Besluit van 12 oktober 2006, houdende bepalingen ter uitvoering van de artikelen 1:10, 1:11, 3:5, 3:36 en 3:110 van de Wet op het financieel toezicht (Besluit Reikwijdtebepalingen Wft)
- BWB-id
- BWBR0020419
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Financiën
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2024-07-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0020419
- ELI
- /eli/nl/amvb/2007/besluit-reikwijdtebepalingen-wft
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/2007/besluit-reikwijdtebepalingen-wft/2024-07-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0020419&g=2024-07-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0020419&z=2026-06-06&g=2024-07-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0020419/2024-07-01
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/2007/besluit-reikwijdtebepalingen-wft
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. Wet op het financieel toezicht wet:; b. Zwitserland: Zwitserse Bondsstaat. 2006 518 31-10-2006 12-10-2006 2006 664 20-12-2006 11-12-2006 01-01-2007
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 Vervallen 2015 308 28-07-2015 10-07-2015 2015 309 28-07-2015 10-07-2015 01-01-2016
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 Vervallen 2015 308 28-07-2015 10-07-2015 2015 309 28-07-2015 10-07-2015 01-01-2016
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 Vervallen 2015 308 28-07-2015 10-07-2015 2015 309 28-07-2015 10-07-2015 01-01-2016
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 Vervallen 2015 308 28-07-2015 10-07-2015 2015 309 28-07-2015 10-07-2015 01-01-2016
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 Vervallen 2015 308 28-07-2015 10-07-2015 2015 309 28-07-2015 10-07-2015 01-01-2016
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 Vervallen 2015 308 28-07-2015 10-07-2015 2015 309 28-07-2015 10-07-2015 01-01-2016
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 Vervallen 2015 308 28-07-2015 10-07-2015 2015 309 28-07-2015 10-07-2015 01-01-2016
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 Vervallen 2015 308 28-07-2015 10-07-2015 2015 309 28-07-2015 10-07-2015 01-01-2016
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 Vervallen 2015 308 28-07-2015 10-07-2015 2015 309 28-07-2015 10-07-2015 01-01-2016
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 Vervallen 2015 308 28-07-2015 10-07-2015 2015 309 28-07-2015 10-07-2015 01-01-2016
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 Vervallen 2015 308 28-07-2015 10-07-2015 2015 309 28-07-2015 10-07-2015 01-01-2016
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 Vervallen 2015 308 28-07-2015 10-07-2015 2015 309 28-07-2015 10-07-2015 01-01-2016
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 Vervallen 2015 308 28-07-2015 10-07-2015 2015 309 28-07-2015 10-07-2015 01-01-2016
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 artikelen 1:1 1:45, eerste lid, aanhef en onderdelen h en i 1:51, tweede lid 1:78 1:104, eerste lid, onderdeel d 3:38 3:53, eerste tot en met vierde lid 3:57, eerste tot en met vierde lid 3:67 3:72, derde en vijfde tot en met achtste lid 3:88 3:132 3:135 tot en met 3:137 3:161 tot en met 3:193 3:195 tot en met 3:201 3:203 3:204 3:207 tot en met 3:219 3:221 3:238 tot en met 3:251 3:255 tot en met 3:257 3:269 tot en met 3:273 3:282 tot en met 3:288k 4:27 eerste en derde tot en met zesde lid 5:68 van de wet artikel 1:10, aanhef en onderdeel a, van de wet artikel 3, derde lid, van de Kaderwet financiële verstrekkingen Financiën Het bepaalde ingevolge de,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,, enis niet van toepassing op een schadeverzekeraar als bedoeld indie voldoet aan de krachtensdoor Onze Minister gestelde regels. 2015 308 28-07-2015 10-07-2015 2015 309 28-07-2015 10-07-2015 01-01-2016
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 artikel 15 Een schadeverzekeraar als bedoeld in: a. artikel 3 van de Kaderwet financiële verstrekkingen Financiën legt in zijn statuten vast zich bij het uitoefenen van het bedrijf van schadeverzekeraar te beperken tot de werkzaamheden die ingevolgeverricht mogen worden; b. vermeldt in de jaarrekening dat alleen risico’s in verzekering zijn genomen voor rekening of met garantie van de Staat der Nederlanden. 2006 518 31-10-2006 12-10-2006 2006 664 20-12-2006 11-12-2006 01-01-2007
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 hoofdstukken 5.1 5.3 5.5 van de wet wet Met uitzondering van de,en, zijn de ingevolge degestelde regels niet van toepassing op verenigingen en onderlinge waarborgmaatschappijen van beperkte omvang met zetel in Nederland die het bedrijf van natura-uitvaartverzekeraar uitoefenen en: a. die naar Nederlands recht zijn opgericht voor 1 januari 1995; en b. waarvan het aantal meerderjarige verzekerden minder dan 3000 bedraagt. 2017 300 11-07-2017 26-06-2017 2017 300 11-07-2017 26-06-2017 12-07-2017
