de richtlijn kapitaalvereisten. 3 artikel 17d artikel 31f van het Besluit gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft Het eerste lid, onderdeel b, vindt slechts toepassing, indien de bank of beleggingsonderneming onder de verordening kapitaalvereisten significant is ingevolge, respectievelijkdan wel indien de beleggingsonderneming in de zin van de richtlijn prudentieel toezicht beleggingsondernemingen niet voldoet aan de criteria bedoeld in artikel 32, vierde lid, onderdeel a, van de richtlijn prudentieel toezicht beleggingsondernemingen. 4 Artikel 23, tiende lid , is van overeenkomstige toepassing. 5 Het eerste en derde lid zijn niet van toepassing op een beleggingsonderneming in de zin van de richtlijn prudentieel toezicht beleggingsondernemingen die kwalificeert als kleine en niet-verweven beleggingsonderneming als bedoeld in artikel 12, eerste lid, van de verordening prudentiële vereisten voor beleggingsondernemingen. 2021 571 25-11-2021 19-11-2021 2021 571 25-11-2021 19-11-2021 26-11-2021
Artikel 23c — Artikel 23c#
Artikel 23c 1 artikel 23, eerste lid Een clearinginstelling als bedoeld in, beschikt over een plan dat voorziet in een duurzaam herstel van de financiële positie van de onderneming na een aanzienlijke verslechtering van de financiële positie. 2 Het plan, bedoeld in het eerste lid, wordt afgestemd op de aard, de omvang, het risicoprofiel en de complexiteit van de werkzaamheden van de clearinginstelling. 3 De Nederlandsche Bank kan nadere regels stellen met betrekking tot het eerste en tweede lid. 2015 433 25-11-2015 16-11-2015 2015 435 25-11-2015 16-11-2015 26-11-2015 Abusievelijk is voor het eerste lid een wijzigingsopdracht
geformuleerd die niet geheel juist is.
Artikel 23d — Artikel 23d#
Artikel 23d 1 artikel 3A:2 van de wet artikel 3A:1 van de wet Een bank of beleggingsonderneming als bedoeld indie geen deel uitmaakt van een groep als bedoeld in, beschikt over een herstelplan dat door de Nederlandsche Bank is goedgekeurd en dat voorziet in maatregelen die de onderneming in staat stellen haar financiële positie na een aanzienlijke verslechtering ervan te herstellen. Een herstelplan wordt ter goedkeuring voorgelegd na vaststelling door het bestuur van de onderneming. 2 Het herstelplan voldoet aan de eisen ingevolge de artikelen 5, derde tot en met zesde en tiende lid, en 9, eerste lid, eerste alinea, van de richtlijn herstel en afwikkeling van banken en beleggingsondernemingen. 3 Het herstelplan wordt ten minste eenmaal per jaar herzien en voorts wanneer zich een wezenlijke verandering in de organisatie of bedrijfsvoering van de onderneming voordoet die noodzaakt tot aanpassing van het plan. 4 De Nederlandsche Bank kan toestaan dat het bepaalde in het tweede of derde lid op vereenvoudigde wijze wordt toegepast. 5 artikel 3A:2 van de wet artikel 3A:1 van de wet De Nederlandsche Bank kan, indien zij de consoliderende toezichthouder is, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel 41, van de verordening kapitaalvereisten, besluiten dat een bank of beleggingsonderneming als bedoeld indie deel uitmaakt van een groep als bedoeld in, beschikt over een eigen herstelplan overeenkomstig het eerste en tweede lid. 6 De Nederlandse Bank kan nadere regels stellen met betrekking tot het tweede tot en met vierde lid. 2020 498 04-12-2020 24-11-2020 2020 498 04-12-2020 24-11-2020 29-12-2020
Artikel 23e — Artikel 23e#
Artikel 23e 1 artikel 3A:1 van de wet Een EU-moederonderneming met zetel in Nederland van een groep als bedoeld inbeschikt over een herstelplan dat door de consoliderende toezichthouder, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel 41, van de verordening kapitaalvereisten, is goedgekeurd en dat voorziet in maatregelen met betrekking tot de EU-moederonderneming of haar dochterondernemingen, die de groep in staat stellen haar financiële positie na een aanzienlijke verslechtering ervan te herstellen. Een herstelplan wordt ter goedkeuring voorgelegd na vaststelling door het bestuur van de onderneming. 2 Het groepsherstelplan voldoet aan de eisen ingevolge de artikelen 5, derde tot en met zesde en tiende lid, 7, vierde tot en met zesde lid, en 9, eerste lid, eerste alinea, van de richtlijn herstel en afwikkeling van banken en beleggingsondernemingen. 3 Artikel 23d, derde en vierde lid , is van overeenkomstige toepassing. 4 artikel 23d Een groepsherstelplan dat is goedgekeurd door de consoliderende toezichthouder in een andere lidstaat, is op entiteiten van een groep met zetel in Nederland van toepassing, tenzij de Nederlandsche Bank overeenkomstig artikel 8, vierde lid, van de richtlijn herstel en afwikkeling van banken en beleggingsondernemingen besluit dat deze entiteiten moeten beschikken over een eigen herstelplan, waaropvan overeenkomstige toepassing is. 5 De Nederlandsche Bank kan nadere regels stellen met betrekking tot het tweede en derde lid. 2020 498 04-12-2020 24-11-2020 2020 498 04-12-2020 24-11-2020 29-12-2020
Artikel 23f — Artikel 23f#
Artikel 23f 1 artikelen 23d, eerste of vijfde lid 23e, eerste of vierde lid De inrichting van de bedrijfsvoering van een onderneming of entiteit als bedoeld in de, of, is in overeenstemming met het herstelplan en waarborgt dat het herstelplan zonder wezenlijke belemmeringen ten uitvoer kan worden gelegd, in ieder geval met betrekking tot: a. het risicoprofiel van de onderneming; b. de mogelijkheden tot tijdige herkapitalisatie; c. de strategie en structuur van de onderneming; d. de financieringsstrategie, teneinde de weerbaarheid van de kernbedrijfsonderdelen en kritieke functies te waarborgen; en e. de governancestructuur. 2 De bedrijfsvoering voorziet in een periodieke evaluatie van de indicatoren, bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de richtlijn herstel en afwikkeling van banken en beleggingsondernemingen, voor het uitvoeren van in het herstelplan opgenomen maatregelen. 3 De Nederlandsche Bank kan nadere regels stellen met betrekking tot het eerste en tweede lid. 2015 433 25-11-2015 16-11-2015 2015 435 25-11-2015 16-11-2015 26-11-2015
Artikel 23g — Artikel 23g#
Artikel 23g 1 De Nederlandsche Bank beoordeelt een herstelplan of groepsherstelplan dat haar goedkeuring behoeft binnen zes maanden na de voorlegging ervan, overeenkomstig artikel 6, tweede en derde lid, van de richtlijn herstel en afwikkeling van banken en beleggingsondernemingen. 2 De beoordeling van een groepsherstelplan geschiedt overeenkomstig de afstemmingsprocedure van artikel 8 van de richtlijn herstel en afwikkeling van banken en beleggingsondernemingen. 3 Indien het herstelplan wezenlijke tekortkomingen vertoont of indien er wezenlijke belemmeringen zijn voor de tenuitvoerlegging van het herstelplan, wordt goedkeuring aan het plan onthouden. Binnen twee maanden legt de indiener van het herstelplan opnieuw een herstelplan ter goedkeuring voor, waarbij de bij de afwijzing geconstateerde tekortkomingen of belemmeringen zijn weggenomen. 4 De Nederlandsche Bank kan nadere regels stellen met betrekking tot het eerste en derde lid. 2015 433 25-11-2015 16-11-2015 2015 435 25-11-2015 16-11-2015 26-11-2015
Artikel 23h — Artikel 23h#
Artikel 23h artikelen 23d, eerste of vijfde lid 23e, eerste of vierde lid artikel 23f, tweede lid Indien een onderneming, entiteit of groep als bedoeld in de, of, uitvoering geeft aan maatregelen die zijn opgenomen in het herstelplan of deze maatregelen achterwege laat in afwijking van de uitkomsten van de indicatoren, bedoeld in, doet de onderneming, de entiteit of de EU-moederonderneming van de groep daarvan onverwijld mededeling aan de Nederlandsche Bank. 2015 433 25-11-2015 16-11-2015 2015 435 25-11-2015 16-11-2015 26-11-2015
Artikel 23i — Artikel 23i#
Artikel 23i 1 artikel 23, eerste lid hoofdstuk 1.7 Deel Prudentieel toezicht financiële ondernemingen van de wet Een bank of beleggingsonderneming als bedoeld in, beschikt over passende procedures die haar werknemers in staat stellen om door hen geconstateerde mogelijke of feitelijke overtredingen van de verordening kapitaalvereisten, de verordening prudentiële vereisten voor beleggingsondernemingen of het bij of krachtensen hetbepaalde intern te melden. 2 Artikel 23, tiende lid Deze procedures voldoen aan de vereisten in artikel 71, tweede lid, onderdelen b, c en d, en derde lid, van de richtlijn kapitaalvereisten, of, in het geval van beleggingsondernemingen in de zin van de richtlijn prudentieel toezicht beleggingsondernemingen, aan de vereisten in artikel 22, eerste lid, onderdelen b, c en d, van de richtlijn prudentieel toezicht beleggingsondernemingen., is van overeenkomstige toepassing. 2021 571 25-11-2021 19-11-2021 2021 571 25-11-2021 19-11-2021 26-11-2021
Artikel 23j — Artikel 23j#
Artikel 23j 1 artikel 23, eerste lid De beheerder van een icbe vermeldt in het beleid, bedoeld in: a. de technieken, instrumenten en regelingen om te allen tijde de risico’s te kunnen meten en beheren waaraan elke door hem beheerde instelling voor collectieve belegging in effecten is of zou kunnen worden blootgesteld; b. de verantwoordelijkheden binnen de organisatie van de beheerder met betrekking tot het risicobeheer; en c. artikel 23, zesde lid de voorwaarden, inhoud en frequentie van de rapportage door de risicobeheerfunctie, bedoeld in, aan de personen die het dagelijks beleid van de beheerder van de icbe bepalen en aan het orgaan, indien aanwezig, dat is belast met toezicht op het beleid en de algemene gang van zaken van de beheerder. 2 artikel 23, derde lid De procedures en maatregelen, bedoeld in, stellen een beheerder van een icbe in staat: a. te allen tijde de risico’s te kunnen meten waaraan de instelling voor collectieve belegging in effecten wordt of zou kunnen worden blootgesteld; en b. artikelen 133 134 van het Besluit gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft de naleving van limieten voor het totale risico en het tegenpartijrisico voor elke door hem beheerde instelling voor collectieve belegging in effecten, bedoeld in deen, te waarborgen. 3 Een beheerder van een icbe neemt voor de toepassing van het tweede lid de volgende maatregelen: a. artikel 23, derde lid zorgen voor procedures en maatregelen, bedoeld in, die noodzakelijk zijn om te garanderen dat de risico’s van ingenomen posities en het aandeel van deze posities in het totale risicoprofiel nauwkeurig en op basis van degelijke en betrouwbare gegevens worden gemeten en dat deze procedures en maatregelen op adequate wijze zijn gedocumenteerd; b. artikel 23, derde lid zorgen dat in de procedures en maatregelen, bedoeld in, voor de beoordeling van de kredietwaardigheid van de activa van de icbe niet uitsluitend of mechanisch wordt uitgegaan van ratings, uitgegeven door een ratingbureau; c. in voorkomend geval, achteraf uitvoeren van periodieke tests om de geldigheid te evalueren van regels met betrekking tot risicometingregelingen die modelmatige prognoses en ramingen omvatten; d. in voorkomend geval, uitvoeren van periodieke stresstests en scenarioanalyses om de eventueel uit wisselende marktomstandigheden voortvloeiende risico’s aan te pakken die negatieve gevolgen voor de instelling voor collectieve belegging in effecten kunnen hebben; e. artikel 23, tweede lid het opzetten, implementeren en in stand houden van een gedocumenteerd systeem van interne limieten voor de maatregelen die worden genomen om de relevante risico’s voor elke beheerde instelling voor collectieve belegging in effecten te beheren en te controleren, waarbij rekening wordt gehouden met relevante risico’s als bedoeld in, en waarbij overeenstemming met het risicoprofiel van de instelling voor collectieve belegging in effecten wordt gewaarborgd; f. zorgen dat voor elke door hem beheerde instelling voor collectieve belegging in effecten de huidige risico-omvang voldoet aan het risicolimietensysteem, bedoeld in onderdeel d; en g. opzetten, implementeren en in stand houden van adequate procedures die in geval van feitelijke en voorzienbare inbreuken op het risicolimietensysteem van de instelling voor collectieve belegging in effecten tot tijdige herstelmaatregelen in belang van de deelnemers leiden. 2015 433 25-11-2015 16-11-2015 2015 435 25-11-2015 16-11-2015 26-11-2015 Voorheen art. 23f.
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 1 artikel 23, eerste lid Een bank, beheerder van een icbe, beleggingsonderneming, betaalinstelling, clearinginstelling, elektronischgeldinstelling, kredietunie, premiepensioeninstelling, verzekeraar met beperkte risico-omvang, wisselinstelling of bijkantoor als bedoeld in, ziet er op systematische wijze op toe dat de procedures en maatregelen, bedoeld in artikel 23, derde lid, worden nageleefd en zorgt ervoor dat gesignaleerde tekortkomingen of gebreken worden opgeheven. 2 528 545a 547 van boek 7 van het Burgerlijk Wetboek Een betaaldienstverlener die betaaldiensten verleent als bedoeld onder 7 van de bijlage bij de richtlijn betaaldiensten, beschikt over een beroepsaansprakelijkheidsverzekering, of over een andere vergelijkbare waarborg, tegen aansprakelijkheid ingevolge de artikelen,of. 3 Een betaaldienstverlener die betaaldiensten verleent als bedoeld onder 8 van de bijlage bij de richtlijn betaaldiensten, beschikt over een verzekering, of over een andere vergelijkbare waarborg, tegen aansprakelijkheid jegens de rekeninghoudende betaaldienstverlener of de betaaldienstgebruiker als gevolg van niet-toegestane of frauduleuze toegang tot of niet-toegestaan of frauduleus gebruik van betaalrekeninginformatie. 2019 59 18-02-2019 08-02-2019 2019 60 18-02-2019 08-02-2019 19-02-2019
Artikel 24a — Artikel 24a#
Artikel 24a 1 artikel 23, achtste lid en tiende lid, aanhef en onderdeel a Een bank of beleggingsonderneming als bedoeld in, beschikt over solide, doeltreffende en alomvattende strategieën en procedures aan de hand waarvan zij doorlopend nagaat of en ervoor zorgt dat de hoogte, samenstelling en verdeling van haar toetsingsvermogen aansluiten op de omvang en de aard van haar de korte- en langetermijnrisico’s waaraan zij blootstaat of zou kunnen blootstaan. 2 Een verzekeraar met beperkte risico-omvang gaat regelmatig na hoe zijn solvabiliteit zich verhoudt tot de korte- en langetermijnrisico’s waaraan hij blootstaat of zou kunnen blootstaan. 2021 571 25-11-2021 19-11-2021 2021 571 25-11-2021 19-11-2021 26-11-2021
Artikel 24a1 — Artikel 24a1#
Artikel 24a1 1 artikel 23, negende lid en tiende lid, aanhef en onderdeel b Een beleggingsonderneming als bedoeld in, beschikt over solide, doeltreffende en allesomvattende strategieën en procedures aan de hand waarvan zij doorlopend nagaat of en ervoor zorgt dat de hoogte, samenstelling en verdeling van haar toetsingsvermogen en haar liquide activa aansluiten op de omvang en de aard van de risico’s waaraan zij blootstaat, zou kunnen blootstaan en die zij voor anderen kan inhouden. 2 De Nederlandsche Bank kan categorieën beleggingsondernemingen in de zin van de richtlijn prudentieel toezicht beleggingsondernemingen die kwalificeren als kleine en niet-verweven beleggingsonderneming als bedoeld in artikel 12, eerste lid, van de verordening prudentiële vereisten voor beleggingsondernemingen, verplichten te voldoen aan het eerste lid, indien zij dit passend acht. 2021 571 25-11-2021 19-11-2021 2021 571 25-11-2021 19-11-2021 26-11-2021
Artikel 24a2 — Artikel 24a2#
Artikel 24a2 1 artikelen 23 23a 23b artikelen 29a, vierde lid 31ga van het Besluit Gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft artikel 3 van het Besluit uitvoering publicatieverplichtingen richtlijnen kapitaalvereisten Indien een beleggingsonderneming in de zin van de richtlijn prudentieel toezicht beleggingsondernemingen die eerst niet kwalificeerde als kleine en niet-verweven beleggingsonderneming als bedoeld in artikel 12, eerste lid, van de verordening prudentiële vereisten voor beleggingsondernemingen, op enig moment wel als zodanig kwalificeert dan mag zij aan de,envan dit besluit, de, enenen prudentieel toezicht beleggingsondernemingen voldoen als kleine en niet-verweven beleggingsonderneming zodra een periode van zes aaneengesloten maanden is verstreken vanaf de datum waarop zij voor het eerst als zodanig heeft gekwalificeerd, zij gedurende die periode doorlopend als zodanig heeft gekwalificeerd en mits zij de Nederlandsche Bank daarvan in kennis heeft gesteld. 2 artikelen 23 23a 23b artikelen 29a, vierde lid 31ga van het Besluit Gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft artikel 3 van het Besluit uitvoering publicatieverplichtingen richtlijnen kapitaalvereisten Indien een beleggingsonderneming in de zin van de richtlijn prudentieel toezicht beleggingsondernemingen niet langer kwalificeert als kleine en niet-verweven beleggingsonderneming als bedoeld in artikel 12, eerste lid, van de verordening prudentiële vereisten voor beleggingsondernemingen, dan stelt zij de Nederlandsche Bank daarvan in kennis en voldoet zij binnen twaalf maanden na de datum waarop zij niet meer als zodanig kwalificeert aan de,envan dit besluit, de, enenen prudentieel toezicht beleggingsondernemingen, als beleggingsonderneming in de zin van de richtlijn prudentieel toezicht beleggingsondernemingen niet zijnde een kleine en niet-verweven beleggingsonderneming. 2024 379 03-12-2024 25-11-2024 2024 379 03-12-2024 25-11-2024 17-01-2025
Artikel 24b — Artikel 24b#
Artikel 24b 1 artikel 23, zesde lid artikel 3:23, tweede lid, van de wet artikel 3:22 van de wet Het risicobeheer, bedoeld in, van een bank die in Nederland beleggingsdiensten mag verlenen of beleggingsactiviteiten mag verrichten, een bank als bedoeld in, een beheerder van een icbe, een beleggingsonderneming onder de verordening kapitaalvereisten en een beleggingsonderneming als bedoeld in, waarop, zou zij haar zetel hebben in een lidstaat de verordening kapitaalvereisten van toepassing zou zijn oefent controle uit op: a. artikel 23, derde lid de deugdelijkheid en effectiviteit van de door de bank, beheerder van een icbe of beleggingsonderneming vastgestelde procedures en maatregelen, bedoeld in; b. artikel 23, derde lid de mate waarin de bank, beheerder van een icbe of beleggingsonderneming en haar medewerkers de procedures en maatregelen, bedoeld in, naleven; en c. de deugdelijkheid en effectiviteit van de maatregelen die zijn genomen om gesignaleerde tekortkomingen of gebreken op te heffen. 2 Het risicobeheer rapporteert ten minste jaarlijks aan personen die het dagelijks beleid van de bank, beheerder of beleggingsonderneming bepalen en aan het orgaan, indien aanwezig, dat is belast met toezicht op het beleid en de algemene gang van zaken van de bank, beheerder of beleggingsonderneming. In de jaarlijkse rapportage wordt met name aangegeven of maatregelen zijn genomen in het geval van gesignaleerde onvolkomenheden. 3 Het risicobeheer van een beheerder van een icbe brengt regelmatig verslag uit aan de personen die het dagelijks beleid van de beheerder bepalen en aan het orgaan, indien aanwezig, dat is belast met het toezicht op het beleid en de algemene gang van zaken van de beheerder over: a. de consistentie tussen de actuele omvang van het risico dat elke door hem beheerde instelling voor collectieve belegging in effecten loopt, en het risicoprofiel dat voor deze instelling voor collectieve belegging in effecten is overeengekomen; b. de nakoming van het relevante risicolimietensysteem door elke door hem beheerde instelling voor collectieve belegging in effecten; en c. de deugdelijkheid en effectiviteit van de risicobeheerprocedure, waarbij met name wordt aangegeven of passende maatregelen zijn genomen in het geval van gesignaleerde onvolkomenheden. 4 Het risicobeheer van een beheerder van een icbe brengt aan de personen die het dagelijks beleid bepalen van de beheerder: a. advies uit betreffende de identificatie van het risicoprofiel van elke door de beheerder beheerde instelling voor collectieve belegging in effecten; en b. regelmatig verslag uit over de actuele omvang van het risico dat elke door de beheerder beheerde instelling voor collectieve belegging in effecten loopt en feitelijke of voorzienbare inbreuken op de limieten van de desbetreffende instelling voor collectieve belegging in effecten opdat onmiddellijk passende maatregelen kunnen worden ondernomen. 5 artikelen 34, eerste lid, onderdeel g, en derde lid 34a van het Besluit Gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft Het risicobeheer van een beheerder van een icbe onderzoekt en ondersteunt in voorkomend geval de procedures en maatregelen, bedoeld in de, en. 2021 571 25-11-2021 19-11-2021 2021 571 25-11-2021 19-11-2021 26-11-2021
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 artikel 23, eerste lid Indien een beleggingsonderneming, betaalinstelling, clearinginstelling, elektronischgeldinstelling, bank of bijkantoor als bedoeld in, gebruik maakt van intern ontwikkelde modellen, beoordeelt deze die modellen en de gehanteerde veronderstellingen en variabelen op systematische wijze op validiteit, onder meer door voorspellingen van het model te vergelijken met de werkelijke uitkomsten. 2015 308 28-07-2015 10-07-2015 2015 309 28-07-2015 10-07-2015 01-01-2016
Artikel 25a — Artikel 25a#
Artikel 25a artikel 3A:2 van de wet De Nederlandsche Bank kan een entiteit als bedoeld inverplichten gedetailleerde gegevens bij te houden over financiële contracten als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel 100, van de richtlijn herstel en afwikkeling van banken en beleggingsondernemingen waarbij zij partij is, indien dit nodig is met het oog op: a. artikelen 23d 23e het opstellen of het uitvoeren van een herstelplan als bedoeld in deof; of b. hoofdstuk 3A.1 van de wet de toepassing vanof de verordening gemeenschappelijk afwikkelingsmechanisme. 2023 23 27-01-2023 23-01-2023 2023 90 22-03-2023 10-03-2023 23-03-2023
Artikel 25b — Artikel 25b#
Artikel 25b artikel 2:67a, tweede lid, van de wet artikel 2:69c, tweede lid, van de wet artikelen 23, eerste tot en met vijfde lid en negende lid 23a, aanhef en onderdeel b 23b, eerste, derde en vierde lid 24a1 Artikel 24a2 artikelen 23 23a 23b Een beheerder van een beleggingsinstelling of een beheerder van een icbe die een activiteit verricht of een beleggingsdienst verleent op grond van, respectievelijk, voldoet aan het bepaalde in de,,, envoor een beleggingsonderneming in de zin van de richtlijn prudentieel toezicht beleggingsondernemingen of voor een beleggingsonderneming die kwalificeert als klein en niet-verweven als bedoeld in artikel 12, eerste lid, van de verordening prudentiële vereisten voor beleggingsondernemingen indien wordt voldaan aan de voorwaarden bedoeld in dat artikel., voor zover het de toepassing van de,enbetreft, is van overeenkomstige toepassing. 2021 571 25-11-2021 19-11-2021 2021 571 25-11-2021 19-11-2021 26-11-2021
Artikel 26 — Artikel 26#
Artikel 26 1 Een beheerder van een icbe, een bewaarder, pensioenbewaarder of premiepensioeninstelling beschikt over procedures en maatregelen die waarborgen dat de omvang en samenstelling van en mutaties in de aan te houden financiële waarborgen getrouw en volledig kunnen worden vastgesteld. 2 Met het oog op de bewaking en beheersing van solvabiliteitsrisico’s voorziet de bedrijfsvoering van een beheerder van een icbe of een premiepensioeninstelling in ieder geval in de bewaking en beheersing van de: a. aard en omvang van de activa en passiva; b. niet uit de balans blijkende verplichtingen; en c. resultaatontwikkeling, uitgesplitst naar de onderscheiden bedrijfsactiviteiten en bedrijfsonderdelen. 3 Met het oog op de bewaking en beheersing van liquiditeitsrisico’s voorziet de bedrijfsvoering van een beheerder van een icbe voor elke icbe die hij beheert onder meer in autorisatieprocedures, limietstellingen, limietbewaking en procedures en maatregelen voor noodsituaties met betrekking tot de liquiditeitspositie van de icbe. 4 In voorkomend geval voert een beheerder van een icbe stresstests uit die een beoordeling van het liquiditeitsrisico van de instelling voor collectieve belegging in effecten in uitzonderlijke omstandigheden mogelijk maken. 5 De beheerder van een icbe draagt er zorg voor dat voor elke door hem beheerde instelling voor collectieve belegging in effecten het liquiditeitsprofiel past bij het terugbetalingsbeleid dat in het fondsreglement, in de statuten of in het prospectus is vastgelegd. 2018 516 28-12-2018 19-12-2018 2018 517 28-12-2018 19-12-2018 13-01-2019
Artikel 26.0 — Artikel 26.0#
Artikel 26.0 1 artikel 23, derde lid De procedures en maatregelen van een premiepensioeninstelling ter beheersing van de relevante risico’s, bedoeld in, zijn gericht op de relevante risico’s waaraan de premiepensioeninstelling wordt of kan worden blootgesteld, alsmede op de risico’s voor de door de premiepensioeninstelling uitgevoerde pensioenregelingen, waarbij de onderlinge afhankelijkheden en relaties in acht worden genomen. 2 artikel 23, tweede lid Tot de relevante risico’s voor een premiepensioeninstelling worden, in aanvulling op de risico’s, bedoeld in, tevens gerekend: a. risico’s in verband met afgestemd beheer van activa en passiva; b. risico’s in verband met beleggingen, met name derivatencontracten, securitisaties en vergelijkbare overeenkomsten; c. risico’s in verband met verzekering en andere risicobeperkingstechnieken; d. bestaande of opkomende risico’s met betrekking tot het milieu, maatschappelijk verantwoord ondernemen of behoorlijk bestuur, waaronder risico’s op het gebied van klimaatverandering, het gebruik van hulpbronnen, maatschappelijke risico’s of risico’s in verband met waardevermindering van activa als gevolg van gewijzigde regelgeving; en e. de risico’s die de pensioendeelnemers, gewezen pensioendeelnemers of pensioengerechtigden dragen overeenkomstig de voorwaarden van de pensioenregeling, vanuit het oogpunt van de pensioendeelnemer of pensioengerechtigde. 3 artikel 23, derde lid Een premiepensioeninstelling draagt er zorg voor dat de procedures en maatregelen, bedoeld in, tevens procedures omvatten voor het rapporteren van relevante risico’s door de risicobeheerfunctie aan het bestuur en, indien aanwezig, het toezichthoudend orgaan van de premiepensioeninstelling. 4 artikel 23, eerste lid De premiepensioeninstelling evalueert het beleid, bedoeld in, ten minste eenmaal per drie jaar en past het beleid in geval van een belangrijke wijziging op het gebied van het risicobeheer of met betrekking tot de overige onderdelen van de bedrijfsvoering zo spoedig mogelijk aan. 5 artikel 23, derde lid De premiepensioeninstelling draagt er zorg voor dat in de procedures en maatregelen, bedoeld in, voor de beoordeling van de kredietwaardigheid van de activa niet uitsluitend of mechanisch wordt uitgegaan van ratings, uitgegeven door een ratingbureau. 2018 516 28-12-2018 19-12-2018 2018 517 28-12-2018 19-12-2018 13-01-2019
Artikel 26.01 — Artikel 26.01#
Artikel 26.01 Artikel 17aa, derde lid artikelen 5, eerste lid 17ab , is van overeenkomstige toepassing op de uitoefening van de risicobeheerfunctie bij een premiepensioeninstelling. De, 17aa, vierde lid, enzijn van overeenkomstige toepassing op de personen die verantwoordelijk zijn voor de risicobeheerfunctie van een premiepensioeninstelling. 2018 516 28-12-2018 19-12-2018 2018 517 28-12-2018 19-12-2018 13-01-2019
Artikel 26.02 — Artikel 26.02#
Artikel 26.02 1 Een premiepensioeninstelling voert in het kader van het risicobeheer ten minste eenmaal per drie jaar een eigenrisicobeoordeling uit en legt de resultaten hiervan schriftelijk vast. 2 De eigenrisicobeoordeling en de vastlegging van de resultaten hiervan wordt door de premiepensioeninstelling in aanmerking genomen bij het nemen van strategische beslissingen en omvat in ieder geval: a. artikel 23, tweede lid artikel 26.0, tweede lid een beoordeling van de relevante risico’s, bedoeld inen; b. artikel 23, eerste lid artikel 26.0, eerste en derde lid een beoordeling van de doelmatigheid van het beleid, bedoeld in, en de procedures en maatregelen, bedoeld in artikel 23, derde lid, en; c. een kwalitatieve beoordeling van de mechanismen ter bescherming van de pensioenuitkeringen; d. een beschrijving van de methoden waarover een premiepensioeninstelling beschikt om de risico’s, bedoeld in onderdeel a, te identificeren en evalueren; en e. artikel 23, derde lid een beschrijving van de wijze waarop de eigenrisicobeoordeling overeenkomstig het bepaalde in, is geïntegreerd in de bedrijfsprocessen. 3 Indien het risicoprofiel van de premiepensioeninstelling, dan wel het risicoprofiel van een door de premiepensioeninstelling uitgevoerde pensioenregeling, in belangrijke mate wijzigt, vindt zo spoedig mogelijk een nieuwe eigenrisicobeoordeling plaats, met dien verstande dat bij een wijziging in het risicoprofiel van een specifieke pensioenregeling de eigenrisicobeoordeling beperkt kan blijven tot de betreffende pensioenregeling. 4 De premiepensioeninstelling zendt de door het bestuur vastgestelde resultaten van de eigenrisicobeoordeling of wijzigingen in de resultaten van de eigenrisicobeoordeling zo spoedig mogelijk na de totstandkoming daarvan aan de toezichthouder. 2018 516 28-12-2018 19-12-2018 2018 517 28-12-2018 19-12-2018 13-01-2019
Artikel 26.03 — Artikel 26.03#
Artikel 26.03 De Nederlandsche Bank kan een premiepensioeninstelling de verplichting opleggen om een stresstest uit te voeren, om de financiële omstandigheden van de premiepensioeninstelling te kunnen bepalen of de ontwikkeling ervan te kunnen volgen. 2018 516 28-12-2018 19-12-2018 2018 517 28-12-2018 19-12-2018 13-01-2019
Artikel 26.1 — Artikel 26.1#
Artikel 26.1 Vervallen 2026 122 28-05-2026 04-05-2026 2026 122 28-05-2026 04-05-2026 29-05-2026
Artikel 26.2 — Artikel 26.2#
Artikel 26.2 1 Een verzekeraar met zetel in Nederland, niet zijnde een verzekeraar met beperkte risico-omvang, voldoet met betrekking tot zijn bedrijfsvoering aan de artikelen 41 en 44 tot en met 48 van de richtlijn solvabiliteit II, met inachtneming van titel I, hoofdstuk IX, afdelingen 1 en 2, van de verordening solvabiliteit II. 2 artikel 3:8, eerste lid, derde volzin, van de wet De werknemers van een verzekeraar als bedoeld in het eerste lid, niet zijnde personen als bedoeld in, die een sleutelfunctie vervullen als bedoeld in artikel 42 van de richtlijn solvabiliteit II zijn geschikt voor de vervulling van hun taken. 2015 308 28-07-2015 10-07-2015 2015 309 28-07-2015 10-07-2015 01-01-2016
Artikel 26.3 — Artikel 26.3#
Artikel 26.3 1 De artikelen 41 en 44 tot en met 48 van de richtlijn solvabiliteit II en titel I, hoofdstuk IX, afdelingen 1 en 2, van de verordening solvabiliteit II inzake de bedrijfsvoering van verzekeraars zijn van overeenkomstige toepassing op de volgende verzekeraars, voor zover zij hun bedrijf uitoefenen vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor: a. levensverzekeraars en schadeverzekeraars, niet zijnde verzekeraars met beperkte risico-omvang, met zetel in een staat die geen lidstaat is; b. herverzekeraars met zetel in een niet-aangewezen staat. 2 Artikel 26.2, tweede lid , is van overeenkomstige toepassing op werknemers van verzekeraars als bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en b. 2015 308 28-07-2015 10-07-2015 2015 309 28-07-2015 10-07-2015 01-01-2016
Artikel 26.4 — Artikel 26.4#
