Besluit van 12 oktober 2006, houdende regels met betrekking tot aanvullend prudentieel toezicht op banken, levensverzekeraars, schadeverzekeraars en beleggingsondernemingen die tot een financiële groep behoren (Besluit prudentieel toezicht financiële groepen Wft)
- BWB-id
- BWBR0020415
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Financiën
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2021-02-10
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0020415
- ELI
- /eli/nl/amvb/2007/besluit-prudentieel-toezicht-financi-le-groepen-wft
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/2007/besluit-prudentieel-toezicht-financi-le-groepen-wft/2021-02-10
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0020415&g=2021-02-10
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0020415&z=2026-06-06&g=2021-02-10
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0020415/2021-02-10
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/2007/besluit-prudentieel-toezicht-financi-le-groepen-wft
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 Wet op het financieel toezicht In dit besluit wordt verstaan onder wet:. 2006 508 31-10-2006 12-10-2006 2006 664 20-12-2006 11-12-2006 01-01-2007
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 De in dit besluit bedoelde financiële ondernemingen passen de in dit besluit beschreven methoden consistent toe. 2006 508 31-10-2006 12-10-2006 2006 664 20-12-2006 11-12-2006 01-01-2007
Artikel 2a — Artikel 2a#
Artikel 2a 1 artikel 3:269a, eerste lid, van de wet Een onderneming als bedoeld in, beschikt over: a. adequate procedures met betrekking tot de kapitaaltoereikendheid om alle bestaande materiële risico’s te bepalen en te meten en het eigen vermogen naar behoren af te stemmen op de risico’s; b. gedegen rapportage- en jaarrekeningsystemen, met het oog op de bepaling, meting, bewaking en beheersing van de intragroepsovereenkomsten en -posities en de risicoconcentratie. 2 artikel 3:269a, eerste lid, onderdeel a, van de wet De onderneming beschikt tevens met het oog op het risicobeheer, bedoeld in, over: a. een gedegen bestuur en beheer, waarin is voorzien in goedkeuring en periodieke evaluatie van de strategieën en het beleid door de passende bestuursorganen op het niveau van het financiële conglomeraat met betrekking tot alle risico’s die zij aangaan; b. artikel 3:296 van de wet een adequaat kapitaaltoereikendheidsbeleid om te anticiperen op de gevolgen van de bedrijfsstrategie van de gereglementeerde entiteiten in het financieel conglomeraat voor het risicoprofiel en de kapitaaltoereikendheid, bedoeld in; c. adequate procedures om te waarborgen dat de risicobewakingssystemen van de gereglementeerde entiteiten in het financieel conglomeraat goed geïntegreerd zijn in hun organisatie en dat alle maatregelen zijn genomen om te waarborgen dat de systemen die worden toegepast in alle ondernemingen die onder het aanvullende toezicht vallen met elkaar in overeenstemming zijn, zodat de risico’s op het niveau van het financiële conglomeraat kunnen worden gemeten, bewaakt en beheerst. 2013 525 13-12-2013 04-12-2013 2013 552 19-12-2013 11-12-2013 01-01-2014
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 Vervallen 2021 47 09-02-2021 27-01-2021 2021 47 09-02-2021 27-01-2021 10-02-2021
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 artikel 3:280, eerste lid, van de wet Een beleggingsonderneming of bank als bedoeld indient de in het derde lid van dat artikel bedoelde rapportage eenmaal per jaar bij de Nederlandsche Bank of de Europese Centrale Bank in, tenzij de Nederlandsche Bank of de Europese Centrale Bank, indien de solvabiliteit door ontwikkelingen bij de beleggingsonderneming of bank in het gedrang is of zou kunnen komen, besluit dat er gerapporteerd wordt met een hogere frequentie. 2 artikel 3:280, derde lid, van de wet Onder significante intragroepsovereenkomsten of -posities als bedoeld inworden verstaan overeenkomsten of posities die een door de Nederlandsche Bank vast te stellen drempel, gerelateerd aan de aanwezige solvabiliteit, te boven gaan. Alvorens de drempel vast te stellen, voert de Nederlandsche Bank overleg met de betrokken Nederlandse beleggingsonderneming of Nederlandse bank. De Nederlandsche Bank stelt geen kwalitatieve of andere kwantitatieve drempels vast. 3 De Nederlandsche Bank stelt regels met betrekking tot de categorieën overeenkomsten en posities die in de rapportage worden betrokken en de rapportage. 4 De in het derde lid bedoelde regels hebben uitsluitend betrekking op: a. het model van de staat; b. de reikwijdte van toepassing van de staat en de mate van detaillering van de in te vullen gegevens; deze omvatten geen uitbreiding of nadere rubricering van de staat; c. de waardering van de posten overeenkomstig de waarderingsmethoden die de financiële onderneming in haar jaarrekening toepast; d. de te hanteren valuta en rekeneenheid; e. de afronding; en f. hoofdstuk 6 van het Deel Prudentieel toezicht financiële ondernemingen van de wet de termijn waarbinnen de rapportage wordt verstrekt; met dien verstande dat deze niet korter is dan noodzakelijk voor de uitoefening van het toezicht op de naleving van. 2015 296 17-07-2015 26-06-2015 2015 296 17-07-2015 26-06-2015 18-07-2015