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 artikelen 19 tot en met 26 Op een schadeverzekeraar met zetel in Zwitserland die in Nederland het bedrijf van schadeverzekeraar wil uitoefenen vanuit een in Nederland gevestigd bijkantoor zijn devan toepassing. 2006 518 31-10-2006 12-10-2006 2006 664 20-12-2006 11-12-2006 01-01-2007
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 1 artikel 2:35 van de wet artikel 3:57 van de wet Een schadeverzekeraar met zetel in Zwitserland legt bij de notificatie, bedoeld inaan de Nederlandsche Bank een certificaat over, afgegeven door de terzake bevoegde toezichthoudende instantie van Zwitserland, waarin wordt verklaard in welke branches de aanvrager het bedrijf van schadeverzekeraar mag uitoefenen en dat hij beschikt over een solvabiliteitsmarge die overeenkomt met de ingevolgevereiste solvabiliteitsmarge. Het certificaat vermeldt voorts: a. welk bedrag aan financiële middelen beschikbaar is om de te verwachten kosten voor de inrichting van de administratie en van het productienet in Nederland te dekken; b. welke categorieën van risico’s door de schadeverzekeraar vanuit vestigingen in Zwitserland worden gedekt. 2 Het certificaat wordt opgemaakt overeenkomstig een door de Nederlandsche Bank vast te stellen model. 2006 518 31-10-2006 12-10-2006 2006 664 20-12-2006 11-12-2006 01-01-2007
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 1 artikel 21 Bij de notificatie legt een schadeverzekeraar met zetel in Zwitserland aan de Nederlandsche Bank een programma van werkzaamheden over als bedoeld in. 2 artikel 19, eerste lid De Nederlandsche Bank legt het programma van werkzaamheden, zonodig vergezeld van haar opmerkingen, binnen twee maanden na ontvangst van de vereiste gegevens, bewijsstukken en inlichtingen voor advies voor aan de toezichthoudende instantie, bedoeld in. 3 Indien de toezichthoudende instantie haar advies niet binnen drie maanden nadat zij het programma van werkzaamheden heeft ontvangen aan de Nederlandsche Bank heeft uitgebracht, wordt zij geacht geen bezwaar te hebben. 4 De Nederlandsche Bank doet binnen een maand na ontvangst van het advies, bedoeld in het tweede lid, of binnen een maand na verloop van de termijn, bedoeld in het derde lid, van haar beslissing mededeling aan de schadeverzekeraar. 2006 518 31-10-2006 12-10-2006 2006 664 20-12-2006 11-12-2006 01-01-2007
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 1 Het programma van werkzaamheden bevat: a. een opgave van de aard van de risico’s die de schadeverzekeraar voornemens is te dekken; b. een uiteenzetting omtrent de leidende beginselen op het gebied van de herverzekering; c. een raming van de kosten voor de inrichting van de administratie en van het productienet en bewijsstukken waaruit blijkt, dat het bijkantoor beschikt over de financiële middelen tot dekking daarvan, alsmede, indien een der te dekken risico’s behoort tot de branche Hulpverlening, een opgave van de ter beschikking van de schadeverzekeraar staande middelen voor het verstrekken van de overeengekomen hulp; d. een raming voor de eerste drie boekjaren van de andere dan de in onderdeel c bedoelde kosten van beheer, met name van de algemene kosten en de provisies, van het bijkantoor; e. een raming voor de eerste drie boekjaren van de premies en van de schaden van het bijkantoor; en f. een raming voor de eerste drie boekjaren van de liquiditeitspositie van het bijkantoor. 2 artikelen 361, eerste lid 391, eerste lid 392, eerste lid, onderdelen a tot en met h, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek De schadeverzekeraar voegt bij het programma van werkzaamheden de jaarrekening, het bestuursverslag en de overige gegevens, bedoeld in de, onderscheidenlijkenvan elk der laatste drie boekjaren, tenzij sedert de oprichting van de onderneming van de schadeverzekeraar nog geen drie boekjaren zijn verstreken en: a. de schadeverzekeraar is opgericht ingevolge een fusie van bestaande schadeverzekeraars; of b. de schadeverzekeraar is opgericht door een of meer bestaande schadeverzekeraars voor de uitoefening van een bepaalde branche, waarin een van de betrokken schadeverzekeraars voordien werkzaam was. 3 Het programma van werkzaamheden bevat een opgave van de solvabiliteitsmarge met betrekking tot het gehele in en buiten Nederland uitgeoefende verzekeringsbedrijf. 2015 350 19-10-2015 13-10-2015 2015 351 19-10-2015 13-10-2015 01-11-2015 Is van toepassing op jaarrekeningen en bestuursverslagen die
betrekking hebben op een boekjaar dat aanvangt op of na 1 januari
2016. De voorschriften kunnen worden toegepast op jaarrekeningen en
bestuursverslagen die worden opgesteld over boekjaren die zijn
aangevangen voor 1 januari 2016 indien ook de voorschriften van de
Uitvoeringswet richtlijn jaarrekening vanaf dat eerdere boekjaar
worden toegepast.