Artikel 26.4 De artikelen 319, 320, 321, 324, 326 en 327 van de verordening solvabiliteit II inzake de bedrijfsvoering van entiteiten voor risico-acceptatie zijn van overeenkomstige toepassing op entiteiten voor risico-acceptatie met zetel in een niet-aangewezen staat die hun bedrijf uitoefenen vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor. 2015 308 28-07-2015 10-07-2015 2015 309 28-07-2015 10-07-2015 01-01-2016
Artikel 26.5 — Artikel 26.5#
Artikel 26.5 1 artikel 3:17, tweede lid, onderdeel c, onder 4° artikel 3:23, eerste lid, van de wet Een verzekeraar als bedoeld in, ofbeschikt over een voorbereidend crisisplan dat door de Nederlandsche Bank is goedgekeurd en dat voorziet in maatregelen die de verzekeraar in staat stellen zijn financiële positie na een aanzienlijke verslechtering ervan te herstellen. 2 Een voorbereidend crisisplan wordt ten minste elke drie jaar geëvalueerd en zo nodig bijgewerkt, alsook na elke significante verandering in de juridische structuur, de feitelijke bedrijfsuitoefening of de financiële positie van de verzekeraar. 3 Een aanzienlijke verslechtering van de financiële positie als bedoeld in het eerste lid omvat ten minste een dreigende of daadwerkelijke doorbreking van het solvabiliteitskapitaalvereiste, een dreigende of daadwerkelijke doorbreking van het minimumkapitaalvereiste, alsmede een dreigende of daadwerkelijke verslechtering van de liquiditeitspositie. 4 Het voorbereidende crisisplan bevat in ieder geval: a. de maatregelen voor herstel van de financiële positie in verschillende crisisscenario’s, de verwachte effectiviteit ervan en de voor de uitvoering benodigde tijd; b. een beschrijving van de procedures voor het bepalen van de waarde en verkoopbaarheid van bedrijfsactiviteiten en activa in diverse crisisscenario’s; c. een beschrijving van de wijze waarop het voorbereidende crisisplan in de bestuurs- en bedrijfsvoeringsstructuur is geïntegreerd, alsmede van het beleid en de procedures met betrekking tot de goedkeuring van het voorbereidende crisisplan en de identificatie van de personen in de organisatie die voor de opstelling en uitvoering van het plan verantwoordelijk zijn; d. de wijze waarop de verzekeraar de continue werking van de kritische bedrijfsprocessen waarborgt; e. de wijze waarop de verzekeraar beoogt verzekeringsportefeuilles of delen daarvan met de daarbij behorende activa te verkopen binnen een tijdsbestek dat passend is voor het herstel van de financiële soliditeit; f. voorbereidingen die de verzekeraar heeft getroffen of voornemens is te treffen om de uitvoering van het voorbereidende crisisplan te vergemakkelijken, met inbegrip van maatregelen die nodig kunnen zijn voor een tijdige herkapitalisatie van de verzekeraar; g. indien van toepassing: een samenvatting van wezenlijke veranderingen in de juridische structuur of de feitelijke bedrijfsuitoefening die zich sinds de opstelling van het laatste voorbereidende crisisplan hebben voorgedaan; h. een analyse van het effect van de uitvoering van de in het plan opgenomen maatregelen op de polishouders en, voor zover van toepassing, de rest van de groep; i. een communicatieplan voor de media en het publiek; en, j. indien van toepassing: een beschrijving van de wezenlijke belemmeringen voor de doeltreffende uitvoering van het voorbereidende crisisplan en maatregelen om deze belemmeringen weg te nemen en de voor de uitvoering van die maatregelen benodigde tijd. 5 Indien in het laatst ingediende periodieke toezichtrapport, bedoeld in artikel 304, eerste lid, onderdeel b, van de verordening solvabiliteit II, reeds de in het vierde lid genoemde onderdelen zijn opgenomen, vervalt de verplichting bedoeld in het vierde lid, voor de betreffende onderdelen. 6 De Nederlandsche Bank kan toestaan dat het tweede tot en met vierde lid op vereenvoudigde wijze wordt toegepast. 2018 490 21-12-2018 11-12-2018 2018 491 21-12-2018 11-12-2018 01-01-2019
Artikel 26.6 — Artikel 26.6#
Artikel 26.6 1 artikel 3:288i1, eerste lid, van de wet Een verzekeraar of holding als bedoeld inbeschikt over een voorbereidend groepscrisisplan dat door de Nederlandsche Bank is goedgekeurd en dat voorziet in maatregelen met betrekking tot de verzekeraar, zijn dochterondernemingen of holding, die de groep in staat stellen de financiële positie van de afzonderlijke groepsleden en de groep als geheel na een aanzienlijke verslechtering ervan te herstellen. 2 Het voorbereidende groepscrisisplan bevat een identificatie van de belangrijkste onderdelen van de groep. 3 Artikel 26.5, tweede tot en met vijfde lid , is van overeenkomstige toepassing op een voorbereidend groepscrisisplan. 2018 490 21-12-2018 11-12-2018 2018 491 21-12-2018 11-12-2018 01-01-2019
Artikel 26.7 — Artikel 26.7#
Artikel 26.7 artikel 26.5, eerste lid artikel 26.6, eerste lid De inrichting van de bedrijfsvoering van een verzekeraar als bedoeld in, of van een verzekeraar dan wel holding als bedoeld in, waarborgt dat elke maatregel bedoeld in artikel 26.5, vierde lid, onderdeel a, zonder wezenlijke belemmeringen ten uitvoer kan worden gelegd, in ieder geval met betrekking tot: a. aanpassingen in het risicoprofiel van de verzekeraar; b. de mogelijkheden tot tijdige herkapitalisatie; c. aanpassingen in de strategie en bedrijfsvoering; en d. de financieringsstrategie, teneinde de weerbaarheid van de bedrijfsonderdelen te waarborgen. 2018 490 21-12-2018 11-12-2018 2018 491 21-12-2018 11-12-2018 01-01-2019
Artikel 26.8 — Artikel 26.8#
Artikel 26.8 1 De Nederlandsche Bank beoordeelt een voorbereidend crisisplan of voorbereidend groepscrisisplan binnen zes maanden na de voorlegging ervan. 2 Indien het voorbereidend crisisplan of groepscrisisplan wezenlijke tekortkomingen vertoont of indien er wezenlijke belemmeringen zijn voor de uitvoering van het voorbereidende crisisplan en deze tekortkomingen of belemmeringen niet binnen een redelijke termijn zullen worden weggenomen, wordt goedkeuring aan het plan onthouden. Binnen drie maanden legt de indiener van het voorbereidende crisisplan opnieuw een voorbereidend crisisplan ter goedkeuring voor, waarbij de geconstateerde tekortkomingen of belemmeringen binnen een redelijke termijn zullen worden weggenomen. 2018 490 21-12-2018 11-12-2018 2018 491 21-12-2018 11-12-2018 01-01-2019
Artikel 26.9 — Artikel 26.9#
Artikel 26.9 artikel 26.6, eerste lid artikel 26.5, eerste lid Indien een verzekeraar, onderdeel of holding als bedoeld in, uitvoering geeft aan maatregelen die zijn opgenomen in het voorbereidende crisisplan of deze maatregelen achterwege laat bij een aanzienlijke verslechtering van de financiële positie als bedoeld in, doet de verzekeraar, het onderdeel of de holding daarvan onverwijld mededeling aan de Nederlandsche Bank. 2018 490 21-12-2018 11-12-2018 2018 491 21-12-2018 11-12-2018 01-01-2019
Artikel 26a — Artikel 26a#
Artikel 26a 1 artikel 3:110 Een bank, beleggingsonderneming of financiële instelling die een verklaring van ondertoezichtstelling als bedoeld inheeft, beschikt over procedures en maatregelen die waarborgen dat de voor de uitvoering van de vangnetregelingen noodzakelijke gegevens voortdurend actueel worden bijgehouden en adequaat zijn vastgelegd. 2 De financiële onderneming verstrekt de gegevens, bedoeld in het eerste lid, op verzoek van de Nederlandsche Bank binnen een door de Nederlandsche Bank te bepalen termijn en op een op de Nederlandsche Bank te bepalen wijze. 2015 434 25-11-2015 16-11-2015 2015 435 25-11-2015 16-11-2015 26-11-2015
Artikel 26b — Artikel 26b#
Artikel 26b Afwikkelondernemingen, banken, betaalinstellingen en elektronischgeldinstellingen nemen bij de inrichting van hun bedrijfsvoering de regels in acht die door de Nederlandsche Bank terzake worden gesteld ter uitvoering van internationaal aanvaarde standaarden om de goede werking van het betalingsverkeer te waarborgen. 2014 524 19-12-2014 28-11-2014 2014 534 19-12-2014 11-12-2014 01-01-2015
Artikel 26ba — Artikel 26ba#
Artikel 26ba 1 Een betaalinstelling beschikt over een beschrijving van de regelingen op het gebied van bestuur en mechanismen voor interne controle. 2 De in het eerste lid genoemde bestuursregelingen en interne controlemechanismen omvatten in elk geval: a. administratieve en boekhoudkundige procedures; b. procedures voor risicobeheersing; c. regelingen voor het gebruik van ICT-diensten in overeenstemming met de verordening digitale operationele weerbaarheid, waaruit blijkt dat die bestuursregelingen en interne controlemechanismen evenredig, passend, degelijk en adequaat zijn. 2024 379 03-12-2024 25-11-2024 2024 379 03-12-2024 25-11-2024 17-01-2025
Artikel 26bb — Artikel 26bb#
Artikel 26bb 1 artikel 212a, onderdeel b, van de Faillissementswet Een betaalinstelling of elektronischgeldinstelling voldoet aan de vereisten uit artikel 35 bis van de richtlijn betaaldiensten indien zij verzoekt om deelname of deelneemt aan een systeem als bedoeld in. 2 Een betaalinstelling of elektronischgeldinstelling stelt de Nederlandsche Bank in kennis van de wijze waarop zij aan de vereisten, bedoeld in het eerste lid, voldoet. 2025 340 11-11-2025 27-10-2025 2025 363 18-11-2025 01-10-2025 36701 19-11-2025 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Implementatiewet
verordening inzake instantovermakingen in euro’s in werking treedt.
Artikel 26c — Artikel 26c#
Artikel 26c 1 Een betaalinstelling beschikt over een beveiligingsbeleid om betaaldienstgebruikers te beschermen tegen beveiligingsrisico’s, zoals fraude en illegaal gebruik van gevoelige betaalgegevens en persoonsgegevens. 2 Het beveiligingsbeleid omvat ten minste: a. maatregelen op het gebied van beveiliging en risicobescherming, met inbegrip van een risicoanalyse met betrekking tot de aangeboden betaaldiensten onder meer in relatie tot digitale operationele veiligheid als bedoeld in de verordening digitale operationele weerbaarheid; b. procedures voor het registreren en afhandelen van veiligheidsincidenten en veiligheidsgerelateerde klachten van cliënten en de nabehandeling ervan, met inbegrip van een mechanisme voor het melden van incidenten die rekening houden met de kennisgevingsverplichtingen voor betaalinstellingen die zijn vastgelegd in hoofdstuk III van de verordening digitale operatonele weerbaarheid; c. procedures voor het opslaan, monitoren, traceren en beperken van de toegang tot gevoelige betaalgegevens; en d. uitgangspunten en standaarden die worden toegepast bij het verzamelen van statistische gegevens over prestaties, transacties en fraude. 3 Indien de betaalinstelling uitsluitend betaaldiensten verleent als bedoeld onder 8 van de bijlage bij de richtlijn betaaldiensten, is het tweede lid, onderdeel d, niet van toepassing. 4 Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op elektronischgeldinstellingen. 2024 379 03-12-2024 25-11-2024 2024 379 03-12-2024 25-11-2024 17-01-2025
Artikel 26d — Artikel 26d#
Artikel 26d Een betaaldienstverlener beschikt over procedures ter waarborging van de bedrijfscontinuïteit, waaronder de bedrijfscontinuïteit op het gebied van de informatie- en communicatievoorziening, waarin de kritieke bedrijfsactiviteiten zijn opgenomen, met inbegrip van respons- en herstelplannen voor de informatie- en communicatievoorziening en een procedure om de toereikendheid en efficiëntie van deze procedures en plannen periodiek te toetsen en te herzien met inachtneming van de verordening digitale operationele weerbaarheid. 2024 379 03-12-2024 25-11-2024 2024 379 03-12-2024 25-11-2024 17-01-2025
Artikel 26e — Artikel 26e#
Artikel 26e Een betaaldienstverlener, met uitzondering van de betaaldienstverlener die uitsluitend betaaldiensten verleent als bedoeld onder 8 van de bijlage bij de richtlijn betaaldiensten, verkrijgt alleen met de uitdrukkelijke toestemming van de betaaldienstgebruiker toegang tot diens persoonsgegevens, om deze gegevens te verwerken en te bewaren voor zover noodzakelijk voor het verlenen van betaaldiensten. 2019 59 18-02-2019 08-02-2019 2019 60 18-02-2019 08-02-2019 19-02-2019
Artikel 26f — Artikel 26f#
Artikel 26f 1 Een betaaldienstverlener voorziet in passende risicobeperkende maatregelen en controlemechanismen ter voorkoming van operationele en beveiligingsrisico’s die zijn verbonden aan de door hem aangeboden betaaldiensten. 2 Een betaaldienstverlener beschikt over procedures ter beheersing incidenten, inclusief een procedure om grote operationele incidenten en veiligheidsincidenten te detecteren en te classificeren. 3 Een betaaldienstverlener verstrekt de Nederlandsche Bank ten minste jaarlijks een beoordeling van de operationele en beveiligingsrisico’s en van de toereikendheid van de in reactie op deze risico’s ingevoerde risicobeperkende maatregelen en controlemechanismen. 4 Dit artikel is van toepassing onverminderd hoofdstuk II van de verordening digitale operationele weerbaarheid. 2024 379 03-12-2024 25-11-2024 2024 379 03-12-2024 25-11-2024 17-01-2025
Artikel 26g — Artikel 26g#
Artikel 26g 1 Een betaaldienstverlener stelt de Nederlandsche Bank onverwijld in kennis van een groot operationeel of beveiligingsincident. Indien het incident gevolgen heeft of kan hebben voor de financiële belangen van hun betaaldienstgebruikers, stelt de betaaldienstverlener ook deze onverwijld van het incident in kennis en vermeldt hij welke maatregelen hij treft om de mogelijke schadelijke gevolgen van het incident te beperken. 2 Een betaaldienstverlener verstrekt ten minste jaarlijks statistische gegevens over de door hem geconstateerde fraude met betrekking tot verschillende betaalmiddelen aan de Nederlandsche Bank. 3 Het eerste lid is niet van toepassing op de in artikel 96, zevende lid, van de richtlijn betaaldiensten genoemde betaaldienstverleners. 2024 379 03-12-2024 25-11-2024 2024 379 03-12-2024 25-11-2024 17-01-2025
Artikel 26l — Artikel 26l#
Artikel 26l artikelen 26e tot en met 26k Dezijn van toepassing op betalingstransacties in alle valuta, waarbij één of de enige bij de betalingstransactie betrokken betaaldienstverlener zijn zetel in een lidstaat heeft, met betrekking tot de delen van de betalingstransactie die binnen een lidstaat worden uitgevoerd. 2019 59 18-02-2019 08-02-2019 2019 60 18-02-2019 08-02-2019 14-09-2019 Voorheen art. 26h.
Artikel 26h — Artikel 26h#
Artikel 26h 1 Een betaaldienstverlener voorziet in sterke cliëntauthenticatie indien: a. een betaler zich via het internet toegang tot zijn betaalrekening verschaft; b. een betaler een elektronische betalingstransactie initieert; c. een betaler via een communicatiemiddel op afstand een handeling uitvoert die een risico op betaalfraude of andere vormen van misbruik met zich mee kan brengen; d. een betaling via een betaalinitiatiedienstverlener wordt geïnitieerd; of e. informatie via een rekeninginformatiedienstverlener wordt opgevraagd. 2 Sterke cliëntauthenticatie is een vorm van authenticatie die zodanig is opgezet dat de vertrouwelijkheid van de persoonlijke beveiligingsgegevens wordt beschermd en waarbij gebruik wordt gemaakt van twee of meer van de volgende factoren: a. wetenschap, iets wat alleen de gebruiker weet; b. bezit, iets waarover alleen de gebruiker beschikt; of c. inherente eigenschap, een unieke persoonlijke eigenschap van de gebruiker. 3 De factoren dienen onderling onafhankelijk te zijn, in die zin dat schending van de vertrouwelijkheid van één ervan geen afbreuk doet aan de betrouwbaarheid van de andere factoren. 4 Indien een betaaldienstverlener sterke cliëntauthenticatie toepast treft hij beveiligingsmaatregelen en voorziet hij in authenticatieprocedures ter bescherming van de vertrouwelijkheid en integriteit van de persoonlijke beveiligingsgegevens van betaaldienstgebruikers. 5 Indien er sprake is van het initiëren van een elektronische betalingstransactie op afstand, gebruikt een betaaldienstverlener sterke cliëntauthenticatie met elementen die transacties op dynamische wijze aan een specifiek bedrag en een specifieke betalingsbegunstigde verbinden. 6 De rekeninghoudende betaaldienstverlener staat de betaalinitiatiedienstverlener en de rekeninginformatiedienstverlener toe dat zij mogen vertrouwen op de door hem ten behoeve van de betaaldienstgebruiker verstrekte authenticatieprocedures. 7 Toepassing van dit artikel geschiedt met inachtneming van de krachtens artikel 98 van de richtlijn betaaldiensten door de EBA vastgestelde technische reguleringsnormen. 2024 10 30-01-2024 24-11-2023 2024 10 30-01-2024 24-11-2023 01-07-2024
Artikel 26i — Artikel 26i#
Artikel 26i 1 Een betaalinitiatiedienstverlener zorgt ervoor dat de persoonlijke beveiligingsgegevens van de betaaldienstgebruiker alleen toegankelijk zijn voor de gebruiker en de uitgever van de persoonlijke beveiligingsgegevens, en verzendt de persoonlijke beveiligingsgegevens op een veilige en efficiënte manier. 2 Een betaalinitiatiedienstverlener verstrekt iedere andere informatie over de betaaldienstgebruiker, die is verkregen bij het verstrekken van betaalinitiatiedienst, alleen aan de betalingsbegunstigde en alleen met de uitdrukkelijke instemming van de betaaldienstgebruiker. 3 Een betaalinitiatiedienstverlener identificeert zich bij elke betaalinitiatie ten overstaan van de rekeninghoudende betaaldienstverlener van de betaler en communiceert op een veilige manier met de rekeninghoudende betaaldienstverlener. 4 Een betaalinitiatiedienstverlener slaat geen gevoelige betaalgegevens van de betaaldienstgebruiker op. 5 Een betaalinitiatiedienstverlener vraagt uitsluitend gegevens op van de betaaldienstgebruiker die nodig zijn voor het verstrekken van de betaalinitiatiedienst. 6 Een betaalinitiatiedienstverlener gebruikt, verschaft zich toegang tot of slaat gegevens op, uitsluitend ten behoeve van de door de betaler uitdrukkelijk gevraagde betaalinitiatiedienst. 7 Een betaalinitiatiedienstverlener laat het bedrag, de betalingsbegunstigde of enig ander element van de transactie ongewijzigd. 8 Toepassing van dit artikel vindt plaats met inachtneming van de krachtens artikel 98 van de richtlijn betaaldiensten door de EBA vastgestelde technische reguleringsnormen. 2023 23 27-01-2023 23-01-2023 2023 90 22-03-2023 10-03-2023 23-03-2023
Artikel 26j — Artikel 26j#
Artikel 26j 1 Een rekeninginformatiedienstverlener verricht zijn diensten alleen met uitdrukkelijke instemming van de betaaldienstgebruiker. 2 Een rekeninginformatiedienstverlener zorgt ervoor dat de persoonlijke beveiligingsgegevens van de betaaldienstgebruiker alleen toegankelijk zijn voor de gebruiker en de uitgever van de persoonlijke beveiligingsgegevens, en verzendt de persoonlijke beveiligingsgegevens op een veilige en efficiënte manier. 3 Een rekeninginformatiedienstverlener identificeert zich bij elke communicatiesessie met de rekeninghoudende betaaldienstverlener van de betaaldienstgebruiker en communiceert op een veilige manier met de rekeninghoudende betaaldienstverlener en de betaaldienstgebruiker. 4 Een rekeninginformatiedienstverlener heeft uitsluitend toegang tot de informatie van de aangewezen betaalrekeningen en de betrokken betalingstransacties. 5 Een rekeninginformatiedienstverlener vraagt geen gevoelige betaalgegevens met betrekking tot de betaalrekeningen op. 6 Richtlijn 95/46/EG Een rekeninginformatiedienstverlener gebruikt, verschaft zich toegang tot of slaat gegevens op uitsluitend ten behoeve van het uitvoeren van de door de betaaldienstgebruiker uitdrukkelijk gevraagde rekeninginformatiedienst, overeenkomstig Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking vanen bij of krachtens de Uitvoeringswet Algemene Verordening Gegevensbescherming gestelde regels. 7 Toepassing van dit artikel vindt plaats met inachtneming van de krachtens artikel 98 van de richtlijn betaaldiensten door de EBA vastgestelde technische reguleringsnormen. 2023 23 27-01-2023 23-01-2023 2023 90 22-03-2023 10-03-2023 23-03-2023
Artikel 26k — Artikel 26k#
Artikel 26k 1 De rekeninghoudende betaaldienstverlener: a. communiceert op een veilige manier met zowel betaalinitiatiedienstverleners als rekeninginformatiedienstverleners; b. behandelt een door een rekeninginformatiedienstverlener verzonden verzoek om gegevens niet anders dan een door de betaaldienstgebruiker verzonden verzoek om gegevens, tenzij om objectieve redenen; c. behandelt de via de diensten van een betaalinitiatiedienstverlener doorgegeven betaalopdrachten niet anders dan door de betaler rechtstreeks verzonden betaalopdrachten, met name wat betreft termijn, voorrang of kosten, tenzij om objectieve redenen; d. verstrekt onmiddellijk na ontvangst van de betaalopdracht van de betaalinitiatiedienstverlener alle informatie over de initiëring van de betalingstransactie, alsmede alle informatie die toegankelijk is voor de rekeninghoudende betaaldienstverlener met betrekking tot de uitvoering van deze transactie aan de betaalinitiatiedienstverlener, of stelt deze informatie ter beschikking; e. laat het gebruik van betaalinitiatie- en rekeninginformatiediensten niet afhangen van een contractuele relatie tussen hem en de betaalinitiatie- of rekeninginformatiedienstverlener; f. werpt geen obstakels op voor het verlenen van betaalinitiatiediensten en rekeninginformatiediensten. 2 Toepassing van dit artikel vindt plaats met inachtneming van de krachtens artikel 98 van de richtlijn betaaldiensten door de EBA vastgestelde technische reguleringsnormen. 2023 23 27-01-2023 23-01-2023 2023 90 22-03-2023 10-03-2023 23-03-2023
Artikel 27 — Artikel 27#
Artikel 27 1 artikel 3:18, eerste lid 3:22 3:23 3:24b 3:26 3:27, van de wet Deel Prudentieel toezicht financiële ondernemingen van de wet Een financiële onderneming of bijkantoor als bedoeld in,,,,ofgaat niet over tot het uitbesteden van werkzaamheden indien die uitbesteding een belemmering kan vormen voor een adequaat toezicht op de naleving van het bij of krachtens hetbepaalde. 2 artikel 3:18, tweede lid 3:23 3:26 3:27 van de wet Een betaalinstelling, clearinginstelling, elektronischgeldinstelling, bank, kredietunie, premiepensioeninstelling, verzekeraar met beperkte risico-omvang, wisselinstelling of bijkantoor als bedoeld in,,ofbesteedt de taken en werkzaamheden van personen die het dagelijks beleid bepalen, daaronder mede verstaan het vaststellen van het beleid en het afleggen van verantwoording over het gevoerde beleid, niet uit. 2015 512 18-12-2015 10-12-2015 2015 513 18-12-2015 11-12-2015 01-01-2016 2015 308 28-07-2015 10-07-2015 2015 309 28-07-2015 10-07-2015 01-01-2016
Artikel 27a — Artikel 27a#
Artikel 27a 1 Indien een betaalinstelling voornemens is werkzaamheden in verband met het verlenen van betaaldiensten uit te besteden, stelt zij de Nederlandsche Bank daarvan in kennis. 2 artikel 2:3c, tweede lid, van de wet Een betaalinstelling deelt de Nederlandse Bank onverwijld elke wijziging mee met betrekking tot het gebruik van entiteiten waaraan werkzaamheden worden uitbesteed en, in overeenstemming met, van het gebruik van betaaldienstagenten. 3 Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op elektronischgeldinstellingen. 2019 59 18-02-2019 08-02-2019 2019 60 18-02-2019 08-02-2019 19-02-2019
Artikel 27b — Artikel 27b#
Artikel 27b wet Titel 7B van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek Bij de uitbesteding van werkzaamheden in verband met het verlenen van betaaldiensten draagt de betaalinstelling er zorg voor dat uitbesteding de verplichtingen van de betaalinstelling jegens haar cliënten en de rechten van haar cliënten uit hoofde van deofniet wijzigt. 2009 437 29-10-2009 23-10-2009 2009 436 29-10-2009 15-10-2009 31892 01-11-2009 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet Wet op het financieel toezicht, enz. (implementatie Richtlijn nr. 2007/64/EG) in werking treedt.
Artikel 27c — Artikel 27c#
Artikel 27c De Nederlandsche Bank kan ter uitvoering van internationaal aanvaarde standaarden nadere regels stellen met betrekking tot de uitbesteding door afwikkelondernemingen van werkzaamheden. 2013 537 17-12-2013 06-12-2013 2013 552 19-12-2013 11-12-2013 01-01-2014
Artikel 27d — Artikel 27d#
Artikel 27d Een verzekeraar met zetel in Nederland, niet zijnde een verzekeraar met beperkte risico-omvang, voldoet met betrekking tot uitbesteding van werkzaamheden aan artikel 49 van de richtlijn solvabiliteit II, met inachtneming van titel I, hoofdstuk IX, afdeling 4, van de verordening solvabiliteit II. 2015 308 28-07-2015 10-07-2015 2015 309 28-07-2015 10-07-2015 01-01-2016
Artikel 27e — Artikel 27e#
Artikel 27e Artikel 49 van de richtlijn solvabiliteit II en titel I, hoofdstuk IX, afdeling 4, van de verordening solvabiliteit II inzake uitbesteding van werkzaamheden zijn van overeenkomstige toepassing op de volgende verzekeraars, voor zover zij hun bedrijf uitoefenen vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor: a. levensverzekeraars en schadeverzekeraars, niet zijnde verzekeraars met beperkte risico-omvang, met zetel in een staat die geen lidstaat is; b. herverzekeraars met zetel in een niet-aangewezen staat. 2015 308 28-07-2015 10-07-2015 2015 309 28-07-2015 10-07-2015 01-01-2016
Artikel 27f — Artikel 27f#
Artikel 27f 1 artikel 31 Een premiepensioeninstelling stelt de Nederlandsche Bank tijdig in kennis van het voornemen om werkzaamheden uit te besteden en van belangrijke ontwikkelingen met betrekking tot de uitbestede werkzaamheden. Bij uitbesteding van de uitoefening van de interne controlefunctie, de risicobeheerfunctie of het beheer van de premiepensioeninstelling, stelt de premiepensioeninstelling de Nederlandsche Bank daarvan in kennis voordat de overeenkomst, bedoeld in, in werking treedt. 2 afdeling 1.7.2. van de wet In geval van uitbesteding van werkzaamheden door een premiepensioeninstelling aan een onderneming die geen financiële onderneming is, draagt een premiepensioeninstelling er zorg voor dat het beloningsbeleid van die onderneming in overeenstemming is met de vereisten ingevolge. 2018 516 28-12-2018 19-12-2018 2018 517 28-12-2018 19-12-2018 13-01-2019
Artikel 28 — Artikel 28#
Artikel 28 artikel 27, tweede lid artikel 17, vierde lid Een betaalinstelling, clearinginstelling, elektronischgeldinstelling, bank, kredietunie, premiepensioeninstelling, verzekeraar met beperkte risico-omvang, wisselinstelling of bijkantoor als bedoeld in, gaat niet over tot het uitbesteden van werkzaamheden indien dat afbreuk doet aan de kwaliteit van haar onafhankelijke interne toetsing als bedoeld in. 2015 512 18-12-2015 10-12-2015 2015 513 18-12-2015 11-12-2015 01-01-2016 2015 308 28-07-2015 10-07-2015 2015 309 28-07-2015 10-07-2015 01-01-2016
Artikel 29 — Artikel 29#
Artikel 29 1 artikel 27, tweede lid Een betaalinstelling, clearinginstelling, elektronischgeldinstelling, bank, kredietunie, premiepensioeninstelling, verzekeraar met beperkte risico-omvang, wisselinstelling of bijkantoor als bedoeld in, voert een adequaat beleid en beschikt over procedures en maatregelen met betrekking tot het op structurele basis uitbesteden van werkzaamheden. 2 De premiepensioeninstelling legt het beleid, bedoeld in het eerste lid, schriftelijk vast en evalueert het beleid ten minste eenmaal per drie jaar en past dit zo spoedig mogelijk aan in geval van een belangrijke wijziging met betrekking tot de uitbesteding of de overige onderdelen van de bedrijfsvoering. 2018 516 28-12-2018 19-12-2018 2018 517 28-12-2018 19-12-2018 13-01-2019
Artikel 30 — Artikel 30#
Artikel 30 artikel 27, tweede lid Een betaalinstelling, clearinginstelling, elektronischgeldinstelling, bank, kredietunie, premiepensioeninstelling, verzekeraar met beperkte risico-omvang, wisselinstelling of bijkantoor als bedoeld in, beschikt over toereikende procedures, maatregelen, deskundigheid en informatie om de uitvoering van de op structurele basis uitbestede werkzaamheden te kunnen beoordelen. 2015 512 18-12-2015 10-12-2015 2015 513 18-12-2015 11-12-2015 01-01-2016 2015 308 28-07-2015 10-07-2015 2015 309 28-07-2015 10-07-2015 01-01-2016
Artikel 31 — Artikel 31#
Artikel 31 1 artikel 27, tweede lid Een betaalinstelling, clearinginstelling, elektronischgeldinstelling, bank, kredietunie, premiepensioeninstelling, verzekeraar met beperkte risico-omvang, wisselinstelling of bijkantoor als bedoeld in, legt de overeenkomst met de derde waaraan de werkzaamheden op structurele basis worden uitbesteed schriftelijk vast. 2 In de overeenkomst wordt in ieder geval het volgende geregeld: a. de onderlinge informatie-uitwisseling, met inbegrip van afspraken over het beschikbaar stellen van informatie waarom de toezichthouders ter uitvoering van hun wettelijke taak verzoeken; b. de mogelijkheid voor de financiële onderneming of het bijkantoor om te allen tijde wijzigingen aan te brengen in de wijze waarop de uitvoering van de werkzaamheden door de derde geschiedt; c. de verplichting voor de derde om de financiële onderneming of het bijkantoor in staat te stellen blijvend te voldoen aan het bij of krachtens de wet bepaalde; en d. de mogelijkheid voor de toezichthouders om onderzoek ter plaatse te doen of te laten doen bij de derde; en e. de wijze waarop de overeenkomst wordt beëindigd, en de wijze waarop wordt gewaarborgd dat de financiële onderneming of het bijkantoor de werkzaamheden na beëindiging van de overeenkomst weer zelf kan uitvoeren of door een andere derde kan laten uitvoeren. 3 De toezichthouders maken slechts gebruik van de mogelijkheid, bedoeld in het tweede lid, onderdeel d, indien niet op andere wijze kan worden vastgesteld dat ten aanzien van de uitbestede werkzaamheden wordt voldaan aan het bij of krachtens de wet bepaalde. 2015 512 18-12-2015 10-12-2015 2015 513 18-12-2015 11-12-2015 01-01-2016 2015 308 28-07-2015 10-07-2015 2015 309 28-07-2015 10-07-2015 01-01-2016
Artikel 32 — Artikel 32#
Artikel 32 artikelen 29 tot en met 31 Dezijn niet van toepassing op het uitbesteden van werkzaamheden aan ondernemingen met zetel in een lidstaat die deel uitmaken van de groep waartoe de financiële onderneming behoort, tenzij die financiële onderneming een bank, betaalinstelling, elektronischgeldinstelling of premiepensioeninstelling is. 2024 10 30-01-2024 24-11-2023 2024 10 30-01-2024 24-11-2023 01-07-2024
Artikel 32a — Artikel 32a#
Artikel 32a 1 artikel 27a Dit hoofdstuk is, met uitzondering van, slechts van toepassing op het uitbesteden van werkzaamheden door betaalinstellingen of elektronischgeldinstellingen voor zover het belangrijke werkzaamheden betreft. 2 artikel 2:3b van de wet wet Titel 7B van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek Een werkzaamheid wordt als belangrijk aangemerkt indien een gebrekkige of tekortschietende uitvoering ervan wezenlijk afbreuk zou doen aan de naleving door de betaalinstelling van de vergunningsvereisten, als bedoeld in, of van andere verplichtingen ingevolge deof, dan wel aan haar financiële resultaten of de soliditeit of continuïteit van haar betaaldiensten. 3 artikel 2:10b van de wet Een werkzaamheid wordt als belangrijk aangemerkt indien een gebrekkige of tekortschietende uitvoering ervan wezenlijk afbreuk zou doen aan de naleving door de elektronischgeldinstelling van de vergunningvereisten, genoemd in, dan wel aan haar financiële resultaten of de soliditeit of continuïteit van haar dienstverlening ter zake van de uitgifte van elektronisch geld. 2011 673 29-12-2011 22-12-2011 2011 671 29-12-2011 22-12-2011 01-01-2012 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet Wet op het financieel toezicht, enz. (implementatie richtlijn nr. 2009/110/EG) in werking treedt.