Artikel 4.01 — Artikel 4.01#
Artikel 4.01 1 artikel 3:280b, derde lid, van de wet De gegevens, bedoeld inzijn: a. een opgave van de naam, het adres, het emailadres en het telefoonnummer van de holding; b. een opgave van de rechtsvorm, de statutaire zetel en statutaire naam van de holding en een gewaarmerkt afschrift van de statuten van de holding; c. indien de holding is ingeschreven in het handelsregister, een opgave van het nummer van inschrijving; d. artikel 3:273a, eerste lid, onderdeel a, van de wet gegevens op basis waarvan de Nederlandsche Bank kan beoordelen of wordt voldaan aan hetgeen ingevolgeis bepaald met betrekking tot de interne regelingen en een verdeling van de taken binnen de groep; e. artikel 3:273a, eerste lid, onderdeel b, van de wet gegevens op basis waarvan de Nederlandsche Bank kan beoordelen of wordt voldaan aan hetgeen ingevolgeis bepaald met betrekking tot de organisatiestructuur van de groep; f. artikel 3:273a, tweede lid, van de wet gegevens op basis waarvan de Nederlandsche Bank kan beoordelen of wordt voldaan aan hetgeen ingevolgeis bepaald met betrekking tot het minimum aantal personen dat het dagelijks beleid van de holding bepaalt; g. artikel 3:100, eerste lid, aanhef en onderdeel a tot en met f, van de wet gegevens op basis waarvan de Nederlandsche Bank kan beoordelen of wordt voldaan aanindien de aanvraag een holding betreft die een gekwalificeerde deelneming in een bank houdt of voornemens is te houden; en h. artikelen 3:271 3:272 van de wet gegevens op basis waarvan de Nederlandsche Bank kan beoordelen of voldaan wordt aan hetgeen ingevolgeenis bepaald met betrekking tot de geschiktheid en betrouwbaarheid van de personen die het dagelijks beleid van de holding bepalen. 2 De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, zijn: a. een beschrijving van de organisatiestructuur en de verdeling van taken binnen de groep waarvan de holding deel uitmaakt waarmee de naleving van de prudentiële vereisten op geconsolideerde of gesubconsolideerde basis wordt geborgd, waaronder begrepen de verdeling van taken tussen de dochterinstellingen; en b. een beschrijving van het beleid waarmee de naleving van de prudentiële vereisten op geconsolideerde of gesubconsolideerde basis binnen de groep wordt geborgd en gehandhaafd en waarmee conflicten binnen de groep worden voorkomen of beheerst. 3 De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel e, zijn: a. een beschrijving van de organisatiestructuur van de groep waarvan de holding deel uitmaakt, waaruit de locatie en het type activiteiten van alle entiteiten in de groep en de positie en de rol van de holding naar voren komt; en b. een beschrijving van de zeggenschapsstructuur binnen de groep. 4 De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel g, zijn: a. een opgave van de omvang van de gekwalificeerde deelneming; b. gegevens op basis waarvan de Nederlandsche Bank kan beoordelen of de betrouwbaarheid van de aanvrager of de houder van een verklaring van geen bezwaar die op grond van zijn gekwalificeerde deelneming het beleid van de bank zou kunnen bepalen of mede bepalen of zou bepalen of medebepalen; en c. bescheiden waaruit de financiële positie van de aanvrager of houder van de verklaring van geen bezwaar blijken. 5 De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel h, zijn: a. een opgave van de naam, de geboortedatum, de geboorteplaats, nationaliteit, het privé-adres, het telefoonnummer en de functie; b. een curriculum vitae; c. een kopie van een geldig identiteitsbewijs; d. een opgave van referenten; e. voor de beoordeling van de geschiktheid van de personen die het dagelijks beleid van de holding bepalen, een opgave van de relevante diploma’s; en f. bijlage A, behorend bij artikel 6 van het Besluit prudentiële regels Wft voor de beoordeling van de betrouwbaarheid van de personen die het dagelijks beleid van de holding bepalen, gegevens met betrekking tot antecedenten, bedoeld in. 6 Het eerste lid, onderdeel g, is niet van toepassing indien de holding reeds beschikt over een of meerdere verklaringen van geen bezwaar voor de gekwalificeerde deelneming in de bank tenzij de Nederlandsche Bank besluit dat een redelijke aanleiding bestaat tot een nieuwe beoordeling van de gegevens als bedoeld in dat onderdeel. 