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 1 artikel 3:118, eerste lid, onderdeel c, van de wet In afwijking vanverleent de Nederlandsche Bank voor een overdracht van rechten en verplichtingen uit overeenkomsten aan een verzekeraar met zetel in Zwitserland geen toestemming alvorens de terzake bevoegde toezichthoudende autoriteit van Zwitserland heeft verklaard dat de overnemende verzekeraar, mede gelet op de voorgenomen overdracht, het minimumbedrag aan solvabiliteitsmarge bezit. 2 artikel 3:118, derde lid, onderdeel a, van de wet In afwijking vankan de Nederlandsche Bank voor een overdracht als bedoeld in het eerste lid aan een verzekeraar met zetel in Zwitserland in het kader van diens bedrijfsuitoefening vanuit een in een andere lidstaat gelegen bijkantoor slechts toestemming verlenen, indien de terzake bevoegde toezichthoudende autoriteit van Zwitserland heeft verklaard dat het betrokken bijkantoor, mede gelet op de voorgenomen overdracht, beschikt over het minimumbedrag aan solvabiliteitsmarge. 2006 518 31-10-2006 12-10-2006 2006 664 20-12-2006 11-12-2006 01-01-2007
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 Artikel 3:68 van de wet is van toepassing op een bijkantoor in Nederland van een schadeverzekeraar met zetel in Zwitserland. 2006 518 31-10-2006 12-10-2006 2006 664 20-12-2006 11-12-2006 01-01-2007
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 1 artikel 3:68 van de wet Indien een bijkantoor in Nederland van een schadeverzekeraar met zetel in Zwitserland niet voldoet aan het bij of krachtensbepaalde met betrekking tot de technische voorzieningen, kan de Nederlandsche Bank de vrije beschikking door het bijkantoor over de waarden die betrekking hebben op zijn vanuit Nederland uitgeoefende bedrijf van schadeverzekeraar, beperken of hem verbieden om anders dan met machtiging van de Nederlandsche Bank te beschikken over deze waarden. 2 Alvorens een beperking of een verbod als bedoeld in het eerste lid uit te vaardigen stelt de Nederlandsche Bank de toezichthoudende instantie van Zwitserland op de hoogte van haar voornemen. 3 Een beperking of een verbod als bedoeld in het eerste lid kan de Nederlandsche Bank ook uitvaardigen, indien de toezichthoudende instantie van Zwitserland of van een andere lidstaat dan Nederland waar de schadeverzekeraar met zetel in Zwitserland een vestiging heeft, dit verzoekt op grond van het feit dat het bijkantoor naar haar oordeel in soortgelijke omstandigheden verkeert als bedoeld in het eerste lid. 4 Het bijkantoor kan de ongeldigheid van een rechtshandeling, verricht in strijd met de beperking of het verbod, inroepen indien de wederpartij de maatregel kende of daarvan niet onkundig kon zijn. 5 De beperking of het verbod wordt door de Nederlandsche Bank door middel van een deurwaardersexploot aan de schadeverzekeraar bekend. 6 De Nederlandsche Bank heft de beperking of het verbod op zodra het bijkantoor weer voldoet aan de in het eerste lid bedoelde eisen of, wanneer de beperking of het verbod uitsluitend berust op het derde lid, zodra daartoe naar het oordeel van de Nederlandsche Bank aanleiding bestaat, doch in elk geval zodra de in dat lid bedoelde toezichthoudende instantie de door haar opgelegde beperking of het verbod heeft opgeheven. De Nederlandsche Bank maakt de opheffing bekend aan het bijkantoor. 7 De Nederlandsche Bank stelt de toezichthoudende instantie, bedoeld in het derde lid, alsmede de toezichthoudende instanties van de lidstaten waarnaar het bijkantoor, bedoeld in het eerste lid, vanuit Nederland diensten verricht in kennis van de uitvaardiging van de beperking of het verbod en de opheffing daarvan. 2006 518 31-10-2006 12-10-2006 2006 664 20-12-2006 11-12-2006 01-01-2007