Artikel 32aa — Artikel 32aa#
Artikel 32aa 1 artikel 3:28a, eerste lid, van de wet Met betrekking tot het voornemen, bedoeld in, legt de centrale tegenpartij over: a. een beschrijving van de voorgenomen wijziging, bedoeld in het eerste lid; b. Bijlage 5, onder 3, eerste lid, van het Besluit EU-verordeningen Wft gegevens op basis waarvan de Nederlandsche Bank redelijkerwijs kan beoordelen of wordt voldaan aan hetgeen is bepaald in de artikelen 26 tot en met 35 en 40 tot en met 54 van de verordening, bedoeld in het eerste lid, en op basis waarvan de Autoriteit Financiële Markten redelijkerwijs een advies als bedoeld inkan geven. 2 artikel 3:28a, eerste lid, van de wet De centrale tegenpartij geeft geen uitvoering aan het voornemen, bedoeld in, voordat de Nederlandsche Bank heeft ingestemd met de wijziging. 3 De Nederlandsche Bank neemt een besluit omtrent instemming: a. binnen zes weken na de kennisgeving; b. indien de Nederlandsche Bank binnen twee weken na ontvangst van de kennisgeving om nadere gegevens heeft verzocht, binnen zes weken na ontvangst van die gegevens, doch uiterlijk binnen dertien weken na ontvangst van de kennisgeving; of c. Bijlage 5, onder 3, eerste lid, van het Besluit EU-verordeningen Wft indien de Nederlandsche Bank de Autoriteit Financiële Markten om advies heeft gevraagd ingevolge, binnen vier weken na ontvangst van dat advies. 2024 10 30-01-2024 24-11-2023 2024 10 30-01-2024 24-11-2023 01-07-2024
Artikel 32bb — Artikel 32bb#
Artikel 32bb 1 artikel 3:28a, tweede lid, van de wet Met betrekking tot een voornemen tot wijziging als bedoeld inlegt de centrale effectenbewaarinstelling over aan de Nederlandsche Bank: a. een beschrijving van de voorgenomen wijziging; b. gegevens op basis waarvan de Nederlandsche Bank redelijkerwijs kan beoordelen of wordt voldaan aan de artikelen 39 tot en met 47, 54 en 59 van de verordening centrale effectenbewaarinstellingen. 2 De centrale effectenbewaarinstelling geeft geen uitvoering aan het voornemen voordat de Nederlandsche Bank heeft ingestemd met de wijziging. 3 De Nederlandsche Bank neemt een besluit omtrent instemming: a. binnen zes weken na ontvangst van de kennisgeving; of b. indien de Nederlandsche Bank binnen twee weken na ontvangst van de kennisgeving om nadere gegevens heeft verzocht, binnen zes weken na ontvangst van die gegevens, doch uiterlijk binnen dertien weken na ontvangst van de kennisgeving. 2024 10 30-01-2024 24-11-2023 2024 10 30-01-2024 24-11-2023 01-07-2024
Artikel 32b — Artikel 32b#
Artikel 32b 1 artikel 2:3b, tweede lid, van de wet artikel 2:10b, tweede lid, van de wet Een betaalinstelling of elektronischgeldinstelling geeft onverwijld schriftelijk aan de Nederlandsche Bank kennis van een wijziging in de ingevolgerespectievelijk ingevolgeverstrekte gegevens met betrekking tot: a. de activiteiten die de betaaldienstverlener of de elektronischgeldinstelling voornemens is te verrichten; b. het bedrijfsplan waarmee wordt aangetoond dat de betaaldienstverlener of de elektronischgeldinstelling in staat is gebruik te maken van passende en evenredige systemen, middelen en procedures om op een gezonde basis te opereren; c. de identiteit van personen die, direct of indirect, gekwalificeerde deelnemingen als bedoeld in artikel 1 van de wet in de betaaldienstverlener of de elektronischgeldinstelling bezitten, alsmede de omvang van hun deelnemingen en het bewijs van hun geschiktheid; d. artikel 1, eerste lid, onderdelen a en c, van de Wet toezicht accountantsorganisaties indien van toepassing, de accountantsorganisatie of het auditkantoor, bedoeld in, belast met de wettelijke controle bedoeld in artikel 2, onderdeel 1, van de richtlijn nr. 2006/43/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 17 mei 2006 betreffende de wettelijke controles van jaarrekeningen en geconsolideerde jaarrekeningen, tot wijziging van de Richtlijnen 78/660/EEG en 83/349/EEG van de Raad, en houdende intrekking van Richtlijn 84/253/EEG van de Raad (PbEU L 157) van de jaarrekening van de betaaldienstverlener of de elektronischgeldinstelling; e. artikel 3:8 van de wet gegevens op basis waarvan de Nederlandsche Bank heeft geoordeeld dat wordt voldaan aan hetgeen ingevolgeis bepaald met betrekking tot de geschiktheid van de personen die het dagelijks beleid bepalen; f. artikel 3:9 van de wet gegevens op basis waarvan de Nederlandsche Bank heeft geoordeeld dat wordt voldaan aan hetgeen ingevolgeis bepaald met betrekking tot de betrouwbaarheid van de personen die het beleid bepalen of mede bepalen of onderdeel zijn van een orgaan dat belast is met toezicht op het beleid en de algemene gang van zaken; g. artikel 3:10, eerste lid, van de wet het voorgenomen beleid met betrekking tot de integere bedrijfsuitoefening, bedoeld in; h. artikel 3:17, eerste en tweede lid, van de wet de inrichting van de bedrijfsvoering met betrekking tot de beheerste en integere bedrijfsuitoefening, bedoeld in; i. artikel 3:29a van de wet de wijze waarop wordt voldaan aan het ingevolgebepaalde met betrekking tot de geldmiddelen die worden of zijn ontvangen van betaaldienstgebruikers of betaaldienstverleners en met betrekking tot de geldmiddelen die worden of zijn ontvangen in ruil voor elektronisch geld dat is uitgegeven; en j. artikel 3:53, eerste lid, van de wet het eigen vermogen, bedoeld in. 2 Bij de toepassing van het eerste lid, onderdelen h en i, geeft de betaalinstelling een beschrijving van de wijzigingen in de regelingen voor accountantscontrole en de organisatorische regelingen die hij heeft getroffen voor het nemen van alle redelijke maatregelen om de belangen van zijn gebruikers te beschermen en om de continuïteit en betrouwbaarheid bij het uitvoeren van betaaldiensten te garanderen. 3 artikel 3:9, tweede lid, van de wet Het eerste lid, onderdeel f, is niet van toepassing indien de wijziging een persoon betreft wiens betrouwbaarheid voor de toepassing van de wet door een toezichthouder reeds is vastgesteld, tenzij de Nederlandsche Bank besluit dat een redelijke aanleiding bestaat tot een nieuwe beoordeling als bedoeld in. 2012 695 28-12-2012 21-12-2012 2012 695 28-12-2012 21-12-2012 01-01-2013
Artikel 33 — Artikel 33#
Artikel 33 1 artikel 3:29, eerste lid 3:42 3:43, tweede lid 3:49 van de wet Een afwikkelonderneming, bank, betaalinstelling, clearinginstelling, elektronischgeldinstelling, kredietunie, premiepensioeninstelling, verzekeraar of wisselinstelling als bedoeld in,,, ofgeeft schriftelijk aan de Nederlandsche Bank kennis van het voornemen tot een wijziging van: a. de personen die het dagelijks beleid van de financiële onderneming bepalen of het beleid van de financiële onderneming bepalen of mede bepalen; b. indien van toepassing, de personen die onderdeel zijn van een orgaan dat belast is met het toezicht op het beleid en de algemene gang van zaken van de financiële onderneming; en c. indien van toepassing, de personen werkzaam onder verantwoordelijkheid van een bank of verzekeraar, die een leidinggevende functie vervullen direct onder het echelon van de beleidsbepalers en verantwoordelijk zijn voor natuurlijke personen wier werkzaamheden het risicoprofiel van de onderneming wezenlijk kunnen beïnvloeden. 2 De financiële onderneming geeft geen uitvoering aan het voornemen voordat de Nederlandsche Bank heeft ingestemd met de wijziging. De Nederlandsche Bank neemt een besluit omtrent instemming: a. binnen zes weken na ontvangst van de kennisgeving; of b. indien de Nederlandsche Bank binnen twee weken na ontvangst van de kennisgeving om nadere gegevens heeft verzocht, binnen zes weken na ontvangst van die gegevens, doch uiterlijk binnen dertien weken na ontvangst van de kennisgeving. 3 Met betrekking tot het voornemen legt de financiële onderneming de volgende gegevens over: a. artikel 3:8 van de wet gegevens op basis waarvan de Nederlandsche Bank redelijkerwijs kan beoordelen of wordt voldaan aan hetgeen inwordt bepaald met betrekking tot de geschiktheid van de betrokkene; b. artikelen 6 tot en met 9 artikel 3:9, van de wet gegevens op basis waarvan de Nederlandsche Bank, onder overeenkomstige toepassing van de, redelijkerwijs kan beoordelen of wordt voldaan aan hetgeen ingevolgewordt bepaald met betrekking tot de betrouwbaarheid van de betrokkene. 4 De gegevens, bedoeld in het derde lid, onderdeel a, zijn: a. een opgave van de naam, het adres en de functie; b. een curriculum vitae; c. een opgave van de geldige relevante diploma’s; en d. een kopie van een geldig identiteitsbewijs. 5 artikel 3:9, tweede lid, van de wet Het derde lid, onderdeel b, is niet van toepassing indien het voornemen tot wijziging een persoon betreft wiens betrouwbaarheid voor de toepassing van de wet door een toezichthouder reeds is vastgesteld, tenzij de Nederlandsche Bank besluit dat een redelijke aanleiding bestaat tot een nieuwe beoordeling als bedoeld in. 2024 10 30-01-2024 24-11-2023 2024 10 30-01-2024 24-11-2023 01-07-2024
Artikel 34 — Artikel 34#
Artikel 34 1 artikel 33, eerste lid artikel 3:9 Een afwikkelonderneming, betaalinstelling, clearinginstelling, elektronischgeldinstelling, bank, kredietunie, premiepensioeninstelling, verzekeraar of wisselinstelling als bedoeld in, geeft schriftelijk kennis aan de Nederlandsche Bank van een wijziging van gegevens op basis waarvan de Nederlandsche Bank heeft geoordeeld dat wordt voldaan aan hetgeen ingevolgewordt bepaald met betrekking tot de betrouwbaarheid van de in dat artikel bedoelde personen. 2 De financiële onderneming geeft van een wijziging als bedoeld in het eerste lid onverwijld schriftelijk kennis nadat zij van de wijziging op de hoogte is gekomen. 2017 190 17-05-2017 04-05-2017 2017 190 17-05-2017 04-05-2017 01-07-2017
Artikel 35 — Artikel 35#
Artikel 35 1 artikel 33, eerste lid Een afwikkelonderneming, betaalinstelling, clearinginstelling, elektronischgeldinstelling, bank, kredietunie, premiepensioeninstelling, verzekeraar of wisselinstelling als bedoeld in, geeft schriftelijk kennis aan de Nederlandsche Bank van een wijziging in: a. de naam of het adres van de financiële onderneming; b. de rechtsvorm van de financiële onderneming; c. indien van toepassing, de statutaire zetel, de statutaire naam en de handelsnaam of handelsnamen; d. indien van toepassing, het nummer van inschrijving in het handelsregister; e. indien van toepassing, de statuten van de financiële onderneming; f. de zeggenschapsstructuur binnen de financiële onderneming; en g. indien van toepassing, het adres van een in een andere staat gelegen bijkantoor. 2 De financiële onderneming geeft van een wijziging als bedoeld in het eerste lid kennis binnen twee weken nadat de wijziging zich heeft voorgedaan. 2017 190 17-05-2017 04-05-2017 2017 190 17-05-2017 04-05-2017 01-07-2017
Artikel 36 — Artikel 36#
Artikel 36 1 artikel 3:29, eerste lid 3:42 3:43, eerste lid, van de wet Een afwikkelonderneming, clearinginstelling, bank, verzekeraar of wisselinstelling als bedoeld in,ofgeeft schriftelijk aan de Nederlandsche Bank kennis van het voornemen tot een wijziging van de personen die het dagelijks beleid van het bijkantoor bepalen. 2 Artikel 33, tweede tot en met vijfde lid , is van overeenkomstige toepassing. 2013 537 17-12-2013 06-12-2013 2013 552 19-12-2013 11-12-2013 01-01-2014
Artikel 36a — Artikel 36a#
Artikel 36a 1 artikel 3:29, eerste lid, van de wet Verordening (EU) nr. 1151/2014 Richtlijn 2013/36 Een bank als bedoeld inmet zetel in Nederland die haar bedrijf uitoefent vanuit een in een andere lidstaat gelegen bijkantoor geeft aan de Nederlandsche Bank schriftelijk kennis van een voornemen tot wijziging van de gegevens, bedoeld in artikel 4 vanvan de Commissie van 4 juni 2014 tot aanvulling van/EU van het Europees Parlement en de Raad met technische reguleringsnormen betreffende de gegevens die moeten worden verstrekt bij de uitoefening van het recht van vestiging en van het vrij verrichten van diensten (PbEU 2014, L 309). 2 De procedure voor de kennisgeving is: a. Verordening (EU) nr. 468/2014 indien het bijkantoor is gelegen in een deelnemende lidstaat als bedoeld in artikel 2 van de verordening bankentoezicht, de procedure in artikel 11, vijfde lid, vanvan de Europese Centrale Bank van 16 april 2014 tot vaststelling van een kader voor samenwerking binnen het Gemeenschappelijk Toezichtsmechanisme tussen de Europese Centrale Bank en nationale bevoegde autoriteiten en met nationale aangewezen autoriteiten (PbEU 2014, L 141); b. indien het bijkantoor is gelegen in een lidstaat, niet zijnde een deelnemende lidstaat als bedoeld in artikel 2 van de verordening bankentoezicht, de procedure in artikel 36, derde lid, van de richtlijn kapitaalvereisten. 2023 23 27-01-2023 23-01-2023 2023 90 22-03-2023 10-03-2023 23-03-2023
Artikel 37 — Artikel 37#
Artikel 37 1 artikel 3:29, eerste lid, van de wet Een afwikkelonderneming, clearinginstelling of verzekeraar als bedoeld inmet zetel in Nederland die haar bedrijf uitoefent vanuit een in een andere lidstaat gelegen bijkantoor geeft schriftelijk aan de Nederlandsche Bank en de toezichthoudende instantie van die lidstaat kennis van een wijziging in het adres van het bijkantoor. 2 De financiële onderneming geeft van een wijziging als bedoeld in het eerste lid kennis binnen twee weken nadat de wijziging zich heeft voorgedaan. 3 artikel 3:29, eerste lid, van de wet Een afwikkelonderneming of clearinginstelling als bedoeld indie haar bedrijf uitoefent vanuit een in een andere lidstaat gelegen bijkantoor, geeft schriftelijk kennis aan de Nederlandsche Bank en de toezichthoudende instantie van die lidstaat van het voornemen de uitoefening van haar bedrijf vanuit het in de andere lidstaat gelegen bijkantoor te staken. De afwikkelonderneming of clearinginstelling geeft geen uitvoering aan het voornemen gedurende de eerste vier weken na de kennisgeving. 2023 23 27-01-2023 23-01-2023 2023 90 22-03-2023 10-03-2023 23-03-2023
Artikel 37a — Artikel 37a#
Artikel 37a 1 Een afwikkelonderneming waaraan de Nederlandsche Bank een vergunning heeft verleend voor het uitoefenen van het bedrijf van afwikkelonderneming geeft aan de Nederlandsche Bank schriftelijk kennis van het voornemen tot: a. een wijziging of het doen ontstaan van een verbinding met een andere afwikkelonderneming; b. een wijziging van de contractuele algemene voorwaarden van de afwikkelonderneming; c. een substantiële wijziging in de bedrijfsvoering; d. artikel 17b een substantiële wijziging in het risicomanagement, voor zover ten aanzien daarvan nadere regels krachtenszijn gesteld; e. een handeling van de afwikkelonderneming die zal leiden tot een substantiële wijziging van de balans van de afwikkelonderneming. 2 Met betrekking tot het voornemen overlegt de afwikkelonderneming: a. een beschrijving van de voorgenomen wijziging, bedoeld in het eerste lid; b. artikel 3:17 van de wet gegevens op basis waarvan de Nederlandsche Bank redelijkerwijs kan beoordelen of wordt voldaan aan hetgeen inwordt bepaald met betrekking tot de beheerste uitoefening van het bedrijf. 3 De financiële onderneming geeft geen uitvoering aan het voornemen voordat de Nederlandsche Bank heeft ingestemd met de wijziging. De Nederlandsche Bank neemt een besluit omtrent instemming: a. binnen zes weken na ontvangst van de kennisgeving; b. indien de Nederlandsche Bank binnen twee weken na ontvangst van de kennisgeving om nadere gegevens heeft verzocht, binnen zes weken na ontvangst van die gegevens, doch uiterlijk binnen dertien weken na ontvangst van de kennisgeving; of c. indien de Nederlandsche Bank de Autoriteit Financiële Markten om advies heeft gevraagd, binnen zes weken na ontvangst van dat advies. 2024 10 30-01-2024 24-11-2023 2024 10 30-01-2024 24-11-2023 01-07-2024
Artikel 38 — Artikel 38#
Artikel 38 1 artikel 3:29, eerste lid, van de wet Een levensverzekeraar of schadeverzekeraar als bedoeld indie zijn bedrijf uitoefent door middel van een buiten Nederland gelegen bijkantoor geeft schriftelijk kennis aan de Nederlandsche Bank van het voornemen tot wijziging van de vertegenwoordiger. 2 De financiële onderneming geeft geen uitvoering aan het voornemen voordat de Nederlandsche Bank heeft ingestemd met de wijziging. De Nederlandsche Bank neemt een besluit omtrent instemming: a. binnen zes weken na ontvangst van de kennisgeving; of b. indien de Nederlandsche Bank binnen twee weken na ontvangst van de kennisgeving om nadere gegevens heeft verzocht, binnen zes weken na ontvangst van die gegevens, doch uiterlijk binnen dertien weken na ontvangst van de kennisgeving. 3 Met betrekking tot het voornemen legt de financiële onderneming de volgende gegevens over: a. artikel 3:8 van de wet gegevens op basis waarvan de Nederlandsche Bank redelijkerwijs kan beoordelen of wordt voldaan aan hetgeen inwordt bepaald met betrekking tot de geschiktheid van de vertegenwoordiger; en b. artikelen 6 tot en met 9 artikel 3:9 van de wet gegevens op basis waarvan de Nederlandsche Bank, onder overeenkomstige toepassing van de, kan beoordelen of wordt voldaan aan het hetgeen ingevolgewordt bepaald met betrekking tot de betrouwbaarheid van de vertegenwoordiger. 4 De gegevens, bedoeld in het derde lid, onderdeel a, zijn: a. een opgave van de naam, het adres en de functie; b. een curriculum vitae; c. een opgave van de geldige relevante diploma’s; en d. een kopie van een geldig identiteitsbewijs. 5 artikel 3:9, tweede lid, van de wet Het derde lid is niet van toepassing indien het voornemen tot wijziging een persoon betreft wiens betrouwbaarheid voor de toepassing van de wet door een toezichthouder reeds is vastgesteld, tenzij de Nederlandsche Bank besluit dat een redelijke aanleiding bestaat tot een nieuwe beoordeling als bedoeld in. 2024 10 30-01-2024 24-11-2023 2024 10 30-01-2024 24-11-2023 01-07-2024
Artikel 39 — Artikel 39#
Artikel 39 1 artikel 3:42 3:43, tweede lid 3:48, eerste lid 3:52 van de wet Een verzekeraar met beperkte risico-omvang die het levensverzekeringsbedrijf of het natura-uitvaartverzekeringsbedrijf uitoefent als bedoeld in,,, onderscheidenlijk, geeft schriftelijk kennis aan de Nederlandsche Bank van een voornemen tot een wijziging van de overeenkomsten die hij voornemens is te sluiten. 2 artikel 3:42 3:43, tweede lid 3:48, eerste lid, van de wet Een schadeverzekeraar als bedoeld in,,, die vanuit een vestiging in een lidstaat diensten naar Nederland verricht, geeft aan de Nederlandsche Bank kennis van het voornemen tot een wijziging van de in Nederland gelegen risico’s die hij voornemens is te dekken. 3 artikel 3:49 van de wet Een herverzekeraar als bedoeld in, geeft schriftelijk kennis aan de Nederlandsche Bank van een voornemen tot een wijziging van de risico’s die zij onderscheidenlijk hij voornemens is te dekken. 4 De verzekeraar kan het voornemen, bedoeld in het eerste, tweede of derde lid, ten uitvoer brengen vanaf de dag waarop de Nederlandsche Bank de kennisgeving, bedoeld in het eerste, tweede of derde lid, heeft ontvangen. De Nederlandsche Bank bevestigt de ontvangst onverwijld aan de verzekeraar. 5 Indien de schadeverzekeraar voornemens is de in Nederland gelegen risico’s zodanig te wijzigen dat deze risico’s behorende tot de branche Aansprakelijkheid motorrijtuigen omvatten, legt hij bij de kennisgeving de volgende gegevens over aan de Nederlandsche Bank: a. artikel 2, zesde lid, van de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen een schriftelijk bewijs waaruit blijkt dat hij is aangesloten bij het bureau, bedoeld in; b. artikelen 24, eerste lid 24a, eerste lid, van de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen artikel 3:43, tweede lid, van de wet artikel 24b, tweede, derde en achtste lid, van de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen een schriftelijk bewijs waaruit blijkt dat hij zich heeft gemeld bij het Waarborgfonds Motorverkeer teneinde te voldoen aan zijn verplichtingen jegens dat fonds uit hoofde van de, en, alsmede, als het een schadeverzekeraar als bedoeld inbetreft, aan zijn verplichtingen jegens dat fonds uit hoofde van; en c. artikel 4:70, tweede lid, van de wet een opgave van de naam en het adres van de schaderegelaar, bedoeld in, die hij in iedere andere lidstaat heeft aangesteld. 2023 453 12-12-2023 04-12-2023 2024 208 08-07-2024 28-06-2024 10-07-2024
Artikel 40 — Artikel 40#
Artikel 40 1 artikel 3:43, tweede lid 3:49 van de wet artikel 3:9 van de wet Een verzekeraar als bedoeld in, ofgeeft schriftelijk kennis aan de Nederlandsche Bank van een wijziging van gegevens op basis waarvan de Nederlandsche Bank heeft geoordeeld dat wordt voldaan aan hetgeen ingevolgewordt bepaald met betrekking tot de betrouwbaarheid van de vertegenwoordiger. 2 De financiële onderneming geeft van een wijziging als bedoeld in het eerste lid, onverwijld kennis nadat zij van de wijziging op de hoogte is gekomen. 2006 519 31-10-2006 12-10-2006 2006 664 20-12-2006 11-12-2006 01-01-2007
Artikel 40a — Artikel 40a artikelen 3:29a 3:29c, derde lid, van de wet Bepalingen ter uitvoering van deen#
Artikel 40a artikelen 3:29a 3:29c, derde lid, van de wet Bepalingen ter uitvoering van deen 1 artikel 3:29a, eerste lid, van de wet Een betaalinstelling als bedoeld inen die betaaldiensten verleent als bedoeld onder 1 tot en met 6 van de bijlage bij de richtlijn betaaldiensten, stelt geldmiddelen die zijn ontvangen van betaaldienstgebruikers of andere betaaldienstverleners voor de uitvoering van betalingstransacties op een van de volgende wijzen veilig: a. de geldmiddelen worden niet vermengd met de geldmiddelen van andere schuldeisers van de betaalinstelling; of b. de geldmiddelen worden gedekt door een verzekeringspolis of een vergelijkbare garantie van een verzekeraar of een bank die niet tot dezelfde groep behoort als de betaalinstelling, tegen het risico dat de betaalinstelling niet in staat is haar verplichtingen met betrekking tot de geldmiddelen na te komen, voor een bedrag dat gelijk is aan het bedrag dat afgescheiden zou zijn bij het ontbreken van de verzekeringspolis of vergelijkbare garantie. 2 Indien toepassing wordt gegeven aan het eerste lid, aanhef en onderdeel a, en de geldmiddelen aan het einde van de werkdag, volgend op de dag waarop zij zijn ontvangen, nog niet aan de betalingsbegunstigde of aan een andere betaaldienstaanbieder zijn overgemaakt, worden zij op een afzonderlijke rekening gestort bij een bank of bij een centrale bank na goeddunken van die centrale bank, of belegd in veilige, liquide activa met een lage risicograad, op zodanige wijze dat andere schuldeisers van de betaalinstelling, in het bijzonder in het geval van insolventie van de betaalinstelling, hun vorderingen niet op deze geldmiddelen kunnen verhalen. 3 Voor de toepassing van het tweede lid zijn veilige activa met een lage risicograad activa die vallen in een van de categorieën opgenomen in artikel 336, eerste lid, tabel 1, van de verordening kapitaalvereisten waarvoor het kapitaalvereiste voor het specifieke risico niet hoger ligt dan 1,6%, terwijl andere in aanmerking komende activa, als bedoeld in artikel 336, vierde lid, van de verordening, worden uitgesloten. Voor de toepassing van het tweede lid zijn veilige activa met een lage risicograad eveneens deelnemingsrechten in een instelling voor collectieve belegging in effecten (ICBE) die enkel investeert in activa zoals gespecificeerd in de eerste alinea. In buitengewone omstandigheden en wanneer dit voldoende gemotiveerd is, mogen de bevoegde autoriteiten, op basis van een evaluatie van de veiligheid, de looptijd, de waarde of andere risicofactoren van de activa zoals gespecificeerd in de eerste en tweede alinea, bepalen welke van deze activa geen veilige activa met een lage risicograad zijn voor de toepassing van het tweede lid. 4 Indien het deel van de geldmiddelen dat bestemd is voor toekomstige betalingstransacties niet bekend of variabel is, is het de betaalinstellingen toegestaan om het eerste lid uitsluitend toe te passen op een representatief gedeelte dat geacht wordt voor betalingsdiensten te worden gebruikt. Dit representatieve gedeelte moet redelijkerwijs kunnen worden geraamd op basis van historische gegevens. 5 Een betaalinstelling die betaaldiensten verleent als bedoeld onder 7 van de bijlage bij de richtlijn betaaldiensten houdt op geen enkel moment de met het aanbieden van de betaalinitiatiedienst verband houdende geldmiddelen van de betaler aan. 6 artikel 3:29a, eerste lid, van de wet Het eerste tot en met vierde lid zijn van overeenkomstige toepassing op elektronischgeldinstellingen als bedoeld in. 2025 340 11-11-2025 27-10-2025 2025 363 18-11-2025 01-10-2025 36701 19-11-2025 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Implementatiewet
verordening inzake instantovermakingen in euro’s in werking treedt.
Artikel 40b — Artikel 40b#
Artikel 40b 1 artikel 3:29a, tweede lid, van de wet Een elektronischgeldinstelling als bedoeld in, stelt de middelen die zij ontvangt in ruil voor elektronisch geld dat is uitgegeven, veilig op het moment dat deze gelden ter beschikking komen van de elektronischgeldinstelling doch uiterlijk vijf werkdagen na uitgifte van het elektronisch geld. 2 De financiële onderneming stelt chartale of girale gelden die zij ontvangt in ruil voor elektronisch geld op een van de volgende wijzen veilig: a. de gelden worden niet vermengd met de geldmiddelen van andere schuldeisers van de elektronischgeldinstelling; b. de gelden worden gedekt door een verzekeringspolis of een vergelijkbare garantie van een verzekeraar of een bank die niet tot dezelfde groep behoort als de elektronischgeldinstelling, tegen het risico dat de elektronischgeldinstelling niet in staat is haar verplichtingen met betrekking tot de gelden na te komen, voor een bedrag dat gelijk is aan het bedrag dat afgescheiden zou zijn bij het ontbreken van de verzekeringspolis of vergelijkbare garantie. 3 Indien toepassing wordt gegeven aan het tweede lid, aanhef en onderdeel a, worden de ontvangen gelden op een afzonderlijke rekening gestort bij een bank of belegd in veilige, liquide activa met een lage risicograad, op zodanige wijze dat andere schuldeisers van de elektronischgeldinstelling, in het bijzonder in het geval van insolventie van de elektronischgeldinstelling, hun vorderingen niet op deze gelden kunnen verhalen. 4 artikel 40a, derde lid Voor de toepassing van het derde lid is, van overeenkomstige toepassing. 5 artikel 40a, vierde lid Voor de toepassing van het tweede en derde lid is, van overeenkomstige toepassing. 2011 673 29-12-2011 22-12-2011 2011 671 29-12-2011 22-12-2011 01-01-2012 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet Wet op het financieel toezicht, enz. (implementatie richtlijn nr. 2009/110/EG) in werking treedt.
Artikel 40c — Artikel 40c#
Artikel 40c Betaalinstellingen of elektronischgeldinstellingen verlenen slechts krediet in verband met de in de punten 4 en 5 van de bijlage bij de richtlijn betaaldiensten bedoelde betaaldiensten indien: a. het krediet een aanvullend krediet is en uitsluitend wordt verstrekt in verband met de uitvoering van een betalingstransactie; b. het krediet dat is verstrekt in verband met een betaaldienst die is verleend door middel van dienstverrichting naar een andere lidstaat of vanuit een bijkantoor in een andere lidstaat wordt terugbetaald binnen een korte termijn, die in geen geval meer dan twaalf maanden bedraagt; c. het niet wordt verleend uit geldmiddelen die zijn ontvangen of die worden aangehouden voor het uitvoeren van toekomstige betalingstransacties; en d. het eigen vermogen van de betaalinstelling of de elektronischgeldinstelling te allen tijde in redelijke verhouding staat tot het totale bedrag van het verleende krediet. 2019 59 18-02-2019 08-02-2019 2019 60 18-02-2019 08-02-2019 19-02-2019
Artikel 40d — Artikel 40d#
Artikel 40d In dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: dekkingsactiva: activa als bedoeld in artikel 3, onderdeel 4, van de richtlijn gedekte obligaties; overcollateralisatie: overcollateralisatie als bedoeld in artikel 3, onderdeel 14, van de richtlijn gedekte obligaties; primaire activa: primaire activa als bedoeld in artikel 3, onderdeel 12, van de richtlijn gedekte obligaties; vervangende activa: vervangende activa als bedoeld in artikel 3, onderdeel 13, van de richtlijn gedekte obligaties; zekerheidsactiva: zekerheidsactiva als bedoeld in artikel 3, onderdeel 5, van de richtlijn gedekte obligaties. 2022 223 13-06-2022 24-05-2022 2022 221 13-06-2022 24-05-2022 08-07-2022 Artikel III van Stb. 2022/223 bevat overgangsrecht m.b.t. deze
wijziging.