7 artikel 3:271 van de wet wet Het eerste lid, onderdeel h, met betrekking totis niet van toepassing indien de beoordeling een persoon betreft wiens geschiktheid als persoon die het dagelijks beleid van die holding bepaald voor de toepassing van dedoor een toezichthouder reeds is vastgesteld, tenzij de Nederlandsche Bank besluit dat een redelijke aanleiding bestaat tot een nieuwe beoordeling van de gegevens als bedoeld in dat onderdeel. 8 artikel 3:272 van de wet wet artikel 3:9, tweede lid van de wet Het eerste lid, onderdeel h, met betrekking totis niet van toepassing indien de beoordeling een persoon betreft wiens betrouwbaarheid voor de toepassing van dedoor een toezichthouder reeds is vastgesteld, tenzij de Nederlandsche Bank besluit dat een redelijke aanleiding bestaat tot een nieuwe beoordeling als bedoeld in. 9 artikel 3:280a van de wet artikel 3:280b van de wet De Nederlandsche Bank kan in aanvulling op de gegevens, bedoeld in het eerste lid, andere gegevens van de holding, bedoeld in, verlangen indien die gegevens nodig zijn voor de beoordeling van de aanvraag om goedkeuring, bedoeld in. 2021 47 09-02-2021 27-01-2021 2021 47 09-02-2021 27-01-2021 10-02-2021
Artikel 4.02 — Artikel 4.02#
Artikel 4.02 1 artikel 3:280c, tweede lid, van de wet De gegevens, bedoeld inzijn: a. een opgave van de naam, het adres, het emailadres en het telefoonnummer van de holding; b. een opgave van de rechtsvorm, de statutaire zetel en statutaire naam van de holding en een gewaarmerkt afschrift van de statuten van de holding; c. indien de holding is ingeschreven in het handelsregister, een opgave van het nummer van inschrijving; d. een beschrijving van de activiteiten van de holding; e. artikel 3:280c, eerste lid, onderdeel b, van de wet gegevens op basis waarvan de Nederlandsche Bank kan vaststellen dat de holding niet is aangewezen als een af te wikkelen entiteit in een van de af te wikkelen groepen van de groep waarvan de holding deel uitmaakt als bedoeld in; f. gegevens op basis waarvan de Nederlandsche Bank kan vaststellen dat de holding geen bestuurs-, operationele of financiële beslissingen neemt die invloed hebben op de groep of op de dochterondernemingen van de groep indien dat banken, beleggingsondernemingen in de zin van de verordening kapitaalvereisten of financiële instellingen zijn; en g. artikel 3:280c, eerste lid, van de wet een opgave van de naam, het adres, het emailadres en het telefoonnummer van de bank, als bedoeld indie deel uitmaakt van dezelfde groep als de holding die verantwoordelijk is voor de naleving van de vereisten die gelden op geconsolideerde basis binnen de groep. 2 artikel 3:280c van de wet De Nederlandsche Bank kan in aanvulling op de gegevens, bedoeld in het eerste lid, andere gegevens van de holding bedoeld inverlangen indien die gegevens nodig zijn voor de beoordeling van de aanvraag om ontheffing van goedkeuring bedoeld in dat artikel. 2021 47 09-02-2021 27-01-2021 2021 47 09-02-2021 27-01-2021 10-02-2021
Artikel 4a — Artikel 4a#
Artikel 4a Dit hoofdstuk is uitsluitend van toepassing op verzekeraars met zetel in Nederland die onder het toepassingsgebied van de richtlijn solvabiliteit II vallen. 2015 308 28-07-2015 10-07-2015 2015 309 28-07-2015 10-07-2015 01-01-2016
Artikel 4b — Artikel 4b#
Artikel 4b 1 artikel 3:288a, eerste lid, van de wet Een deelnemende verzekeraar als bedoeld inof een verzekeringsholding of gemengde financiële holding als bedoeld in artikel 3:288a, tweede lid, van de wet voert de berekening, waaruit moet blijken dat de solvabiliteit van de verzekeringsrichtlijngroep waarvan de verzekeraar of holding deel uitmaakt voldoet aan artikel 3:288a, eerste onderscheidenlijk tweede lid, ten minste eenmaal per jaar uit. De verzekeraar of holding voert de berekening onverwijld opnieuw uit indien het risicoprofiel van de groep duidelijk afwijkt van de aannames die ten grondslag lagen aan de laatste berekening, of indien de groepstoezichthouder daarom verzoekt vanwege aanwijzingen dat het risicoprofiel sinds die laatste berekening duidelijk is veranderd. De verzekeraar of holding meldt de uitkomst van de herberekening aan de groepstoezichthouder. 2 De verzekeraar of holding maakt voor de berekening, bedoeld in het eerste lid, gebruik van methode 1 (standaardmethode op basis van consolidatie van jaarrekeningen), bedoeld in artikel 230 van de richtlijn solvabiliteit II, tenzij de groepstoezichthouder het gebruik van methode 2 (alternatieve methode op basis van aftrek en aggregatie), bedoeld in artikel 233 van de richtlijn solvabiliteit II, of een combinatie van methode 1 en methode 2 voorschrijft vanwege het feit dat de uitsluitende toepassing van methode 1 ongepast zou zijn. 3 De verzekeraar of holding kan voor de berekening van het solvabiliteitskapitaalvereiste van de verzekeringsrichtlijngroep slechts gebruik maken van een intern model, indien daartoe overeenkomstig artikel 231, eerste lid, van de richtlijn solvabiliteit II bij de groepstoezichthouder een aanvraag is ingediend, en de aanvraag overeenkomstig dat artikel is ingewilligd. 