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 1 artikel 24 artikel 3:136, tweede lid, van de wet De Nederlandsche Bank vaardigt een beperking of een verbod als bedoeld inuit ten aanzien van de hier te lande aanwezige waarden, indien de toezichthoudende instantie van Zwitserland dit verzoekt op grond van het feit dat de schadeverzekeraar met zetel in Zwitserland naar haar oordeel in soortgelijke omstandigheden verkeert als bedoeld in. 2 De schadeverzekeraar kan de ongeldigheid van een rechtshandeling, verricht in strijd met de beperking of het verbod, inroepen indien de wederpartij de maatregel kende of daarvan niet onkundig kon zijn. 3 De Nederlandsche Bank heft de beperking of het verbod, bedoeld in het eerste lid, op zodra de toezichthoudende instantie van Zwitserland dit verzoekt. Zij maakt de opheffing bekend aan de schadeverzekeraar. Tevens doet de Nederlandsche Bank van het besluit tot opheffing van de beperking of het verbod mededeling aan de toezichthoudende instanties van de andere lidstaten waarheen de schadeverzekeraar vanuit Nederland diensten verricht. 2006 518 31-10-2006 12-10-2006 2006 664 20-12-2006 11-12-2006 01-01-2007
Artikel 26 — Artikel 26#
Artikel 26 Hoofdstuk 3A:2 van de wet is van overeenkomstige toepassing op een bijkantoor in Nederland van een schadeverzekeraar met zetel in Zwitserland. 2018 490 21-12-2018 11-12-2018 2018 491 21-12-2018 11-12-2018 01-01-2019
Artikel 26a — Artikel 26a#
Artikel 26a 1 De Nederlandsche Bank vraagt vooraf advies aan de Autoriteit Financiële Markten indien zij dient te beslissen op: a. artikelen 2:3.0d, eerste lid 2:3.0i, eerste lid 2:3.0m, eerste lid, van de wet artikelen 3:73b 4:76a tot en met 4:76d van de wet artikelen 17b 18 van het Besluit prudentiële regels Wft een aanvraag als bedoeld in de,,teneinde te beoordelen of wordt voldaan aan hetgeen is bepaald bij of krachtens de, enen aan krachtens deengestelde regels voor zover die regels uitvoering geven aan internationaal aanvaarde standaarden inzake bestuur; of b. artikel 37a van het Besluit prudentiële regels Wf artikelen 3:73b van de wet artikel 17b Besluit prudentiële regels Wft een aanvraag als bedoeld in det, teneinde te beoordelen of wordt voldaan aan hetgeen is bepaald bij of krachtens deen aan de krachtensgestelde regels voor zover die regels uitvoering geven aan internationaal aanvaarde standaarden inzake bestuur. 2 De Autoriteit Financiële Markten brengt het advies schriftelijk uit binnen zes weken na het verzoek. 3 De Nederlandsche Bank volgt het advies, bedoeld in het eerste lid, tenzij zwaarwegende redenen betreffende de soliditeit van de aanvrager of de stabiliteit van het financiële stelsel naar het oordeel van de Nederlandsche Bank aanleiding tot afwijking geven. Indien de Nederlandsche Bank overweegt af te wijken, stelt zij de Autoriteit Financiële Markten in de gelegenheid om haar advies mondeling toe te lichten. De Nederlandsche Bank motiveert een afwijking schriftelijk. 4 Het advies, bedoeld in het eerste lid, maakt deel uit van het besluit ten aanzien van de vergunning of de instemming. 2013 537 17-12-2013 06-12-2013 2013 552 19-12-2013 11-12-2013 01-01-2014
Artikel 27 — Artikel 27#