Artikel 40e — Artikel 40e#
Artikel 40e 1 Een bank die gedekte obligaties uitgeeft, draagt er zorg voor dat de dekkingsactiva van het programma van gedekte obligaties waartoe een gedekte obligatie behoort, worden veiliggesteld door overgang onder algemene of bijzondere titel naar een andere rechtspersoon, waarbij aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a. de rechtspersoon is met uitsluiting van andere activiteiten opgericht om de dekkingsactiva van een programma van gedekte obligaties te scheiden van het vermogen van de bank en hetgeen te doen dat noodzakelijk is of wenselijk is voor het desbetreffende programma van gedekte obligaties; en b. de bank, alsmede rechtspersonen die tot dezelfde groep als de bank behoren, houden geen aandelen in de rechtspersoon, hebben daarin geen beleidsbepalende zeggenschap en hebben daarin ook niet op andere wijze een eigendomsbelang. 2 De bank is te allen tijde in staat om de dekkingsactiva van een programma van gedekte obligaties te identificeren. 2022 223 13-06-2022 24-05-2022 2022 221 13-06-2022 24-05-2022 08-07-2022 Artikel III van Stb. 2022/223 bevat overgangsrecht m.b.t. deze
wijziging.
Artikel 40f — Artikel 40f#
Artikel 40f 1 Een bank die gedekte obligaties uitgeeft, neemt voor ten minste 80% van de totale nominale waarde van de activa in de dekkingspool één van de soorten dekkingsactiva, bedoeld in artikel 129, eerste lid, onderdelen a tot en met g, van de verordening kapitaalvereisten als primair dekkingsactivum op. 2 De bank kan voor ten hoogste 20% van de totale nominale waarde van de activa in de dekkingspool vervangende dekkingsactiva opnemen, die bestaan uit één of meer van de overige soorten activa, bedoeld in artikel 129, eerste lid, onderdelen a tot en met g, van de verordening kapitaalvereisten. 3 Voor de berekening van de nominale waarde van de dekkingsactiva, bedoeld in het eerste en tweede lid, neemt de bank, waar van toepassing, de restricties in artikel 129, eerste lid tot en met derde lid, van de verordening kapitaalvereisten in acht. 2022 223 13-06-2022 24-05-2022 2022 221 13-06-2022 24-05-2022 08-07-2022 Artikel III van Stb. 2022/223 bevat overgangsrecht m.b.t. deze
wijziging.
Artikel 40g — Artikel 40g#
Artikel 40g 1 artikel 3:33b, van de wet De totale nominale waarde van de betalingsvorderingen voortvloeiend uit de dekkingsactiva behorend tot de dekkingspool is ten minste gelijk aan de totale nominale waarde van de verplichtingen, bedoeld in. 2 artikel 40f, eerste en tweede lid De totale nominale waarde van de dekkingsactiva, bedoeld in, tezamen is ten minste gelijk aan de totale nominale waarde van de uitstaande gedekte obligaties en is daarnaast onderworpen aan een overcollateralisatie bestaande uit 5% van de nominale waarde van de uitstaande gedekte obligaties die wordt gedekt door de nominale waarde van dekkingsactiva, bedoeld in artikel 129, eerste lid, onderdelen a tot en met g, van de verordening kapitaalvereisten. 3 Niet door zekerheden gedekte vorderingen waarbij wanbetaling als bedoeld in artikel 178 van de verordening kapitaalvereisten wordt geacht zich te hebben voorgedaan, kunnen niet bijdragen aan de dekking in de dekkingspool. 4 artikel 3:33b, derde lid, van de wet Voor de berekening van de verwachte kosten, bedoeld in, kan in afwijking van het eerste lid, in plaats van de nominale waarde een forfaitair bedrag worden gehanteerd bestaande uit ten minste vier basispunten van de totale nominale waarde van de uitstaande gedekte obligaties, of een vast bedrag van 400.000 euro, indien dat bedrag hoger is. 5 Voor de berekening van de verschuldigde rente op de uitstaande gedekte obligaties en de te ontvangen rente met betrekking tot de dekkingsactiva wordt uitgegaan van de nominale waarde. 6 Voor de berekening van de nominale waarde van de dekkingsactiva, bedoeld in het tweede lid, neemt de bank, waar van toepassing, de restricties in artikel 129, eerste lid tot en met derde lid, van de verordening kapitaalvereisten in acht. Activa die bijdragen aan de 5% overcollateralisatie, bedoeld in het tweede lid, zijn niet onderworpen aan de limieten voor de omvang van de blootstelling als bepaald in artikel 129, eerste lid bis, van de verordening kapitaalvereisten en worden niet meegeteld voor die limieten. 2022 223 13-06-2022 24-05-2022 2022 221 13-06-2022 24-05-2022 08-07-2022 Artikel III van Stb. 2022/223 bevat overgangsrecht m.b.t. deze
wijziging.
Artikel 40h — Artikel 40h#
Artikel 40h 1 Een bank die gedekte obligaties uitgeeft en fysieke zekerheidsactiva hanteert die strekken tot zekerheid van de dekkingsactiva als bedoeld in artikel 129, eerste lid, onderdelen d tot en met g, van de verordening kapitaalvereisten, voldoet aan de vereisten van artikel 208 van die verordening. 2 De fysieke zekerheidsactiva worden gewaardeerd tegen of onder de marktwaarde of de hypotheekwaarde, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel 76, onderscheidenlijk onderdeel 74, van de verordening kapitaalvereisten. 3 De waardering van de fysieke zekerheidsactiva wordt uitgevoerd door een taxateur die voldoet aan de eisen, bedoeld in artikel 6, vijfde lid, onderdelen b en c, van de richtlijn gedekte obligaties. 2022 223 13-06-2022 24-05-2022 2022 221 13-06-2022 24-05-2022 08-07-2022 Artikel III van Stb. 2022/223 bevat overgangsrecht m.b.t. deze
wijziging.
Artikel 40i — Artikel 40i#
Artikel 40i 1 Een bank die gedekte obligaties uitgeeft, draagt er zorg voor dat de debiteur van de dekkingsactiva zijn woonplaats heeft, respectievelijk is gevestigd of zijn zetel heeft, binnen de grenzen van de lidstaten van de Europese Unie, of in een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte. 2 Een bank draagt er zorg voor dat, indien van toepassing, het fysieke zekerheidsactivum is gelegen binnen de grenzen van de lidstaten van de Europese Unie, of in een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte. 2022 223 13-06-2022 24-05-2022 2022 221 13-06-2022 24-05-2022 08-07-2022 Artikel III van Stb. 2022/223 bevat overgangsrecht m.b.t. deze
wijziging.
Artikel 40j — Artikel 40j#
Artikel 40j 1 Een bank die gedekte obligaties uitgeeft, draagt er zorg voor dat in de dekkingspool uitsluitend een derivatencontract wordt opgenomen indien dit bijdraagt aan de beheersing van risico’s voor de houders van gedekte obligaties. Een derivatencontract wordt uit de dekkingspool verwijderd indien het risico voor de houders van gedekte obligaties ophoudt te bestaan. 2 Het volume van een derivatencontract wordt aangepast indien sprake is van een vermindering van het risico waarop het derivatencontract betrekking heeft. Een derivatencontract wordt uit de dekkingspool verwijderd indien het risico voor de houders van gedekte obligaties ophoudt te bestaan. 3 Een derivatencontract kan uitsluitend in de dekkingspool worden opgenomen, indien het contract: a. voldoende is gedocumenteerd; b. Deel 3A van de wet niet kan worden beëindigd indien de bank die de gedekte obligaties heeft uitgegeven in staat van faillissement is verklaard, of indien jegens de bank op grond vaneen afwikkelingsmaatregel is toegepast; c. is gesloten met een financiële onderneming die onder toezicht staat; en d. in geval van verlies van voldoende kredietwaardigheid van de wederpartij verplicht dat de wederpartij gepaste zekerheid verschaft of zich als wederpartij doet vervangen. 2022 223 13-06-2022 24-05-2022 2022 221 13-06-2022 24-05-2022 08-07-2022 Artikel III van Stb. 2022/223 bevat overgangsrecht m.b.t. deze
wijziging.
Artikel 40k — Artikel 40k#
Artikel 40k 1 Een bank die gedekte obligaties uitgeeft, draagt er zorg voor dat de dekkingspool te allen tijde een uit liquide activa samengestelde liquiditeitsbuffer bevat, die beschikbaar is om de nettoliquiditeitsuitstroom, bedoeld in artikel 3, onderdeel 16, van de richtlijn gedekte obligaties, van het programma van gedekte obligaties te dekken. 2 De liquiditeitsbuffer, bedoeld in het eerste lid, dekt de maximale gecumuleerde nettoliquiditeitsuitstroom tijdens de volgende 180 dagen. 3 artikel 40m Indien de looptijd van een gedekte obligatie op grond vankan worden verlengd, wordt bij de berekening van de nettoliquiditeitsuitstroom, bedoeld in het tweede lid, uitgegaan van de hoofdsom, gebaseerd op de einddatum. 4 De liquiditeitsbuffer, bedoeld in het eerste lid, omvat de activa, bedoeld in artikel 16, derde lid, onderdelen a en b, van de richtlijn gedekte obligaties. 5 Niet door zekerheden gedekte vorderingen waarbij wanbetaling als bedoeld in artikel 178 van de verordening kapitaalvereisten wordt geacht zich te hebben voorgedaan, kunnen niet bijdragen aan de liquiditeitsbuffer van de dekkingspool. 2022 223 13-06-2022 24-05-2022 2022 221 13-06-2022 24-05-2022 08-07-2022 Artikel III van Stb. 2022/223 bevat overgangsrecht m.b.t. deze
wijziging.
Artikel 40l — Artikel 40l#
Artikel 40l 1 artikel 40f, eerste en tweede lid artikel 40h Een bank die gedekte obligaties uitgeeft, identificeert de in, bedoelde dekkingsactiva, en documenteert de wijze waarop haar kredietverleningsbeleid voldoet aan de vereisten van. 2 De bank registreert alle transacties met betrekking tot het programma van gedekte obligaties en beschikt daartoe over adequate en passende documentatiesystemen en documentatieprocessen. 2022 223 13-06-2022 24-05-2022 2022 221 13-06-2022 24-05-2022 08-07-2022 Artikel III van Stb. 2022/223 bevat overgangsrecht m.b.t. deze
wijziging.
Artikel 40m — Artikel 40m#
Artikel 40m 1 Een bank die gedekte obligaties uitgeeft, kan gedekte obligaties uitgeven met een verlengbare looptijd, indien voorafgaand aan de eerste uitgifte van het programma van gedekte obligaties in de contractuele voorwaarden van dat programma is opgenomen dat verlenging van de looptijd niet kan geschieden naar goeddunken van de bank en uitsluitend plaatsvindt indien: a. artikel 3A:1 van de wet er sprake is van wanprestatie of wanbetaling door de bank of enig handelen daartoe, er sprake is van liquidatie, ontbinding of herstructurering van schulden van de bank of een schuldeisersakkoord, of op de bank een afwikkelingsmaatregel als bedoeld inis toegepast of de bank in staat van faillissement is verklaard; en b. artikel 40g, eerste en tweede lid de rechtspersoon waarop de dekkingsactiva zijn overgegaan op de einddatum van de gedekte obligaties over onvoldoende middelen beschikt voor de aflossing van de hoofdsom van die gedekte obligatie, die rechtspersoon niet kan voldoen aan een van de dekkingsvereisten, bedoeld in, of die rechtspersoon niet kan voldoen aan een ander contractueel overeengekomen vereiste met betrekking tot waarborging van de dekking. 2 Een bank die een gedekte obligatie uitgeeft waarvan de looptijd kan worden verlengd, verstrekt bij uitgifte van de gedekte obligatie informatie over: a. de voorwaarden voor verlenging van de looptijd; b. de gevolgen die het faillissement of de afwikkeling van de bank die gedekte obligaties uitgeeft, heeft voor de verlenging van de looptijd; en c. de rol van de Nederlandsche Bank ten aanzien van de verlenging van de looptijd. 3 Een bank die een gedekte obligatie uitgeeft, draagt er zorg voor dat de einddatum van die gedekte obligatie te allen tijde kan worden bepaald. 4 artikel 3A:1 van de wet Indien op de bank een afwikkelingsmaatregel als bedoeld inis toegepast of de bank in staat van faillissement is verklaard, is een looptijdverlenging niet van invloed op de volgorde waarin houders van gedekte obligaties hun vorderingen kunnen verhalen en wordt de volgorde van het oorspronkelijke looptijdenschema van het programma van gedekte obligaties niet omgekeerd. 5 artikel 40e artikel 212re van de Faillissementswet De looptijdverlenging heeft geen invloed op het recht van een houder van een gedekte obligatie om zijn vordering te verhalen op zowel de bank als op de rechtspersoon waarop de dekkingsactiva ingevolgezijn overgegaan of op de uitoefening van de rechten van de schuldeisers als bedoeld in. 2022 223 13-06-2022 24-05-2022 2022 221 13-06-2022 24-05-2022 08-07-2022 Artikel III van Stb. 2022/223 bevat overgangsrecht m.b.t. deze
wijziging.
Artikel 40n — Artikel 40n#
Artikel 40n 1 artikelen 3:33b 3:33ba van de wet artikelen 40e tot en met 40m artikelen 40g 40k Een bank die gedekte obligaties uitgeeft, draagt er zorg voor dat voorafgaand aan de eerste uitgifte van een programma van gedekte obligaties een dekkingspoolmonitor wordt aangesteld die geen banden heeft met en onafhankelijk is van de bank en de externe accountant van de bank en die ten minste jaarlijks controleert of de bank voldoet aan deenen de, waarbij de controle van deenin ieder geval door een accountant wordt verricht. 2 artikelen 40g 40k In afwijking van het eerste lid, kan een dekkingspoolmonitor worden aangesteld die banden heeft met de bank, waaronder de externe accountant van de bank, indien in ieder geval de jaarlijkse controle of de bank voldoet aan deendoor die externe accountant wordt verricht. 3 artikel 3:19, tweede lid, van de wet De dekkingspoolmonitor georganiseerd overeenkomstig het tweede lid is onafhankelijk van het kredietacceptatieproces van de bank, kan niet van de functie van dekkingspoolmonitor worden ontheven zonder voorafgaande toestemming van de raad van commissarissen van de bank of het orgaan dat een daarmee vergelijkbare taak heeft, bedoeld in, en heeft direct toegang tot de raad van commissarissen van de bank of het orgaan dat een daarmee vergelijkbare taak heeft, bedoeld in artikel 3:19, tweede lid, van de wet. 4 artikelen 40g 40k artikel 3A:1 van de wet De bank draagt er zorg voor dat de controle van deenblijft plaatsvinden indien en nadat ten aanzien van de bank een afwikkelingsmaatregel als bedoeld inis toegepast of indien en nadat de bank in staat van faillissement is verklaard. 5 artikelen 40g 40k De bank brengt jaarlijks verslag uit aan de Nederlandsche Bank over de uitkomsten van de controle ten aanzien van deen. 6 De bank draagt er zorg voor dat de dekkingspoolmonitor voor de uitoefening van zijn taken over alle daartoe benodigde informatie beschikt. 2022 223 13-06-2022 24-05-2022 2022 221 13-06-2022 24-05-2022 08-07-2022 Artikel III van Stb. 2022/223 bevat overgangsrecht m.b.t. deze
wijziging.
Artikel 40o — Artikel 40o#
Artikel 40o artikelen 3:33a 3:33b 3:33ba van de wet Het label «Europese gedekte obligaties (premium)» wordt uitsluitend gebruikt voor gedekte obligaties die voldoen aan de vereisten ingevolge de,en. 2022 223 13-06-2022 24-05-2022 2022 221 13-06-2022 24-05-2022 08-07-2022 Artikel III van Stb. 2022/223 bevat overgangsrecht m.b.t. deze
wijziging.
Artikel 40p — Artikel 40p#
Artikel 40p 1 artikel 3:33a, tweede lid, van de wet Een bank die een aanvraag doet als bedoeld in, verstrekt aan de Nederlandsche Bank de volgende informatie ten aanzien van het programma van gedekte obligaties: a. artikel 40e, eerste lid een juridische opinie van een juridisch deskundige die onafhankelijk is van de bank op basis waarvan de Nederlandsche Bank kan beoordelen of wordt voldaan aan; b. de overeenkomsten van de rechtspersoon die rechthebbende is van de dekkingsactiva met zijn bestuurder; c. artikel 40n de overeenkomst met de dekkingspoolmonitor of de accountant, bedoeld in; d. artikelen 3:33a, derde en vierde lid 3:33b 3:33ba een schriftelijke verklaring van de bestuurder van de bank waaruit blijkt dat aan het bepaalde ingevolge de,enwordt voldaan; en e. artikel 3:33a, tweede lid van de wet andere door de Nederlandsche Bank benodigde informatie voor de beoordeling, bedoeld in. 2 artikel 3:33a, tweede lid, van de wet Een bank waaraan toestemming is verleend op grond vanmeldt de Nederlandsche Bank terstond wijzigingen met betrekking tot de gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdelen b en c. Zij verstrekt de verklaring, bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, jaarlijks. 3 artikel 3:33ba, tweede lid, van de wet De gegevens, bedoeld in, zijn: a. artikelen 40f 40g gegevens op basis waarvan de Nederlandsche Bank kan beoordelen of wordt voldaan aan de dekkingsvereisten in deen; b. artikelen 40h 40i gegevens op basis waarvan de Nederlandsche Bank kan beoordelen of wordt voldaan aan de vereisten met betrekking tot waardering, verzekering en lokalisatie in deen; c. artikel 40j gegevens op basis waarvan de Nederlandsche Bank kan beoordelen of wordt voldaan aan de vereisten met betrekking tot in de dekkingspool opgenomen derivatencontracten in; d. artikel 40k gegevens op basis waarvan de Nederlandsche Bank kan beoordelen of wordt voldaan aan de vereisten met betrekking tot de liquiditeitsbuffer in; e. artikel 40m gegevens op basis waarvan de Nederlandsche Bank kan beoordelen of wordt voldaan aan de vereisten met betrekking tot de verlengbare looptijd in; en f. artikelen 3:33a, derde en vierde lid 3:33b 3:33ba, eerste lid andere door de Nederlandsche Bank benodigde informatie voor de beoordeling of de bank voldoet aan het bepaalde ingevolge de,en. 4 De gegevens, bedoeld in het derde lid, onderdelen a en d, worden bij aanvang van het programma verstrekt en vervolgens elk kwartaal. De gegevens, bedoeld in het derde lid, onderdelen b, c, e en f, worden bij aanvang van het programma verstrekt en uitsluitend opnieuw verstrekt indien zij zijn gewijzigd of op verzoek van de Nederlandsche Bank. 5 Een bank die een gedekte obligatie uitgeeft, en die gedurende de looptijd van de gedekte obligatie voornemens is significante wijzigingen aan te brengen in de voorwaarden die van toepassing zijn op die gedekte obligatie, doet voorafgaand aan het doorvoeren daarvan mededeling aan de Nederlandsche Bank. 2022 223 13-06-2022 24-05-2022 2022 221 13-06-2022 24-05-2022 08-07-2022 Artikel III van Stb. 2022/223 bevat overgangsrecht m.b.t. deze
wijziging.
Artikel 40q — Artikel 40q#
Artikel 40q artikel 40g, eerste en tweede lid Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat de activa, bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdelen b en c, van de richtlijn gedekte obligaties, onder de daarin te bepalen voorwaarden als primaire of vervangende activa in de dekkingspool, als bedoeld in, kunnen worden opgenomen. 2022 223 13-06-2022 24-05-2022 2022 221 13-06-2022 24-05-2022 08-07-2022
Artikel 41 — Artikel 41#
Artikel 41 1 artikelen 3:36, derde lid 3:43, eerste lid, van de wet In afwijking van de, enis het schadeverzekeraars toegestaan in de uitoefening van hun bedrijf, naast de risico’s die behoren tot de branche waarvoor de vergunning is verleend, tevens risico’s te verzekeren die behoren tot andere branches, met uitzondering van de branches Krediet en Borgtocht, indien deze risico’s naar het oordeel van de Nederlandsche Bank als bijkomende risico’s kunnen worden beschouwd, omdat zij: a. samenhangen met het hoofdrisico dat behoort tot de branche waarvoor de vergunning is verleend; b. betrekking hebben op het belang of gevaarsobject dat is verzekerd tegen het hoofdrisico; en c. worden verzekerd bij dezelfde overeenkomst als het hoofdrisico. 2 De risico’s van de branche Rechtsbijstand mogen uitsluitend worden verzekerd als bijkomend risico van de branche Hulpverlening en van branches waarbij risico’s worden verzekerd die verband houden met het gebruikvan zeeschepen. 2008 581 29-12-2008 18-12-2008 2008 582 29-12-2008 18-12-2008 01-01-2009
Artikel 42 — Artikel 42#
Artikel 42 artikel 3:40 van de wet Als adres van een vertegenwoordiger in Nederland van een verzekeraar als bedoeld inwaaraan rechtsgeldig mededelingen kunnen worden gedaan wordt beschouwd het in Nederland gelegen bijkantoor. 2006 519 31-10-2006 12-10-2006 2006 664 20-12-2006 11-12-2006 01-01-2007
Artikel 43 — Artikel 43#
Artikel 43 artikel 3:40 3:47, zesde lid 3:50, tweede lid, van de wet artikel 42 Een verzekeraar als bedoeld in,ofwordt geacht, indien de vertegenwoordiger ontbreekt, zijn woonplaats te hebben bij het parket van de officier van justitie in het arrondissement waarin de rechtbank is gelegen waar de verzekeraar ingevolgehet laatst zijn woonplaats had, of anders bij het parket van de officier van justitie bij het arrondissementsparket Amsterdam. 2012 650 20-12-2012 13-12-2012 2012 650 20-12-2012 13-12-2012 01-01-2013
Artikel 44 — Artikel 44#
Artikel 44 1 artikel 3:40 3:47, zesde lid, van de wet artikel 3:40 3:47, zesde lid 3:50, tweede lid, van de wet artikelen 45 tot en met 47 De omstandigheden, bedoeld inenwaaronder de vertegenwoordiger van een verzekeraar als bedoeld in,, ofophoudt vertegenwoordiger te zijn, zijn de omstandigheden, bedoeld in het tweede tot en met vijfde lid en in de. 2 De verzekeraar die voornemens is de vertegenwoordiging te beëindigen, geeft daarvan kennis aan de Nederlandsche Bank. 3 De kennisgeving, bedoeld in het tweede lid, vermeldt tevens de naam van degene die de verzekeraar voornemens is aan te stellen als opvolger van de vertegenwoordiger. 4 Indien de opvolger rechtspersoon is, gaat de kennisgeving gepaard met de statuten van deze rechtspersoon, een opgave van het nummer van inschrijving in het handelsregister en een bewijs van aanstelling van de natuurlijke persoon die is aangesteld als vertegenwoordiger van de vertegenwoordiger die rechtspersoon is. 5 artikel 3:47, eerste lid 3:50, tweede lid, van de wet De verzekeraar, bedoeld in, ofbeëindigt de vertegenwoordiging op de dag waarop van de beëindiging kennis is gegeven aan de Nederlandsche Bank. 6 artikel 3:47, eerste lid artikel 3:50, tweede lid, van de wet De verzekeraar, bedoeld in, ofgeeft geen uitvoering aan het voornemen indien de Nederlandsche Bank er niet mee instemt. Indien de Nederlandsche Bank besluit niet in te stemmen met het voornemen, maakt zij haar besluit daartoe aan de financiële onderneming bekend: a. binnen zes weken na ontvangst van de kennisgeving; of b. indien de Nederlandsche Bank binnen twee weken na ontvangst van de kennisgeving om nadere gegevens heeft verzocht, binnen zes weken na ontvangst van die gegevens, doch uiterlijk binnen dertien weken na ontvangst van de kennisgeving. 2024 10 30-01-2024 24-11-2023 2024 10 30-01-2024 24-11-2023 01-07-2024
Artikel 45 — Artikel 45#
Artikel 45 1 artikel 3:40 3:47, zesde lid 3:50, tweede lid, van de wet De vertegenwoordiger, bedoeld in,, ofdie voornemens is de vertegenwoordiging te beëindigen, geeft daarvan kennis aan de Nederlandsche Bank. 2 artikel 3:47, eerste lid 3:50, tweede lid, van de wet De vertegenwoordiger van een verzekeraar als bedoeld in, ofbehoudt de hoedanigheid van vertegenwoordiger tot de dag waarop hij van de beëindiging kennis heeft gegeven aan de Nederlandsche Bank. 3 De vertegenwoordiger geeft geen uitvoering aan het voornemen indien de Nederlandsche Bank er niet mee instemt. Indien de Nederlandsche Bank besluit niet in te stemmen met het voornemen, maakt zij haar besluit daartoe aan de financiële onderneming bekend: a. binnen zes weken na ontvangst van de kennisgeving; of b. indien de Nederlandsche Bank binnen twee weken na ontvangst van de kennisgeving om nadere gegevens heeft verzocht, binnen zes weken na ontvangst van die gegevens, doch uiterlijk binnen dertien weken na ontvangst van de kennisgeving. 2024 10 30-01-2024 24-11-2023 2024 10 30-01-2024 24-11-2023 01-07-2024
Artikel 46 — Artikel 46#
Artikel 46 1 artikel 3:40 3:47, tweede lid 3:50, tweede lid, van de wet artikel 19 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek titel 19 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek De vertegenwoordiger van een verzekeraar als bedoeld in,ofhoudt op vertegenwoordiger te zijn vanaf de dag van het van toepassing verklaren van de schuldsanering natuurlijke personen, de verlening van surseance van betaling, de faillietverklaring, de ontbinding, bedoeld in, de onderbewindstelling van een of meer goederen, bedoeld in, of de ondercuratelestelling. 2 artikel 19 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek De aanwijzing door de vertegenwoordiger van een natuurlijk persoon die is aangewezen als vertegenwoordiger die een rechtspersoon is, vervalt van rechtswege op de dag van het van toepassing verklaren van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen, de verlening van surseance van betaling, de faillietverklaring, de ontbinding, bedoeld in, of de ondercuratelestelling van de aangewezen natuurlijk persoon alsmede op de dag van verlening van surseance van betaling aan of faillietverklaring van de vertegenwoordiger. 2006 519 31-10-2006 12-10-2006 2006 664 20-12-2006 11-12-2006 01-01-2007
Artikel 47 — Artikel 47#
Artikel 47 1 artikel 19 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek titel 19 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek Van het overlijden, het van toepassing verklaren van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen, de verlening van surseance van betaling, de faillietverklaring, de ontbinding, bedoeld in, de onderbewindstelling van een of meer goederen, bedoeld in, of de ondercuratelestelling van de vertegenwoordiger of de natuurlijke persoon die is aangewezen als vertegenwoordiger van de vertegenwoordiger die rechtspersoon is, alsmede van de beëindiging van de vertegenwoordiging van de vertegenwoordiger door deze natuurlijke persoon, geeft de verzekeraar onderscheidenlijk de vertegenwoordiger binnen zeven dagen kennis aan de Nederlandsche Bank. 2 artikel 3:40 van de wet De verzekeraar, bedoeld in, legt, in de gevallen, genoemd in het eerste lid, en in het geval dat de vertegenwoordiger of de natuurlijke persoon, bedoeld in het eerste lid, de vertegenwoordiging heeft beëindigd, aan de Nederlandsche Bank een bewijs van aanstelling van de vertegenwoordiger over alsmede, indien de vertegenwoordiger een rechtspersoon is, de statuten van deze rechtspersoon, een opgave van het nummer van inschrijving in het handelsregister en een bewijs van aanstelling van de natuurlijke persoon, bedoeld in het eerste lid. 3 De verzekeraar, bedoeld in het tweede lid, verstrekt de gegevens, bedoeld in het tweede lid, binnen twee weken na de betrokken aanstelling. 4 artikel 3:47, tweede lid 3:50, tweede lid, van de wet artikel 3:47, vijfde lid, van de wet De verzekeraar, bedoeld in, of, wijst, in de gevallen, genoemd in het eerste lid, en in het geval dat de vertegenwoordiger of de natuurlijke persoon, bedoeld in, de vertegenwoordiging heeft beëindigd, binnen een door de Nederlandsche Bank te bepalen termijn een nieuwe vertegenwoordiger onderscheidenlijk natuurlijk persoon aan. 5 artikel 3:47, vijfde lid, van de wet De verzekeraar, bedoeld in het vierde lid, legt aan de Nederlandsche Bank een bewijs van aanstelling van de nieuwe vertegenwoordiger over alsmede, indien de nieuwe vertegenwoordiger rechtspersoon is, de statuten van deze rechtspersoon, een uittreksel uit diens inschrijving in het handelsregister en de akte van aanstelling van de natuurlijke persoon, bedoeld in. 2011 199 03-05-2011 21-04-2011 2011 199 03-05-2011 21-04-2011 04-05-2011
Artikel 48 — Artikel 48#
Artikel 48 1 artikel 3:53, eerste lid, van de wet Het minimumbedrag aan eigen vermogen, bedoeld inbedraagt: a. artikel 3:53, eerste lid 3:54, eerste lid, van de wet artikel 3:53, eerste lid 3:55, eerste lid, van de wet € 5 miljoen voor een bank als bedoeld in, ofdie geen bank als bedoeld in onderdeel b is, of voor een clearinginstelling als bedoeld in, of; b. artikel 2:13 van de wet € 2,5 miljoen voor een bank als bedoeld indie in hoofdzaak haar bedrijf maakt van het verlenen van beleggingsdiensten of het verrichten van beleggingsactiviteiten; c. artikel 3:53, eerste lid van de wet € 125.000 voor een beheerder van een beleggingsinstelling als bedoeld in; d. artikel 3:53, eerste lid, van de wet € 125.000 voor een beheerder van een icbe als bedoeld in; e. artikel 3:53, eerste lid, van de wet € 300.000 voor een beleggingsmaatschappij of een maatschappij voor collectieve belegging in effecten als bedoeld indie geen aparte beheerder hebben; f. artikel 3:53, eerste lid 3:54, eerste lid, van de wet artikel 1:1 van de wet € 750.000 voor een beleggingsonderneming als bedoeld in, ofdie de beleggingsdienst verleent, bedoeld in onderdeel e van de definitie van het verlenen van een beleggingsdienst in, of de beleggingsactiviteit verricht, bedoeld in onderdeel a van de definitie van het verrichten van een beleggingsactiviteit in artikel 1:1 van de wet; g. artikel 3:53, eerste lid 3:54, eerste lid, van de wet artikel 1:1 van de wet € 750.000 voor een beleggingsonderneming als bedoeld in, ofdie de beleggingsactiviteit verricht, bedoeld in onderdeel b van de definitie van het verrichten van een beleggingsactiviteit in, indien de beleggingsonderneming handelt voor eigen rekening of het de beleggingsonderneming op grond van haar vergunning is toegestaan te handelen voor eigen rekening; h. artikel 3:53, eerste lid 3:54, eerste lid, van de wet artikel 1:1 van de wet € 75.000 voor een beleggingsonderneming als bedoeld in, of, die niet handelt voor eigen rekening en die uitsluitend een of meer van de beleggingsdiensten, bedoeld in de onderdelen a, b, c, d en f van de definitie van verlenen van een beleggingsdienst in, verleent en waaraan het op grond van haar vergunning niet is toegestaan gelden of financiële instrumenten van cliënten onder zich te houden; i. artikel 3:53, eerste lid 3:54, eerste lid, van de wet € 150.000 voor een beleggingsonderneming als bedoeld in, of, niet zijnde een beleggingsonderneming als bedoeld in de onderdelen f tot en met h; j. artikel 3:53, eerste lid, van de wet € 20.000 voor een betaalinstelling als bedoeld indie uitsluitend de in punt 6 van de bijlage bij de richtlijn betaaldiensten vermelde betaaldienst verleent; k. artikel 3:53, eerste lid, van de wet € 50.000 voor een betaalinstelling als bedoeld indie uitsluitend de in punt 7 van de richtlijn betaaldiensten vermelde betaaldienst verleent; l. artikel 3:53, eerste lid, van de wet € 125.000 voor een betaalinstelling als bedoeld indie een in de punten 1 tot en met 5 van de bijlage bij de richtlijn betaaldiensten vermelde betaaldienst verleent; m. artikel 3:53, eerste lid, van de wet € 730.000 voor een bewaarder als bedoeld inof het bedrag als berekend overeenkomstig artikel 315 of 317 van de verordening kapitaalvereisten indien dat bedrag hoger is; n. artikel 3:53, eerste lid, van de wet € 350.000 voor een elektronischgeldinstelling als bedoeld in; o. artikel 3:53, eerste lid, van de wet € 500.000 voor een premiepensioeninstelling als bedoeld in; p. artikel 3:53, eerste lid, van de wet € 112.500 voor een pensioenbewaarder als bedoeld in; q. artikel 3:53, eerste lid, van de wet € 1 miljoen voor een kredietunie als bedoeld in. 2 artikel 2:67a, tweede lid, van de wet artikel 2:69c, tweede lid, van de wet Voor de toepassing van het eerste lid wordt een beheerder van een beleggingsinstelling of een beheerder van een icbe die tevens een beleggingsdienst verleent op grond van, respectievelijkgelijkgesteld met een beleggingsonderneming, met dien verstande dat het minimumbedrag aan eigen vermogen ten minste € 125.000 bedraagt. 2021 571 25-11-2021 19-11-2021 2021 571 25-11-2021 19-11-2021 26-11-2021
Artikel 49 — Artikel 49#
Artikel 49 1 Een verzekeraar met zetel in Nederland, niet zijnde een verzekeraar met beperkte risico-omvang, berekent het minimumkapitaalvereiste overeenkomstig artikel 129 van de richtlijn solvabiliteit II, met inachtneming van titel I, hoofdstuk VII, van de verordening solvabiliteit II. Artikel 131 van de richtlijn solvabiliteit II is van toepassing. 2 De Nederlandsche Bank kan gedurende een periode die niet later eindigt dan 31 december 2017 voorschrijven dat verzekeraars de in artikel 129, derde lid, eerste alinea, van de richtlijn solvabiliteit II bedoelde percentages uitsluitend toepassen op het met behulp van de standaardformule, bedoeld in titel I, hoofdstuk VI, afdeling 4, onderafdeling 2, van die richtlijn, berekende solvabiliteitskapitaalvereiste. 2015 308 28-07-2015 10-07-2015 2015 309 28-07-2015 10-07-2015 01-01-2016
Artikel 49a — Artikel 49a#
Artikel 49a De artikelen 129 en 131 van de richtlijn solvabiliteit II en titel I, hoofdstuk VII, van de verordening solvabiliteit II inzake het minimumkapitaalvereiste zijn van overeenkomstige toepassing op het minimumkapitaalvereiste van een in Nederland gelegen bijkantoor van: a. levensverzekeraars en schadeverzekeraars, niet zijnde verzekeraars met beperkte risico-omvang, met zetel in een staat die geen lidstaat is; b. herverzekeraars met zetel in een niet-aangewezen staat. 2015 308 28-07-2015 10-07-2015 2015 309 28-07-2015 10-07-2015 01-01-2016
Artikel 49b — Artikel 49b#
Artikel 49b 1 De artikelen 129 en 131 van de richtlijn solvabiliteit II en titel I, hoofdstuk VII, van de verordening solvabiliteit II inzake het minimumkapitaalvereiste zijn van overeenkomstige toepassing op: a. verzekeraars met beperkte risico-omvang met zetel in Nederland; b. verzekeraars met beperkte risico-omvang met zetel in een niet-aangewezen staat die hun bedrijf uitoefenen vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor. 2 Voor de toepassing van het eerste lid bedraagt de absolute ondergrens van het minimumkapitaalvereiste, in afwijking van artikel 129, eerste lid, onderdeel d, van de richtlijn, voor de in het eerste lid bedoelde verzekeraars: a. 250.000 euro voor een levensverzekeraar die uitsluitend of nagenoeg uitsluitend uitkeringen bij overlijden verzekert, waarvan het bedrag per verzekerde niet groter is dan het gemiddelde bedrag van de kosten van uitvaart; b. 250.000 euro voor een natura-uitvaartverzekeraar; c. 200.000 euro voor een schadeverzekeraar. 3 De in het tweede lid bedoelde bedragen worden elke vijf jaar gewijzigd teneinde deze aan te passen aan de ontwikkeling van het door de Europese Commissie overeenkomstig artikel 300 van de richtlijn solvabiliteit II bekendgemaakte geharmoniseerde indexcijfer van de consumentenprijzen van alle lidstaten, afgerond op een veelvoud van 10.000 euro. De gewijzigde bedragen worden bij ministeriële regeling vastgesteld. 4 Voor de toepassing van het eerste lid, wordt in artikel 131 van de richtlijn solvabiliteit II voor «31 december 2016» gelezen: 31 december 2017. 2016 430 18-11-2016 27-10-2016 2016 430 18-11-2016 27-10-2016 01-01-2017
Artikel 50 — Artikel 50#
Artikel 50 1 artikel 2:13, eerste lid 3:53, eerste lid 3:54, eerste lid, van de wet 3:55, eerste lid, van de wet Het minimumbedrag aan eigen vermogen van een bank als bedoeld in,, of, van een betaalinstelling als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, van de wet, van een clearinginstelling als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, of, van een elektronischgeldinstelling als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, van de wet, kredietunie als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, van de wet of van een premiepensioeninstelling als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, van de wet, wordt gevormd door de waarde van de vermogensbestanddelen, bedoeld in artikel 26, eerste lid, onderdelen a tot en met e, van de verordening kapitaalvereisten. Op een premiepensioeninstelling met de rechtsvorm van een stichting is artikel 27 van de verordening kapitaalvereisten van overeenkomstige toepassing. 2 artikel 3:53, eerste lid, van de wet 3:54, eerste lid, van de wet Het minimumbedrag aan eigen vermogen van een beheerder van een beleggingsinstelling als bedoeld in, van een beheerder van een icbe als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, van de wet en van een beleggingsonderneming als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, ofis samengesteld overeenkomstig artikel 9 van de verordening prudentiële vereisten voor beleggingsondernemingen. 2021 571 25-11-2021 19-11-2021 2021 571 25-11-2021 19-11-2021 26-11-2021
Artikel 51 — Artikel 51#
Artikel 51 artikel 3:53, eerste lid, van de wet Het minimumbedrag aan eigen vermogen van een bewaarder of pensioenbewaarder als bedoeld inwordt gevormd door de waarde van de vermogensbestanddelen, bedoeld in de artikelen 26, eerste lid, onderdelen a tot en met e, 51 en 62 van de verordening kapitaalvereisten. Op een bewaarder of pensioenbewaarder met de rechtsvorm van een stichting is artikel 27 van de verordening kapitaalvereisten van overeenkomstige toepassing. 2016 97 14-03-2016 05-03-2016 2016 97 14-03-2016 05-03-2016 15-03-2016 Abusievelijk is een wijzigingsopdracht geformuleerd die niet
geheel juist is.