4 Indien de Nederlandsche Bank groepstoezichthouder is, neemt zij een besluit over de aanvraag, bedoeld in het derde lid, overeenkomstig artikel 231, eerste tot en met zesde lid, van de richtlijn solvabiliteit II en met inachtneming van de artikelen 343 tot en met 345, 348 en 349 van de verordening solvabiliteit II. 5 De in het eerste lid bedoelde berekening geschiedt met inachtneming van titel II, hoofdstukken I en II, van de verordening solvabiliteit II. Daarbij kan de Nederlandsche Bank de verzekeraar met zetel in een staat die geen lidstaat is, toestaan om toepassing te geven aan het bepaalde in artikel 227, eerste lid, tweede alinea, van de richtlijn solvabiliteit II, indien zij van oordeel is dat de solvabiliteitsregeling van de betrokken staat die geen lidstaat is, gelijkwaardig is aan de solvabiliteitsregeling ingevolge titel I, hoofdstuk VI, van de richtlijn solvabiliteit II of indien de Europese Commissie de solvabiliteitsregeling ingevolge artikel 227, vierde of zevende lid, van de richtlijn solvabiliteit II als gelijkwaardig heeft aangemerkt. 6 Op de in het eerste lid bedoelde berekening zijn de overgangsmaatregelen, bedoeld in artikel 308 ter, zestiende lid en zeventiende lid, eerste en tweede alinea, van de richtlijn solvabiliteit II, van toepassing dan wel van overeenkomstige toepassing. 2018 243 27-07-2018 12-07-2018 2018 243 27-07-2018 12-07-2018 28-07-2018
Artikel 4c — Artikel 4c#
Artikel 4c 1 Indien het solvabiliteitskapitaalvereiste van een Nederlandse herverzekeraar, levensverzekeraar of schadeverzekeraar, die onderdeel is van een verzekeringsrichtlijngroep, wordt berekend op basis van een overeenkomstig artikel 231 van de richtlijn solvabiliteit II op groepsniveau goedgekeurd intern model en de Nederlandsche Bank van oordeel is dat de omstandigheden, bedoeld in artikel 231, zevende lid, van die richtlijn zich voordoen, kan zij in de in artikel 37 van de richtlijn solvabiliteit II bedoelde gevallen een kapitaalopslag toepassen. 2 Indien toepassing van het eerste lid niet passend zou zijn, kan de Nederlandsche Bank in afwijking van het eerste lid eisen dat de verzekeraar zijn solvabiliteitskapitaalvereiste berekent op basis van de standaardformule en zo nodig in de in artikel 37, eerste lid, onderdelen a en c, van de richtlijn solvabiliteit II bedoelde gevallen een kapitaalopslag toepassen. 2019 397 07-11-2019 24-10-2019 2019 397 07-11-2019 24-10-2019 01-01-2020
Artikel 4ca — Artikel 4ca#
Artikel 4ca 1 Indien het solvabiliteitskapitaalvereiste van een Nederlandse herverzekeraar, levensverzekeraar of schadeverzekeraar, die dochteronderneming is van een Nederlandse of Europese herverzekeraar, levensverzekeraar of schadeverzekeraar, wordt berekend op basis van een overeenkomstig artikel 231 van de richtlijn solvabiliteit II op groepsniveau goedgekeurd intern model, en de Nederlandsche Bank van oordeel is dat de omstandigheden, bedoeld artikel 238, tweede lid, van die richtlijn zich voordoen, kan zij in de in artikel 37 van de richtlijn bedoelde gevallen een kapitaalopslag toepassen. 2 Indien toepassing van het eerste lid niet passend zou zijn, kan de Nederlandsche Bank in afwijking van het eerste lid eisen dat de verzekeraar zijn solvabiliteitskapitaalvereiste berekent op basis van de standaardformule. 3 Indien de dochteronderneming, bedoeld in het eerste lid, haar solvabiliteitskapitaalvereiste berekent op basis van de standaardformule en de Nederlandsche Bank van oordeel is dat de omstandigheden, bedoeld in artikel 238, derde lid, van de richtlijn solvabiliteit II zich voordoen, kan de Nederlandsche Bank een onderset van de parameters, genoemd in dat lid, die kenmerkend zijn voor die dochteronderneming voorschrijven of in de in artikel 37 van de richtlijn bedoelde gevallen een kapitaalopslag toepassen. 2019 397 07-11-2019 24-10-2019 2019 397 07-11-2019 24-10-2019 01-01-2020
Artikel 4d — Artikel 4d#
Artikel 4d artikel 3:288b, tweede lid De Nederlandsche Bank beoordeelt of sprake is van uitzonderlijke omstandigheden die aanleiding geven tot het opleggen van een kapitaalopslag op het geconsolideerde solvabiliteitskapitaalvereiste als bedoeld in, aan de hand van artikel 232 van de richtlijn solvabiliteit II, met inachtneming van titel I, hoofdstuk X, afdeling 1, van de verordening solvabiliteit II, en bepaalt de hoogte van de op te leggen kapitaalopslag aan de hand van artikel 37, tweede lid, van de richtlijn, met inachtneming van titel I, hoofdstuk X, afdeling 2, van de verordening. 2015 308 28-07-2015 10-07-2015 2015 309 28-07-2015 10-07-2015 01-01-2016