Artikel 27 1 artikel 3:5, vierde lid, van de wet artikel 28 Een ontheffing als bedoeld in, kan, onverminderd, worden verleend indien; a. de nakoming van alle verplichtingen van de aanvrager die zijn ontstaan door het in de uitoefening van een bedrijf van het publiek opvorderbare gelden aan te trekken, ter beschikking te verkrijgen of ter beschikking te hebben, wordt gegarandeerd door: 1°. een onderneming met een positief geconsolideerd eigen vermogen, waarvan de aanvrager dochtermaatschappij is; 2°. een financiële onderneming die in Nederland het bedrijf van bank mag uitoefenen of een bank met zetel in een door Onze Minister aan te wijzen staat waar toezicht op het uitoefenen van het bedrijf van bank wordt uitgeoefend dat in voldoende mate waarborgen biedt ten aanzien van de belangen die deze wet beoogt te beschermen; 3°. artikel 1, onderdeel a, van de Wet financiering decentrale overheden de Staat der Nederlanden of een openbaar lichaam als bedoeld in; of 4°. een onderneming die behoort tot een door de Nederlandsche Bank aan te wijzen categorie; of b. wet de aanvrager een door de Nederlandsche Bank of de Autoriteit Financiële Markten op grond van deverleende vergunning heeft. 2 artikel 3:5, vierde lid, van de wet artikel 28, eerste lid De aanvrager van een ontheffing als bedoeld in, toont aan dat zal worden voldaan aan, en legt ten aanzien van de in dat lid bedoelde personen de volgende gegevens over: a. een opgave van de naam, de geboortedatum, de geboorteplaats, nationaliteit, het privé-adres, het telefoon- en faxnummer en de functie; b. een kopie van een geldig identiteitsbewijs; c. artikel 30 gegevens met betrekking tot de antecedenten, bedoeld in; en d. een opgave van referenten. 3 artikelen 361, eerste lid 391, eerste lid 392, eerste lid, onderdelen a tot en met h, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek De houder van de ontheffing verstrekt binnen zes maanden na afloop van het boekjaar aan de Nederlandsche Bank de jaarrekening, het bestuursverslag en de overige gegevens, bedoeld in de, onderscheidenlijk, en. 2016 98 16-03-2016 18-02-2016 2016 98 16-03-2016 18-02-2016 01-04-2016
Artikel 28 — Artikel 28#
Artikel 28 1 artikel 3:5, vierde lid, van de wet Het beleid van een houder van een ontheffing als bedoeld inwordt bepaald of mede bepaald door personen wier betrouwbaarheid buiten twijfel staat. Indien binnen de houder van een ontheffing een orgaan is belast met het toezicht op het beleid en de algemene gang van zaken van de houder van een ontheffing wordt dit toezicht gehouden door personen wier betrouwbaarheid buiten twijfel staat. 2 wet De betrouwbaarheid van een persoon als bedoeld in het eerste lid staat buiten twijfel wanneer dat eenmaal door een toezichthouder voor de toepassing van deis vastgesteld, zolang niet een wijziging in de relevante feiten of omstandigheden een redelijke aanleiding geeft tot een nieuwe beoordeling. 3 artikelen 29 tot en met 33 Op de vaststelling van de betrouwbaarheid van de personen, bedoeld in het eerste lid, zijn devan overeenkomstige toepassing. 2006 518 31-10-2006 12-10-2006 2006 664 20-12-2006 11-12-2006 01-01-2007
Artikel 29 — Artikel 29#
Artikel 29 artikel 28, eerste lid De Nederlandsche Bank stelt vast of de betrouwbaarheid van een persoon als bedoeld in, buiten twijfel staat op basis van diens voornemens, handelingen en antecedenten. 2006 518 31-10-2006 12-10-2006 2006 664 20-12-2006 11-12-2006 01-01-2007
Artikel 30 — Artikel 30#
Artikel 30 artikel 29 De Nederlandsche Bank neemt bij de vaststelling, bedoeld in, in ieder geval in aanmerking: a. onderdelen 1 en 2 van de bijlage de ingenoemde strafrechtelijke antecedenten; b. onderdeel 3 van de bijlage de ingenoemde financiële antecedenten; c. onderdeel 4 van de bijlage de ingenoemde toezichtantecedenten; d. onderdeel 5 van de bijlage de ingenoemde fiscaal bestuursrechtelijke antecedenten; en e. onderdeel 6 van de bijlage de ingenoemde overige antecedenten. 2006 518 31-10-2006 12-10-2006 2006 664 20-12-2006 11-12-2006 01-01-2007
Artikel 31 — Artikel 31#