Artikel 52 — Artikel 52#
Artikel 52 artikel 3:53, eerste lid 3:54, eerste lid 3:55, eerste lid, van de wet artikel 3:54, derde lid 3:55, tweede lid 3:55a, eerste lid, van de wet Het minimumkapitaalvereiste van een verzekeraar als bedoeld in,, ofof van een bijkantoor als bedoeld in,, ofwordt gevormd door de waarde van het kernvermogen, bedoeld in artikel 88 van de richtlijn solvabiliteit II, voor zover dat ingevolge artikel 98, tweede en vierde lid, van de richtlijn solvabiliteit II, en met inachtneming van artikel 82, tweede en derde lid, van de verordening solvabiliteit II, in aanmerking komt ter dekking van het minimumkapitaalvereiste. 2015 308 28-07-2015 10-07-2015 2015 309 28-07-2015 10-07-2015 01-01-2016
Artikel 53 — Artikel 53#
Artikel 53 Vervallen 2015 308 28-07-2015 10-07-2015 2015 309 28-07-2015 10-07-2015 01-01-2016
Artikel 54 — Artikel 54#
Artikel 54 1 artikel 3:54, eerste lid, van de wet De waarden die dienen ter dekking van de absolute ondergrens van het minimumkapitaalvereiste, bedoeld in artikel 129, eerste lid, onderdeel d, van de richtlijn solvabiliteit II, van een levensverzekeraar of schadeverzekeraar als bedoeld inzijn voor ten minste de helft aanwezig in Nederland. 2 artikel 49b, tweede lid artikel 3:55, eerste lid, van de wet De waarden ter dekking van de absolute ondergrens van het minimumkapitaalvereiste, bedoeld in, van een verzekeraar met beperkte risico-omvang als bedoeld in, zijn voor ten minste de helft aanwezig in Nederland. 2015 308 28-07-2015 10-07-2015 2015 309 28-07-2015 10-07-2015 01-01-2016
Artikel 55 — Artikel 55#
Artikel 55 1 Ten minste een vierde gedeelte van de absolute ondergrens van het minimumkapitaalvereiste, bedoeld in artikel 54, wordt gedekt door verhandelbare waarden die in open bewaring worden gegeven bij een bank die in Nederland haar bedrijf mag uitoefenen. 2 De Nederlandsche Bank kan, met het oog op het voorkomen van waardevermindering van de waarden, bedoeld in het eerste lid, regels stellen met betrekking tot de voorwaarden waaronder die waarden in bewaring kunnen worden gegeven. 2015 308 28-07-2015 10-07-2015 2015 309 28-07-2015 10-07-2015 01-01-2016
Artikel 56 — Artikel 56#
Artikel 56 1 artikel 55, eerste lid Een verzekeraar kan met de bank, bedoeld in, overeenkomen dat deze bij haar in bewaring gegeven waarden op naam van de verzekeraar mag overdragen aan een effectenbewaarinstelling die rechtspersoon is, indien: a. de nakoming van de verplichtingen van de effectenbewaarinstelling is gewaarborgd; en b. de effectenbewaarinstelling zich jegens de bank heeft verplicht om hetzij die waarden hetzij een gelijke hoeveelheid waarden van dezelfde soort op naam van de verzekeraar in haar voorraad aanwezig te houden en na beëindiging van de overeenkomst tussen de verzekeraar en de bank af te geven aan de verzekeraar. 2 artikel 55, eerste lid De bank, bedoeld in, onderscheidenlijk de effectenbewaarinstelling draagt zelfstandig zorg voor verkrijging van nieuwe coupon- en dividendbladen en voor bewaargeving in verband met het bijwonen van aandeelhoudersvergaderingen door de verzekeraar. 3 artikel 55, eerste lid De waarden worden slechts aan de verzekeraar afgegeven en ten aanzien daarvan worden slechts rechtshandelingen verricht, indien de Nederlandsche Bank daartoe, op verzoek, heeft besloten. De bank, bedoeld in, onderscheidenlijk de effectenbewaarinstelling mag evenwel vanaf twee weken voor de dag der betaalbaarstelling coupons en dividendbewijzen zonder een besluit van de Nederlandsche Bank daartoe aan de verzekeraar afgeven, tenzij de Nederlandsche Bank heeft besloten dat zij dat niet mag. De Nederlandsche Bank deelt dit besluit onverwijld aan de verzekeraar mede. 4 artikel 55, eerste lid De waarden worden op verzoek van de Nederlandsche Bank aan haar ter bewaring afgegeven, indien de bank, bedoeld in: a. niet langer in Nederland haar bedrijf mag uitoefenen; of b. de overeenkomst met de verzekeraar beëindigt dan wel de nakoming van de verplichtingen van de effectenbewaarinstelling niet langer waarborgt. 5 De Nederlandsche Bank geeft de waarden onverwijld na de afgifte, bedoeld in het vierde lid, op kosten van de verzekeraar in bewaring bij een bank die in Nederland haar bedrijf mag uitoefenen. 2006 519 31-10-2006 12-10-2006 2006 664 20-12-2006 11-12-2006 01-01-2007
Artikel 57 — Artikel 57#
Artikel 57 Vervallen 2015 308 28-07-2015 10-07-2015 2015 309 28-07-2015 10-07-2015 01-01-2016
Artikel 58 — Artikel 58#
Artikel 58 Vervallen 2015 308 28-07-2015 10-07-2015 2015 309 28-07-2015 10-07-2015 01-01-2016
Artikel 59 — Artikel 59#
Artikel 59 1 artikel 3:57, eerste lid, van de wet artikelen 60a 61 63 63a 63b 64 De solvabiliteit van een beheerder van een beleggingsinstelling, beheerder van een icbe, betaalinstelling, elektronischgeldinstelling, kredietunie of premiepensioeninstelling als bedoeld inis voldoende, indien het aanwezige in aanmerking komende toetsingsvermogen van de onderneming ten minste gelijk is aan de minimum omvang van het toetsingsvermogen, berekend overeenkomstig de,,,,en. 2 artikel 3:57, eerste lid 3:58, eerste of tweede lid 3:61, eerste of tweede lid artikel 3:59, eerste lid 3:62, eerste lid, van de wet artikel 70 artikel 65 66 68 De solvabiliteit van een verzekeraar als bedoeld in,, of, of van een bijkantoor als bedoeld in, ofis voldoende indien het eigen vermogen, bedoeld in, ten minste gelijk is aan het solvabiliteitskapitaalvereiste, berekend overeenkomstig, al naar gelang van toepassing,,of. 3 artikel 3:57, eerste lid 3:58, eerste lid, van de wet De solvabiliteit van een bank als bedoeld in, ofof een beleggingsonderneming onder de verordening kapitaalvereisten, is voldoende, indien het aanwezige toetsingsvermogen van de onderneming voldoet aan de op de bank of beleggingsonderneming van toepassing zijnde kapitaaleisen uit deel 3 van de verordening kapitaalvereisten. 4 De solvabiliteit van een beleggingsonderneming in de zin van de richtlijn prudentieel toezicht beleggingsondernemingen is voldoende, indien het aanwezige toetsingsvermogen van de onderneming voldoet aan de op de beleggingsonderneming van toepassing zijnde kapitaaleisen uit delen 3 en 4 van de verordening prudentiële vereisten voor beleggingsondernemingen. 5 artikel 3:58, eerste lid, onderdeel a, van de wet Op een beleggingsonderneming als bedoeld in, is: a. het derde lid van overeenkomstige toepassing, indien het een beleggingsonderneming betreft waarop, zou zij haar zetel hebben in een lidstaat, de verordening kapitaalvereisten van toepassing zou zijn; of b. het vierde lid van overeenkomstige toepassing, indien het een beleggingsonderneming betreft waarop, zou zij haar zetel hebben in een lidstaat, de verordening prudentiële vereisten voor beleggingsondernemingen van toepassing zou zijn. 6 artikel 3:57, eerste lid 3:61, eerste lid, van de wet De solvabiliteit van een clearinginstelling als bedoeld in, ofis voldoende, indien de omvang van het aanwezige toetsingsvermogen ten minste gelijk is aan de minimumomvang van het toetsingsvermogen voor een bank, berekend overeenkomstig deel 3 van de verordening kapitaalvereisten. 7 artikel 48 artikel 49 49a 49b Onverminderd het eerste tot en met vierde en zesde lid is de omvang van Het aanwezige toetsingsvermogen, bedoeld in het eerste, derde, vierde en zesde lid, onderscheidenlijk het eigen vermogen, bedoeld in het tweede lid, ten minste gelijk aan het ingevolgevoorgeschreven minimumbedrag aan eigen vermogen, onderscheidenlijk het ingevolge,ofvoorgeschreven minimumkapitaalvereiste. 8 Voor de toepassing van het eerste lid: 1°. wordt het tier 1-kernkapitaal als bedoeld in artikel 50 van de verordening kapitaalvereisten volledig voor de berekening van het aanwezige toetsingsvermogen in aanmerking genomen; 2°. wordt het aanvullend tier 1-kapitaal als bedoeld in artikel 61 van de verordening kapitaalvereisten voor de berekening van het aanwezige toetsingsvermogen slechts in aanmerking genomen voor zover het niet meer bedraagt dan een derde van het tier 1-kernkapitaal; 3°. wordt het tier 2-kapitaal als bedoeld in artikel 71 van de verordening kapitaalvereisten voor de berekening van het aanwezige toetsingsvermogen slechts in aanmerking genomen voor zover het niet meer bedraagt dan een derde van het tier 1-kapitaal; en 4°. mag, indien wordt voldaan aan de onderdelen 2° en 3°, het tier 2-kapitaal worden gesubstitueerd door aanvullend tier 1-kapitaal. 9 artikel 2:67a, tweede lid, van de wet artikel 2:69c, tweede lid, van de wet De solvabiliteit van een beheerder van een beleggingsinstelling of een beheerder van een icbe die tevens een beleggingsdienst verleent op grond van, respectievelijkis voldoende, indien het aanwezige toetsingsvermogen van de onderneming voldoet aan de voor diezelfde beleggingsdienst op een beleggingsonderneming van toepassing zijnde kapitaaleisen van deel 3 van de verordening prudentiële vereisten voor beleggingsondernemingen, met dien verstande dat het toetsingsvermogen ten minste gelijk is aan het toetsingsvermogen berekent overeenkomstig het eerste lid. 10 De Nederlandsche Bank stelt ter uitvoering van het negende lid nadere regels met betrekking tot de toepassing van de kapitaaleisen van deel 3 van de verordening prudentiële vereisten voor beleggingsondernemingen voor beheerders van beleggingsinstellingen en beheerders van icbe’s als bedoeld in het negende lid. 2021 571 25-11-2021 19-11-2021 2021 571 25-11-2021 19-11-2021 26-11-2021 Abusievelijk is voor het zevende lid een wijzigingsopdracht
geformuleerd die niet geheel juist is.
Artikel 59a — Artikel 59a#
Artikel 59a De Nederlandsche Bank kan ter uitvoering van internationaal aanvaarde standaarden nadere regels stellen met betrekking tot de solvabiliteit van afwikkelondernemingen. 2014 303 30-07-2014 15-07-2014 2014 304 30-07-2014 15-07-2014 01-08-2014
Artikel 60 — Artikel 60#
Artikel 60 Vervallen 2014 303 30-07-2014 15-07-2014 2014 304 30-07-2014 15-07-2014 01-08-2014
Artikel 60a — Artikel 60a#
Artikel 60a 1 De minimumomvang van het toetsingsvermogen van een betaalinstelling, met uitzondering van een betaalinstelling die alleen betaalinitiatiediensten of rekeninginformatiediensten aanbiedt, wordt berekend met toepassing van met de Nederlandsche Bank overeengekomen methode A, B of C, bedoeld in bijlage B bij dit besluit. 2 bijlage B bijlage B In afwijking van het eerste lid kan de Nederlandsche Bank indien een evaluatie van de risicobeheersingsprocessen, het verzamelen en vastleggen van risicoverliesgegevens en het interne controlesysteem en het bedrijfscontinuïteitsbeheer van de betaalinstelling daartoe aanleiding geeft, de betaalinstelling verplichten een toetsingsvermogen aan te houden dat ten hoogste 20% hoger is dan het bedrag dat het resultaat is van de toepassing van een uitgekozen methode, of de betaalinstelling toestaan een toetsingsvermogen aan te houden dat ten hoogste 20% lager is dan het bedrag dat het resultaat is van de uitgekozen methode. 2019 59 18-02-2019 08-02-2019 2019 60 18-02-2019 08-02-2019 19-02-2019
Artikel 61 — Artikel 61#
Artikel 61 De minimumomvang van het toetsingsvermogen van een kredietunie bedraagt 10 procent van de totale risicoblootstelling, berekend overeenkomstig deel 7 van de verordening kapitaalvereisten. 2020 498 04-12-2020 24-11-2020 2020 498 04-12-2020 24-11-2020 28-06-2021
Artikel 61a — Artikel 61a#
Artikel 61a Vervallen 2014 303 30-07-2014 15-07-2014 2014 304 30-07-2014 15-07-2014 01-08-2014
Artikel 62 — Artikel 62#
Artikel 62 Vervallen 2014 303 30-07-2014 15-07-2014 2014 304 30-07-2014 15-07-2014 01-08-2014
Artikel 62a — Artikel 62a#
Artikel 62a Vervallen 2014 303 30-07-2014 15-07-2014 2014 304 30-07-2014 15-07-2014 01-08-2014
Artikel 62b — Artikel 62b#
Artikel 62b Vervallen 2014 303 30-07-2014 15-07-2014 2014 304 30-07-2014 15-07-2014 01-08-2014
Artikel 62c — Artikel 62c#
Artikel 62c Vervallen 2014 303 30-07-2014 15-07-2014 2014 304 30-07-2014 15-07-2014 01-08-2014
Artikel 62d — Artikel 62d#
Artikel 62d Vervallen 2014 303 30-07-2014 15-07-2014 2014 304 30-07-2014 15-07-2014 01-08-2014
Artikel 62e — Artikel 62e#
Artikel 62e Vervallen 2014 303 30-07-2014 15-07-2014 2014 304 30-07-2014 15-07-2014 01-08-2014
Artikel 63 — Artikel 63#
Artikel 63 1 artikel 3:57, eerste lid, van de wet De minimumomvang van het toetsingsvermogen van een beheerder van een beleggingsinstelling als bedoeld in, of van een beheerder van een icbe als bedoeld in artikel 3:57, eerste lid, van de wet bedraagt € 125.000 vermeerderd met twee honderdste procent van het bedrag waarmee de waarde van het beheerde vermogen het bedrag van € 250 miljoen te boven gaat. De minimumomvang van het toetsingsvermogen bedraagt niet meer dan € 10 miljoen. 2 Tot het beheerde vermogen wordt gerekend het vermogen van de beleggingsinstellingen of van de icbe’s waarover de beheerder het beheer voert met inbegrip van de delen van het vermogen waarvan hij het beheer heeft uitbesteed, uitgezonderd de delen van het vermogen waarvan het beheer door derden aan hem is uitbesteed. 3 De minimumomvang van het toetsingsvermogen van een beheerder van een beleggingsinstelling of een beheerder van een icbe als bedoeld in het eerste lid bedraagt ten minste 25 procent van de vaste kosten in het afgelopen boekjaar. Artikel 13 van de verordening prudentiële vereisten voor beleggingsondernemingen is van overeenkomstige toepassing. 2021 571 25-11-2021 19-11-2021 2021 571 25-11-2021 19-11-2021 26-11-2021
Artikel 63a — Artikel 63a#
Artikel 63a 1 artikel 3:57, eerste lid, van de wet De minimumomvang van het toetsingsvermogen van een premiepensioeninstelling als bedoeld inbedraagt twee tiende procent van het beheerde pensioenvermogen. De minimumomvang van het toetsingsvermogen bedraagt niet meer dan € 20 miljoen. 2 In aanvulling op het eerste lid beschikt een premiepensioeninstelling naar keuze over: a. een beroepsaansprakelijkheidsverzekering of een daarmee vergelijkbare voorziening die haar aansprakelijkheid dekt wegens fouten, verzuimen of nalatigheden begaan in de uitoefening van haar beroep of bedrijf en voorgevallen op het grondgebied waarop de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte van toepassing is, voor een bedrag van ten minste vijfenzeventig honderdste procent van de waarde van het beheerde pensioenvermogen, met een minimum van € 2 miljoen en een maximum van € 20 miljoen per schadegeval, en ten minste een procent van de waarde van het beheerde pensioenvermogen, met een minimum van € 2,5 miljoen en een maximum van € 25 miljoen per jaar, voor alle schadegevallen gezamenlijk; of b. een aanvulling op het toetsingsvermogen, bedoeld in het eerste lid, welke een tiende procent van de waarde van het beheerde pensioenvermogen bedraagt. 3 Tot het beheerde pensioenvermogen wordt gerekend het vermogen onder beheer van de premiepensioeninstelling met inbegrip van de delen van het vermogen waarvan zij de bewaring heeft uitbesteed aan een pensioenbewaarder. 4 Indien een premiepensioeninstelling pensioenvermogen beheert in opdracht van een cliënt buiten het grondgebied waarop de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte van toepassing is, beschikt zij voor dat deel van het beheerde pensioenvermogen in afwijking van het tweede lid, aanhef, over de aanvulling op het toetsingsvermogen, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b. 2012 695 28-12-2012 21-12-2012 2012 695 28-12-2012 21-12-2012 01-07-2013
Artikel 63b — Artikel 63b#
Artikel 63b 1 artikelen 48, eerste lid, onderdelen c en e artikel 63 In aanvulling op het op grond van de, vereiste minimumbedrag aan eigen vermogen en het op grond vanvereiste toetsingsvermogen, beschikt een beleggingsmaatschappij die geen aparte beheerder heeft, of een beheerder van een beleggingsinstelling, over een bijkomend toetsingsvermogen of een beroepsaansprakelijkheidsverzekering ter dekking van mogelijke beroepsaansprakelijkheidsrisico’s in overeenstemming met artikel 9, zevende en negende lid, van de richtlijn beheerders van alternatieve beleggingsinstellingen. 2 Het eigen vermogen, toetsingsvermogen en het bijkomend toetsingsvermogen als bedoeld in het eerste lid wordt belegd in overeenstemming met artikel 9, achtste lid, van de richtlijn beheerders van alternatieve beleggingsinstellingen. 2017 190 17-05-2017 04-05-2017 2017 190 17-05-2017 04-05-2017 01-07-2017
Artikel 64 — Artikel 64#
Artikel 64 1 Voor het deel van de werkzaamheden van een elektronischgeldinstelling dat betrekking heeft op de uitgifte van elektronisch geld en betaaldiensten die verband houden met de uitgifte van dit elektronisch geld, bedraagt de minimumomvang van het toetsingsvermogen 2% van het gemiddeld uitstaand elektronisch geld. 2 artikel 60a, eerste lid Voor het deel van de werkzaamheden van een elektronischgeldinstelling dat betrekking heeft op het verlenen van betaaldiensten die geen verband houden met de uitgifte van elektronisch geld, wordt de minimumomvang van het toetsingsvermogen berekend met overeenkomstige toepassing van. 3 De omvang van het toetsingsvermogen van een elektronischgeldinstelling bedraagt te allen tijde ten minste de som van de minimumomvang van het toetsingsvermogen berekend volgens het eerste lid en de minimumomvang van het toetsingsvermogen berekend volgens het tweede lid. 4 Indien een elektronischgeldinstelling de uitgifte van elektronisch geld niet gedurende ten minste zes maanden heeft uitgeoefend, bedraagt de minimum omvang van het toetsingsvermogen, bedoeld in het tweede lid, twee procent van het uitstaand elektronisch geld of het blijkens haar programma van werkzaamheden na zes maanden nagestreefde bedrag aan uitstaand elektronisch geld, naar gelang welk bedrag het hoogst is. 5 In afwijking van het eerste en tweede lid kan de Nederlandsche Bank indien een evaluatie van de risicobeheersingsprocessen, het verzamelen en vastleggen van risicoverliesgegevens en het internecontrolesysteem van de elektronischgeldinstelling daartoe aanleiding geeft, de elektronischgeldinstelling verplichten een toetsingsvermogen aan te houden dat ten hoogste 20 procent hoger is dan het bedrag dat het resultaat is van de toepassing van de methode, bedoeld in het eerste of tweede lid, of de elektronischgeldinstelling toestaan een toetsingsvermogen aan te houden dat ten hoogste 20 procent lager is dan het bedrag dat het resultaat is van de toepassing van de methode, bedoeld in het eerste of tweede lid. 2011 673 29-12-2011 22-12-2011 2011 671 29-12-2011 22-12-2011 01-01-2012 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet Wet op het financieel toezicht, enz. (implementatie richtlijn nr. 2009/110/EG) in werking treedt.