Artikel 4e — Artikel 4e#
Artikel 4e 1 De artikelen 238 en 239 van de richtlijn solvabiliteit II inzake de berekening van het solvabiliteitskapitaalvereiste onderscheidenlijk de niet-naleving van dat vereiste zijn van toepassing op elke Nederlandse herverzekeraar, levensverzekeraar of schadeverzekeraar die de dochteronderneming is van een andere verzekeraar indien is voldaan aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 236, onderdelen a tot en met d, van genoemde richtlijn en de moederonderneming een aanvraag tot toepassing van de artikelen 238 en 239 van de richtlijn heeft gedaan en deze aanvraag is ingewilligd overeenkomstig de procedure van artikel 237 van die richtlijn. 2 De moederonderneming informeert de groepstoezichthouder en de Nederlandsche Bank indien niet langer aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 236, eerste lid, onderdelen b tot en met d, van de richtlijn solvabiliteit II is voldaan. In dat geval, of indien de groepstoezichthouder daarom verzoekt op grond van een verrichte verificatie, presenteert de moederonderneming een plan om binnen een passende termijn opnieuw aan al die voorwaarden te voldoen. 3 De toepassing van de artikelen 238 en 239 van de richtlijn solvabiliteit II eindigt overeenkomstig artikel 240, eerste lid, van de richtlijn, indien niet langer aan alle voorwaarden is voldaan en de groepstoezichthouder heeft vastgesteld dat het in het tweede lid bedoelde plan ontoereikend is of niet binnen de gestelde termijn wordt uitgevoerd. 2015 308 28-07-2015 10-07-2015 2015 309 28-07-2015 10-07-2015 01-01-2016
Artikel 4f — Artikel 4f#
Artikel 4f 1 artikel 4b Een verzekeraar of holding als bedoeld indie deel uitmaakt van een verzekeringsrichtlijngroep waarvoor de Nederlandsche Bank als groepstoezichthouder is aangewezen, dient bij de Nederlandsche Bank binnen de ingevolge artikel 373, onderscheidenlijk artikel 375, tweede lid, van de verordening solvabiliteit II voorgeschreven termijnen toezichtrapportages in met de volgende informatie: a. de toezichtinformatie, bedoeld in artikel 372, eerste lid, van de verordening solvabiliteit II; b. de aanvullende toezichtinformatie, bedoeld in artikel 372, tweede lid, van de verordening solvabiliteit II; c. de toezichtinformatie, bedoeld in de artikelen 376 en 377 van de verordening solvabiliteit II; d. andere voor toezichtdoeleinden benodigde periodieke informatie als bedoeld in artikel 35, eerste lid, van de richtlijn solvabiliteit II. 2 De Nederlandsche Bank stelt, met inachtneming van titel II, hoofdstuk VI, van de verordening solvabiliteit II, regels met betrekking tot de rapportages, bedoeld in het eerste lid. 3 De Nederlandsche Bank kan, met inachtneming van artikel 35, zesde tot en met achtste lid, van de richtlijn solvabiliteit II, ontheffing verlenen van: a. de verplichting periodieke rapportagestaten vaker dan eenmaal per jaar te verstrekken; b. itemgewijze rapportageverplichtingen. 2015 308 28-07-2015 10-07-2015 2015 309 28-07-2015 10-07-2015 01-01-2016
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 artikel 3:281a, eerste lid, van de wet Een verzekeraar als bedoeld in de aanhef vandient de in het tweede lid van dat artikel bedoelde rapportage eenmaal per jaar in. De Nederlandsche Bank kan, indien de solvabiliteit door ontwikkelingen bij een verzekeraar in het gedrang is of zou kunnen komen, besluiten dat de verzekeraar rapporteert met een hogere frequentie. 2 artikel 3:281a, tweede lid, van de wet Onder significante intragroepsovereenkomsten of -posities als bedoeld inworden verstaan overeenkomsten of posities die een door de Nederlandsche Bank vast te stellen drempel, gerelateerd aan de vereiste solvabiliteit, te boven gaan. Alvorens de drempel vast te stellen, voert de Nederlandsche Bank overleg met de betrokken verzekeraar. De Nederlandsche Bank stelt geen kwalitatieve of andere kwantitatieve drempels vast. 3 Artikel 4, vierde lid De Nederlandsche Bank stelt regels met betrekking tot de categorieën overeenkomsten en posities die in de rapportage worden betrokken en de rapportage., is van toepassing. 2015 308 28-07-2015 10-07-2015 2015 309 28-07-2015 10-07-2015 01-01-2016
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 artikel 3:281b, eerste lid, van de wet Een verzekeraar als bedoeld inberekent de aangepaste solvabiliteit overeenkomstig de in deze afdeling gestelde regels. 2 De verzekeraar rapporteert de aangepaste solvabiliteit eenmaal per jaar, tenzij de Nederlandsche Bank, indien de aangepaste solvabiliteit door ontwikkelingen bij de verzekeraar in het gedrang is of zou kunnen komen, besluit dat er gerapporteerd moet worden met een hogere frequentie. 3 Artikel 4, vierde lid De Nederlandsche Bank stelt regels met betrekking tot de rapportage, bedoeld in het tweede lid., is van toepassing. 2015 308 28-07-2015 10-07-2015 2015 309 28-07-2015 10-07-2015 01-01-2016