Artikel 31 1 artikel 29 De Nederlandsche Bank verkrijgt inzicht in de inbedoelde voornemens, handelingen en antecedenten op grond van: a. door betrokkene verstrekte gegevens en inlichtingen; b. door de Landelijke Officier van Justitie verstrekte politiegegevens; c. artikel 1, onderdeel b, van de Wet controle op rechtspersonen gegevens uit de registratie, bedoeld in; d. gegevens en inlichtingen, verkregen van de Belastingdienst; e. gegevens en inlichtingen, verkregen van Nederlandse of buitenlandse overheidsinstanties dan wel van Nederlandse of buitenlandse van overheidswege aangewezen instanties die belast zijn met het toezicht op financiële markten of op personen die op die markten werkzaam zijn; f. ambtsberichten van het Openbaar Ministerie; g. inlichtingen, verkregen van door betrokkene opgegeven referenten; h. gegevens uit openbare bronnen; i. artikel 28 inlichtingen, verkregen van curatoren of bewindvoerders met betrekking tot faillissementen, surseances, schuldsaneringen, bewindvoeringen of noodregelingen waarbij de inbedoelde personen betrokken zijn geweest; j. inlichtingen, verkregen van organisaties van huidige of voormalige beroepsgenoten van betrokkene; of k. gegevens en inlichtingen, verkregen uit andere bij ministeriële regeling aan te wijzen bronnen. 2 Indien de gegevens of inlichtingen, verkregen overeenkomstig het eerste lid, de Nederlandsche Bank aanleiding geven tot nader onderzoek, kan de Nederlandsche Bank ook inlichtingen inwinnen en gegevens opvragen bij andere personen of instanties dan genoemd in dat lid. De Nederlandsche Bank stelt de betrokkene in dat geval vooraf schriftelijk in kennis van: a. de reden van het nadere onderzoek; b. de personen of instanties bij wie nadere gegevens of inlichtingen zullen worden ingewonnen; en c. de aard van de nadere gegevens of inlichtingen. 2011 180 15-04-2011 08-04-2011 2011 194 29-04-2011 21-04-2011 01-07-2011
Artikel 32 — Artikel 32#
Artikel 32 1 artikel 29 De betrouwbaarheid van een persoon als bedoeld instaat niet buiten twijfel indien: a. bijlage deze onherroepelijk veroordeeld is terzake van een misdrijf, genoemd in onderdeel 1 van de, waarbij sinds het onherroepelijk worden van de uitspraak minder dan acht jaren zijn verstreken; b. bijlage deze veroordeeld is terzake van een misdrijf, genoemd in onderdeel 1 van de, waarbij de uitspraak nog niet onherroepelijk is of waarbij sinds het onherroepelijk worden van de uitspraak acht of meer jaren zijn verstreken; c. artikel 69 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen artikel 65 van de Invorderingswet 1990 deze veroordeeld is terzake van een overtreding vanof, waarbij betrokkene veroordeeld is tot een gevangenisstraf of boete; of d. bijlage deze een vergrijpboete van meer dan € 62.500 opgelegd heeft gekregen terzake van een feit als genoemd in onderdeel 5 van de, en het besluit waarbij de vergrijpboete is opgelegd onherroepelijk is geworden of waarbij ten minste de rechter in eerste aanleg uitspraak heeft gedaan. 2 artikel 33 De Nederlandsche bank kan op grond van de omstandigheden of belangen, genoemd in, afwijken van het eerste lid, ten aanzien van de onderdelen b, c en d. 2012 695 28-12-2012 21-12-2012 2012 695 28-12-2012 21-12-2012 01-01-2013
Artikel 33 — Artikel 33#
Artikel 33 artikel 29 De Nederlandsche Bank neemt bij de vaststelling, bedoeld in, in aanmerking: a. het onderlinge verband tussen de aan een antecedent ten grondslag liggende gedraging of gedragingen en de overige omstandigheden van het geval; b. wet de belangen die debeoogt te beschermen; en c. de overige belangen van de aanvrager en de betrokken persoon of personen. 2006 518 31-10-2006 12-10-2006 2006 664 20-12-2006 11-12-2006 01-01-2007
Artikel 34 — Artikel 34#