Artikel 64a — Artikel 64a#
Artikel 64a Vervallen 2015 308 28-07-2015 10-07-2015 2015 309 28-07-2015 10-07-2015 01-01-2016
Artikel 64b — Artikel 64b#
Artikel 64b Vervallen 2015 308 28-07-2015 10-07-2015 2015 309 28-07-2015 10-07-2015 01-01-2016
Artikel 64c — Artikel 64c#
Artikel 64c Vervallen 2015 308 28-07-2015 10-07-2015 2015 309 28-07-2015 10-07-2015 01-01-2016
Artikel 65 — Artikel 65#
Artikel 65 1 artikel 3:57, eerste lid 3:58, eerste of tweede lid 3:59, eerste lid 3:61, eerste of tweede lid 3:62, eerste lid Een verzekeraar als bedoeld in,,,, of, niet zijnde een verzekeraar met beperkte risico-omvang, berekent het op hem of op het in Nederland gelegen bijkantoor van toepassing zijnde solvabiliteitskapitaalvereiste ten minste eenmaal per jaar en opnieuw indien het risicoprofiel van de verzekeraar duidelijk afwijkt van de aannames die ten grondslag lagen aan de laatste berekening, of indien de Nederlandsche Bank daarom verzoekt vanwege aanwijzingen dat het risicoprofiel sinds die laatste berekening duidelijk is veranderd. De verzekeraar meldt de uitkomst van een tussentijdse herberekening onverwijld aan de Nederlandsche Bank. 2 De verzekeraar maakt voor de berekening, bedoeld in het eerste lid, gebruik van de standaardformule, bedoeld in artikel 103 van de richtlijn solvabiliteit II, of van een geheel of gedeeltelijk intern model als bedoeld in artikel 112, eerste lid, van de richtlijn. 3 Een verzekeraar die de standaardformule, bedoeld in het tweede lid, toepast, berekent het solvabiliteitskapitaalvereiste overeenkomstig titel I, hoofdstuk VI, afdeling 4, onderafdeling 2, van de richtlijn solvabiliteit II en neemt daarbij titel I, hoofdstuk V, van de verordening solvabiliteit II in acht. 4 De Nederlandsche Bank kan, overeenkomstig artikel 104, zevende lid, van de richtlijn solvabiliteit II, aan een verzekeraar die de standaardformule toepast, goedkeuring verlenen voor het gebruik van de in dat lid bedoelde ondernemingsspecifieke parameters voor de modules voor het levens-, schade- en ziektekostenverzekeringstechnische risico. De verzekeraar voldoet daarbij aan de in dat lid gestelde eisen. 5 Een verzekeraar maakt uitsluitend gebruik van een intern model dat door de Nederlandsche Bank is goedgekeurd overeenkomstig de artikelen 112 tot en met 115 van de richtlijn solvabiliteit II. De verzekeraar voldoet aan de artikelen 116 en 120 tot en met 126 van de richtlijn, met inachtneming van titel I, hoofdstuk VI, van de verordening solvabiliteit II. 6 De Nederlandsche Bank kan een verzekeraar als bedoeld in het eerste lid verplichten een intern model te gebruiken voor de berekening van het solvabiliteitskapitaalvereiste of relevante risicomodules daarvan, indien het risicoprofiel van de verzekeraar duidelijk afwijkt van de aannames die ten grondslag liggen aan de standaardformule, bedoeld in het tweede lid. 7 Een verzekeraar die goedkeuring heeft gekregen voor het gebruik van een intern model valt niet terug op het gebruik van de standaardformule, bedoeld in het tweede lid, tenzij daar goede redenen voor zijn en de Nederlandsche Bank ermee heeft ingestemd. 8 Een verzekeraar die niet meer voldoet aan de artikelen 120 tot en met 126 van de richtlijn solvabiliteit II dient onverwijld een plan in bij de Nederlandsche Bank om aan deze situatie een einde te maken. Indien de verzekeraar het plan niet uitvoert kan de Nederlandsche Bank de verzekeraar verplichten het solvabiliteitskapitaalvereiste te berekenen met gebruikmaking van de standaardformule, bedoeld in het tweede lid. 9 Indien de Europese Commissie op grond van artikel 172, tweede of vierde lid, van de richtlijn solvabiliteit II het solvabiliteitsregime van een staat die geen lidstaat is gelijkwaardig acht met die van de richtlijn solvabiliteit II, worden voor de berekening van het solvabiliteitskapitaalvereiste herverzekeringsovereenkomsten met verzekeraars met zetel in die staat gelijkgesteld met herverzekeringsovereenkomsten met verzekeraars met zetel in een lidstaat. 2018 243 27-07-2018 12-07-2018 2018 243 27-07-2018 12-07-2018 28-07-2018
Artikel 66 — Artikel 66#
Artikel 66 1 artikel 3:57, eerste lid 3:58, eerste of tweede lid 3:59, eerste lid 3:61, eerste of tweede lid 3:62, eerste lid Een verzekeraar als bedoeld in,,,, of, met beperkte risico-omvang berekent het op hem of op het in Nederland gelegen bijkantoor van toepassing zijnde solvabiliteitskapitaalvereiste ten minste eenmaal per jaar en opnieuw indien het risicoprofiel van de verzekeraar duidelijk afwijkt van de aannames die ten grondslag lagen aan de laatste berekening, of indien de Nederlandsche Bank daarom verzoekt vanwege aanwijzingen dat het risicoprofiel sinds die laatste berekening duidelijk is veranderd. De verzekeraar meldt de uitkomst van een tussentijdse herberekening onverwijld aan de Nederlandsche Bank. 2 De verzekeraar maakt voor de berekening, bedoeld in het eerste lid, gebruik van de standaardformule, bedoeld in artikel 103 van de richtlijn solvabiliteit II, zonder toepassing van de in onderdeel c van dat artikel bedoelde correctie voor het verliesabsorberend vermogen van de technische voorzieningen. Titel I, hoofdstuk VI, afdeling 4, onderafdeling 2, van de richtlijn solvabiliteit II en titel I, hoofdstuk V, van de verordening solvabiliteit II zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de verzekeraar de vereenvoudigde berekeningsmethoden als bedoeld in de artikelen 89 tot en met 112 van de verordening, kan toepassen, mits: a. deze berekeningsmethoden passen bij de aard, omvang en complexiteit van de risico’s van de verzekeraar en deze berekeningen niet leiden tot een significante onderschatting van het solvabiliteitskapitaalvereiste; b. het gebruik ervan goed wordt onderbouwd en vastgelegd; c. ten aanzien van de toepassing van de berekeningsmethoden een bestendige gedragslijn wordt gevolgd. 3 Artikel 65, vierde lid , is van overeenkomstige toepassing. 4 De verzekeraar kan bij de berekening van het solvabiliteitskapitaalvereiste rekening houden met: a. aanwezige risicomitigerende instrumenten, mits deze aantoonbaar effectief zijn en niet resulteren in een materieel basisrisico als bedoeld in artikel 1, punt 25, van de verordening solvabiliteit II; b. toekomstige risicomitigerende instrumenten, mits deze realistisch zijn en aantoonbaar voortvloeien uit de reguliere bedrijfsvoering, het gevoerde risicobeheer of het afdekkingsbeleid. 5 In afwijking van het tweede lid, tweede volzin, gaat een verzekeraar die het natura-uitvaartverzekeringsbedrijf uitoefent bij de toepassing van artikel 142, zesde lid, onderdeel b, van de verordening solvabiliteit II uit van de stopzetting van 20% van de verzekeringsovereenkomsten. 6 artikel 49b, tweede lid, onderdeel a Het vijfde lid is van overeenkomstige toepassing op levensverzekeraars met beperkte risico-omvang als bedoeld in. 7 Artikel 65, negende lid , is van overeenkomstige toepassing. 2018 243 27-07-2018 12-07-2018 2018 243 27-07-2018 12-07-2018 28-07-2018
Artikel 67 — Artikel 67#
Artikel 67 artikel 65 66 Op de berekening van het solvabiliteitskapitaalvereiste volgens de standaardformule overeenkomstigofzijn de overgangsmaatregelen, bedoeld in artikel 308 ter, twaalfde en dertiende lid, van de richtlijn solvabiliteit II van toepassing dan wel van overeenkomstige toepassing, tenzij een verzekeraar gebruik maakt van de overgangsmaatregel, bedoeld in artikel 308 quinquies van die richtlijn. 2015 308 28-07-2015 10-07-2015 2015 309 28-07-2015 10-07-2015 01-01-2016
Artikel 68 — Artikel 68#
Artikel 68 artikel 3:57, eerste lid 3:58, eerste of tweede lid 3:61, eerste lid 3:62, eerste lid, van de wet artikel 1, onderdeel d, van de Zorgverzekeringswet Een herverzekeraar die zijn bedrijf uitoefent in de activiteit schadeherverzekering of schadeverzekeraar als bedoeld in,,, ofen daarbij zorgverzekeringen als bedoeld inherverzekert onderscheidenlijk sluit, kan zijn solvabiliteitskapitaalvereiste berekenen met toepassing van artikel 149 van de verordening solvabiliteit II. 2015 308 28-07-2015 10-07-2015 2015 309 28-07-2015 10-07-2015 01-01-2016
Artikel 69 — Artikel 69#
Artikel 69 1 De Nederlandsche Bank toetst op regelmatige basis, maar ten minste eenmaal per drie jaar, of een bank of een beleggingsonderneming die gebruik maakt van interne modellen voor de berekening van de kapitaalvereisten overeenkomstig deel 3 van de verordening kapitaalvereisten, voldoet aan de ingevolge dat deel gestelde eisen. Daarbij houdt de Nederlandsche Bank in het bijzonder rekening met wijzigingen in de activiteiten van de bank of beleggingsonderneming en het toepassen van interne modellen op nieuwe financiële producten en diensten. 2 artikel 3:57 van de wet Indien bij de toetsing, bedoeld in het eerste lid, wezenlijke tekortkomingen worden vastgesteld in het ondervangen van risico’s door het interne model, neemt de Nederlandsche Bank maatregelen om deze tekortkomingen te verhelpen of andere passende maatregelen. Daarbij is de Nederlandsche Bank in ieder geval bevoegd een hogere vermenigvuldigingsfactor op te leggen of te bepalen dat de bank of beleggingsonderneming over een hoger toetsingsvermogen beschikt dan ingevolgeis vereist. 3 Indien uit veelvuldige overschrijding blijkt dat een intern model niet of niet langer voldoende accuraat is, trekt de Nederlandsche Bank de toestemming aan de bank of beleggingsonderneming voor het gebruik van het betreffende model in, of legt zij maatregelen op die ertoe leiden dat het model onverwijld wordt verbeterd. 4 Indien een bank of beleggingsonderneming niet langer voldoet aan de vereisten voor het gebruik van een bepaald intern model, stelt de Nederlandsche Bank de bank of beleggingsonderneming in de gelegenheid om aan te tonen dat het niet voldoen aan de vereisten van ondergeschikt belang is of om een plan op te stellen op grond waarvan binnen een redelijke termijn opnieuw aan de vereisten wordt voldaan. De Nederlandsche Bank kan, voor zover naar haar oordeel noodzakelijk, verbeteringen aan het plan opleggen of een andere termijn vaststellen waarbinnen het plan wordt uitgevoerd. 5 Indien de Nederlandsche Bank van oordeel is dat de bank of beleggingsonderneming niet in staat is om uitvoering te geven aan het plan, bedoeld in het vierde lid, en de bank of beleggingsonderneming niet heeft aangetoond dat het niet voldoen aan de vereisten van ondergeschikt belang is, trekt zij de toestemming voor het gebruik van het interne model in of beperkt zij de toestemming tot de onderdelen ten aanzien waarvan wel aan de vereisten wordt voldaan of binnen een redelijke termijn kan worden voldaan. 2021 571 25-11-2021 19-11-2021 2021 571 25-11-2021 19-11-2021 26-11-2021
Artikel 70 — Artikel 70#
Artikel 70 1 Het eigen vermogen van een verzekeraar wordt gevormd door het eigen vermogen, bedoeld in artikel 87 van de richtlijn solvabiliteit II, ingedeeld in tiers overeenkomstig de artikelen 93 tot en met 96 van die richtlijn, voor zover dat overeenkomstig artikel 98 van de richtlijn, en met inachtneming van artikel 82, eerste en derde lid, van de verordening solvabiliteit II, in aanmerking komt ter dekking van het solvabiliteitskapitaalvereiste. Het bij de berekening van het eigen vermogen in aanmerking te nemen bedrag aan aanvullend vermogen behoeft de voorafgaande goedkeuring van de Nederlandsche Bank overeenkomstig artikel 90 van de richtlijn solvabiliteit II. 2 Met betrekking tot de indeling van het eigen vermogen in tier 1 en tier 2, is de overgangsmaatregel, bedoeld in artikel 308 ter, negende onderscheidenlijk tiende lid, van de richtlijn solvabiliteit II van toepassing. 2018 243 27-07-2018 12-07-2018 2018 243 27-07-2018 12-07-2018 28-07-2018
Artikel 70a — Artikel 70a#
Artikel 70a Een verzekeraar met beperkte risico-omvang waarop artikel 308 ter, veertiende lid, van de richtlijn solvabiliteit II van overeenkomstige toepassing is en die op 31 december 2017 niet voldoet of gedurende het jaar 2018 dreigt niet te voldoen aan het solvabiliteitskapitaalvereiste, treft de nodige maatregelen om uiterlijk op 31 december 2022 het in aanmerking komend eigen vermogen ter dekking van het sovabiliteitskapitaalvereiste op peil te brengen of zijn risicoprofiel zodanig te verlagen dat wordt voldaan aan het solvabiliteitskapitaalvereiste. 2016 430 18-11-2016 27-10-2016 2016 430 18-11-2016 27-10-2016 01-01-2017
Artikel 71 — Artikel 71#
Artikel 71 artikel 3:59, tweede lid, van de wet artikel 3:62, tweede lid, van de wet De waarden die dienen ter dekking van het solvabiliteitskapitaalvereiste van een bijkantoor van een levensverzekeraar of schadeverzekeraar als bedoeld inof een verzekeraar met beperkte risico-omvang als bedoeld inzijn aanwezig in Nederland tot het bedrag van het minimumkapitaalvereiste en voor het meerdere in één of meer lidstaten. 2015 308 28-07-2015 10-07-2015 2015 309 28-07-2015 10-07-2015 01-01-2016
Artikel 72 — Artikel 72#
Artikel 72 1 artikel 3:57, vijfde lid, van de wet Op een clearinginstelling als bedoeld inzijn de eisen betreffende grote risicoblootstellingen ingevolge deel 4 van de verordening kapitaalvereisten van overeenkomstige toepassing. 2 artikel 3:57, zesde lid, van de wet artikel 61, eerste lid Op een kredietunie als bedoeld inzijn de eisen betreffende grote risicoblootstellingen ingevolge deel 4 van de verordening kapitaalvereisten van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de minimum omvang van het toetsingvermogen in afwijking van, van dit besluit, 20 procent bedraagt voor het meerdere van grote risicoblootstellingen boven 15 procent van het aanwezige in aanmerking komende toetsingsvermogen. 2015 512 18-12-2015 10-12-2015 2015 513 18-12-2015 11-12-2015 01-01-2016 2015 308 28-07-2015 10-07-2015 2015 309 28-07-2015 10-07-2015 01-01-2016
Artikel 73 — Artikel 73#
Artikel 73 1 artikel 3:57, vijfde lid, van de wet Een beheerder van een icbe, maatschappij voor collectieve belegging in effecten, of bewaarder van een icbe als bedoeld inverstrekt geen kredieten voor rekening van derden, stelt zich niet garant en gaat geen borgtochtverplichtingen aan. 2 Een financiële onderneming als bedoeld in het eerste lid verkoopt geen financiële instrumenten die de instelling voor collectieve belegging in effecten niet in eigendom heeft. 3 De financiële onderneming gaat niet als debiteur geldleningen aan met uitzondering van: a. kortlopende leningen die gezamenlijk niet meer bedragen dan tien procent van de activa van de instelling voor collectieve belegging in effecten; b. leningen voor het verwerven van onroerende zaken die rechtstreeks noodzakelijk zijn voor de uitoefening van de werkzaamheden van de beleggingsmaatschappij en die gezamenlijk niet meer bedragen dan tien procent van haar activa, voor zover de omvang van deze geldleningen tezamen met de omvang van de in onderdeel a genoemde leningen niet meer bedraagt dan vijftien procent van haar activa; of c. leningen met als doel de verwerving van vreemde valuta waardoor de netto schuld van de instelling voor collectieve belegging in effecten niet verandert of zal veranderen. 2015 308 28-07-2015 10-07-2015 2015 309 28-07-2015 10-07-2015 01-01-2016
Artikel 74 — Artikel 74#
Artikel 74 Vervallen 2014 303 30-07-2014 15-07-2014 2014 304 30-07-2014 15-07-2014 01-08-2014
Artikel 75 — Artikel 75#
Artikel 75 Vervallen 2014 303 30-07-2014 15-07-2014 2014 304 30-07-2014 15-07-2014 01-08-2014
Artikel 76 — Artikel 76#
Artikel 76 Vervallen 2014 303 30-07-2014 15-07-2014 2014 304 30-07-2014 15-07-2014 01-08-2014
Artikel 77 — Artikel 77#
Artikel 77 Vervallen 2014 303 30-07-2014 15-07-2014 2014 304 30-07-2014 15-07-2014 01-08-2014
Artikel 78 — Artikel 78#
Artikel 78 Vervallen 2014 303 30-07-2014 15-07-2014 2014 304 30-07-2014 15-07-2014 01-08-2014
Artikel 79 — Artikel 79#
Artikel 79 Vervallen 2014 303 30-07-2014 15-07-2014 2014 304 30-07-2014 15-07-2014 01-08-2014
Artikel 80 — Artikel 80#
Artikel 80 Vervallen 2014 303 30-07-2014 15-07-2014 2014 304 30-07-2014 15-07-2014 01-08-2014
Artikel 81 — Artikel 81#
Artikel 81 Vervallen 2014 303 30-07-2014 15-07-2014 2014 304 30-07-2014 15-07-2014 01-08-2014
Artikel 82 — Artikel 82#
Artikel 82 Vervallen 2014 303 30-07-2014 15-07-2014 2014 304 30-07-2014 15-07-2014 01-08-2014
Artikel 83 — Artikel 83#
Artikel 83 Vervallen 2014 303 30-07-2014 15-07-2014 2014 304 30-07-2014 15-07-2014 01-08-2014
Artikel 84 — Artikel 84#
Artikel 84 Vervallen 2014 303 30-07-2014 15-07-2014 2014 304 30-07-2014 15-07-2014 01-08-2014
Artikel 85 — Artikel 85#
Artikel 85 Vervallen 2014 303 30-07-2014 15-07-2014 2014 304 30-07-2014 15-07-2014 01-08-2014
Artikel 86 — Artikel 86#
Artikel 86 Vervallen 2014 303 30-07-2014 15-07-2014 2014 304 30-07-2014 15-07-2014 01-08-2014
Artikel 87 — Artikel 87#
Artikel 87 Vervallen 2014 303 30-07-2014 15-07-2014 2014 304 30-07-2014 15-07-2014 01-08-2014
Artikel 87a — Artikel 87a#
Artikel 87a Vervallen 2014 303 30-07-2014 15-07-2014 2014 304 30-07-2014 15-07-2014 01-08-2014
Artikel 87b — Artikel 87b#
Artikel 87b Vervallen 2014 303 30-07-2014 15-07-2014 2014 304 30-07-2014 15-07-2014 01-08-2014
Artikel 88 — Artikel 88#
Artikel 88 Vervallen 2014 303 30-07-2014 15-07-2014 2014 304 30-07-2014 15-07-2014 01-08-2014
Artikel 88a — Artikel 88a#
Artikel 88a Vervallen 2014 303 30-07-2014 15-07-2014 2014 304 30-07-2014 15-07-2014 01-08-2014
Artikel 89 — Artikel 89#
Artikel 89 Vervallen 2015 308 28-07-2015 10-07-2015 2015 309 28-07-2015 10-07-2015 01-01-2016
Artikel 90 — Artikel 90#
Artikel 90 Vervallen 2014 303 30-07-2014 15-07-2014 2014 304 30-07-2014 15-07-2014 01-08-2014
Artikel 91 — Artikel 91#
Artikel 91 Vervallen 2014 303 30-07-2014 15-07-2014 2014 304 30-07-2014 15-07-2014 01-08-2014
Artikel 91a — Artikel 91a#
Artikel 91a Vervallen 2014 303 30-07-2014 15-07-2014 2014 304 30-07-2014 15-07-2014 01-08-2014
Artikel 92 — Artikel 92#
Artikel 92 Vervallen 2015 308 28-07-2015 10-07-2015 2015 309 28-07-2015 10-07-2015 01-01-2016
Artikel 93 — Artikel 93#
Artikel 93 Vervallen 2014 303 30-07-2014 15-07-2014 2014 304 30-07-2014 15-07-2014 01-08-2014
Artikel 94 — Artikel 94#
Artikel 94 Vervallen 2014 303 30-07-2014 15-07-2014 2014 304 30-07-2014 15-07-2014 01-08-2014
Artikel 95 — Artikel 95#
Artikel 95 Vervallen 2015 308 28-07-2015 10-07-2015 2015 309 28-07-2015 10-07-2015 01-01-2016
Artikel 96 — Artikel 96#
Artikel 96 Vervallen 2015 308 28-07-2015 10-07-2015 2015 309 28-07-2015 10-07-2015 01-01-2016
Artikel 97 — Artikel 97#
Artikel 97 Vervallen 2015 308 28-07-2015 10-07-2015 2015 309 28-07-2015 10-07-2015 01-01-2016
Artikel 98 — Artikel 98#
Artikel 98 Vervallen 2015 308 28-07-2015 10-07-2015 2015 309 28-07-2015 10-07-2015 01-01-2016
Artikel 99 — Artikel 99#
Artikel 99 Vervallen 2015 308 28-07-2015 10-07-2015 2015 309 28-07-2015 10-07-2015 01-01-2016
Artikel 100 — Artikel 100#
Artikel 100 Vervallen 2015 308 28-07-2015 10-07-2015 2015 309 28-07-2015 10-07-2015 01-01-2016
Artikel 101 — Artikel 101#
Artikel 101 Vervallen 2015 308 28-07-2015 10-07-2015 2015 309 28-07-2015 10-07-2015 01-01-2016
Artikel 102 — Artikel 102#
Artikel 102 Vervallen 2015 308 28-07-2015 10-07-2015 2015 309 28-07-2015 10-07-2015 01-01-2016
Artikel 103 — Artikel 103#
Artikel 103 Vervallen 2014 303 30-07-2014 15-07-2014 2014 304 30-07-2014 15-07-2014 01-08-2014
Artikel 104 — Artikel 104#
Artikel 104 Vervallen 2015 308 28-07-2015 10-07-2015 2015 309 28-07-2015 10-07-2015 01-01-2016
Artikel 105 — Artikel 105#
Artikel 105 1 artikel 3:62a, eerste lid, van de wet De vereiste omvang van de kapitaalbuffer, bedoeld in, bedraagt de som van de omvang van de volgende componenten, voor zover van toepassing: a. een kapitaalconserveringsbuffer als bedoeld in artikel 128, onderdeel 1, van de richtlijn kapitaalvereisten, zijnde de minimaal vereiste omvang van de kapitaalbuffer; b. artikel 3:62a, tweede lid, onderdeel a, van de wet; een contracyclische kapitaalbuffer als bedoeld in artikel 128, onderdeel 2, van de richtlijn kapitaalvereisten, in verband met risico’s die voortvloeien uit de kredietcyclus, als bedoeld in c. artikel 3:62a, tweede lid, onderdeel b, van de wet een systeemrelevantiebuffer bestaande uit een MSI-buffer als bedoeld in artikel 128, onderdeel 3, of een ASI-buffer als bedoeld in artikel 128, onderdeel 4, van de richtlijn kapitaalvereisten, in verband met het risico dat de financiële onderneming vormt voor de stabiliteit van het financiële stelsel, als bedoeld in; d. artikel 3:62a, tweede lid, onderdeel c, van de wet een systeemrisicobuffer als bedoeld in artikel 128, onderdeel 5, van de richtlijn kapitaalvereisten, in verband met risico’s die voortvloeien uit macroprudentiële of systeemrisico’s als bedoeld in, en niet afdoende worden gedekt door de contracyclische kapitaalbuffer of systeemrelevantiebuffer. 2 De omvang van de in het eerste lid bedoelde buffercomponenten wordt uitgedrukt in een percentage van het overeenkomstig artikel 92, derde lid, van de verordening kapitaalvereisten berekende totaal van risicoposten. 3 Indien op een onderneming een systeemrelevantiebuffer als bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, of een systeemrisicobuffer als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, van toepassing is, wordt de totale toepasselijke omvang van die buffercomponenten bepaald op de wijze, genoemd in artikel 131, veertiende en vijftiende lid, van de richtlijn kapitaalvereisten. 2020 498 04-12-2020 24-11-2020 2020 498 04-12-2020 24-11-2020 29-12-2020
Artikel 105a — Artikel 105a#
Artikel 105a artikel 105, eerste lid, onderdeel a De kapitaalconserveringsbuffer, bedoeld in, bedraagt tweeënhalf procent. 2014 303 30-07-2014 15-07-2014 2014 304 30-07-2014 15-07-2014 01-08-2014
Artikel 105b — Artikel 105b#
Artikel 105b 1 artikel 105, eerste lid, onderdeel b De contracyclische kapitaalbuffer, bedoeld in, is gelijk aan het overeenkomstig artikel 140 van de richtlijn kapitaalvereisten berekende gewogen gemiddelde van de contracyclische bufferpercentages, bedoeld in artikel 128, onderdeel 7, van de richtlijn kapitaalvereisten, die de betrokken bank of beleggingsonderneming dient toe te passen voor elke staat waar de relevante kredietblootstellingen van de onderneming gelegen zijn. 2 De Nederlandsche Bank stelt elk kwartaal het contracyclische bufferpercentage vast voor in Nederland gelegen kredietblootstellingen, met inachtneming van artikel 136, tweede tot en met zesde lid, van de richtlijn kapitaalvereisten. 3 Ten aanzien van kredietblootstellingen, gelegen in een andere lidstaat of een staat die geen lidstaat is, past de bank of beleggingsonderneming het contracyclische bufferpercentage toe dat door de ingevolge artikel 136, eerste lid, van de richtlijn kapitaalvereisten aangewezen autoriteit van de betrokken lidstaat of staat is vastgesteld. Indien in plaats of in afwijking daarvan door de Nederlandsche Bank een percentage is vastgesteld overeenkomstig artikel 139, tweede of derde lid, van de richtlijn kapitaalvereisten of dat voortvloeit uit de toepassing van de artikelen 137, eerste lid, en 140, tweede en derde lid van de richtlijn, past de bank of beleggingsonderneming dat percentage toe. 4 De Nederlandsche Bank maakt de door een bank of beleggingsonderneming ingevolge het tweede en derde lid toe te passen contracyclische bufferpercentages bekend door publicatie op haar website, met inachtneming van de artikelen 136, zevende lid, 137, tweede lid, en 139, vijfde lid, van de richtlijn kapitaalvereisten. 2020 498 04-12-2020 24-11-2020 2020 498 04-12-2020 24-11-2020 29-12-2020
Artikel 105c — Artikel 105c#
Artikel 105c 1 artikel 3:62a, eerste lid, van de wet De Nederlandsche Bank beoordeelt met inachtneming van artikel 131 van de richtlijn kapitaalvereisten of banken en beleggingsondernemingen als bedoeld in, alsmede groepen onder leiding van een Nederlandse EU-moederbank, Nederlandse EU-moederbeleggingsonderneming, Nederlandse financiële EU-moederholdings, Nederlandse gemengde financiële EU-moederholdings, Nederlandse financiële moederholdings en Nederlandse gemengde financiële moederholdings mondiaal systeemrelevant of anderszins systeemrelevant zijn. 2 De beoordeling ingevolge het eerste lid van de anderszins systeemrelevantie geschiedt in ieder geval aan de hand van de volgende criteria: a. de omvang van de onderneming; b. de verwevenheid van de activiteiten, de activa, de passiva of de zeggenschap van de onderneming met andere financiële ondernemingen of andere partijen die hoofdzakelijk actief zijn op de financiële markten; c. de mate van vervangbaarheid van de dienstverlening van de onderneming; d. de belemmeringen die bestaan ten aanzien van de afwikkelbaarheid van de onderneming; e. de mate waarin een gedraging van de onderneming of van een derde ten aanzien van de onderneming op de financiële markten kan leiden tot gedragingen van andere partijen die actief zijn op de financiële markten; f. de complexiteit van de onderneming, met inbegrip van complexiteit in verband met grensoverschrijdende activiteiten. 3 De Nederlandsche Bank stelt voor de banken, beleggingsondernemingen en groepen die op grond van het eerste lid als mondiaal systeemrelevant danwel anderszins systeemrelevant zijn aangemerkt de vereiste omvang van de MSI-buffer danwel ASI-buffer vast met inachtneming van artikel 131 van de richtlijn kapitaalvereisten. Indien de Nederlandsche Bank een groep onder leiding van een Nederlandse financiële EU-moederholding, Nederlandse gemengde financiële EU-moederholding, Nederlandse financiële moederholding of Nederlandse gemengde financiële moederholding als systeemrelevant heeft aangemerkt, is de systeemrelevantiebuffer van toepassing op de banken en beleggingsondernemingen die dochteronderneming van die holding zijn, op basis van de geconsolideerde financiële positie van de holding. 4 De Nederlandsche Bank voert de beoordeling, bedoeld in het eerste lid, ten minste jaarlijks uit. Onze Minister kan de Nederlandsche Bank op ieder moment verzoeken een beoordeling uit te voeren. 5 Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de in het tweede lid bedoelde criteria. Tevens kunnen bij ministeriële regeling aanvullende criteria worden vastgesteld in verband met de stabiliteit van het financiële stelsel. 6 De Nederlandsche Bank stelt ten minste dertig dagen voordat zij een besluit tot vaststelling van een MSI-buffer of ASI-buffer als bedoeld in het derde lid neemt, Onze Minister op de hoogte van haar voornemen. Hetzelfde geldt ten aanzien van het voornemen tot wijziging of intrekking van een zodanig besluit. De verplichting tot kennisgeving aan Onze Minister is niet van toepassing indien de Europese Centrale Bank de bevoegdheid, bedoeld in het derde lid, uitoefent. 2020 498 04-12-2020 24-11-2020 2020 498 04-12-2020 24-11-2020 29-12-2020
Artikel 105d — Artikel 105d#
Artikel 105d Vervallen 2020 498 04-12-2020 24-11-2020 2020 498 04-12-2020 24-11-2020 29-12-2020
Artikel 105e — Artikel 105e#
Artikel 105e artikel 105, eerste lid, onderdeel d De Nederlandsche Bank kan met inachtneming van de artikelen 133 en 134 van de richtlijn kapitaalvereisten regels stellen ten aanzien van de systeemrisicobuffer, bedoeld in. 2014 303 30-07-2014 15-07-2014 2014 304 30-07-2014 15-07-2014 01-08-2014
Artikel 105f — Artikel 105f#
Artikel 105f 1 artikel 105 De vereiste omvang van de kapitaalbuffer, bedoeld in, wordt gedekt door tier 1-kernkapitaal als bedoeld in artikel 50 van de verordening kapitaalvereisten. 2 artikel 59, derde lid Het tier 1-kernkapitaal dat wordt aangehouden ter dekking van de kapitaalbuffer dient niet tevens ter dekking van de minimumomvang van het toetsingsvermogen ingevolge. 3 artikel 3:62a, eerste lid, van de wet artikel 3:111a, tweede lid, onderdeel a, van de wet Een bank of beleggingsonderneming als bedoeld in, beschikt over voldoende kapitaal dat naar aard, omvang en samenstelling noodzakelijk is om zowel te voldoen aan de kapitaalbuffer, als aan elk van de in artikel 92, eerste lid, onderdeel a tot en met c, van de verordening kapitaalvereisten genoemde kapitaalratio’s en aan de hogere eisen van solvabiliteit opgelegd op grond van, ter ondervanging van andere risico's dan het risico van buitensporige hefboomwerking. 4 3:111a, tweede lid, onderdeel a, van de wet artikel 3:111aa, eerste lid, van de wet Het tier 1-kernkapitaal dat wordt aangehouden ter dekking van de kapitaalbuffer dient niet tevens ter dekking van de in artikel 92, eerste lid, onderdeel a tot en met c, van de verordening kapitaalvereisten genoemde kapitaalratio’s of de hogere eisen van solvabiliteit en liquiditeit opgelegd op basis van, ter ondervanging van andere risico’s dan het risico van buitensporige hefboomwerking, of ter dekking van de door de Nederlandsche Bank op grond van, medegedeelde richtsnoeren voor het ondervangen van andere risico's dan het risico van buitensporige hefboomwerking. 5 Het tier 1-kernkapitaal dat wordt aangehouden ter dekking van een van de componenten van de kapitaalbuffer dient niet tevens ter dekking van een van de andere componenten van de kapitaalbuffer. 6 Het tier 1-kernkapitaal dat wordt aangehouden ter dekking van de kapitaalbuffer dient niet tevens ter dekking van de risicogebaseerde onderdelen van de vereisten uit de artikelen 92 bis en 92 ter van de verordening kapitaalvereisten en de artikelen 45 quater en 45 quinquies van de richtlijn herstel en afwikkeling van banken en beleggingsondernemingen. 2023 23 27-01-2023 23-01-2023 2023 90 22-03-2023 10-03-2023 23-03-2023
Artikel 105g — Artikel 105g#
Artikel 105g 1 artikel 3:62b, tweede lid artikel 3:62ba, tweede lid, van de wet Artikel 4 Onverminderd artikel 77 van de verordening kapitaalvereisten kan een bank of beleggingsonderneming als bedoeld in, of, in afwijking van die artikelen de bedoelde uitkeringen, toekenningen of betalingen doen, ter grootte van ten hoogste het maximaal uitkeerbare bedrag, berekend overeenkomstig artikel 141, vierde lid, respectievelijk artikel 141 ter, vierde lid, van de richtlijn kapitaalvereisten.is van overeenkomstige toepassing. 2 Van het voornemen tot het doen van een uitkering, toekenning of betaling als bedoeld in het eerste lid geeft de bank of beleggingsonderneming kennis aan de Nederlandsche Bank, onder overlegging van de gegevens, bedoeld in artikel 141, achtste lid, respectievelijk artikel 141 ter, achtste lid, van de richtlijn kapitaalvereisten. 2021 47 09-02-2021 27-01-2021 2021 47 09-02-2021 27-01-2021 01-01-2022
Artikel 105h — Artikel 105h#
Artikel 105h artikel 3:62a, derde lid artikel 3:62ba, vierde lid, van de wet artikel 105g, eerste lid De kennisgeving, bedoeld in, of, vermeldt tevens het maximaal uitkeerbare bedrag, bedoeld in, zoals berekend door de bank of beleggingsonderneming. 2021 47 09-02-2021 27-01-2021 2021 47 09-02-2021 27-01-2021 01-01-2022
Artikel 105i — Artikel 105i#
Artikel 105i 1 artikel 3:62a, vierde lid artikel 3:62ba, vijfde lid, van de wet Het kapitaalconserveringsplan, bedoeld in, en, bevat: a. een schatting van de inkomsten en uitgaven en een balansverwachting; b. een beschrijving van de maatregelen die de betrokken onderneming voornemens is te nemen om haar toetsingsvermogen te vergroten; c. artikel 3:62a, eerste lid, van de wet artikel 3:62ba, eerste lid, van de wet een plan en tijdpad om het toetsingsvermogen te vergroten opdat de onderneming voldoet aan de ingevolgeop de onderneming toepasselijke kapitaalbuffer en indien van toepassing, de op de onderneming toepasselijke hefboomratiobuffer, als bedoeld in; d. andere informatie die noodzakelijk is voor een adequate beoordeling van het kapitaalconserveringsplan. 2 De Nederlandsche Bank kan nadere regels stellen met betrekking tot de informatie, bedoeld in het eerste lid, onderdeel d. 2021 47 09-02-2021 27-01-2021 2021 47 09-02-2021 27-01-2021 01-01-2022 Abusievelijk is op het eerste lid een wijzigingsopdracht
geformuleerd die niet geheel juist is.