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 artikel 6 bijlage A Een verzekeraar als bedoeld inpast voor de berekening van de aangepaste solvabiliteit een van de inbij dit besluit opgenomen berekeningsmethoden toe. Hij betrekt bij die berekening iedere rechtstreeks of middellijk met hem verbonden verzekeraar. 2 De Nederlandsche Bank kan besluiten dat een verzekeraar geen aangepaste solvabiliteit behoeft te berekenen, indien: a. de verzekeraar een verbonden verzekeraar is van een andere Nederlandse verzekeraar en de verzekeraar in aanmerking wordt genomen bij de voor die andere verzekeraar uitgevoerde berekening; of b. de verzekeraar dezelfde moederonderneming heeft als een andere Nederlandse verzekeraar en in aanmerking wordt genomen bij de voor die andere verzekeraar uitgevoerde berekening. 3 De Nederlandsche Bank neemt slechts een besluit als bedoeld in het tweede lid, indien de vermogensbestanddelen die in aanmerking komen voor de berekening van het eigen vermogen van de bij de berekening betrokken verzekeraars adequaat over de in dat lid bedoelde ondernemingen verdeeld zijn. 2015 308 28-07-2015 10-07-2015 2015 309 28-07-2015 10-07-2015 01-01-2016
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 artikel 6 Een verzekeraar als bedoeld ingebruikt de vermogensbestanddelen die in aanmerking worden genomen bij de berekening van het eigen vermogen niet meerdere malen voor de verschillende verzekeraars die bij de berekening betrokken zijn. 2 De verzekeraar betrekt bij de berekening van zijn aangepaste solvabiliteit niet de waarde van de activa die dienen ter dekking van het solvabiliteitskapitaalvereiste van andere rechtstreeks of middellijk met hem verbonden verzekeraars. 3 De verzekeraar betrekt bij de berekening van de aangepaste solvabiliteit geen vermogensbestanddelen die afkomstig zijn van de wederzijdse financiering tussen hem en andere rechtstreeks of middellijk met hem verbonden ondernemingen. 2015 308 28-07-2015 10-07-2015 2015 309 28-07-2015 10-07-2015 01-01-2016
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 De Nederlandsche Bank kan nadere regels stellen met betrekking tot de berekening van de aangepaste solvabiliteit. 2015 308 28-07-2015 10-07-2015 2015 309 28-07-2015 10-07-2015 01-01-2016
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 Vervallen 2015 308 28-07-2015 10-07-2015 2015 309 28-07-2015 10-07-2015 01-01-2016
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 Vervallen 2015 308 28-07-2015 10-07-2015 2015 309 28-07-2015 10-07-2015 01-01-2016
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 Vervallen 2015 308 28-07-2015 10-07-2015 2015 309 28-07-2015 10-07-2015 01-01-2016
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 Vervallen 2015 308 28-07-2015 10-07-2015 2015 309 28-07-2015 10-07-2015 01-01-2016
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 Vervallen 2008 334 26-08-2008 15-07-2008 2008 335 26-08-2008 07-08-2008 01-09-2008
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 Vervallen 2015 308 28-07-2015 10-07-2015 2015 309 28-07-2015 10-07-2015 01-01-2016
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 Vervallen 2015 308 28-07-2015 10-07-2015 2015 309 28-07-2015 10-07-2015 01-01-2016
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 Vervallen 2008 334 26-08-2008 15-07-2008 2008 335 26-08-2008 07-08-2008 01-09-2008
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 Vervallen 2015 308 28-07-2015 10-07-2015 2015 309 28-07-2015 10-07-2015 01-01-2016
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 Vervallen 2015 308 28-07-2015 10-07-2015 2015 309 28-07-2015 10-07-2015 01-01-2016
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 Vervallen 2015 308 28-07-2015 10-07-2015 2015 309 28-07-2015 10-07-2015 01-01-2016
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 Vervallen 2015 308 28-07-2015 10-07-2015 2015 309 28-07-2015 10-07-2015 01-01-2016
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 Vervallen 2015 308 28-07-2015 10-07-2015 2015 309 28-07-2015 10-07-2015 01-01-2016
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 1 artikel 3:296, eerste lid, van de wet Een onderneming als bedoeld inberekent de aanvullende kapitaaltoereikendheid van het financieel conglomeraat in overeenstemming met de ingevolge dit hoofdstuk voorgeschreven regels. 2 bijlage B De onderneming past voor de berekening van de aanvullende kapitaaltoereikendheid een van de inbij dit besluit opgenomen berekeningsmethoden toe. 3 De aanvullende kapitaaltoereikendheid is voldoende indien de uitkomst van de berekening, bedoeld in het tweede lid, niet negatief is. 4 Onverminderd het tweede lid kan de Nederlandsche Bank, indien zij coördinator is, na overleg met de andere relevante toezichthoudende instanties en het financieel conglomeraat, besluiten welke van die methoden de onderneming voor de berekening toepast. 2013 525 13-12-2013 04-12-2013 2013 552 19-12-2013 11-12-2013 01-01-2014