Artikel 34 1 artikel 3:5, vierde lid, van de wet De houder van een ontheffing als bedoeld in: a. informeert, alvorens een overeenkomst aan te gaan terzake van het in de uitoefening van een bedrijf van het publiek opvorderbare gelden aan te trekken, ter beschikking te verkrijgen of ter beschikking te hebben zijn wederpartij duidelijk en volledig over diens rechten en plichten met betrekking tot de overeenkomst; b. wet artikel 28, eerste lid deelt de Nederlandsche Bank schriftelijk en onverwijld nadat hij daarvan in het kader van de normale bedrijfsvoering kennis heeft genomen een wijziging mede in de gegevens die eerder door hemzelf of door een financiële onderneming aan een toezichthouder zijn verstrekt ten behoeve van de beoordeling van de ingevolge degestelde eisen met betrekking tot de betrouwbaarheid van de personen, bedoeld in; en c. artikel 28, eerste lid deelt de Nederlandsche Bank schriftelijk het voornemen tot wijziging van de personen bedoeld in, mede. 2 De houder van een ontheffing geeft geen uitvoering aan het voornemen, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, voordat de Nederlandsche Bank heeft vastgesteld dat de betrouwbaarheid van de betrokken persoon buiten twijfel staat. De Nederlandsche Bank neemt een besluit omtrent de betrouwbaarheid: a. binnen zes weken na ontvangst van de mededeling; of b. inden de Nederlandsche Bank binnen twee weken na ontvangst van de mededeling om nadere gegevens heeft verzocht, binnen zes weken na ontvangst van die gegevens, doch uiterlijk binnen dertien weken na ontvangst van de mededeling. 3 Indien de Nederlandsche Bank een derde verzoekt om nadere gegevens als bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, geeft zij daarvan kennis aan de houder. 4 Bij de mededeling, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, legt de houder ten aanzien van de betrokken persoon de volgende gegevens over: a. een opgave van de naam, de geboortedatum, de geboorteplaats, nationaliteit, het privé-adres, het telefoon- en faxnummer en de functie; b. een kopie van een geldig identiteitsbewijs; c. artikel 30 gegevens met betrekking tot de antecedenten, bedoeld in; en d. een opgave van referenten. 5 wet Het tweede lid en het vierde lid, onderdelen b, c en d, zijn niet van toepassing indien de wijziging een persoon betreft wiens betrouwbaarheid voor de toepassing van dedoor een toezichthouder reeds is vastgesteld. 2024 10 30-01-2024 24-11-2023 2024 10 30-01-2024 24-11-2023 01-07-2024
Artikel 35 — Artikel 35#
Artikel 35 1 artikel 3:110, tweede lid van de wet Een aanvraag als bedoeld inwordt gedaan met gebruikmaking van het daartoe door de Nederlandsche Bank vastgestelde formulier dat op verzoek aan de aanvrager ter beschikking wordt gesteld. 2 Het aanvraagformulier en de daarbij ingevolge dit besluit te verstrekken gegevens worden in enkelvoud ingediend. 2006 518 31-10-2006 12-10-2006 2006 664 20-12-2006 11-12-2006 01-01-2007
Artikel 36 — Artikel 36#
Artikel 36 1 De gegevens, bedoeld in dit besluit, worden in een zodanige vorm verstrekt dat een goede beoordeling door de Nederlandsche Bank mogelijk is. 2 De opstellers van verklaringen en rapportages ondertekenen of waarmerken deze. 2006 518 31-10-2006 12-10-2006 2006 664 20-12-2006 11-12-2006 01-01-2007
Artikel 37 — Artikel 37#
Artikel 37 1 artikel 3:110, tweede lid, van de wet De gegevens, bedoeld inzijn: a. een opgave van de naam, het adres en het telefoon- en faxnummer van de bank of banken waarvan de financiële instelling dochtermaatschappij is; b. een opgave van de naam, het adres en het telefoon- en faxnummer van de aanvrager; c. een opgave van de rechtsvorm van de financiële instelling; d. indien de aanvrager rechtspersoon is, een opgave van de statutaire zetel, de statutaire naam en de handelsnaam of handelsnamen; e. indien de aanvrager is ingeschreven in het handelsregister, een opgave van het nummer van inschrijving; f. indien