Artikel 106 — Artikel 106#
Artikel 106 artikel 3:63, eerste lid, van de wet artikel 111 112 artikel 108 artikel 109 De liquiditeit van een clearinginstelling, kredietunie of icbe als bedoeld inis voldoende, indien de aanwezige liquiditeit, bedoeld inof, ten minste gelijk is aan de ingevolge, onderscheidenlijk, vereiste liquiditeit. 2018 243 27-07-2018 12-07-2018 2018 243 27-07-2018 12-07-2018 28-07-2018
Artikel 106a — Artikel 106a#
Artikel 106a artikel 3:63, eerste lid 3:64 3:65 van de wet De liquiditeit van een bank als bedoeld in,ofis voldoende, indien wordt voldaan aan de liquiditeitsvereisten ingevolge deel 6 van de verordening kapitaalvereisten, dat van overeenkomstige toepassing is op de activiteiten vanuit een bijkantoor in Nederland van een bank met zetel in een staat die geen lidstaat is. 2018 243 27-07-2018 12-07-2018 2018 243 27-07-2018 12-07-2018 28-07-2018
Artikel 106b — Artikel 106b#
Artikel 106b 1 artikel 3:63, eerste lid, van de wet De liquiditeit van een beleggingsonderneming als bedoeld inis voldoende, indien wordt voldaan aan: a. de liquiditeitsvereisten ingevolge deel 6 van de verordening kapitaalvereisten, indien het een beleggingsonderneming onder de verordening kapitaalvereisten betreft; b. de liquiditeitsvereisten ingevolge deel 5 van de verordening prudentiële vereisten voor beleggingsondernemingen, indien het een beleggingsonderneming in de zin van de richtlijn prudentieel toezicht beleggingsondernemingen betreft. 2 artikel 3:65 van de wet Op beleggingsondernemingen als bedoeld inis van overeenkomstige toepassing: a. het eerste lid, onderdeel a, voor zover het een beleggingsonderneming betreft waarop, indien zij haar zetel had gehad in een lidstaat, de verordening kapitaalvereisten van toepassing zou zijn; b. het eerste lid, onderdeel b, voor zover het een beleggingsonderneming betreft waarop, indien zij haar zetel had gehad in een lidstaat, de verordening prudentiële vereisten voor beleggingsondernemingen van toepassing zou zijn. 3 artikel 2:67a, tweede lid, van de wet artikel 2:69c, tweede lid, van de wet Het eerste lid, aanhef en onderdeel b, is van overeenkomstige toepassing op een beheerder van een beleggingsinstelling of een beheerder van een icbe die tevens een beleggingsdienst verleent op grond van, respectievelijk. 2021 571 25-11-2021 19-11-2021 2021 571 25-11-2021 19-11-2021 26-11-2021
Artikel 107 — Artikel 107#
Artikel 107 1 artikel 3:63, eerste lid, van de wet Het is een clearinginstelling of kredietunie als bedoeld intoegestaan om: a. zowel de te ontvangen rente bij de aanwezige liquiditeit als de te betalen rente bij de vereiste liquiditeit mee te rekenen; b. dochtermaatschappijen en bijkantoren die elk minder dan één procent uitmaken van het balanstotaal niet te betrekken bij de liquiditeitsberekeningen, indien ten minste 95 procent van het totale geconsolideerde balanstotaal wordt betrokken in de berekening; c. middellijke deelnemingen en bijkantoren van deelnemingen waarbij geen sprake is van, in verhouding tot de clearinginstelling of kredietunie als geheel, grote liquiditeitsbehoefte terwijl de liquiditeitsvoorziening ervan in belangrijke mate afhankelijk is van de moederonderneming onderscheidenlijk het hoofdkantoor, niet te betrekken bij de liquiditeitsberekeningen; of d. een liquiditeitstekort in convertibele of inconvertibele valuta’s te compenseren met een overschot in convertibele valuta’s, voor zover afkomstig uit een land van waaruit vrije overdracht van liquiditeiten mogelijk is. 2 Indien een clearinginstelling kiest voor toepassing van het eerste lid, onderdeel b of c, betrekt zij de intragroepstransacties in de berekening van de liquiditeit. 3 De Nederlandsche Bank stelt nadere regels betreffende de valuta’s die voor de toepassing van dit hoofdstuk als convertibel aangemerkt worden. 2018 243 27-07-2018 12-07-2018 2018 243 27-07-2018 12-07-2018 28-07-2018
Artikel 108 — Artikel 108#
Artikel 108 1 artikel 3:63, eerste lid, van de wet De vereiste liquiditeit van een clearinginstelling als bedoeld inbedraagt de som van de gewogen uitgaande kasstromen op basis van de kalenderposten, vermeerderd met de niet in de vervalkalender opgenomen gewogen toevertrouwde middelen en overige posten die opgevraagd kunnen worden of tot een betalingsverplichting kunnen leiden, gedurende de weekperiode respectievelijk de maandperiode. 2 artikel 3:63 van de wet De vereiste liquiditeit van een kredietunie als bedoeld inbedraagt de som van de gewogen uitgaande kasstromen op basis van de kalenderposten, vermeerderd met de niet in de vervalkalender opgenomen gewogen toevertrouwde middelen en overige posten die opgevraagd kunnen worden of tot een betalingsverplichting kunnen leiden, gedurende de maandperiode. 3 De Nederlandsche Bank stelt regels met betrekking tot de in het eerste en tweede lid bedoelde posten en de weging daarvan. 2018 243 27-07-2018 12-07-2018 2018 243 27-07-2018 12-07-2018 28-07-2018
Artikel 109 — Artikel 109#
Artikel 109 1 artikel 3:63 van de wet De vereiste liquiditeit van een icbe als bedoeld inbedraagt tien procent van het beheerde vermogen. 2 In afwijking van het vorige lid kan, indien uit een overeengekomen ontbindings- of beëindigingsregeling vooraf bekend is voor welk bedrag op een bepaalde datum wordt ingekocht, worden volstaan met dat bedrag. 2013 537 17-12-2013 06-12-2013 2013 552 19-12-2013 11-12-2013 01-01-2014
Artikel 110 — Artikel 110#
Artikel 110 Vervallen 2014 303 30-07-2014 15-07-2014 2014 304 30-07-2014 15-07-2014 01-08-2014
Artikel 111 — Artikel 111#
Artikel 111 1 artikel 3:63, eerste lid, van de wet De aanwezige liquiditeit van een clearinginstelling of kredietunie als bedoeld inin de weekperiode wordt gevormd door de gewogen voorraadposten, de gewogen kasinstroom van de kalenderposten gedurende de weekperiode en de officiële stand-by faciliteiten. 2 De financiële onderneming betrekt bij de berekening van de aanwezige liquiditeit in de weekperiode uitsluitend de activa die in het kader van het dagelijkse liquiditeitenbeheer aan haar ter beschikking staan teneinde te kunnen voorzien in de directe liquiditeitsbehoefte en de inkomende kasstromen uit het kernbedrijf waarmee in het kader van het dagelijkse liquiditeitenbeheer rekening wordt gehouden. Daartoe worden in elk geval gerekend: a. financiële instrumenten op basis waarvan op korte termijn liquide middelen kunnen worden verkregen door verkoop of belening zonder dat dit gepaard gaat met meer dan marginale kosten of verliezen; b. onmiddellijk opeisbaar interbancair actief; en c. onmiddellijk opeisbare vorderingen op overheden en professionele geldmarktpartijen. 3 De aanwezige liquiditeit van de clearinginstelling of kredietunie in de maandperiode wordt gevormd door de gewogen voorraadposten en de gewogen kasinstroom gedurende de maandperiode. 4 De financiële onderneming betrekt, onverminderd het eerste en derde lid, bij de berekening van de aanwezige liquiditeit het liquiditeitsoverschot van een bijkantoor of een dochtermaatschappij met zetel buiten Nederland, welk liquiditeitsoverschot wordt berekend op basis van dit besluit of, indien dit lager is, volgens de in de staat van de zetel daarvoor geldende regels, slechts voor zover: a. overdracht van het liquiditeitsoverschot niet leidt tot een liquiditeitstekort bij het bijkantoor of de dochtermaatschappij volgens de lokale liquiditeitstoetsing; b. het om een overschot in convertibele valuta’s gaat; en c. vrije en grensoverschrijdende overdracht van liquiditeit mogelijk is. 5 De financiële onderneming betrekt bij de berekening van de aanwezige liquiditeit niet: a. activa die niet onbelemmerd overdraagbaar zijn; b. direct opeisbare tegoeden bij personen die geen bank of professionele geldmarktpartij zijn. 6 De Nederlandsche Bank stelt regels met betrekking tot de in het eerste, tweede en derde lid bedoelde posten en de weging daarvan. 2018 243 27-07-2018 12-07-2018 2018 243 27-07-2018 12-07-2018 28-07-2018
Artikel 112 — Artikel 112#
Artikel 112 artikel 3:63 van de wet De aanwezige liquiditeit van een icbe als bedoeld inwordt gevormd door de volgende posten: a. artikel 2:11 van de wet kasmiddelen, daggeld en direct opvraagbare tegoeden bij banken die een vergunning als bedoeld inhebben of waarop toezicht op het uitoefenen van het bedrijf van bank wordt uitgeoefend dat in voldoende mate waarborgen biedt ten aanzien van de belangen die de wet beoogt te beschermen; b. kortlopende schuldtitels aan toonder; c. financiële instrumenten die zijn toegelaten tot de handel aan een gereglementeerde markt of een markt in financiële instrumenten waarvan de houder gevestigd is in een staat die deel uitmaakt van de G10 of aan een andere door de Nederlandsche Bank aangewezen gereglementeerde markt; d. artikel 2:11 van de wet officiële stand-by faciliteiten afgegeven door banken die een vergunning als bedoeld inhebben of waarop toezicht op het uitoefenen van het bedrijf van bank wordt uitgeoefend dat in voldoende mate waarborgen biedt ten aanzien van de belangen die de wet beoogt te beschermen; en e. artikel 2:11 artikel 2:27 van de wet wet onvoorwaardelijke garanties van banken en verzekeraars die een vergunning als bedoeld inonderscheidenlijkhebben of waarop toezicht op het uitoefenen van het bedrijf van bank onderscheidenlijk verzekeraar wordt uitgeoefend dat in voldoende mate waarborgen biedt ten aanzien van de belangen die debeoogt te beschermen. 2013 537 17-12-2013 06-12-2013 2013 552 19-12-2013 11-12-2013 01-01-2014
Artikel 113 — Artikel 113#
Artikel 113 Vervallen 2011 673 29-12-2011 22-12-2011 2011 671 29-12-2011 22-12-2011 01-01-2012 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet Wet op het financieel toezicht, enz. (implementatie richtlijn nr. 2009/110/EG) in werking treedt.
Artikel 114 — Artikel 114#
Artikel 114 1 Een verzekeraar met zetel in Nederland, niet zijnde een verzekeraar met beperkte risico-omvang, berekent de door hem aan te houden technische voorzieningen overeenkomstig de artikelen 76 tot en met 83 en 192 van de richtlijn solvabiliteit II, met inachtneming van titel I, hoofdstuk III, van de verordening solvabiliteit II. 2 Indien een kapitaalopslag aan de verzekeraar is opgelegd en de verzekeraar artikel 77, vijfde lid, van de richtlijn solvabiliteit II toepast, neemt hij tevens artikel 37, vijfde lid, tweede alinea, van die richtlijn in acht. 3 Indien de Europese Commissie op grond van artikel 172, tweede of vierde lid, van de richtlijn solvabiliteit II het solvabiliteitsregime van een staat die geen lidstaat is gelijkwaardig acht met die van de richtlijn solvabiliteit II, worden voor de berekening van de technische voorzieningen herverzekeringsovereenkomsten met verzekeraars met zetel in die staat gelijk gesteld met herverzekeringsovereenkomsten met verzekeraars met zetel in een lidstaat. 2018 243 27-07-2018 12-07-2018 2018 243 27-07-2018 12-07-2018 28-07-2018
Artikel 115 — Artikel 115#
Artikel 115 1 artikel 114 Een verzekeraar als bedoeld inkan bij het berekening van de technische voorzieningen, na voorafgaande goedkeuring van de Nederlandsche Bank, gebruik maken van hetzij de overgangsmaatregel, bedoeld in artikel 308 quater van de richtlijn solvabiliteit II, hetzij de overgangsmaatregel, bedoeld in artikel 308 quinquies van die richtlijn. 2 Een verzekeraar die gebruik maakt van een overgangsmaatregel als bedoeld in het eerste lid en vaststelt dat hij zonder toepassing van die overgangsmaatregel niet aan het solvabiliteitskapitaalvereiste zou voldoen, geeft hiervan onverwijld kennis aan de Nederlandsche Bank en treft de in artikel 308 sexies, tweede en derde alinea, van de richtlijn solvabiliteit II bedoelde maatregelen. 3 De Nederlandsche Bank trekt de in het eerste lid bedoelde goedkeuring in indien uit de door de verzekeraar overgelegde informatie blijkt dat het onrealistisch is dat deze aan het einde van de overgangsperiode aan het solvabiliteitskapitaalvereiste zal voldoen. 2015 308 28-07-2015 10-07-2015 2015 309 28-07-2015 10-07-2015 01-01-2016
Artikel 116 — Artikel 116#
Artikel 116 1 De artikelen 76 tot en met 83, 192 en 308 quater tot en met 308 sexies van de richtlijn solvabiliteit II en titel I, hoofdstuk III, van de verordening solvabiliteit II inzake de berekening van de technische voorzieningen zijn van overeenkomstige toepassing op de door de volgende verzekeraars aan te houden technische voorzieningen voor hun vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor aangegane verzekeringsverplichtingen: a. levensverzekeraars en schadeverzekeraars, niet zijnde verzekeraars met beperkte risico-omvang, met zetel in een staat die geen lidstaat is; b. herverzekeraars met zetel in een niet-aangewezen staat. 2 Artikel 114, tweede en derde lid , is van overeenkomstige toepassing. 2018 243 27-07-2018 12-07-2018 2018 243 27-07-2018 12-07-2018 28-07-2018
Artikel 117 — Artikel 117#
Artikel 117 1 De artikelen 76 tot en met 77 bis en 77 quinquies tot en met 83 van de richtlijn solvabiliteit II en titel I, hoofdstuk III, met uitzondering van afdeling 4, onderafdeling 4, van de verordening solvabiliteit II inzake de berekening van de technische voorzieningen zijn van overeenkomstige toepassing op: a. verzekeraars met beperkte risico-omvang met zetel in Nederland; b. verzekeraars met beperkte risico-omvang met zetel in een niet-aangewezen staat voor wat betreft de door hen aan te houden technische voorzieningen voor hun vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor aangegane verzekeringsverplichtingen. 2 Een verzekeraar met beperkte risico-omvang als bedoeld in het eerste lid kan bij de berekening van de technische voorzieningen gebruik maken van de vereenvoudigde berekeningsmethoden als bedoeld in de artikelen 57 tot en met 61 van de verordening solvabiliteit II, mits: a. deze passen bij de aard, omvang en complexiteit van de risico’s van de verzekeraar en deze berekeningswijzen niet leiden tot een significante onderschatting van de technische voorzieningen; b. het gebruik ervan goed wordt onderbouwd en vastgelegd; c. ten aanzien van de toepassing van de berekeningsmethoden een bestendige gedragslijn wordt gevolgd. 3 artikel 49b, tweede lid, onderdeel a In afwijking van het eerste lid, aanhef, wordt voor natura-uitvaartverzekeraars en levensverzekeraars met beperkte risico-omvang als bedoeld in, bij de toepassing van artikel 39 van de verordening solvabiliteit II het kapitaalkostenpercentage gesteld op 4%. 4 De verzekeraar kan bij de berekening van de technische voorzieningen rekening houden met: a. aanwezige risicomitigerende instrumenten, mits deze aantoonbaar effectief zijn en niet resulteren in een materieel basisrisico als bedoeld in artikel 1, punt 25, van de verordening solvabiliteit II; b. toekomstige risicomitigerende instrumenten, mits deze realistisch zijn en aantoonbaar voortvloeien uit de reguliere bedrijfsvoering, het gevoerde risicobeheer of het afdekkingsbeleid. 2016 430 18-11-2016 27-10-2016 2016 430 18-11-2016 27-10-2016 01-01-2017
Artikel 118 — Artikel 118#
Artikel 118 1 Het beleggingsbeleid van een verzekeraar met zetel in Nederland, niet zijnde een verzekeraar met beperkte risico-omvang, voldoet aan het prudent person beginsel, bedoeld in artikel 132, tweede tot en met vierde lid, van de richtlijn solvabiliteit II, met inachtneming van titel I, hoofdstuk VIII, van de verordening solvabiliteit II. 2 De vereisten in de door de Europese Commissie vastgestelde uitvoeringsmaatregelen als bedoeld in artikel 135, tweede lid, van de richtlijn solvabiliteit II zijn op verzekeraars die beleggen in verhandelbare effecten of andere op herverpakte kredieten gebaseerde instrumenten die voor 1 januari 2011 zijn uitgegeven, slechts van toepassing indien na 31 december 2014 nieuwe onderliggende vorderingen zijn of worden toegevoegd of vervangen. 2015 308 28-07-2015 10-07-2015 2015 309 28-07-2015 10-07-2015 01-01-2016
Artikel 119 — Artikel 119#
Artikel 119 Artikel 132, tweede tot en met vierde lid, van de richtlijn solvabiliteit II en titel I, hoofdstuk VIII, van de verordening solvabiliteit II inzake het beleggingsbeleid zijn van overeenkomstige toepassing op de activa van de in Nederland gelegen bijkantoren van: a. levensverzekeraars en schadeverzekeraars, niet zijnde verzekeraars met beperkte risico-omvang, met zetel in een staat die geen lidstaat is; b. herverzekeraars met zetel in een niet-aangewezen staat. 2015 308 28-07-2015 10-07-2015 2015 309 28-07-2015 10-07-2015 01-01-2016
Artikel 120 — Artikel 120#
Artikel 120 Artikel 132, tweede tot en met vierde lid, van de richtlijn solvabiliteit II en titel I, hoofdstuk VIII, van de verordening solvabiliteit II inzake het beleggingsbeleid zijn van overeenkomstige toepassing op: a. verzekeraars met beperkte risico-omvang met zetel in Nederland; b. verzekeraars met beperkte risico-omvang met zetel in een niet-aangewezen staat voor wat betreft de activa van hun in Nederland gelegen bijkantoren. 2015 308 28-07-2015 10-07-2015 2015 309 28-07-2015 10-07-2015 01-01-2016
Artikel 121 — Artikel 121#
Artikel 121 De waarden die dienen tot dekking van de technische voorzieningen voor de door een verzekeraar met beperkte risico-omvang vanuit zijn vestigingen in Nederland aangegane verplichtingen zijn: a. in geval van een verzekeraar met zetel in Nederland: aanwezig in een lidstaat; of b. in geval van een verzekeraar met zetel in een niet-aangewezen staat: aanwezig in Nederland. 2015 308 28-07-2015 10-07-2015 2015 309 28-07-2015 10-07-2015 01-01-2016
Artikel 122 — Artikel 122#
Artikel 122 Artikel 132, tweede tot en met vierde lid, van de richtlijn solvabiliteit II en titel I, hoofdstuk VIII, van de verordening solvabiliteit II inzake het beleggingsbeleid zijn van overeenkomstige toepassing op: a. artikel 3:67, vierde lid 3:68, derde lid, van de wet artikel 3:198, tweede lid, onderdelen b, c en d, of derde lid, onderdelen a, b en c, van de wet de waarden, bedoeld in, ofdie dienen tot dekking van de verplichtingen van een levensverzekeraar of schadeverzekeraar als bedoeld in die artikelen die voortvloeien uit vorderingen van werknemers als bedoeld in; b. artikel 3:67, vierde lid 3:69, tweede lid, van de wet artikel 3:198, vierde lid, onderdelen a, b en c, van de wet de waarden, bedoeld in, of, die dienen tot dekking van de verplichtingen van een verzekeraar met beperkte risico-omvang als bedoeld in die artikelen die voortvloeien uit vorderingen van werknemers als bedoeld in. 2015 308 28-07-2015 10-07-2015 2015 309 28-07-2015 10-07-2015 01-01-2016
Artikel 122a — Artikel 122a#
Artikel 122a artikel 3:267e, derde lid, van de wet De gegevens, bedoeld inzijn: a. het herverzekeringscontract inclusief bijlagen, waaronder een toelichting van de wijze waarop de vordering van de cederende verzekeraar op de andere verzekeraar wordt gewaardeerd; b. indien van toepassing, de zekerheidsovereenkomsten; c. informatie over de geografische locatie van de vordering van de cederende verzekeraar op de andere verzekeraar en de daarmee samenhangende zekerheden; d. een onderbouwing van de toereikendheid van het risicobeheer ten aanzien van de herverzekering; e. een analyse van de kredietrisico’s betreffende de herverzekering; f. artikel 3:137 gegevens op basis waarvan de Nederlandsche Bank redelijkerwijs kan beoordelen of zij na herverzekering gebruik kan maken van haar bevoegdheid als bedoeld in; g. artikel 3:267e van de wet een opinie van de risicobeheerfunctie van de verzekeraar over de mate waarin de verzekeraar in staat is om aan de voorwaarden met betrekking tot de herverzekering als bedoeld in dit artikel en, te voldoen. 2024 388 09-12-2024 02-12-2024 2024 388 09-12-2024 02-12-2024 01-01-2025
Artikel 123 — Artikel 123#
Artikel 123 Het beleggingsbeleid van een pensioenregeling die niet wordt beheerst door het recht van een lidstaat wordt uitgevoerd overeenkomstig de bepalingen van het land van herkomst van de regeling. 2015 308 28-07-2015 10-07-2015 2015 309 28-07-2015 10-07-2015 01-01-2016
Artikel 124 — Artikel 124#
Artikel 124 1 Het beleggingsbeleid van een pensioenregeling die wordt beheerst door het recht van een lidstaat wordt uitgevoerd overeenkomstig de volgende beginselen: a. beleggingen in de bijdragende onderneming worden beperkt tot ten hoogste 5% van de portefeuille als geheel, en ingeval de bijdragende onderneming tot een groep behoort, worden beleggingen in de ondernemingen die tot dezelfde groep als de bijdragende onderneming behoren, beperkt tot ten hoogste 10% van de portefeuille. Wanneer een groep van ondernemingen aan de premiepensioeninstelling bijdragen betaalt, geschieden beleggingen in deze bijdragende ondernemingen prudent, waarbij rekening wordt gehouden met de noodzaak van een behoorlijke diversificatie; b. de beleggingen worden gewaardeerd op basis van marktwaardering; c. beleggingen in niet tot de handel op een gereglementeerde markt, of een multilaterale handelsfaciliteit of een daarmee vergelijkbaar systeem in een staat die geen lidstaat is toegelaten waarden worden tot een prudent niveau beperkt. d. beleggingen in derivaten zijn toegestaan voor zover deze bijdragen aan een vermindering van het risicoprofiel of een doeltreffend portefeuillebeheer vergemakkelijken. De premiepensioeninstelling vermijdt een bovenmatig risico met betrekking tot een en dezelfde tegenpartij en tot andere derivatenverrichtingen; e. de waarden worden naar behoren gediversifieerd zodat een bovenmatige afhankelijkheid van of vertrouwen in bepaalde waarden, of een bepaalde emittent van waarden of groep van ondernemingen en risicoaccumulatie in de portefeuille als geheel worden vermeden. 2 De eisen die zijn opgenomen in het eerste lid, aanhef en onderdelen a en e, zijn niet van toepassing op beleggingen in staatsobligaties. 3 Onder waardering op marktwaarde bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, wordt verstaan: het bedrag waarvoor een actief kan worden verhandeld of een passief kan worden afgewikkeld tussen terzake goed geïnformeerde partijen, die tot een transactie bereid en onafhankelijk van elkaar zijn. 4 artikel 3:267b, vierde lid, van de wet Leningen als bedoeld inmogen slechts worden aangegaan voor een periode van niet langer dan een jaar. 5 artikel 3:267b, vierde lid, van de wet Van een liquiditeitsdoelstelling als bedoeld inis sprake als de premiepensioeninstelling tijdelijk niet kan voldoen aan zijn verplichtingen of de betreffende lening wordt aangegaan ter verbetering van het risicoprofiel van de premiepensioeninstelling. 2015 308 28-07-2015 10-07-2015 2015 309 28-07-2015 10-07-2015 01-01-2016
Artikel 125 — Artikel 125#
Artikel 125 Vervallen 2015 308 28-07-2015 10-07-2015 2015 309 28-07-2015 10-07-2015 01-01-2016
Artikel 126 — Artikel 126#
Artikel 126 Vervallen 2015 308 28-07-2015 10-07-2015 2015 309 28-07-2015 10-07-2015 01-01-2016
Artikel 127 — Artikel 127#
Artikel 127 Vervallen 2015 308 28-07-2015 10-07-2015 2015 309 28-07-2015 10-07-2015 01-01-2016
Artikel 128 — Artikel 128#
Artikel 128 Vervallen 2015 308 28-07-2015 10-07-2015 2015 309 28-07-2015 10-07-2015 01-01-2016
Artikel 129 — Artikel 129#
Artikel 129 artikel 3:71, eerste lid 3:81, eerste lid 3:85 artikel 3:71, eerste lid 3:81, eerste lid, van de wet Titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek Een afwikkelonderneming, betaalinstelling, clearinginstelling, elektronischgeldinstelling, bank, kredietunie, pensioenbewaarder, premiepensioeninstelling, verzekeraar of wisselinstelling als bedoeld in,ofverstrekt de documenten, bedoeld in, of, wat betreft indeling en inhoud in de vorm waarin deze zijn opgemaakt ingevolge, de internationale jaarrekeningstandaarden onderscheidenlijk het recht van de staat waar deze financiële onderneming haar zetel heeft. Een financiële onderneming met zetel in Nederland vermeldt of de jaarrekening al dan niet is vastgesteld en goedgekeurd overeenkomstig de statuten of de vennootschapsakte. 2015 512 18-12-2015 10-12-2015 2015 513 18-12-2015 11-12-2015 01-01-2016 2015 308 28-07-2015 10-07-2015 2015 309 28-07-2015 10-07-2015 01-01-2016
Artikel 130 — Artikel 130#
Artikel 130 1 artikel 3:72, eerste lid, van de wet 3:86, eerste lid, van de wet De door een bank, als bedoeld inof, een beleggingsonderneming onder de verordening kapitaalvereisten of door een clearinginstelling als bedoeld in artikel 3:72, eerste lid, ofte verstrekken staten omvatten uitsluitend: a. gegevens betreffende rapportageverplichtingen ingevolge de verordening kapitaalvereisten; b. artikel 3:259, tweede lid, van de wet gegevens ten behoeve van het depositogarantiestelsel, bedoeld in, betreffende de aangehouden deposito’s die worden gegarandeerd uit hoofde van het depositogarantiestelsel; 2 De door een beleggingsonderneming in de zin van de richtlijn prudentieel toezicht beleggingsondernemingen te verstrekken staten omvatten uitsluitend de in artikel 54 en artikel 55 van de verordening prudentiële vereisten voor beleggingsondernemingen bedoelde gegevens. 3 De door een beleggingsonderneming als bedoeld in artikel 3:82, eerste lid, van de wet te verstrekken staten omvatten uitsluitend: a. de in artikel 430, eerste lid, onderdelen a en d, van de verordening kapitaalvereisten bedoelde gegevens voor zover het een beleggingsonderneming betreft waarop, indien zij haar zetel had gehad in een lidstaat, die verordening van toepassing zou zijn; b. de in artikel 54, eerste lid, onderdelen a tot en met c en f, van de verordening prudentiële vereisten voor beleggingsondernemingen bedoelde gegevens, voor zover het een beleggingsonderneming betreft waarop, indien zij haar zetel had gehad in een lidstaat, die verordening van toepassing zou zijn. 4 artikel 3:72, derde lid, van de wet De door een entiteit voor risico-acceptatie als bedoeld inte verstrekken staten omvatten uitsluitend de gegevens, bedoeld in artikel 325 van de verordening solvabiliteit II. 5 artikel 3:72, derde lid, van de wet artikel 3:82, tweede lid, van de wet artikel 3:86, tweede lid De door een verzekeraar als bedoeld in, niet zijnde een verzekeraar met beperkte risico-omvang, bijkantoor als bedoeld in, of bijkantoor van een herverzekeraar als bedoeld in, te verstrekken staten omvatten uitsluitend: a. de gegevens, bedoeld in titel I, hoofdstuk XIII, afdeling 1, van de verordening solvabiliteit II; b. andere voor toezichtdoeleinden benodigde periodieke informatie als bedoeld in artikel 35, eerste lid, van de richtlijn solvabiliteit II. 6 artikel 3:72, derde lid, van de wet artikel 3:86, tweede lid, van de wet De door een verzekeraar als bedoeld inmet beperkte risico-omvang of bijkantoor als bedoeld invan een verzekeraar met beperkte risico-omvang te verstrekken staten omvatten uitsluitend: a. een jaarrekening alsmede aanvullende financiële gegevens ten behoeve van het toezicht op de naleving van het Deel Prudentieel toezicht financiële ondernemingen van de wet; b. andere gegevens ten behoeve van het toezicht op de naleving van de regels met betrekking tot: 1°. artikel 3:57, eerste lid 3:61, eerste of tweede lid 3:62 van de wet de solvabiliteit ingevolge,, of; en 2°. artikel 3:67 3:69 3:73 van de wet de technische voorzieningen ingevolge,of. 7 artikel 3:72, eerste lid, van de wet De door een betaalinstelling of elektronischgeldinstelling als bedoeld inte verstrekken staten omvatten uitsluitend: a. Deel Prudentieel toezicht financiële ondernemingen van de wet balans- en resultatengegevens alsmede aanvullende financiële gegevens ten behoeve van het toezicht op de naleving van het; b. artikel 3:57, eerste lid, van de wet andere gegevens ten behoeve van het toezicht op de naleving van de regels met betrekking tot de solvabiliteit ingevolge; c. voor zover van toepassing een opgave van het gemiddeld uitstaand elektronisch geld. 8 artikel 3:77 van de wet De door een bank als bedoeld inmet betrekking tot het bijkantoor te verstrekken staten omvatten uitsluitend de gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, ten behoeve van de doeleinden, genoemd in artikel 40 van de richtlijn kapitaalvereisten. 9 artikel 3:72, eerste lid, van de wet De door een premiepensioeninstelling als bedoeld inte verstrekken staten omvatten uitsluitend: a. Deel Prudentieel toezicht financiële ondernemingen van de wet een jaarrekening alsmede aanvullende financiële gegevens ten behoeve van het toezicht op de naleving van het; b. andere gegevens ten behoeve van het toezicht op de naleving van de regels met betrekking tot: 1°. artikel 3:53 van de wet het bedrag aan eigen vermogen ingevolge; 2°. artikel 3:57 van de wet de solvabiliteit ingevolge; 3°. artikel 3:267b van de wet het beleggingsbeleid ingevolge; 4°. informatie inzake de uitgevoerde pensioenregelingen. 10 artikel 3:72, eerste lid, van de wet artikel 3:53 artikel 3:57, van de wet artikel 2:67a, tweede lid artikel 2:69c, tweede lid, van de wet De door een beheerder als bedoeld inte verstrekken staten bevatten uitsluitend balans- en resultaatgegevens ten behoeve van het toezicht op de naleving van de regels met betrekking tot het bedrag aan eigen vermogen ingevolgeen de solvabiliteit ingevolge. Indien een beheerder van een beleggingsinstelling of een beheerder van een icbe een beleggingsdienst verleent op grond van, respectievelijkomvatten de door hem te verstrekken staten tevens de in artikel 54 van de verordening prudentiële vereisten voor beleggingsondernemingen bedoelde gegevens. 11 artikel 3:72, eerste lid, van de wet De door een afwikkelonderneming als bedoeld inte verstrekken staten omvatten uitsluitend: a. balans- en resultatengegevens alsmede aanvullende gegevens ten behoeve van toezicht op de naleving van het Deel Prudentieel toezicht financiële ondernemingen van de wet; b. artikelen 2:3.0c 2:3.0h 2:3.0m van de wet gegevens met betrekking tot de verrichte girale betalingstransacties, bedoeld in de,of. 12 artikel 3:72, eerste lid, van de wet De door een kredietunie als bedoeld inte verstrekken staten omvatten uitsluitend: a. Deel Prudentieel toezicht financiële ondernemingen van de wet balans- en resultatengegevens en aanvullende gegevens ten behoeve van het toezicht op de naleving van het; b. andere gegevens ten behoeve van het toezicht op de naleving van de regels met betrekking tot: 1°. artikel 3:53, eerste lid, van de wet het bedrag aan eigen vermogen ingevolge; 2°. artikel 3:57, eerste lid, van de wet de solvabiliteit ingevolge; 3°. artikel 3:63, eerste lid, van de wet de liquiditeit ingevolge. 13 artikel 3:82, eerste lid, van de wet De door een bank als bedoeld inmet betrekking tot het bijkantoor te verstrekken informatie omvat uitsluitend de gegevens: a. genoemd in artikel 47, eerste lid bis, onderdeel a tot en met g, van de richtlijn kapitaalvereisten; b. andere door de Nederlandsche Bank voor toezichtdoeleinden benodigde periodieke informatie als bedoeld in artikel 47, eerste lid bis, onderdeel h, van de richtlijn kapitaalvereisten. 2021 571 25-11-2021 19-11-2021 2021 571 25-11-2021 19-11-2021 26-11-2021