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 1 artikel 3:296, eerste lid, van de wet vierde lid van dat artikel Een onderneming als bedoeld inverstrekt de in hetbedoelde berekening eenmaal per jaar. De Nederlandsche Bank kan, indien ontwikkelingen in de aanvullende kapitaaltoereikendheid daar aanleiding toe geven, besluiten dat die onderneming de berekening met een hogere frequentie verstrekt. 2 Deel Prudentieel toezicht financiële ondernemingen van de wet Titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek Artikel 4, vierde lid De Nederlandsche Bank stelt, met inachtneming van het bepaalde ingevolge het, alsmede met inachtneming vanen de internationale jaarrekeningstandaarden, nadere regels met betrekking tot de rapportage van de aanvullende kapitaaltoereikendheid., is van toepassing. 3 artikel 28, eerste lid, onderdeel a De in het eerste lid bedoelde onderneming verstrekt bovendien eenmaal per jaar op een na overleg met de Nederlandsche Bank door de onderneming te bepalen tijdstip de informatie die aan het groepsbestuur van het financiële conglomeraat wordt verstrekt over de aanvullende kapitaaltoereikendheid en die is opgesteld met gebruikmaking van de procedures, bedoeld in. 2006 508 31-10-2006 12-10-2006 2006 664 20-12-2006 11-12-2006 01-01-2007
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 1 artikel 23, tweede lid artikel 23 Ongeacht welke van de in, bedoelde methoden wordt toegepast, betrekt de onderneming, bedoeld in, het totale solvabiliteitstekort van een dochteronderneming bij de berekening, indien het groepslid een dochteronderneming is en zij een solvabiliteitstekort of, indien het groepslid een niet-gereglementeerde entiteit uit de financiële marktsector is, een theoretisch solvabiliteitstekort heeft. 2 Indien de Nederlandsche Bank coördinator is en zij van oordeel is dat de aansprakelijkheid van de moederonderneming die een gedeelte van het kapitaal van de dochteronderneming in eigendom heeft, strikt en ondubbelzinnig tot dat gedeelte van het kapitaal beperkt is, kan zij besluiten dat de onderneming het solvabiliteitstekort van die dochteronderneming proportioneel in aanmerking neemt. Indien tussen de groepsleden geen kapitaalbanden bestaan, bepaalt de Nederlandsche Bank, indien zij coördinator is, na overleg met de relevante toezichthoudende instanties, het gedeelte van het solvabiliteitstekort dat de onderneming bij de berekening betrekt, rekening houdend met de aansprakelijkheid waartoe de bestaande betrekkingen aanleiding geven. 3 artikel 23, tweede lid Ongeacht welke van de in, bedoelde methoden wordt toegepast: a. is het meerdere malen gebruiken van vermogensbestanddelen die voor de berekening van het eigen vermogen in aanmerking komen op het niveau van het financiële conglomeraat of de creatie van eigen vermogen binnen de groep niet toegestaan; met het oog daarop zijn de relevante regels van de desbetreffende sectorale voorschriften van overeenkomstige toepassing; b. betrekt de onderneming bij de berekening van de aanwezige solvabiliteit voor iedere deelsector in het financieel conglomeraat de eigenvermogensbestanddelen als omschreven in de voor die deelsector geldende sectorale voorschriften; indien er een tekort aan eigen vermogen is op het niveau van het financiële conglomeraat, betrekt de onderneming bij die berekening alleen de eigenvermogensbestanddelen die op grond van elk van de sectorale voorschriften in aanmerking komen; c. houdt de onderneming bij de berekening van het eigen vermogen van het financiële conglomeraat rekening met de beperkingen die voor de berekening van het eigen vermogen gelden op grond van de voor elk van de deelsectoren geldende sectorale voorschriften; d. betrekt de onderneming bij de berekening van het eigen vermogen van het financiële conglomeraat alleen het eigen vermogen voorzover dit effectief overdraagbaar en beschikbaar is tussen de verschillende groepsleden in het licht van de doeleinden van de kapitaaltoereikendheidsvoorschriften; e. berekent de onderneming het theoretische solvabiliteitsvereiste voor een niet-gereglementeerd groepslid uit de financiële marktsector volgens de regels waaraan dat groepslid krachtens de desbetreffende sectorale voorschriften zou moeten voldoen indien het een gereglementeerde entiteit van die specifieke deelsector zou zijn; f. berekent de onderneming het theoretische solvabiliteitsvereiste van een gemengde financiële holding in overeenstemming met de sectorale voorschriften van de belangrijkste deelsector in het financiële conglomeraat. 2013 525 13-12-2013 04-12-2013 2013 552 19-12-2013 11-12-2013 01-01-2014