aanwezig, een gewaarmerkt afschrift van de statuten van de financiële instelling; g. een opgave van de activiteiten die de aanvrager voornemens is te verrichten; h. artikel 3:8 van de wet gegevens op basis waarvan de Nederlandsche Bank kan beoordelen of voldaan wordt aan hetgeen ingevolgeis bepaald met betrekking tot de deskundigheid van de personen die het dagelijks beleid bepalen van de financiële instelling; i. artikel 3:9 van de wet gegevens op basis waarvan de Nederlandsche Bank kan beoordelen of voldaan wordt aan hetgeen ingevolgeis bepaald met betrekking tot de betrouwbaarheid van de personen die het beleid bepalen of mede bepalen of onderdeel zijn van een orgaan dat belast is met het toezicht op het beleid en de algemene gang van zaken van de aanvrager; j. rtikel 3:10, eerste lid, van de wet een beschrijving van het voorgenomen beleid met betrekking tot de integere bedrijfsuitoefening als bedoeld in a; k. artikel 3:16 van de wet een beschrijving van de zeggenschapsstructuur aan de hand waarvan de Nederlandsche Bank kan beoordelen of voldaan wordt aan; l. artikel 3:17, eerste lid, van de wet een beschrijving van de inrichting van de bedrijfsvoering met betrekking tot de beheerste en integere bedrijfsuitoefening, bedoeld in; m. artikel 3:31 van de wet een beschrijving van het geconsolideerde toezicht, bedoeld in; en n. artikel 3:53, eerste lid, van de wet artikel 3:57, eerste lid, van de wet bescheiden waaruit het eigen vermogen, bedoeld inen de te verwachten solvabiliteit, bedoeld inblijken. 2 artikel 3:110, tweede lid, van de wet De gegevens, bedoeld inzijn voor een aanvrager die voornemens is beleggingsdiensten te verlenen, onverminderd het eerste lid, een beschrijving van: a. artikel 4:14 van de wet de inrichting van de bedrijfsvoering, bedoeld in; b. artikel 4:87 van de wet de maatregelen, bedoeld in; en c. 4:88 van de wet het voorgenomen beleid, bedoeld in. 3 De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel h, zijn: a. een opgave van de naam, de geboortedatum, de geboorteplaats, de nationaliteit, het privé-adres, het telefoon- en faxnummer en de functie; b. een curriculum vitae; c. een opgave van de relevante diploma’s; d. een kopie van een geldig identiteitsbewijs; en e. een opgave van referenten. 4 De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel i, zijn: a. een opgave van de naam, de geboortedatum, de nationaliteit, het privé-adres, het telefoon- en faxnummer en de functie; b. een kopie van een geldig identiteitsbewijs; c. bijlage gegevens met betrekking tot de antecedenten, bedoeld in debij dit besluit; en d. een opgave van referenten. 5 wet Het eerste lid, onderdeel i, is niet van toepassing indien het een persoon betreft wiens betrouwbaarheid voor de toepassing van dedoor een toezichthouder reeds is vastgesteld. 2006 518 31-10-2006 12-10-2006 2006 664 20-12-2006 11-12-2006 01-01-2007
Artikel 38 — Artikel 38#
Artikel 38 Vervallen 2015 308 28-07-2015 10-07-2015 2015 309 28-07-2015 10-07-2015 01-01-2016
Artikel 39 — Artikel 39#
Artikel 39 Vervallen 2015 308 28-07-2015 10-07-2015 2015 309 28-07-2015 10-07-2015 01-01-2016
Artikel 40 — Artikel 40#
Artikel 40 Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. 2006 518 31-10-2006 12-10-2006 2006 664 20-12-2006 11-12-2006 01-01-2007
Artikel 41 — Artikel 41#
Artikel 41 Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit reikwijdtebepalingen Wft. 2006 518 31-10-2006 12-10-2006 2006 664 20-12-2006 11-12-2006 01-01-2007
Artikel 30#
artikel 30
Artikel 30#
artikel 30, onderdeel a
Artikel 30#
artikel 30, onderdeel a
Artikel 30#
artikel 30, onderdeel b
Artikel 30#
artikel 30, onderdeel c
Artikel 30#
artikel 30, onderdeel d
Artikel 30#
artikel 30, onderdeel e