Artikel 131 — Artikel 131#
Artikel 131 1 Deel Prudentieel toezicht financiële ondernemingen van de wet Titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek artikel 130 De Nederlandsche Bank stelt, met inachtneming van het bepaalde ingevolge het, alsmede met inachtneming vanen de internationale jaarrekeningstandaarden, regels met betrekking tot de staten, bedoeld in. Deze omvatten uitsluitend: a. de modellen van de staten; b. de reikwijdte van toepassing van de staten en de mate van detaillering van de in te vullen gegevens; deze omvatten geen uitbreiding of nadere rubricering van de staten; c. de reikwijdte van de consolidatie overeenkomstig de regels met betrekking tot consolidatie die de financiële onderneming in haar jaarrekening toepast, voor zover uit de wet niet anders voortvloeit; d. artikel 3:69a van de wet artikel 4, derde lid de waardering van de posten overeenkomstigen; e. de te hanteren valuta en rekeneenheid; f. de afronding; g. Deel Prudentieel toezicht financiële ondernemingen van de wet de termijn waarbinnen de staten worden verstrekt, met dien verstande dat deze niet korter is dan noodzakelijk voor de uitoefening van het toezicht op de naleving van heten ten behoeve van de uitvoering van de bij of krachtens dat deel gestelde regels met betrekking tot het depositogarantiestelsel; en h. de frequentie waarmee de staten worden verstrekt, met dien verstande dat deze ten minste een maal per jaar is. 2 De regels, bedoeld in het eerste lid, onderdelen b, f, g en h, zijn afgestemd op de aard en de omvang van de financiële onderneming, alsmede op de omvang van de solvabiliteit van de financiële onderneming. De frequentie, bedoeld in het eerste lid, onderdeel h, is evenwel niet hoger dan: a. twaalf maal per jaar voor de staten ten behoeve van het toezicht op de liquiditeit, bedoeld in artikel 415 van de verordening kapitaalvereisten; b. artikel 130, tweede en derde lid, onderdeel b vier maal per jaar, voor de staten, bedoeld in; c. artikel 130, zesde lid, onderdeel a een maal per jaar voor de jaarrekening, bedoeld in, en de staten ten behoeve van het toezicht op de technische voorzieningen, bedoeld in artikel 130, zesde lid, onderdeel b, onder 2°; en d. artikel 130, eerste en zesde lid vier maal per jaar voor de overige in, genoemde staten; e. artikel 130, zevende lid twee maal per jaar voor de in, genoemde staten; f. artikel 130, negende lid, onderdeel a een maal per jaar voor de jaarrekening, bedoeld in; g. artikel 130, negende lid, onderdeel b vier maal per jaar voor de in, genoemde staten; h. artikel 130, tiende lid artikel 2:67a, tweede lid artikel 2:69c, tweede lid, van de wet twee maal per jaar voor de in, genoemde staten. Indien een beheerder van een beleggingsinstelling of een beheerder van een icbe een beleggingsdienst verleent op grond van, respectievelijk: vier maal per jaar; i. artikel 130, twaalfde lid tweemaal per jaar voor de in, genoemde staten. 3 artikel 130 De Nederlandsche Bank kan in individuele gevallen besluiten dat een financiële onderneming als bedoeld inperiodiek moet melden of haar solvabiliteit of liquiditeit zich boven een door de Nederlandsche Bank vastgestelde signaleringswaarde bevindt. De frequentie van de melding is niet hoger dan een maal per maand en is afgestemd op de aard en de omvang van de financiële onderneming, alsmede op de omvang van de solvabiliteit van de financiële onderneming. 4 De Nederlandsche Bank kan, met inachtneming van artikel 35, zesde tot en met achtste lid, van de richtlijn solvabiliteit II, ontheffing verlenen van: a. de verplichting periodieke rapportagestaten vaker dan eenmaal per jaar te verstrekken; b. itemgewijze rapportageverplichtingen. 2021 571 25-11-2021 19-11-2021 2021 571 25-11-2021 19-11-2021 26-11-2021
Artikel 131a — Artikel 131a#
Artikel 131a Vervallen 2014 524 19-12-2014 28-11-2014 2014 534 19-12-2014 11-12-2014 01-01-2015
Artikel 132 — Artikel 132#
Artikel 132 artikel 130 artikel 131, eerste lid, onderdeel a Indien een beleggingsonderneming, betaalinstelling, clearinginstelling, elektronischgeldinstelling, entiteit voor risico-acceptatie, bank, kredietunie, verzekeraar of bijkantoor als bedoeld inde staten niet langs elektronische weg verstrekt, kan de Nederlandsche Bank, op verzoek van de financiële onderneming, besluiten dat het de financiële onderneming is toegestaan andere informatiedragers dan de modellen, bedoeld in, te gebruiken, indien deze wat betreft indeling en inhoud geen afwijking vertonen van de modellen. 2015 512 18-12-2015 10-12-2015 2015 513 18-12-2015 11-12-2015 01-01-2016
Artikel 133 — Artikel 133#
Artikel 133 artikel 130 artikel 3:72, zevende lid, eerste volzin, van de wet Het onderzoek van de staten, bedoeld in, door de accountant, uitmondend in een verklaring omtrent de getrouwheid als bedoeld in, wordt een maal per jaar uitgevoerd. De Nederlandsche Bank stelt regels waarin wordt bepaald welke staten door de accountant in zijn onderzoek worden betrokken, met dien verstande dat een beheerder, betaalinstelling of elektronischgeldinstelling die een maal per jaar een door een accountant gewaarmerkte jaarrekening verstrekt daarmee voldoet aan de verplichting als bedoeld in artikel 3:72, zevende lid, van de wet. De accountant waarmerkt deze staten. 2024 388 09-12-2024 02-12-2024 2024 388 09-12-2024 02-12-2024 01-01-2025
Artikel 134 — Artikel 134#
Artikel 134 1 De Nederlandsche Bank stelt aan de hand van openbare gegevens uit de staten de volgende niet-geaggregeerde kerngegevens van banken met zetel in Nederland vast en publiceert die op haar website: a. de volgende gegevens met betrekking tot de activa: 1°. de totale activa; 2°. het totaal aan hypothecaire kredieten voor woningaankoop; 3°. het totaal aan bedrijfskredieten; 4°. het totaal aan financiële activa; b. het totaal aan onvolwaardige leningen, uitgedrukt als percentage van het totaal aan leningen; c. het totaal aan voorzieningen op leningen, uitgedrukt als percentage van het totaal aan leningen; d. de volgende gegevens met betrekking tot de passiva: 1° totale passiva; 2°. het eigen vermogen; 3°. het vreemd vermogen, met afzonderlijke vermelding van gelden aangehouden door huishoudens; e. de verplichtingen buiten de balans; f. de volgende gegevens met betrekking tot de resultatenrekening: 1°. de totale baten; 2°. de netto rentebaten; 3°. de netto baten uit dienstverlening en provisies; 4°. de overige baten; 5°. het resultaat na belastingen; g. het tier 1-kapitaal, bedoeld in artikel 25 van de verordening kapitaalvereisten; h. het tier 1-kernkapitaal, bedoeld in artikel 50 van de verordening kapitaalvereisten; i. het totaal van de risicoposten (de risicogewogen activa), bedoeld in artikel 92, derde lid, van de verordening kapitaalvereisten; j. de volgende ratio’s, bedoeld in artikel 92 van de verordening kapitaalvereisten: 1°. de totale kapitaalratio; 2°. de tier 1 kapitaalratio; 3°. de tier 1-kernkapitaalratio; 4°. de hefboomratio. 2 De Nederlandsche Bank maakt de gegevens uit de staten die zij bij het vaststellen van de kerngegevens gebruikt bekend en maakt bekend op welk consolidatieniveau de door haar te gebruiken gegevens betrekking hebben. 3 De kerngegevens hebben betrekking op de financiële toestand van een bank per 30 juni en 31 december van elk jaar. 4 De Nederlandsche Bank actualiseert een kerngegeven tweemaal per jaar, op de laatste werkdag van juni en van december van elk jaar, tenzij het een kerngegeven, genoemd in onderdeel f, is en de bank waarop het gegeven betrekking heeft de gewoonte heeft haar resultatenrekening maar eenmaal per jaar te publiceren. 5 De Nederlandsche Bank gebruikt bij het vaststellen van een kerngegeven gegevens uit de meest actuele staten die haar twee weken voorafgaand aan de publicatie ter beschikking staan. 2020 498 04-12-2020 24-11-2020 2020 498 04-12-2020 24-11-2020 28-06-2021
Artikel 134a — Artikel 134a#
Artikel 134a artikel 3:73a van de wet Tot de gegevens, bedoeld in, behoren in ieder geval de gegevens met betrekking tot storingen die zich hebben voorgedaan of bijna hebben voorgedaan in het verrichten van afwikkeldiensten. 2013 537 17-12-2013 06-12-2013 2013 552 19-12-2013 11-12-2013 01-01-2014
Artikel 134b — Artikel 134b#
Artikel 134b 1 artikel 3:74a, eerste lid, van de wet artikel 3:8, derde en vierde lid, van de wet artikel 17c artikel 23e, vijfde lid Een bank als bedoeld indie over een website beschikt, geeft daarop uitleg over de wijze waarop zij voldoet aan de vereisten inzake bestuur, beloning en publicatie van gegevens in, de bij of krachtens, gestelde regels, het Besluit uitvoering publicatieverplichtingen richtlijn kapitaalvereisten en. 2 artikel 23e, vijfde lid Besluit uitvoering publicatieverplichtingen richtlijn kapitaalvereisten Een beleggingsonderneming onder de verordening kapitaalvereisten die over een website beschikt, geeft daarop uitleg over de wijze waarop zij voldoet aan de bij of krachtens, gestelde regels en het. 3 Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op een bank met zetel in een staat die geen lidstaat is die haar bedrijf uitoefent vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor. 2021 571 25-11-2021 19-11-2021 2021 571 25-11-2021 19-11-2021 26-11-2021
Artikel 134c — Artikel 134c#
Artikel 134c 1 Een verzekeraar met zetel in Nederland, niet zijnde een verzekeraar met beperkte risico-omvang, publiceert jaarlijks een rapport over de solvabiliteit en financiële positie overeenkomstig de artikelen 51 en 53, derde en vierde lid, van de richtlijn solvabiliteit II en met inachtneming van titel I, hoofdstuk XII, van de verordening solvabiliteit II. 2 De verzekeraar maakt in het geval van belangrijke ontwikkelingen die van invloed zijn op de relevantie van de overeenkomstig het eerste lid bekend gemaakte informatie, informatie bekend over de aard en gevolgen van die belangrijke ontwikkelingen, overeenkomstig artikel 54 van de richtlijn en met inachtneming van artikel 302 van de verordening solvabiliteit II. 2018 243 27-07-2018 12-07-2018 2018 243 27-07-2018 12-07-2018 28-07-2018
Artikel 134d — Artikel 134d#
Artikel 134d Artikel 134c is van overeenkomstige toepassing op in Nederland gelegen bijkantoren van: a. levensverzekeraars en schadeverzekeraars, niet zijnde verzekeraars met beperkte risico-omvang, met zetel in een staat die geen lidstaat is; b. herverzekeraars met zetel in een niet-aangewezen staat. 2018 243 27-07-2018 12-07-2018 2018 243 27-07-2018 12-07-2018 28-07-2018
Artikel 134da — Artikel 134da#
Artikel 134da 1 artikel 134c artikel 134d De Nederlandsche Bank staat een verzekeraar als bedoeld inoftoe bepaalde informatie in het rapport over de solvabiliteit en financiële positie niet openbaar bekend te maken, indien is voldaan aan een van de voorwaarden, genoemd in artikel 53, eerste lid, van de richtlijn solvabiliteit II. 2 De verzekeraar vermeldt in het rapport over de solvabiliteit en financiële positie de reden voor het niet openbaar bekend maken van de in het eerste lid bedoelde informatie. 2018 243 27-07-2018 12-07-2018 2018 243 27-07-2018 12-07-2018 28-07-2018
Artikel 134db — Artikel 134db#
Artikel 134db artikel 134c 134d Een verzekeraar als bedoeld inofbehoeft tot en met 31 december 2020 de informatie, bedoeld in artikel 51, tweede lid, derde alinea, van de richtlijn solvabiliteit II niet afzonderlijk openbaar te maken. 2018 243 27-07-2018 12-07-2018 2018 243 27-07-2018 12-07-2018 28-07-2018
Artikel 134e — Artikel 134e#
Artikel 134e artikel 3:73c 3:82a 3:86a Een verzekeraar als bedoeld in,ofmet beperkte risico-omvang maakt jaarlijks binnen een termijn van zes maanden de jaarrekening, het bestuursverslag en de overige gegevens openbaar en vermeldt daarbij in de toelichting op de jaarrekening: a. wet de in overeenstemming met deen dit besluit opgestelde balans en de daarbij gehanteerde grondslagen en methoden voor de waardering van activa, technische voorzieningen en andere verplichtingen, met een toelichting op de belangrijkste verschillen met de grondslagen en methoden die in de jaarrekening voor de waardering ervan zijn gehanteerd; b. het bedrag en de samenstelling van het aanwezige solvabiliteitskapitaal; c. het bedrag van het solvabiliteitskapitaalvereiste en van het minimumkapitaalvereiste; d. artikel 19, derde lid indien, op de verzekeraar van toepassing is: het bedrag van de technische voorzieningen indien deze worden berekend op basis van afkoop van alle verzekeringen; e. indien van toepassing: informatie over de winstdeling ten gunste van polishouders per productgroep; f. indien de verzekeraar niet voldoet aan het minimumkapitaalvereiste of significant niet voldoet aan het solvabiliteitskapitaalvereiste: het bedrag van het tekort alsmede een toelichting op de oorzaak en gevolgen ervan en de genomen corrigerende maatregelen; g. indien de verzekeraar ondernemingspecifieke parameters gebruikt voor de berekening van zijn solvabiliteitskapitaalvereiste: de belangrijkste verschillen tussen die parameters en de aannames die ten grondslag liggen aan de standaardformule; h. indien aan de verzekeraar door de Nederlandsche Bank specifieke parameters ter berekening van verzekeringstechnische risicomodules zijn opgelegd: het effect daarvan, alsmede de gronden van het daartoe strekkende besluit van de Nederlandsche Bank. 2015 308 28-07-2015 10-07-2015 2015 309 28-07-2015 10-07-2015 01-01-2016
Artikel 135 — Artikel 135#
Artikel 135 1 artikel 3:74, eerste lid 3:78, eerste lid 3:83, eerste lid, van de wet Een levensverzekeraar als bedoeld in,, of, vermeldt bij de opgave van gesloten levensverzekeringen per branche de in het boekjaar geboekte premies, niet verminderd met het bedrag van de herverzekering. 2 artikel 3:74, eerste lid 3:78, eerste lid 3:83, eerste lid, van de wet Een schadeverzekeraar als bedoeld in,, ofvermeldt bij de opgave van gesloten schadeverzekeringen per branchegroep de in het boekjaar geboekte premies, schaden en provisies, telkens niet verminderd met het bedrag van de herverzekering. Deze gegevens alsmede de frequentie en de gemiddelde kosten van de schadegevallen, worden voor de branche Aansprakelijkheid motorrijtuigen evenwel afzonderlijk vermeld. De Nederlandsche Bank stelt de branchegroepen vast. 3 artikel 3:87, eerste lid, van de wet Een natura-uitvaartverzekeraar als bedoeld in, vermeldt bij de opgave van gesloten natura-uitvaartverzekeringen de in het boekjaar geboekte premies, niet verminderd met het bedrag van de herverzekering. 4 artikel 3:74, eerste lid 3:83, eerste lid, van de wet Een verzekeraar als bedoeld in, ofvermeldt bij de in dat artikellid bedoelde opgave de gegevens, bedoeld in het eerste en tweede lid, per lidstaat. 5 artikelen 131, eerste lid, aanhef en onderdeel a 132 De, enzijn van overeenkomstige toepassing op de verstrekking van de opgaven, bedoeld in het eerste tot en met derde lid. 2006 519 31-10-2006 12-10-2006 2006 664 20-12-2006 11-12-2006 01-01-2007
Artikel 135a — Artikel 135a#
Artikel 135a Vervallen 2026 122 28-05-2026 04-05-2026 2026 122 28-05-2026 04-05-2026 29-05-2026
Artikel 135b — Artikel 135b#
Artikel 135b De Nederlandsche Bank kan ter uitvoering van internationaal aanvaarde standaarden nadere regels stellen met betrekking tot het effectief verlenen van afwikkeldiensten. 2014 524 19-12-2014 28-11-2014 2014 534 19-12-2014 11-12-2014 01-01-2015 Voorheen art. 135a.
Artikel 136 — Artikel 136#
Artikel 136 artikel 3:88, tweede lid 3:90 3:91 3:93 van de wet De door een accountant als bedoeld in,,ofte verstrekken gegevens zijn: a. het accountantsverslag aan de bestuurders en de raad van commissarissen; b. de directiebrieven; c. overige correspondentie tussen de accountant en de financiële onderneming die rechtstreeks betrekking heeft op de verklaring omtrent de getrouwheid van de jaarrekening of de staten van de financiële onderneming; en d. indien de Nederlandsche Bank daarom verzoekt, een nadere toelichting op de gegevens, bedoeld in de onderdelen a tot en met c. 2015 308 28-07-2015 10-07-2015 2015 309 28-07-2015 10-07-2015 01-01-2016
Artikel 137 — Artikel 137#
Artikel 137 1 artikel 136 De accountant die voornemens is gegevens als bedoeld inte verstrekken, stelt de financiële onderneming daarvan in kennis. 2 Indien de financiële onderneming dat wenst, kan zij zelf de gegevens aan de Nederlandsche Bank verstrekken. In dat geval stelt zij de accountant daarvan in kennis. De accountant vergewist zich ervan dat de Nederlandsche Bank de gegevens heeft ontvangen en dat de inhoud van de gegevens hem geen aanleiding geeft alsnog gegevens aan de Nederlandsche Bank te verstrekken. 3 Indien de accountant schriftelijk gegevens verstrekt aan de Nederlandsche Bank, zendt hij onverwijld aan de financiële onderneming een afschrift van de gegevens en, indien van toepassing, van de begeleidende brief. 2024 10 30-01-2024 24-11-2023 2024 10 30-01-2024 24-11-2023 01-07-2024
Artikel 138 — Artikel 138#
Artikel 138 1 artikel 3:95, tweede lid 3:96, tweede lid, van de wet De gegevens, bedoeld in, enzijn: 1°. artikel 3:95 van de wet een opgave van de omvang van een gekwalificeerde deelneming als bedoeld in; 2°. artikel 3:99 van de wet gegevens op basis waarvan de Nederlandsche Bank kan beoordelen of voldaan wordt aan hetgeen ingevolgeis bepaald met betrekking tot de betrouwbaarheid van de aanvrager of houder van een verklaring van geen bezwaar die op grond van zijn gekwalificeerde deelneming het beleid van de betrokken onderneming zou kunnen bepalen of mede bepalen of zou bepalen of mede bepalen; 3°. artikel 3:99a van de wet gegevens op basis waarvan de Nederlandsche Bank kan beoordelen of wordt voldaan aan hetgeen ingevolgeis bepaald met betrekking tot de geschiktheid, gelet op diens reputatie, van de aanvrager of houder van een verklaring van geen bezwaar die op grond van zijn gekwalificeerde deelneming het beleid van de betrokken onderneming zou kunnen bepalen of mede bepalen of zou bepalen of mede bepalen; 4°. bescheiden waaruit de financiële positie en de juridische groepsstructuur van de aanvrager of houder van een verklaring van geen bezwaar blijken; en 5°. bescheiden waaruit blijkt dat de financiële onderneming als gevolg van de gekwalificeerde deelneming zal kunnen blijven voldoen aan de prudentiële regels die ingevolge deze wet zijn gesteld. 2 De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onder 2°, zijn: a. een opgave van de naam, de geboortedatum, de geboorteplaats, nationaliteit, het privé-adres, het telefoon- en faxnummer en de functie; b. een kopie van een geldig identiteitsbewijs; c. bijlage A gegevens met betrekking tot de antecedenten, bedoeld inbij dit besluit; en d. een opgave van referenten. 3 De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onder 3°, zijn: a. een opgave van de naam, de geboortedatum, de geboorteplaats, nationaliteit, het privé-adres, het telefoon- en faxnummer en de functie; b. een kopie van een geldig identiteitsbewijs; c. een curriculum vitae; d. een opgave van de relevante diploma’s; e. gegevens met betrekking tot het verwerven en besturen van deelnemingen; en f. een opgave van referenten. 4 artikel 3:100, eerste lid, aanhef en onderdeel e, van de wet De Nederlandsche Bank kan, in aanvulling op de gegevens, bedoeld in het eerste lid, andere gegevens van de aanvrager of houder van een verklaring van geen bezwaar verlangen, indien die gegevens nodig zijn voor de beoordeling of er sprake is van de weigeringsgrond als bedoeld in. 2024 388 09-12-2024 02-12-2024 2024 388 09-12-2024 02-12-2024 01-01-2025
Artikel 139 — Artikel 139#
Artikel 139 artikel 3:96, derde lid, van de wet Tot de liquide middelen van een vennootschap als bedoeld inworden uitsluitend gerekend: a. aanwezige munten of bankbiljetten; b. direct opvorderbare tegoeden; c. kortlopende vorderingen die geen direct opvorderbare tegoeden zijn; en d. activa die geen kortlopende vorderingen zijn en die op zeer korte termijn en zonder substantiële verliezen kunnen worden omgezet in munten of bankbiljetten of direct opvorderbare tegoeden. 2006 519 31-10-2006 12-10-2006 2006 664 20-12-2006 11-12-2006 01-01-2007
Artikel 140 — Artikel 140#
Artikel 140 artikel 3:103a, eerste lid, van de wet Een groepsmaatschappij verstrekt bij een kennisgeving als bedoeld inaan de Nederlandsche Bank de volgende gegevens: artikel 3:103a, eerste lid, van de wet Een groepsmaatschappij verstrekt bij een kennisgeving als bedoeld inaan de Nederlandsche Bank de volgende gegevens: a. artikel 3:103a, eerste lid, van de wet een omschrijving van de wijziging, bedoeld in; b. artikel 3:100, eerste lid, onderdeel a, van de wet gegevens op basis waarvan de Nederlandsche Bank kan beoordelen of voldaan wordt aan hetgeen ingevolgeis bepaald met betrekking tot de betrouwbaarheid van de persoon die als gevolg van de voorgenomen wijziging het beleid van de betrokken onderneming zou kunnen bepalen of mede bepalen of zou bepalen of mede bepalen; c. artikel 3:99a van de wet gegevens op basis waarvan de Nederlandsche Bank kan beoordelen of voldaan wordt aan hetgeen ingevolgeis bepaald met betrekking tot de geschiktheid, gelet op diens reputatie, van de persoon die als gevolg van de voorgenomen wijziging het beleid van de betrokken onderneming zou kunnen bepalen of mede bepalen of zou bepalen of mede bepalen; d. artikel 3:103a, eerste lid, van de wet bescheiden waaruit de financiële positie van de bij de voorgenomen wijziging betrokken groepsmaatschappijen, bedoeld inblijkt, voor zover deze informatie niet eerder, voor de uitoefening van haar toezicht, aan de Nederlandsche Bank is verstrekt; e. bescheiden waaruit de juridische groepsstructuur als gevolg van de wijziging blijkt. 2024 10 30-01-2024 24-11-2023 2024 10 30-01-2024 24-11-2023 01-07-2024
Artikel 140a — Artikel 140a artikel 3:111b van de wet Bepaling ter uitvoering van#
Artikel 140a artikel 3:111b van de wet Bepaling ter uitvoering van artikel 3:111b, eerste lid, van de wet De gegevens, bedoeld inzijn: a. een opgave van de naam, het adres, het telefoon- en faxnummer en emailadres van de betaaldienstagent; b. Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme een beschrijving van de interne controlemechanismen die door de betaaldienstagent zullen worden gebruikt om de in deneergelegde verplichtingen na te komen; en c. de identiteit van de bestuurders en de personen die verantwoordelijk zijn voor het beleid van de betaaldienstagent die bij het aanbieden van betaaldiensten wordt gebruikt, alsmede gegevens waaruit blijkt dat zij betrouwbaar en deskundig zijn; d. de betaaldiensten die de betaaldienstagent namens de betaalinstelling verleent; en e. voor zover van toepassing, de unieke identificatiecode of het unieke identificatienummer van de betaaldienstagent. 2019 59 18-02-2019 08-02-2019 2019 60 18-02-2019 08-02-2019 19-02-2019
Artikel 141 — Artikel 141#
Artikel 141 1 hoofdstuk 5 Onverminderd het tweede lid isniet van toepassing op overeenkomsten met betrekking tot het uitbesteden van werkzaamheden die: a. artikel 3:18, eerste lid 3:23 3:26 3:27 van de wet zijn gesloten door een clearinginstelling, bank, verzekeraar of bijkantoor als bedoeld in,,ofvoor de datum van inwerkingtreding van dit besluit; en b. voldoen aan de op dat moment geldende regelgeving. 2 hoofdstuk 5 Indien de overeenkomst, bedoeld in het eerste lid, materieel wordt aangepast, isvanaf dat moment van toepassing op de gehele overeenkomst. 2013 537 17-12-2013 06-12-2013 2013 552 19-12-2013 11-12-2013 01-01-2014
Artikel 142 — Artikel 142#
Artikel 142 artikel 1, onderdeel d, van de Zorgverzekeringswet artikel 67 eerste lid, onderdeel b onderscheidenlijk c, van dat artikel Voor het boekjaar 2007 wordt het minimumbedrag aan solvabiliteitsmarge voor herverzekeraars of schadeverzekeraars die zorgverzekeringen als bedoeld inof daarop aanvullende ziektekostenverzekeringen herverzekeren onderscheidenlijk uitvoeren, bepaald op de wijze als bedoeld in, met dien verstande dat bij de berekening en de verhouding, bedoeld in hetniet wordt uitgegaan van de afgelopen drie boekjaren, maar van de boekjaren 2006 en 2007. 2008 334 26-08-2008 15-07-2008 2008 335 26-08-2008 07-08-2008 01-09-2008
Artikel 143 — Artikel 143#
Artikel 143 Wijzigt dit besluit. 2008 334 26-08-2008 15-07-2008 2008 335 26-08-2008 07-08-2008 01-09-2008
Artikel 144 — Artikel 144#
Artikel 144 1 De ingevolge dit besluit te verstrekken staten worden voor de eerste maal verstrekt over het boekjaar dat aanvangt op of na 1 januari 2007. 2 artikel 55, tweede lid, van de Wet toezicht kredietwezen 1992 Besluit staten verzekeringsbedrijf 1994 Besluit staten natura-uitvaartverzekeringsbedrijf artikel 8 van de Nadere regeling prudentieel toezicht effectenverkeer 2002 Ten aanzien van de staten over het in 2006 geëindigde boekjaar blijft het bepaalde ingevolge, het, hetenvan toepassing. 2006 519 31-10-2006 12-10-2006 2006 664 20-12-2006 11-12-2006 01-01-2007
Artikel 145 — Artikel 145#
Artikel 145 Een besluit, genomen op grond van een van de artikelen, bedoeld in kolom A, wordt vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit aangemerkt als een besluit in de zin van het daarna in kolom B genoemde artikel van dit besluit. De aan het besluit gestelde beperkingen of verbonden voorschriften blijven van kracht. A B 2, tweede lid, onderdeel b, van het Besluit solvabiliteitsmarge natura-uitvaartverzekeringsbedrijf 95, tweede lid, onderdeel a, onder 4° 2, tweede lid, onderdeel e, van het Besluit solvabiliteitsmarge natura-uitvaartverzekeringsbedrijf 97, eerste lid, aanhef en onderdeel a 2, tweede lid, onderdeel f, van het Besluit solvabiliteitsmarge natura-uitvaartverzekeringsbedrijf 96, onderdeel b 6, vierde lid, eerste volzin, van het Besluit solvabiliteitsmarge natura-uitvaartverzekeringsbedrijf 56, derde lid, eerste volzin 6, vierde lid, tweede volzin, van het Besluit solvabiliteitsmarge natura-uitvaartverzekeringsbedrijf 56, derde lid, tweede volzin 1, tweede lid, van het Besluit solvabiliteitsmarge verzekeringsbedrijf 1994 67, tweede lid 3, tweede lid, onderdeel a, van het Besluit solvabiliteitsmarge verzekeringsbedrijf 1994 95, tweede lid, onderdeel a, onder 3° 3, tweede lid, onderdeel b, van het Besluit solvabiliteitsmarge verzekeringsbedrijf 1994 95, tweede lid, onderdeel a, onder 4° 3, tweede lid, onderdeel, c, d of e, van het Besluit solvabiliteitsmarge verzekeringsbedrijf 1994 97, eerste lid, aanhef 3, tweede lid, onderdeel f, van het Besluit solvabiliteitsmarge verzekeringsbedrijf 1994 96, onderdeel b 9, vierde lid, eerste volzin, van het Besluit solvabiliteitsmarge verzekeringsbedrijf 1994 56, derde lid, eerste volzin 9, vierde lid, tweede volzin, van het Besluit solvabiliteitsmarge verzekeringsbedrijf 1994 56, derde lid, tweede volzin 10, eerste lid bijlage B, onder 3, van het Besluit technische voorzieningen verzekeringsbedrijf 1994 , jo 126, derde lid 10, eerste lid bijlage B, onder 6, van het Besluit technische voorzieningen verzekeringsbedrijf 1994 , jo 126, zesde lid 10, eerste lid bijlage B, onder 7, van het Besluit technische voorzieningen verzekeringsbedrijf 1994 , jo 126, zevende lid 10, eerste lid bijlage B, onder 9, van het Besluit technische voorzieningen verzekeringsbedrijf 1994 , jo 126, negende lid 10, eerste lid bijlage C, onder 2, van het Besluit technische voorzieningen verzekeringsbedrijf 1994 , jo 126, zesde lid 10, eerste lid bijlage C, onder 3, van het Besluit technische voorzieningen verzekeringsbedrijf 1994 , jo 126, zevende lid 10, eerste lid bijlage C, onder 5, van het Besluit technische voorzieningen verzekeringsbedrijf 1994 , jo 126, negende lid 16, vijfde lid, van het Besluit toezicht beleggingsinstellingen 2005 63, derde lid 60, zesde lid , jo 16, zevende lid, onderdeel g, van het Besluit toezicht beleggingsinstellingen 2005 63, derde lid 60, vijfde lid, onderdeel g , jo 3, eerste lid bijlage 1, onderdeel 1.2, onder 1, onder e, van de Nadere regeling prudentieel toezicht effectenverkeer 2002 , jo 92, derde lid, onderdeel c, onder 3° 3, eerste lid bijlage 1, onderdeel 1.2, onder 1, onder f, van de Nadere regeling prudentieel toezicht effectenverkeer 2002 , jo 93, onderdeel b 4, tweede lid, onderdeel g, van de Nadere regeling prudentieel toezicht effectenverkeer 2002 60, vijfde lid, onderdeel g 4, derde lid, van de Nadere regeling prudentieel toezicht effectenverkeer 2002 60, zesde lid 4, vierde lid, van de Nadere regeling prudentieel toezicht effectenverkeer 2002 60, vierde lid 3, derde lid, onderdeel c, onder 2°, van de Regeling prudentieel toezicht beleggingsinstellingen 92, derde lid, onderdeel c, onder 3° 3, vierde lid, van de Regeling belegging technische voorzieningen verzekeringsbedrijf 1994 123, vierde lid 3, vijfde lid, van de Regeling belegging technische voorzieningen verzekeringsbedrijf 1994 123, vijfde lid 69, tweede lid, van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993 57, tweede lid 2006 519 31-10-2006 12-10-2006 2006 664 20-12-2006 11-12-2006 01-01-2007
Artikel 146 — Artikel 146#
Artikel 146 artikel 60, eerste lid, onderdeel a, of derde lid 62, vijfde lid 64 92, tweede of derde lid 93 102, zevende lid Indien de Nederlandsche Bank ten aanzien van een bank of elektronischgeldinstelling een besluit heeft genomen dat overeenkomt met een besluit als bedoeld in,,,,,, wordt het eerstbedoelde besluit aangemerkt als besluit in de zin van het desbetreffende artikel. De aan het besluit gestelde beperkingen of verbonden voorschriften blijven van kracht. 2011 673 29-12-2011 22-12-2011 2011 671 29-12-2011 22-12-2011 01-01-2012 Abusievelijk is een wijziging geformuleerd die niet kan worden doorgevoerd. Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet Wet op het financieel toezicht, enz. (implementatie richtlijn nr. 2009/110/EG) in werking treedt.
Artikel 147 — Artikel 147#
Artikel 147 De artikelen van dit besluit treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen en onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld. 2006 519 31-10-2006 12-10-2006 2006 664 20-12-2006 11-12-2006 01-01-2007
Artikel 148 — Artikel 148#
Artikel 148 Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit prudentiële regels Wft. 2006 519 31-10-2006 12-10-2006 2006 664 20-12-2006 11-12-2006 01-01-2007
Artikel 6#
artikel 6
Artikel 6#
artikel 6, onderdeel a
Artikel 6#
artikel 6, onderdeel a
Artikel 6#
artikel 6, onderdeel b
Artikel 6#
artikel 6, onderdeel c
Artikel 6#
artikel 6, onderdeel d
Artikel 6#
artikel 6, onderdeel e
Artikel 60a#
artikel 60a, eerste lid
Artikel 60a#
artikel 60a, eerste lid
Artikel 61#
artikel 61, vijfde lid, onderdeel c