Artikel 26 — Artikel 26#
Artikel 26 1 artikel 3:297, eerste lid, van de wet dat artikel Een onderneming als bedoeld inverstrekt de inbedoelde rapportage met betrekking tot de significante risicoconcentraties eenmaal per jaar. De Nederlandsche Bank kan, indien de omstandigheden van een bepaalde onderneming daar aanleiding toe geven, besluiten dat die onderneming rapporteert met een hogere frequentie. 2 Onder significante risicoconcentraties worden verstaan risicoconcentraties, welke een door de Nederlandsche Bank, na overleg met de andere relevante toezichthoudende instanties en het financiële conglomeraat, vast te stellen passende drempel, gerelateerd aan het reglementaire eigen vermogen of de technische voorzieningen, te boven gaan. 3 artikel 3:297, eerste lid, van de wet De Nederlandsche Bank bepaalt, na overleg met de andere toezichthoudende instanties, welke categorieën risico’s van de gereglementeerde entiteiten in een bepaald financieel conglomeraat worden gerapporteerd op basis van. Daarbij houdt de Nederlandsche Bank rekening met de specifieke groeps- en risicobeheerstructuur van het financiële conglomeraat. 4 Deel Prudentieel toezicht financiële ondernemingen van de wet Titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek Artikel 4, vierde lid De Nederlandsche Bank stelt, met inachtneming van het bepaalde ingevolge het, alsmede met inachtneming vanen de internationale jaarrekeningstandaarden, nadere regels met betrekking tot de rapportage van de risicoconcentraties., is van toepassing. 5 artikel 28, eerste lid, onderdeel b De in het eerste lid bedoelde onderneming verstrekt bovendien eenmaal per jaar op een na overleg met de Nederlandsche Bank door de onderneming te bepalen tijdstip de informatie die aan het groepsbestuur van het financiële conglomeraat wordt verstrekt over risicoconcentraties en die is opgesteld met gebruikmaking van de procedures, bedoeld in. 2006 508 31-10-2006 12-10-2006 2006 664 20-12-2006 11-12-2006 01-01-2007
Artikel 27 — Artikel 27#
Artikel 27 1 artikel 3:298, eerste lid, van de wet Een onderneming als bedoeld inverstrekt de in dat artikel bedoelde rapportage over significante intragroepsovereenkomsten en -posities eenmaal per jaar. De Nederlandsche Bank kan, indien de omstandigheden van een bepaalde onderneming daar aanleiding toe geven, besluiten dat die onderneming rapporteert met een hogere frequentie. 2 Onder significante intragroepsovereenkomsten en -posities worden verstaan intragroepsovereenkomsten en -posities welke een door de Nederlandsche Bank, na overleg met de andere relevante toezichthoudende instanties en het financiële conglomeraat, vast te stellen passende drempel, gerelateerd aan het reglementaire eigen vermogen of de technische voorzieningen, te boven gaan. 3 artikel 3:298, eerste lid, van de wet De Nederlandsche Bank bepaalt, na overleg met de andere toezichthoudende instanties, welke categorieën overeenkomsten of posities van de gereglementeerde entiteiten in een bepaald financieel conglomeraat worden gerapporteerd op basis van. Daarbij houdt de Nederlandsche Bank rekening met de specifieke groeps- en risicobeheerstructuur van het financiële conglomeraat. 4 Deel Prudentieel toezicht financiële ondernemingen van de wet Titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek Artikel 4, vierde lid De Nederlandsche Bank stelt, met inachtneming van het bepaalde ingevolge het, alsmede met inachtneming vanen de internationale jaarrekeningstandaarden, nadere regels met betrekking tot de rapportage van de intragroepsovereenkomsten en -posities., is van toepassing. 5 artikel 28, eerste lid, onderdeel b De in het eerste lid bedoelde onderneming verstrekt bovendien eenmaal per jaar op een na overleg met de Nederlandsche Bank door de onderneming te bepalen tijdstip de informatie die aan het groepsbestuur van het financiële conglomeraat wordt verstrekt over intragroepsovereenkomsten en -posities en die is opgesteld met gebruikmaking van de procedures bedoeld in. 2008 581 29-12-2008 18-12-2008 2008 582 29-12-2008 18-12-2008 01-01-2009
Artikel 28 — Artikel 28#
Artikel 28 Vervallen 2013 525 13-12-2013 04-12-2013 2013 552 19-12-2013 11-12-2013 01-01-2014
Artikel 29 — Artikel 29#
Artikel 29 De artikelen van dit besluit treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld. 2006 508 31-10-2006 12-10-2006 2006 664 20-12-2006 11-12-2006 01-01-2007
Artikel 30 — Artikel 30#
Artikel 30 Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit prudentieel toezicht financiële groepen Wft. 2006 508 31-10-2006 12-10-2006 2006 664 20-12-2006 11-12-2006 01-01-2007
Artikel 20#
artikel 20
Artikel 23#
artikel 23, tweede lid